Raadsvoorstel - Energiebedrijf
Tekst van het document
Ons nummer: R24.000018
*R24.000018*
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Energiebedrijf 14 maart 2024 Bestjoer en Finânsjes 27 februari 2024 Henk de Boer Projecten Michiel De Wit
Voorstel: a. in te stemmen met het besluit van het college tot het oprichten van een gemeentelijk energiebedrijf dat voldoet aan de leidende principes (vanuit het Burgerforum SWF) en rekeninghoudend met de marktordening van het wetvoorstel Wet collectieve warmte (WcW); b. geen wensen en bedenkingen te hebben ten aanzien van het ontwerpbesluit van het college om voor het gemeentelijk energiebedrijf twee besloten vennootschappen op te richten, een holding BV (werknaam Energiebedrijf SWF) met een gemeentelijk warmte ontwikkelbedrijf als dochtervennootschap en werkmaatschappij (fase 1); c. geen wensen en bedenkingen te hebben om in fase 2 (indirect) deel te nemen in de door holding BV op te richten dochtervennootschappen en werkmaatschappijen ten behoeve van het gemeentelijk energiebedrijf; d. Kennis te nemen van de notitie energiebedrijf. Inleiding: Naar aanleiding van een amendement in de raad van 10 november 2022 heeft het college toegezegd een onderzoek te starten naar de mogelijkheden voor het opzetten van een gemeentelijk energiebedrijf en naar de organisatievorm waarin dit kan worden gedaan. Eind 2022 is het onderzoek gestart met het opstellen van een afwegingskader voor de warmtetransitie gevolgd door diverse onderzoeken naar organisatiestructuren, financieringsvormen en lessen uit de praktijk van onze pilots.
Resultaten onderzoek energiebedrijf Over de resultaten is de raad bij gesproken. Verschillende opties zijn onderzocht. Collectieve warmtevoorziening kan worden gerealiseerd door verschillende bedrijfsmodellen, elk met specifieke kenmerken en implicaties met betrekking tot het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (WcW). In het onderzoek is gekeken naar: • een publiek warmte-infrabedrijf (Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB); • publieke energiebedrijven (Eindhoven, Groningen, Veenendaal); • commerciële energiebedrijven (Ennatuurlijk, Eneco, Vattenfall); • een lokaal energiebedrijf (Warm Heeg); • Organisatievormen in Denemarken. Op basis van de resultaten van het onderzoek borgt een publiek (gemeentelijk) integraal warmtebedrijf het beste de belangen en de leidende principes voor de energietransitie vanuit het Burgerforum van gemeente Súdwest-Fryslân. In debijgaande notitie wordt de voorgestelde structuur van het energiebedrijf toegelicht.
1
Vervolgproces: • Indien per project een warmtekavel (afgebakende gebied voor collectief warmtenet) moet worden aangewezen conform de beoogde WcW en/of een wijkuitvoeringsplan gereed is zal dit worden voorgelegd aan de Raad inclusief een ontwikkelbudget per project. • Indien een project uitontwikkeld is en klaar is om te bouwen, zal de businesscase inclusief de benodigde financiering en inbreng eigen vermogen separaat worden voorgelegd aan de Raad. Hierbij gaan we uit van sluitende businesscases. De pilots Op dit moment lopen in diverse kernen van onze gemeente pilots of zijn de voorbereidingen hiertoe gestart. We zetten in op het aardgasvrij maken en het realiseren van alternatieve warmtebronnen in Heeg, de wijk Het Eiland in Sneek en Bolsward. Daarnaast wordt Workum als pilot meegenomen vanwege de mogelijkheden op het gebied van restwarmte. Afgelopen kwartaal zien we vanuit de pilots een verschuiving van de gewenste naar de noodzakelijke rol van de overheid. Dit wordt veroorzaakt door uitdagingen die pilots ervaren op het gebied van participatie en daarmee de financiële haalbaarheid van het project. Daarnaast maakt de problematiek rondom netcongestie het noodzakelijk om te sturen op waar welke bronnen geschikt zijn.
Argumenten Versterken lokale participatie Het instellen van een gemeentelijk warmtebedrijf, waarbij inwoners worden betrokken in de ontwikkelfase, versterkt lokale participatie en maakt het mogelijk de warmtevoorziening beter af te stemmen op specifieke behoeften. Strategische samenwerking is cruciaal Om de positieve effecten van opschaling te behouden zonder volledig afstand te doen van lokale controle, is strategische samenwerking cruciaal. Door nauw samen te werken met andere gemeenten, de provincie en kennisinstituten worden de voordelen van kennisdeling en kostenoptimalisatie behouden, terwijl lokale belangen en behoeften worden gerespecteerd en geïntegreerd. Een nadere toelichting is opgenomen in de bijgevoegde notitie Energiebedrijf SFW. Sturing realisatie doelen Met het gemeentelijk energiebedrijf kunnen wij meer sturing geven aan het realiseren van doelen. 8.000 woningen aardgasvrij in 2030 is een opgave welke regie vraagt van gemeenten, provincie en het rijk. ‘Leren door doen’ Omdat zo veel nog onzeker is, kiezen we voor een methode ‘leren door doen’, waarbij kort cyclisch beslissingen kunnen worden genomen om te komen tot een nieuwe warmtevoorziening. De aanpak maakt het mogelijk om en op strategisch en op uitvoerend niveau stappen te maken. Daar waar iets moet of kan wordt besloten zonder dat het in de toekomst beperkend is, wordt besloten.
Daar waar nog even kan worden gewacht, wordt ruimte gelaten voor nieuwe ontwikkelingen. Een nadere toelichting is opgenomen in de bijgevoegde notitie Energiebedrijf SWF. Argumenten publieke integrale rol gemeente voor het realiseren en exploiteren van een energiebedrijf 1. Het invulling geven aan de uitgangspunten vanuit het burgerforum, waarin de inwoners een stevige rol voor de gemeente zien om ervoor zorg te dragen dat naast de lusten en lasten ook zeggenschap lokaal wordt gehouden; 2. Het behouden van voortgang van de pilotprojecten Warm Heeg, het Eiland Sneek, Energiestad Bolsward en restwarmte Workum en de verschillende vraagstukken over rol, regie en belang van de gemeente in de verschillende warmteprojecten; 3. Het aansluiten op de ontwikkelingen van de Wet collectieve Warmte (WcW) met als start de Kamerbrief ‘Wet collectieve warmtevoorziening besluit infrastructuur in publieke handen’ van minister Jetten op 21 oktober 2022. En later het wetvoorstel van 23 november 2023 aan de Raad van State met het voorstel voor een publiek meerderheidsbelang in het warmtebedrijf; 4. De mogelijkheid te creëren om duurzame energie opwek te integreren in het energiebedrijf. Door waar mogelijk hernieuwbare opwek te koppelen aan collectieve warmtenetten verhogen we de duurzaamheid en betaalbaarheid van warmteprojecten.
2
Voorgestelde structuur Omvang en looptijd en de daaraan verbonden risico’s maken dat de warmtetransitie geen regulier project is, dat past binnen de bestaande organisatie van de gemeente. Er is daarom een andere organisatievorm nodig. Belangrijke redenen om bij deze langjarige en complexe, integrale energieontwikkelingen te kiezen voor het oprichten van bv’s zijn een toegesneden organisatie, integrale risicobeheersing en financiële en administratieve voordelen. Om invulling te kunnen geven aan eerst de ontwikkelingsfase en daarna de uitvoeringsfase conform de uitkomsten van het gemeentelijke onderzoek naar structuren en goede praktijkvoorbeelden wordt een structuur voorgesteld die in twee fases wordt uitgevoerd. Ontwikkelfase De eerste fase richt zich op de oprichting van een juridische structuur, bestaande uit een holdingen dochter BV, zijnde een ontwikkelbedrijf. In deze fase wordt het idee voor het project geïnitieerd en wordt de haalbaarheid ervan onderzocht. Dit omvat het identificeren van de behoeften, doelen en het mogelijke rendement van het project. Er wordt een gedetailleerd vooronderzoek uitgevoerd om alle technische, financiële, juridische en sociale aspecten van het project te begrijpen. Op basis van het vooronderzoek wordt een gedetailleerd ontwikkelingsplan opgesteld. Dit omvat de ruimtelijke ordening, het ontwerp, de financiële planning en de risicoanalyse.
Tenslotte worden alle benodigde vergunningen en goedkeuringen verkregen. Gedurende de ontwikkelfase worden er voornamelijk advies- en loonkosten besteedt aan projecten. De BV structuur maakt het mogelijk specifieke projectcontracten aan te gaan en/of ontwikkeluren administratief te activeren op het project. Deze kosten worden gedekt uit programmagelden. Er wordt geen personeel in de BV’s aangenomen. Realisatiefase Pas als de ontwikkelfase succesvol is doorlopen en er zicht is op een haalbaar en betaalbaar project, wordt financiering voor de feitelijke bouw of implementatie van het project gevraagd. Daar is momenteel geen sprake van. Met het nu oprichten van een juridische structuur gericht op de ontwikkelfase (Fase 1) wordt de snelheid van de (warmte)transitie verhoogd, terwijl de risico’s beheersbaar blijven. Via de BV’s organiseren we de slagvaardigheid en flexibiliteit die nodig is om te kunnen opereren in een marktgerichte omgeving. De BV’s bieden de kans compacte en platte organisaties in te richten met een heldere focus. Dit alles gebeurt binnen de kaders die publiekrechtelijk (Kadernota verbonden partijen) zijn aangegeven, buiten de BV. Tenslotte worden op deze manier de risico’s van ontwikkelingen per project gekaderd. Het voorkomt automatisch overslaan van ontwikkel risico’s naar de gemeentelijke organisatie.
Fase 1 Oprichting Energiebedrijf en ontwikkelbedrijf; Notariële oprichting van: i. Gemeentelijk energiebedrijf SWF BV; ii. 100% dochtervennootschap Gemeentelijk Warmte Ontwikkelbedrijf BV. iii. De oprichting van deze entiteiten is het fundament voor de toekomstige ontwikkeling van warmte-initiatieven.
3
Fase 2 Oprichting productie, infra en leveringsbedrijf; Op termijn worden meer BV’s onder het energiebedrijf opgericht. In fase 2, dat wil zeggen bij de oprichting van deze BV’s worden nog geen investeringen gedaan en/of verplichtingen aangegaan. Daarom wordt de raad gevraagd om voor oprichting van de vervolgstructuur, geen wensen en bedenkingen te hebben, waarmee het College van B&W deze BV’s kan oprichten.
Vervolgstructuur: De gemeente is 100% eigenaar van het Energiebedrijf SWF. Het betreft een groeimodel, gefaseerd wordt het Energiebedrijf SWF verder ontwikkeld en uitgebreid door er projecten en werkmaatschappijen/ project BV’s aan toe te voegen die een bijdrage leveren aan de energietransitie van onze gemeente. Voor fase 2 gaat dit te zijner tijd om de volgende te ontwikkelen entiteiten: • Gemeentelijk Productiebedrijf; • Gemeentelijk Warmte Infrabedrijf; • Gemeentelijk Warmte Leveringsbedrijf; • en eventuele onderliggende projectvennootschappen. Deze structuur wordt pas van toepassing als de eerste projecten uitontwikkeld zijn en na ontwikkeling worden ondergebracht in een infra-, productie- en leveringsbedrijf. Voor de financiering wordt apart een voorstel bij de gemeenteraad ingebracht. Governance Het kader voor het Energiebedrijf SWF is vastgelegd in de in de nota verbonden partijen1. De gemeente heeft richting Energiebedrijf SWF verschillende rollen met bijbehorende governance: 1. De gemeente is aandeelhouder. 2. De gemeente is bevoegd gezag. Een nadere toelichting is opgenomen in de bijgevoegde Notitie Energiebedrijf SFW. Wensen en bedenkingen raad Het college is voornemens om voor het gemeentelijk energiebedrijf:
1
Programmabegroting-2024-en-meerjarenraming-2025-2027 | blz. 110 2.3.6 Paragraaf 6 Verbonden partijen
4
• •
twee besloten vennootschappen op te richten, een holding BV (werknaam Energiebedrijf SWF) met een gemeentelijk warmte ontwikkelbedrijf als dochtervennootschap en werkmaatschappij (fase 1); en in fase 2 (indirect) deel te nemen in de door holding BV op te richten dochtervennootschappen en werkmaatschappijen ten behoeve van het gemeentelijk energiebedrijf.
Op grond van artikel 160 lid 2 Gemeentewet neemt het college hierover pas een besluit nadat zij de raad in de gelegenheid heeft gesteld om wensen en bedenkingen uit te spreken ten aanzien van dit ontwerpbesluit. Het college zal na besluitvorming door de raad een besluit nemen over de oprichting van de vennootschappen waarbij eventueel naar voren gebrachte wensen en bedenkingen van de raad in de besluitvorming zullen worden meegenomen. Waarom een gefaseerde aanpak 1. Deze gefaseerde aanpak hanteren om de financiering van de realisatiefase van pilotprojecten te stroomlijnen. Dit houdt in dat er geen onbeperkte financiering beschikbaar is voor de projecten. In plaats daarvan wordt elke fase van een pilotproject afzonderlijk voorgelegd aan de raad. Deze benadering waarborgt een gecontroleerde financiering van pilotprojecten, met betrokkenheid van de raad bij elke beslissende fase, terwijl het college verantwoordelijk is voor de oprichting van aanvullende bedrijfsonderdelen. 2. De besluitvorming voor de volgende fase van een pilotproject vindt plaats bij de vaststelling van het Wijkuitvoeringsplan. Dit zorgt voor een transparant besluitvormingsproces en biedt de raad de mogelijkheid om goedkeuring te geven op basis van de gedefinieerde plannen en doelstellingen. 3.
Deze gefaseerde aanpak waarborgt een verantwoord financieel beheer en maakt de besluitvorming transparant, met cruciale beslismomenten bij de vaststelling van strategische documenten zoals het Wijk Uitvoeringsplan. Alternatieven 1. Samenwerking publiek en markt; Samenwerking met de markt is mogelijk, ook binnen de WcW. Op financieel vlak blijken veel businesscases voor relatief kleine kernen echter lastig te realiseren, vooral wanneer er wordt vastgehouden aan een winstmarge in plaats van een kostprijs-plusbenadering. Vanuit verschillende werkgroepen ontvangen wij tevens feedback dat bepaalde kernen voor commerciële partijen niet aantrekkelijk zijn. Ook hebben markpartijen aangegeven terughoudend te zijn om samen te werken zonder meerderheidsbelang of doorslaggevende zeggenschap. 2. Volledig overlaten aan de markt, regie op basis van warmtekavels Eenzelfde analyse als bij samenwerken met de markt. Daarbij resulteert het ontbreken van regie en sturing in een monopolie op de markt en beperkte zeggenschap vanuit de inwoners. De gemeente heeft dan in de ontwikkel- en realisatiefase nog beperkte sturingsmogelijkheden door middel van wijkuitvoeringsplannen en (na invoering van de WcW) het vaststellen van warmtekavels, het aanwijzen van een warmtebedrijf en de goedkeuring van door het warmtebedrijf uitgewerkte kavelplannen. Bij de exploitatie is het sturingsmodel beperkt.
Daarbij bepaalt straks het aangewezen warmtebedrijf (volgens het wetsvoorstel WcW) de bronnenstrategie. 3. Als gemeente geen actie ondernemen en overlaten aan lokale initiatieven en de markt Wanneer de gemeente besluit geen actie te ondernemen, is het waarschijnlijk dat de gestelde klimaatdoelen, zowel op landelijk als gemeentelijk niveau, niet zullen worden behaald. Hoewel enkele projecten nog steeds kunnen worden gerealiseerd, brengt het nalaten van concrete acties diverse risico's met zich mee zoals het niet behalen van de doelstelling van 8.000 woningen van in het aardgas af in 2030. Risico’s Het financiële risico voor de gemeente bij de oprichting het Energiebedrijf Súdwest-Fryslân BV en haar dochtermaatschappijen (fase 1 en 2) is beperkt tot de stortingsplicht op de aandelen, notariskosten, inschrijfkosten handelsregister en kosten voor het bijhouden van een (financiële) administratie. De financiering van (pilot)projecten wordt per project geregeld en separaat
5
voorgelegd aan de raad. Met een beslissing over de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf wordt niet besloten over de financiering van projecten. Het besluit dat nu wordt genomen staat los van vervolgbesluiten voor concrete projecten. Daarvoor geldt dat per project wordt afgewogen of het past binnen de inhoudelijke kaders, financiële mogelijkheden etc. We creëren nu vooral de mogelijkheid om verdere stappen te kunnen zetten. Er vloeien geen verplichtingen voor de toekomst uit voort als het gaat om de realisatie. Overigens gaan we bij initiatieven uit van sluitende businesscases. Financiën Het proces van oprichting van het gemeentelijk energiebedrijf en de verdere ontwikkeling van de pilotprojecten bestaat uit 3 fasen. Dit voorstel strekt niet verder dan fase 1 van het voorgestelde proces. Kosten fase 1. Onderdeel Inhuur expertise Inzet intern Totale kosten
Kosten €100.000 €150.000 €250.000
Dekking De kosten worden gedekt vanuit de doeluitkering CDOKE van het rijk. Wettelijke basis • Klimaatakkoord Parijs • De Klimaatwet (Nederland wil in 2030 de CO2-uitstoot terugbrengen tot 55% van het niveau van 1990 en een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050). • Energieagenda SWF 2023 (hierin is opgenomen dat de CO2-uitstoot in 2030 tot 50% van het niveau van 1990 wordt teruggebracht. Dit doen we door 8.000 woningen voor 2030 aardgasvrij te maken). • artikel 160 lid 2 Gemeentewet (deelname in rechtspersonen) Wet Collectieve Warmte (WcW) Om de ambities ten aanzien van duurzame collectieve warmtesystemen waar te maken, wordt het regelgevend kader voor collectieve warmtesystemen aangepast. De huidige Warmtewet is tot dusverre vooral een consumentenbeschermingswet, met regels ten aanzien van de leveringszekerheid en de tarieven. Deze regels zijn opnieuw tegen het licht gehouden. In het wetsvoorstel Wet collectieve warmte worden deze regels waar nodig herzien en aangevuld. Het wetsvoorstel bevat regels omtrent de besluitvorming over collectieve warmtesystemen en de totstandkoming en de exploitatie van die systemen.
De belangrijkste uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het wetsvoorstel zijn: De gemeente voert de regie De gemeente bepaalt als onderdeel van de wijkgerichte aanpak waar en wanneer er in haar gemeente mogelijk gekozen wordt voor een collectief warmtesysteem als alternatief voor warmtevoorziening met behulp van aardgas. De gemeente stelt het desbetreffende gebied (de warmtekavel) vast waarbinnen een warmtebedrijf een collectieve warmtevoorziening op een doelmatige wijze kan aanleggen en exploiteren en zij wijst een warmtebedrijf aan. Het is met uitzondering van een aantal in dit wetsvoorstel benoemde situaties verboden om zonder aanwijzing van burgemeester en wethouders warmte te transporteren en te leveren door middel van een collectief warmtesysteem. Integraal verantwoordelijk Het aangewezen warmtebedrijf is integraal verantwoordelijk voor de realisatie en exploitatie van het collectief warmtesysteem en is verplicht om verbruikers binnen de warmtekavel aan te sluiten, tenzij een potentiële verbruiker te kennen geeft dat hij dat niet wil (opt-out regeling).
6
Hoofdregel van het wetsvoorstel is dat het college alleen een warmtebedrijf voor een warmtekavel kan aanwijzen als één of meerdere publieke partijen een meerderheidsbelang in het warmtebedrijf hebben. In onderstaande schets is het minimale aandelenbelang van een publieke organisatie (lees: gemeente) weergegeven in blauw. Dit is een meerderheid (50%+ 1 aandeel) in het warmtebedrijf. In de maximale variant is sprake van een integraal (hele keten) publiek warmtebedrijf.
Global Goals Met de realisatie van een gemeentelijk energiebedrijf wordt invulling gegeven aan de Global Goals: • Betaalbare en duurzame energie • Industrie, innovatie en infrastructuur • Duurzame steden en gemeenschappen • Aanpak klimaatverandering Monitoring en evaluatie • Voor het energiebedrijf wordt de raad via actieve info geïnformeerd over het verdere proces. • Voor de vier pilotprojecten zijn mogelijk verschillende beslismomenten richting de raad nodig. Dit geldt voor de volgende onderwerpen: o Garantstelling Warm Heeg o Wijkuitvoeringsplan Energiestad Bolsward o Wijkuitvoeringsplan Workum o Wijkuitvoeringsplan Het Eiland te Sneek Communicatie en afstemming • Bij vaststelling van het collegeadvies wordt er een persbericht verstuurd. • De communicatie voor de vervolgstappen wordt per stap bepaald i.s.m. Communicatie. • Publieke partners, initiatieven en energiecoöperaties worden via informele bijeenkomsten geïnformeerd Bijlage(n): 1.Notitie Energiebedrijf SWF Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
7
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Energiebedrijf Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 januari 2024; besluit: a. in te stemmen met het besluit van het college tot het oprichten van een gemeentelijk energiebedrijf dat voldoet aan de leidende principes (vanuit het Burgerforum SWF) en rekeninghoudend met de marktordening van het wetvoorstel Wet collectieve warmte (WcW); b. geen wensen en bedenkingen te hebben ten aanzien van het ontwerpbesluit van het college om voor het gemeentelijk energiebedrijf twee besloten vennootschappen op te richten, een holding BV (werknaam Energiebedrijf SWF) met een gemeentelijk warmte ontwikkelbedrijf als dochtervennootschap en werkmaatschappij (fase 1); c. geen wensen en bedenkingen te hebben om in fase 2 (indirect) deel te nemen in de door holding BV op te richten dochtervennootschappen en werkmaatschappijen ten behoeve van het gemeentelijk energiebedrijf; d. Kennis te nemen van de notitie energiebedrijf. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 maart 2024
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
8
, voorzitter.
, griffier.