Raadsvoorstel - Mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure
Tekst van het document
Ons nummer: R25.000210
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Behandelend team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering
: : : : :
Ruimtelijke Ontwikkeling Bauke Dam Doarp, Stêd en Omkriten 17 februari 2026 5 maart 2026
Onderwerp
:
mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure
Raadsvoorstel: a. het college van burgemeester en wethouders mandaat te verlenen tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit als bedoeld in artikel 16.36 en artikel 16.43 van de Omgevingswet; b. aan het college van burgemeester en wethouders machtiging te verlenen tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure als bedoeld in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. Samenvatting: Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Deze wet verandert wie een m.e.r.beoordelingsbesluit (milieueffectrapportage) mag nemen bij (ruimtelijke) procedures. De gevallen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen, staan in de wet. Voorheen was dit eenvoudig geregeld: als het college een plan voorbereidde, mocht het college ook dit besluit nemen. Dat gold onder andere voor bestemmingsplannen. In de Omgevingswet is dit bij wijzigingen van het omgevingsplan niet meer duidelijk vastgelegd. Ook staat niet helder in de wet dat het college de feitelijke handelingen in de m.e.r.-procedure mag uitvoeren. Om de werkwijze voort te kunnen zetten zoals deze gold voor 1 januari 2024 zal de bevoegdheid om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen door uw raad aan het college moeten worden gemandateerd. Ook wordt voorgesteld om het college te machtigen tot het verrichten van feitelijke handelingen voor de m.e.r.-procedure.
Dit voorkomt dat procedures onnodig worden vertraagd. Inleiding: Zowel onder het oude recht als onder de Omgevingswet moet het bevoegd gezag in de bij wet aangewezen gevallen beoordelen of een plan of project grote nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Op basis van die beoordeling moet worden beslist of er een milieueffectrapport (m.e.r.) moet worden opgesteld. Dit heet een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Als duidelijk is dat er wél grote gevolgen voor het milieu zijn, wordt direct een m.e.r. gemaakt en is zo’n besluit niet nodig. Alleen als die gevolgen er naar verwachting niet zijn, moet een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Onder het oude recht was het duidelijk geregeld: zowel het orgaan dat het plan vaststelt (bij bijvoorbeeld bestemmingsplannen was dat de raad) als het orgaan dat het plan voorbereidt (bij bestemmingsplannen het college) mocht dit besluit nemen. Dat stond expliciet in de Wet milieubeheer. In de Omgevingswet is dat niet meer duidelijk aangegeven. Ook staat niet expliciet in de wet dat het college de praktische stappen in de m.e.r.-procedure mag uitvoeren, zoals advies vragen aan de Commissie m.e.r. In Súdwest-Fryslân bereidt het college alle besluiten voor de gemeenteraad voor waarbij een m.e.r.-beoordelingsbesluit nodig is. Een voorbeeld hiervan is een wijziging van het omgevingsplan.
Het ligt daarmee voor de hand dat het college ook dit besluit neemt.
1
Tot nu toe was dit nog niet aan de orde, omdat we vooral bezig waren met het afronden van bestemmingsplannen. Bovendien konden wijzigingen van het omgevingsplan, door technische beperkingen, nog niet via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden gepubliceerd. Daardoor werkten we veel met BOPA’s (omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Bij BOPA’s is het college bevoegd, dus daarover is het maken van afspraken niet nodig. Nu de bestemmingsplannen zijn afgerond en wijzigingen van het omgevingsplan wél via het DSO kunnen worden gepubliceerd, verwachten we dat plannen of projecten vaker via een wijziging van het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt. Dan is het belangrijk om duidelijkheid te hebben over de taakverdeling, zodat procedures niet vertragen. Daarom is het voorstel aan uw raad om: • het college te mandateren voor het nemen van m.e.r.-beoordelingsbesluiten; • het college te machtigen voor het uitvoeren van de feitelijke handelingen in de m.e.r.procedure (afdeling 16.4 Omgevingswet). Met deze afspraken sluiten we aan bij de oude werkwijze en zorgen we voor een duidelijke en efficiënte procedure in Súdwest-Fryslân. Global Goals: SDG 16 (Sterke publieke instellingen): door efficiënte besluitvorming en duidelijke taakverdeling tussen raad en college.
SDG 11 (Duurzame steden en gemeenschappen): door tijdige beoordeling van ruimtelijke plannen op milieueffecten. SDG 13 (Klimaat) en 15 (Leven op het land): door het waarborgen van milieubescherming en natuurwaarden in de besluitvorming. Argumenten: Ad.a1 Milieueffectrapportage (m.e.r.)-beoordelingsbesluit Het bevoegd gezag beoordeelt in bij wet aangewezen gevallen of een project of plan belangrijke gevolgen voor het milieu kan hebben. Op basis daarvan wordt bepaald of een milieueffectrapport (m.e.r.) moet worden gemaakt. - Als uit onderzoek blijkt dat er grote nadelige gevolgen zijn, wordt direct een m.e.r. opgesteld. - Alleen als blijkt dat er géén grote gevolgen zijn, wordt een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen. Ad.a2 Wijziging onder de Omgevingswet Voor 1 januari 2024 konden zowel de gemeenteraad als het college een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Onder de Omgevingswet is dit niet meer duidelijk vastgelegd. Daarom is nu de raad het bevoegd gezag, tenzij de raad deze bevoegdheid via een mandaat aan het college overdraagt. Ad.a3 Mandaat is nodig om vertraging in planprocedures te voorkomen Onder de Omgevingswet is een mandaatbesluit nodig om onnodige vertraging in het planproces te voorkomen. In deze wet is niet langer opgenomen dat ook het voorbereidende bestuursorgaan bevoegd is om een mer-beoordelingsbesluit te nemen.
In de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet wordt ook expliciet aangegeven dat indien een ander bestuursorgaan dan het “bevoegd gezag” verantwoordelijk is voor de voorbereiding van het besluit, dat moet worden geregeld via mandaat. Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geeft hiertoe de mogelijkheid. Ter illustratie een voorbeeld hoe het werkt als het college dit mandaat niet heeft. De procedure voor de wijziging van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) is niet veranderd onder de Omgevingswet. Uw raad stelt de wijziging van het omgevingsplan vast. Het college is nog steeds bevoegd om de ontwerpwijziging voor te bereiden en te besluiten de ontwerpwijziging ter inzage te leggen. Zonder mandaat zou uw raad in voorkomende gevallen eerst een m.e.r.-beoordelingsbesluit moeten nemen voordat het college kan besluiten de ontwerpwijziging ter inzage te leggen. Een nadeel hiervan is dat dit leidt tot vertraging in planprocedures.
2
Het mer-beoordelingsbesluit beperkt zich alleen tot de ‘aanzienlijke milieueffecten’, dit is een milieutechnische toets. Het is geen besluit over de aanvaardbaarheid van een ontwikkeling. Uw raad zal hier uiteindelijk – nadat het plan ter inzage heeft gelegen – een besluit over nemen. In het voorbeeld gaat het dan om de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan. Ook dit is een reden om de bevoegdheid te mandateren. Ad.b Machtiging voor feitelijke handelingen Feitelijke handelingen zijn handelingen die geen formeel besluit zijn en dus geen rechtsgevolg hebben. Voorbeelden zijn: - advies vragen aan de Commissie m.e.r.; - afstemmen met andere bestuursorganen. Voor 1 januari 2024 voerde het college deze handelingen standaard uit. De Omgevingswet benoemt dit niet meer duidelijk, waardoor er onzekerheid kan ontstaan. Door het college hiervoor te machtigen, blijft helder wie wat doet en voorkomen we vertraging in de procedure. Rol en bevoegdheid: De raad is bevoegd om het nemen van m.e.r.-beoordelingsbesluiten te mandateren aan het college. Risico’s: Mandaat geven betekent dat het college een besluit neemt namens de gemeenteraad. De raad blijft zelf ook bevoegd om die beslissing te nemen. Anders dan bij delegatie draagt de raad de bevoegdheid niet over aan het college. Met dit besluit wordt de verdeling van de bevoegdheden weer zoals die was vóór de Omgevingswet.
Financiën: Aan dit voorstel zitten geen financiële consequenties. Juridisch: Artikel 16:36 en 16.43 Omgevingswet (mandaat). Artikelen 16.36, 16.37, 16.38, 16.39, 16.46 en 16.47 Omgevingswet (feitelijke handelingen). Alternatieven: Het alternatief is dat de raad zelf de m.e.r.-beoordelingsbesluiten blijft nemen wanneer zij voor een procedure het bevoegd gezag is. Dat zorgt wel voor een paar maanden vertraging in de procedure. Participatie en communicatie: Dit is een procedure voorstel. Het is niet nodig om hier over te participeren dan wel communiceren. Het voorstel is bedoeld om de planvorming zo soepel mogelijk te laten verlopen. Het mandaat- en machtigingsbesluit wordt gepubliceerd in het gemeenteblad. Planning en vervolgproces: Het mandaat- en machtingsbesluit wordt gepubliceerd in het gemeenteblad. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: N.v.t. Bijlage(n): Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
3
, burgemeester.
drs. C. Smits
4
, gemeentesecretaris.
Mandaat- en machtingsbesluit m.e.r.-procedure SúdwestFryslân De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 13 januari 2026; gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet; overwegende dat het om redenen van doelmatigheid en continuïteit wenselijk is aan het college van burgemeester en wethouders mandaat te verlenen tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en machtiging te verlenen tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure; besluit: vast te stellen het Mandaat- en machtingsbesluit m.e.r.-procedure Súdwest-Fryslân Artikel 1 Mandaat Aan het college van burgemeester en wethouders wordt mandaat verleend tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit als bedoeld in artikel 16.36 en artikel 16.43 van de Omgevingswet. Artikel 2 Machtiging Aan het college van burgemeester en wethouders wordt machtiging verleend tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure als bedoeld in de artikelen 16.36, 16.37, 16.38, 16.39, 16.46 en 16.47 van de Omgevingswet. Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt in werking de dag volgend op de bekendmaking in eht Gemeenteblad. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: “Mandaat- en machtingsbesluit m.e.r.-procedure SúdwestFryslân.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 maart 2026
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
5
, voorzitter.
, griffier.