Raadsvoorstel - Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2026
Tekst van het document
23
c.
is komen vast te staan dat deze persoon afkomstig uit het sociaal netwerk in staat is tot het verrichten van de hulp of zorg op kwalitatieve, doelmatige en veilige wijze.
Artikel 7.6 Besteding en verantwoording PGB 1. De inwoner dient binnen 12 maanden na de datum van de toekenningsbeschikking een kopie van het aanschafbewijs (kopie factuur) in te leveren. 2. Het Pgb voor onderhoud, service en verzekering wordt eenmalig betaald gedurende de technische levensduur van de vervoersvoorziening en hoeft niet verantwoord te worden. 3. Indien de vervoersvoorziening langer dan 3 maanden niet wordt gebruikt kan het college de toegekende voorziening intrekken of beëindigen. 4. Het Pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 5. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het PGB voor ten hoogste 13 weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als het vermoeden bestaat dat de inwoner het PGB in die periode anders ten onrechte kan inzetten.
Hoofdstuk 8 Oneigenlijk gebruik Artikel 8.1 Voorkoming en bestrijding van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet 1.
2.
3.
Het college informeert inwoner of diens vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of PGB zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een inwoner aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Concreet betekent dit dat een cliënt het college actief moet informeren over onder meer: a. Een wijziging in zijn/haar beperking(en) die van invloed is op het gebruik van de voorziening; b. Een gewijzigde gezinssituatie in de gevallen waardoor er sprake is/kan zijn van eigen kracht; c. Verbetering in de (gezondheids-)situatie waardoor de voorziening niet langer of in mindere mate noodzakelijk is; d. Het niet ontvangen van kwalitatieve ondersteuning; Indien ondersteuning wordt ingezet voor een ander doel dan waarvoor deze wordt verleend; e. Indien zorg wordt gedeclareerd voor ondersteuning die niet (juist) is verleend; f.
Als tijdelijk geen gebruik kan worden gemaakt van de voorziening door detentie, behandeling in een instelling of opname in een ziekenhuis, verpleegtehuis of revalidatiecentrum; g. Het wijzigen van zorgverlener; h. Het toe- of afnemen van verleende mantelzorg of hulp uit het sociaal netwerk; i. Een verhuizing; j. Een vakantie of verblijf in het buitenland van meer dan 4 weken; k. Het niet langer gebruikmaken van een voorziening. Het niet of niet volledig nakomen van de medewerkingsplicht kan leiden tot beëindiging, intrekking, opschorting of herziening van de maatwerkvoorziening.
24
4. 5.
Het niet of niet volledig nakomen van de inlichtingenplicht kan leiden tot beëindiging, intrekking of herziening van een maatwerkvoorziening. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan de op dat moment berekende restwaarde worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 9 Eigen bijdrage Artikel 9.1 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en PGB’s 1.
2.
3.
4. 5.
Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel PGB, zolang een inwoner van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het PGB wordt verstrekt Ter uitwerking van het bepaalde in artikel 3.8 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is de hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer € 0,24 per kilometer en wordt een starttarief van €1,00 per rit gehanteerd. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het Besluit. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of PGB zijn gelijk aan het bedrag genoemd in de artikel 2.1.4, vierde lid, van de wet en voor wat betreft hulpmiddelen en woningaanpassingen niet hoger dan de kostprijs. Op grond van artikel 2.1.4b, eerste lid, van de wet worden de bijdragen als bedoeld in artikel 2.1.4a van de wet, voor een maatwerkvoorziening of PGB door het CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of PGB ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner.
Artikel 9.2 Geen bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en PGB’s In afwijking van artikel 9.1 is overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 kan geen of een lagere bijdrage opgelegd worden in de volgende situaties: a. indien het college van oordeel is dat er voor de vast te stellen bijdragen (tijdelijk) onvoldoende betalingscapaciteit aanwezig is bij de inwoner; b. indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstelling van een integrale dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een inwoner die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente; c. indien de inwoner of de echtgenoot van de inwoner een bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 dan wel een bijdrage ingevolge de artikelen 3.3.2.1 of 3.3.2.2 van het Besluit langdurige zorg verschuldigd is; d. indien de inwoner of zijn echtgenoot gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de maand in een instelling voor opvang verblijft; e.
indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de op-
25
f. g. h. i. j.
k.
voeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; voor een rolstoel; voor een verhuiskostenvergoeding; voor het bezoekbaar maken van een woning; voor een autokostenvergoeding; bij een inwoner die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing voor zover bij verordening op grond van artikel 2.1.5 van de wet een ander de bijdrage verschuldigd is; door de gehuwde inwoner of de gehuwde inwoner tezamen, waarvan ten minste een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt;
Hoofdstuk 10 Toezichthouders Artikel 10.1 Toezichthouders 1. Het college wijst toezichthoudende ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet. 2. De aangewezentoezichthouder is belast met: a. Controleren of de (Pgb-)aanbieder de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking, de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft; b. Ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de inwoner of de Pgbbeheerder heeft gesloten of deze voldoen aan de bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie; c. Controleren of de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd; d. De bevoegdheid om (Pgb-)aanbieders te screenen. Eenieder is verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de toezichthouder.
Hoofdstuk 11 Incidenten, calamiteiten en geweld Artikel 11.1 Meldingsregeling incidenten, calamiteiten en geweld 1.
2. 3.
4.
Het college treft een regeling voor het melden van incidenten, calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. Aanbieders melden ieder incident, calamiteit en geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar het incident, de calamiteiten en/of geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere incidenten, calamiteiten en het bestrijden van geweld. Het college kan de meldingsregels nader uitwerken
26
Hoofdstuk 12 Klachten Artikel 12.1 Klachtregeling 1. 2.
3.
Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van inwoners en ten aanzien van alle (maatwerk)voorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van: a. de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders; b. een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek; c. een jaarlijks onderzoek met betrekking tot hulp bij het huishouden. Het college behandelt klachten van inwoner die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de klachtenregeling conform de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 13 Mantelzorg en Right to Challenge Artikel 13.1 Jaarlijkse waardering mantelzorgers Het college stelt nadere regels voor de jaarlijkse blijk van waardering op voor de (jonge) mantelzorgers van inwoners in de gemeente.
Artikel 13.2 Right to challenge 1.
2. 3. 4. 5.
6.
7.
Het college wijst ingezetenen actief op de mogelijkheid initiatieven te ontplooien die het uitvoeren van taken van het college op grond van de wet betreffen, zoals vastgelegd in artikel 2.6.7 van de wet. Het college biedt de inwoners de mogelijkheid tot het indienen van een challenge. Het college legt deze mogelijkheid vast in het inkoop- en aanbestedingsbeleid. Een challenge wordt schriftelijk als plan ingediend bij het college. Bij een aanvraag om een challenge kan het college de aanvrager verplichten tot het overleggen van de volgende gegevens: a. een beschrijving van de taak/taken die de inwoners (deels) overnemen; b. de resultaten die beoogd worden met de challenge; c. op welke wijze de continuïteit wordt geborgd; d. hoe aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Het college biedt inwoners die een challenge indienen de mogelijkheid tot: a. ondersteuning bij het opstellen van een plan, zoals genoemd in lid 4; b. ondersteuning bij de verantwoording aan het college van de realisatie van het plan, zoals bedoeld in lid 4; Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van artikel 2.6.7 van de wet.
Hoofdstuk 14 Inspraak Artikel 14.1 Inspraak en medezeggenschap 1.
Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval inwoners of hun vertegenwoordigers:
27
vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen; b vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning; en c voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval inwoner of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en voorziet van de informatie die nodig is voor een adequate deelname aan het overleg. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste en tweede lid. a
2.
3.
Hoofdstuk 15 Slotbepalingen Artikel 15.1 Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt minimaal eenmaal per twee jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de verordening in de praktijk.
Artikel 15.2 Overgangsrecht Aanvragen en bezwaarschriften waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld volgens deze verordening.
Artikel 15.3 Mogelijkheden om af te wijken 1. 2.
In die gevallen waarin in deze verordening niet wordt voorzien, beslist het college. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner met een vastgestelde ondersteuningsbehoefte afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 15.4 Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026 , onder gelijktijdige intrekking van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2022 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026
mr. drs. J.A. de Vries
, voorzitter
G.W. Stegenga
, griffier
28