Raadsvoorstel - Nieuwe Verordening individuele inkomenstoeslag 2024 Participatiewet
Tekst van het document
Ons nummer: R24.000005
*R24.000005* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Vaststellen nieuwe Verordening individuele inkomenstoeslag 2024 Participatiewet 26 september 2024 Boarger en Mienskip 11 september 2024 Marianne Poelman Integraal Beheer Sociaal Domein Marloes Huizinga
Voorstel: Vaststellen nieuwe Verordening individuele inkomenstoeslag 2024 Participatiewet. Samenvatting: De gemeente Súdwest-Fryslân werkt al enige tijd aan het efficiënter en effectiever uitvoeren van de bijzondere bijstand en de gemeentelijke minimaregelingen. Het hele traject van aanvragen tot beschikken en uitbetalen wordt daarbij doorlopend onderzocht en geanalyseerd en daar waar mogelijk worden aanpassingen gedaan en verbeteringen doorgevoerd. Dit alles heeft als doel de toegankelijkheid (simpeler om aan te vragen) en het gebruik van deze inkomensondersteunende maatregelen te verhogen en de uitvoeringskosten te verlagen. Het afgelopen jaar hebben we het grootste deel van alle inkomensondersteunende regelingen die binnen het Sociaal Domein worden uitgevoerd geactualiseerd. De afgelopen maanden hebben we onderzocht of het wenselijk is om in de Verordening individuele inkomenstoeslag het jaarlijks indexeren van de bedragen van de financiële bijdrage op te nemen. Dit hebben we uitgewerkt in een memo indexeren Verordeningen Bijdrageregeling Minima en individuele inkomenstoeslag (bijlage 2 bij dit stuk). Wat is indexeren? Indexeren is het aanpassen van bedragen aan veranderingen in inflatie. Het doel van indexeren is ervoor te zorgen dat de koopkracht of waarde van het geld behouden blijft in de loop van de tijd.
Wanneer bedragen worden geïndexeerd, worden ze periodiek aangepast op basis van de veranderingen in een index. Een index is een maatstaf die veranderingen in een bepaalde variabele volgt, zoals prijzen of lonen. Team Financiën stelt dat de gemeentebreed meest gebruikte index voor het aanpassen van bedragen aan inflatie het bruto binnenlands product (BBP) is. Deze index meet de gemiddelde verandering in prijzen en diensten die representatief zijn voor de consumptiepatronen van huishoudens. Als de index stijgt, worden de bedragen verhoogd om gelijke tred te houden met de inflatie en andersom. Dit proces helpt ervoor te zorgen dat de koopkracht van geld behouden blijft waardoor inwoners dezelfde hoeveelheid goederen en diensten kunnen kopen ondanks de prijsstijgingen. Indexering wordt vaak toegepast op verschillende aspecten van de economie, zoals bijvoorbeeld lonen, pensioenen, sociale uitkeringen en belastingtarieven. Het is een belangrijk instrument voor het handhaven van de stabiliteit en eerlijkheid in economische systemen. Binnen het sociaal domein van de gemeente vinden er op veel fronten indexeringen plaats. Denk bijvoorbeeld aan het tweejaarlijks indexeren van de uitkeringen (landelijk). Een aantal regelingen en bedragen wordt jaarlijks geïndexeerd en een aantal wordt niet geïndexeerd.
Een aantal jaren geleden, toen het economisch wat minder ging, is besloten de individuele inkomenstoeslag niet meer te indexeren. Deze regeling is uitgewerkt in een Verordening en de mogelijkheid tot indexeren is hierin vanaf dat moment niet meer opgenomen/vastgelegd. Bij de actualisatie van de begroting
1
vorig jaar is door de raad (door middel van een amendement) de aandacht gevraagd voor het jaarlijks indexeren van de individuele inkomenstoeslag en de Bijdrageregeling Minima. Vanuit het college is toen de toezegging gedaan om dit te gaan onderzoeken. Dat heeft geleid tot dit voorstel waarin aan de Verordening een nieuw artikel 6 is toegevoegd waarin de indexering is opgenomen. Omdat voor jaarlijkse indexering van de individuele inkomenstoeslag een wijziging van de Verordening noodzakelijk is wordt het geheel ter besluitvorming aangeboden aan de raad. Argumenten Het jaarlijks indexeren van de individuele inkomenstoeslag heeft ook een aantal voordelen. Zo stelt het de gemeente in staat om de bedragen mee te laten lopen met de inflatie van dat moment. Dit zorgt ervoor dat de koopkracht van de inwoners die een beroep doen op deze regelingen behouden blijft. Zonder indexering kunnen de bedragen na verloop van tijd minder waard worden. Daarnaast kan indexeren bijdragen aan de gelijkheid en rechtvaardigheid. Als de totale kosten van levensonderhoud voor inwoners jaarlijks stijgen, is het ook redelijk dat de individuele inkomenstoeslag in lijn blijft met deze stijging. Ook kan indexeren het gebruik van de regelingen verhogen, omdat het daadwerkelijk iets kan bijdragen aan de koopkracht. Ook biedt indexering een zekere mate van voorspelbaarheid.
Inwoners kunnen redelijkerwijs verwachten hoe bedragen zich in de toekomst zullen ontwikkelen wat kan helpen bij het plannen van financiële zaken op de lange(re) termijn. Risico’s: Het jaarlijks indexeren van de individuele inkomenstoeslag kan leiden tot extra financiële druk voor de gemeente. Als de kosten van levensonderhoud namelijk sneller stijgen dan de algehele economische groei, dan kan dit leiden tot behoorlijk hogere uitgaven binnen het sociaal domein door indexering. Daarnaast moet de Verordening dan wel up-to-date gehouden worden. Lid 3 van artikel 6 voorziet daarin en maakt het mogelijk de jaarlijkse aanpassingen na indexatie, doelmatig zonder overbodige administratieve lasten, in de verordening te verwerken. Ook kan indexeren een ontmoedigend effect hebben op mensen om zelfredzaam te zijn. Sommigen inwoners kunnen er voor kiezen om afhankelijk te blijven van steun in plaats van actief te zoeken naar manieren om hun eigen situatie te verbeteren. Financiën: De individuele inkomenstoeslag valt onder de kostenpost bijzondere bijstand. In samenwerking met Financiën is een financiële uitwerking gemaakt (de volledige uitwerking hiervan is opgenomen in bijlage 3). Omdat deze uitwerking ook verband houdt met het raadsvoorstel betreffende de indexering van de Bijdrageregeling Minima (case 24.00695), is dit hieronder ook meegenomen in de totale berekening van de kosten.
De gehanteerde bestuurlijke uitgangspunten bij deze uitwerking zijn: • Reken het scenario door bij het bereiken van het maximale potentieel • Reken een scenario als ingroeimodel op basis van realistische groei • In de begroting 2025 indexatie toepassen. Hiervoor is om aansluiting te houden met de begroting SWF de BBP indexatie van 3% toegepast. In onderstaande tabel worden de nog te dekken extra kosten die ontstaan door doorlopend toekennen/indexeren op basis van realistische groei voor minimaregelingen en de individuele inkomenstoeslag afgezet.
2
Verhogen gebruik regelingen
Prognose Prognose Prognose 2024 2025 2026
STELPOST Verhogen gebruik regelingen Meerkosten Minimaregelingen obv realistische groei Meerkosten individuele inkomenstoeslag obv realistische groei Nog beschikbaar uit de stelpost
500.000
500.000
500.000
-135.000
-192.250
-192.250
-172.500
-299.800
-299.800
192.500
7.950
7.950
Op basis van bovenstaande is de conclusie: • De groei van aantal gebruikers monitoren voor actualisatie van de begroting voor 2026 • De meerkosten kunnen we nog bekostigen op basis van de realistische groei van aantallen • Het maximaal potentieel kunnen we niet bekostigen uit de stelpost en presenteert een tekort van € 585.000. N.B. Bij dit laatste punt dient wel de kanttekening te worden gemaakt dat het bereiken van het maximaal potentieel geen realistisch scenario is. Het is niet aannemelijk dat we 100% bereikbaarheid gaan halen. Mocht het maximaal potentieel in de toekomst wel realistisch dreigen te worden, dan zien we dat als een zeer positieve ontwikkeling en komen we bij de raad terug met een voorstel. Andere opties: Het is ook mogelijk de Verordening individuele inkomenstoeslag 2024 Participatiewet niet te wijzigen en af te zien van de mogelijkheid tot indexeren. Wettelijke basis: Individuele inkomenstoeslag vindt zijn grondslag in artikel 8 eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid en artikel 36 van de Participatiewet. Global Goals: Armoede tegengaan Wie zijn betrokken: Inwoners, teams Sociaal Domein, KCC, Financiën, Communicatie, JVZ en Cliëntenraad Werk en Inkomen. Het advies van de Cliëntenraad is in de bijlage bijgevoegd. Wijze van participatie: Informeren, raadplegen, co-creatie.
In verschillende bijeenkomsten met de Cliëntenraad, onze inwoners en vanuit SWF Tichtby zijn de onderwerpen bereikbaarheid/toegankelijkheid (van de regelingen) en de indexering meerdere malen aangedragen en besproken. We willen als gemeente onze inwoners hierbij zoveel mogelijk faciliteren. Het ambtshalve/doorlopend toekennen wordt door alle partijen als een goede oplossing gezien voor het verhogen van de bereikbaarheid. Het indexeren draagt daarnaast bij aan het verhogen van het gebruik van de regelingen, omdat het daadwerkelijk iets kan bijdragen aan de koopkracht. Digitale links naar informatiebronnen: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR693986/1 In welke fase: Realisatie/uitvoering
3
Planning vervolg in de raad/LTA: Aangemeld Bijlage(n): 1. Memo Wegwijzer naar eenvoud en succes. 2. Memo Indexeren verordeningen Minima en Individuele Inkomenstoeslag. 3. Financiële uitwerking Bereik Minima en IIT (inclusief indexering). 4. Verordening Individuele Inkomenstoeslag (huidig). 5. Reactie op gevraagd advies Cliëntenraad ambtshalve toekennen. 6. Reactie op gevraagd advies Cliëntenraad indexeren regelingen.
4
Verordening individuele inkomenstoeslag 2024 Participatiewet De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 juni 2024; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid van de Participatiewet; heeft overwogen dat: • de gemeente Súdwest-Fryslân al enige tijd werkt aan het efficiënter en effectiever uitvoeren van de bijzondere bijstand; • in verband hiermee de mogelijkheden zijn onderzocht voor het jaarlijks indexeren van de bedragen van de financiële bijdrage; • het gewenst is deze mogelijkheden te benutten en te verwerken in een nieuwe Verordening individuele inkomenstoeslag; besluit vast te stellen de Verordening individuele inkomenstoeslag 2024 Participatiewet Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen 1. Alle begrippen in deze verordening die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2. In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders b. bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c Participatiewet met uitzondering van de van toepassing zijnde kostendelersnorm; c. inkomen: totaal van het inkomen, overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 3, artikel 32 van de Participatiewet en de algemene bijstand d.
peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt; e. referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de peildatum; f. wet: Participatiewet. Hoofdstuk 2. De aanvraag en de voorwaarden Artikel 2. Indienen verzoek 1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet, geschiedt met een daarvoor vastgesteld (digitaal) formulier. 2. Degene die een aanvraag indient hoeft geen inkomensgegevens in te leveren indien hij/zij: a. een periodieke uitkering van de gemeente ontvangt b. uitsluitend een Wajong- uitkering ontvangt c. uitsluitend een Anw-uitkering ontvangt d. naast ander inkomen een toeslag ontvangt op grond van de Toeslagenwet Artikel 3. Uitsluitingsgronden 1. Het college kan een individuele inkomenstoeslag weigeren, indien gedurende het jaar voorafgaande aan de peildatum een afstemming op de uitkering heeft plaatsgevonden of een schriftelijke waarschuwing is verzonden wegens een schending van een arbeids- of reintegratieverplichting als bedoeld in de Participatiewet en/of de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ of is opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).
5
2. Een persoon welke uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt of tijdens de referteperiode heeft gevolgd, komt niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Artikel 4. Langdurig laag inkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, waarbij geen rekening wordt gehouden met de kostendelersnorm. Hoofdstuk 3. Hoogte van de toeslag Artikel 5. Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. Bij een inkomen tot en met 110% van de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt de individuele inkomenstoeslag per jaar: a. € 400,00 voor een alleenstaande; b. € 500,00 voor een alleenstaande ouder; c. € 600,00 voor gehuwden. 2. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Voor toepassing is de situatie op de peildatum bepalend. Artikel 6. Indexatie 1.
De toeslagen in artikel 5, lid 1, worden met ingang van 1 januari 2025 elk kalenderjaar geïndexeerd conform het gemeentebreed gehanteerde inflatiepercentage op basis van het Bruto Binnenlands Product (bbp). Het indexatiepercentage wordt vastgesteld conform de bbp-systematiek, zoals jaarlijks gepubliceerd in de Meicirculaire gemeentefonds. 2. De geïndexeerde toeslagen worden naar boven afgerond op hele euro’s. 3. Het college stelt jaarlijks na indexatie de hoogte van de individuele inkomenstoeslag voor dat jaar vast en maakt deze bedragen bekend in het Gemeenteblad. De bedragen worden tevens verwerkt in artikel 5, lid 1, door consolidatie van deze verordening. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 7. Onvoorziene gevallen Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 8. Intrekking De Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet, met terugwerking tot 1 juli 2022 vastgesteld op 9 maart 2023, wordt met ingang van 1 januari 2024 ingetrokken. Artikel 9. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2024. Artikel 10. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele inkomenstoeslag 2024 Participatiewet.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 september 2024, mr. drs. J.A. de Vries, voorzitter G.W. Stegenga, griffier
6