Raadsvoorstel - Participatie bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Tekst van het document
Ons nummer: R23.000196
*R23.000196*
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
participatie bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit 21 december 2023 Doarp, Stêd en Omkriten 5 december 2023 Bauke Dam Ruimtelijke Ontwikkeling Lucia Van der Bijl
Voorstel: vast te stellen de lijst met categorieën van gevallen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor participatie verplicht wordt gesteld. Samenvatting: De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Onder de Omgevingswet kunnen vergunningen voor initiatieven, die niet passen binnen het omgevingsplan, door het college worden verleend door af te wijken van het omgevingsplan; de zogenaamde BOPA. De Omgevingswet vergt standpuntbepaling over participatie bij de BOPA. De raad kan namelijk voor BOPA’s gevallen aanwijzen, waarbij de aanvrager verplicht inhoud moet geven aan participatie voordat een aanvraag wordt ingediend. Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan deze mogelijkheid. Bij het opstellen van de lijst is aangesloten bij de opgestelde lijst van gevallen waarbij de raad gebruik wil maken van het adviesrecht. In deze raadsvergadering is een voorstel over het adviesrecht reeds aan de orde geweest. Het besluit over de verplichte participatie bij BOPA’s treedt in werking met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. Aanleiding: Met de Omgevingswet komen er veel veranderingen op de gemeente af. De rolverdeling tussen raad en het college blijft na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in essentie onveranderd.
Wel krijgt het college meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en is de raad nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces. Participatie is een belangrijke peiler van de Omgevingswet. Het vroegtijdig betrekken van de omgeving zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, belangen, kennis en creativiteit van verschillende actoren snel op tafel komen en dat er rekening mee gehouden kan worden. Het is een belangrijk hulpmiddel bij het integraal benaderen van initiatieven in de fysieke leefomgeving. Zo worden plannen verrijkt en worden betere besluiten genomen, waarmee de kans op meer draagvlak wordt vergroot. Dit kan ook tijdwinst opleveren doordat er mogelijk minder wordt geprocedeerd. Omdat participatie maatwerk is, schrijft de wet niet voor hóe participatie moet plaatsvinden. In de periode tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de raad een aantal besluiten nemen om de overgang naar de Omgevingswet zo soepel mogelijk te laten verlopen. Dit raadsvoorstel gaat over het verplicht stellen van participatie bij aanvragen om omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan: de BOPA. Afwijken van het omgevingsplan De Omgevingswet kent een aantal kerninstrumenten, waaronder het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving.
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan, bestaande uit de bestemmingsplannen (i.c.m. wijzigingsplannen, gedeeltelijke
1
herzieningen etc.), de erfgoedverordening en de bruidsschat (regels vanuit het Rijk). Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente tot (in ieder geval) 2032 de tijd om het tijdelijk omgevingsplan om te zetten naar een omgevingsplan dat aan alle eisen van de nieuwe wet voldoet. Het is onmogelijk om alles in een omgevingsplan te voorzien. Het zal daarom nodig zijn en blijven om voor het mee kunnen werken aan initiatieven het omgevingsplan te wijzigen of middels een vergunning af te wijken van het omgevingsplan. Dit laatste wordt de buitenplanse omgevingsplanactiviteit genoemd, of te wel de BOPA. Verplichte participatie bij de omgevingsvergunning Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Met de invoering van de wet geldt voor alle aanvragen om een Omgevingsvergunning dat: - een initiatiefnemer moet aangeven of participatie heeft plaatsgevonden (indieningsvereiste); - als participatie heeft plaatsgevonden, de initiatiefnemer aangeeft op welke wijze dit heeft plaatsgevonden en wat de resultaten zijn; - wanneer er geen participatie heeft plaatsgevonden, dan is dat in basis geen reden om de aanvraag niet in behandeling te nemen c.q. af te wijzen. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om gevallen van activiteiten aan te wijzen, waarbij participatie vooraf verplicht is. Dit kan alleen bij een BOPA én als het college het bevoegd gezag is.
In die gevallen moet een aanvrager een participatieproces vormgeven en doorlopen. Hij moet aangeven wat er aan participatie gedaan is en wat de resultaten ervan zijn. Als niet aan participatie is gedaan, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. De vorm van participatie mag de initiatiefnemer zelf bepalen. Hij is verantwoordelijk voor het vormgeven en doorlopen van het participatieproces. Er is een lijst opgesteld die ter vaststelling aan u voorligt. De toelichting op de lijst is als bijlage 1 bij dit voorstel gevoegd. Argumenten: a. Onder de Omgevingswet krijgt de raad de mogelijkheid en bevoegdheid om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie verplicht wordt gesteld Krachtens artikel 16.55, zevende lid, van de Omgevingswet is de raad bevoegd om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht wordt gesteld. Wijst de raad geen gevallen aan, dan is het ontbreken van participatie geen reden om een aanvraag te weigeren of buiten behandeling te laten. b. Participatie is een belangrijke peiler voor de gemeente SWF Het benutten van de denkkracht van inwoners, belanghebbenden zijn belangrijke peilers voor de gemeente SWF.
Het is dan ook gewenst om gebruik te maken van de mogelijkheid tot het verplicht stellen van participatie bij een aantal categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. c. Het is niet in alle gevallen nodig om participatie verplicht te stellen De formele procedures (bezwaar, beroep) worden niet vervangen door participatie. In gevallen dat de initiatiefnemer geen participatieproces zou voeren, staan belanghebbenden daarom niet buitenspel. In gevallen waarbij participatie niet verplicht is, zal een aanvrager vaak toch aan participatie doen. Dit omdat aan de ene kant participatie door de gemeente wordt gestimuleerd. Aan de andere kant hebben belanghebbenden de mogelijkheid van bezwaar en beroep en kunnen daarmee voor vertraging zorgen. Door in een vroeg stadium te weten wat de belangen en standpunten van omwonenden en andere belanghebbenden zijn, kan eventueel een compromis met draagvlak gevonden worden en kan vertraging voorkomen worden. d. Lijst adviesrecht is goed uitgangspunt voor lijst verplichte participatie Om tot een eerste lijst te komen met gevallen waarbij participatie verplicht is, is het nuttig aan te sluiten bij de lijst met categorieën waarvoor het adviesrecht gaat gelden. De lijst adviesrecht bevat de gevallen waarvan overwogen is dat de impact dermate groot is, dat het nuttig is de raad om advies te vragen.
Door de lijst adviesrecht te hanteren ontstaat een balans tussen verplichten waar
2
dat nodig is en geen extra regels te stellen waar dat niet nodig is. Het voorstel voor het vaststellen van een lijst met categorieën waarvoor het adviesrecht gaat gelden, staat eveneens op de agenda van de vergadering van de raad van 21 december. e. Bij toevoegen woningen participatie altijd verplicht Een onderdeel van de lijst verplichte participatie is niet gelijk aan de lijst adviesrecht. Het gaat om de gevallen waarbij woningen worden gerealiseerd. Bij die aanvragen is het voorstel participatie altijd verplicht te stellen, ongeacht het aantal woningen dat wordt toegevoegd. Woningbouwplannen raken namelijk de directe woon- of leefomgeving. Bij woningbouwprojecten is er vrijwel altijd sprake van directe omwonenden. Een directe omwonende zal in veel gevallen de primaire angst hebben dat de bouw van woningen ten koste gaat van de leefbaarheid rondom zijn woning. f. Participatie wordt vanuit de gemeente gestimuleerd Vanuit de gemeente SWF wordt participatie gestimuleerd omdat we het belangrijk vinden inzicht te krijgen in de belangen van de omgeving bij een ontwikkeling/initiatief. Tegelijkertijd kunnen we geen eisen stellen aan de vorm van de omgevingsdialoog en willen we niet te grote obstakels opwerpen voor initiatiefnemers.
Wel gaan we spelregels vaststellen voor het betrekken van de omgeving (zorgvuldig, transparant) en aan de informatie die participatie oplevert (volledig, correct). Dat betekent bijvoorbeeld dat betrokkenen en belanghebbenden tijdig op de hoogte zijn, gelegenheid hebben gehad om een reactie te geven en dat ze van de resultaten een terugkoppeling krijgen. Hiertoe gaan we een handreiking opstellen. Als basis hiervoor gebruiken wij de info over participatie die reeds beschikbaar is via de website van de gemeente: https://sudwestfryslan.nl/onderwerp/participatie/. Het stroomschema dat op deze website staat is als bijlage bij dit voorstel gevoegd (bijlage 2). Wanneer de handreiking klaar is wordt uw raad hierover geïnformeerd via actieve info. Kanttekeningen 1. participatie is veelal ‘maatwerk’, dat zich lastig laat vatten in regels De raad is niet bevoegd om voor te schrijven HOE geparticipeerd moet worden, alleen DAT geparticipeerd moet worden. Het verplicht stellen van participatie zal niet automatisch leiden tot betere participatie of groter draagvlak. Het is veelal ‘maatwerk’ en zorgt voor beter afgewogen uitkomsten. Met het verplicht stellen van participatie kan niet gestuurd worden op de wijze of de vorm van de participatie.
De in de maak zijnde handreiking participatie wordt bij initiatiefnemers onder de aandacht gebracht om zo te inspireren en te stimuleren de juiste vorm van participatie te kiezen. 2. Participatie leidt niet altijd tot draagvlak Participatie is geen synoniem voor draagvlak. Initiatiefnemers en belanghebbenden kunnen het alsnog niet met elkaar eens zijn, ook na intensieve gesprekken en uitvoerige participatietrajecten. Belangen en uitgangsposities kunnen verschillend zijn en blijven. Naar elkaar luisteren betekent niet dat er altijd een voor iedereen wenselijke en gedragen oplossing komt. Uiteindelijk moeten alle argumenten en belangen worden afgewogen en zal er een besluit volgen. Risico’s: Dit voorstel brengt geen risico’s met zich mee. Financiën: Dit besluit heeft geen financiële consequenties. Andere opties: 1. Participatie niet verplicht stellen. Uitgangspunt hierbij is dat participatie ieders verantwoordelijkheid is. Omdat een initiatiefnemer een bezwaar- of beroepsprocedure wil voorkomen, zal de initiatiefnemer vaak uit eigen beweging participatie starten en zo trachten in een vroeg stadium inzicht te krijgen in belangen en standpunten en een compromis vinden. 2. Het verder uitbreiden van de lijst met gevallen waarvoor participatie verplicht wordt gesteld. De raad zal dan moeten aangeven om welke gevallen het gaat. Alle gevallen aanwijzen is namelijk niet toegestaan.
3
Wettelijke basis: Artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet; de raad heeft de bevoegdheid gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s) aan te wijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is, alvorens een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend. Global Goals: Dit betreft een procesvoorstel. De Global Goals zijn daarom niet relevant. Wie zijn betrokken: Dit betreft een intern procesvoorstel. Wijze van participatie: Niet van toepasing. Dit betreft een intern procesvoorstel. Digitale links naar informatiebronnen: De lijst met gevallen van verplichte participatie betreft een algemeen verbindend voorschrift. De besluiten moeten om die reden bekendgemaakt worden via www.officiëlebekendmakingen.nl (GVOP). Na de bekendmaking én de inwerkingtreding van de Omgevingswet treedt het besluit in werking. In welke fase: Niet van toepassing. Planning vervolg in de raad/LTA: Het besluit wordt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd. Bijlage(n): 1.Toelichting lijst met categorieën van gevallen waarvoor participatie verplicht is 2. stroomschema participatie 3. kruimellijst Bor Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
4
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Besluit tot vaststelling lijst met categorieën van gevallen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor participatie verplicht wordt gesteld De gemeenteraad van Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023; overwegende dat: - de gemeenteraad op grond van de Omgevingswet de bevoegdheid krijgt om categorieën voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te wijzen waarvoor participatie verplicht wordt gesteld; - het gewenst is in de periode tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet hierover een besluit te nemen om de overgang naar de Omgevingswet zo soepel mogelijk te laten verlopen; gelet op artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet; b e s l u i t: vast te stellen de lijst met categorieën van gevallen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor participatie verplicht wordt gesteld.
Artikel 1 Categorieën van gevallen Categorie 1 Beleid 1. Een initiatief op een terrein waarvoor nog geen stedenbouwkundige randvoorwaarden, een masterplan, een gebiedsvisie of een daarmee te vergelijken ruimtelijke kader is vastgesteld door de raad. Categorie 2 Wonen 1. Het realiseren van woningen met bijbehorende voorzieningen, ongeacht het aantal. Onder realisering van woningen wordt mede begrepen het wijzigen van het gebruik van een gebouw naar woningen. Categorie 3 Recreatie 1. Recreatie-initiatieven, met uitzondering van: a. de herinrichting en/of uitbreiding van een bestaand recreatieterrein; b. de realisatie van maximaal 10 nieuwe recreatiewoningen buiten bestaande recreatieterreinen. Categorie 4 Sport en maatschappelijke voorzieningen 1. Initiatieven met betrekking tot sport en maatschappelijke voorzieningen indien: a. de bestaande locatie met meer dan 50% wordt uitgebreid; b. het nieuwbouw betreft waarbij het bruto vloeroppervlak groter is dan 1.000 m2. Categorie 5 Voorzieningen in de openbare ruimte 1. Infrastructurele initiatieven én initiatieven met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden die in strijd zijn met gemeentelijk beleid op het gebied van de openbare ruimte. Categorie 6 Duurzame energie 1. Initiatieven voor duurzame energievoorzieningen, met uitzondering van: a. initiatieven die voldoen aan de notitie “Ruimte voor de Zon”; b.
het plaatsen van zonnepanelen op eigen terrein ten behoeve van de eigen warmte en/of elektriciteitsvraag, met een maximum oppervlak van 0,25 ha;
5
c. de realisatie van (snel)laadstations voor elektrische voertuigen. Artikel 2 Uitzonderingen 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 is participatie niet verplicht in de volgende gevallen: a. een initiatief waar het college op grond van de bijlage II bij artikel 4 van het Besluit Omgevingsrecht bevoegd was te besluiten onder het regime van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals dat gold op de dag voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. initiatieven waar het college op grond van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht zoals opgenomen in bestemmingsplannen, zoals die golden op de dag voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, had kunnen besluiten als wordt voldaan aan de voorwaarden die voor die wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht zijn opgenomen. Artikel 3 Slotbepalingen 1. Dit besluit treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking op 1 januari 2024. 2. Het werken op basis van dit besluit wordt binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2023
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
6
, voorzitter.
, griffier.