CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Hemelwaterverordening Súdwest-Fryslân 2023

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Hemelwaterverordening Súdwest-Fryslân 2023’4.650 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R23.000194

*R23.000194* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur

Hemelwaterverordening Súdwest-Fryslân 2023 21 december 2023 Doarp, Stêd en Omkriten 5 december 2023 Michel Rietman Water Anne van Scheltinga

Voorstel: De ‘Hemelwaterverordening Súdwest-Fryslân 2023’ vast te stellen. Samenvatting: Door klimaatverandering neemt de kans op extreme regenbuien en daardoor wateroverlast toe. Ook droogte door hittestress komt vaker voor. Daarom is het nodig dat we ons aanpassen aan deze veranderingen en actie ondernemen. De watersystemen in Nederland zijn meestal zo ingericht om hemelwater zo snel mogelijk af te voeren. Afkoppelen van het regenwater van de gemengde riolering kan bijdragen aan een beter functionerend (stedelijk) watersysteem. Afkoppelen houdt in dat het hemelwater van een gebouw niet meer op het afvalwaterriool geloosd wordt. Dit helpt tegen wateroverlast en verdroging en voorkomt vervuiling door riooloverstorting op het oppervlaktewater. Ook schept het mogelijkheden voor het lokaal benutten van hemelwater. In het Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027 (Wtp 2023-2027; het watertakenplan is als bijlage bijgevoegd) is het afkoppelen van hemelwaterafvoeren als één van de maatregelen benoemd. Om het bereiken van deze doelstellingen te borgen, is een compact juridisch kader in de vorm van de Hemelwaterverordening nodig. Met de Hemelwaterverordening is het bij nieuwbouwlocaties verplicht om afvalwater en hemelwater direct van elkaar te scheiden. Per locatie wordt bekeken op welke wijze het hemelwater het beste verwerkt kan worden.

Maar voor bestaande bebouwing en percelen zal gaan gelden dat de gemeente het hemelwater blijft inzamelen en transporteren via de gemeentelijke riolering. Ook is in de Hemelwaterverordening een verplichting opgenomen om mee te werken aan afkoppeling bij de realisatie van een gescheiden rioolstelsel door de gemeente, bijvoorbeeld bij rioolvervangingsprojecten waarbij de huidige gemengde riolering vervangen wordt. Voor de verdere details wordt verwezen naar de bepalingen uit de beoogde Hemelwaterverordening. Argumenten - De jaarlijkse neerslag is in Nederland tussen 1910 en 2022 toegenomen met 26% 1. Vooral de winters zijn natter geworden, maar ook in de zomer valt meer neerslag. De toename komt vooral doordat de neerslag extremer is geworden. Hevige en langdurige neerslag kan zorgen voor wateroverlast. Vooral zomerse hoosbuien kunnen nog extremer worden. Dit kan veel overlast veroorzaken als we ons niet genoeg aanpassen aan deze veranderingen. Overigens ontstaat wateroverlast niet alleen door extreme buien maar ook omdat tuinen en openbare ruimten vaker verhard zijn en er steeds meer gebouwtjes staan. -

1

De afvoer van hemelwater vindt meestal veelal plaats gezamenlijk in gemengd stelsel met huishoudelijk of bedrijfsafvalwater. De hoeveelheid water die ingezameld, getransporteerd en www.klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/wateroverlast/verandert-neerslag

1

gezuiverd moet worden neemt door het aandeel regenwater aanzienlijk toe. Dit brengt extra kosten met zich mee, terwijl het uit milieuhygiënisch oogpunt onnodig is om het regenwater op deze wijze te behandelen. -

De bergingscapaciteit van het rioolstelsel is bij grote hoeveelheden regen veelal onvoldoende, waardoor er overstortingen optreden vanuit de riolering: lozingen naar het oppervlaktewater van een mengsel van ongezuiverd afvalwater en hemelwater. Overstortingen hebben een negatief effect op de waterkwaliteit en kunnen daardoor ook een bedreiging vormen voor de gezondheid van dieren en voor de volksgezondheid.

-

Om de bestaande beleidsdoelstellingen uit het Wtp 2023-2027 voor hemelwater te bereiken (‘af te kunnen dwingen’) en daaropvolgend een compact, juridisch kader te bewerkstelligen is het de wens om de beoogde Hemelwaterverordening vast te stellen op grond van artikel 10.32a Wet milieubeheer. In artikel 10.32a van de Wet milieubeheer staat dat gemeenteraden in het belang van de milieubescherming bij verordening regels kunnen stellen aan het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in de openbare vuilwaterriolering, maar ook in het openbare hemelwaterstelsel of openbare ontwateringsstelsel. Hiermee is een instrument geboden om de gemeentelijke watertaken (zorgplichten) vorm te geven.

-

De Omgevingswet treedt in werking op 1 januari 2024 en vervangt daarmee o.a. de Wet milieubeheer. Onder de Omgevingswet komt er verder géén expliciete grondslag terug voor gemeentelijke regels over hemelwater, dit valt dan onder de algemene bevoegdheid van de gemeente om regels te stellen in het omgevingsplan. De gemeente houdt dus onder de Omgevingswet de mogelijkheid om regels over afkoppelen en waterberging vast te stellen. Mocht het wenselijk zijn om na de inwerkingtreding van de Omgevingswet regels te stellen over hemelwater, dan moet dat door het omgevingsplan te wijzigen. Om te voorkomen dat gelijk na de inwerkintreding van de Omgevingswet het omgevingsplan (al) moeten worden gewijzigd, is het raadzaam om nog dit jaar de hemelwaterverordening door de gemeenteraad te laten vaststellen.

-

Het Wtp 2023-2027 bindt derden niet, het is daarom raadzaam om het bestaande beleid te verankeren in een verordening voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierbij is het uitgangspunt dat via voorlichting (zachte beïnvloeding) de bepalingen/doelen van de verordening gerealiseerd worden. Echter met de verordening heeft de gemeente een handhavingsbevoegdheid (last onder dwangsom of bestuursdwang). Hiermee wordt het eenvoudiger om bewoners die niet willen meewerken aan het afkoppelen te verplichten om wel medewerking te verlenen.

-

Voor de uitvoering van de Hemelwaterverordening is het belangrijk dat inwoners en bedrijven kennis hebben van de hemelwaterverordening. Daarom zal in de campagne ‘waterregulering ?! Laten we er samen ff induiken’ aandacht komen voor de hemelwaterverordening. Voor de bewoners en bedrijven die te maken krijgen met de Hemelwaterverordening komt er een publieksvriendelijke flyer. Ook komt er, naar verwachting, per 1 maart 2024 een klimaatsubsidie waarmee het mogelijk is om voor het afkoppelen en andere zgn. klimaatadaptieve maatregelen een subsidie te verkrijgen.

Risico’s op naleving: Op basis van de Algemene wet bestuursrecht geldt voor het handhaven van gemeentelijke verordeningen de mogelijkheid om een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang op te leggen. In beide gevallen kan worden geëist dat de overtreding van de verordening ongedaan wordt gemaakt. Met de last onder dwangsom wordt geprobeerd te bereiken dat de overtreder de overtreding binnen een bepaalde termijn ongedaan maakt, doet hij dit niet dan is hij een dwangsom (een geldbedrag) verschuldigd. Met de last onder bestuursdwang wordt geprobeerd te bereiken dat de overtreder de overtreding ook binnen een bepaalde termijn ongedaan maakt, maar doet hij dit niet dan kan de gemeente dit doen op kosten van de overtreder. De last onder bestuursdwang komt voor dit type overtreding het eerst in aanmerking, je wilt immers het gewenste doel (namelijk afkoppelen) alsnog bereiken en dit niet ‘af te laten kopen’ middels een geldbedrag.

2

Handhaving op grond van de Hemelwaterverordening dient ‘slechts’ als stok achter de deur (als zijnde escalatiemogelijkheid c.q. laatste instrument). Ten opzichte van de huidige situatie zal slechts sprake zijn van een beperkte inspanningstoename voor het team van Toezicht en Handhaving. Financiën: Eventuele kosten die voortkomen uit de Hemelwaterverordening worden gedekt vanuit de ‘voorziening riolering’. Ook de kosten die gemoeid gaan met de klimaatsubsidie worden gedekt vanuit de ‘voorziening riolering’. Andere opties: Het niet laten vaststellen van de Hemelwaterverordening, maar dat is niet wenselijk omdat anders het beleid zoals dat is vastgelegd in het ‘Watertakenplan 2023 - 2027’ (raadsbesluit van 9 maart 2023) niet wordt verankerd in wettelijke voorschriften. Wettelijke basis: Artikel 10.32a Wet milieubeheer Artikel 149 en 156 Gemeentewet Global Goals: SDG 6: schoon water en sanitair SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen SDG 13: Klimaatactie Wie zijn betrokken: Naast de afdeling Water zijn ook de afdelingen Juridische en Veiligheidszaken én Toezicht en Handhaving betrokken geweest bij het opstellen van de Hemelwaterverordening. De Hemelwaterverordening is tevens afgestemd met Wetterskip Fryslân.

Wijze van participatie: nvt Digitale links naar informatiebronnen: https://sudwestfryslan.nl/publicatie/waterregulering-laten-we-er-samen-ff-induiken/ https://vng.nl/nieuws/aanpassen-hemelwaterverordening-voor-start-omgevingswet https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/handboek-water/wetgeving/wetmilieubeheer/gemeentelijk/gemeentelijke/ In welke fase: besluitvormend Planning vervolg in de raad/LTA: nvt Bijlage(n): Bijlage - Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027 Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. E.K. Strijker

, gemeentesecretaris.

3

Hemelwaterverordening SWF De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023; gelet op artikel 10:32a Wet milieubeheer en artikelen 149 en 156 Gemeentewet; overwegende dat er met het vaststellen van deze verordening regels gesteld worden waarbij uitvoering wordt gegeven aan de doelen uit het Watertakenplan Súdwest-Fryslân; besluit: vast te stellen de Hemelwaterverordening Súdwest-Fryslân 2023

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart; b. college: het college van burgemeester en wethouders; c. drukriolering: het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk; d. gemengd rioolstelsel: het openbaar riool met een buizenstelsel voor de gemengde afvoer van hemelwater en afvalwater; e. gescheiden rioolstelsel: het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de afvoer van afvalwater; f. hemelwater: alle vormen van water dat uit de hemel komt, zoals regen, sneeuw, hagel; g. hemelwaterberging: voorziening voor de inzameling en verwerking van hemelwater, niet zijnde een openbaar riool in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast; h. hergebruik: elke vorm van het opnieuw gebruiken van hemelwater en dit nuttig toe te passen; i.

IBA: Individuele Behandeling van Afvalwater, een IBA-systeem is een voorziening die huishoudelijk afvalwater plaatselijk en kleinschalig zuivert; j. Infiltratie: het proces waarbij hemelwater wegzakt in de bodem; k. nieuwbouw: nieuwe woningen, renovatie, herstructurering, herbouw of uitbreiding van bestaande woningen, ofwel bij inbreiding- als uitbreidingslocaties; l. openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de afvoer en inzameling van stedelijk afvalwater en/of hemelwater, in beheer bij de gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast; met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen, kolken perceelaansluitingen en werken en installaties van overeenkomstige aard; m. overtollig water: de hoeveelheid water die de maximale capaciteit overschrijdt van de hemelwaterberging; n. perceel: een door het Kadaster begrensd stuk grond dat toebehoort aan een eigenaar; o. stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater; p. verhard oppervlak: het netto verhard oppervlak als gevolg waarvan hemelwater versneld tot afvoer komt, zoals bebouwing, daken, (tuin)bestrating, parkeerplaatsen en overige verhardingen. Groen(daken) valt/vallen hier niet onder; q.

voorzijde van een woning: de zijde van een woning waar de openbare riolering ligt, veelal de straatzijde; r. woning: een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

4

Artikel 2 Vereisten hemelwaterberging bij nieuwbouw 1. Het is verboden om vanaf nieuwbouw afvloeiend hemelwater te lozen in het openbare vuilwaterriool, bestaand gemengd riool, drukriool of op een IBA zonder hemelwaterberging. 2. De hemelwaterberging dient in stand te worden gehouden en in elk geval aan de volgende eisen te voldoen: a. Op elk perceel wordt voor elke extra m² verhard oppervlak, ten opzichte van de oude bebouwde situatie, minimaal 50 mm hemelwaterberging gerealiseerd; b. Het geborgen water dient geleidelijk binnen maximaal twee etmalen te infiltreren in de bodem of vertraagd te worden afgevoerd; c. De voorziening moet voorzien zijn van een bovengrondse overloop naar de openbare ruimte voor de afvoer van overtollig water bij extreme neerslag. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod of de eisen. Artikel 3 Afkoppeling bestaande bebouwing bij rioolvervanging 1. Het is de eigenaar van een perceel verplicht mee te werken aan de afkoppeling van de hemelwaterafvoer van een gemengd rioolstelsel bij de realisatie van een gescheiden rioolstelsel. De verplichting heeft betrekking op het hemelwater aan de voorzijde van de woning. 2. Het college kan aan de eigenaar van een perceel schriftelijk toestemming verlenen om de afkoppeling, als bedoeld in lid 1, binnen 12 maanden op eigen kosten uit te voeren. 3.

Eenmaal gerealiseerde afkoppelingen dienen door de eigenaar altijd in stand te worden gehouden. 4. Het college kan ontheffing verlenen van artikel 3. Artikel 4 Voorschriften 1. Aan een ontheffing, als bedoeld in deze verordening, kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.

Artikel 5 Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening is belast het team van Toezicht en Handhaving.

Artikel 6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 7 Overgangsrecht 1. Artikel 2 van deze verordening is niet van toepassing op: a. bouwwerken die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening al bestaan; b. bouwwerken waarvoor vóór inwerkingtreding van deze verordening een omgevingsvergunning voor bouwen is aangevraagd. 2. Deze verordening is niet van toepassing op tenders en ontwikkelovereenkomsten die binnen zes weken na inwerkingtreding van de verordening zijn afgesloten.

Artikel 8 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Hemelwaterverordening gemeente Súdwest-Fryslân 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2023.

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

5

G.W. Stegenga

, griffier.

6

Toelichting Algemene toelichting Met de inwerkingtreding van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken per 1 januari 2008 is onder andere de Wet milieubeheer gewijzigd. In artikel 10.32a van de Wet milieubeheer staat dat gemeenteraden in het belang van de milieubescherming bij verordening regels kunnen stellen aan het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in de openbare vuilwaterriolering, maar ook in het openbare hemelwaterstelsel of openbare ontwateringsstelsel. Hiermee is een instrument geboden om de gemeentelijke watertaken (zorgplichten) vorm te geven. De wet geeft een bevoegdheid. Dit betekent dat gemeenten niet verplicht zijn een verordening voor het lozen van hemel- en grondwater in de riolering te hebben. Een gemeente legt haar rioleringsbeleid vast in het gemeentelijk rioleringsplan, in dit geval het Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027. Hemel- en grondwaterlozingen in de riolering zijn geregeld in het Besluit lozing afvalwater huishoudens, het Besluit lozen buiten inrichtingen en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Over de riolering en de aansluiting van bouwwerken op de openbare riolering staan voorschriften in het Bouwbesluit 2012. De onderhavige verordening is aanvullend en is niet in strijd met plichten die elders zijn vastgelegd. Bij strijd zou de hogere regeling – de “lozingsbesluiten” en het Bouwbesluit – voorgaan.

Situatie in Súdwest-Fryslân Het Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023 - 2027 (hierna te noemen ‘Wtp 2023-2027’) beschrijft hoe in Súdwest-Fryslân de aankomende jaren invulling wordt gegeven aan de wettelijke watertaken en hoe dit bijdraagt aan de ambitie om een gezonde en klimaatbestendige gemeente te zijn. Daarnaast anticipeert de gemeente op klimaatverandering door maatregelen robuuster en groter te dimensioneren en uit te voeren dan strikt noodzakelijk om enkel aan de ‘norm’ te voldoen. Om dit te bereiken zijn er voor afvalwater, hemelwater en grondwater verschillende maatregelen vastgesteld in het Wtp 2023-2027 die de gemeente kan nemen om wateroverlast te beperken. Eén van de maatregelen is het afkoppelen van hemelwaterafvoeren, wat helpt tegen wateroverlast en verdroging, vervuiling door riooloverstorting op oppervlaktewater en mogelijkheden schept voor het lokaal benutten van hemelwater. Om de bestaande doelstellingen uit het Wtp 2023 - 2027 voor hemelwater te bereiken heeft de gemeente Súdwest-Fryslân de voorliggende hemelwaterverordening opgesteld op grond van artikel 10.32a Wet milieubeheer. Voor hemelwater is één van de maatregelen om bij alle nieuwbouwprojecten het afvalwater en het hemelwater verplicht direct van elkaar te scheiden. Per locatie wordt bekeken op welke wijze het hemelwater het best kan worden verwerkt.

Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeente het hemelwater, als zij dat op het moment al doet, blijft inzamelen en transporteren via de gemeentelijke riolering. Indien doelmatig koppelt de gemeente verhard oppervlak af en voert het water af naar oppervlaktewater. Voor de meeste bedrijven gelden de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hieruit volgt onder andere dat hemelwater niet op gemengde riolering mag worden aangesloten als het redelijkerwijs mogelijk is om het hemelwater te infiltreren in de bodem, of te lozen op het oppervlaktewater of een hemelwaterstelsel. Niet alle verharde oppervlakken zijn geschikt om direct af te koppelen en het hemelwater direct te lozen op oppervlaktewater of in de bodem. Indien er een indicatie is dat grond- of oppervlaktewater verontreinigd kan raken als gevolg van het infiltreren of lozen van (afstromend) hemelwater, dan dient overleg gevoerd te worden met de gemeente en het Wetterskip Fryslân. Voor bedrijven is dus maatwerk nodig. In gebieden met drukriolering zal de gemeente géén hemelwater inzamelen. Particulieren verwerken het hemelwater bij voorkeur op eigen terrein of voeren het af naar het oppervlaktewater. Het hemelwater mag niet worden aangesloten op de drukriolering, omdat de drukriolering dan overbelast wordt en pompstoringen optreden.

Omgevingswet De bepalingen in deze hemelwaterverordening zijn zodanig opgesteld dat ze voldoen aan de eisen uit de Omgevingswet. In de artikelsgewijze toelichting komt dit nader aan bod.

7

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel worden de in deze verordening gehanteerde begrippen omschreven. Artikel 2 Vereisten hemelwaterberging bij nieuwbouw Eerste lid Kern van de hemelwaterverordening is dat er bij nieuwbouw, dat wil zeggen nieuwbouw, herstructurering, herbouw of uitbreiding van bestaande woningen, ofwel bij inbreiding- als uitbreidingslocaties, een verplichting geldt om een waterberging aan te leggen en in stand te houden. Dit om wateroverlast te beperken en schade aan woningen en vitale infrastructuur te voorkomen. In een ontwerp voor nieuwbouw dient dus rekening te worden gehouden met het aanleggen van een waterberging. Uit het Wtp 2023-2027 volgt dat in- en uitbreidingen niet mogen leiden tot een substantiële toename van de vuilemissie en ook niet tot het vergroten van de kans van water-op-straat. Om beide doelstellingen te bereiken wordt bij alle nieuwbouwprojecten het afvalwater en het hemelwater direct van elkaar gescheiden gehouden. Hierdoor wordt hemelwater ook niet meer aangeboden aan de zuiveringsinstallatie (RWZI). Geen hemelwater mag worden aangesloten op het openbare vuilwaterriool, op drukriolering of op een IBA. Tweede lid In het Wtp 2023 – 2027 is geen minimale bergingseis opgenomen.

Per locatie wordt bekeken op welke wijze het hemelwater het best kan worden verwerkt, zodanig dat aan alle doelstellingen wordt voldaan. Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, wat wil zeggen dat de waterhuishoudkundige situatie na de bouw niet afwijkt van de situatie voor de bouw. Aansluitend bij de Leidraad Watertoets van het Wetterskip Fryslân betreft de toename verhard oppervlak het verhard oppervlak in de toekomstige situatie minus de verharding in de bestaande situatie. Wanneer een bestaande woning met een oppervlak van 100m² wordt gesloopt en er komt een nieuw gebouw voor terug met een oppervlak van 300m² dan neemt het verhard oppervlak toe met 200m². Het teveel aan hemelwater moet in de berging worden opgevangen. Van daar kan het bij voorkeur in de bodem infiltreren2 of langzaam (vertraagd) worden afgevoerd. De berging bestaat bijvoorbeeld uit infiltratie en/of wadi en/of retentievijver met een noodoverloop naar oppervlaktewater. De benodigde omvang van de berging wordt vooral bepaald door de grootte van het verharde oppervlak (daken en verhardingen) die op de berging afwateren. Daarnaast is de omvang afhankelijk van het soort berging, de bodemgesteldheid en lokale omstandigheden. Voorbeeld van een berging: een wadi De term wadi is afkomstig uit het Midden-Oosten en staat voor een rivier die vrijwel altijd droog staat.

Een wadi is een (met gras begroeide) ondiepe brede greppel voor infiltratie en eventueel afvoer van hemelwater. Tijdens droog weer heeft de wadi bijna het uiterlijk van een grasveld. Bij neerslag stroomt hemelwater in de wadi, waar het in de bodem kan infiltreren. Veelal is de wadi voorzien van een overlaat (slok-op) om overstroming bij hevige neerslag te voorkomen. Het perceel of gebied moet een regenbui kunnen verwerken die gemiddeld eens per 25 jaar voorkomt (T = 25). Op basis daarvan kunnen specialisten uitrekenen hoeveel berging er nodig is. Bij grootschaliger ontwikkelingen dient de watertoets doorlopen te worden. Wetterskip Fryslân heeft haar beleid vastgelegd in de Leidraad Watertoets. Het Wetterskip kan aangeven met welke ‘regenbuien’ en uitgangspunten rekening dient te worden gehouden. In veel gevallen zal 50 mm berging nodig zijn, maar dat kan, afhankelijk van de locatie, ook meer zijn. Een berging van 50 mm betekent dat er voor elke extra m² verhard oppervlak – dus na aftrek van het verhard oppervlak dat er voor de realisatie van het plan al was – en voor de openbare weg, 50 liter water moet worden geborgen. De oude bebouwing dient daarbij als vertrekpunt voor het extra m² verhard oppervlak. Wanneer de watertoets niet van toepassing is, geldt een vaste bergingseis van 50 mm.

Indien de minimale eis niet haalbaar is en/ of de ontwikkelaar van mening is dat een andere bergingseis volstaat dan dient dat gemotiveerd te worden aangetoond. 2 Gezien de natuurlijke bodemsamenstelling is dat veelal niet mogelijk wat kan betekenen dat daar bij het bouwrijp maken rekening mee gehouden moet worden.

8

Rekenvoorbeeld In veel gevallen is circa 50 mm berging nodig. Dit betekent dat voor elke m² extra verhard oppervlak 50 liter water moet worden geborgd. Of andersom, er is 1 m³ berging nodig voor elke 20 m² verhard oppervlak, ofwel 500m³ per hectare verhard oppervlak. De waterberging kan veel ruimte in beslag nemen, maar is ook een kans om het gebied aantrekkelijker te maken. Hoe minder verhard oppervlak, hoe minder waterberging er nodig is. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van groen, waterdoorlatende verharding en groene daken. Groen - waaronder ook groendaken - valt namelijk niet onder het begrip verhard oppervlak (zie artikel 1). Aanleg van groendaken kan dus ook leiden tot een reductie van de bergingsopgave (minder dan 50 mm). Enkele voorbeelden: hoe te realiseren Bij een minimale bergingseis van 50 mm dient bij 60m² verharding (dakoppervlak) in totaal 3 m³ (0,05 m x 60 m2 = 3m3) hemelwater geborgen te worden in een voorziening. Onderstaand zijn enkele voorbeelden uitgewerkt. Daarnaast zijn andere ondergrondse voorzieningen denkbaar, zoals kunststof infiltratiekratten (ook toe te passen onder parkeerplaatsen of -terreinen) of hemelwaterbuffering voor hergebruik zoals het spoelen van het toilet. Een voorziening voor hergebruik dient overgedimensioneerd te worden, aangezien deze beging niet binnen twee etmalen weer volledig beschikbaar is.

Dit is maatwerk en dient afgestemd te worden met de gemeente.

9

3

Bij woningen met een hemelwaterberging en/of infiltratie op het perceel, mag alleen de piek van grote regenbuien naar de openbare weg worden afgevoerd (als de berging vol is). Voorwaarde is dat de berging voldoende groot is en goed functioneert. Vanuit de berging infiltreert het regenwater in de bodem of wordt vertraagd naar oppervlaktewater afgevoerd. Alleen bij zeer hevige regenval raakt de berging vol en mogen piekafvoeren naar de riolering of openbare weg worden afgevoerd. Dit moet meestal bovengronds gebeuren (afvoer over maaiveld). Als de openbare hemelwatervoorzieningen bovengronds zijn (zoals goten), dan moet de overloop ook bovengronds zijn. Bij ondergrondse voorzieningen, zoals openbare regenwaterriolering, heeft het ook de voorkeur om het surplus bovengronds aan te leveren. Het water stroomt vervolgens via de kolken in de openbare voorziening. NB: daarnaast is bij bepaalde ontwikkelingen, naast een hemelwaterberging per perceel, ook een watertoets nodig. De watertoets is een verplicht onderdeel in het geval van een planwijziging of een buitenplanse planafwijking waarmee het Wetterskip de voorgenomen ontwikkeling toetst aan de gevolgen voor de waterhuishouding. De resultaten van de watertoets moeten onderdeel worden van de voorgenomen ontwikkeling. Ook onder de Omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer ‘weging van het waterbelang’.

Een hemelwaterberging heeft een maximale capaciteit dat op een bepaald moment bereikt wordt als het geborgen water niet wordt geloosd. De hemelwaterberging wordt niet aangesloten op het openbare vuilwaterriool of op drukriolering, waardoor de waterberging voorzien moet zijn van een bodeminfiltratiesysteem of een (vertraagde) afvoer naar het oppervlak om geleegd te kunnen worden voor continue gebruik. De hemelwaterberging moet daarvoor het geborgen water binnen maximaal twee etmalen kunnen infiltreren in de bodem of vertraagd kunnen afvoeren. Hiervoor kan het onder andere nodig zijn tijdens de aanleg van de hemelwaterberging bodemverbeteringen toe te passen. In het geval van extreme neerslag moet er een overloop aanwezig zijn waarmee het overtollige water kan worden afgevoerd van de hemelwaterberging en het terrein naar de openbare ruimte. Hiermee moet worden voorkomen dat schade ontstaat aan de percelen en woningen van eigenaren. Voor zover dit niet zonder ingrijpende maatregelen en hoge kosten mogelijk is kan gebruik worden gemaakt van de ontheffingsmogelijkheid uit het vijfde lid. De ontwikkelaar dient daarbij aan te tonen dat een situatie zonder overloop niet leidt tot overlast en schade. Dit is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente, ook niet wanneer ontheffing is verleend.

Benadrukt dient te worden dat altijd rekening dient te worden gehouden met de regels van het burenrecht, in het bijzonder met titel 4 van Burgerlijk Wetboek Boek 5. 3 Bron: Calculator regenwaterberging (huisjeboompjebeter.nl)

10

Derde lid Het college kan ontheffing verlenen van hetgeen bepaald in artikel 2. Dit kan aan de orde zijn als er geen hemelwaterberging kan worden aangelegd en er niet redelijkerwijs op andere wijze in hemelwaterberging kan worden gerealiseerd op het perceel van de eigenaar. Ook kan ontheffing worden verleend voor het op onderdelen afwijken van de verordening. Bijvoorbeeld omdat de perceeleigenaar een deel van het hemelwater wil hergebruiken voor eigen doeleinden of als er vanwege de dichtheid van de bebouwing geen bovengrondse overloop naar de openbare ruimte mogelijk is zonder ingrijpende maatregelen en hoge kosten. De ontwikkelaar heeft dan eventueel ook de mogelijkheid om elders in de omgeving een hemelwaterberging aan te leggen, hiervoor is dus voorzien in maatwerk. Altijd is afstemming met de gemeente noodzakelijk waarbij het college voor het verlenen van de ontheffing de doelstellingen van het Wtp 2023 - 2027 in acht moet nemen. Artikel 3 Afkoppeling bestaande bebouwing bij rioolvervanging In bestaand stedelijk gebied zamelt de gemeente het (overtollige) hemelwater in. Indien doelmatig koppelt de gemeente verhard oppervlak af en voert het water af naar het oppervlaktewater. Tijdens de uitvoering wordt omwonenden de mogelijkheid geboden mee te werken aan het afkoppelen van particulier terrein.

Eerste lid Het is in beginsel verplicht om mee te werken aan afkoppeling bij de realisatie van een gescheiden rioolstelsel door de gemeente, bijvoorbeeld afkoppeling van het dakoppervlak aan de voorzijde van de woning bij rioolvervangingsprojecten waarbij de huidige openbare gemengde riolering vervangen wordt. Tweede lid De eigenaar van een perceel mag een afkoppeling als bedoeld in dit artikel ook zelf op een later tijdstip en op eigen kosten uitvoeren. De uitvoering dient dan wel plaats te vinden binnen twaalf maanden nadat hierover overeenstemming is bereikt met de gemeente. Desgevraagd moet de afkoppeling aangetoond kunnen worden door middel van foto’s en/of een situatieschets. Artikel 4 Voorschriften Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 5 Toezicht Voor het handhaven van gemeentelijke verordeningen geldt altijd de mogelijkheid om een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang op te leggen, via hoofdstuk vijf van de Algemene wet bestuursrecht. De last onder bestuursdwang komt voor dit type overtreding het eerst in aanmerking, het gewenste doel (namelijk afkoppelen) dient namelijk alsnog bereikt te worden. Artikel 6 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 7 Overgangsrecht Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 8 Citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

11

De benodigde (over) capaciteit kan worden berekend met behulp van de volgende methode. De maatgevende bui is 50mm. Voor een toename van verharding van 1000m² is een opvangcapaciteit nodig van 50m³. De inhoud van de berging moet vervolgens worden afgevoerd om de bergingscapaciteit zo snel mogelijk weer beschikbaar te krijgen. Dit mag met een maximale afvoer van 1,33l/s/ha. Het is wel belangrijk om in het watertoetsproces duidelijk te maken dat het gaat om een berging die na afloop van een neerslaggebeurtenis weer leegstroomt. De initiatiefnemer en WF moeten afspraken maken over wanneer het bassin leegstroomt (bijvoorbeeld als het peil in het oppervlaktewater weer gezakt is naar een bepaald peil). Deze methode kan niet worden gebruikt voor plannen in de categorie compensatie is maatwerk, voor die gevallen bepaalt Wetterskip Fryslân de benodigde compensatie per geval.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13511376/1