CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Ruimtelijk spoor locatie Soprema IJlst

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Romtlik spoar lokaasje Soprema yn Drylts4.952 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R23.000212

*R23.000212*

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur

Ruimtelijk spoor locatie Soprema-IJlst 21 december 2023 Doarp, Stêd en Omkriten 5 december 2023 Bauke Dam Ruimtelijke Ontwikkeling Reinder Boersma

Voorstel: a. Geen nieuw ruimtelijk plan voor te bereiden voor de locatie Soprema te IJlst; b. Samen met het bedrijf Soprema te onderzoeken of het toegroeien naar scenario 3 uit het rapport Sweco over toekomstscenario’s ontwikkeling Soprema IJlst mogelijk en haalbaar is. Samenvatting: Op 9 mei 2022 is een voorbereidingsbesluit genomen voor de percelen aan de Geeuwkade in IJlst waarop de functieaanduiding “dakbedekkingsmaterialenfabriek” is gelegen op basis van het bestemmingsplan IJlst. Op 11 mei 2023 is er een vergelijkbaar (hernieuwd) voorbereidingsbesluit genomen. De voorbereidingsbesluiten zijn genomen om daarmee de bestaande bedrijfsvoering van het bedrijf Soprema te laten doorgaan maar geen nieuwe ontwikkelingen op deze percelen mogelijk te maken voor een beperkte periode (bevriezing). Deze tijdelijke bevriezing van het bestemmingsplan is gebruikt om een lange termijn planologische visie voor deze percelen te maken mede gelet op de overlast die er wordt ervaren door de woonomgeving. Om een zorgvuldig ruimtelijk besluit te kunnen nemen is hiervoor een grondig onderzoek uitgevoerd naar de verschillende toekomstscenario’s en de effecten van deze scenario’s. Dit onderzoek is de basis voor de afweging en besluitvorming richting de ruimtelijke visie voor deze percelen voor de toekomst.

Voor het bedrijf Soprema geldt dat er een milieuspoor is (de actualisatie van de milieuvergunning), maar ook een ruimtelijk spoor (ingezet door het voorbereidingsbesluit). Beide sporen staan juridisch en formeel los van elkaar. Het rapport met toekomstscenario’s en de ruimtelijke visie voor de toekomst ziet op het ruimtelijk spoor. Het (beoogde) ruimtelijk kader. Argumenten: a. Het voorbereidingsbesluit vervalt van rechtswege In de raadsvergadering van 11 mei 2023 is besloten een (hernieuwd) voorbereidingsbesluit te nemen. Dit als opvolging van het eerste voorbereidingsbesluit. Een voorbereidingsbesluit is maximaal 1 jaar geldig en vervalt op grond van de wet automatisch. Het voorbereidingsbesluit vervalt op 24 mei 2024 binnen de huidige wetgeving (Wet ruimtelijke ordening). Indien het voorbereidingsbesluit vervalt, dan wordt het onderliggende bestemmingsplan IJlst (2011) weer geldig voor het perceel. De oorspronkelijke situatie zoals deze was voor 9 mei 2022 herleeft daarmee weer. Dezelfde bouw- en gebruiksrechten die dit bestemmingsplan het bedrijf Soprema al gaf zijn dan weer aan de orde. Indien het onwenselijk is om het bestemmingsplan IJlst weer van toepassing te laten zijn voor de percelen, dan is het noodzakelijk om voordat het voorbereidingsbesluit vervalt een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te hebben gelegd (artikel 3.7 lid 5 Wet ruimtelijke ordening).

Een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding dus. Om dat te kunnen doen zal er een ruimtelijke visie voor die percelen moeten zijn, anders kan er ook niet een nieuw bestemmingsplan met mogelijk andere functies worden opgesteld.

1

Op 1 januari 2024 treedt (naar huidige verwachting en inzichten) de Omgevingswet in werking en dan is de Wet ruimtelijke ordening niet meer van toepassing. Binnen de Omgevingswet en het overgangsrecht wordt een voorbereidingsbesluit onder de Wro (dat is hier het geval) gelijkgesteld met een voorbereidingsbesluit binnen de Omgevingswet (Ow). Dat houdt gelijk ook in dat de looptijd van het voorbereidingsbesluit op basis van huidige inzichten langer is omdat de looptijd vanuit de Omgevingswet pas gaat lopen vanaf de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet. Indien de wet onverkort in werking treedt dan zal het voorbereidingsbesluit langer van toepassing zijn dan 24 mei 2024. Dat maakt echter niet dat er geen ruimtelijke keuze voor deze percelen gemaakt moet gaan worden. a.2 Drie mogelijke scenario’s zijn uitgewerkt Aan het adviesbureau Sweco is gevraagd drie mogelijke toekomstige scenario’s uit te werken en dan met name ook de effecten (in de brede zin van het woord) in kaart te brengen. Effecten op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook de woon- en leefomgeving en de economische effecten. Dat is gedaan om daarmee een goede en zorgvuldige afweging te kunnen maken over de toekomst van het bedrijf Soprema op de locatie in IJlst. Dit zijn de volgende drie scenario’s: 1. Er verandert niets. Het bedrijf blijft zitten onder het huidige bestemmingsplan IJlst; 2.

De bedrijfsvoering wordt verplaatst naar de achterzijde van het perceel conform de tekening van Soprema; 3. Soprema verlaat de locatie in IJlst en gaat naar een nieuwe locatie. In het bijgesloten rapport ‘Toekomstscenario’s ontwikkeling Soprema IJlst’ zijn deze drie scenario’s uitgewerkt. Aanvullend hierop is een eerder uitgevoerd onderzoek naar alternatieve locaties voor Soprema (uit 2018) geactualiseerd om beter zicht te krijgen op de haalbaarheid van het derde scenario. In het rapport wordt er per scenario omschreven wat de mogelijke effecten zijn en worden deze via een speciale analyse beoordeeld om daarmee de relevante verschillen tussen de scenario’s inzichtelijk te krijgen. De keuze voor het uitwerken van drie scenario’s is als volgt te verklaren. Doordat er een voorbereidingsbesluit is genomen wordt de planologische situatie bevroren. Dat betekent dat de bestaande bedrijfsvoering gewoon doorgang kan blijven vinden, maar dat nieuwe ontwikkelingen (nieuwe gebouwen of uitbreiding soort activiteiten) tijdelijk niet mogelijk zijn zonder dat er een apart ruimtelijk besluit wordt genomen door de gemeente. Een voorbereidingsbesluit is in beginsel de voorloper van een nieuw te nemen (ruimtelijk) besluit. Bijvoorbeeld een nieuw bestemmingsplan. Maar om een nieuw bestemmingsplan te kunnen maken zal er eerst een duidelijke ruimtelijke visie voor het perceel moeten zijn.

Wat wil de gemeente met dit bedrijf op deze locatie voor de langere termijn? Die vraag moet beantwoord worden om te kunnen komen tot een nieuw ruimtelijk kader voor de percelen. Om de toekomstige visie te kunnen bepalen, is het nodig om de effecten in kaart te brengen van de verschillende mogelijkheden. De scenario’s. E zijn grofweg drie mogelijke (hoofd)scenario’s en die zijn dan ook uitgewerkt. Als eerste kan de situatie blijven zoals dit al jaren was. Het bestemmingsplan 2011 geeft de bestaande rechten weer en dat blijft voorlopig zo (scenario 1). Er is dan geen nieuw bestemmingsplan dat wordt opgesteld en de locatie zal in de algemene actualisatie van het bestemmingsplan IJlst meegenomen worden. Deze actualisatie staat nu nog niet gepland maar gelet op de komst van de Omgevingswet zal dit binnen 5 jaar aan de orde zijn is de verwachting. Daarnaast heeft Soprema in de raadsvergadering van 9 mei 2022, tijdens het inspreken, een schets laten zien van een bouwplan voor het verplaatsen van de bedrijfsvoering naar de achterzijde van het perceel (noordzijde). Soprema heeft aangegeven hier mee bezig te zijn geweest en dit is mede daarom meegenomen als scenario 2 (verplaatsing bedrijfsvoering naar achterzijde perceel). Tenslotte is er nog een scenario waarbij het bedrijf Soprema de locatie in IJlst gaat verlaten. Dat is scenario 3.

In dat geval zal het bedrijf zich op een andere locatie binnen of buiten de gemeente gaan vestigen. Dat betekent gelijk ook dat de locatie vrijkomt voor een andere invulling. Onderdeel van dit scenario is dan ook de uitwerking van enkele alternatieve invullingen van deze vrijgekomen

2

gronden om hiermee ook de financiële effecten (kosten en opbrengsten) globaal in beeld te kunnen brengen. a.3 Scenario 3 is de enige optie voor de werkgroep omwonenden In het gesprek dat is gevoerd met (een afvaardiging van) de werkgroep omwonenden is duidelijk geworden dat alleen scenario 3 een reële optie is voor de werkgroep. Een dakbedekkingsmaterialenfabriek zoals Soprema zo dicht bij woonbebouwing is onwenselijk en op lange termijn niet houdbaar voor de werkgroep. Er is een te grote inbreuk op de woon- en leefomgeving van de omwonenden en de gezondheid staat onder druk. Ook verplaatsing van de bedrijfsvoering naar achteren (scenario 2) is geen oplossing volgens de werkgroep. In dat geval zouden er volgens de werkgroep ook weer andere mensen overlast (kunnen) gaan ervaren en blijft er een milieutechnisch zwaar bedrijf op korte afstand van woonbebouwing blijven zitten. a.4 Soprema wil financiële compensatie zien bij verlaten locatie (scenario 3) In de gesprekken met het bedrijf is duidelijk geworden dat Soprema van mening is dat de gemeente aan zet is. Het bedrijf geeft aan dat de gemeente een voorbereidingsbesluit neemt en dus een herziening van het bestemmingsplan wil. Daarom is de gemeente volgens het bedrijf dan ook aan zet.

Onder meer in de schriftelijke reactie (op feitelijkheden) op het conceptrapport van 12 oktober 2023 staat duidelijk opgeschreven dat alleen met een reëel zicht op een alternatieve locatie én een passende financiële compensatie het bedrijf bereid is om de locatie te verplaatsen. In de eerder gestuurde brief door de algemeen directeur van Soprema Nederland aan uw raad op 1 mei 2023 staat min of meer hetzelfde verwoord. Alleen met een passende financiële vergoeding is scenario 3 een reële optie. Het bedrijf heeft in de gesprekken open gecommuniceerd en Sweco ook voorzien van de gevraagde informatie voor het rapport. Dat is als erg constructief ervaren en heeft er mede toe geleid dat Sweco een rapport heeft kunnen opstellen. Wel gaat het bedrijf min of meer achterover hangen in de stoel en wacht op de gemeente waarbij ook de spreekwoordelijke hand wordt opgehouden als de gemeente naar scenario 3 wil gaan. Het bedrijf stelt dat de gemeente iets wil en dat het bedrijf geen noodzaak of behoefte ziet om te verplaatsen en dus dat de gemeente het bedrijf voor de kosten van deze (niet zelf gewenste) verplaatsing zal moeten schadeloos stellen. Daar komt het in de basis op neer. Want zonder passende financiële compensatie en reële nieuwe locatie voor het bedrijf willen ze de locatie in IJlst namelijk niet verlaten.

Dat betekent dat indien er een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld waarbinnen het bedrijf wordt wegbestemd (keuze voor scenario 3 op dit moment), dit juridisch gezien inhoudt dat daarmee onteigening van de gronden niet wordt uitgesloten. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient het bestemmingsplan namelijk uitvoerbaar te zijn. Anders gezegd, het moet binnen 10 jaar te realiseren zijn. Een bedrijf wegbestemmen kan alleen maar als, indien het bedrijf niet vrijwillig wil weggaan binnen deze tien jaar, er onteigend gaat worden om te kunnen spreken van een uitvoerbaar bestemmingsplan. Dit is een juridische toets die de Raad van State zal gaan doen indien er beroep wordt ingesteld tegen dat bestemmingsplan. Onteigening betekent dat er aanvullende kosten aan de orde zijn welke niet zijn opgenomen in de rapporten. Deze kosten kunnen flink oplopen. Daarnaast zal de gemeente dan de vrijgekomen gronden moeten gaan laten ontwikkelen en staat daarmee mede aan de lat voor de meerdere kostenposten die (wel) in het rapport zijn opgenomen. Dan gaat het over meerdere miljoenen. In de mondelinge gesprekken geeft het bedrijf overigens aan dat scenario 1 geen optie is. Hier kan het bedrijf niet verder mee gelet op de toekomst en gelet op het nemen van een voorbereidingsbesluit is dit geen reëel scenario volgens het bedrijf.

Het bedrijf wil op termijn ook secundaire bitumen (restproduct) gaan gebruiken en dat past niet binnen het huidige bestemmingsplan. Het bedrijf zit feitelijk qua mogelijkheden “op slot” in het bestemmingsplan IJlst. Scenario 2 is voor het bedrijf wel een reële optie, dit was al enigszins (op eigen initiatief) uitgewerkt.

3

a.5 Het bedrijf is momenteel positief inbestemd en voldoet aan de milieuregels Voordat er een keuze voor de toekomst van deze percelen wordt gemaakt, is het goed te beseffen wat de feitelijke situatie is en hoe groot de noodzaak is om een nieuw ruimtelijk plan vast te stellen voor deze locatie. Het bedrijf heeft een milieuvergunning (welke nu wordt geactualiseerd). Er wordt aan de milieuregelgeving voldaan. Weliswaar wordt er hinder en overlast ervaren door een deel van de omgeving van het bedrijf, maar op basis van de onderzoeken en de vergunning wordt dit wettelijk gezien als aanvaardbare hinder. Het bedrijf zal altijd geroken worden in de omgeving. De juridische vraag is alleen of dit aanvaardbare hinder is. Daar zijn milieuregels voor en daar wordt, bij normale bedrijfsvoering, aan voldaan blijkens de milieuvergunning. Indien hier niet aan voldaan zou worden, dan kan hiertegen handhavend opgetreden worden. Voor geluid geldt hetzelfde. In het bestemmingsplan IJlst (2011) is het bedrijf ook positief inbestemd. Dat betekent dat het bedrijf er ruimtelijk gezien kan en mag zitten. Hiervoor is een speciale aanduiding opgenomen. Dit vloeit voort uit de bestaande rechten die het bedrijf heeft opgebouwd door al langere tijd op deze locatie te zitten. Vanuit het ruimtelijk kader en de milieuwetgeving is er geen noodzaak of plicht om iets te veranderen aan het bestemmingsplan.

In de afgelopen jaren is er wel veel overlast van het bedrijf op met name geur en geluid. Dat heeft meerdere jaren gespeeld en in de tussentijd zijn er al aanvullende maatregelen genomen door het bedrijf om de overlast zoveel mogelijk te beperken. Toch blijft er overlast. Met name dit is reden geweest om te onderzoeken wat de gemeente met deze locatie wil op de lange termijn. Hierbij worden alle belangen afgewogen om te komen tot een ruimtelijke visie voor deze percelen. De ervaren overlast en gezondheidszorgen van een deel van de omwonenden speelt hierbij een rol, maar ook de Omgevingsvisie en de waarden waar de gemeente voor wil staan. Dat mede afgezet tegen de belangen van het bedrijf zelf maar ook de effecten van een ruimtelijke keuze (bijvoorbeeld de financiën). Binnen de ruimtelijke ordening kan de gemeenteraad de belangen wegen en hiermee een keuze maken voor de toekomst. Die afweging ligt nu voor in die zin dat er voor een bepaald scenario moet worden gekozen voor dit moment. Gebeurt er namelijk niets, dan zal het voorbereidingsbesluit vervallen en is automatisch scenario 1 aan de orde. Belangrijk is om te beseffen dat het bedrijf op dit moment legaal en binnen de wet- en regelgeving aanwezig is. Dat is het startpunt voor de zoektocht naar de ruimtelijke visie richting de toekomst.

a.6 Keuze nu scenario 1 en toegroeien naar scenario 3 is wenselijk en verstandig Als gemeente moet er een keuze worden gemaakt wat te doen na het voorbereidingsbesluit. Wel of niet op kosten en onder regie van de gemeente een nieuw bestemmingsplan maken voor de locatie? Scenario 2 is op voorhand niet logisch en wenselijk. Als het bedrijf Soprema serieus plannen heeft voor de verplaatsing van de bedrijfsvoering, dan is het aan het bedrijf om dit te onderzoeken en te onderbouwen. In scenario 2 zouden deze kosten voor de gemeente zijn en dat is ongebruikelijk en ook niet gewenst. Laat staan dat hiermee ook een precedent kan worden geschept voor andere overlastgevende bedrijven in de gemeente. Daar komt bij dat de “winst” die hiermee wordt bereikt vanuit de ruimtelijke ordening ogenschijnlijk niet heel groot is en de werkgroep omwonenden dit geen reële optie vindt (bedrijf is nog steeds dichtbij). Er blijft een dakbedekkingsmaterialenfabriek op korte afstand van woonbebouwing aanwezig. Het zal wel wat verbeteren onderaan de streep, maar de vraag die gesteld kan worden is of deze verbetering voldoende is en echt een verschil gaat maken. In de memo van de FUMO op het rapport van Sweco komt dit ook wel naar voren. Op voorhand kan gezegd worden dat scenario 2 niet veel verbetering geeft ten opzichte van de huidige situatie anders dan

4

dat Soprema in de gelegenheid wordt gesteld de bedrijfsvoering te professionaliseren (maar daarmee mogelijk ook te kunnen vergroten/intensiveren). Indien Soprema de bedrijfsvoering wil verplaatsen dan is het aan het bedrijf zelf dit te gaan onderbouwen met onderzoeken en rapporten zodat de gemeente hier een besluit op kan nemen op dat moment. Dat kan formeel pas goed worden gedaan als alle onderzoeken en rapporten hiervoor zijn uitgevoerd. Nu is daar geen sprake van. Dit scenario is daarmee niet logisch en ongewenst. Op langere termijn lijkt scenario 3 het meest wenselijk als er wordt gekeken naar de gemeentelijke Omgevingsvisie, de woonomgeving en naar een goede ruimtelijke ordening. Een dergelijk bedrijf zo dicht bij woonbebouwing is niet optimaal. Dat laat onverlet dat het bedrijf er gewoon legaal zit en het bestemmingsplan IJlst dit ook bij recht mogelijk maakt. Het bedrijf mag daar gewoon zitten. De overlast die wordt ervaren maakt echter dat er nagedacht wordt over of er betere oplossingen zijn te vinden. Ideaal is de huidige situering in ieder geval niet. Echter, op dit moment kiezen voor scenario 3 zorgt er voor dat er aanzienlijke kosten voor de gemeente aan de orde zijn en dat het bedrijf Soprema min of meer achterover kan gaan hangen en de hand kan gaan ophouden.

Alleen met een passende financiële compensatie wil het bedrijf misschien wel vrijwillig weggaan wordt aangegeven. Passend is hierbij overigens niet nader ingevuld door het bedrijf. Ook moet de nieuwe locatie reëel zijn en geschikt in de ogen van het bedrijf. Het bedrijf legt de bal dan vrijwel geheel bij de gemeente. Uiteraard heeft de gemeente een belang. Gezondheid van omwonenden is hier een belangrijk onderdeel van. Maar als er juridisch wordt gekeken voldoet het bedrijf op de huidige locatie aan het bestemmingsplan en ook aan de milieuregels. Er is weliswaar overlast en hinder, maar op basis van de wet- en regelgeving is dit aanvaardbare hinder. Dat betekent echter niet dat de gemeente daarmee niets zou hoeven te doen. Het betekent wel dat er geen absolute en directe (wettelijke) noodzaak is om iets te doen met een bestemmingsplan. In 2011 is het bedrijf zoals het er nu is positief opgenomen in het bestemmingsplan. En de bedrijfsvoering voldoet aan de huidige milieueisen. De houding van het bedrijf met betrekking tot scenario 3 is overigens niet heel reëel. Immers, het bedrijf geeft zelf aan op slot te zitten in het huidige bestemmingsplan (scenario 1) en wil in de toekomst bijvoorbeeld secundair bitumen gebruiken. Het bedrijf lijkt hierbij te vergeten dat hiervoor ook een aanpassing op het bestemmingsplan nodig is.

Het bedrijf Soprema heeft zelf ook een groot belang om de bedrijfsvoering te optimaliseren en eventueel uit te kunnen breiden. Dat zal op de huidige locatie weinig reëel en haalbaar zijn is de inschatting. Ook voor scenario 2 heeft het bedrijf de gemeente nodig voor een nieuw bestemmingsplan. Kortom, wil het bedrijf op de langere termijn kunnen meedoen in de markt en de verduurzaming en misschien zelfs wel uitbreiding of verbreding van de activiteiten, dan zal het bedrijf zelf uit de stoel moeten komen en ook de normale risico’s en kosten moeten dragen die hierbij horen. Elk bedrijf loopt hier vroeg of laat tegenaan. Het enkele feit dat de gemeente een voorbereidingsbesluit heeft genomen maakt dit niet anders. Uw raad wordt voorgesteld om op dit moment niet te kiezen voor het opstarten van het proces tot het maken van een nieuw bestemmingsplan voor scenario 2 of scenario 3. Dat betekent automatisch dat er voor dit moment wordt gekozen voor scenario 1. Het voorbereidingsbesluit gaat (uiteindelijk) vervallen en daarmee herleeft het bestemmingsplan IJlst (2011). Daarmee blijft er voldaan worden aan de wet- en regelgeving. Wel wordt u geadviseerd om samen met het bedrijf te gaan onderzoeken of er naar scenario 3 toegewerkt kan worden.

Het bedrijf heeft zelf ook een groot belang om de bedrijfsvoering voor op de langere termijn te professionaliseren en optimaliseren en op basis van deze belangen kan er samengewerkt worden om te komen tot een oplossing (of onderzoeken of er een geschikte oplossing is). Dat houdt in een geschikte nieuwe locatie te vinden en indien dat lukt ook een traject voor beoogde herontwikkeling van de gronden op te starten. Daarbij krijgen de omwonenden dan ook een belangrijke rol als directe stakeholders bij een nieuwe herontwikkeling op deze gronden.

5

Er ontstaat daarmee dus een inspanningsverplichting om samen met het bedrijf toe te werken naar een meer optimale oplossing. Op voorhand lijkt verplaatsing van het bedrijf naar een andere locatie hiervoor het meest geschikt. Het is wenselijk om dat pad samen te onderzoeken en te kijken of hier een oplossing te vinden is (ook voor de financiële kant). Door de voorgestelde keuze verandert er niets ten opzichte van de situatie van voor het voorbereidingsbesluit (9 mei 2022) anders dan dat de milieuvergunning wordt/is geactualiseerd. Het wordt er dus niet slechter van, het blijft simpelweg gelijk. Het bedrijf zit nog steeds op een locatie wat binnen het bestemmingsplan is toegestaan. Voor de werkgroep omwonenden zal dit mogelijk een teleurstelling zijn voor op de korte termijn, maar de effecten en financiële consequenties van een andere uitkomst zijn (potentieel) aanzienlijk groot en de huidige situatie is wel juridisch gezien legaal aanwezig. De ervaren overlast is wel aanleiding om samen met het bedrijf te zoeken naar een invulling richting scenario 3. De inspanningsverplichting. Het bedrijf Soprema zal mogelijk stellen dat er twee jaar tijd verloren is gegaan en dat er schade is geleden.

Dat is maar zeer de vraag omdat er geen concrete plannen zijn geweest welke het bedrijf niet heeft kunnen uitvoeren door de voorbereidingsbesluiten, laat staan dat voor elk plan er een nieuw bestemmingsplan nodig zou zijn geweest om het mogelijk te maken. Schade moet aangetoond worden. Daar komt bij dat een nieuw plan gewoon ingediend had kunnen worden en edewerking aan verleend had kunnen worden middels een nieuw ruimtelijk besluit van uw raad. b.1 Inspanningsverplichting om met bedrijf te onderzoeken of toegroeien naar scenario 3 kan De eindconclusie in het ruimtelijke spoor is dat uiteindelijk verplaatsing van het bedrijf naar een andere locatie voordelen voor het bedrijf en de (woon)omgeving heeft. Ook als gemeente hebben wij er baat bij dat een dergelijk bedrijf op een bedrijventerrein verder van woonbebouwing komt. Dat wil niet zeggen dat de situatie nu in strijd met de regels is, maar het is wel minder optimaal. Het is de moeite meer dan waard om samen met het bedrijf te gaan onderzoeken of deze verplaatsing ook haalbaar en reëel is (op basis van gelijkheid en gezamenlijke inzet). Of en zo ja welke vergoedingen en compensaties hier dan passend bij zijn kan dan in dit traject worden meegenomen en onderzocht. In de tussentijd is er dan geen voorbereidingsbesluit meer en is het huidige bestemmingsplan uit 2011 gewoon van toepassing.

Als er een mooie oplossing is gevonden, kan dat onder meer met een nieuw bestemmingsplan worden vastgelegd. Zo wordt ook het toegroeien naar scenario 3 bedoeld. Uiteraard is dit alleen mogelijk als er een oplossing gevonden wordt. Lukt dat niet, om wat voor reden dan ook, dan zal het bestemmingsplan IJlst van toepassing blijven totdat er in de toekomst een actualisatie van het bestemmingsplan (onder de Omgevingswet is dit een Omgevingsplan) aan de orde is. Dan zal de bestemming voor dit perceel sowieso aan bod gaan komen. Er wordt dan getoetst aan de dan van toepassing zijnde normen die de gemeente heeft opgesteld. Op dit moment is er nog geen actualisatie van dit bestemmingsplan aan de orde. Dit zal naar verwachting binnen 5 jaar aan de orde zijn (gezien de Omgevingswet). Risico’s: Aan elke keuze zijn er risico’s verbonden. Voor scenario 1 geldt dat het risico niet groot is. Planschade is er dan niet en (schaduw)schade voor het bedrijf is niet aangetoond (en lijkt er ook niet te zijn aangezien de huidige bedrijfsvoering gewoon door kan gaan). Voor nieuwe ontwikkelingen hadden ze zondermeer een nieuw bestemmingsplan van de gemeente nodig (scenario 2). In scenario 1 kan er geen beroep worden ingesteld want er komt (nu nog) geen nieuw bestemmingsplan. De effecten op de woon- en leefomgeving zoals dat nu al aan de orde is zal wel blijven bestaan.

Bij strijd met de bestemmingsplanregels of milieuregels kan worden gehandhaafd. Vanuit de FUMO wordt aangegeven dat er bij scenario 1 er een blijvende druk op toezicht en handhaving zal zijn. Het risico bij scenario 2 zit hem met name in de haalbaarheid van het nieuwe bestemmingsplan waarin de verplaatsing wordt mogelijk gemaakt. Het is onduidelijk of onderbouwd kan worden dat deze ontwikkeling aan een goede ruimtelijke ordening voldoet. Daarnaast is de kans reëel dat er

6

andere mensen problemen met de verplaatsing hebben aangezien de bedrijfsvoering dichter bij andere (bedrijfs)woningen gaat komen. Beroep tegen dit nieuwe bestemmingsplan is reëel en op voorhand is niet gezegd dat het bestemmingsplan kan worden vastgesteld vanwege de milieueffecten. Dat is pas duidelijk als het bouwplan uitgewerkt wordt en de volledige rapporten en onderzoeken hiervoor zijn uitgevoerd (geur/uitstoot etc). Voor scenario 3 geldt dat er een behoorlijke financiële bandbreedte is gegeven (met name door bodemvervuiling). Ook de mogelijke noodzakelijke onteigening speelt hierbij een belangrijke rol indien het bedrijf niet vrijwillig wil verplaatsen. Beroep tegen dit nieuwe bestemmingsplan is reëel. Ook hierbij zijn de kosten globaal ingeschat en gebaseerd op aannames. Dat betekent dat de kosten, maar ook de opbrengsten niet als harde cijfers moeten worden beschouwd, maar wel als een redelijke inschatting. Gelet op de opzet van het rapport is ook een redelijke inschatting reëel. Voor de exacte cijfers zal grondig onderzoek moeten worden gedaan. Dat zal in de uitwerking van scenario 3 pas aan de orde zijn en dan moet de herinvulling van de locatie ook exact zijn uitgewerkt bijvoorbeeld. Daar is in dit stadium nog niet voor gekozen. Financiën: In het rapport van Sweco komen de kosten in hoofdlijnen terug.

Exacte cijfers zijn (nog) niet te geven omdat er een aantal aannames zijn (waarbij met name de omvang van de bodemvervuiling) en niet alles tot achter de komma is doorgerekend. Dat zal, nadat er voor een scenario wordt gekozen, moeten gaan plaatsvinden in de nadere uitwerking en verfijning indien dat wenselijk en nodig is. Dat is de vervolgstap. Andere opties: Opstellen van een bestemmingsplan waarin Soprema wordt wegbestemd (nu scenario 3) Er kan gekozen worden om een bestemmingsplan voor te bereiden waarbij het bedrijf Soprema wordt wegbestemd. Dat betekent overigens niet dat het bedrijf direct of op korte termijn weggaat of weg moet gaan. Op basis van het overgangsrecht kan het bedrijf in de huidige bedrijfsvoering en omvang blijven zitten. Dat is een bestaand recht. Echter is welke uitbreiding dan ook niet toegestaan. Het bedrijf kan er dan zondermeer blijven zitten, maar zal op termijn (meer dan 10 jaar is niet uitgesloten) zelf willen verplaatsen omdat het bedrijf op slot zit qua mogelijkheden. Bijkomend aspect bij het wegbestemmen van het bedrijf is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Indien het bedrijf niet vrijwillig de locatie wil verlaten, dan zal er overgegaan moeten worden tot onteigening. Aan onteigening hangen aanzienlijke kosten welke dan voor de gemeente zijn in beginsel.

Deze kosten zijn nu niet goed in beeld omdat hiervoor onder meer de financiële cijfers van het bedrijf nodig zijn. Het bedrijf heeft zelf aangegeven alleen te willen verplaatsen als er een reële andere geschikte locatie is en er een passende financiële vergoeding door de gemeente wordt betaald (voor de “gedwongen” verhuizing). Naast de onteigening is ook de herontwikkeling van de vrijgekomen gronden (op termijn) voor risico en rekening van de gemeente (want de gemeente is dan eigenaar van de gronden geworden door onteigening). Opstellen van een bestemmingsplan voor scenario 2 Het bedrijf Soprema heeft in de raadsvergadering van 9 mei 2022 een schets laten zien waarin de bedrijfsvoering grotendeels overdekt zal gaan plaatsvinden en de overlastgevende aspecten van de bedrijfsvoering naar de achterzijde van het perceel worden verplaatst. Om dit plan mogelijk te maken zal er sowieso een nieuw bestemmingsplan opgesteld moeten gaan worden. Dit plan voldoet niet aan het huidige bestemmingsplan omdat er buiten de speciale functieaanduiding wordt gebouwd. Normaal gesproken dient de initiatiefnemer van een nieuwe ontwikkeling een ruimtelijke onderbouwing aan op basis waarvan een nieuw bestemmingsplan kan worden gemaakt. De onderzoeken die uitgevoerd moeten worden, zullen dan ook door de initiatiefnemer gedaan en betaald worden. Dat zou ook voor scenario 2 aan de orde moeten zijn.

Als het bedrijf dit plan serieus wil gaan uitvoeren, dan zullen zij hiervoor de noodzakelijke onderzoeken moeten laten uitvoeren net zoals ieder andere initiatiefnemer dit zou moeten doen. Op basis van deze rapporten en onderzoeken kan de gemeente dan de keuze maken of de ontwikkeling mogelijk is en daarnaast of dit ook ruimtelijk wenselijk is.

7

Als gemeente zou je deze onderzoeken ook zelf kunnen laten uitvoeren en betalen. De kosten zijn op voorhand niet makkelijk in te schatten maar zullen meerdere tienduizenden euro’s zijn voor de onderzoeken. In dat geval wordt er op kosten van de gemeente een mogelijk nieuw bestemmingsplan gemaakt. Dat is ongebruikelijk en ook onwenselijk. Maar het is wel een alternatief. Wettelijke basis: Wet ruimtelijke ordening. Global Goals: Goede gezondheid en welzijn Industrie, innovatie en infrastructuur Wie zijn betrokken: Het bedrijf Soprema en de (werkgroep) omwonenden Wijze van participatie: Het adviesbureau Sweco heeft een onafhankelijk rapport opgesteld waarbij zowel Soprema als de werkgroep omwonenden in de gelegenheid is gesteld om aan te geven wat de ideeën over de verschillende scenario’s zijn. Voor het bedrijf Soprema geldt aanvullend dat er gelegenheid is gegeven om het conceptrapport op feitelijke onjuistheden te controleren. Digitale links naar informatiebronnen: N.v.t. In welke fase: Gedurende de uitwerking van de onderzoeken. Planning vervolg in de raad/LTA: Na besluitvorming in de raad over het vervolg kan er een vervolgplanning worden gemaakt (mede afhankelijk van het soort besluit). Bijlage(n): 1. Rapport Toekomstscenario’s Ontwikkeling Soprema IJlst; 2. Actualisatie onderzoek alternatieve locatie Soprema; 3. Reactie Soprema op conceptrapport d.d. 12 oktober 2023; 4.

Brief van Soprema d.d. 1 mei 2023; 5. Memo FUMO op rapport Toekomstscenario’s d.d. 17 oktober 2023. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

drs. E.K. Strijker

8

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Ruimtelijk spoor locatie Soprema-IJlst Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 november 2023; besluit:

a. Geen nieuw ruimtelijk plan voor te bereiden voor de locatie Soprema te IJlst; b. Samen met het bedrijf Soprema te onderzoeken of het toegroeien naar scenario 3 uit het rapport Sweco over toekomstscenario’s ontwikkeling Soprema IJlst mogelijk en haalbaar is.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2023

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

9

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13511324/1