Raadsvoorstel - Verordening commissie bezwaarschriften2023-2026
Tekst van het document
Ons nummer: R22.000134
*R22.000134* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Verordening commissie bezwaarschriften gemeente SúdwestFryslân 2023-2026 8 december 2022 Bestjoer en Finânsjes 22 december 2022 Michel Rietman Juridische en Veiligheidszaken Marjolein Heres
Voorstel: De Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Súdwest-Fryslân 2022-2026 vast te stellen.
Samenvatting: In uw vergadering van 4 oktober 2018 is de huidige verordening commissie bezwaarschriften vastgesteld. Deze verordening is voor een periode van 4 jaar vastgesteld en is tot uiterlijk 1 januari 2023 van toepassing. Dat betekent dat voor de periode vanaf 1 januari 2023 een nieuwe verordening dient te worden vastgesteld. De verordening is op hoofdlijnen hetzelfde. Er zijn een aantal redactionele wijzigingen die vooral zien op de leesbaarheid. Daarnaast worden een aantal inhoudelijke wijzingen en toevoegingen voorgesteld. Deze inhoudelijke wijzigingen en toevoegingen zullen hieronder kort worden toegelicht. Argumenten: Artikel 4 Kamers (wijziging) Het voorstel is om lid 6 toe te voegen. Namelijk, dat het college een plaatsvervangend voorzitter voor een kamer kan benoemen. In onze gemeente is één commissie bezwaarschriften. Deze commissie is onderverdeeld in twee kamers voor de behandeling van bezwaarschriften. Er is één voorzitter van de commissie benoemd, deze persoon is ook voorzitter van de algemene kamer. Daarnaast is er één plaatsvervangend voorzitter van de commissie benoemd, deze persoon is ook voorzitter van de sociale kamer. Voor de toekomst is het wenselijk dat het college voor een kamer een plaatsvervangend voorzitter kan benoemen. Dit is om de continuïteit van kennis te waarborgen.
Deze persoon is dan niet de plaatsvervangend voorzitter van de commissie, maar is benoemd als plaatsvervangend voorzitter van een kamer. Deze persoon fungeert dan náást degene die als voorzitter optreedt binnen de betreffende kamer. Artikel 6 Zittingsduur (wijziging) Het uitgangspunt is dat een commissielid maximaal twee termijnen van 4 jaar plaatsneemt in de commissie. In de thans geldende verordening is 4 jaar geleden opgenomen dat de voorzitter voor een derde termijn kan worden benoemd als voorzitter. De reden hiervoor is om de continuïteit van de kennis in de commissie te waarborgen.
1
Het is wenselijk om dit breder in te zetten. De wijziging ziet erop dat ook een commissielid die twee termijnen als lid heeft deelgenomen aan de commissie nog eenmalig als voorzitter kan worden benoemd voor een derde termijn. De reden hiervoor is dezelfde als 4 jaar geleden. Namelijk, de continuïteit van kennis te waarborgen. Voor de functie van voorzitter is het wenselijk om, spreekwoordelijk, te weten wat voor vlees je in de kuip hebt. Artikel 7 Verslaglegging (nieuw) In artikel 7:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) staat dat van het horen een verslag dient te worden gemaakt. Het doel van het maken van een verslag van een hoorzitting is dat betrokkenen, maar ook de rechter in (hoger) beroep, kennis kunnen nemen van het verhandelde tijdens de hoorzitting. In de Awb wordt echter niet geregeld op welk moment het verslag wordt toegestuurd aan betrokken. Het niet toezenden van het verslag tegelijk met de beslissing op bezwaar leidt gelet op vaste rechtspraak ook niet tot vernietiging van de beslissing op bezwaar. Gelet op voorgaande hebben wij ervoor gekozen van de hoorzitting een geluidsopname te maken. Bij aanvang van de hoorzitting wordt hiervoor toestemming gevraagd aan de aanwezigen. Ook wordt gemeld dat wanneer zij dat wensen dat zij dan op een later moment om een schriftelijk verslag kunnen vragen.
Dit verslag kan dan aan de hand van de geluidsopname achteraf worden uitgewerkt en wordt dan aan hen toegezonden. Op deze wijze trachten wij op pragmatische en efficiënte wijze invulling te geven aan het doel van artikel 7:7 van de Awb. Voorop staat dat belanghebbenden hierdoor geenszins in zijn processuele belangen worden geschaad. De werkwijze hanteren wij in de praktijk sinds 2015 en heeft tot op heden nooit tot problemen geleidt. Met artikel 7 hebben wij gemeend deze werkwijze formeel een plaats te geven in de verordening. Artikel 9 Uitnodiging hoorzitting (nieuw) Ook het invoegen van een nieuw artikel 9 is een vastlegging van de werkwijze. Deze is vooral relevant voor bezwaren die onder de bevoegdheid van de algemene kamer vallen, omdat daar vaak meerdere partijen bij betrokken zijn (bezwaarmakers/vergunninghouders). In veel gevallen wordt geprobeerd om vooraf een datum van een hoorzitting af te stemmen met betrokken partijen. In sommige gevallen lukt dit niet of komt er op een later moment alsnog een verzoek tot uitstel. Om discussie te voorkomen is het wenselijk om artikel 9 als basis te hebben om naar te verwijzen. Als partijen onderling het niet eens worden over uitstel is de voorzitter bevoegd om de knoop door te hakken.
Artikel 13 Geheimhouding (nieuw) Voor de bestuursrechter is in artikel 8:29 van de Awb een artikel opgenomen over geheimhouding op stukken en de werkwijze daarvoor. Een dergelijk artikel mist voor de commissie in de Awb om op terug te vallen. In veel gevallen zijn er geen problemen. Voor het geval er wel een probleem ontstaat is het wenselijk om een artikel te hebben om op terug te vallen en naar te verwijzen. Daarop wordt het invoegen van een nieuw artikel 13 voorgesteld. Risico’s: Geen. Financiën: Het vaststellen van deze nieuwe verordening heeft geen gevolgen voor het reeds beschikbaar gestelde budget. Andere opties: Het niet vaststellen van een nieuwe verordening. Echter, dan is er voor de periode vanaf 1 januari 2023 geen verordening van toepassing op de werkzaamheden van de commissie bezwaarschriften.
2
Wettelijke basis: Algemene wet bestuursrecht. Gemeentewet. Rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers Global Goals SDG 16 - Vrede, justitie en sterke publieke diensten. De bezwaarprocedure is het voorportaal voor burgers en andere belanghebbenden om aan te geven met welke besluiten zij het niet eens zijn. Daarmee is het onderdeel van de rechtsbescherming. Wie zijn betrokken: JVZ Wijze van participatie: n.v.t. Digitale links naar informatiebronnen: n.v.t. In welke fase: Uitvoering Planning vervolg in de raad/LTA: n.v.t. Bijlage(n) Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Súdwest-Fryslân 2019-2022.
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. Drs. J.A. de Vries
K. Strijker
3
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Súdwest-Fryslân 2023-2026 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 september 2022; gelet op artikel gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 7:13 van de Awb en afdeling 3.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale overheden;
besluit: vast te stellen de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Súdwest-Fryslân 2023-2026 ________
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Awb: Algemene wet bestuursrecht; b. bestuursorgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen: de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester; c. commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb; Artikel 2 De commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van het bestuursorgaan. 2. De commissie heeft geen bevoegdheid ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van: a. een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken; b. gemeentelijke belastingverordeningen; c. de Ambtenarenwet en de gemeentelijke rechtspositieregelingen, voor zover die betrekking hebben op functiewaarderingen. Artikel 3 Samenstelling van de commissie 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier leden waaronder een plaatsvervangend voorzitter. 2. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. 3. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de leden van de commissie maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Súdwest-Fryslân. Artikel 4 Kamers 1. De commissie bestaat uit ten minste twee kamers namelijk: a.
de sociale kamer: deze kamer bereidt adviezen voor met betrekking tot bezwaren tegen besluiten op grond van de socialezekerheidswetgeving. b. de algemene kamer: deze kamer bereidt adviezen voor van alle bezwaren die niet tot de bevoegdheid van de sociale kamer behoren.
2. 3. 4. 5. 6.
Het college kan, naar gelang de behoefte, besluiten tot het instellen van een extra kamer. Elke kamer bestaat, met inachtneming van het bepaalde in lid 4 en lid 5, uit een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 van de Awb en ten minste twee leden. De voorzitter van de commissie is de voorzitter van de algemene kamer. De plaatsvervangend voorzitter van de commissie is de voorzitter van de sociale kamer. Het college kan voor een kamer ook een plaatsvervangend voorzitter benoemen.
Artikel 5 Secretaris 1. De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar. 2. Het college kan een of meer plaatsvervangers van de secretaris aanwijzen. 3. De secretaris maakt geen deel uit van de commissie. Artikel 6 Zittingsduur 1. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar en kunnen desgewenst ten hoogste één keer voor maximaal vier jaar worden herbenoemd. 2. In afwijking van lid 1 kan het college de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of een lid, in een naar het oordeel van het college bijzonder geval, na de tweede termijn zoals genoemd in lid 1 nog éénmaal herbenoemen als voorzitter of plaatsvervangend voorzitter voor de maximale periode van vier jaar. 3. Het college verleent de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of een lid ontslag wanneer: a. hij daarom verzoekt; b. hij een functie heeft aanvaard die bij deze verordening onverenigbaar is verklaard met het lidmaatschap van deze commissie; c. hij naar het oordeel van het college niet langer geschikt is voor het lidmaatschap van de commissie; d. hij naar het oordeel van het college door handelen of nalaten het aanzien van de commissie ernstig schaadt; Artikel 7 Verslaglegging 1. In afwijking van artikel 7:7 van de Awb wordt van de hoorzitting niet standaard een verslag gemaakt. 2.
In plaats van een verslag wordt van elke hoorzitting een geluidsopname gemaakt. 3. Op verzoek van partijen kan de geluidsopname beschikbaar worden gesteld of een verslag worden gemaakt. Artikel 8 Taak van de commissie 1. Aan het bestuursorgaan wordt schriftelijk een gemotiveerd advies uitgebracht over de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 2. Voordat de commissie advies uitbrengt, stelt zij bezwaarmaker, eventueel andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid te worden gehoord. 3. In afwijking van het tweede lid kan de commissie van het horen afzien indien artikel 7:3 van de Awb van toepassing is. Artikel 9 Uitnodiging hoorzitting 1. Bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan worden ten minste twee weken voor de hoorzitting uitgenodigd. 2. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. 3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.
4.
De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het eerste tot en met derde lid.
Artikel 10 Bevoegdheden van de commissie 1. De voorzitter is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van een commissielid bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig daartoe uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel 11 Hoorzitting 1. De commissie komt per hoorzitting met drie leden bijeen, waarbij er één als voorzitter fungeert. Wanneer de voor de betreffende kamer als zodanig benoemde (plaatsvervangend) voorzitter niet aanwezig kan zijn, treedt een van de aanwezige leden op als voorzitter. 2. In afwijking van het voorgaande lid is voor het horen van belanghebbende vereist dat ten minste de voorzitter, of zijn plaatsvervanger en een lid aanwezig zijn. 3. De commissie vergadert zo vaak de secretaris of de voorzitter haar bijeenroept. 4. De voorzitter beslist over tegelijk of afzonderlijk horen zoals bedoeld in artikel 7:6, tweede lid Awb. Artikel 12 Openbaarheid zitting 1. De zitting van de sociale kamer is niet openbaar. 2. De zitting van de algemene kamer is openbaar. 3. In afwijking van lid 2 is de zitting niet openbaar indien de voorzitter van oordeel is dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten.
Artikel 13 Geheimhouding 1. De commissie neemt vertrouwelijk kennis van de ongeschoonde stukken waarvan de openbaarmaking of verstrekking is verzocht indien het gaat om een bezwaarschrift tegen een besluit op grond van de Wet open overheid of de Algemene verordening gegevensbescherming. 2. In andere gevallen kan een partij de commissie verzoeken slechts onder voorbehoud van geheimhouding kennis mag nemen van bepaalde inlichtingen of stukken. De voorzitter van de betreffende kamer beslist op het verzoek. Indien de voorzitter het verzoek inwilligt, kan de commissie slechts met toestemming van de andere partij(en) mede op grondslag van die inlichtingen of stukken advies uitbrengen. Artikel 14 Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks uiterlijk op 15 mei aan het college verslag uit van haar bevindingen en aanbevelingen. Artikel 15 Nadere regels De kamers kunnen nadere regels opstellen voor de uitoefening van de bevoegdheden die haar toekomen. Artikel 16 Vergoeding 1. De vergoeding voor de voorzitter wordt vastgesteld op € 225,00 per bijgewoonde vergadering en voor de leden wordt de vergoeding vastgesteld op € 175,00 per bijgewoonde vergadering. 2. Aan de voorzitter en de leden wordt een vergoeding van € 0,37 per kilometer verstrekt voor het woon-werkverkeer. Artikel 17 Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin deze verordening en de Awb niet voorziet, beslist de voorzitter.
Artikel 18 Intrekking oude regelingen De verordening commissie bezwaarschriften van de gemeente Súdwest-Fryslân 2019-2022 wordt ingetrokken. Artikel 19 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023 en vervalt van rechtswege per 1 januari 2027. Artikel 20 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften 2023-2026.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 december 2022
mr. drs. J.A. de Vries , voorzitter.
G.W. Stegenga , griffier.