Raadsvoorstel - Nota grondbeleid
Tekst van het document
Ons nummer: R21.000182
*R21.000182* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar
Nota grondbeleid 2021-2025 18 november 2021 Bestjoer en Finânsjes 4 november 2021 G. Wielinga Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken H. van der Maas
Voorstel: De herziene Nota grondbeleid 2021-2025 vast te stellen als kader voor het grondbeleid. Inleiding: In de Nota grondbeleid legt de raad kaders vast, waarbinnen de gemeente haar grondbeleid voert. Grondbeleid is een middel om ambities te realiseren, waarvoor fysieke ingrepen in de leefomgeving nodig zijn. Grondbeleid is geen doel op zich, en bevat ook geen visie. Het grondbeleid omvat niet een visie over hoe de gemeente zich in ruimtelijk opzicht zou moeten ontwikkelen. Het grondbeleid biedt wel de juridische en financiële instrumenten om de regie over ruimtelijke ontwikkeling te kunnen voeren. Daarbij is inzicht in de financiële haalbaarheid en de risico’s belangrijk. Onderwerpen Onderwerpen in de nota grondbeleid zijn onder andere de activiteiten grondverwerving, bouw- en woonrijp maken, gronduitgifte en grondprijzen, en de keuze voor wat de gemeente hierin zelf wil doen en wat niet. Andere onderwerpen zijn kredieten, financiële spelregels, risicoanalyse en de bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Omgevingswet en Omgevingsvisie In 2015 heeft de gemeenteraad de Nota grondbeleid 2015-2019 vastgesteld. Deze is, door de verstreken looptijd van vier jaar en de veranderingen die hebben plaatsgevonden, aan een actualisatie toe. De verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet zorgt voor een aantal wijzigingen.
Een aantal uitgangspunten werken tot nu toe goed, en blijven dat naar verwachting ook doen onder de Omgevingswet. De Omgevingsvisie geeft de grote ruimtelijke opgaven weer. Deze zijn gebundeld in Omgevingsprogramma’s, en worden uiteindelijk vastgelegd in delen van het ene Omgevingsplan dat de hele gemeente zal bestrijken. Het grondbeleid biedt hierbij de instrumenten voor realisatie. Doel: Het doel van grondbeleid is om ruimtelijk beleid te realiseren, op economisch verantwoorde wijze. De Nota grondbeleid heeft als doel om een gestructureerd en samenhangend kader te geven voor de uitvoeringsplannen van het college.
1
Argumenten: Beleidsuitgangspunten In de Nota grondbeleid zijn telkens per onderwerp in een kader de voorgestelde beleidsuitgangspunten weergegeven. Wat blijft hetzelfde onder de Omgevingswet? • De gemeente blijft verplicht alle kosten te verhalen op de initiatiefnemer • Het verhalen van de kosten kan nog steeds via twee ‘sporen’: privaatrechtelijk (overeenkomst sluiten), of publiekrechtelijk (betaling vastleggen in het Omgevingsplan) • De bekende instrumenten van grondverwerving – voorkeursrecht, minnelijke verwerving en onteigening - blijven, maar wijzigen op onderdelen • Een financiële bijdrage voor openbare voorzieningen buiten de plangrens, waar meerdere gebieden van profiteren, blijft mogelijk en afdwingbaar Wijzigingen • Het verhalen van kosten wordt enigszins anders georganiseerd • Het organische ontwikkelmodel, zonder eindbeeld en tijdvak, heeft een eigen methode van kostenverhaal • Naast landelijke kavelruil kan de gemeente ook binnenstedelijke kavelruil organiseren, bijvoorbeeld om winkelgebied met leegstand – of andere ruimtelijke functies - weer te concentreren Nieuwe voorgestelde beleidskeuzes • Voor woningbouw heeft het college een streven neergelegd van 50/50 actief/faciliterend grondbeleid, op basis van een opiniepeiling in de raad over dit onderwerp, dit is overgenomen in de Nota grondbeleid • Waar publiekrechtelijk kostenverhaal noodzakelijk is, de
mogelijkheid openlaten van zowel integraal als organisch kostenverhaal, dit wordt in de Nota grondbeleid verder toegelicht • Gebiedsoverstijgende kosten – kosten buiten de plangrens - verhalen wij bij voorkeur ook via het privaatrechtelijk spoor, met overeenkomsten De overige beleidskeuzes waren in de huidige Nota grondbeleid ook al vastgelegd, of volgen uit dwingende regelgeving, zoals bijvoorbeeld winstneming in grondexploitaties. Situationeel grondbeleid Voorgesteld wordt om situationeel grondbeleid te voeren. Dit houdt in dat niet altijd dezelfde vorm van grondbeleid wordt gevoerd, maar dat we per situatie onderzoeken wat het best passend is. Van de gemeente wordt steeds meer verwacht dat zij wendbaar en flexibel kan omgaan met verschillende situaties en vraagstukken die zich voordoen. Tegelijk is transparantie en betrouwbaarheid voor de overheid vereist. Met een afwegingskader maken wij per ontwikkeling een keuze in het te voeren grondbeleid en de daarmee samenhangende samenwerkingsvorm. Dit kan volledig actief of volledig faciliterend zijn, maar ook een tussenvorm. De keuze voor een bepaalde vorm van grondbeleid wordt afhankelijk gesteld van de beschikbare financiële en personele capaciteit, verwachte risico’s, maatschappelijke urgentie en bestaande grondposities en -eigenaren.
2
Alternatieven: Het voorstel is om het huidige situationele grondbeleid voort te zetten. Twee mogelijk alternatieven daarvoor zijn bijvoorbeeld: 1. Volledig actief grondbeleid De gemeente tracht altijd zelf de grond te verwerven, bouwrijp te maken en uit te geven. Het grootste voordeel van dit beleid is maximale regie op de realisatie. Het grootste nadeel is een hoger financieel risico. Een voorwaarde is dat de gemeente voldoende organiserend vermogen, kennis en capaciteit heeft om dit te kunnen uitvoeren. 2. Volledig faciliterend grondbeleid De gemeente laat grondverwerving en grondexploitatie volledig over aan de markt, woningcorporaties en private initiatieven. Het grootste voordeel is dat de gemeente zelf minder financieel risico loopt (met uitzondering van de financieel niet-haalbare projecten). Het grootste nadeel is minder regie, en het risico dat gewenste ontwikkelingen niet of te weinig tot stand komen. Dit zijn de beide uiterste vormen van grondbeleid, beide zijn in de praktijk mogelijk. De reden om een situationeel grondbeleid voor te stellen, en niet een van deze twee uitersten, is de flexibiliteit. De ruimtelijke opgaven zijn op hoofdlijnen wel duidelijk, maar de locaties, grondeigendom, betrokken partijen en maatschappelijke belangen verschillen. Risico’s: Elk type grondbeleid kent risico’s, ook faciliterend grondbeleid.
Bij het voorgestelde situationeel grondbeleid kan per locatie een afwegingskader worden doorlopen. Een onderdeel van dat afwegingskader is het ingeschatte risico voor de gemeente. Daarmee kan vooraf telkens worden afgewogen of het college en de raad het risico willen aangaan dat hoort bij de gekozen rol. Kaders: Wet ruimtelijke ordening, Omgevingswet, Aanvullingswet grondeigendom, Besluit begroting en verantwoording. Financiële aspecten/gevolgen: Het vaststellen van de Nota grondbeleid heeft geen directe financiële gevolgen. De uitvoeringsplannen die volgens het beleid worden uitgevoerd wel. Deze plannen kennen ieder hun eigen financiële kader. Duurzaamheid: Vervolgproces: Na vaststelling van het herziene grondbeleid wordt dit het kader voor de uitvoeringsplannen. De huidige Nota grondbeleid vervalt. Monitoring en evaluatie: n.v.t.
3
Gevolgen voor LTA: n.v.t. Communicatie en afstemming: Er is geen rechtstreekse afstemming met burgers en belanghebbenden geweest. Het grondbeleid is instrumenteel en uitvoerend voor ruimtelijke opgaven. De opgaven en wensen uit de samenleving zijn al geïnventariseerd en vertaald naar ruimtelijke opgaven in de Omgevingsvisie, de huidige programma's Wonen, Werk en ondernemen, Klimaatagenda. Er is bij deze herziening van het grondbeleid daarom vooraf intern gemeentelijk overleg geweest met vertegenwoordigers van deze programma's. Bijlage(n) Nota grondbeleid 2021-2025 Meegezonden: Ter inzage: Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
P. Zondervan
4
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Nota grondbeleid 2021-2025 Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 september 2021; besluit de raad: De herziene Nota grondbeleid 2021-2025 vast te stellen als kader voor het grondbeleid. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 november 2021
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
5
, voorzitter.
, griffier.