Raadsvoorstel - Startdocument paraplubestemmingsplan kleine windturbine
Tekst van het document
Ons nummer: R20.000211
*R20.000211* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar
startdocument paraplubestemmingsplan kleine windturbines 28 januari 2021 Doarp, Stêd en Omkriten 12 januari 2021 drs. F.J.R. Faber Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken L. van der Bijl
Voorstel: Het startdocument 'SWF - paraplubestemmingsplan kleine windturbines' vast te stellen. Inleiding: Op 4 april 2019 heeft de gemeenteraad van SWF een motie aangenomen waarin het college is verzocht bij het college van Gedeputeerde Staten er op aan te dringen om meer ruimte te bieden voor de plaatsing van kleine solitaire windmolens met een masthoogte tot 15 meter hoogte in het landelijk gebied. Deze motie is mede aanleiding geweest voor de provincie om haar beleid, vooruitlopend op de RES en de provinciale Omgevingsvisie, ten aanzien van kleine windmolens aan te passen. Hiertoe hebben Provinciale Staten van Fryslân op 30 juni jl. een partiële herziening van de verordening Romte 2014 vastgesteld. Deze herziening is op 22 juli jl. in werking getreden en maakt het plaatsen van maximaal 3 windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf onder voorwaarden mogelijk. Deze voorwaarden zijn: a. De windturbines mogen een maximale as-hoogte van 15 m hebben; b. Het op te stellen vermogen is gericht op de energiebehoefte van het agrarisch bedrijf; c. De turbines moeten zorgvuldig worden ingepast binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, waarbij de mogelijkheden om te voorzien in de energiebehoefte van het agrarische bedrijf door middel van zonnepanelen op de gebouwen zijn verkend.
Daarnaast vraagt de provincie van de gemeenten de plaatsing van de turbines alleen mogelijk te maken met toepassing van een ruimtelijke procedure waarbij wettelijk vooroverleg met de provincie verplicht is. Dit vanwege de impact van de kleine turbines op het landschap. In de geldende bestemmingsplannen in SWF zijn geen specifieke regels voor kleinschalige windturbines opgenomen. De meest efficiënte manier om de plaatsing mogelijk te maken is het opstellen van een paraplubestemmingsplan. Met de raad is afgesproken dat bij een ontwikkeling als deze, voorafgaand aan het opstellen van een bestemmingsplan, een startdocument aan de raad ter vaststelling wordt voorgelegd. In dit startdocument worden de uitgangspunten beschreven voor het op te stellen bestemmingsplan. Dit voorstel vloeit voort uit deze afspraak. Doel: Het vaststellen van beleidsmatige kaders als basis voor het op te stellen paraplubestemmingsplan, dat als einddoel heeft initiatieven voor kleine windturbines op boerenerven mogelijk te maken.
1
Argumenten: Keuze opstellen paraplubestemmingsplan Zoals in de inleiding al is aangegeven is het op basis van de geldende bestemmingsplannen in SWF niet mogelijk een kleine windturbine te plaatsen. Om te voorkomen dat voor elke afzonderlijke turbine een projectafwijkingsprocedure of herziening van een bestemmingsplan noodzakelijk is (met alle daarbij behorende kosten), zijn wij voornemens een paraplubestemmingsplan op te stellen. Een paraplubestemmingsplan is een partiële herziening van meerdere bestemmingsplannen. Op één of meer aspecten (in dit geval kleine windturbines) worden diverse bestemmingsplannen met een paraplubestemmingsplan aangepast of aangevuld, voor het overige blijven de desbetreffende bestemmingsplannen van kracht. Er zijn twee redenen waarom het opstellen van een paraplubestemmingsplan het meest geschikte instrument wordt gevonden om het plaatsen van kleine windturbines te regelen. In de eerste plaats ontstaat hiermee een eenduidige regeling in alle bestemmingsplannen. In de tweede plaats moet voor het kunnen plaatsen dezelfde planologische procedure worden gevolgd. Dit brengt tevens met zich mee dat iedere aanvrager van een omgevingsvergunning voor de procedure dezelfde leges is verschuldigd.
De provincie vraagt van gemeenten de plaatsing van kleine windturbines alleen mogelijk te maken met toepassing van een ruimtelijke procedure waarbij wettelijk vooroverleg van de provincie verplicht is. Wij willen in deze behoefte voorzien en om die reden kleinschalige windturbines alleen mogelijk maken via een vergunningsstelsel. Dit houdt in dat in het bestemmingsplan wordt geregeld dat voor een kleine windturbine alleen een omgevingsvergunning kan worden verleend via een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan. Om de vergunning te kunnen verlenen moet het initiatief voor een kleinschalige windturbine aan een aantal voorwaarden voldoen. Hierbij gaan we uit van de leidende principes en de voorgenomen werkwijze in de concept omgevingsvisie 1.0. Onder andere een gezonde leefomgeving en sterke kernwaarden en tevens een vroegtijdiger en bredere advisering, passend bij het gedachtengoed van de Omgevingswet: eenvoudiger, beter, integraler, sneller en ja mits. Súdwest-Fryslân vindt het belangrijk om te werken aan een aantrekkelijke omgeving. Mét de mienskip. De denk- en werkwijze is:
Uiteraard is het ook mogelijk om het toetsingskader op te nemen in het paraplubestemmingsplan in plaats van een aparte beleidsregel. Dit geniet echter niet de voorkeur omdat beleidsregels flexibeler zijn aan te passen. Mede in relatie tot de gehele energietransitie is voor dit onderwerp flexibiliteit vereist. De bevoegdheid voor het vaststellen van beleidsregels ligt bij ons college. In het kader van de vaststelling van het paraplubestemmingsplan zullen deze beleidsregels voor advies aan uw raad worden voorgelegd. Daarna neemt ons college een besluit over deze regels.
2
Energietransitie Net als de meeste gemeenten heeft ook SWF de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Voor het totale energieverbruik in onze gemeente zullen kleine windturbines echter een zeer kleine bijdrage leveren. Dat heeft enerzijds te maken met het maximale vermogen van een turbine en anderzijds met het feit dat de turbines alleen mogen worden geplaatst bij een bestaand agrarisch bedrijf en de opbrengst enkel in de eigen behoefte mag voorzien. Uit het evaluatieonderzoek kleine windmolens van de provincie Groningen blijkt bijvoorbeeld dat 200 kleine turbines een jaaropbrengst hebben van 6.140 MWh. Dit staat gelijk aan 0,03% van het totale energieverbruik in 2017. Daar komt bij dat in de provincie Groningen het plaatsen van kleine windturbines niet beperkt is tot bestaande agrarische bedrijven. Uit bovengenoemd evaluatieonderzoek blijkt ook dat kleine windturbines het symbool vormen voor ‘nu aan de slag met duurzame energie’. Deze turbines kunnen dus helpen om in het buitengebied het gesprek op gang te brengen wat lokaal de beste wijze is om de energietransitie vorm te geven. De kleine windturbines leveren daarmee een bijdrage aan de bewustwording dat de energietransitie op gang komt en ook een invloed zal hebben op de leefomgeving van mensen. Combinatie wind en zon De provincie wil het aantal kleine windturbines vanuit landschappelijke overwegingen beperkt houden.
Daarom stelt de provincie de voorwaarde dat in het kader van de plaatsing van een windturbine ook de mogelijkheid om te voorzien in de eigen energiebehoefte door middel van zonnepanelen op de agrarische gebouwen moet zijn verkend. Dit standpunt van de provincie wordt door ons gedeeld. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat voor de opwekking van de juiste hoeveelheid duurzame energie voor een (agrarisch)bedrijf een combinatie van zon- en windenergie het meest ideaal is. Dit wordt ook bevestigd door de leveranciers van kleine windturbines, als ook door netbeheerder Liander. In de winter is er meer wind en in de zomer is er meer zon. Bij slecht weer waait het vaak en bij mooi weer schijnt juist weer de zon. De juiste combinatie wordt gevonden als de windmolen minimaal de stroombehoefte van de wintermaanden aan kan en de zonnepanelen het gat in de zomer opvullen. Zo wordt er zo min mogelijk stroom uitgewisseld met het elektriciteitsnet en kan een agrarisch bedrijf zelfvoorzienend zijn op zijn bestaande netaansluiting. Om een agrarisch bedrijf zelfvoorzienend te maken willen wij de combinatie van zon en wind stimuleren. In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan zullen wij onderzoeken op welke wijze dit het beste vorm kan worden gegeven. Er zullen altijd uitzonderingen zijn waardoor een combi niet mogelijk zal zijn. Ook dit zullen wij hierin meenemen.
Landschap De provincie stelt als eis dat er maximaal 3 windturbines per agrarisch bouwperceel zijn toegestaan. Daarnaast moeten de turbines zorgvuldig worden ingepast binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Gemeente SWF telt ongeveer 770 locaties met een agrarische bedrijfsbestemming. Kleine windturbines hebben impact op het landschap. Zowel op het niveau van het individuele erf in zijn omgeving, als op het niveau van het landschap (de optelsom). Hoe groot die impact is, is afhankelijk van het aantal turbines (per erf, en in totaal) en het type landschap waarin deze turbines worden geplaatst. Gemeente SWF kent diverse landschapstypen: het stuwwallenlandschap, het veengebied en de meren, het kleigebied en de IJsselmeerkust. Deze landschapstypen zijn vaak open, soms halfopen. De inpassing in het landschap vraagt hoofduitgangspunten én maatwerk om het mogelijk te maken. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de concept omgevingsvisie 1.0 en het advies burgerforum. In de omgevingsvisie worden drie belangrijke punten genoemd die relevant zijn voor de inpassing van duurzame energie in het landschap. Dit zijn: 1. Voorkomen van de aantasting van het landschap met maatregelen voor duurzaamheid 2. Koesteren van het unieke karakter, niet ten koste van alles, en van het open landschap 3.
Aandacht hebben voor de culturele, fietsende/wandelende en rustzoekende toerist
3
In het Burgerforumadvies worden drie belangrijke punten genoemd ten aanzien van landschap. Dit zijn: 1. Het centraal stellen van het landschapsbehoud 2. Het minimaliseren van ingrepen aan het landschap 3. Gebieden daar waar al turbines staan niet meer belasten De gemeente SWF wil samen met de samenleving optrekken. Samen ontwikkelingen rondom de energietransitie en de verandering van het platteland een goede plek geven. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen moeten de cultuurhistorische waarden van het begin af aan betrokken worden. Ontwikkelingen die de identiteit van een gebied versterken, hebben de voorkeur. Maatwerk is hierbij het sleutelwoord. Op de ene plek is er namelijk meer mogelijk dan op de andere plek. Uit het evaluatieonderzoek van kleine windturbines van de provincie Groningen blijkt de situatie met één turbine per erf tot weinig problemen te leiden bij de inpassing op het erf en in relatie tot het landschap. Er komen vier aandachtpunten naar voren: 1. Een zichtbare relatie tussen de kleine turbine en de bijbehorende functie is essentieel. 2. Meerdere molens op een erf gaan al snel een eigen structuur vormen, die concurreren met de landschappelijke structuren. Het kritieke laadvermogen van het landschapstype wordt sneller bereikt. 3. De cumulatie van turbines is relevant.
Ze kan ertoe leiden dat het landschap ‘vol’ wordt en het laadvermogen van het landschap snel wordt bereikt. 4. Er zijn aandachtslocaties die onderzoek vragen: invloedsferen van (historisch) waardevolle hoofdstructuren. Hier kan de inpassing van kleine windturbines snel leiden tot aantasting van de belevingswaarde van het landschap (ook bij een klein aantal turbines). Voorbeelden hiervan in Súdwest-Fryslân zijn het silhouet van een dorp, een historisch aan- of vergezicht of aanzicht of bijvoorbeeld de omgeving van de Friese Meren of een ander waardevol landschap. Maatwerk en participatie Er is draagvlak nodig in de directe en wijde omgeving voor kleine windturbines op agrarische bedrijfserven. Dit vraagt (1) participatie tijdens de ontwikkeling van beleidsregels en (2) participatie bij de inpassing van turbines op individuele erven. Voor de participatie bij de ontwikkeling van beleidsregels is het uitgangspunt deze in co-creatie te ontwikkelen. Dit betekent dat bewoners en bedrijven zullen worden uitgenodigd hierin mee te denken. Als het gaat om de participatie bij een individueel initiatief geeft Súdwest-Fryslân in de omgevingsvisie aan te willen experimenteren om maatwerk ruimte bieden voor innovaties. Dat is een leerproces met onder meer de ontwikkeling van nieuwe instrumenten.
Denk aan processen als Nije Pleats, Sinnetafels of één van de zogenoemde serviceformules die in het kader van de implementatie van de Omgevingswet worden ontwikkeld. Doel van de serviceformules is om bewoners in de volle breedte te kunnen bedienen. In dit geval gaat het om een ontwikkeling op een agrarisch erf, waarbij de provincie de voorwaarde stelt dat in het kader van het plaatsen van een windturbine ook de mogelijkheden om te voorzien in de eigen energiebehoefte door middel van zonnepanelen op de agrarische gebouwen moet zijn verkend. Een en ander dient in samenhang te worden gebracht met de bedrijfsvoering van de initiatiefnemer en cultuurhistorie en landschap. Dat vraagt enerzijds innovatie qua werkwijze, anderzijds kunnen we leren van de werkwijze van de Nije Pleats. Uit de evaluatie van 10 jaar Nije Pleats zijn de ervaringen positief voor boeren en het landschap. Bij deze werkwijze aan de keukentafel kunnen alle partijen die een belang hebben bij het plaatsen van de kleine windturbine(s) aanschuiven. Tijdens zo’n maatwerksessie wordt integraal een concrete aanvraag tot uitbreiding behandeld vanuit een ja, mits houding. De sessie is kort (max. 1 dagdeel). Ze brengt agrarische bedrijfsvoering en ruimtelijke kwaliteit samen.
We willen onderzoeken hoe een dergelijk keukentafelgesprek vorm kan krijgen en hoe we een testperiode kunnen hanteren om na afloop daarvan te evalueren en de lessen te bundelen in een handreiking kleine windturbines. Dit opdat de werkwijze in de toekomst zo efficiënt mogelijk kunnen worden uitgevoerd tegen lage maatschappelijke kosten, een beperkte kosten- en tijdsinvestering voor de ondernemer en de garantie van een goede landschappelijke inpassing.
4
Omdat het plaatsen van een windturbine alleen is toegestaan wanneer de opbrengst voorziet in de eigen behoefte is financiële participatie van derden niet aan de orde. Maximaal aantal turbines/uitsluiten gebieden Mede naar aanleiding van eerder genoemde aandachtspunten is de vraag of er een maximum moet worden gesteld aan het aantal te plaatsen windturbines. Zo kan het nodig zijn bepaalde gebieden uit te sluiten (op eerder genoemde aandachtslocaties of gebieden waar al windmolenparken aanwezig zijn (of vergund)). Ook heeft de raad eerder het standpunt ingenomen geen verdere energie-opwek te willen op de ‘Kop Afsluitdijk’. Welk gebied dit precies betreft moet nader worden bepaald. De verwachting is dat bij het plaatsen van één turbine op een boerenerf de landschapstypen in SWF niet negatief zullen beïnvloeden. Bij meerdere turbines op één erf gaan deze turbines een eigen structuur vormen en is er sneller sprake van aantasting van het landschap. Door middel van de gemeentelijke procedure voor de omgevingsvergunning inclusief een welstandstoets vindt een zorgvuldige afweging plaats. Deze afweging is echter wel altijd individueel, en er wordt geen rekening gehouden met cumulatie. Terwijl juist de cumulatieve effecten van alle turbines tezamen relevant zijn voor landschap, natuur en draagvlak.
De verwachting is dat in het open landschap de verrommeling of ruis makkelijker kan ontstaan en dit ook op grotere afstand waar te nemen is. Zowel voor landschap als natuur en draagvlak kan in bepaalde gebieden een punt bereikt worden dat het genoeg is. Dat moet tijdig gesignaleerd worden zodat ook tijdig kan worden bijgestuurd. Het evalueren van het beleid na een bepaalde periode is dan ook wenselijk. Het in de tussenliggende periode opstellen van een visie specifiek voor kleine windturbines is daarbij ook een optie en zou als basis kunnen worden gebruik bij de evaluatie. Startdocument De bouw van kleine windturbines kan mogelijk worden gemaakt door het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. In dit kader worden naast de ruimtelijke aspecten ook andere relevante aspecten afgewogen, zoals geluid en slagschaduw. De uitgangspunten voor alle aspecten zijn opgenomen in bijgaand startdocument bestemmingsplan ‘SWF – paraplubestemmingsplan kleine windturbines’. Wij verwijzen hier kortheidshalve naar. Alternatieven: Pilot Gemeente SWF kent diverse landschapstypen: Het stuwwallenlandschap, het veengebied en de meren, het kleigebied en de IJsselmeerkust. Deze landschapstypen zijn vaak open, soms halfopen. Om inzicht te krijgen op de ruimtelijke/landschappelijke impact van kleine windturbines in de verschillende landschapstypen kan een ook pilotregeling ontwikkeld worden.
Het aantal pilotprojecten wordt dan per landschapstype gemaximeerd tot bijvoorbeeld 5. Voor de pilots zou dan een maatwerkmethode kunnen worden toegepast vergelijkbaar met een Nijepleats sessie zoals in dit voorstel is beschreven. Ruimtelijke visie kleine windturbines Zoals hiervoor beschreven is de verwachting dat het laadvermogen van de meeste landschapstypen in SWF groot genoeg zal zijn om één turbine te plaatsen op een boerenerf. Bij meerdere turbines op één erf gaan deze turbines een eigen structuur vormen en wordt het maximale laadvermogen sneller bereikt. Om te voorkomen dat het laadvermogen wordt overschreden is het een optie om eerst een ruimtelijke visie specifiek voor kleine windturbines op te stellen voorafgaand aan het opstellen van de beleidsregels voor de plaatsing van deze turbines. Deze visie kan dan als basis worden gebruikt bij het opstellen van de beleidsregels. Het opstellen van een dergelijke visie kost extra tijd in de voorbereiding met als gevolg dat initiatiefnemers van kleine windturbines langer moeten wachten.
5
Integrale visie voor alle klimaatopgaven De kleine windturbines maken deel uit van de gehele energietransitie in SWF. In het kader van deze transitie zullen de komende jaren veel activiteiten worden gepland die een ruimtelijke impact hebben, zo ook in het landelijke gebied. Te denken valt aan zonnevelden en biomassacentrales in kader van RES. Maar ook kassen (voedselopgave) en bossen (CO2 reductie) vragen ruimte. Om met verduurzamingsmaatregelen het landschap niet aan te tasten, maar waar het kan samen te brengen en goed in te passen, zodat slim ruimtegebruik, samenhang en kwaliteit ontstaat, is regie nodig. Dit kan aan de hand van een integrale ruimtelijke visie. Zo kunnen we tegemoet komen aan de ambities en uitdagingen uit de concept omgevingvisie 1.0: “Het is niet eenvoudig om de ontwikkelingen rondom de energietransitie en klimaatadaptatie een goede plek te geven. Vaak spelen er ruimtevragen op eenzelfde vierkante meter. Er zijn al bestaande kernwaarden om mee rekening te houden. En er is de zorg voor een gezond, vitaal en veilig woon- en leefklimaat. Meervoudig ruimtegebruik en samenhang zijn bij ontwikkelingen leidende uitgangspunten. Als bepaalde ontwikkelingen kernwaarden bedreigen, dan moet er een grote plus tegenover staan. Deze meerwaarde is nodig voor het realiseren van omgevingskwaliteit. Zo kan er weer ‘omgevingstrots’ ontstaan.
Bijvoorbeeld via vernieuwende energielandschappen en/of voedsellandschappen, of via integrale oplossingen in stads- en dorpsranden.” Risico’s: Aan dit besluit zijn geen risico’s verbonden. Kaders: Notitie 'rol van de raad bij RO-procedures 2017-2019'. Deze notitie is nog steeds van toepassing omdat in het kader van het besluit tot vaststelling van deze notitie is afgesproken dat de notitie geldig is tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze staat nu gepland voor 1 januari 2022. Financiële aspecten/gevolgen: Dit aspect wordt beschreven in het startdocument. Wij verwijzen hier kortheidshalve naar. Duurzaamheid: Kleine windturbines zorgen voor verduurzaming van agrarische bedrijven. Deze bedrijven gebruiken hun eigen stoom ‘achter de meter’ en kunnen (zeker in combinatie met zon) hun bedrijfsvoering deels, grotendeels of geheel duurzaam maken. De opwek voor eigen gebruik zorgt ook voor enige ontlasting van het regionale elektriciteitsnetwerk. Dit betreft echter een klein effect (hoeveelheden zijn klein in verhouding tot de totale hoeveelheid getransporteerde stroom). Vervolgproces: Het opstellen van een bestemmingsplan en de beleidsregels dat aan de kaders voldoet zoals in het startdocument beschreven. Daarna kunnen het bestemmingsplan en de beleidsregels in procedure worden gebracht. Monitoring en evaluatie: n.v.t.
Gevolgen voor LTA: Dit onderwerp kan van de LTA lijst worden verwijderd. Communicatie en afstemming: Verwezen wordt naar het startdocument.
6
Bijlage(n)
Meegezonden: - startdocument Ter inzage: Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
P. Zondervan
7
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp startdocument paraplubestemmingsplan kleine windturbines Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november 2020; besluit de raad: Het startdocument 'SWF - paraplubestemmingsplan kleine windturbines' vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 januari 2021
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
8
, voorzitter.
, griffier.