Raadsvoorstel - Rekenkamer I onderzoeksrapport Het Ondernemersfonds in Súdwest-Fryslân
Tekst van het document
Ons nummer: R22.000099
*R22.000099* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar
Rekenkamer I onderzoeksrapport 'Het Ondernemersfonds in SúdwestFryslân' 14 juli 2022 Bestjoer en Finânsjes 30 juni 2022 B. Dam Griffie S. Hobma
Voorstel: 1. kennis te nemen van de conclusies en aanbevelingen zoals verwoord in het onderzoeksrapport 'Het Ondernemersfonds in Súdwest-Fryslân'; 2. het college opdracht te geven om de genoemde aanbeveling over de ontkoppeling van de OZB heffing en de subsidie mee te nemen bij de eerstvolgende evaluatie en mogelijke verlengingsvraag van het ondernemersfonds; 3. het college opdracht te geven om de genoemde aanbeveling over het ter kennisname naar de raad sturen van het jaarverslag van het ondernemersfonds zo spoedig mogelijk te effectueren; 4. het college opdracht te geven om voor 14 juli 2023 te rapporteren over de uitvoering van het onder besluitpunt 3 gestelde. Inleiding: Op 17 december 2015 besluit de gemeenteraad tot de oprichting van een ondernemersfonds. Eind 2018 wordt door de gemeenteraad besloten tot continuering van het fonds. Dit continueringsbesluit was niet onomstreden. Vanaf de start in 2015 volgt de gemeenteraad het fonds met kritische oplettendheid en ook de evaluatie die in 2018 wordt uitgevoerd, geeft stof tot discussie. Tijdens de discussie in de gemeenteraad wordt het voorgestelde besluit tot continuering op een aantal onderwerpen geamendeerd. Zo staat de gemeenteraad een eenvoudige en ruimhartige retributieregeling voor en zal ook jaarlijks gerapporteerd moeten worden. Ook na de continuering blijft de gemeenteraad het ondernemersfonds kritisch volgen.
In 2021 is dan ook het verzoek bij de rekenkamer neergelegd om onderzoek uit te voeren naar het functioneren van het ondernemersfonds. De rekenkamer heeft graag gehoor aan dit verzoek gegeven. Voor dit onderzoek is de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: In hoeverre functioneert het ondernemersfonds in Súdwest-Fryslân vanaf 2019 zoals het is bedoeld en in welke mate heeft de gemeenteraad inzicht in het functioneren van het fonds en wat is de rol van de raad hierbij? Het onderzoek kent een tweetal afbakeningen. Op de eerste plaats is de periode vanaf 2019 onderzocht. Eind 2018 is immers de eerste evaluatie gepresenteerd. Een rekenkameronderzoek dat de gehele periode beslaat, zou dan tot een doublure leiden. Op de tweede plaats wordt het ondernemersfonds als zodanig niet ter discussie gesteld in dit onderzoek. De wenselijkheid om een ondernemersfonds in te stellen, dan wel te continueren, is eerder een politieke vraag en niet zozeer object van een rekenkameronderzoek. Het onderzoek richt zich dus op de werking van het ondernemersfonds vanaf januari 2019.
1
Het onderzoek startte met de constructie van een normenkader. Vervolgens heeft het onderzoek zich specifiek gericht op de formele werking van het fonds, de feitelijke werking van het fonds, de financiën van het fonds en de manier waarop de raad geïnformeerd wordt. Binnen dit kader zijn specifieke thema’s uitgewerkt. Zo wordt ingegaan op de relatie tussen de gemeente en het fonds, de juridische procedure die is aangespannen, de manier waarop de retributieregeling is vormgegeven, de manier waarop de raad wordt geïnformeerd, de rol die de raad ten opzichte van het fonds inneemt, de manier waarop het fonds zelf opereert, etc. Hiertoe zijn interviews gehouden met ambtenaren, fondsbestuurders, de fondsmanager en de raad van toezicht, documenten geanalyseerd, is de financiële administratie van het fonds nagelopen, zijn commissie- en raadsvergaderingen uitgeluisterd en is uiteraard gebruik gemaakt van het ambtelijk hoor en wederhoor, waarbij tevens het verslag van bevindingen is voorgelegd aan het fonds zelf. Doel: Het doel van dit voorstel is de raad middels het onderzoeksrapport van de rekenkamer inzicht te geven in het functioneren van het ondernemersfonds en de rol van de raad hierbij. Aanbevelingen: De rekenkamer komt met 2 aanbevelingen. Ten eerste zou overwogen kunnen worden om de OZBheffing los te koppelen van de subsidie aan het fonds.
Dit zou de financiering van het fonds eenvoudiger maken, omdat de subsidie nu niet meer afhankelijk is van de OZB inkomsten (die immers pas na een jaar bekend zijn). Bovendien wordt daarmee het juridische risico weggenomen. Deze overweging heeft geen herverdelingseffect tot gevolg uitgaande van de huidige OZB-tarieven: iedere gebruiker en iedere eigenaar blijft het huidige OZB-tarief betalen voor niet-woningen. Enkel de term “opslag ondernemersvereniging” komt te vervallen in de verordening. Het fonds krijgt dan een vaste subsidie die jaarlijks of voor een periode van meerdere jaren wordt vastgesteld. Ten tweede zou overwogen kunnen worden om het jaarverslag van het ondernemersfonds expliciet enkel ter kennisname aan te bieden aan de gemeente. In de huidige systematiek wordt dit verslag als rapportage aangeboden aan de gemeenteraad. Deze systematiek is ingegeven door het amendement dat is overgenomen bij het besluit tot continuering en waarbij wordt aangedrongen op een jaarlijkse rapportage. Hoe logisch deze gedachte ook klinkt: in de praktijk heeft dit amendement een geheel eigen dynamiek gekregen. Raadsleden betrekken namelijk logischerwijs het standpunt, dat als gerapporteerd wordt aan de raad, daarmee ook verantwoording wordt afgelegd aan de raad en dat dus ook de raad in de positie wordt gebracht iets van die verantwoording te vinden.
Het college aan de andere kant stelt zich logischerwijs op het standpunt dat een zekere gepaste afstand moet worden behouden tot het fonds, aangezien het fonds aangemerkt dient te worden als gesubsidieerde instelling. Bestuurlijke wederhoor college Met betrekking tot de bovengenoemde aanbevelingen van de rekenkamer reageert het college als volgt: OZB heffing los van subsidie Gelet op de onduidelijke financiële en juridische effecten acht het college het verstandig om de aanbeveling mee te nemen richting een evaluatie van het fonds en een mogelijke verlengingsvraag. Rapportage alleen ter kennisname naar raad Gelet op de dubbele interpretatie vindt het college de aanbeveling een logische gedachte. Dit kan eveneens bij een mogelijke verlenging aan de orde komen. Nawoord De rekenkamer geeft in haar nawoord aan dat de mogelijke effecten van een ontkoppeling van OZB heffing en subsidie een nadere analyse vergen. Het ter kennisname aan de raad zenden van het jaarverslag vereist echter geen nadere analyse en kan wat de rekenkamer betreft vrij snel geëffectueerd te worden.
2
Kaders: Hoofdstuk IVa en Xla van de Gemeentewet Monitoring en evaluatie: Het college dient binnen 1 jaar te rapporteren over de uitvoering van de in het rapport genoemde aanbeveling over het ter kennisname verzenden van het jaarverslag. Gevolgen voor LTA: Uiterlijk 14 juli 2023 dient het college met een rapportage te komen over de uitvoering van de aanbeveling over het ter kennisname verzenden van het jaarverslag. Daarnaast dient er na de evaluatie een terugkoppeling plaats te vinden over de ontkoppeling van de OZB heffing en de subsidie. Communicatie en afstemming: Het rapport is vooraf afgestemd met college en raad. Er heeft vervolgens op 11 mei 2022 een presentatie plaatsgevonden over de ínhoud en uitkomsten van het rapport. Het rapport is reeds vóór besluitvorming gepubliceerd op de gemeentelijke website. . Bijlage(n)
Meegezonden: - -onderzoeksrapport 'Het Ondernemersfonds in Súdwest-Fryslân' Ter inzage: - G.W. Stegenga, griffier.
3
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Rekenkamer I onderzoeksrapport 'Het Ondernemersfonds in Súdwest-Fryslân' Naar aanleiding van het voorstel van het Presidium d.d. ; besluit de raad: 1. kennis te nemen van de conclusies en aanbevelingen zoals verwoord in het onderzoeksrapport 'Het Ondernemersfonds in Súdwest-Fryslân'; 2. het college opdracht te geven om de genoemde aanbeveling over de ontkoppeling van de OZB heffing en de subsidie mee te nemen bij de eerstvolgende evaluatie en mogelijke verlengingsvraag van het ondernemersfonds; 3. het college opdracht te geven om de genoemde aanbeveling over het ter kennisname naar de raad sturen van het jaarverslag van het ondernemersfonds zo spoedig mogelijk te effectueren; 4. het college opdracht te geven om voor 14 juli 2023 te rapporteren over de uitvoering van het onder besluitpunt 3 gestelde. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 juli 2022
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
4
, voorzitter.
, griffier.