CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: ‘Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026’1.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R25.000138

*R25.000138* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering

: : : : :

Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 4 december 2025 18 december 2025

Onderwerp

:

Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026

Raadsvoorstel: Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026 vast te stellen. Samenvatting: Tijdens de behandeling van de programmabegroting 2026 op 13 november 2025 zijn er verschillende amendementen ingediend. Daarbij is ook een amendement aangenomen over de verordening forensenbelasting, met dien verstande dat het tarief van de forensenbelasting niet verhoogd wordt. Door het vaststellen van de verordening forensenbelasting wordt het tarief vastgesteld waarmee de begrote opbrengst wordt gegeneerd. Dit tarief wijzigt ten opzichte van 2025 niet. In de verordening zijn redactionele aanpassingen gedaan om aan te sluiten bij wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk. De vrijstelling voor personen die verblijven in een gemeubileerde woning, waarvoor toeristenbelasting wordt geheven op grond van de Verordening toeristenbelasting, is verwijderd. Het schrappen van deze vrijstelling draagt bij aan een eenduidige toepassing van de verordening. Forensenbelasting gaat hiermee voor toeristenbelasting. Inleiding: Jaarlijks moet het tarief forensenbelasting voor 1 januari worden aangepast om de begrote opbrengst te realiseren. Conform de vastgestelde programmabegroting wijzigt het tarief voor de forensenbelasting niet. Global Goals: niet van toepassing.

Argumenten: Op 13 november 2025 heeft uw raad de programmabegroting 2026 vastgesteld met dien verstande dat het tarief van de forensenbelasting niet verhoogd wordt. De lagere opbrengst van de forensenbelasting wordt gedekt uit het begrotingssaldo. Het tarief voor de forensenbelasting is een percentage van de vastgestelde WOZ-waarde. In 2025 bedraagt het tarief 0,1819% van de vastgestelde WOZ-waarde. Dit tarief wijzigt in 2026 conform het vastgestelde amendement niet. Door de stijging van de WOZ-waardes zal de gemiddelde aanslag en ook de uiteindelijke opbrengst echter hoger uitvallen dan in 2025. Op dit moment is ongeveer 37% van de woningen waar forensenbelasting geldt gewaardeerd. Op basis van geschatte waardes wordt op dit moment in 2026 een opbrengst van € 1.065.500 verwacht. Dit is ten opzichte van de begrote opbrengst van 2025 een meeropbrengst van ruim € 50.000. De verwachting is dat begin december 90% van de woningen is gewaardeerd. Er wordt dan opnieuw een

1

berekening gemaakt van de verwachte opbrengst. De portefeuillehouder zal bij de behandeling van dit raadsvoorstel aan de commissie hier een uitspraak over kunnen doen. Rol en bevoegdheid: De raad is bevoegd dit besluit te nemen krachtens artikel 216 van de Gemeentewet. Risico’s: Het tarief voor de forensenbelasting wordt berekend aan de hand van de totale WOZ-waarde en de gewenste begrote opbrengst. Op het moment van het berekenen van de tarieven was 37% van alle objecten gewaardeerd. Voor de overige objecten is aan de hand van stijgingspercentages een schatting gemaakt van de uiteindelijke waarde. Financiën: Door de stijging van de WOZ-waardes zal de gemiddelde aanslag en ook de uiteindelijke opbrengst echter hoger uitvallen dan begroot. Dit wordt momenteel ingeschat op € 50.000. Juridisch: Artikel 223 van de Gemeentewet. Alternatieven: Een alternatief is om tarieven te berekenen met als uitgangspunt de begrote opbrengst van 2025 (€ 1.013.714). De tarieven worden berekend door de begrote opbrengst te delen door de totale waarde van alle woningen waarvoor forensenbelasting geldt. Omdat de totale waarde in 2026 stijgt ten opzichte van 2025 daalt het tarief bij een gelijkblijvende opbrengst. Met een tarief 0,1731% wordt de begrote opbrengst gerealiseerd. Dit tarief is ook berekend op basis van een schatting.

De verwachting is dat begin december 90% van de woningen is gewaardeerd. Er wordt dan ook opnieuw een berekening gemaakt van dit alternatieve tarief. De portefeuillehouder zal bij de behandeling van dit raadsvoorstel aan de commissie hier een uitspraak over kunnen doen. Participatie en communicatie: Informeren door middel van wettelijke publicatie, aanslagbiljet en gemeentelijke website. Planning en vervolgproces: Jaarlijks op de agenda. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2025 Besluitenlijst raad gemeente SWF 13-11-2025 Bijlage(n): Niet van toepassing Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. C. Smits

, gemeentesecretaris.

2

Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder een gemeubileerde woning: een woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2

Belastbaar feit en belastingplicht

1. Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2. De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden. 3. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

Artikel 3 Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene: a. die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of als lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam vergaderingen bijwoont; b. op last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft; Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de gemeubileerde woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de gemeubileerde woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerendzaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. 5. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt 0,1819%. 6. Indien de forensenbelasting met andere heffingen is verenigd op één aanslag, wordt het totaalbedrag aangemerkt als één belastingbedrag. Als dit bedrag minder is dan € 10 vindt geen invordering plaats.

Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

3

Artikel 6 Wijze van heffing De forensenbelasting wordt per aanslag geheven. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2. Artikel 8

Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden later. 3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het ‘Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân’. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in de voorgaande leden.

Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De Verordening forensenbelasting 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan, blijft de Verordening forensenbelasting 2025 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16289922/1