CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Evaluatie en algemene planologische instemming plaatsing kleine windturbines bij hulpbedrijven landelijk gebied en recreatieve voorzieningen

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Evaluaasje en algemiene planologyske ynstimming pleatsing lytse wynturbines by helpbedriuwen lanlik gebiet en rekreative foarsjenningen2.440 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R24.000171

*R24.000171*

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Behandelend team : Portefeuillehouder : Raadscommissie : Raadscommissie d.d. : Raadsvergadering :

Ruimtelijke Ontwikkeling Bauke Dam Doarp, Stêd en Omkriten 14 januari 2025 30 januari 2025

Onderwerp

Evaluatie en algemene planologische instemming plaatsing kleine windturbines bij hulpbedrijven landelijk gebied en recreatieve voorzieningen

:

Raadsvoorstel: a. kennis te nemen van de evaluatie; b. algemene planologische instemming te verlenen voor het plaatsen van maximaal 2 kleine windturbines bij een bestaand agrarisch hulpbedrijf landelijk gebied of een bestaande recreatieve voorziening, onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan de beleidsregel ‘toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân’; Samenvatting: In dit voorstel wordt ingegaan op de evaluatie van de ‘beleidsregels toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân’. Daarnaast wordt de raad voorgesteld om planologisch in te stemmen met het toestaan van maximaal 2 kleine windturbines bij een bestaand hulpbedrijf landelijk gebied of een bestaande recreatieve voorziening. Dit naar aanleiding van een provinciale beleidswijziging ten aanzien van kleine windturbines en het feit dat het college wil meegaan in deze beleidswijziging. Door planologisch in te stemmen wordt voorkomen dat iedere afzonderlijke aanvraag om een omgevingsvergunning aan de raad moet worden voorgelegd. Inleiding: Op 3 maart 2022 heeft de raad het paraplubestemmingsplan ‘Sudwest-Fryslân – kleine windturbines’ vastgesteld. In dit bestemmingsplan wordt de plaatsing van maximaal 2 kleine windturbines mogelijk gemaakt bij een bestaand agrarisch bedrijf, mits voldaan wordt aan de beleidsregel ‘toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân’.

In het kader van de actualisatie van bestemmingsplannen is de inhoud van dit parapluplan in 2023 opgenomen in de bestemmingsplannen buitengebied I en II. Het paraplubestemmingsplan is daarmee komen te vervallen. De bestemmingsplannen buitengebied I en II maken sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 onderdeel uit van het (tijdelijk) omgevingsplan Súdwest-Fryslân. Er is in 2022 bewust voor gekozen om het toetsingskader niet op te nemen in het paraplubestemmingsplan maar in beleidsregels. Dit omdat beleidsregels flexibeler zijn aan te passen. Het vaststellen van beleidsregels is een bevoegdheid van het college. In het onderhavige geval zijn de beleidsregels, voorafgaand aan de vaststelling door het college, voor advies voorgelegd aan de raad. Tijdens de behandeling van het voorstel tot vaststelling van het hiervoor genoemde paraplubestemmingsplan en de advisering over de beleidsregels is aan de raad de toezegging gedaan dat na 2 jaar een evaluatie zou plaatsvinden. Deze evaluatie is dit voorjaar uitgesteld vanwege het (toen nog) voornemen van de provincie om de regels in de ‘Omgevingsverordening Fryslân’ voor kleine windturbines te verruimen. De evaluatie van de beleidsregels heeft inmiddels plaatsgevonden. De uitkomsten daarvan komen in dit voorstel aan de orde.

1

In september 2024 heeft Provinciale Staten van Fryslân de 1 e wijziging van de Omgevingsverordening Fryslân vastgesteld. Met deze wijziging zijn de plaatsingsmogelijkheden voor een kleine windturbine verruimd. Naast bestaande agrarische bedrijven kan een kleine windturbine nu ook worden toegestaan bij bestaande hulpbedrijven landelijk gebied en bij bestaande recreatieve voorzieningen, niet zijnde een kleinschalige voorzieningen, in het landelijk gebied. Daarnaast mogen nog nieuw te plaatsen kleine windturbine maximaal 25 jaar blijven staan. Tegen deze wijziging van het beleid had Súdwest-Fryslan in de ontwerpfase een zienswijze ingediend. De zienswijze betrof een verzoek om het toestaan van een kleine windturbine bij alle bedrijven in het landelijk gebied toe te staan en niet te beperken tot hulpbedrijven landelijk gebied en recreatieve voorzieningen. De provincie is hier niet in meegegaan omdat bij het wijzigingstraject het bestuursakkoord als uitgangspunt is genomen en daarmee de uitbreiding van het toestaan van kleine windturbines wordt beperkt tot genoemde soorten bedrijven. Daarbij is aangegeven dat in het kader van het opstellen van de provinciale energievisie wel naar een mogelijke verdere uitbreiding van de plaatsingsmogelijkheden zal worden gekeken.

Onder een hulpbedrijf landelijk gebied wordt verstaan een bedrijf dat in overwegende mate (meer dan 50%) goederen en diensten levert aan agrarische bedrijven en/of waarvan de activiteiten bestaan uit het beheer of onderhoud van bijvoorbeeld natuurgebieden of oppervlakte wateren. Onder een recreatieve voorziening valt een dag-recreatieve voorziening, een kampeerterrein, een complex recreatiewoningen of een jachthaven met een recreatieve functie, niet zijnde een kleinschalige recreatieve voorziening. Van een kleinschalige recreatieve voorziening is sprake als de voorziening als ondergeschikte nevenfunctie bij een hoofdfunctie kan worden aangemerkt. Na een inventarisatie van de bedrijven in het landelijk gebied van Súdwest-Fryslân is de inschatting dat ongeveer 60 bedrijven aan de omschrijving van een hulpbedrijf landelijk gebied of recreatieve voorziening voldoen om maximaal 2 kleine windturbines te kunnen plaatsen. Het college is blij met de aanpassing van het provinciaal beleid ten aanzien van de plaatsingsmogelijkheden van een kleine windturbine én de daaraan gekoppelde maximale instandhoudingstermijn van 25 jaar. Het plaatsen van een kleine windturbine bij bedrijven die voldoen aan de definitie van een hulpbedrijf landelijk gebied of een recreatieve voorzieningen is in strijd met het omgevingsplan Súdwest-Fryslân.

Om de plaatsing mogelijk te maken is het college voornemens de beleidsregels ‘toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân’ aan te passen. Aan het plaatsen van een kleine windturbine kan medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de zogenoemde BOPA. Op basis van de ‘lijst categorieën met gevallen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft’, moet een kleine windturbine waarvan de plaatsing in strijd is met het omgevingsplan, voor advies worden voorgelegd aan de raad. Het adviesrecht is niet van toepassing indien de raad planologisch heeft ingestemd met een initiatief. In dit voorstel wordt de raad gevraagd een algemene planologische instemming te geven voor de aanvragen voor een kleine windturbine bij bestaande hulpbedrijven landelijk gebied en bestaande recreatieve voorzieningen die in strijd zijn met het omgevingsplan, maar wel voldoen aan de beleidsregels toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân. Global Goals: SDG 7 – Betaalbare en duurzame energie. SDG 7 focust op energiezekerheid, verduurzaming en energie-efficiëntie. Zorgen dat iedereen toegang heeft tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. SDG 12 – Verantwoorde consumptie en productie.

SDG 12 concentreert zich op de overgang naar een circulaire economie, waarin we minder afhankelijk zijn van grondstoffen. Het streven is efficiënter gebruik te maken van grondstoffen, en het verminderen en hergebruiken van afval aan te moedigen. Verder moet voedselverspilling worden tegengegaan. Ten slotte worden bedrijven, de overheid en consumenten aangespoord om bewuste keuzes te maken. SDG 13 – Klimaatactie. SDG 13 is gericht op de aanpak van klimaatverandering die door mensen is veroorzaakt. We willen mensen bewust maken van het veranderende klimaat, we willen de leefomgeving aanpassen én we willen voorkómen dat het klimaat nog meer verandert. Argumenten: Ad.a.1. de evaluatie heeft niet geleid tot inhoudelijke wijzigingen van het toetsingskader

2

De conclusie uit de evaluatie is dat het toetsingskader en de erfturbinetafelgesprekken goed functioneren en geen aanpassing behoeven. In het toetsingskader kleine windturbines SWF zijn de wettelijk criteria, de ruimtelijke criteria en beeldkwaliteitscriteria opgenomen waaraan voldaan moet worden om één of twee kleine windturbines te mogen plaatsen bij een bestaand agrarisch bedrijf. De ruimtelijke en beeldkwaliteitscriteria beogen de omgevingskwaliteit te behouden dan wel te versterken en worden toegepast tijdens een erfturbinetafel gesprek. De uitkomst van alle erfturbinetafels hebben geleid tot een gedragen locatiekeuze, hieruit blijkt dat de criteria uit het toetsingskader toepasbaar zijn. De erfturbinetafels worden door betrokkenen als een waardevol en laagdrempelig proces instrument ervaren. Aan de voorkant worden eventuele bezwaren direct helder en de meedenkende houding van de adviseurs wordt gewaardeerd. Voor de volledige evaluatie verwijzen wij naar bijlage 1 bij dit voorstel. Ad.b.1. het aanpassen van de beleidsregels is snelste en meest eenvoudige manier om de beleidswijziging door te voeren. Onze gemeente kan tot nu toe het omgevingsplan nog niet wijzigen. De software die daarvoor nodig is biedt nog niet de daarvoor benodigde functies.

Om urgente ontwikkelingen mogelijk te maken heeft het Rijk een Tijdelijke Alternatieve Maatregel in het leven geroepen, het zogenoemde TAMomgevingsplan. Het is in theorie mogelijk om een TAM-omgevingsplan te maken die vergelijkbaar is met een paraplubestemmingsplan. Het opstellen van een dergelijke plan is echter tijdrovend en staat niet in verhouding tot het aantal aanvragen dat extra wordt verwacht. Uitgaande van het feit dat er 15% van de agrarische bedrijven tot nu omgevingsvergunning hebben gekregen voor een kleine windturbine, gaan we er vanuit uit dat de verruiming van het beleid niet tot substantieel extra aanvragen om een omgevingsvergunning zal leiden. Het verlenen van medewerking aan een kleine windturbine is mogelijk met een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit, een zogenoemde BOPA.

Ad.b.2. het verlenen van planologische instemming voorkomt dat iedere afzonderlijk aanvraag voor een kleine windturbine aan de raad moet worden voorgelegd. Op 23 december 2023 heeft de raad een lijst vastgesteld met categorieën van gevallen voor een BOPA waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft. Met betrekking tot duurzame energie geeft de lijst aan (art. 2, cat. 6)dat alle initiatieven voor duurzame energie aan de raad moeten worden voorgelegd, met uitzondering van: a. initiatieven die voldoen aan de notitie ‘ruimte voor de zon’; b. het plaatsen van zonnepanelen op eigen terrein ten behoeve van de eigen warmte en/of elektriciteitsvraag, met een maximum oppervlak van 0,25 ha; c. de realisatie van (snel)laadstations voor elektrische voertuigen. Het adviesrecht is niet aan de orde indien de raad reeds planologisch heeft ingestemd met een initiatief (art. 3). Dit brengt met zich mee dat iedere afzonderlijk aanvraag voor het plaatsen van een kleine windturbine bij een bestaand hulpbedrijf landelijk gebied of een bestaande recreatieve voorziening voor advies aan de raad moet worden voorgelegd. Dit kan worden voorkomen door eenmalig planologische instemming te verlenen voor alle toekomstige aanvragen voor kleine windturbines die voldoen aan de beleidsregels toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslan’.

In ieder geval tot aan de evaluatie van bovengenoemde lijst met categorieën van gevallen. De evaluatie van deze lijst staat voor eind 2025 op de planning. Het is dan de bedoeling om de raad te vragen om het plaatsen van een kleine windturbine die voldoet aan de beleidsregels uit te zonderen van het adviesrecht. Ad b.3. de wijzigingen in de beleidsregels blijven beperkt In de plaats van een TAM-omgevingsplan wordt in de beleidsregels opgenomen dat het plaatsen van maximaal 2 kleine windturbines mogelijk is bij een bestaand hulpbedrijf landelijk gebied of bestaande een recreatieve voorziening. Daarnaast wordt in de beleidsregels opgenomen dat een kleine windturbine wordt toegestaan voor een maximale periode van 25 jaar. De provincie heeft voor deze voorwaarde gekozen met het oog op toekomstige ontwikkelingen in de opwek van duurzame energie en het beperken van de effecten op het Friese landschap. Toekomstige ontwikkelingen in de energietransitie maken het wellicht mogelijk om een duurzame energievorm te benutten die minder effect heeft op het landschap. Het college kan zich goed vinden in deze

3

voorwaarde. De instandhoudingstermijn zal worden geborgd door in de omgevingsvergunning op te nemen dat er een instandhoudingstermijn van maximaal 25 jaar geldt en dat na afloop van de termijn de voor vergunningverlening bestaande toestand wordt hersteld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn een aantal wetten komen te vervallen. De inhoud van deze wetten maakt nu onderdeel uit van de Omgevingswet of een daaraan gekoppelde maatregel van bestuur. Tot slot is er geen reden om de ruimtelijke voorwaarden (inclusief beeldkwaliteitscriteria) te wijzigen. Zie verder ook de argumenten genoemd onder Ad a.1. De ontwerp-beleidsregels, waarin de wijzigingen reeds zijn verwerkt, zijn als bijlage bij dit voorstel gevoegd. Rol en bevoegdheid: Op basis van artikel 3 van de lijst met categorieën van gevallen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft, is de raad bevoegd planologische instemming te verlenen voor (toekomstige) aanvragen voor een of twee kleine windturbine(s) bij hulpbedrijven landelijk gebied en recreatieve voorzieningen. Risico’s: Wanneer de raad instemt met dit voorstel brengt dit geen risico’s met zich mee. Wanneer de raad de planologische instemming niet verleent, dan komt dit de dienstverlening van SWF niet ten goede. De initiatiefnemers moeten maanden langer wachten op hun omgevingsvergunning.

Financiën: De evaluatie van de beleidsregels, het wijzigen van de beleidsregels en het vragen van planologische instemming aan de raad betreffen interne processen. De kosten komen dan ook voor rekening van gemeente Súdwest-Fryslân. Omdat een kleine windturbine alleen kan worden vergund met een BOPA, is de initiatiefnemer wel meer leges kwijt voor een omgevingsvergunning. De extra kosten bedragen € 642,50. Juridisch: Op 23 december 2024 heeft de raad een lijst met categorieën van gevallen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vastgesteld, waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft. Op grond van artikel 2, categorie 6 van deze lijst moeten initiatieven voor kleine windturbines die niet passen in het omgevingsplan voor advies aan uw raad worden voorgelegd. In artikel 3 van deze lijst is aangegeven dat het adviesrecht niet aan de orde is wanneer de raad reeds planologisch heeft ingestemd met een initiatief. Alternatieven: Niet instemmen met het voorstel tot algemene planologische instemming voor het plaatsen van maximaal 2 kleine windturbines bij een hulpbedrijf landelijk gebied of een recreatieve voorziening. Dit brengt met zich mee dat elk afzonderlijk initiatief voor advies aan de raad moet worden voorgelegd, ook al wordt voldaan aan het voorwaarden van de beleidsregel/het toetsingskader.

Bovendien is de initiatiefnemer op basis van de Legesverordening € 1.292,-- extra leges verschuldigd in het geval een omgevingsvergunning voor advies aan de raad moet worden voorgelegd. Participatie en communicatie: Het verlenen van planologische instemming betreft een interne procesafspraak. Participatie is daarbij niet aan de orde. Het wijzigen van de beleidsregel is een bevoegdheid van het college. Op basis van de gemeentelijke inspraakverordening wordt de ontwerpwijziging van de beleidsregel zes weken ter inzage gelegd. Planning en vervolgproces: Wanneer de raad planologische instemt is het college bevoegd om de procedures verder af te handelen. In het vierde kwartaal van 2025 vindt een evaluatie plaats van de lijst met gevallen waarvoor het adviesrecht geldt waarvan de resultaten aan de raad worden voorgelegd. Het opnemen van het plaatsen/of de bouw van kleine windturbines bij hulpbedrijven landelijk gebied en recreatieve voorzieningen in de lijst van uitzonderingen zal hiervan onderdeel zijn.

4

Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR713376/1 Bijlage(n): 1. evaluatie toetsingskader kleine windturbines SWF 2. ontwerp-beleidsregels toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân

Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

drs. E.K. Strijker

5

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp algemene planologische instemming plaatsing kleine windturbines bij hulpbedrijven landelijk gebied en recreatieve voorzieningen Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 december 2024; besluit:

a. kennis te nemen van de evaluatie; b. algemene planologische instemming te verlenen voor het plaatsen van maximaal 2 kleine windturbines bij een bestaand agrarisch hulpbedrijf landelijk gebied of een bestaande recreatieve voorziening, onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan de beleidsregel ‘toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân’; Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 januari 2025

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

6

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14964482/2