Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023
Tekst van het document
Ons nummer: R22.000142
*R22.000142* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023 17 november 2022 Bestjoer en Finânsjes 3 november 2022 Henk de Boer Belastingen Sieta Tiesma
Voorstel: Verordening parkeerbelastingen 2023 vast te stellen. Samenvatting: In de verordening parkeerbelastingen zijn jaarlijks, voor 1 januari, aanpassingen nodig die zorgen voor aansluiting bij jurisprudentie en de uitvoeringspraktijk. Het wettelijk maximumbedrag voor de naheffingsaanslag is aangepast. Ons voorstel is om hier bij aan te sluiten en daar de verordening parkeerbelasting op aan te passen. Argumenten: In artikel 10 van de verordening worden de kosten van de naheffingsaanslag vastgesteld. Deze naheffingsaanslag wordt opgelegd aan parkeerders die niet of te weinig parkeerbelasting betaald hebben. De naheffingsaanslag bestaat uit een uurtarief parkeerbelasting en het kostenbedrag uit artikel 10. Het op te leggen kostenbedrag mag niet meer zijn dan de kosten die de gemeente maakt voor het opleggen van de naheffingsaanslag. Er wordt echter elk jaar een wettelijk maximumbedrag vastgesteld. De minister van BZK heeft bekend gemaakt dat het wettelijk maximumbedrag van dit kostenbedrag per 2023 € 72,90 bedraagt. De kosten die de gemeente maakt voor het opleggen van een naheffingsaanslag liggen hoger. Daarom is ons voorstel om het wettelijke maximumbedrag over te nemen en het kostenbedrag van de naheffingsaanslag per 1 januari 2023 vast te stellen op € 72,90 per naheffingsaanslag. In 2022 was het kostenbedrag € 66,50. Dit was toen het wettelijke maximum.
Er zijn geen aanpassingen in de tarieventabel. Daarvoor moet eerst de parkeervisie geëvalueerd worden. Risico’s: Geen. Financiën: De financiële gevolgen van de verhoging van het kostenbedrag is moeilijk in te schatten. De tarieven zijn niet kostendekkend. De opbrengst van de naheffingsaanslagen is afhankelijk van de controle op parkeerbelasting en het aantal naheffingsaanslagen dat opgelegd wordt.
1
Andere opties: Een alternatief is om de verordening parkeerbelasting niet aan te passen. In dat geval blijft de verordening parkeerbelastingen 2022 gelden. Wettelijke basis: Artikel 225 van de Gemeentewet. Global Goals De opbrengst van de parkeerbelasting gaat naar de algemene middelen van de gemeente. Vanuit deze algemene middelen worden verschillende Global Goals gefinancierd. Dus indirect raakt dit voorstel meerdere Global Goals. Bijvoorbeeld: SDG 1 – Geen armoede. SDG 1 is gericht op de afname van armoede in al haar vormen. Het gaat hierbij zowel om financiële armoede als om de impact daarvan op het leven van mensen. In Nederland ligt de nadruk op het voorkomen en tegengaan van armoede en grote schulden, met speciale aandacht voor kinderen die in armoede leven. SDG 7 - Betaalbare en duurzame energie. SDG 7 focust op energiezekerheid, verduurzaming en energie-efficiëntie. Zorgen dat iedereen toegang heeft tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. Duurzame energie kunnen we halen uit natuurlijke bronnen als water, wind en zon. Om dit te bereiken moeten deze bronnen beter onderzocht worden. Dat geldt ook voor de technologie waarmee we duurzame energie kunnen opwekken. SDG 10 - Ongelijkheid verminderen. SDG 10 gaat over het verminderen van ongelijkheid binnen en tussen landen.
Iedereen moet gelijke kansen hebben en betrokken worden bij alle sociale, economische en politieke aspecten van de maatschappij. Economische groei moet inclusief zijn, dat betekent dat iedereen erbij betrokken moet worden. En dan moeten we het ook aandacht hebben voor sociale aspecten en het milieu. Migratie en mobiliteit van mensen moeten beter en veiliger georganiseerd worden. Ook moeten discriminerende wetten en praktijken die de ongelijkheid vergroter verdwijnen. Wie zijn betrokken: belastingplichtigen. Wijze van participatie: informeren. Digitale links naar informatiebronnen: n.v.t. In welke fase: vaststelling. Planning vervolg in de raad/LTA: jaarlijks.
2
Bijlage(n) tarieventabel parkeerbelastingen 2023
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
3
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 oktober 2022; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023
Artikel 1
Definities
Deze verordening verstaat onder: a. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Súdwest-Fryslân een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon; b. gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart; c. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; d. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; e. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; f. parkeerprovider: diensten die via applicaties op smartphones mogelijkheid bieden om in de gemeente parkeerbelasting te voldoen; g. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een h.
motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
Artikel 2
Belastbaar feit
Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning of ontheffing voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning of ontheffing aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3
Belastingplicht
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat 1e. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; 2e. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene aan wie de vergunning of ontheffing is verleend.
Artikel 4
Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 5
Wijze van heffing
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel bij wege van aanslag. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. 3. Indien de belastingplicht voor een vergunning bedoeld in artikel 3, lid 4, in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht voor een vergunning bedoeld in artikel 3, lid, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 5. Het vierde lid is alleen van toepassing indien de belastingplichtige voor tenminste één kalendermaand betaalt.
Artikel 7
Termijnen van betaling
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald volgens de voorwaarden van de parkeerprovider, indien de parkeerapparatuur bij de aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld met een applicatie van een parkeerprovider op een smartphone. 3. In afwijking van het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na afloop van het parkeren indien geparkeerd wordt in een parkeergarage. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. Indien de belasting bij wege van aanslag wordt geheven moet de belasting binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald. 5. Een naheffingsaanslag moet binnen een maand na dagtekening van de kopie naheffingsaanslag worden betaald.
Artikel 8
Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 9
Vrijstelling gehandicapten
Houders van een gehandicaptenparkeerkaart zijn voor de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, vrijgesteld, mits deze gehandicaptenparkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats, direct achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst. Indien geen voorruit aanwezig is, dient de gehandicaptenparkeerkaart op een van buitenaf zichtbare plaats leesbaar te worden aangebracht.
Artikel 10
Kosten
De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 72,90.
Artikel 11
Kwijtschelding
Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12
Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 2. De Verordening Parkeerbelastingen 2022 van 18 november 2021 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening Parkeerbelastingen 2022 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Parkeerbelastingen 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 november 2022
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
, voorzitter.
, griffier.