Raadsvoorstel - gewijzigd vaststellen bestemmingsplan BGB-I
Tekst van het document
Ons nummer: R23.000151
*R23.000151*
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Buitengebied SúdwestFryslân-I 28 september 2023 Doarp, Stêd en Omkriten 18 september 2023 Bauke Dam Ruimtelijke Ontwikkeling Siemon Faber
Voorstel: a. Nu het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt ten opzichte van het bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân’ waarvoor een planMER is opgesteld, besluiten dat voor het onderhavig bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân-I’ geen PlanMER nodig is; b. de reactienota op ingediende zienswijzen 'Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân-I' vast te stellen; c. het bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân-I' gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen, conform de bij dit besluit behorende Staat van Wijzigingen; d. het bestemmingsplan langs elektronische weg vast leggen in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2023BPBGBSWFI-vast en tevens in die vorm vastleggen; e. te besluiten dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie; f. geen exploitatieplan voor het bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân-I' vast te stellen. Samenvatting: De gemeenteraad heeft op 5 oktober 2017 het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân vastgesteld. Tegen dit bestemmingsplan zijn bij de Raad van State 10 beroepenschriften ingediend. Op 18 december 2019 heeft de Afdeling uitspraak gedaan.
De gemeente Súdwest-Fryslân heeft er voor gekozen om gelijktijdig met het verwerken van de gevolgen van de uitspraak van de beroepsschriften het bestemmingsplan ‘Reparatie- en Veegplan Buitengebied Súdwest-Fryslân’ op te stellen. Na vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied Súdwest-Fryslân’ zijn een aantal omissies geconstateerd, is sprake van een aantal nieuwe ontwikkelingen (bv kleine windmolens) en waren bepaalde punten uit de beroepschriften tegen het bestemmingsplan gegrond. Met het bestemmingsplan ‘Reparatie- en Veegplan Buitengebied Súdwest-Fryslân’ worden deze hersteld. Ook de recente ontwikkelingen die met een onherroepelijke uitgebreide omgevingsvergunning zijn gerealiseerd zijn in het bestemmingsplan opgenomen. Reparatie- en Veegplan naar algehele herziening bestemmingsplan In het kader van de actualisatie waarin de uitspraak van de Raad van State en recente ontwikkelingen zijn verwerkt is eveneens gekozen voor een harmonisatie van de agrarische bestemmingen binnen het plangebied. Door alle agrarische percelen binnen het plangebied, dus ook de agrarische bedrijven binnen een bebouwde kom waarvoor een ander bestemmingsplan van toepassing is, op te nemen in onderhavig bestemmingsplan is er sprake van een eenduidige planologische regeling voor alle agrarische bedrijven. Na de vaststelling van onderhavig
1
bestemmingsplan en de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân-II’ geldt voor alle agrarische bedrijven in de gemeente Súdwest-Fryslân dezelfde juridisch planologische regeling. Het onderhavige bestemmingsplan is gebaseerd op de ‘Uitgangspuntennotitie Buitengebied Súdwest-Fryslân (2)’ zoals deze in 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft de procedure doorlopen van voorontwerp (als veegplan) naar het nu voorliggende vast te stellen bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen. De ingediende vooroverlegen inspraakreacties zijn in het bestemmingsplan verwerkt. Vervolgens heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen en kon eenieder een zienswijze indienen. Van deze gelegenheid is door 91 mensen gebruik gemaakt. In de bij het raadsvoorstel gevoegde ‘Reactienota op ingediende zienswijzen ‘bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-FryslânI’ zijn de zienswijzen kort samengevat en zijn voorzien van een gemeentelijke reactie. Indien de zienswijze (deels) wordt overgenomen is deze wijziging opgenomen in de Staat van wijzigingen.
Na vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân-I’ geldt voor het buitengebied van de gemeente Súdwest-Fryslân een actueel bestemmingsplan dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 van rechtswege wordt omgezet naar een Omgevingsplan. Dit bestemmingsplan zal in de toekomst de basis kunnen vormen voor een actualisatie vanwege een mogelijk Landbouwakkoord, FPLG en landelijke wet- en regelgeving. De uitdagingen waar Nederland voor staat kunnen op dit moment nog niet in het bestemmingsplan worden verwerkt, omdat er geen duidelijke maatregelen of afspraken liggen. Dat zal in de toekomst wel aan de orde zijn en op dat moment kan dit bestemmingsplan hierop worden geactualiseerd. Het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân-I’ is in onderstaande afbeelding globaal weergegeven. Het betreft het plangebied van het tot nu toe geldende bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân, dit was de herziening van de bestemmingsplan buitengebied van de voormalige gemeenten Nijefurd, Sneek en Wûnseradiel.
2
‘Geitenstop’ De gemeenteraad heeft twee keer een voorbereidingsbesluit genomen om de vestiging – en/of uitbreiding van geitenhouderijen tegen te gaan. Een derde voorbereidingsbesluit is niet mogelijk en mede daarom is er voor gekozen om de juridische regeling met betrekking tot de ‘geitenstop’ op te nemen in het onderhavige bestemmingsplan. In het onderhavige bestemmingsplan is een juridische regeling opgenomen met betrekking tot de (nieuw)vestiging of uitbreiding van geitenhouderijen. De ‘geitenstop’ is ingesteld in afwachting van de uitkomsten van de vervolgonderzoeken in het kader van Veehouderij en Gezondheid Omwonenden – III. De uitkomsten van deze onderzoeken worden echter niet voor eind 2024 verwacht en mogelijk nog later. Met de vaststelling van het onderhavig bestemmingsplan wordt de ‘geitenstop’ verlengd.
Argumenten: a. Er hoeft geen PlanMER te worden opgesteld Onderhavig bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 5 oktober 2017. Voor een bestemmingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt moet een zogenaamde PlanMER worden opgesteld. Een bestemmingsplan is zogenaamd kaderstellend. MER staat voor milieueffectrapportage. In een PlanMER moet onderbouwd worden dat er geen ernstig nadelige milieueffecten aan de orde zijn door het vaststellen van het bestemmingsplan. Voor het in 2017 vastgestelde bestemmingsplan is in 2016 een planMER opgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân-I’ is een kleine herziening van het tot nu toe geldende bestemmingsplan en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die niet of onvoldoende zijn onderzocht in de uitgevoerde planMER in 2016. Daarnaast zijn in de afgelopen jaren een aantal agrarische bedrijven gestopt waardoor eventuele nadelige milieueffecten zijn afgenomen. Voorliggend bestemmingsplan leidt daarom niet tot belangrijke nadelige milieueffecten waarvoor een planMER of mer-beoordeling moet worden opgesteld.
De systematiek van de denkbeeldige rechthoek met een maximale oppervlakte van 1,5ha voor agrarische bedrijven die op grond van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt was ook in het geldende bestemmingsplan van toepassing. Daarnaast zijn de agrarische bedrijven die in een kern liggen en waarvoor een ander bestemmingsplan (een zogenaamd ‘komplan’) van toepassing was, nu opgenomen in dit bestemmingsplan buitengebied. Dit betreft echter een gering aantal agrarische bedrijven. Daar tegenover staat het aantal agrarische bedrijven die gestopt zijn en die op grond van het bestemmingsplan de bestemming ‘Wonen – Woonboerderij’ krijgen.
b. In de reactienota is de reactie op de zienswijze opgenomen Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn 91 zienswijzen ingediend. Dit zijn een behoorlijk aantal, maar enige nuance is hier wel op zijn plaats temeer dat hiervan 44 stuks (bijna de helft) zijn van een adviesbureau met (vrijwel) dezelfde tekst en inhoud. Daarnaast wordt geadviseerd om meerdere zienswijzen over te nemen. In de ‘Samenvatting BGB-I’ is een nadere beschouwing op deze zienswijzen gegeven en worden de belangrijkste argumenten benoemd. De door de raad vastgestelde Uitgangspuntennotitie 2019 (en het gegeven dat het een conserverend plan is) zijn hierbij leidend geweest. In de reactienota wordt per zienswijze onderbouwd of wij u voorstellen (gedeeltelijk) wel of niet mee te gaan in de zienswijze. Indien wij voorstellen om (gedeeltelijk) mee te gaan in de zienswijze dan leidt tot een wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. Deze wijziging is dan opgenomen in de ‘Staat van Wijzigingen’ (onderverdeeld in wijziging van de regels op basis van een zienswijze of ambtshalve of de verbeelding). Hierbij wordt dan ook het zienswijzenummer benoemd voor de overzichtelijkheid. Door de vaststelling van de reactienota op de zienswijzen, staat de reactie aan de indieners van een zienswijze vast en resulteert dat ook in het eventueel aanpassen van het bestemmingsplan conform die reactienota.
3
Als bijlage bij dit raadsvoorstel is ook een lijst met indieners van een zienswijze opgenomen. De nummers corresponderen met de nummers in de reactienota. Beide documenten zijn vanwege de privacywetgeving geschoond van persoonsgegevens. Alleen de locaties worden genoemd. De drie meest voorkomende aspecten die naar voren komen in de zienswijzen zijn vast bouwvlak van 2 Ha, stikstof en gebruik van gronden. Voor het standaard opnemen van een bouwvlak van 2 Ha geldt dat in de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid om van 1,5 Ha naar 2,0 Ha te kunnen groeien in het bestemmingsplan, zitten afwegingskaders opgenomen. Zoals bijvoorbeeld de landschappelijke inpassing (Nije Pleats sessie). Als de 2,0 Ha standaard als bouwvlak wordt opgenomen dan heb je geen regulering meer voor wat betreft de landschappelijke inpassing. Daar kom je dan niet meer aan toe. De kwaliteiten van het buitengebied zoals de openheid moet geborgd blijven en middels de binnenplanse afwijking kan er maatwerk op perceelsniveau worden toegepast inclusief een goede landschappelijke inpassing. Daarom wordt er geen bouwvlak opgenomen. Met betrekking tot stikstof doet dit bestemmingsplan recht aan de bestaande natuurtoestemmingen die een agrarisch bedrijf heeft. Op de hoofdregel in het bestemmingsplan zijn afwijkingen en uitzonderingen.
Dit alles tezamen zorgt voor het respecteren van deze natuurtoestemmingen voor de agrarische bedrijven. Tenslotte wordt soms gevraagd het gebruik op een perceel te wijzigen of een nieuwe ontwikkeling alvast mee te nemen. Nieuwe ontwikkelingen kunnen alleen worden meegenomen indien deze ruimtelijk onderbouwd zijn. Dus in het geval er een aanvraag loopt waarbij een ruimtelijke onderbouwing is aangeleverd en deze ruimtelijke onderbouwing is akkoord bevonden (door de preferente partners en de gemeente), dan wordt deze ontwikkeling meegenomen in het nieuwe plan. Voor andere gevallen kan dat niet, want dan is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. De wijziging kan dan niet worden meegenomen omdat het bestemmingsplan dan niet voldoet aan de wet- en regelgeving (want geen goede ruimtelijke ordening). c. Vaststellen bestemmingsplan op basis van Staat van Wijzigingen Naast de aanpassingen die volgen uit de ingediende zienswijzen is het ook wenselijk het bestemmingsplan ambtshalve op verschillende punten gewijzigd vast te laten stellen. Voor een overzicht van alle aanpassingen en/of wijzigingen wordt verwezen naar de afzonderlijk bijgevoegde Staat van Wijzigingen. Hierin is onderscheid gemaakt tussen aanpassingen van de regels en op de verbeelding. d.
Bekendmaking bestemmingsplan is verplicht Nadat een bestemmingsplan (gewijzigd) is vastgesteld, moet deze ook bekend worden gemaakt en digitaal raadpleegbaar zijn. Het is namelijk het nieuwe toetsingskader. Daarvoor zijn wettelijke eisen vastgesteld en uw raad wordt gevraagd de bekendmaking van het bestemmingsplan conform deze wettelijke normen plaats te laten vinden. e. Exploitatieplan niet nodig Een exploitatieplan is alleen aan de orde als een nieuw bestemmingsplan kosten behelst (van de gemeente) die op het plangebied moeten worden verhaald. Het betreft een conserverend en harmoniserend plan en er zijn geen gemeentelijke (bovenplanse) kosten die hier verhaald moeten worden. Op basis van de wetgeving is er geen exploitatieplan aan de orde. Uw raad dient wel bij elk bestemmingsplan expliciet te besluiten of er wel of geen exploitatieplan moet worden vastgesteld. U wordt voorgesteld dat in dit geval niet te doen. Risico’s: Tegen het besluit tot gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan staat beroep open bij de Raad van State.
4
Financiën: n.v.t. Andere opties: Bestemmingsplan aangepast vaststellen (middels amendementen). Op onderdelen kan het bestemmingsplan nog worden aangepast. Dat kan op het toewijzen van een bestemming voor een bepaald perceel maar ook op een gebruiksregel bijvoorbeeld. In dat geval wordt het bestemmingsplan met inachtneming van die wijziging vastgesteld. Het bestemmingsplan niet vaststellen Er kan besloten worden het bestemmingsplan niet (of vooralsnog niet) vast te stellen. Consequentie hiervan is in ieder geval dat de geitenstop komt te vervallen. De bescherming vanuit het voorbereidingsbesluit loopt begin oktober 2023 af. Wettelijke basis: Wet ruimtelijke ordening, Besluit ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrechtspraak. Global Goals: Goede gezondheid en welzijn. Eerlijk werk en economische groei. Wie zijn betrokken: Inwoners en bedrijven van het buitengebied (en de agrarische bedrijven in de kernen). Wijze van participatie: Een bestemmingsplan wordt voorbereid middels een voorontwerpfase, een ontwerpfase en de daadwerkelijke vaststelling. Hierbinnen zijn meerdere gelegenheden om een reactie te geven. Dat is in het kader van dit bestemmingsplan ook gebeurd. Daarnaast is er tijdens de ontwerpfase nog een informatieavond voor de agrarische bedrijven geweest op 29 juni 2023 in Blauwhuis.
Digitale links naar informatiebronnen: www.ruimtelijkeplannen.nl In welke fase: Vaststelling/afronding bestemmingsplan Planning vervolg in de raad/LTA: Na vaststelling komt het bestemmingsplan niet terug in de raad.
5
Bijlage(n): 1. Samenvatting bestemmingsplan BGB-I; 2. Reactienota op zienswijzen BGB-I; 3. Lijst indieners zienswijzen BGB-I; 4. Staat van Wijzigingen BGB-I; 5. Regels bestemmingsplan BGB-I; 6. Regels ontwerpbestemmingsplan OUD BGB-I; 7. Regels ontwerpbestemmingsplan wijzigingen bijhouden naar nieuwe regels BGB-I; 8. Bijlagen bij regels BGB-I (12); 9. Toelichting BGB-I; 10. Bijlagen bij toelichting BGB-I (7) 11. Uitgangspuntennotitie Buitengebied Súdwest-Fryslân (2).
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
6
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân-I Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 augustus 2023;
besluit:
a. nu het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt ten opzichte van het bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân’ waarvoor een planMER is opgesteld, te besluiten dat voor het onderhavig bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân-I’ geen PlanMER nodig is; b. de reactienota op ingediende zienswijzen 'Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân-I' vast te stellen; c. het bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân-I' gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen, conform de bij d. dit besluit behorende Staat van Wijzigingen; d. het bestemmingsplan langs elektronische weg vast leggen in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2023BPBGBSWFI-vast en tevens in die vorm vastleggen; e. te besluiten dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie; f. geen exploitatieplan voor het bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân-I' vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 september 2023
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
7
, voorzitter.
, griffier.