CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van leges 2024

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Verordening op de heffing en invordering van leges 2024’15.424 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ons nummer: R23.000206

*R23.000206* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur

Verordening op de heffing en invordering van leges 2024 21 december 2023 Bestjoer en Finânsjes 7 december 2023 Henk de Boer Belastingen Sieta Tiesma en Auke Koopmans

Voorstel: Verordening op de heffing en invordering van leges 2024 vast te stellen Samenvatting: Leges worden opgelegd aan inwoners die een administratieve dienst vragen aan de gemeente. Bijvoorbeeld een aanvraag om een paspoort of een aanvraag om een omgevingsvergunning. Met de leges brengt de gemeente de kosten die zij maakt voor het in behandeling nemen van de aanvraag in rekening bij de aanvrager van de dienst. De legesverordening wordt jaarlijks voor 1 januari vastgesteld voor een aansluiting op de begroting en gewijzigde wet- en regelgeving. Per 1 januari 2024 worden de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) ingevoerd. Dit heeft gevolgen voor de legesverordening. Met name door de Wkb zal de kostentoerekening wijzigen en zullen de legesinkomsten dalen. Dit zal gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de gemeente. Argumenten: De tarieventabel van de legesverordening bestaat uit drie hoofdstukken. Hoofdstuk 1 gaat over Algemene dienstverlening. In dit hoofdstuk staan de leges voor burgerzaken (burgerlijke stand, reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart, Rijbewijzen, verstrekkingen uit de basisregistratie persoonsgegevens en overige publiekszaken), afschriften van bestuursstukken, vastgoedinformatie, gemeentearchief, aanvragen op grond van bijzondere wetten en diversen zoals gehandicaptenparkeerkaart, kabels en leidingen en enkele APV-vergunningen.

Hoofdstuk 2 gaat over Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet. Hoofdstuk 3 gaat over Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn. Dit zijn de leges voor de horeca, seksbedrijven, winkeltijdenwet, evenementen en standplaatsen. Hoofdstuk 1 In de begroting heeft u de kostendekking van hoofdstuk 1 al vastgesteld op 63% Totale kosten

hoofdstuk 1

€

Totale opbrengst (Begroot) €

Dekking

1.579.756

63%

%

Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente

-1.927.484

> Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal

-1.927.484

Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente

-541.162

> BTW

-37.273 Totaal

-2.505.919

1

De leges in hoofdstuk 1 bestaan voor het overgrote deel uit leges voor reisdocumenten, rijbewijzen, burgerlijke stand, afschriften uit de basisregistratie personen (BRP) en naturalisatie. De leges voor een deel van deze producten en diensten worden door het Rijk vastgesteld, de maximale tarieven zijn door het Rijk aangepast. In verband met de stijging van de loonkosten hebben wij de overige tarieven binnen dit hoofdstuk verhoogd met 7%. Uitzondering hierop zijn de tarieven in artikel 1.30, onderdelen c en h (ontheffing voor kamperen buiten kampeerterreinen en verkoop van vuurwerk). Voor deze tarieven heeft u bij de vaststelling van de legesverordening 2023 op 22 december 2022 besloten om in drie jaar tijd naar een tarief van € 150,- toe te groeien. Hoofdstuk 2 Voor hoofdstuk 2 “Omgevingsvergunningen”, geldt dat de Wabo vervangen wordt door twee stelselwijzigingen; de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb). De Wkb zorgt er voor dat werkzaamheden die voorheen door de gemeente uitgevoerd werden, deels overgenomen worden door de markt. Er is geïnventariseerd welke werkzaamheden de gemeente in het kader van de Omgevingswet en de Wkb uitvoert. Aan de hand hiervan is een nieuwe berekening gemaakt van de kosten die wij als organisatie toe kunnen rekenen aan de vergunningverlening. Dit is de basis van de legesheffing. De kosten zijn berekend op € 1.600.000,-.

In vergelijking met 2023 verandert er het volgende: Minder kosten in verband met de invoering van de Wkb (werkzaamheden naar de markt) Minder kosten door een verwacht efficiencyvoordeel van het werken op basis van de Omgevingswet Meer kosten gemaakt voor advisering door ketenpartners Verschil

- € 500.000 - € 500.000 + € 200.000 - € 800.000

Ten opzichte van 2023 zijn er dus € 800.000 minder kosten voor de uitvoering van de vergunningverlening in hoofdstuk 2. Door de daling van de kosten hebben we het basistarief voor een reguliere omgevingsvergunning kunnen verlagen. De staffel blijft gelijk. Hierdoor kan de daling in inkomsten beperkt blijven. Het legestarief voor een omgevingsvergunning bedraagt in 2023 minimaal € 195,00. In de nieuwe situatie betaalt de burger hiervoor minimaal € 150,00. De uiteindelijk te betalen leges zijn door de staffel afhankelijk van de bouwkosten. Ondanks de tariefdaling verwachten wij dat de legesinkomsten op de reguliere omgevingsvergunning hoger zullen zijn dan de kosten. Met de komst van de Omgevingswet zijn wij bezig met aanpassingen in het voortraject van de vergunningverlening. De inzet van een intake/omgevingstafel is zo’n aanpassing. Door het gebruik van vooroverleg en omgevingstafels hebben we een zekere mate van efficiency in het vergunningsproces. Om het gebruik van vooroverleg te stimuleren, krijgt de initiatiefnemer korting op het vervolgproces en is het tarief dat hiervoor in 2024 gehanteerd wordt, berekend op een 80% kostendekkendheid. Op grond van de Omgevingswet kunnen gemeenten vanaf 2024 leges heffen over vergunningsplichtige milieubelastende activiteiten. Hierbij wordt aangesloten bij Frieslandbrede afspraken.

Derhalve zijn de tarieven 50% op basis van de vastgestelde kengetallen uit de wijzigingsbegroting FUMO 2024. De tarieven voor milieubelastende activiteiten zijn nieuw, om deze reden willen wij niet meteen 100% kostendekkende tarieven opnemen. De overige tarieven in dit hoofdstuk zijn volledig kostendekkend. De lagere kostendekking van het vooroverleg en de milieubelastende activiteiten worden gecompenseerd door de hogere kostendekking op de bouwleges, de totale kostendekking van hoofdstuk 2 komt uit op 122%. Legestarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, daarom wordt kruissubsidiering toegepast met hoofdstuk 1. De kostendekking van hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 samen blijft met 86% ruim onder

2

100%. Vorig jaar was de kostendekking van dit hoofdstuk berekend op 100%, met een gebrote opbrengst van € 2.400.000,-. Dit betekent dat de begrote opbrengst daalt met € 450.000,-. Totale kosten

hoofdstuk 2

€

Totale opbrengst (Begroot) €

Dekking

1.950.000

122%

%

Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente

-1.228.571

> Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal

-1.228.571

Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente

-371.429

> BTW Totaal

-1.600.000

De capaciteit die minder nodig is zou theoretisch ongeveer 1 op 1 moeten zijn met de lagere legesopbrengsten maar de vraag is of dit in de praktijk ook zo is. Er wordt straks onderscheid gemaakt tussen het ruimtelijke deel van de vergunning en het bouwtechnische deel van de vergunning. Het ruimtelijke deel van de vergunning zal verleend blijven worden door de gemeente, maar het bouwtechnische deel gaat deels over naar een marktpartij. Omdat de gemeente de werkzaamheden voor het bouwtechnische deel deels niet meer uitvoert, kunnen deze uren ook niet meer meegenomen worden in de berekening van de leges. Voor de technische bouwvergunning die komt te vervallen, komt een melding terug. Deze melding zal afgehandeld moeten worden door de gemeente. De capaciteit voor deze andere taken is alleen niet door te berekenen via de leges. Daarnaast zal er nog enkele jaren toezicht en handhaving nodig zijn voor de reeds aangevraagde Wabo vergunningen. Hoofdstuk 3 In de begroting heeft u de kostendekking van hoofdstuk 3 al vastgesteld op 24%. Totale kosten

hoofdstuk 3

€

Totale opbrengst (Begroot) €

Dekking

50.266

24%

%

Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente

-155.242

> Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal

-155.242

Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente

-54.798

> BTW

-3.832 Totaal

-213.872

De leges voor de paragrafen binnen dit hoofdstuk zijn gericht op vergunningen voor dienstverrichters of dienstverleners. Bijvoorbeeld aanvragers van evenementenvergunning en aanvragers markt- en standplaatsen. Binnen deze titel is kruissubsidiëring alleen toegestaan binnen clusters van sterk samenhangende diensten, deze samenhangende diensten zijn geclusterd per hoofdstuk (zoals Horeca, Evenementen ect). Dit betekent dat binnen de paragrafen in dit hoofdstuk de baten de lasten niet mogen overschrijden. Bij de vaststelling van de legesverordening 2023 op 22 december 2022 heeft u voor het tarief van een exploitatievergunning (artikel 3.1 a) besloten om in drie jaar tijd naar een tarief van € 617,00 te groeien. Voor het tarief van een alcoholvergunning commercieel (artikel 3.2 a 1) heeft u destijds besloten om in drie jaar tijd naar een tarief van € 645,70 te groeien. De stappen die destijds besloten zijn, zijn in deze tarieven doorgevoerd. Alle overige tarieven zijn met 7% verhoogd in verband met de stijging van de loonkosten.

3

Kostendekking totale legesverordening Bovenstaande berekeningen van kosten en opbrengst van de verschillende hoofdstukken leidt tot een kostendekking van de totale legesverordening van 83%. Totale kosten

Legesverordening

€

Totale opbrengst (Begroot) €

Dekking

3.580.022

83%

%

Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente

-3.311.297

> Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal

-3.311.297

Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente

-967.389

> BTW

-41.105 Totaal

-4.319.791

Risico’s: De kostendekking mag in principe niet meer dan 100% zijn, maar onder de Wabo was in het verleden kruissubsidiëring tussen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 toegestaan. Dit komt er op neer dat de tarieven in hoofdstuk 2 de tarieven in hoofdstuk 1 dekken. Dit is mogelijk omdat de kostendekking in hoofdstuk 1 vastgesteld is op 63%. De kostendekking van hoofdstuk 1 en 2 is samen 86%. De VNG is van mening dat kruissubsidiëring ook onder de Omgevingswet mogelijk zou moeten zijn. Maar er zijn wisselende berichten en er is nog geen jurisprudentie over. Daarom lopen we een risico bij het vaststellen van een kostendekking boven de 100% in hoofdstuk 2 voor de verbindendheid van de legesverordening. Op basis van een onverbindende verordening kunnen geen leges geheven worden. Door de komst van de Omgevingswet en Wkb zijn er veel wijzigingen doorgevoerd in de kostenstructuur. Hierbij hebben we gekeken naar ervaring uit het verleden en mogelijk toekomstige effecten. Van belang is om de aannames blijvend te toetsen en te monitoren, zodat we tijdig kunnen bijsturen. De stelling dat de Omgevingswet budgettair neutraal wordt ingevoerd is door het Rijk genuanceerd. De terugverdientijd is nu gesteld op 30-35 jaar (KokxDeVoogd, Actualisatie Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet, 16 juni 2023).

Financiën: De begrote legesinkomsten voor Hoofdstuk 2 dalen ten opzichte van 2023 met € 450.000,-. In 2024 zijn nog niet alle aanvragen behandeld die in 2023 zijn ingediend op basis van de Wabo. De inschatting is dat hierdoor in 2024 een meeropbrengst van leges is van € 200.000,-. Het resterende tekort van € 250.000,-, oplopend naar € 450.000,- in latere jaren, kan niet meteen in de huidige capaciteit worden afgebouwd. Door de werkzaamheden die eerder zijn genoemd en in verband met tijdelijk productiviteitsverlies dat zal optreden door het invoeren van een nieuwe werkwijze is dit niet haalbaar. Het restant van de lagere opbrengsten wordt daarom gecompenseerd met incidentele middelen van het Rijk (Septembercirculaire 2022) en structurele middelen die de raad eerder beschikbaar heeft gesteld voor de omgevingswet (Programmabegroting 2021). De verwachting is dat het Rijk nog extra middelen beschikbaar stelt. In 2024 volgt een begrotingswijziging om dit te verwerken in de begroting, ook in relatie met andere ontwikkelingen aangaande de Omgevingswet. Op termijn zal de organisatie zo ingericht moeten worden dat de wegvallende werkzaamheden voor de Wkb en de verwachte efficiencywinst kunnen worden opgevangen. Met de door de raad toegekende middelen en mogelijke aanvullende Rijksmiddelen is ruimte om hier naartoe te groeien.

4

Als de kostendaling is doorgevoerd dan zal de meeropbrengst voor hoofdstuk 2 € 350.000,bedragen. Deze meeropbrengst levert financiële ruimte op in de gemeentelijke begroting. Daarnaast kan de raad in het Omgevingsplan nog keuzes maken in wat zij vergunning plichtig wil stellen. Deze keuzes hebben invloed op de werkzaamheden die betrekking hebben op vergunningverlening. De verwachting is echter dat de keuzes direct door zullen werken in de legestarieven. Dit leidt wellicht tot een voordeel voor de initiatiefnemer, maar het zal waarschijnlijk geen extra middelen opleveren voor de gemeentelijke begroting. Andere opties: Een andere mogelijkheid is om binnen de tarieven voor de bouwleges ook de staffel te verlagen, zodat hoofdstuk 2 uitkomst op een kostendekking van 100%. De kostendekking van de totale legesverordening komt daardoor uit op 75%.

Totale kosten

Legesverordening

€

Totale opbrengst (Begroot) €

Dekking

3.230.022

75%

%

Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente

-3.311.297

> Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal

-3.311.297

Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente

-967.389

> BTW

-41.105 Totaal

-4.319.791

Dit heeft echter gevolgen de opbrengst van hoofdstuk 2. De begrote legesinkomsten zullen in bovenstaande situatie ten opzichte van 2023 € 800.000,- lager zijn. Wettelijke basis: Artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet. Global Goals: n.v.t. Wie zijn betrokken: Belastingplichtigen Wijze van participatie: informeren Digitale links naar informatiebronnen: n.v.t. In welke fase: vaststelling Planning vervolg in de raad/LTA: Jaarlijks

5

Bijlage(n): n.v.t. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. E.K. Strijker

, gemeentesecretaris.

6

Verordening op de heffing en invordering van leges 2024 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van leges 2024 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. jaar: het tijdvak dat loopt van de eerste dag in een kalenderjaar tot de eerste dag in het volgende kalenderjaar; c. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; d. maand: het tijdvak dat loopt van de eerste dag in een kalendermaand tot de eerste dag in de volgende kalendermaand; e. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c.

het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. het door gemeenteambtenaren, in de uitoefening van hun functie, raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het Kadaster en de openbare registers; c. het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen; d. het in behandeling nemen van aanvragen om standplaatsen die worden ingenomen voor een ideële of maatschappelijke doelstelling. Artikel 5

Maatstaven van heffing en tarieven

1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

7

2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een Projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7

Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken van de tarieventabel betreft: 1.

paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. paragraaf 1.4 (Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens); 4. hoofdstuk 1.24 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van de tarieventabel bij raadsbesluit rekening is gehouden.

8

Artikel 11

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. 2. De Legesverordening 2023 van 22 december 2022 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Legesverordening 2023 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2023.

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

9

Tarieventabel Legesverordening 2024 behorende bij de Legesverordening 2024.

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, het registreren van een partnerschap, het omzetten van een partnerschap in een huwelijk op: a.

maandag t/m vrijdag in het gemeentehuis of voormalig gemeentehuis:

€ 436,45

b.

zaterdag in het gemeentehuis of voormalig gemeentehuis:

€ 900,40

c.

maandag t/m vrijdag in een éénmalig aangewezen locatie, exclusief de kosten van deze locatie:

€ 436,45

d.

zaterdag in een éénmalig aangewezen locatie, exclusief de kosten van deze locatie:

€ 900,40

e.

een daartoe aangewezen dag, een verkorte voltrekking van een huwelijk of een verkorte registratie van een partnerschap in een daartoe aangewezen gemeentehuis of voormalig gemeentehuis:

€ 282,85

Artikel 1.2 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief voor de benoeming van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag bedraagt:

€ 127,65

Artikel 1.3 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:

€ 24,10

Artikel 1.4 Annuleren of wijzigen datum Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum, locatie en/of tijdstip voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen:

€ 38,15

Artikel 1.5 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje:

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

10

€ 38,85

Artikel 1.6 Paspoorten of andere reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a.

b.

c.

d.

een nationaal paspoort: 1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 83,85

2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 63,40

een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 83,85

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 63,40

een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 83,85

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 63,40

een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

€ 63,40

Artikel 1.7 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a.

b.

een Nederlandse identiteitskaart: 1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 75,80

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 40,90

een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:

€ 36,90

Artikel 1.8 Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: a.

voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.6 en 1.7, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:

b.

voor het bezorgen van een in de artikelen 1.6 en 1.7 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.6 en 1.7 en onder a genoemde bedragen als voor:

11

€ 57,05

1.

één document bezorging wordt aangevraagd:

€ 4,95

2.

twee of meer documenten gelijktijdig op hetzelfde adres bezorging wordt aangevraagd:

€ 9,90

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.9 Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:

€ 51,10

Artikel 1.10 Modaliteiten Het tarief genoemd in artikel 1.9 wordt: a.

bij een spoedlevering vermeerderd met:

€ 39,65

b.

bij een aanvraag in verband met vermissing van een eerder afgegeven rijbewijs vermeerderd met:

€ 40,20

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Artikel 1.11 Definities Voor de toepassing van artikel 1.12 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. Artikel 1.12 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a.

voor het verstrekken van gegevens, per verstrekking, persoonlijk aangevraagd via internet met DigiD:

€ 7,60

b.

voor het verstrekken van gegevens, per verstrekking aangevraagd aan het gemeenteloket, schriftelijk of per machtiging:

€ 12,20

c.

tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200):

€ 15,75

12

Paragraaf 1.5 Overige publiekszaken Artikel 1.13 Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a.

tot het verkrijgen van een verklaring van in leven zijn voor gebruik in Nederland:

€ 12,20

b.

tot het legaliseren van een handtekening:

€ 12,20

c.

tot het verkrijgen van een bewijs van Nederlanderschap:

€ 12,20

Paragraaf 1.6 Bestuursstukken Artikel 1.14 Afschriften van bestuursstukken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a.

een afschrift van de gemeentebegroting:

€ 43,45

b.

een afschrift van de gemeenterekening:

€ 43,45

c.

een afschrift van het verslag van een raadsvergadering, per pagina:

€ 0,75

d.

een afschrift van de stukken behorende bij een raadsvergadering, per pagina:

€ 0,75

e.

een afschrift van het verslag van een vergadering van een raadscommissie, per pagina:

€ 0,75

f.

een afschrift van de stukken behorende bij een vergadering van een raadscommissie, per pagina:

€ 0,75

g.

een afschrift van een verordening per pagina:

€ 0,75

Paragraaf 1.7 Vastgoedinformatie Artikel 1.15 Plan- of kaartinformatie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.16, onderdeel b: a.

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde:

€ 0,75

b.

in formaat A3, per bladzijde:

€ 1,30

c.

in formaat groter dan A3, per bladzijde:

€ 11,65

13

d.

in digitale vorm, per bladzijde:

€ 5,90

Artikel 1.16 Informatie uit registers Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit: a.

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object:

€ 1,55

b.

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet:

€ 1,70

c.

een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet:

€ 1,70

d.

het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed:

€ 1,70

e.

het register bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de Woningwet:

€1,70

f.

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen:

€ 0,75

Artikel 1.17 Informatie uit adressenbestanden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van: a.

het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres:

€ 0,75

b.

het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie:

€0,75

c.

het gemeentelijke adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat:

€ 0,75

d.

de gebouwenregistratie:

€ 0,75

Artikel 1.18 Informatie over percelen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vastgoed informatie over percelen en hun omgeving ten behoeve van taxatie en/of verkoopopdrachten: Artikel 1.18a Modaliteiten Het tarief genoemd in artikel 1.18 wordt:

14

€ 53,95

a.

voor het verstrekken van perceelsgebonden informatie inzake (ontwerp) bestemmingsplannen, voorbereidingsbesluiten, monumenten, beschermde stadsen dorpsgezichten vermeerderd met:

€ 25,20

b.

voor het verstrekken van informatie over de bodemgesteldheid van een kadastraal perceel vermeerderd met:

€ 27,70

c.

voor het raadplegen van het kadastrale informatiesysteem en het versturen van een PDF-document vermeerderd met:

€ 27,70

d.

voor het verstrekken van informatie over publiekrechtelijke beperkingen vermeerderd met:

€ 27,70

e.

voor het verstrekken van perceelsgebonden informatie inzake rioleringen en onlangs afgegeven omgevingsvergunningen vermeerderd met:

€ 27,70

Artikel 1.19 Kadastrale informatie 1.

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in kadastrale informatiesystemen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€ 10,25

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a.

een schermafdruk van een kadastraal gegeven op A4-formaat, per pagina:

€ 0,75

b.

de kadastrale massale output, per pagina:

€ 0,75

Artikel 1.20 Informatie uit vergunningensysteem Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.

het verkrijgen van een schermafdruk uit het bouwvergunningensysteem op A4formaat, per pagina:

€ 0,75

b.

het verstreken van een digitaal "afschrift" van een verleende vergunning of melding, voor ieder daaraan besteed kwartier:

€ 14,75

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.21 Naspeuringen in gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€ 15,00

Artikel 1.22 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift, fotokopie of scan van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina:

15

€ 0,75

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.23 Leegstandswet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet:

€ 157,70

Artikel 1.24 Wet op de kansspelen 1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: a.

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:

€ 56,50

b.

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten:

€ 22,50

vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt en een bedrag van:

€ 34,00

c.

d.

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd:

€ 226,50

voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd:

€ 90,50

vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt en een bedrag van:

€ 136,00

2.

Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden.

3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op Kansspelen (loterijvergunning):

€ 53,25

4.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning ingevolge artikel 2 van de verordening Speelautomatenhal Súdwest-Fryslân:

€ 346,15

5.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een bijschrijving of wijziging van de exploitatievergunning ingevolge de verordening speelautomatenhallen gemeente Súdwest-Fryslân:

€ 58,70

Artikel 1.25 Telecommunicatiewet 1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip wijze van uitvoering

16

€ 482,60

van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet: 2.

Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd met: a.

indien het betreft werkzaamheden in een bestaande situatie: 1.

per strekkende meter sleuf tot 200 meter:

€ 1,36

2.

per strekkende meter sleuf van 200 meter tot 1.000 meter:

€ 1,21

3.

per strekkende meter sleuf van 1.000 meter of meer:

€ 1,04

b.

indien het werkzaamheden betreft in een maagdelijk terrein, per strekkende meter:

€ 0,70

c.

indien met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk:

€ 482,60

d.

indien de melder verzoekt om een inhoudelijke afstemming bij de beoordeling aanvragen als bedoeld in artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet:

€ 88,30

e.

als met betrekking tot een melding onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

3.

Als een begroting als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

4.

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag verstrekken van informatie over kabels en leidingen uit het gemeentelijke archief en overige in gebruik zijnde informatiebronnen:

€ 72,75

Artikel 1.26 Wegenverkeerswetgeving 1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.

b.

een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:

€ 53,95

1.

indien bij het verkrijgen van de ontheffing, onder a., een pasje wordt verstrekt voor de bediening van de dynamische palen, bedraagt het tarief:

€ 76,55

een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen, voor een periode van maximaal 5 jaar:

€ 53,95

17

2.

c.

een parkeervergunning bij belanghebbendenplaatsen (parkeerzones voor vergunninghouders) als bedoeld in artikel 3.1 van de Parkeerverordening Súdwest-Fryslân 2019:

€ 23,95

d.

een ontheffing voor het houden van een wedstrijd op de weg als bedoeld in artikel 10 van de Wegenverkeerswet (verklaring geen bezwaar wielerrondes, triatlons e.d.):

€ 53,95

e.

verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), voor een periode van maximaal 5 jaar:

€ 43,10

1.

bij verlies of diefstal van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) kan, mits hiervan aangifte is gedaan, een vervangende GPK worden verkregen tegen betaling van:

€ 43,10

2.

bij afgifte van een gehandicaptenparkeerkaart wordt éénmalig een borg geheven. De borg is alleen verschuldigd bij de eerste afgifte, of bij de eerste verlenging volgend op een afgifte waarbij geen borg is betaald. Als de kaart weer wordt ingeleverd wordt de borg terugbetaald. De borg is opgenomen in de ‘Beleidsregels gehandicaptenparkeerkaarten en gehandicaptenparkeerplaatsen 2020 gemeente Súdwest-Fryslân’ en bedraagt:

€ 50,00

Het tarief tot wijziging of verstrekking van een duplicaat van een parkeervergunning of ontheffing uit het eerste lid bedraagt:

€ 23,95

Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.27 Gehandicaptenparkeerplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.

verstrekking van een gehandicaptenparkeerplaats (GPP) als bedoeld in de ‘Beleidsregels gehandicaptenparkeerkaarten en gehandicaptenparkeerplaatsen 2020 gemeente Súdwest-Fryslân’:

€ 452,60

b.

verstrekking van een nieuw onderbord voor een gehandicaptenparkeerplaats (GPP) in verband met een wijziging van het kenteken:

€ 66,35

Artikel 1.28 Vermiste taxi- en OV-passen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.

verstrekking van een vervangend taxipasje bij verlies of diefstal van een taxipasje, mits hiervan melding is gedaan bij de gemeente (verloren voorwerpen): 1.

bij de eerste vermissing:

€ 47,10

2.

bij de tweede en verdere vermissing:

€ 62,70

18

b.

verstrekking van een vervangende OV-pas, bij verlies van een OV-pas, dat verstrekt is op grond van de ‘Nadere regels Reiskosten Voortgezet Onderwijs schooljaar 2022/2023 en 2023/2024’:

€ 20,00

Artikel 1.29 Overige kabels en leidingen 1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Verordening kabels en leidingen gemeente Súdwest-Fryslân:

2.

Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd met: a.

3.

€ 482,60

indien het betreft werkzaamheden in een bestaande situatie: 1.

per strekkende meter sleuf tot 200 meter:

€ 1,36

2.

per strekkende meter sleuf van 200 meter tot 1.000 meter:

€ 1,21

3.

per strekkende meter sleuf van 1.000 meter of meer:

€ 1,04

b.

indien het werkzaamheden betreft in een maagdelijk terrein, per strekkende meter:

€ 0,70

c.

indien met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk:

€ 482,60

d.

indien de melder verzoekt om een inhoudelijke voorafstemming bij de voorbereiding en of beoordeling van de vergunningsaanvraag:

€ 88,30

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag verstrekken van informatie over kabels en leidingen uit het gemeentelijke archief en overige in gebruik zijnde informatiebronnen:

€ 72,75

Artikel 1.30 Diverse vergunningen of beschikkingen 1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: a.

een ontheffing van het verbod tot het stoken van vuur, op grond van artikel 5:34 van de APV Súdwest-Fryslân 2021:

€ 53,95

b.

een ontheffing als bedoeld in artikel 4.6 van de APV Súdwest-Fryslân 2021 (bijvoorbeeld geluidhinder bij evenementen):

€ 53,95

c.

een ontheffing als bedoeld in artikel 4.18 van de APV Súdwest-Fryslân 2021 (kamperen buiten kampeerterreinen):

€ 125,10

d.

[vervallen]

e.

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

19

€ 53,95

f.

een vergunning als bedoeld in de verordeningen havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021:

€ 151,05

g.

een ligplaatsvergunning conform de Woonschepenverordening SúdwestFryslân:

€ 161,90

h.

een verkoopvergunning voor vuurwerk als bedoeld in artikel 2:72 van de APV Súdwest-Fryslân 2021:

€ 125,10

2.

Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, is 50% van de leges verschuldigd

3.

indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid buiten behandeling wordt gesteld, is 25% van de leges verschuldigd

4.

indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt ingetrokken nadat de aanvraag al in behandeling is genomen door de gemeente, is 50% van de leges verschuldigd

5.

Het bedrag aan leges bedraagt, na toepassing van de in de leden 2 tot en met 4 bedoelde verrekening, minimaal € 53,95

Artikel 1.31 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a.

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 9,95

b.

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1.

per pagina op papier van A-4 formaat

€ 0,90

2.

per pagina op papier van een ander formaat

€ 1,60

c.

kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorende bij de in de onderdelen a en b genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk

€ 11,90

d.

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 9,95

20

Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

2.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

4.

a.

binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het B8;

b.

binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving: a.

onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;

b.

onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;

c.

onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.

5.

In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan de normbouwkosten voor de bouwactiviteit, als daarin is voorzien in de bij deze tarieventabel behorende Tabel Kengetallen Bouwkosten Súdwest-Fryslân en de bij de aanvraag opgegeven bouwkosten meer dan 10% afwijken van deze normbouwkosten.

6.

Flitsvergunning: een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakkapel, dakopbouw, tuinhuisje, overkapping, kozijnverandering, erfafscheiding, perceelafscheiding, garage, aanbouw, uitbouw, schotelantenne, damwand, walbeschoeiing of steiger of aanleggen van een inrit/uitrit, die digitaal is aangevraagd via www.omgevingsloket.nl en: -

Voldoet aan de indieningsvereisten in de Regeling omgevingsrecht; Voldoet aan het bestemmingsplan en/of planologische afwijkingenbeleid;

21

-

Voldoet aan de sneltoetscriteria behorende tot de welstandnota; Niet aan of bij een monument of binnen beschermde stads- of dorpsgezicht is; Niet binnen een straal van 25 m van een bedrijf ligt (gemeten vanaf de perceelgrenzen) met uitzondering van aan huis verbonden beroepen; en Niet binnen 1 km van een Natura 2000 gebied ligt.

Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.

omgevingsoverleg;

b.

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

c.

een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

d.

toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

e.

een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;

f.

intrekking van een omgevingsvergunning;

g.

wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;

h.

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

Artikel 2.3 Bepalen tarief 1.

De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

2.

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

3.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

4.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

5.

Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

6.

In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

22

Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg 1.

Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van een vooroverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief, ongeacht de uitkomst daarvan:

€ 468,00

2.

Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van een Omgevingstafel of een Ontwikkeltafel bedraagt het tarief:

€ 1.558,40

3.

Als de aanvraag betrekking heeft op het verkrijgen van een verklaring vergunningvrij bouwen bedraagt het tarief:

€ 203,00

4.

Als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en hiervoor geen advies van de gemeentelijke adviescommissie bedoeld in artikel 2.49, eerste lid, aanhef en onder b, nodig is, wordt het tarief als bedoeld in de leden 1 tot met 3 verhoogd met de leges zoals deze door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling welstandszorg Hûs en Hiem is vastgesteld (zie www.husenhiem.nl)

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

indien de bouwkosten minder dan € 5.000,- bedragen:

€ 45,00

b.

indien de bouwkosten € 5.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 25.000,-:

€ 45,00

vermeerderd met € 5,10 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 5.000,c.

Indien de bouwkosten € 25.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 50.000,-:

€ 249,00

vermeerderd met € 4,46 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 25.000,d.

indien de bouwkosten € 50.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 100.000,-:

€ 471,75

vermeerderd met € 3,96 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 50.000,e.

indien de bouwkosten € 100.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 250.000,-: vermeerderd met € 3,49 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 100.000,-

23

€ 867,45

f.

indien de bouwkosten € 250.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 10.000.000,-:

€ 1.915,05

vermeerderd met € 1,78 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 250.000,g.

indien de bouwkosten € 10.000.000 of meer bedragen:

€ 36.664,05

vermeerderd met € 0,41 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 10.000.000,Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) 1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

1.

indien de bouwkosten minder dan € 5.000,- bedragen:

2.

indien de bouwkosten € 5.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 25.000,-:

€ 105,00

€ 105,00

vermeerderd met € 11,91 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 5.000,3.

Indien de bouwkosten € 25.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 50.000,-:

€ 581,40

vermeerderd met € 10,40 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 25.000,4.

indien de bouwkosten € 50.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 100.000,-:

€ 1.101,15

vermeerderd met € 9,23 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 50.000,5.

indien de bouwkosten € 100.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 250.000,-:

€ 2.024,45

vermeerderd met € 8,15 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 100.000,6.

indien de bouwkosten € 250.000,- bedragen of meer, doch minder dan € 10.000.000,-:

€ 4.468,85

vermeerderd met € 4,16 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 250.000,7.

indien de bouwkosten € 10.000.000 of meer bedragen:

24

€ 85.549,85

vermeerderd met € 0,95 voor elke € 500,- of gedeelte daarvan boven € 10.000.000,als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en hiervoor geen advies van de gemeentelijke adviescommissie bedoeld in artikel 2.49, eerste lid, aanhef en onder b, nodig is, verhoogd met de leges zoals deze door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling welstandszorg Hûs en Hiem is vastgesteld (zie www.husenhiem.nl)

b.

c. 2.

als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met:

€ 130,00

als moet worden beoordeeld of de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- en dorpsgezicht, verhoogd met:

€ 226,00

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ 616,00

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 1.239,00

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het behandelen van een flitsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 6, bedraagt het tarief:

€ 100,00

Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stadsen dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 616,00

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ 616,00

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 616,00

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd

25

rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 14 van de Erfgoedverordening Súdwest-Fryslân 2024 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 1.

2.

b.

2.

2.

3.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

€ 91,00

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

€ 91,00

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

€ 91,00

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 1.

2.

€ 91,00

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 1.

c.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

€ 91,00

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

€ 91,00

Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met:

€ 91,00

Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening Súdwest-Fryslân 2024 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a.

als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

b.

als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit

26

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

b.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

€ 91,00

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

€ 91,00

Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht 1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

b.

c. 2.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 20 van de Erfgoedverordening Súdwest-Fryslân 2024 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

€ 91,00

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ 91,00

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 91,00

Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit

27

€ 91,00

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 1.963,00

Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 1.963,00

Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: a.

voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft:

€ 5.450,00

b.

voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13512275/1