CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Veenweideprogramma 2021-2030

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Veenweideprogramma 2021-2030’2.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R21.000174

*R21.000174* O.0000001E

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar

Veenweideprogramma 2021-2030 30 september 2021 Doarp, Stêd en Omkriten 14 september 2021 B. Dam Ontwikkelen K. de Vries

Voorstel: a. Het Veenweideprogramma 2021-2030 vast te stellen. b. Met andere partijen tot een gezamenlijke inspanning te komen om de ambities van het veenweideprogramma te realiseren, binnen de mogelijkheden die toekomstige financiering biedt en binnen de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de gemeente Súdwest-Fryslân. Inleiding: Na de Veenweidevisie Fryslân 2015 vormt het Veenweideprogramma 2021-2030 ‘Foarút mei de Fryske Feangreiden’ (zie Bijlage 1) een nieuwe belangrijke stap om de problematiek rond veenoxidatie en bodemdaling in het Friese veenweidegebied aan te pakken. In november 2020 werd het ontwerp-Veenweideprogramma ter inzage gelegd. De Veenweidevisie 2015 was toe aan een actualisatie, met name vanwege het landelijke Klimaatakkoord waarin de veenweidegebieden een aandeel moeten leveren in het beperken van de CO2uitstoot. Ook lag er de wens om tot een meer uitvoeringsgerichte, gezamenlijke en meer interbestuurlijke aanpak te komen voor de periode 2021-2030, samen met de diverse landbouw-, natuuren milieuorganisaties en met een nieuw in te richten Funderingstafel. Via het nieuwe Veenweideprogramma 2021-2030 wordt ook invulling gegeven aan de opdracht uit het landelijke Veenplan om een Regionale Veenweidestrategie op te stellen. Het nieuwe programma bouwt voort op de eerdere visie, maar legt ook nieuwe accenten.

Tijdens de periode van ter inzage van het ontwerpprogramma zijn in totaal 243 zienswijzen ingediend. Ook door de betrokken veenweidegemeenten zijn zienswijzen ingediend, waaronder een zienswijze van de gemeente Súdwest-Fryslân (in lijn met besluitvorming in de raad van 17 december 2020). In mei 2021 hebben Provinciale Staten van Fryslân en het Algemeen Bestuur van Wetterskip Fryslân het Veenweideprogramma 2021-2030 vastgesteld, met aanpassingen mede op basis van de ingediende zienswijzen. Op voorstel van de portefeuillehouders Veenweide van de zeven veenweidegemeenten is het programma pas na de vaststelling door provincie en waterschap aan de gemeenten aangeboden. Met daarmee de mogelijkheid voor de colleges om het programma op een passende wijze door te geleiden naar de raad. In de periode september/oktober 2021 wordt hier invulling aan gegeven. Met het mede vaststellen door de gemeenten van het Veenweideprogramma 2021-2030 kan de beoogde interbestuurlijke aanpak en het werken als één overheid meer gefundeerd gestalte krijgen. Er is draagvlak om gezamenlijke ambities vorm te geven. Wel is het nog nodig om met de betrokken overheden en partners aanvullende samenwerkingsafspraken uit te werken. Deze zijn bedoeld om taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en de wijze van samenwerken te verduidelijken.

1

Deze samenwerkingsafspraken worden in het najaar van 2021 opgesteld en daarna aan uw raad voorgelegd (Samenwerkingsdocument Veenweide). Daarbij wordt ook beoordeeld òf en zo nodig hoeveel samenwerkingsovereenkomsten er nodig zijn, bijv. per deelgebied. De behandeling van het raadsvoorstel biedt de gelegenheid voor de raad om aanvullende opmerkingen te maken over de samenwerking. Het college zal deze overwegingen dan betrekken bij de op te stellen samenwerkingsafspraken. Doel: Een toekomstbestendige en duurzame ontwikkeling van het veenweidegebied. Het Veenweideprogramma 2021–2030 kent vier hoofddoelstellingen: 1. De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd, waarbij wordt ingezet op gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar; 2. De uitstoot van broeikasgassen uit de veenbodem is in 2030 met 0,4 megaton (Mton) CO 2equivalenten per jaar afgenomen; 3. De landbouw in het gebied heeft een duurzaam toekomstperspectief; 4. Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. De problematiek in het veenweidegebied is complex en we weten er nog lang niet alles over. Bovendien zullen er nieuwe onvoorziene ontwikkelingen gaan optreden. Er wordt gewerkt met dynamisch programmeren en regelmatig herijken. De eerste focus ligt op de veenweideontwikkelgebieden en de kansrijke gebieden en van daaruit worden succesvolle maatregelen uitgebouwd.

Argumenten: 1.1 Niets doen is geen optie Veenafbraak en de effecten van bodemdaling zijn onomkeerbaar en van invloed op de inrichting en het gebruik van het gebied. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de gevolgen voor funderingen, natuur en het mogelijke perspectief voor (agrarische) bedrijven in het gebied. Daar komt bij dat veenoxidatie gepaard gaat met uitstoot van broeikasgassen. Veenafbraak draagt zo bij aan klimaatopwarming. Daarom zetten Rijk en provincie in hun klimaataanpak ook in op CO 2-reductie in de veenweidegebieden. Het Rijk stelt voor reductiemaatregelen in de veenweidegebieden geld ter beschikking, waardoor in de Friese veenweide nieuwe kansen ontstaan. Er is nog tijd om in te grijpen omdat het veen nog niet is verdwenen. Zeker is wel dat als we niets doen de problemen zich steeds nadrukkelijker zullen manifesteren. Het Friese veenweidegebied staat de komende jaren dus voor grote uitdagingen. Het veenweideprogramma geeft een basis om in actie te komen. 1.2

Het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) heeft geadviseerd om in te stemmen met het veenweideprogramma Na de ingekomen zienswijzen heeft het BOF in maart 2021 een advies gegeven om op onderdelen aanpassingen door te voeren en op basis hiervan in te stemmen met het Veenweideprogramma 2021-2030 (zie Bijlage 2). De vertegenwoordiging van landbouw, natuur en milieu en recreatie onderschrijft het advies. De zeven veenweidegemeenten hebben aanvankelijk een slag om de arm gehouden, gelet op de beoogde consultatie en besluitvorming in de raad nà de vaststelling van het programma door Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van Wetterskip Fryslân. In lijn met hoe dit met de raden is gecommuniceerd.

2

1.3 De gemeentelijke zienswijzen zijn in het veenweideprogramma verwerkt De zeven veenweidegemeenten hebben bij het ontwerp-Veenweideprogramma 2021-2030 een zienswijze ingediend (zie Bijlage 3 voor de zienswijze van Súdwest-Fryslân). Verschillende elementen uit die zienswijze zijn overgenomen in het veenweideprogramma. Specifiek noemen we daarbij: • Aandacht voor de gelijkwaardige samenwerking tussen overheden; • Ruimte voor alternatieve verdienmodellen; • Meer aandacht voor de funderingsproblematiek, waaronder het instellen van een provinciale Funderingstafel; • Focus in de uitvoering op de gebieden met dikke veenpakketten. Zie voor de reactienota zienswijzen Bijlage 4. De betrokken colleges zijn zich terdege bewust van het feit dat de belangen bij het veenweideprogramma sterk uiteen lopen. De gemeentelijke portefeuillehouders Veenweide zijn van mening dat het definitieve Veenweideprogramma na het verwerken van de zienswijzen voldoende balans bevat en tegemoet komt aan de verschillende belangen en wensen van de diverse stakeholders in het gebied. 1.4 Programmalijnen De ambities worden verwezenlijkt via zes programmalijnen: 1. Waterbeheer en klimaatadaptatie 2. Bodem en grondgebruik 3. It Nije Buorkjen 4. Leefomgeving, natuur en biodiversiteit 5. Integrale gebiedsaanpak 6. Onderzoek en monitoring 1.5 IJkmomenten Het programma gaat uit van een adaptieve aanpak.

Het biedt ruimte om bij te sturen en te herijken. Met herijkingsmomenten in 2022 (o.a. voor de aanpak Funderingen) en 2026, zoals toegelicht in het programma. 1.6 Het programma is reeds vastgesteld door Wetterskip Fryslân en Provincie Fryslân Het Veenweideprogramma is op 25 mei 2021 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Wetterskip Fryslân en op 26 mei 2021 door Provinciale Staten. Daarbij zijn diverse amendementen en moties aangenomen. Er is een overzicht opgesteld (zie Bijlage 5) met de doorwerking van deze amendementen en moties. De inhoud van het Veenweideprogramma is daarbij niet meer ingrijpend gewijzigd. 1.7 Status en samenhang met andere planvorming Het Veenweideprogramma geeft invulling aan de ambities en doelen voor het veenweidegebied in de provinciale Omgevingsvisie. Het is tegelijk een gemeenschappelijk programma van provincie, waterschap en de veenweidegemeenten. Wanneer de nieuwe Omgevingswet vanaf 1 juli 2022 inwerking is getreden is dit Veenweideprogramma een provinciaal Omgevingsprogramma in de zin van de Omgevingswet. Vanuit de gemeentelijke Omgevingsvisie zal de veenweideaanpak onderdeel zijn van het op te stellen Omgevingsprogramma Vitaal Landschap en kan de gemeente hierbij eigen accenten aanbrengen. Er liggen hier ook dwarsverbanden met andere omgevingsprogramma (o.a. aanpak CO2-reductie en klimaatadaptatie).

De afstemming tussen integrale dossiers zal ook nadrukkelijk de aandacht vragen bij de te maken samenwerkingsafspraken. Op gebiedsniveau zal de veenweideaanpak waar nodig z’n doorvertaling (en juridische verankering) krijgen in Omgevingsplannen.

3

1.8 Aandacht voor funderingsproblematiek In het gebied is er een toenemende zorg over de schade aan funderingen. Kennis, informatie en advisering over funderingen wordt bevorderd. Uiterlijk in 2022 wordt een besluit genomen over eventuele aanvullende vormen van ondersteuning en over de toekomstige inrichting van onderwatercircuits. Om huiseigenaren beter te betrekken is inmiddels een Funderingstafel in het leven geroepen. De Funderingstafel bestaat uit bewoners en op termijn ook uit vertegenwoordigers van de verschillende overheden (Rijk, provincie, waterschap, gemeenten), landbouw, corporaties en experts. De Funderingstafel adviseert rechtstreeks aan het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) en staat onder leiding van de burgemeester van gemeente Weststellingwerf als onafhankelijk voorzitter. We willen vanuit Súdwest-Fryslân nadrukkelijk naast de inwoners staan als het gaat om de funderingsproblematiek. Inwoners mogen niet het gevoel krijgen dat ze er zelf alleen voor staan. Eerder is in de zienswijze aangegeven dat wij vinden dat m.b.t. de funderingsproblematiek de provincie en het waterschap vanuit de Friese overheden de primaire verantwoordelijkheid hebben om de regie te nemen om problemen op te lossen. Binnen de te maken samenwerkingsafspraken wil de gemeente mee faciliteren dat inwoners gehoord worden. Vanaf eind 2020 is het Funderingsloket Fryslân actief.

De rapportage tot en met het 2 e kwartaal 2021 over de werkwijze, het aantal meldingen en de afwikkeling is vermeld in Bijlage 6. In deze periode zijn 23 meldingen ontvangen. Hier zijn geen meldingen vanuit Súdwest-Fryslân bij. Alternatieven: Er zijn diverse alternatieven denkbaar. Bijvoorbeeld een programma met een looptijd van 5 jaar in plaats van 10 jaar. Ook zou gekozen kunnen worden voor nog verdergaande vernatting van de veengebieden of juist voor minder ingrijpende maatregelen. Met de in het programma ingebouwde ijkmomenten is er in de looptijd voldoende gelegenheid om de aanpak bij te stellen. Het plan sluit hiermee ook aan op de aanpak van het nationale Veenplan. Ook is er nu draagvlak bij de verschillende partijen voor deze aanpak. Een alternatief wordt daarom ontraden. Risico’s: 1.1 Zonder gezamenlijk veenweideprogramma is de samenwerking minder krachtig Niet vaststellen van het Veenweideprogramma door gemeenten geeft onduidelijkheid over de positie en de doelstellingen van de gemeenten in het veenweidedossier. Daarmee blijft de samenwerking de komende jaren versnipperd en wordt wellicht niet de slagkracht georganiseerd die dit dossier nodig heeft. Door samen te werken is een meer eenduidige aanpak mogelijk.

1.2 Verschil in opvattingen maakt effectief samenwerken lastiger Wanneer er verschil van inzicht over (de doelstellingen uit) het veenweideprogramma blijft bestaan, maakt dit het lastiger om concreet samen te werken. Een nadere duiding van taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, rollen en inzet van de overheden in het veenweidedossier wordt vastgelegd in Samenwerkingsafspraken. Daarmee wordt de basis gelegd voor meerjarige samenwerking. 1.3 Er zijn onvoldoende middelen beschikbaar voor de aanpak van het veenweidegebied De totale kosten voor het Veenweideprogramma 2021-2030 worden voorlopig geraamd op 550 miljoen euro. Dit is een grove raming, die in de praktijk hoger of lager kan uitvallen. Hier staan middelen van Rijk, provincie en waterschap tegenover, maar deze zijn niet voldoende om alle kosten te dekken. Omdat het Veenweideprogramma meerdere doelen dient, zetten we ook in op medefinanciering vanuit andere doelen. Om stap voor stap te komen tot het geld dat nodig is, wordt actief gezocht naar aanvullende middelen bij het Rijk, het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en andere Europese fondsen en private investeerders (bijv. bankensector). Er worden niet eerder maatregelen getroffen in een gebied, dan wanneer daar ook voldoende geld voor handen is om dat te kunnen doen.

4

Bij de aanpak van de opgaven in het veengebied kan het beeld ontstaan dat dit ten koste kan gaan van de landbouw of individuele boeren. Met deze transitie is het echter nadrukkelijk de bedoeling om met flankerende maatregelen te zorgen voor een goed toekomstperspectief voor duurzame landbouw. In het Veenweideprogramma 2021-2030 zijn uitgangspunten opgenomen voor het flankerend beleid, dat in het najaar van 2021 verder wordt uitgewerkt. Kaders: De betrokkenheid van de gemeente Súdwest-Fryslân hangt samen met een aantal gemeentelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, te weten: • Ruimtelijke ordening - Op basis van de huidige wetgeving en de toekomstige Omgevingswet wordt invulling gegeven aan de inrichting van het betreffende landelijk gebied. Gemeentes zijn daarbij bevoegd om via het Omgevingsplan functies toe te delen. Zie ook de passage hierover bij ‘Argumenten’ (Onderdeel ‘1.7. Status en samenhang met andere planvorming’). • Duurzaamheid - Door de ondertekening van het klimaatakkoord eind 2020 hebben de Nederlandse gemeenten zich gecommitteerd om uitvoering te geven aan de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie en klimaatadaptatie. • Eerste overheid - De transformatie in het landelijk gebied op het terrein van landbouw en water heeft direct consequenties voor de inwoners en bedrijven in de gemeente.

Als overheid die dicht op de inwoners staat, is de gemeente vaak het eerste aanspreekpunt • Gebiedsprocessen - De gemeenten zijn betrokken bij de gebiedsprocessen waarmee de doelstellingen van het Veenweideprogramma worden gerealiseerd. In de gemeente SúdwestFryslân heeft het Veenweideprogramma 2021-2030 op dit moment vooral betrekking op het kansrijke gebied Idzegea. De uitvoering van maatregelen en de inzet van middelen in dit gebied krijgen in het programma prioriteit. Financiële aspecten/gevolgen: Vanaf eind 2020 hebben de zeven Veenweidegemeenten zich verbonden aan de bekostiging van een adviseur Veenweide. De kosten voor Súdwest-Fryslân bedragen vanaf 2021 jaarlijks circa € 23.000. Voor 2021 zijn deze middelen gedekt vanuit het programma Vitaal Landschap. Verder zijn er aan het Veenweideprogramma 2021-2030 voor Súdwest-Fryslân, geen directe kosten voor de gemeente verbonden. In het kader van gebiedsontwikkeling Idzegea of anderszins kunnen mogelijk (op termijn) financiële voorstellen aan de orde komen. Wanneer dit speelt, krijgt de raad hiervoor specifieke voorstellen voorgelegd. Duurzaamheid: Maakt integraal onderdeel uit van het programma.

Vervolgproces: Overheidsparticipatie/Samenwerkingsafspraken Voor de uitvoering van de Veenweidevisie 2015 was al een programmaorganisatie Veenweide opgezet waarin provinciale, waterschaps- en gemeentelijke medewerkers samenwerken en ook de landbouw-, en natuurorganisaties zijn vertegenwoordigd. Deze gezamenlijke programmaorganisatie wordt de komende jaren voortgezet. Dezelfde partijen zijn ook vertegenwoordigd in het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF), aangevuld met vertegenwoordiging van de recreatie- en toerismesector. De rol van het BOF richt zich op overleg, advies en monitoring van de uitvoering. De op te stellen samenwerkingsafspraken worden in het najaar van 2021 op papier gezet en daarna aan uw raad voorgelegd (Samenwerkingsdocument Veenweide).

5

Communicatie Het Veenweideprogramma 2021-2030 is tot stand gekomen na een intensief proces van communicatie en consultatie van vele betrokken in Fryslân. Tijdens de uitvoeringsfase zal veelvuldig worden gecommuniceerd met inwoners en bedrijven en andere stakeholders. Dit verloopt zoveel mogelijk via gezamenlijke communicatiekanalen (zoals de website: www.veenweidefryslan.frl). De uitgangspunten voor communicatie worden verder uitgewerkt bij de Samenwerkingsafspraken. Monitoring en evaluatie: Maakt onderdeel uit van het programma. Gevolgen voor LTA: N.v.t. Communicatie en afstemming: Zie bij "Vervolgproces" Bijlage(n)

Meegezonden: - Bijlage 1 - Veenweideprogramma 2021-2030 - Bijlage 2 - Advies van Bestjoerlijk Oerlis Feangreide - Bijlage 3 - Zienswijze gemeente Súdwest-Fryslân op ontwerp-Veenweideprogramma 2021-2030 - Bijlage 4 - Reactienota Veenweideprogramma 2021-2030 - Bijlage 5 - Overzicht amendementen en moties uit Provinciale Staten en Algemeen Bestuur - Bijlage 6 - Rapportage Funderingsloket 2e kwartaal 2021 - Bijlage 7 - Achtergronddocument Veenweideprogramma 2021-2030 Ter inzage: Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

P. Zondervan

6

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Veenweideprogramma 2021-2030 Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 september 2021; besluit de raad: a. Het Veenweideprogramma 2021-2030 vast te stellen. b. Met andere partijen tot een gezamenlijke inspanning te komen om de ambities van het veenweideprogramma te realiseren, binnen de mogelijkheden die toekomstige financiering biedt en binnen de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de gemeente Súdwest-Fryslân. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 september 2021

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

7

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10495535/1