CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2026

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2026’2.349 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R25.000129

*R25.000129* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering

: : : : :

Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 4 december 2025 18 december 2025

Onderwerp

:

Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2026

Raadsvoorstel: Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2026 vast te stellen. Samenvatting: Jaarlijks, vóór 1 januari, worden in de verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen aanpassingen doorgevoerd. Deze zijn noodzakelijk om de regelgeving in lijn te brengen met actuele jurisprudentie, de uitvoeringspraktijk en de geraamde opbrengsten. Door recente jurisprudentie is het noodzakelijk enkele tekstuele aanpassingen te doen in de tarieventabel met betrekking tot het eerste half uur gratis. In de praktijk levert dit geen wijzigingen op. Daarnaast is het maximumbedrag van de naheffingsaanslag gewijzigd. Wij stellen voor om deze wijziging over te nemen en de verordening hierop aan te passen. Verder adviseren wij de raad om de parkeertarieven uit artikel 1 en de ontheffingen uit artikel 2 van de tarieventabel te verhogen met een inflatiecorrectie van 2,7%. Tot slot zijn er redactionele wijzigingen aangebracht in de verordening, zodat deze beter aansluit bij de geldende wet- en regelgeving en de praktijk van uitvoering. Inleiding: Ieder jaar wordt de verordening parkeerbelasting geactualiseerd. De aanpassingen zijn jaarlijks, voor 1 januari nodig om aan te sluiten bij de jurisprudentie, uitvoeringspraktijk en de begrote opbrengst.

Door de recente jurisprudentie is het noodzakelijk om de tarieventabel, naast het toepassen van de inflatiecorrectie, ook qua indeling te wijzigen. Global Goals: Niet van toepassing. Argumenten: Het eerste halfuur blijft gratis voor wie het kenteken direct bij aankomst aanmeldt. Recente jurisprudentie schrijft voor dat een gemeente alleen een naheffingsaanslag (parkeerboete) op kan leggen als er niet voldaan is aan de betalingsplicht. Maar in onze gemeente is er in het eerste half uur geen betalingsplicht. Op basis van de huidige formulering levert dit juridische problemen op. Daarom stellen wij voor de formulering in de tarieventabel aan te passen. Door deze aanpassing is er in het eerste half uur een betalingsplicht en daardoor de mogelijkheid om na te heffen als niet aan de betalingsplicht is voldaan. Als parkeerders zich aanmelden is het eerste half uur nog steeds gratis. In de praktijk wijzigt er niets, het eerste half uur is nog steeds gratis voor parkeerders die zich direct na parkeren aanmelden.

1

Verhogen kosten naheffingsaanslag In artikel 10 van de verordening worden de kosten van de naheffingsaanslag vastgesteld. Deze naheffingsaanslag wordt opgelegd aan parkeerders die niet of te weinig parkeerbelasting betaald hebben (in de volksmond ‘de parkeerboete’). De naheffingsaanslag bestaat uit een uurtarief parkeerbelasting en het kostenbedrag uit artikel 10. Het op te leggen kostenbedrag mag niet meer zijn dan de kosten die de gemeente maakt voor het opleggen van de naheffingsaanslag. Er wordt echter elk jaar een wettelijk maximumbedrag vastgesteld. De minister van BZK heeft bekend gemaakt dat het wettelijk maximumbedrag van dit kostenbedrag per 2026 € 82,00 bedraagt. Aanpassen parkeertarieven In het bijgevoegd raadsvoorstel en -besluit wordt voorgesteld om de tarieven uit artikel 1 en de parkeerontheffingen uit artikel 2, met uitzondering van het maximale dagtarief, met 2,7% te verhogen. Het maximale dagtarief is gebaseerd op het tarief van een maandabonnement zoals te zien in artikel 2 lid 1 onder c. Omdat deze tarieven voor 2025 niet wijzigen, wordt deze nu niet meegenomen in de verhoging. Rol en bevoegdheid: De raad is bevoegd om dit besluit te nemen krachtens artikel 216 van de Gemeentewet. Risico’s: Het niet aanpassen van de tarieventabel kan leiden tot onnodige naheffingsaanslagen, bezwaren en beroepen.

Er kunnen naar aanleiding van de wijziging in de tarieventabel persvragen worden gesteld. Financiën: Na vaststelling van deze verordening zal de in de begroting opgenomen opbrengst worden gerealiseerd. Juridisch: Artikel 225 van de Gemeentewet Alternatieven: Een alternatief is om de verordening op de heffing en invordering 2026 niet aan te passen. In dat geval blijft de verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025 gelden, echter levert dit juridische problemen op bij het naheffen. Participatie en communicatie: Informeren d.m.v. wettelijke publicatie, aanslagbiljet, gemeentelijke website en via de parkeerautomaten. Planning en vervolgproces: Jaarlijks. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van de parkeerbelastingen 2026 Bijlage(n): 1. Was/wordt lijst tarieventabel parkeerbelastingen 2026 Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. C. Smits

, gemeentesecretaris.

2

op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2026 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Súdwest-Fryslân een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; b. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân; c. gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart; d. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; e. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; f.

parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; g. parkeerprovider: diensten die via applicaties op smartphones mogelijkheid bieden om in de gemeente parkeerbelasting te voldoen; h. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande parkeergarages, terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting voor het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting voor een van gemeentewege verleende vergunning of ontheffing voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning of ontheffing aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3

Belastingplicht

1. De belasting in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

3

a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat 1e. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; 2e. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene aan wie de vergunning of ontheffing is verleend.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 5

Wijze van heffing

1. De belasting in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2. De belasting in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven door voldoening op aangifte dan wel per aanslag. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning of ontheffing geldt worden opgegeven.

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld

1. De belasting in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. 3. Als de belastingplicht voor een vergunning bedoeld in artikel 3, lid 4, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor de volle kalendermaanden die er na aanvang van de belastingplicht in dat jaar nog overblijven. 4. Als de belastingplicht voor een vergunning of ontheffing bedoeld in artikel 3, lid 4, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de volle kalendermaanden die er na einde van de belastingplicht in dat jaar nog overblijven. 5. Het vierde lid is alleen van toepassing indien de belastingplichtige voor tenminste één kalendermaand betaalt.

Artikel 7

Termijnen van betaling

1. De belasting in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald volgens de voorwaarden van de parkeerprovider, indien de parkeerapparatuur bij de aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld met een applicatie van een parkeerprovider op een smartphone.

4

3. In afwijking van het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na afloop van het parkeren indien geparkeerd wordt in een parkeergarage. 4. De belasting in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. Indien de belasting per aanslag wordt geheven moet de belasting binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald. 5. Een naheffingsaanslag moet binnen een maand na dagtekening worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit. Artikel 9 Vrijstelling gehandicapten Houders van een gehandicaptenparkeerkaart zijn voor de belasting in artikel 2, onderdeel a, vrijgesteld, mits deze gehandicaptenparkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats, direct achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst. Indien geen voorruit aanwezig is, dient de gehandicaptenparkeerkaart op een van buitenaf zichtbare plaats leesbaar te worden aangebracht. Artikel 10 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag voor de belasting in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00 Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12

Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De Verordening Parkeerbelastingen 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening Parkeerbelastingen 2025 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Parkeerbelastingen 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

5

Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening Parkeerbelastingen 2026’

Artikel 1 Parkeertarieven 1.

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de verordening, in Sneek bedraagt voor:

a.

Straten en terreinen (m.u.v. de parkeergarages Zuid Waterpoort en Oost Normandiaplein):

b.

tot twee uur, per half uur

€ 1,03

vanaf twee uur, per half uur

€ 1,54

als het kenteken wordt aangemeld via parkeerapparatuur of het parkeerrecht direct na aanvang van het parkeren op andere wijze in de centrale computer wordt geregistreerd, het eerste half uur (per dag)

€ 0,00

de parkeergarages Zuid Waterpoort en Oost Normandiaplein: eerste 24 uur

gratis

na 24 uur, per half uur

€ 1,54

maximum per dag

€ 5,00

2.

De tarieven in de parkeergarages Zuid Waterpoort en Oost Normandiaplein, zijn inclusief omzetbelasting.

3.

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de verordening, in Bolsward bedraagt voor: per half uur

€ 0,97

als het kenteken wordt aangemeld via parkeerapparatuur of het parkeerrecht direct na aanvang van het parkeren op andere wijze in de centrale computer wordt geregistreerd, het eerste half uur (per dag)

€ 0,00

Artikel 2

Parkeervergunningen/ontheffing

1.

Het tarief voor een parkeervergunning of ontheffing in Sneek als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de verordening, bedraagt voor:

a.

een bewonersvergunning, bij parkeerapparatuurplaatsen binnen de stadsgrachten, per jaar

€ 106,00

b.

een bedrijfsvergunning, bij parkeerapparatuurplaatsen binnen en buiten de stadsgrachten (kort parkeren), per jaar

€ 495,00

c.

een vergunning bij parkeerapparatuurplaatsen buiten de stadsgrachten (lang parkeren), € 30,00

per maand

6

per jaar

€ 300,00

d.

een ontheffing voor parkeren buiten de parkeervakken binnen en buiten de stadsgrachten in het gebied van parkeerapparatuurplaatsen, per dag

€ 21,60

2.

Het tarief voor een parkeervergunning of ontheffing in Bolsward als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de verordening, bedraagt voor:

a.

een bedrijfsvergunning, bij parkeerapparatuurplaatsen in het centrum, per jaar

€ 412,50

b.

een ontheffing voor parkeren buiten de parkeervakken in het gebied van parkeerapparatuurplaatsen, per dag

€ 14,46

Behoort bij raadsbesluit van 18 december 2025, De griffier van Súdwest-Fryslân

7

Kostenberekening verantwoording naheffingsaanslag 2026 Behorende bij de ‘Verordening Parkeerbelastingen 2026’ Personeelskosten

€ 155.641,74

Overhead (40%)

€ 62.256,70

Totale kosten

€ 217.898,44

Geraamd aantal naheffingen op aaneengesloten parkeerperioden

2500 € 87,16

Kosten per eenheid Kosten naheffingsaanslag € 82,00 (wettelijk maximum voor 2026)

Behoort bij raadsbesluit van 18 december 2025, De griffier van Súdwest-Fryslân

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16394901/1