CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Uitvoeringsprogramma brenglocaties (milieustraten)

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Utfieringsprogramma bringlokaasjes (miljeustrjitten)2.902 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R24.000107

*R24.000107*

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur

Uitvoeringsprogramma brenglocaties (milieustraten) 26 september 2024 Doarp, Stêd en Omkriten 10 september 2024 Michel Rietman Schoon Arjan Reekers

Voorstel: a. Het 'Uitvoeringsprogramma brenglocaties Súdwest-Fryslân' vast te stellen; b. In te zetten op een “sirkulêr ambachtsnetwurk”; c. Voor wat betreft de gemeentelijke brenglocaties (milieustraten) te kiezen voor scenario vier; d. Een nieuwe brenglocatie in Koudum te realiseren in het jaar 2026 en daarvoor een krediet beschikbaar te stellen van € 1.900.000,- en de kapitaallasten à € 76.000,- te dekken uit de afvalstoffenheffing; e. De brenglocatie in Heeg per 1 januari 2027 te sluiten; f. In de noordwesthoek van de gemeente op zoek te gaan naar een geschikte locatie voor een middelgrote brenglocatie met doorgroeimogelijkheden met de bedoeling om die uiterlijk 2028 te realiseren. Samenvatting: Het uitvoeringsprogramma is een voortvloeisel uit het ‘Grondstoffenbeleid 2023-2027’, dat op 28 september 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hierin zijn de visie en ambities van SúdwestFryslân omschreven om te komen tot een circulaire economie in 2050. Een belangrijke schakel daarin is de ontwikkeling van de milieustraten. Het grondstoffenbeleidsplan bevat geen definitieve beleidskaders voor de brenglocaties. Het bevat een aantal voorlopige beleidskaders, een denkrichting en een overzicht van de belangrijkste randvoorwaarden die als input voor het uitvoeringsprogramma brenglocaties fungeren. Op basis daarvan en aanvullend onderzoek is het uitvoeringsprogramma opgesteld.

Zoals in het grondstoffenbeleid is opgenomen, wordt dit nu ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. In het uitvoeringsprogramma zijn vijf scenario’s beschreven. Als voorstel is opgenomen om in te zetten op scenario 4, waarbij er een brenglocatie is in Sneek, Koudum en op een nieuw te realiseren locatie in de noordwesthoek van Súdwest-Fryslân. De realisatie zal gefaseerd plaatsvinden. Daarnaast wordt voorgesteld om te gaan bouwen aan het “sirkulêr ambachtsnetwurk”. Met een netwerkaanpak kan de gemeente relatief snel en gemakkelijk aansluiting zoeken bij bestaande initiatieven, zoals een kringloopwinkel, reparatie en onderwijs. Doordat die allemaal op hun eigen plek blijven, hoeft de gemeente geen grote investeringen in vastgoed te doen. De brenglocaties van de gemeente krijgen een flexibel inzetbaar voorportaal dat de link naar de andere organisaties in het netwerk vormt. Argumenten: A1. Het uitvoeringsprogramma vloeit voort uit het grondstoffenbeleidsplan Het grondstoffenbeleidsplan bevat geen definitieve beleidskaders voor de brenglocaties. Het bevat een aantal voorlopige beleidskaders, een denkrichting en een overzicht van de belangrijkste randvoorwaarden die als input voor het uitvoeringsprogramma brenglocaties fungeren. Op basis daarvan en aanvullend onderzoek is het uitvoeringsprogramma opgesteld.

1

A2. In het beleidsplan staat vermeld dat de gemeenteraad het uitvoeringsprogramma vaststelt In het grondstoffenbeleidsplan staat vermeld dat het uitvoeringsprogramma medio 2024 aan de gemeenteraad zal worden vastgelegd. Hoewel een uitvoeringsprogramma in de meeste gevallen door het college wordt vastgesteld, is er in dit geval wel voor gekozen om dit aan de raad over te laten. Ten eerste om de raad in de gelegenheid te stellen om definitieve beleidskaders voor de brenglocaties vast te stellen, maar ook vanwege de financiële impact van de keuzes. B1. Hiermee kan vlot worden begonnen en worden de minste risico’s gelopen In het grondstoffenbeleid is de ambitie voor een “sirkulêr ambachtssintrum” beschreven. Hierbij is het doel om nog beter met grondstromen om te gaan, door meer met demontage, reparatie en een werkplaats te doen. Dit kan bereikt worden door samen te werken met kringloopwinkels, ondernemers, sociale werkvoorzieningsschappen en onderwijs. Dit kan op locatie of door samen te werken met lokale partijen. Dit laatste wordt omschreven als een netwerk. Aangezien dit beter past bij de huidige structuur en omvang van Súdwest-Fryslân, wordt het nu beschreven als “sirkulêr ambachtsnetwurk”. Hiermee is de gemeente flexibel en loopt het de minste risico’s bij toekomstige ontwikkelingen (als een samenwerking ten einde komt).

Om het netwerk geleidelijk op te bouwen en verder uit te bouwen wordt een kwartiermaker ingezet. De brenglocaties zelf worden modulair en zoveel mogelijk circulair gebouwd, zodat gemakkelijk op toekomstige ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Bij alle brenglocaties wordt tijdens de bouw of renovatie een zogenaamd (flexibel) voorportaal toegevoegd. Hier kunnen bezoekers hun herbruikbare spullen inleveren, bijvoorbeeld voor de kringloopwinkel. In Sneek wordt dit in 2025 proefsgewijs toegevoegd, bijvoorbeeld door een tent te plaatsen. C1. Scenario 4 sluit het beste aan bij de wensen van de inwoners en het beleidsplan Vanuit de visie en denklijn van het grondstoffenbeleid is het voorstel om in te zetten op scenario 4 (drie volwaardige brenglocaties). Dit is ook in lijn met de resultaten uit de enquête die in 2022 heeft plaatsgevonden. Hierin gaf een meerderheid de voorkeur aan meerdere brenglocaties met beperkte openingstijden dan één brenglocatie die continu open is. C2. Scenario 4 betekent een goede score op dienstverlening en milieu Meerdere brenglocaties zorgen voor kortere aanrijtijden, waarmee de gemeente dichtbij de inwoners staat. Inwoners zullen daarom sneller naar de brenglocatie gaan om hun (herbruikbare) grondstoffen en reststromen weg te brengen.

Dit draagt bij aan de milieuresultaten (minder reststromen en een hoger scheidingspercentage), net als minder uitstoot van CO2 door de kortere reisafstanden. Met meer brenglocaties is de gemeente bovendien minder kwetsbaar als één van de brenglocaties uitvalt. C3. Scenario 4 leidt tot een stijging van de afvalstoffenheffing die goed uit te leggen is Meerdere brenglocaties leidt dan wel tot een stijging van de afvalstoffenheffing, maar gezien het voorzieningenniveau is dat goed uitlegbaar. De nieuwe structuur leidt tot een logische verdeling van de brenglocaties. Scenario 4 leidt ertoe dat de gemeente teruggaat van vier naar drie locaties. C4. Scenario 3 is te kwetsbaar als de grote brenglocatie van Sneek tijdelijk zou uitvallen Scenario 3 scoort met een brenglocatie in Sneek en Koudum op dienstverlening en milieu iets lager dan scenario 4. Maar op de lange termijn is scenario 3 is vanuit het oogpunt van continuïteit te kwetsbaar. Als de grote brenglocatie van Sneek tijdelijk zou uitvallen, dan moet het brengpunt van Koudum alle bezoekers opvangen. Iets wat gezien de decentrale ligging van Koudum niet wenselijk en gezien de grootte van de locatie niet mogelijk is. C5.

Scenario 5 leidt tot een onnodige stijging van de afvalstoffenheffing Van alle gepresenteerde scenario’s scoort scenario 5 (met een brenglocatie in Sneek, Koudum, de noordwesthoek en Heeg) het beste op dienstverlening en milieu, maar is ook het duurste scenario. Aangezien een brenglocatie in Heeg slechts voor een beperkt gebied een voordeel oplevert – alleen voor Heeg en een aantal dorpen eromheen – leidt een keuze voor scenario 5 tot een brenglocatie dat niet nodig is en zodoende tot een onnodige stijging van de afvalstoffenheffing. D1. De brenglocatie van Koudum is nodig binnen scenario 4 Op basis van de keuze voor scenario 4 is er in Koudum een brenglocatie noodzakelijk. Dit kan alleen op de huidige brenglocatie aan de Spoarleane 2 te Koudum. Op dit moment is er in Koudum e.o.

2

geen andere locatie voorhanden waarop een brenglocatie gerealiseerd kan worden. Voor de nabije toekomst wordt dat ook niet verwacht. D2. Vernieuwing van brenglocatie Koudum is nodig De huidige brenglocatie in Koudum is verouderd. Deze moet vernieuwd worden om in de toekomst in stand te kunnen houden. De milieustraat voldoet weliswaar aan de milieueisen, maar zit aan de onderkant van wat nodig is. Zodra de milieueisen strenger worden, dan leidt dat al snel tot problemen. Verder is de indeling voor de gebruikers niet logisch en is de verwevenheid met de activiteiten van de gemeentewerf op dit moment groter dan wenselijk. E1. De brenglocatie van Heeg is niet nodig binnen scenario 4 Het uitgangspunt van scenario 4 is een maximale aanrijtijd van ongeveer 15 minuten. Met een brenglocatie in Sneek, Koudum en een nader te bepalen locatie in de noordwesthoek van de gemeente kan dat gerealiseerd worden. Een brenglocatie in Heeg is daarvoor niet nodig. Zodoende kan de brenglocatie van Heeg gesloten worden. E2. Heeg wordt pas gesloten als Koudum vernieuwd is Het voorstel is om de brenglocatie in Koudum in het jaar 2026 te vernieuwen en pas daarna op 1 januari 2027 de brenglocatie in Heeg te sluiten. Een eerdere sluiting van Heeg is niet verstandig, omdat tijdens de vernieuwing van brenglocatie Koudum dan alleen de brenglocatie in Sneek nog beschikbaar zou zijn.

Dat is te kwetsbaar voor een grote gemeente als Súdwest-Fryslân. F1. Het zoeken en verwerven van een geschikte locatie kost tijd De keuze voor scenario 4 leidt ertoe dat er de noordwesthoek van de gemeente een middelgrote brenglocatie gerealiseerd zal worden. Het is verstandig om naast bestaande gemeentelijke percelen te kijken naar toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot uitbreiding van bedrijventerreinen in de noordwesthoek van de gemeente. Bijvoorbeeld op bedrijventerrein De Marne in Bolsward. Het belang daarvan is het vinden van een perceel met voldoende doorgroeimogelijkheden richting een “sirkulêr ambachtssintrum” (op één locatie). In het uitvoeringsprogramma is namelijk aangegeven dat tegen 2030 de netwerkbenadering van het “sirkulêr ambachtsnetwurk” opnieuw tegen het licht wordt gehouden en dat dan bekeken wordt of bijsturen naar een centrum op één locatie noodzakelijk en/of wenselijk is. Om de mogelijkheid open te houden voor een eventuele doorgroei van de nieuwe brenglocatie in de noordwesthoek naar een “sirkulêr ambachtssintrum”, dient de kavel waarop de nieuwe brenglocatie straks wordt gerealiseerd voldoende groot te zijn. Als het niet lukt om een geschikte locatie met doorgroeimogelijkheden te vinden, dan wordt de zoektocht beperkt tot een kleiner perceel voor enkel een middelgrote brenglocatie.

Een eventueel “sirkulêr ambachtssintrum” wordt in de toekomst dan op de huidige brenglocatie in Sneek gerealiseerd dan wel op een nieuwe locatie, bij voorkeur centraal in de gemeente. F2. De gemeente verleent extra dienstverlening om de noordwesthoek tegemoet te komen Zolang er in de noordwesthoek nog geen nieuwe brenglocatie is gerealiseerd, komt de gemeente de betreffende inwoners met extra maatregelen tegemoet. Onlangs heeft het college besloten om in de noordwesthoek van de gemeente extra dienstverlening aan te bieden voor grof groenafval. Deze zogenaamde ‘takkenroutes’ worden in dat gebied uitgebreid door deze dienst in plaats van 2 keer per jaar 4 keer per jaar aan te bieden vanaf 2025. Dit duurt totdat scenario 4 volledig is uitgevoerd (naar verwachting 2028). Risico’s: Het financiële meerjarenperspectief De gemeente krijgt vanaf 2026 te maken met financiële ravijnjaren. Daarom wordt er vanaf 2024 gewerkt aan begrotingsscenario’s en kansrijke sporen om hierop in te kunnen spelen. De verwachte stijging van de afvalstoffenheffing voor de huishoudens is onder het kopje ‘Financiën’ beschreven en weergegeven in een grafiek. De vernieuwde brenglocatie in Koudum leidt tot een stijging van € 2,24 per huishouden en die in de noordwesthoek naar verwachting € 3,34 per huishouden.

Het gaat om relatief kleine stijgingen, maar dit geeft minder flexibiliteit in het eventuele verhogen van andere gemeentelijke belastingen om de begroting sluitend te krijgen.

3

Het voordeel van de investeringen in de brenglocaties is wel dat inwoners direct resultaat zien, dus een verhoging van de afvalstoffenheffing zou daarmee geaccepteerd kunnen worden. Klachten en zorgen van inwoners uit de noordwesthoek De afgelopen jaren hebben inwoners (via plaatselijke belangen) uit de noordwesthoek hun zorgen geuit over het (voorlopige) sluiten van de milieustraat in Bolsward per september 2024. Als gevolg van de sluiting moeten de inwoners uit de noordwesthoek naar Sneek, Koudum of Heeg om hun afval en grondstoffen kwijt te kunnen. Dit brengt extra reistijd met zich mee. De inwoners vinden een nieuwe brenglocatie in de noordwesthoek van groot belang. Als dit uitblijft doordat een geschikte locatie en/of de financiering ontbreken, kan dit leiden tot klachten. Om de (voorlopige) verplaatsing van Bolsward naar Sneek op te vangen, heeft het college in mei 2024 besloten om de dienstverlening voor de ‘takkenroutes’ tijdelijk uit te breiden voor de inwoners in de noordwesthoek. Hiermee kunnen ritten naar Sneek of Koudum voor takken en snoeiafval worden voorkomen. Ondanks de extra dienstverlening kunnen inwoners dit onvoldoende vinden. Financiën: Voor een nieuwe brenglocatie in Koudum (op de huidige locatie) worden financiële middelen gevraagd. Het gaat om een krediet van € 1.900.000,- (excl.

btw) dat leidt tot een kapitaallast van € 76.000,- op basis van een lineaire afschrijving over 40 jaar. De lasten worden gedekt uit de afvalstoffenheffing. De kosten voor een nieuwe brenglocatie in de noordwesthoek van de gemeente worden geraamd op € 2.800.000,- (excl. btw en grondaankoop) hetgeen leidt tot een kapitaallast van € 113.000,-. Een voorstel aan uw raad voor het beschikbaar stellen van een krediet voor de nieuwe brenglocatie volgt op het moment dat er een concrete (toekomstbestendige) locatie voorhanden is. De lasten kunnen dan eveneens middels de afvalstoffenheffing worden gedekt. De overige (extra) kosten die voortvloeien uit het uitvoeringsprogramma kunnen worden opgevangen binnen de bestaande afvalbegroting (gevoed door de afvalstoffenheffing). Verwacht verloop afvalstoffenheffing Met onderstaande grafiek wordt het (verwachte) verloop van de afvalstoffenheffing voor één- en meerpersoonshuishoudens weergegeven. Dit wordt gepresenteerd voor de jaren 2018 tot en met 2030. De afgelopen jaren is het tarief verhoogd door indexatie, hogere kostendekkendheid en beleidsontwikkelingen. Vanaf 2025 gaat het tarief omhoog door de aanpassing van de brenglocatie in Sneek en vanaf 2026 door de investering in de huisvesting van de gemeentelijke buitendienst in Bolsward. Hierbij wordt een deel van de investering doorbelast naar de afvalstoffenheffing.

Beide verhogingen volgen uit eerdere besluitvorming door de gemeenteraad (d.d. 22 december 2022) over de huisvesting van de buitendienst en zijn daarmee autonoom. In 2027 en 2029 worden de extra jaarlasten voor de investeringen in de brenglocaties verwacht (Koudum € 2,24 per huishouden en noordwesthoek € 3,34 per huishouden), als de gemeenteraad hiermee instemt. In de grafiek is deze (beperkte) verhoging te zien in de oranje en gele lijn (in legenda aangegeven als ‘incl.’). De blauwe en grijze lijn betreffen de stijging door al eerder genomen besluiten (in legenda aangegeven als ‘excl.’). Onderstaande is een verwachting op basis van een verwachte indexatie van 2% per jaar en de verschillende investeringen, zoals hierboven beschreven. De daadwerkelijke afvalstoffenheffing over een bepaald jaar wordt berekend aan de hand van 100% kostendekkendheid en het aantal huishoudens.

4

Verloop afvalstoffenheffing periode 2018-2030 €400,00 €350,00 €300,00 €250,00 €200,00 €150,00 €100,00 €50,00 €2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

éénpersoonshuishouden excl.

éénpersoonshuishouden incl.

meerpersoonshuishouden excl.

meerpersoonshuishouden incl.

2029

2030

Andere opties: • Het ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties Súdwest-Fryslân’ vast te stellen, maar binnen voorkeursscenario 4 in de noordwesthoek van de gemeente meteen op zoek te gaan naar een geschikte locatie voor een middelgrote brenglocatie zonder doorgroeimogelijkheden. Het wordt dan gemakkelijker om op een kortere termijn een geschikt perceel te vinden en de nieuwe brenglocatie eerder dan 2028 te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld door een huidig, gemeentelijk perceel aan te wijzen als brenglocatie en hiervoor op kortere termijn een procedure op te starten om dit passend te maken binnen het geldende omgevingsplan. Het risico hierbij is dus dat er een keuze valt op een minder strategische en toekomstbestendige locatie; • het 'Uitvoeringsprogramma brenglocaties Súdwest-Fryslân' vast te stellen, maar in te zetten op een ander scenario. In het uitvoeringsprogramma zijn in totaal vijf scenario's opgenomen. Het is aan de gemeenteraad om een keuze te maken, maar scenario 4 past het beste bij het vastgestelde grondstoffenbeleid en de wensen van de inwoners. Wettelijke basis: Wet Milieubeheer. Global Goals: SDG 12 ‘verantwoorde consumptie en productie’ geeft aan dat het produceren van goederen veel handiger moet, met het oog op de groeiende wereldbevolking. Daarom moet de afvalproductie richting 2030 aanzienlijk worden beperkt door preventie, verminderen, recyclage en hergebruik.

Goede, volwaardige en bereikbare brenglocaties kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Wie zijn betrokken: In 2022 zijn de inwoners betrokken via een enquête, waarin ook vragen over de milieustraten waren opgenomen. In 2023 zijn er diverse gesprekken geweest met een aantal plaatselijke belangen uit de noordwesthoek van de gemeente. Dit naar aanleiding van de aankondiging van het voorlopige sluiten van de milieustraat in Bolsward. In 2023 is er een informerende sessie geweest met de gemeenteraad. Wijze van participatie: Enquête onder inwoners en gesprekken/mailcontact met een aantal plaatselijke belangen uit de noordwesthoek van de gemeente.

5

Digitale links naar informatiebronnen: https://sudwestfryslan.nl/thema/afval/ en https://sudwestfryslan.nl/thema/duurzaam/. In welke fase: Besluitvorming en uiteindelijk richting voorbereiding en uitvoering van de brenglocaties. Planning vervolg in de raad/LTA: Na instemming van uw raad met voorliggend raadsvoorstel start ons college een locatieonderzoek met als doel het verwerven van een geschikte locatie voor een middelgrote brenglocatie in de noordwesthoek van de gemeente. Uiterlijk 1 oktober 2025 informeren wij u over het resultaat alsook de vervolgstappen die op dat moment nog nodig zijn om de betreffende brenglocatie te realiseren. Bijlage(n): 1. Uitvoeringsprogramma brenglocaties Súdwest-Fryslân. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

drs. E.K. Strijker

6

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Uitvoeringsprogramma brenglocaties (milieustraten) Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 augustus 2024;

besluit:

a. Het 'Uitvoeringsprogramma brenglocaties Súdwest-Fryslân' vast te stellen; b. In te zetten op een “sirkulêr ambachtsnetwurk”; c. Voor wat betreft de gemeentelijke brenglocaties (milieustraten) te kiezen voor scenario vier; d. Een nieuwe brenglocatie in Koudum te realiseren in het jaar 2026 en daarvoor een krediet beschikbaar te stellen van € 1.900.000,- en de kapitaallasten à € 76.000,- te dekken uit de afvalstoffenheffing; e. De brenglocatie in Heeg per 1 januari 2027 te sluiten; f. In de noordwesthoek van de gemeente op zoek te gaan naar een geschikte locatie voor een middelgrote brenglocatie met doorgroeimogelijkheden met de bedoeling om die uiterlijk 2028 te realiseren. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 september 2024

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

7

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464882/1