Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van leges 2026
Tekst van het document
€ 2.102,00
c.
bij verandering of actualisatie (niet ambtshalve):
€ 2.102,00
Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten 1.
Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.
2.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere
25
bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 5.837,00
Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 5.837,00
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven 1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in het omgevingsplan bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 242,50
2.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, als bedoeld in het omgevingsplan, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 242,50
3.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met archeologische verwachtingen, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 242,50
4.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a,
€ 242,50
26
van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, als bedoeld het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 5.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde. als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 242,50
6.
De tarieven in het eerste tot en met het vijfde lid zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden in dat geval verhoogd met:
€ 242,50
Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: a. aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, b. indrijven van voorwerpen, c. ophogen van de grond, of d. verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in het omgevingsplan:
€ 659,00
b.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 1.327,00
Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 659,00
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld het omgevingsplan:
27
€ 242,50
b.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 242,50
Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitrit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in het omgevingsplan:
€ 242,50
b.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 242,50
Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 242,50
en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met:
€ 242,50
b.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
€ 242,50
c.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 242,50
a.
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het in, op of aan een onroerende zaak hebben van een alarminstallatie die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 242,50
Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:11 van de APV Súdwest-Fryslân 2021 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in
28
€ 242,50
de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4:15 van de APV Súdwest-Fryslân 2021 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.
als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:
€ 242,50
b.
als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd:
€ 242,50
Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken of objecten plaatsen op de weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de APV Súdwest-Fryslân 2021 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.
als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken:
€ 115,50
b.
als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen:
€ 115,50
Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de APV Súdwest-Fryslân 2021 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 57,75
Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: € 242,50
a.
betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
b.
betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
29
1.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 242,50
2.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 242,50
3.
voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit:
€ 242,50
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a.
voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:
€ 242,50
1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: b.
in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:
€ 242,50
Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1.
2.
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: a.
één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:
€ 1.349,00
b.
twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit:
€ 814,00
c.
vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit:
€ 278,50
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:
€ 1.349,00
Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:
30
€ 814,00
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1.
2.
Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a.
een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:
€ 60,35
b.
een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur:
€ 60,35
c.
een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur:
€ 60,35
d.
een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:
€ 60,35
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:
€ 242,50
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:
€ 242,50
Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens [vervallen] Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten
31
€ 112,50
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsplan is het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen aan de aanvrager is meegedeeld. Dit bedrag is gebaseerd op een door de gemeente opgestelde begroting. De aanvraag wordt in behandeling genomen nadat de gemeente de door aanvrager voor akkoord ondertekende begroting heeft ontvangen. Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:
€ 112,50
Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:
10%
Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a.
als sprake is van een milieubelastende activiteit:
€ 2.102,00
b.
als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 1.327,00
c.
als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 1.327,00
Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a.
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
€ 300,00
b.
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
€ 300,00
c.
voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:
€ 300,00
voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:
€ 300,00
e.
voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:
€ 300,00
f.
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER-plicht):
€ 3.102,50
d.
32
g.
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER-beoordelingsplicht):
€ 2.102,50
h.
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:
€ 300,00
Artikel 2.50 Advies 1.
2.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om omgevingsoverleg, een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a.
voor een advies van de gemeenteraad:
€ 1.327,00
b.
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet de leges zoals deze door de Welstandscommisie Hûs & Hiem bij de gemeente in rekening wordt gebracht. De tarieven van Hûs & Hiem zijn opgenomen als bijlage bij deze tarieventabel.
Zie de tarieven in de tabel in bijlage
c.
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b de leges zoals deze door de Welstandscommisie Hûs & Hiem bij de gemeente in rekening wordt gebracht. De tarieven van Hûs & Hiem zijn opgenomen als bijlage bij deze tarieventabel.
Zie de tarieven in de tabel in bijlage
d.
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 2.51 Instemming 1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
2.
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg 1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is
33
100%
voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt, van de voor het omgevingsoverleg geheven leges: 2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en binnen 6 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.
3.
Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd:
€ 112,50
Artikel 2.52a Vermindering na omzetting aanvraag op verzoek van de gemeente De gemeente kan verzoeken aan aanvrager om de aanvraag om een omgevingsvergunning om te zetten naar een vooroverleg als bedoeld in Artikel 2.4 Omgevingsoverleg, eerste lid. De vermindering van de aanvraag om omgevingsvergunning bedraagt dan:
100%
Artikel 2.52b Vermindering tweede legesaanvraag op verzoek van de gemeente bij juridische procedure Als naar aanleiding van een juridische procedure, zoals een bezwaar- of beroepsprocedure, door de gemeente aan de aanvrager is verzocht om een nieuwe aanvraag in te dienen voor een omgevingsvergunning of een andersoortige vergunning of ontheffing, kan het verschuldigde legesbedrag voor die nieuwe aanvraag worden verminderd tot maximaal 100% van het tarief zoals bepaald in deze verordening. Als bij de eerdere aanvraag reeds (gedeeltelijke) vermindering van leges heeft plaatsgevonden, wordt geen aanvullende vermindering toegepast. Het totaal aan geheven leges mag in dat geval niet lager zijn dan het bedrag dat voor de oorspronkelijke aanvraag verschuldigd zou zijn geweest. Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. De vermindering bedraagt: a.
bij 5 tot 10 activiteiten:
10%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; b.
bij 10 tot 15 activiteiten:
15%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; c.
bij 15 of meer activiteiten:
20%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges.
Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig 1.
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen
34
30%
activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 2.
Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd:
€ 217,50
Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten 1.
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
30%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 2.
Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd:
€ 112,50
en met een maximum van € 750,00. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsoverleg, aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om omgevingsoverleg, omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking voordat de aanvraag ontvankelijk is verklaard:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking nadat de aanvraag ontvankelijk is verklaard:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking nadat de aanvraag inhoudelijk is behandeld, maar voor de besluitvorming:
30%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
35
50%
c.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a.
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b.
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 112,50 wordt niet teruggegeven.
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de APV Súdwest-Fryslân 2021:
€ 660,90
b.
een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het exploiteren van een terras als bedoeld in artikel 2:28a van de APV Súdwest-Fryslân 2021:
€ 120,65
c.
een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in de APV Súdwest-Fryslân 2021:
€ 62,85
d.
een aanvraag om wijziging van de exploitatievergunning of terrasvergunning als bedoeld onder a. en b.:
€ 85,95
Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf
36
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet: 1.
Voor commerciële instellingen:
€ 691,65
2.
Voor paracommerciële instellingen:
€ 330,25
b.
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Alcoholwet:
€ 62,75
c.
een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:
€ 85,95
d.
een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid van de Alcoholwet:
€ 85,95
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:
€ 85,95
e.
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.4 Vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de APV Súdwest-Fryslân 2021: a.
als niet aan alle gestelde voorwaarden wordt voldaan:
€ 405,55
b.
als de inhoudelijke toetsing plaatsvindt:
€ 811,00
Artikel 3.5 Wijzigingen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.4 bedoelde vergunning:
€ 85,95
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.6 Ontheffing winkeltijdenwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:
€ 57,75
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.7 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV Súdwest-Fryslân 2021 (evenementenvergunning), als het betreft: a.
een vergunning voor een A-evenement (regulier):
€ 57,75
b.
een vergunning voor een B-evenement (evenement met verhoogde aandacht):
€ 251,05
37
c.
een vergunning voor een B-evenement + advies Kernteam Veiligheid:
€ 412,60
d.
een vergunning voor een C-evenement (risicovol):
€ 1.941,45
Artikel 3.8 Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de APV SúdwestFryslân 2021:
€ 57,75
Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.10 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op een markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een standplaatsvergunning voor een commerciële standplaats: a.
op de jaarmarkt:
€ 22,90
b.
op de weekmarkt(en):
€ 120,70
Artikel 3.10a Standplaatsvergunningen buiten een markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een standplaatsvergunning van een standplaats anders dan op een markt:
€ 120,70
Artikel 3.10b Wijzigen standplaatsvergunning Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.10, onderdeel b, en artikel 3.10a bedraagt:
€ 57,75
Paragraaf 3.6 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.11 Niet benoemd besluit op aanvraag € 57,75
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
2.
Als een aanvraag voor een ontheffing van de Zondagswet wordt aangevraagd in combinatie met een aanvraag voor een vergunning voor een evenement (aanvraag conform paragraaf 3.4) worden de leges genoemd onder het eerste lid niet opgelegd.
Paragraaf 3.7 Verrekening Artikel 3.12 Verrekening 1.
Indien een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd, is 50% van de leges verschuldigd.
2.
Indien een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk buiten behandeling wordt gesteld, is 50% van de leges verschuldigd.
38
3.
Indien een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk wordt ingetrokken voordat de aanvraag reeds in behandeling is genomen door de gemeente, is 25% van de leges verschuldigd.
4.
Indien een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk wordt ingetrokken nadat de aanvraag reeds in behandeling is genomen door de gemeente, is 50% van de leges verschuldigd.
5.
Het bedrag aan leges bedraagt, na toepassing van de in onderdeel 1 tot en met 4 bedoelde verrekening, minimaal € 57,75.
6.
Dit artikel is niet van toepassing op artikel 3.10, onderdeel a.
Behorende bij raadsbesluit van 18 december 2025 de griffier,
Bijlage 1 REGELING VAN DE TARIEVEN behorende bij artikelen 2.4 lid 4, 2.6 lid 1 onder a, 2.50 lid 1 sub b en c van de tarieventabel legesverordening 2026 REGELING VAN DE TARIEVEN Het Algemeen Bestuur van het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam hûs en hiem advisering omgevingskwaliteit, gevestigd te Leeuwarden; gelet op artikel 34, lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling besluit: ingaande 1 januari 2026 vast te stellen onderstaande regeling van de tarieven.
Artikel 1 1. Voor adviezen omgevingskwaliteit, verstrekt aan de deelnemende gemeenten zullen de door het lichaam in rekening te brengen vergoedingen, berekend over de naar boven op € 500 afgeronde bouwsom, bedragen:
Bouwsom
Tarief
Van € 0 t/m € 5.000
€ 64
van € 5.001 t/m € 25.000
€ 64 + 3,33‰ van de bouwsom boven € 5.000
van € 25.001 t/m € 100.000
€ 130 + 3,06‰ van de bouwsom boven € 25.000
van € 100.001 t/m € 250.000
€ 361+ 2,98‰ van de bouwsom boven €100.000
van € 250.001 t/m € 750.000
€ 808 + 1,59‰ van de bouwsom boven € 50.000
vanaf € 750.000
€ 1.603 + 1,06‰ van de bouwsom boven € 750.000
met een maximum van
€ 3.230
(Van de berekende waarde wordt het gehele getal gebruikt, de integere waarde. € 116,95 wordt dus € 116,00) 2. Voor adviezen voor vooroverlegplannen niet zijnde monumentenplannen, verstrekt aan de deelnemende gemeente, betreffende een vooroverleg over de opzet van een plan, worden tarieven gerekend die afhankelijk zijn van de bestede tijd in de lokale commissie:
39
Tot 15 min.
€ 98
Van 15 — 30 min.
€ 134
Van 30 — 45 min.
€ 170
Van 45 — 60 min.
€ 206
Bij behandeling van een vooroverlegplan in de bureaucommissie:
€ 170
Bij behandeling van een vooroverlegplan in de grote commissie:
€ 206
Artikel 2 1. In het geval het een ondergeschikte wijziging betreft van een plan waarvoor eerder een positief welstandsadvies is uitgebracht, dan wordt het laagste basistarief ad € 64 in rekening gebracht. 2. Wanneer het gaat om een aanzienlijke wijziging binnen het bestaande concept van een plan waarvoor eerder een positief welstandsadvies is uitgebracht, dan wordt de leges over de meerkosten/minderkosten in rekening gebracht. 3. Wanneer het gaat om een wezenlijk ander ontwerp/andere vormgever van een plan waarvoor eerder een positief welstandsadvies is uitgebracht, dan wordt de legeskosten over de bouwsom in rekening gebracht. 4. Tenzij in het geval van volledige omwerking door een andere ontwerper, dan wel in het geval er sprake is van een geheel ander opgezet plan in plaats van een eerder van een positief welstandsadvies voorzien ontwerp, is voor de voortgezette behandeling van een bouwaanvraag geen extra vergoeding verschuldigd.
Artikel 3 De verschuldigde bedragen aan advieskosten worden aan de gemeenten door middel van een voorschotnota maandelijks in rekening gebracht. Halfjaarlijks (per 1 januari en 1 juli) worden de werkelijke kosten over de zes maanden daarvóór berekend en de meer- of minderkosten gefactureerd. De rekeningen dienen binnen 30 dagen na factuurdatum betaald te zijn door overschrijving op de bankrekening van het lichaam.
Artikel 4 Voor het uitoefenen van adviestaken op het gebied van monumentenzorg en voor de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, kan hûs en hiem op verzoek van de gemeenten adviezen verstrekken, waarvoor een uurtarief van € 140 per adviseur wordt berekend. Dit uurtarief geldt eveneens voor deelname aan kwaliteitsteams.
Artikel 5 Alle in deze Regeling genoemde tarieven zijn exclusief BTW.
40
Behorende bij raadsbesluit van 18 december 2025 de griffier,
41