Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van leges 2023
Tekst van het document
Ons nummer: R22.000174
*R22.000174* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Verordening op de heffing en invordering van leges 2023 22 december 2022 Bestjoer en Finânsjes 8 december 2022 Henk de Boer Belastingen Sieta Tiesma
Voorstel: Legesverordening 2023 vast te stellen. Samenvatting: Er zijn jaarlijks aanpassingen nodig in de tarieventabel van de legesverordening die zorgen voor aansluiting bij jurisprudentie en de uitvoeringspraktijk. In dit voorstel stellen wij diverse aanpassingen in de verordening en de tarieventabel voor. Daarnaast zijn de tarieven aangepast conform de programmabegroting. Argumenten: Wij stellen de volgende aanpassingen met betrekking tot de leges voor: Aanpassingen verordening De verordening is, voor zover van toepassing, aangepast naar de modelverordening van de VNG. Deze aanpassingen hebben geen invloed op de uitvoering van de legesverordening. De twee onderstaande wijzigingen hebben wel invloed op de uitvoering: - Artikel 4 Vrijstellingen: wij hebben een vrijstelling opgenomen voor het in behandeling nemen van aanvragen om standplaatsen die worden ingenomen voor ideële of maatschappelijke doelstelling. Dit zijn standplaatsen met een maatschappelijk belang zonder winstoogmerk zoals bijvoorbeeld de onderzoek bus voor landelijk borstkankeronderzoek. -
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden: in dit artikel is het college als bevoegd aangewezen om wijzigingen in de verordening aan te brengen als deze alleen van redactionele aard zijn of als het wijzigingen in Rijkstarieven betreft. Bij de wijzigingen in Rijkstarieven is artikel 1.24 (Wet op kansspelen) toegevoegd. Bij de totstandkoming van dit artikel in de legesverordening van 2021 zijn de Wet op kansspelen per abuis niet meegenomen. Door deze toevoeging wordt dit nu hersteld.
Aanpassingen tarieventabel Algemeen Vooruitlopend op de invoering van de omgevingswet (per 1 juli 2023) is de opmaak van de tarieventabel van de legesverordening 2023 aangepast naar de indeling van de modelverordening van de VNG. Hoewel de tarieventabel sterk gewijzigd lijkt is deze inhoudelijk veelal ongewijzigd. De inhoudelijke wijzigingen worden hieronder per hoofdstuk besproken.
1
In de paragraaf lokale heffingen uit de programmabegroting is vastgesteld dat voor het berekenen van de totale opbrengsten in 2023 is uitgegaan van een verhoging van de tarieven met 3% (inflatiecorrectie), dit met uitzondering van de tarieven die door het Rijk vastgesteld worden en de tarieven in hoofdstuk 2. Voor de tarieven in hoofdstuk 3 is, naast de inflatieverhoging, ook meer aansluiting gezocht bij de werkelijke tijdsbesteding bij bepaalde diensten. Dit heeft bij een aantal tarieven tot een verhoging of verlaging geleid. Dit geldt ook voor een tweetal artikelen uit hoofdstuk 1. De aanpassingen in tarieven anders dan een inflatiecorrectie of Rijkstarieven worden hieronder per hoofdstuk besproken. Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart In artikel 1.8, onderdeel b worden onder 1 en 2 de bezorgingstarieven vastgesteld. Door de jaarlijkse verhogingen waren deze tarieven in 2022 vastgesteld op € 5,95 voor de bezorging van één reisdocument en € 11,90 voor twee of meer reisdocumenten gelijktijdig op hetzelfde adres. Het aantal bezorgingen loopt achteruit. Uit navraag onder aanvragers blijkt dat dit komt door de hoogte van het tarief. De bezorgingstarieven zijn in 2018 ingevoerd.
Het betrof toen een politieke keuze in verband met de afstand die een deel van de inwoners af moet leggen naar de gemeenteloketten in Bolsward en Sneek. Door de tarieven weer te verlagen naar de originele tarieven van 2018 (€ 4,95 voor de bezorging van één reisdocument en € 9,90 voor twee of meer reisdocumenten gelijktijdig op hetzelfde adres) gaan we ervan uit dat er weer meer gekozen wordt voor de bezorgingstarieven. Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten In artikel 1.24 (Wet op de kansspelen) sluiten we volledig aan op de modelverordening. De tarieven in dit artikel betreffen Rijkstarieven. In het vierde lid van artikel 1.25 (Telecommunicatiewet) is een tarief opgenomen voor het op aanvraag verstrekken van informatie naar onderzoek naar schade aan bestaande kabels en leidingen. De vakgroep kabels en leidingen krijgt meermalen te maken met vragen van bedrijven die, in opdracht van netbeheerders, onderzoek doen naar schade aan kabels en leidingen naar aanleiding van uitgevoerde werkzaamheden van derden/grondroerders. Voor het kunnen beantwoorden van deze vragen moeten wij onderzoek doen naar de eventuele ontstane schade. Dit kost tijd. Wij stellen voor om hiervoor leges in rekening te brengen. Op grond van de tijdsbesteding stellen wij een tarief van € 68,- voor.
In artikel 1.26 (Wegenverkeerswetgeving) stellen wij voor het tarief in het eerste lid onderdeel a te verhogen van € 21,75 naar € 50,40. Dit tarief was, in vergelijking met de overige tarieven in dit artikel, gezien de tijdsbesteding van de behandeling van deze ontheffing erg laag. Paragraaf 1.10 Diversen In artikel 1.30 (Diverse vergunningen en beschikkingen) stellen wij voor de onderdelen c (ontheffing voor kamperen buiten kampeerterreinen) en h (verkoop van vuurwerk) een verhoging voor. Deze tarieven zijn, in vergelijking met de overige tarieven in dit artikel, gezien de tijdsbesteding van de behandeling van deze ontheffing en vergunning erg laag. Bovendien vinden wij gelet op het commerciële karakter van deze ontheffing en vergunning een verhoging naar € 150,- niet ongewenst. In 2022 waren deze tarieven € 48,90. Omdat dit een verhoging van meer dan 200% betreft stellen wij voor om in drie jaar naar een tarief van € 150,- toe te groeien: 2022 Art. 1.30 c. kamperen buiten kampeerterreinen € 48,90 Art. 1.30 h. vuurwerk € 48,90 * bedragen in 2024 en 2025 zijn exclusief inflatieverhoging
2023 € 83,40 € 83,40
2024* € 116,90 € 116,90
2025* € 150,00 € 150,00
Bij de verrekening in verband met weigering, buitenbehandeling stelling en intrekking van een vergunning uit dit artikel stellen wij voor in het vijfde lid een minimum bedrag (€ 50,40) in te voeren. Dit is gelijk aan de verrekening in hoofdstuk 3.
2
Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning In hoofdstuk 2 zijn geen wijzigingen aangebracht. De invoering van de omgevingswet is weer uitgesteld. De verwachting is dat de omgevingswet per 1 juli 2023 in werking treedt. Inhoudelijk stellen wij daarom op dit moment geen wijzigingen voor, omdat er door de invoering van de omgevingswet ook weer veel wijzigingen zullen zijn. Voor de inwerkingtreding van de omgevingswet zal een wijziging op de legesverordening 2023 aan u voorgesteld worden. In de paragraaf lokale heffingen in de programmabegroting is de kostendekkendheid van hoofdstuk 2 vastgesteld op 100%. Daarom stellen wij voor om de tarieven in dit hoofdstuk niet, zoals hoofdstuk 1 en 3, aan te passen met het inflatiepercentage. Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca In artikel 3.1 onderdeel a (exploitatievergunning) stellen wij voor het tarief gezien de grote tijdsbesteding van de behandeling van deze vergunning met € 300,- (exclusief inflatie) te verhogen. Omdat dit een verhoging van meer dan 100% betreft stellen wij voor om in drie jaar naar een tarief van € 617,- toe te groeien: 2022 Artikel 3.1 a exploitatievergunning € 307,75 * bedragen in 2024 en 2025 zijn exclusief inflatieverhoging
2023 € 417,00
2024* € 517,00
2025* € 617,00
Voor artikel 3.2, onderdeel a. onder 1 (alcoholvergunning voor commerciële instellingen) geldt hetzelfde. Ook hier stellen wij voor het tarief in drie jaar met € 300,- (exclusief inflatie) te verhogen: 2022 Artikel 3.2 a 1 alcohol commercieel € 335,65 * bedragen in 2024 en 2025 zijn exclusief inflatieverhoging
2023 € 445,70
2024* € 545,70
2025* € 645,70
De behandeling van de vergunningen bedoeld in artikel 3.2, onderdelen c. tot en met e. zijn gelijk qua tijdsbesteding. Er zit echter verschil in de tariefstelling. Wij stellen voor deze tarieven op gelijke hoogte te stellen op € 75,-. Bij de vaststelling van dit tarief is rekening gehouden met de tijdsbesteding van de in behandeling van dergelijke vergunningsaanvragen. 2022 € 53,25 € 53,25 € 103,45
Artikel 3.2 c melding art. 30 Alcoholwet Artikel 3.2 d aanvraag art. 30a Alcoholwet Artikel 3.2 e ontheffing art. 35 Alcoholwet
2023 €75,00 € 75,00 € 75,00
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet In artikel 3.6 (ontheffing winkeltijdenwet) stellen wij voor het tarief te verhogen van € 29,25 naar € 50,40. Dit tarief is, in vergelijking met de overige tarieven in deze paragraaf, gezien de tijdsbesteding van de behandeling van deze ontheffing erg laag. Paragraaf 3.5 Standplaatsen In artikel 3.10 (Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt) stellen wij voor in het eerste lid een tarief vast te stellen voor een door een derde georganiseerde markt. In onze gemeente worden meerdere markten door derden georganiseerd. Bijvoorbeeld de markten in Woudsend en Hemelum, maar ook de Hardzeildagbraderie in Sneek. Voor het organiseren van deze markten is een vergunning nodig, maar hiervoor was geen legestarief opgenomen in de verordening. Voor het in behandeling nemen van een dergelijke vergunningsaanvraag maken wij wel kosten. Op grond van vergelijkbare tarieven in dit hoofdstuk stellen wij een tarief voor van € 50,40.
3
In het derde lid van dit artikel is het tarief een standplaatsvergunning van een standplaats buiten de markt om vastgesteld. Hierbij werd tot afgelopen jaar onderscheid gemaakt tussen een tarief voor een incidentele standplaats (max. 2 dagen) en een standplaats voor langere duur (max. 5 jaar). Omdat de behandeling van deze vergunningen dezelfde tijd in beslag neemt stellen wij voor dit onderscheid niet meer te maken. Paragraaf 3.7 Verrekening In artikel 3.12 is bepaald dat de verrekening bij weigering, buiten behandeling stelling of intrekking voor het gehele hoofdstuk geldt. Voorheen was een verrekening alleen van toepassing op paragraaf 3.1 Horeca en paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt. Een onderscheid hierin is onwenselijk. Door dit artikel wordt het onderscheid opgeheven. Er is alleen wel een uitzondering opgenomen voor het tarief voor een aanvraag om een standplaatsvergunning op de jaarmarkt. Verrekening is hierop niet van toepassing omdat een weigering of intrekking niet voorkomt bij een dergelijke aanvraag. Risico’s: Er zijn geen risico’s. Met de vaststelling van de voorgestelde aanpassingen sluiten we meer aan bij de jurisprudentie en de uitvoeringspraktijk. Financiën: In de begroting is al rekening gehouden met de voorgestelde aanpassing van de tarieven. Andere opties: Er kan voor gekozen worden de afzonderlijke aanpassingen niet door te voeren.
Dat heeft in meer of minder mate gevolgen voor de werkbaarheid, de kostendekkendheid en/of de opbrengst. Wettelijke basis: Artikel 229 van de Gemeentewet Global Goals Deze belastingverordening richt zich op de uitvoering van vastgesteld beleid. In die zin is er geen link met de Global Goals. Wie zijn betrokken: belastingplichtigen Wijze van participatie: informeren Digitale links naar informatiebronnen: n.v.t. In welke fase: vaststelling
4
Planning vervolg in de raad/LTA: jaarlijks Bijlage(n) tarieventabel legesverordening 2023
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
5
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Verordening op de heffing en invordering van leges 2023 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2022; gelet op artikel artikel 229 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van leges 2023 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. jaar: het tijdvak dat loopt van de eerste dag in een kalenderjaar tot de eerste dag in het volgende kalenderjaar; c. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; d. maand: het tijdvak dat loopt van de eerste dag in een kalendermaand tot de eerste dag in de volgende kalendermaand; e. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a.
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; b. diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. het door gemeenteambtenaren, in de uitoefening van hun functie, raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het Kadaster en de openbare registers; d. het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen.
e. het in behandeling nemen van aanvragen om standplaatsen die worden ingenomen voor een ideële of maatschappelijke doelstelling. Artikel 5
Maatstaven van heffing en tarieven
1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een Projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7
Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn. b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken van de tarieventabel betreft: 1.
paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. paragraaf 1.4 (Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens)
4. artikel 1.24 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van de tarieventabel bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11
Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 2. De Legesverordening 2022 van 23 december 2021 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Legesverordening 2022 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 december 2022
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
, voorzitter.
, griffier.