Raadsvoorstel - Nota Openbare Ruimte 2026-2030
Tekst van het document
Ons nummer: R25.000040
*R25.000040*
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Behandelend team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering
: : : : :
Vastgoed Henk de Boer Doarp, Stêd en Omkriten 2 september 2025 18 september 2025
Onderwerp
:
Nota Openbare Ruimte 2026-2030
Raadsvoorstel: a. De ‘Nota Openbare Ruimte 2026-2030’ vast te stellen; b. In te zetten op het scenario ‘Realistisch’; c. De financiële vertaling van het onderhoudsbudget (jaarlijks € 400.000,- door middel van een ingroeimodel van 5 jaar) en het investeringsbudget (jaarlijks € 1 miljoen door middel van een ingroeimodel van 5 jaar) te betrekken in de integrale afweging van de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029; d. Voor de jaarlijkse indexering van de onderhoudsbudgetten de GWW-index als uitgangspunt te hanteren bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling. Samenvatting: Voor de instandhouding van de openbare ruimte werkt Súdwest-Fryslân met de ‘Nota Openbare Ruimte’ dat geldt als strategisch document. De nota beschrijft de wijze van beheren en onderhouden van de assets (kapitaalgoederen/objecten) in de gemeente. De huidige nota loopt af in 2025 en daarom wordt de nieuwe nota voorgelegd aan de gemeenteraad voor de periode 20262030. Hierin wordt duidelijk dat de gemeente voor een grote opgave staat, vooral in de infrastructuur: de wegen- en waterbouw. Vele wegen, bruggen, damwanden en kademuren staan voor groot onderhoud of vervanging. De nota beschrijft onder andere de actuele situatie van de assets, de uitdagingen, de baten en kosten en hetgeen de gemeente wil bereiken de komende jaren.
Hiervoor zijn drie scenario’s opgesteld, waarbij scenario ‘Realistisch’ wordt voorgesteld aan de gemeenteraad. Met dit scenario wordt bijgedragen aan de opgaven en doelstellingen van de gemeentelijke omgevingsvisie en wordt de openbare ruimte op duurzame wijze onderhouden. Als motto geldt: voldoende onderhoud loont! In de nota is het voorstel voor de technische kwaliteit ‘gemiddeld Basis’ in combinatie met scenario ‘Realistisch’ (gedifferentieerd beeldkwaliteitsniveau) financieel vertaald, al zij het globaal en richtinggevend. Dit is gedaan met behulp van de geactualiseerde ‘Lange Termijn Asset Planning’ (LTAP). De LTAP geeft richting aan de toekomstige onderhoudsopgave en wordt via de beleids- en beheerplannen per assetgroep nader uitgewerkt. Inleiding: De openbare ruimte is de ruimte die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Inwoners, ondernemers en toeristen maken dagelijks gebruik van de gemeentelijke assets, zoals wegen, fietspaden, trottoirs, bruggen, water, groen en gebouwen. Het onderhoud aan ligplaatsen, speelplaatsen, veerpontjes en lichtmasten behoren ook tot de taken van de gemeente. Súdwest-Fryslân is qua oppervlakte de grootste gemeente van Nederland en heeft dan ook een groot areaal. Als grote plattelandsgemeente heeft Súdwest-Fryslân een groot areaal aan wegen, die geschikt moeten zijn voor zowel zwaar/breed verkeer als andere verkeersdeelnemers.
Het waterrijke gebied zorgt ervoor dat de gemeente ook relatief veel oevers en kaden heeft. De gemeente staat hierbij wettelijk aan
1
de lat voor de instandhouding: beheer, onderhoud en vervanging. Hieronder een greep uit het areaal.
De strategie voor de instandhouding van deze gemeentelijke eigendommen staat beschreven in de ‘Nota Openbare Ruimte’. De huidige nota loopt in 2025 af. Daarom wordt voorgesteld om de nieuwe nota vast te stellen voor de periode 2026-2030. Naast de uitgebreide nota volgt er ook een publieksversie die wordt gedeeld op de gemeentelijke website, na vaststelling door de gemeenteraad. De publieksversie bevat enkel een samenvatting van de belangrijkste speerpunten en is zodoende een stuk korter en leesbaarder. De nota gaat in op de verbinding met andere visies en strategische documenten, de kwaliteit van de assets, de uitdagingen die op de gemeente afkomen en hoe hierop ingespeeld kan worden. Hieraan zijn kosten verbonden, maar het levert de gemeente ook veel op. Om tot een goede afweging te komen, zijn drie scenario’s beschreven: Sober, Realistisch en Ambitieus. Deze scenario’s zijn vervolgens getoetst aan de principes van assetmanagement: prestaties, kosten en risico’s. Hieruit is een voorkeursscenario gekomen dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Los van de scenario’s wordt geadviseerd om te streven naar het technische kwaliteitsniveau ‘gemiddeld Basis’, de beste (financiële) keus voor de lange termijn. Voldoende onderhoud loont namelijk. De nieuwe nota onderschrijft dit.
In aanloop naar de nota is een inwonersenquête gehouden en is er een opiniërende bijeenkomst met de gemeenteraad geweest in maart 2025. De uitkomsten hiervan zijn meegenomen in het opzetten van de nieuwe nota en de scenariokeuze. De terugkoppeling van de gemeenteraad is de basis geweest voor het opstellen van de nieuwe nota. De volgende punten zijn meegegeven en verwerkt in de nota: • de huidige Nota Openbare Ruimte is een goede basis voor het vervolg; • de huidige lijn doorzetten: onderhoudsniveau ‘gemiddeld Basis’, toepassing van assetmanagement en gefaseerd inhalen achterstallig onderhoud;
2
• toepassen van gedifferentieerd beeldkwaliteitsniveaus, waarbij hotspots (binnensteden) meer aandacht krijgen; • levensduur denken als basis voor nieuw areaal en vervangingen (LCC/TCO-methode); • de hoofddoelen van de Nota Openbare Ruimte meer uitwerken in het vervolg van het document (veiligheid, gezondheid en beleving, etc.), ook tot concrete acties; • onderhoud van de kapitaalgoederen meer de basis laten zijn voor andere opgaven; • veiligheid is erg belangrijk: afsluitingen van kaden en wegen voorkomen; • trottoirs op orde maken in het kader van mobiliteit en toegankelijkheid; • promoten van het doen van een melding openbare ruimte bij onze inwoners; • duidelijkheid scheppen over omvang kapitaalgoederen bij inwoners (verwachtingsmanagement). Global Goals: De nieuwe nota in combinatie met scenario ‘Realistisch’ draagt bij aan vele Global Goals, namelijk 3, 7, 9, 11, 12, 13, 14, 15 en 16. Deze zijn uitgewerkt in bijlage 3 van de nota. Argumenten: A1. De huidige nota loopt af in 2025 Doordat de huidige nota in 2025 afloopt, is het nodig om een nieuw beleidsdocument vast te stellen dat de kapstok vormt voor de strategie en uitvoering vanaf 2026. De nieuwe nota is geschreven voor de periode 2026-2030.
Richting 2030 is het doel om te komen tot het technische kwaliteitsniveau ‘gemiddeld Basis’ en een inhaalslag te maken in het achterstallige onderhoud, met name in de wegen- en waterbouw. Hiervoor wordt een periode van 5-10 jaar gehanteerd, als vervolg op de huidige nota. Daarin is een periode van 10-15 jaar vastgelegd. ‘Gemiddeld Basis’ houdt in dat het technische kwaliteitsniveau kan variëren van Hoog, Basis tot Laag. Zodra assets aan onderhoud of vervanging toe zijn, kan en mag het kwaliteitsniveau Laag zijn, zolang de veiligheid maar gewaarborgd is. Na onderhoud of vervanging is dan tijdelijk sprake van het niveau (Zeer) Hoog. Het niveau Basis conform de CROW komt overeen met het rapportcijfer 5,5 tot 7,5. A2. De nieuwe nota voorziet in de actuele stand van zaken en ontwikkelingen De huidige nota is gebruikt als basis voor de nieuwe nota. Door de ontwikkelingen van de afgelopen jaren is de huidige nota echter achterhaald. Bovendien is het nieuwe document anders opgebouwd, waarmee een logische volgorde ontstaat. In de nieuwe nota is de kwaliteit van de assets geactualiseerd, de uitdagingen voor de komende jaren nader beschreven en is meer koppeling gelegd met andere opgaven (integrale aanpak) en doelstellingen/opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie. Primair ligt de focus op het beheer en onderhoud van de assets.
In de nieuwe nota is onderscheid gemaakt in technische kwaliteit en beeldkwaliteit. Voor de technische kwaliteit blijft ‘gemiddeld Basis’ het uitgangspunt, net als in de huidige nota. Voor de beeldkwaliteit wordt via de scenario’s een gedifferentieerd kwaliteitsniveau per gebied voorgesteld, variërend van laag tot hoog. In de beleids- en beheerplannen per assetgroep volgt de verdere verdieping. In deze beleids- en beheerplannen worden ook de verschillende speerpunten per assetgroep verder uitgewerkt, zoals opgenomen in hoofdstuk 10 van de nota. Hierin is bijvoorbeeld opgenomen dat er inzet is op Social Return, verbetering van trottoirs, strategische aankopen ten behoeve van andere thema’s en verledding van verlichting i.c.m. de vervangingsopgave. In deze plannen kunnen bovendien keuzes worden gemaakt om bepaalde gebieden (zoals aandachtswijken- en dorpen) meer aandacht te geven, zodat het niveau Basis – zowel technisch als verzorgend - daar altijd aanwezig is. Dit kan al bereikt worden door deze gebieden bijvoorbeeld te vergroenen en daarmee te verfraaien. A3. De gemeenteraad is bevoegd om de nota vast te stellen De Nota Openbare Ruimte wordt door de gemeenteraad vastgesteld, omdat het een strategisch document betreft. Daarnaast bevat de nota een financiële component en de budgetten worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld via de Programmabegroting. B1.
Dit scenario sluit het beste aan op de opgaven en doelstellingen van de gemeente
3
In de nieuwe nota is gekozen voor een andere opzet van scenario’s, waarbij een duidelijke koppeling is gelegd met de doelstellingen en opgaven uit de omgevingsvisie. Bij alle scenario’s is het uitgangspunt dat de technische kwaliteit uiteindelijk ‘gemiddeld Basis’ moet zijn, terwijl bij de scenario’s wel onderscheid wordt gemaakt in de beeldkwaliteit en de inrichting van de openbare ruimte. De scenario’s ‘Sober’, ‘Realistisch’ en ‘Ambitieus’ kunnen worden vertaald naar een respectievelijke laag, midden en hoog ambitieniveau als het gaat om beeldkwaliteit. In alle scenario’s is de technische basis op orde. Het voorstel is om in te zetten op scenario ‘Realistisch’. Dit scenario voorziet op realistische wijze in de wettelijk verplichte (onderhouds)opgaven van de gemeente en doelstellingen uit de Omgevingsvisie. Dit sluit bijvoorbeeld ook goed aan bij de visie op de gastvrijheidseconomie (Route 1: ‘Continu werken aan de basis’). De focus ligt hierbij op de opgaven in de wegen- en waterbouw, waaronder asfaltwegen, fietspaden, trottoirs en kademuren in stedelijk gebied. Jaarlijks wordt zo’n € 7 miljoen besteed aan assets waar toeristen (ook) gebruik van maken. De openbare ruimte heeft bovendien impact op andere opgaven, zoals klimaatadaptatie, mobiliteit & toegankelijkheid (verkeersveiligheid), social return en het sociaal domein.
De openbare ruimte vormt dan ook de basis voor de brede welvaart. Met dit scenario wordt hieraan bijgedragen, al zij het op realistische wijze. B2. Dit scenario sluit aan bij de wensen van onze mienskip Met het scenario ‘Realistisch’ worden aandachtspunten vanuit de inwonersenquête opgepakt, zoals het onderhoud van trottoirs en het zoveel mogelijk tegengaan van onkruid op verhardingen. Er wordt gestreefd naar een openbare ruimte, die vooral veilig en functioneel is. Voldoende onderhoud loont dan ook, niet alleen financieel, maar ook maatschappelijk. Het scenario ‘Realistisch’ sluit bovendien goed aan bij het gekozen scenario in de huidige nota (scenario 2: ‘Verbeteren kwaliteit leefomgeving’). B3. Dit scenario is op dit moment realistisch en haalbaar Het voorgestelde scenario past bij de gemeentelijke financiën, opgaven, doelstellingen en inzet in de brede welvaart. De noodzakelijke onderhoudsopgave in de openbare ruimte is een belangrijke zorgtaak en voor een groot deel ook een wettelijke taak van de gemeente. Bovendien worden kapitaalvernietiging (toenemende kosten door uitstel onderhoud) en extra (onvoorziene) kosten voor de toekomst voorkomen. Het scenario ‘Realistisch’ gaat uit van een financiële ingroeiperiode van 5 jaar. Onder het kopje ‘Financiën’ is dat nader toegelicht. C1.
Hiermee wordt nieuw achterstallig onderhoud voorkomen Het uitvoeren van regulier onderhoud aan de assets is van belang om de assets zodanig in stand te houden dat ze de beoogde levensduur bereiken en bij voorkeur langer. Hierbij valt te denken aan het tijdig schilderen, reinigen, maaien, snoeien, herstraten en aanbrengen van nieuwe slijtlagen bij asfalt. Als er geen of te weinig onderhoud wordt gepleegd, zorgt dit voor meerkosten in de toekomst en kan het zelfs leiden tot kapitaalvernietiging (toenemende kosten door uitstel onderhoud). Uitgesteld onderhoud leidt tot achterstallig onderhoud. Het huidige achterstallige onderhoud is € 49 miljoen. De achterstanden zitten vooral in asfaltwegen, bestrating, trottoirs (mede door werkzaamheden kabels/leidingen) en kademuren in stedelijk gebied. De achterstanden kunnen een risico vormen voor de veiligheid en functioneren van de openbare ruimte en de tevredenheid van de inwoners. Door de achterstanden en de basis niet volledig op orde te hebben, wordt in de praktijk tegen ongepland onderhoud (calamiteiten) aangelopen. Dit wordt doorgaans adequaat opgepakt, maar zorgt voor onvoorziene kosten. Om hiervan een beeld te schetsen, is bijlage 2 toegevoegd. C2. Hiermee kunnen de opgaven in wegen en kademuren worden aangepakt De opgaven in met name de wegen en kademuren zijn groot en hierin zit ook een groot deel van de achterstanden.
Veel van deze assets zijn toe aan groot onderhoud of vervanging. Dit blijkt uit recente inspecties en is een logisch gevolg gezien de leeftijd van deze assets. Hetzelfde geldt voor de openbare verlichting (masten en armaturen). Om deze opgaven niet vooruit te schuiven in de tijd is aanvullend investeringsbudget nodig, welke onderdeel is van het scenario ‘Realistisch’.
4
Hiermee kunnen de benodigde vervangingen uitgevoerd worden, waarmee ook de achterstanden zullen dalen en afsluitingen van wegen en kades zoveel mogelijk worden voorkomen. Achterstallig onderhoud kan namelijk gaan leiden tot kapitaalvernietiging. Wanneer dit zich voordoet dan moet op basis van artikel 44 lid 1a BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) een voorziening worden gevormd voor herstel. Deze voorziening moet in één keer worden gevormd. Het vormen van een dergelijke verplichte voorziening kan dan ook grote impact hebben op de financiële situatie van de gemeente. Dat is niet wenselijk. C3. Het huidige investeringsbudget is niet toereikend In de huidige begroting is jaarlijks investeringsbudget van € 4 miljoen per jaar beschikbaar om assets in de wegen- en waterbouw te kunnen vervangen. Dat is echter niet toereikend om de grote opgave in wegen, kademuren en verlichting uit te kunnen voeren. Het nu al beschikbare investeringsbudget wordt namelijk ook ingezet voor het vervangen van steigers, bruggen en walbeschoeiingen. De Lange Termijn Asset Planning (LTAP) en meerjarenplanning laten zien dat veel assets in de wegen- en waterbouw aan onderhoud of vervanging toe zijn.
De totale investeringsopgave voor de komende jaren is als volgt: Onderdeel Bedrag per jaar Wegen en fietspaden (asfalt, elementen, beton) € 3.000.000,Openbare verlichting € 800.000,Bruggen en steigers (staal, beton, hout) € 1.500.000,Oevers en kaden (staal, beton, hout) € 3.000.000,Totaal € 8.300.000,NB: het vervangen van een kademuur in stedelijk gebied kost zo’n € 6.000,- tot € 10.000,- per strekkende meter, afhankelijk van de locatie en materiaalkeuze. De komende jaren staan meerdere kilometers kademuur in stedelijk gebied op de planning voor vervanging. D1. Hiermee blijven de onderhoudsbudgetten op peil Om prijsstijgingen op te kunnen vangen, is het nodig om de onderhoudsbudgetten jaarlijks te indexeren. Voor de budgetten binnen het kapitaalgoederenbeheer (exclusief riolering) is het voorstel om hiervoor de landelijke GWW-index van het CBS te hanteren. Deze index geeft inzicht in de prijsstijgingen in de grond-, weg- en waterbouw (=GWW) voor materialen, materieel en lonen. Deze index past daarmee het beste bij de werkzaamheden in de openbare ruimte. Met deze index blijven de budgetten op peil en blijft de bestedingsruimte gelijk. De GWW-index wijkt doorgaans af van de index bruto binnenlands product (BBP) die het Rijk hanteert en waar de gemeente mee rekent. Indien de indexen veel van elkaar afwijken, wordt het verschil tussen het beschikbaar en benodigd budget groter.
Het vergelijk tussen de Rijks-index (BBP), de GWW-index en de werkelijk toegekende indexatie voor het onderdeel kapitaalgoederen van de afgelopen jaren was als volgt: Jaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025
BBP % 1,4 1,8 1,6 3,0 3,0 2,3
GWW % 0,5 11,3 7,3 6,5 2,1 nnb
Werkelijk % 0,0 0,0 2,0 3,0 3,0 6,5
NB: de werkelijke GWW-index is pas in de loop van het jaar erna beschikbaar, dus het % wordt pas aangevraagd bij de begroting van nog een jaar later (werkelijke GWW-index 2023 geldt als input voor begroting 2025, zie geel gearceerde).
Rol en bevoegdheid: De gemeenteraad besluit over de nota, aangezien het een strategisch document is en de impact groot is op de fysieke leefomgeving en de onderhouds- en investeringsbudgetten. Risico’s:
5
Het financiële meerjarenperspectief De gemeente werkt aan begrotingsscenario’s en kansrijke sporen voor de komende jaren. Dit is ook gedaan voor de openbare ruimte en de assets. Tijdens dit proces is gebleken dat de onderhoudsopgave niet meer past binnen de huidige budgetruimte. Met het scenario ‘Realistisch’ zullen inwoners geen achteruitgang in het beheer- en onderhoud van de openbare ruimte ervaren. Met het voorgestelde scenario worden extra onvoorziene kosten geminimaliseerd, zodat het bulldozereffect en kapitaalvernietiging zoveel mogelijk worden voorkomen (conform de richtlijn van de Commissie BBV). Onvoldoende capaciteit bij marktpartijen Landelijk zijn de onderhouds- en vervangingsopgaven groot. Dit kan gevolgen hebben voor de uitvoering van werkzaamheden door marktpartijen in de GWW-sector. Als deze marktpartijen onvoldoende capaciteit hebben, kunnen de benodigde werkzaamheden niet uitgevoerd worden. Dit kan vervolgens zorgen voor een bulldozer-effect en onderuitputting, zoals in 2024 ook gebeurde. Veiligheidsrisico’s worden beperkt In hoofdstuk 6 van de nieuwe nota worden veel uitdagingen beschreven, waaraan de gemeente wil werken en rekening dient te houden bij de instandhouding van de openbare ruimte. Door voldoende te investeren en onderhoud te plegen, worden de veiligheidsrisico’s beperkt.
Daarom moeten de vele wegen, trottoirs en kademuren in slechte staat worden aangepakt de komende jaren. Het is een landelijke trend dat overheden meer geld moeten reserveren voor de infrastructuur. Financiën: Uitkomsten LTAP Gelet op de uitkomsten van de geactualiseerde ‘Lange Termijn Asset Planning’ (LTAP) zou het totale structurele budget (onderhoud + investering) moeten groeien van € 29 miljoen nu naar circa € 35 miljoen de komende jaren. Het verschil van bijna € 6 miljoen bestaat uit een stijging van het jaarlijkse investeringsbudget van € 4 miljoen en een stijging van het reguliere onderhoudsbudget van € 1,7 miljoen. De LTAP is een richtinggevend model en daarom is het voorstel om de onderhoudsopgave per assetgroep nader uit te werken in de beleids- en beheerplannen. Zo is dat ook opgenomen in de nieuwe nota. Het college stelt deze plannen vast en de gemeenteraad wordt hierover actief geïnformeerd. Met de kennis van nu is het voorstel om vanaf 2026 voldoende middelen beschikbaar te stellen voor onderhoud en investeringen (waarop wordt afgeschreven), door middel van een ingroeimodel. De integrale afweging hierover vindt plaats tijdens de begrotingsbehandeling. De instandhouding van de openbare ruimte en haar assets is een samenspel van onderhouds- en investeringsbudget.
Door voldoende (planmatig) onderhoud te plegen, kan de levensduur volledig worden benut en vervangen zoveel mogelijk worden uitgesteld. Dat is namelijk kostbaar en heeft impact op de omgeving. Andersom is het noodzakelijk om assets te vervangen als onderhoud te kostbaar wordt. Het komt regelmatig voor dat er door uitstel van groot onderhoud of vervanging onnodig en kostbaar onderhoud gepleegd moet worden (pleisters plakken). Dat is assetmanagement. Investeringsbudget Vooral de grote opgaven in wegen en kademuren, maar ook verlichting vragen om voldoende investeringsbudget. De verwachting is dat er een toevoeging van circa € 4 miljoen aan investeringsbudget nodig is de komende jaren. Dit kan door middel van een ingroeiperiode van 5 jaar, bijvoorbeeld door jaarlijks € 1 miljoen toe te voegen aan het Investeringsprogramma (tot € 4 miljoen in 2029). Uitgaande van de nieuwe gemiddelde afschrijvingstermijn van (minimaal) 35 jaar*, zorgt dit voor kapitaallasten (cumulatief), zoals verderop in een schema is weergegeven. Tussentijds vallen kapitaallasten vrij, waarmee ruimte ontstaat in de meerjarenraming. *Eind 2025 kan de gemeenteraad een aangepaste Financiële Verordening tegemoet zien, waarin de aangepaste afschrijvingstermijnen van assets zijn opgenomen. Deze gaan dan in per 2026.
Onderhoudsbudget Het onderhoudsbudget van de assetgroepen Wegen, Verlichting, Groen, Waterbouwkundige Kunstwerken, Waterbodems en Gebouwen bedraagt in 2025 € 25,4 miljoen.
6
Om de beoogde technische kwaliteit en beeldkwaliteit van de openbare ruimte te bereiken, is aanvulling van het onderhoudsbudget nodig. Met de uitkomsten van de nota en de LTAP wordt voorlopig uitgegaan van € 1,7 miljoen. Ook dit gat kan worden gedicht door middel van een ingroeiperiode van 5 jaar, afhankelijk van de financiële ruimte binnen de begroting. Samenvattend kan bij de begrotingsbehandeling worden gedacht aan het volgende ingroeimodel, inclusief de verwachte areaalgroei en indexatie, op basis van de geschatte GWW-index: Jaarschijf 2026 2027 2028 2029 2030
Investering € 1.000.000,€ 2.000.000,€ 3.000.000,€ 4.000.000,€ 4.000.000,-
Kapitaallast (cumulatief) € 0,€ 45.000,€ 134.000,€ 268.000,€ 447.000,-
Aanvulling onderhoudsbudget € 400.000,€ 800.000,€ 1.200.000,€ 1.600.000,€ 1.700.000,-
Areaalgroei (cumulatief) € 140.000,€ 280.000,€ 420.000,€ 560.000,€ 700.000,-
Indexatie GWW (cumulatief) € 440.000,€ 965.000,€ 1.515.000,€ 2.090.000,€ 2.690.000,-
Gevolgen Programmabegroting € 980.000,€ 2.090.000,€ 3.269.000,€ 4.518.000,€ 5.537.000,-
De dekking van de areaalgroei en indexatie wordt grotendeels gehaald uit de meeropbrengsten van de OZB door meer woningen, het accres (inclusief indexatie) die de gemeente ontvangt van het Rijk en de indexatie op de gemeentelijke belastingen. Alternatieve opties voor meer bestedingsruimte op korte termijn 1. Het verlengen van de afschrijvingstermijnen van de assets, waardoor de jaarlijkse kapitaallasten die voortvloeien uit een investering (=vervanging) lager worden. Dit maakt onderdeel uit van de kansrijke sporen en wordt betrokken bij de actualisatie van de Financiële Verordening, eind 2025. Bij de berekening van het aanvullende investeringsbudget is hier dan ook al rekening mee gehouden (zie hierboven); 2. het verlagen van het drempelbedrag voor het mogen activeren van investeringen om zo ook kleinere investeringen (bijvoorbeeld vanaf € 100.000,-) te kunnen activeren, zodat de onderhoudsbudgetten worden ontlast. Bij investeringen gaat het om vervangen van assets, niet zijnde onderhoud. Binnen de huidige regels van de Financiële Verordening ligt het drempelbedrag op € 250.000,-. Vervangingen tot € 250.000,- worden in de huidige situatie daarom betaald vanuit de onderhoudsbudgetten. Door het drempelbedrag te verlagen, kan dat op korte termijn financiële ruimte bieden binnen de onderhoudsbudgetten, terwijl de investeringsbehoefte dan toeneemt; 3.
als vervolg hierop zou een deel van het onderhoudsbudget ingezet kunnen worden om de kapitaallasten (aflossing + rente) van extra investeringsbudget te kunnen dekken. Uiteraard alleen bij budgetten waar dit mogelijk is. Dit verdient nadere uitwerking en komt terug bij de behandeling van de beleids- en beheerplannen, nadat de Financiële Verordening is aangepast. De opties 1 en 2 dienen opgenomen te worden in de Financiële Verordening van de gemeente (bevoegdheid gemeenteraad). Optie 3 wordt - indien haalbaar - apart voorgelegd aan de gemeenteraad. Door deze financiële technieken toe te passen, zou een deel van de piek in vervangingen opgevangen kunnen worden. Voor de korte termijn kan dat helpen, voor de lange termijn moeten de gevolgen nog goed in beeld worden gebracht. Bij beheer van de openbare ruimte is een juiste verhouding nodig tussen onderhouds- en investeringsbudgetten. Na vaststelling van de nota wordt dit verder uitgewerkt. Juridisch: De volgende documenten zijn leidend voor de nieuwe nota: Omgevingswet, Omgevingsvisie SúdwestFryslân 1.0 en Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het beheren, onderhouden en vervangen van assets zijn deels een wettelijke taak voor de gemeente.
Specifiek gaat het onder andere om de volgende wetten: Wegenwet, Wegenverkeerswet, Waterwet, Bodembescherming, Milieubeheer, Natuurbescherming, Warenwet attractie-en speeltoestellen, Bouwbesluit, Monumentenwet en RAW/UAV-systematiek. Bepaalde onderdelen vallen ook onder de zorgplicht van de gemeente, zoals openbare verlichting, veilige trottoirs, verkeersregelinstallaties (VRI’s) en onderhoud aan bomen. Alternatieven: Alternatief 1 Te kiezen voor scenario ‘Ambitieus’ en daarbij versneld middelen beschikbaar stellen (ingroeiperiode van 3 jaar).
7
In dit scenario wordt hoog ingezet op het bereiken van de doelen en ambities zoals beschreven in de Omgevingsvisie. Hiermee wordt meerwaarde geleverd op het beheren, onderhouden of vervangen van de assets. Er wordt op verschillende punten bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen. Dit uit zich in een kwalitatief betere en mooiere openbare ruimte en daarmee een groeiende tevredenheid. Op dit moment lijkt dit echter geen realistisch alternatief gezien de financiële uitdagingen binnen de gemeente. Bij dit scenario zijn zeker meer middelen nodig bovenop de genoemde € 5,7 miljoen. Alternatief 2 Te kiezen voor scenario ‘Sober’ en daarbij langzaam middelen beschikbaar stellen (ingroeiperiode van 10 jaar). In dit scenario wordt laag ingezet op het bereiken van de doelen en ambities, zoals beschreven in de omgevingsvisie. De focus ligt op het minimaal in stand houden van de assets, met oog voor veiligheid en functionaliteit (eenvoudige inrichting). Sturing vindt plaats binnen het huidige onderhoudsbudget, wat ten koste gaat van de beoogde beeldkwaliteit. Er vinden op korte termijn amper extra benodigde investeringen plaats en er is geen verwachte toename in baten en tevredenheid. De lage ambitie is bovendien niet passend bij de verwachtingen van onze mienskip.
De uitstraling van de openbare ruimte wordt hierbij schraler en de veiligheidsrisico’s nemen toe, omdat hierbij gekozen wordt voor een langzaam ingroeimodel. Dit heeft bovendien een negatief effect op het imago, de gastvrijheid en mobiliteit/toegankelijkheid, doordat fiets- en wandelpaden en trottoirs onvoldoende worden onderhouden en centra, havengebieden en woonwijken schraler worden onderhouden. Alternatief 3 De Nota Openbare Ruimte 2026-2030 niet vast te stellen en in te zetten op een andere koers. Hiermee wordt de strategische koers voor het beheer van de openbare ruimte en haar assets uitgesteld en blijft de huidige nota van kracht. Hiermee wordt niet ingespeeld op de actuele situatie van de assets, de ontwikkelingen en uitdagingen binnen de openbare ruimte. Er is juist behoefte aan een duidelijke en realistische koers voor de komende jaren, die aansluit op de huidige strategische koers. Participatie en communicatie: Voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe nota is een inwonersenquête uitgezet, waarop 2000 reacties zijn ontvangen van zowel inwoners als plaatselijke belangen. De uitkomsten zijn verwerkt in de nota en bepalen mede de voorgestelde strategische koers. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 2 van de nota.
Na het vaststellen van de nota worden de belanghebbenden geïnformeerd en wordt vooral de publieksversie van de nota uitgedragen via onze website en stads-, dorp- en wijkcoördinatoren. Planning en vervolgproces: Na vaststelling van de nota kan de vertaling naar de tactische beleids- en beheerplannen per assetgroep plaatsvinden. De huidige beheerplannen worden daarmee geactualiseerd en in de 1 e helft van 2026 voorgelegd aan het college, waarbij de gemeenteraad wordt geïnformeerd. Hierin wordt ook de financiële vertaling opgenomen. Indien nodig krijgt dit via het jaarlijkse begrotingsproces een vervolg. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: N.v.t. Bijlage(n): 1. Nota Openbare Ruimte 2026-2030; 2. Bijlage – dagelijkse praktijk. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
8
mr. drs. J.A. de Vries
C. Smits
9
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Nota Openbare Ruimte 2026-2030 Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 juli 2025;
besluit:
a. b. c.
d.
De ‘Nota Openbare Ruimte 2026-2030’ vast te stellen; In te zetten op het scenario ‘Realistisch’; De financiële vertaling van het onderhoudsbudget (jaarlijks € 400.000,- door middel van een ingroeimodel van 5 jaar) en het investeringsbudget (jaarlijks € 1 miljoen door middel van een ingroeimodel van 5 jaar) te betrekken in de integrale afweging van de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029; Voor de indexering van de onderhoudsbudgetten de GWW-index als uitgangspunt te hanteren bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 september 2025
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
10
, voorzitter.
, griffier.