Raadsvoorstel - Verordening beslistermijn Schuldhulpverlening
Tekst van het document
Ons nummer: R24.000170
*R24.000170* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Verordening beslistermijn Schuldhulpverlening 30 januari 2025 Boarger en Mienskip 15 januari 2025 Marianne Poelman Beleid Sociaal Domein Arjen Strampel
Voorstel: 1. Vaststellen van de Verordening beslistermijn Schuldhulpverlening. Samenvatting: De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) regelt dat inwoners met problematische schulden bij gemeenten terecht kunnen voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening breed toegankelijk is. Daarbij is van belang dat het voor de inwoner duidelijk is binnen welke termijn na het eerste gesprek over de hulpvraag wordt besloten of diegene voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Na de wijziging van de Wgs in 2021, heeft deze wet een bepaling die gemeenten verplicht een beslistermijn in een gemeentelijke verordening vast te leggen. Dat is nieuw. Artikel 4a lid 3 Wgs luidt: De beschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven in een bij gemeentelijke verordening te bepalen termijn. Deze termijn bedraagt maximaal acht weken. Argumenten: 1.1.8 weken voor het nemen van een besluit is een realistische termijn. Een kortere beslistermijn zou onnodig druk leggen op het proces. Wij stellen daarom voor om een maximale termijn van 8 weken vast te stellen. We zetten ons in om inwoners zo snel als mogelijk toe te leiden naar een oplossing voor schulden. De termijn waarbinnen dat mogelijk is, hangt af van de situatie.
In de huidige uitvoeringspraktijk is het niet altijd haalbaar om binnen 8 weken te bepalen welke schuldhulpverlening nodig is. Het volledig in kaart brengen van de financiële situatie vraagt veel inzet van zowel de Gebiedsteammedewerkers als de inwoner. Zeker in complexe gevallen kost het verzamelen van de benodigde financiële documenten de nodige tijd. De doorlooptijden bij een aanvraag voor schuldhulpverlening gaan wij opnemen in onze monitoring. Dit zal samen met andere data jaarlijks middels actieve info worden gedeeld met de gemeenteraad. Er is een eerste nulmeting gedeeld in augustus 2024. In het eerste kwartaal van 2025 volgt er een volgende meting. 1.2. Wij zien landelijk dat de meeste gemeenten deze termijn aanhouden. De meeste gemeenten hanteren de wettelijke termijn van 8 weken zoals die in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt. 1.3.De verordening treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021. Dit is de ingangsdatum van de gewijzigde Wgs waarin de verordeningsplicht is opgenomen. De reden dat de verordening niet eerder is vastgesteld is gelegen in het feit dat andere onderwerpen prioriteit hebben gekregen, daarnaast bracht het niet vastleggen van deze verordening geen grote het risico’s met zich mee.
Risico’s: 1.1. Het vaststellen van een kortere beslistermijn zal sneller leiden tot een ingebrekestelling. De aanvrager kan de gemeente in gebreke stellen wanneer het college niet tijdig op een aanvraag beslist. Op laste van een dwangsom wordt het college gedwongen een besluit te nemen. Het verkorten van de beslistermijn vergroot de kans op een dwangsom. 1.2. Het verkorten van de beslistermijn vergroot de druk op de uitvoering. Het behandelen van een aanvraag en het verzamelen van de benodigde financiële documenten kost tijd. Door het verkorten van de beslistermijn wordt de druk op het Gebiedsteam onnodig vergroot. Financiën: Er zijn geen financiële gevolgen. Andere opties: Niet van toepassing. Wettelijke basis: Artikel 4a, derde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Global Goals: 1. Geen armoede. Wie zijn betrokken: Team Beleid Sociaal Domein, Gebiedsteam met specialisme Schulddienstverlening, Team Juridische en Veiligheidszaken, Cliëntenraad Werk en Inkomen. Wijze van participatie: De Cliëntenraad Werk en Inkomen is om advies gevraagd. Er is aangegeven dat zij kunnen instemmen met voorstel. Het advies is toegevoegd als bijlage. Digitale links naar informatiebronnen: Niet van toepassing. In welke fase: Besluitvorming. Planning vervolg in de raad/LTA: De verordening wordt digitaal gepubliceerd na vaststelling door de gemeenteraad. Bijlage(n): 1.
Advies Cliëntenraad Werk en Inkomen Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân. mr. drs. J.A. de Vries
, burgemeester.
drs. E.K. Strijker
, gemeentesecretaris
Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Súdwest-Fryslân De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2024; gelet op artikel 4a, derde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; besluit vast te stellen de: Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Súdwest-Fryslân. Artikel 1. Beslistermijn schuldhulpverlening De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wordt genomen binnen een termijn van 8 weken na de dag waarop het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet, heeft plaatsgevonden.
Artikel 2. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2021. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Súdwest-Fryslân. Aldus besloten door de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 30 januari 2025.
mr. drs. J.A. de Vries
, voorzitter.
G.W. Stegenga
, griffier.
Toelichting op Verordening Beslistermijn Schuldhulpverlening Algemeen De Verordening beslistermijn schuldhulpverlening geeft uitvoering aan artikel 4a, derde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: wet), zoals deze met ingang van 1 januari 2021 geldt. Artikel 4a van de wet is ingevoerd bij Wet van 24 juni 2020 tot wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van persoonsgegevens (Stb. 239). Artikelsgewijs Artikel 1. Beslistermijn schuldhulpverlening De wet regelt dat inwoners met problematische schulden bij gemeenten terecht kunnen voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening breed toegankelijk is. Daarbij is van belang dat het voor de inwoner duidelijk is binnen welke termijn na het eerste gesprek over de hulpvraag wordt besloten of diegene voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Om deze reden is bij de genoemde wetswijziging in navolging van het advies van de Nationale Ombudsman besloten een wettelijke termijn op te nemen waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Niet alleen burgers dienen zich aan wettelijke termijnen te houden.
Ook van een dienende overheid mag verwacht worden dat zij op een verzoek van een burger binnen een redelijke, door de raad in een gemeentelijke verordening vastgestelde, termijn reageert. Deze termijn mag volgens artikel 4a, derde lid, van de wet niet langer zijn dan acht weken. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt gesteld. Een kortere beslistermijn vaststellen is wel toegestaan. In de huidige uitvoeringspraktijk is het niet altijd haalbaar om in minder dan 8 weken een goede afweging te kunnen maken welke hulpverlening er ingezet moet worden. Het helder krijgen van de gehele financiële situatie vergt van zowel de hulpverlener als de inwoner veel inzet. Het bijeen brengen van de benodigde financiële documenten in complexe situaties kost tijd. Dat wij de maximale termijn van 8 weken hanteren, betekent niet dat een beschikking pas aan het einde van deze termijn wordt afgegeven. We zetten ons in om inwoners zo snel als mogelijk toe te leiden naar een schuldregeling. De termijn waarbinnen dat mogelijk is, hangt af van de situatie. Artikel 2. Inwerkingtreding en citeertitel De datum van inwerkingtreding valt samen met de inwerkingtreding van artikel 4a van de wet.