Raadsvoorstel - Delegeren vaststellen onderdelen omgevingsplan aan college
Tekst van het document
Ons nummer: R23.000161
*R23.000161*
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Delegeren vaststellen onderdelen omgevingsplan aan college 21 december 2023 Doarp, Stêd en Omkriten 5 december 2023 Bauke Dam Ruimtelijke Ontwikkeling Lucia Van der Bijl
Voorstel: Het Delegatiebesluit omgevingsplan Súdwest-Fryslân vast te stellen.
Samenvatting: De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking en brengt de nodige veranderingen met zich mee. Zo biedt de wet de mogelijkheid aan de gemeenteraad (hierna de raad) om het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (hierna het college). Concreet betekent dit dat de raad de verantwoordelijkheid en bevoegdheid om een (wijziging van het) omgevingsplan vast te stellen kan overdragen aan het college. Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan deze mogelijkheid. Concreet gaat het om onderdelen waarvoor het college reeds bevoegd is om te besluiten, om onderdelen waarbij er min of meer sprake is van uitvoeringsbeleid én het nemen van een voorbereidingsbesluit. Het delegatiebesluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. Algemene toelichting De Omgevingswet kent een aantal kerninstrumenten, waaronder het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan, bestaande uit de bestemmingsplannen(i.c.m. wijzigingsplannen, gedeeltelijke herzieningen, etc.), de erfgoedverordening en de bruidsschat (regels van het Rijk).
Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente tot (in ieder geval) 2032 de tijd om het tijdelijk omgevingsplan om te zetten naar een definitief omgevingsplan. Dat kan per gebied of per thema. De rolverdeling tussen de raad en het college blijft na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in essentie onveranderd. De raad stelt de kaders van het strategisch beleid van de gemeente vast en toetst en controleert of het college het beleid naar tevredenheid uitvoert. Het bestaande raadsinstrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college) blijft onveranderd, waardoor de raad zoals gebruikelijk gedurende het beleids- en besluitvormingsproces de vinger aan de pols houdt. Wel krijgt het college meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en is de raad nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces. In de periode tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet een aantal besluiten genomen worden om de overgang naar de Omgevingswet zo soepel mogelijk te laten verlopen. Dit raadsvoorstel ziet op het delegatiebesluit gemeentelijk omgevingsplan. Argumenten: a. Het delegatiebesluit zorgt ervoor dat de huidige werkwijze voor (kleine) initiatieven wordt voortgezet
1
De huidige wetgeving maakt het mogelijk dat het college besluit op bepaalde verzoeken tot wijziging van het bestemmingsplan respectievelijk verzoeken om omgevingsvergunning om van het bestemmingsplan af te wijken. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verliezen beide instrumenten hun werking. In de plaats daarvan maakt deze wet het mogelijk dat het college de beschreven bevoegdheden kan behouden door deze te delegeren. Het overdragen van deze bevoegdheden voorkomt langere procedures en strengere eisen en sluit daarmee aan op een beleidsneutrale invoering. b. Het delegatiebesluit zorgt ervoor dat de raad niet wordt belast met wijzigingsbesluiten waarmee niet of nauwelijks politieke afwegingen zijn gemoeid Veel wijzigingen van het omgevingsplan zullen het gevolg zijn van bijvoorbeeld technische aanpassingen of de plicht tot het verwerken van verleende vergunningen. In dergelijke gevallen is er geen beleidsvrijheid voor de raad. Als er geen beleidsvrijheid is, is een raadsbesluit ook niet noodzakelijk. In andere gevallen kan de raad een thematisch beleidsstuk vaststellen. In dat beleidsstuk worden de politieke keuzes gemaakt. Indien voldoende helder is hoe dit beleidsstuk in het omgevingsplan moet worden verwerkt, kan de feitelijke wijziging van het omgevingsplan ook aan het college worden overgelaten, hetgeen in lijn is met de geest van de Omgevingswet. c.
Het delegatiebesluit maakt snellere procedures voor het wijzigen van het omgevingsplan mogelijk Eén van de verbeterdoelen van de Omgevingswet is een snellere en betere besluitvorming. Door het college de bevoegdheid te geven specifieke wijzigingen aan het omgevingsplan door te voeren, kunnen deze wijzigingen sneller worden doorgevoerd. De tijd die nodig is voor een raadscyclus (variërend van 7 tot 14 weken, exclusief voorbereiding) is voor gedelegeerde besluiten immers niet meer relevant. d. Het delegatiebesluit geeft de raad meer ruimte om zich bezig te houden met inhoudelijke kaders Onder de Omgevingswet is het vaststellen van het omgevingsplan, net als het vaststellen van een bestemmingsplan nu, een bevoegdheid van de raad. In de Omgevingswet is expliciet de mogelijkheid opgenomen om de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan en het nemen van een voorbereidingsbesluit over te dragen aan het college. Dit ter wille van slagvaardiger handelen. Dit biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Delegatie zorgt er voor dat de uitvoering van het beleid bij het uitvoerend orgaan neergelegd wordt en de raad zich kan bezighouden met inhoudelijke kaders. e. De raad kan monitoren Omdat het hier gaat om een betrekkelijk nieuw fenomeen is in het besluit opgenomen dat de raad eenmaal per jaar een overzicht krijgt van de middels delegatie genomen besluiten.
Op deze manier kan de raad goed monitoren hoe het gaat. Omdat de Omgevingswet nieuw is, is het op voorhand niet duidelijk hoe de bevoegdheidsverdeling in de praktijk gaat uitvallen. We zullen daarom binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het Delegatiebesluit een evaluatie van dit besluit aan de raad voorleggen. Voorstel voor delegatie Het voorstel betreft de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan in de volgende gevallen te delegeren aan het college: 1. Wijzigingen zoals omschreven in een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht van het tijdelijk omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) waarbij wordt voldaan aan de voorwaarden die daarbij zijn gesteld. Toelichting: In diverse bestemmingsplannen zijn, bij vaststelling van het bestemmingsplan door de raad, wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Ook zijn er bestemmingsplannen met een uitwerkingsplicht. De raad heeft daarbij toestemming verleend aan het college om, onder voorwaarden, de regels van het bestemmingsplan te wijzigen door middel van een wijzigingsplan of uitwerkingsplan. Onder de Omgevingswet gaan alle bestemmingsplannen op in het tijdelijke omgevingsplan en verliezen de wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht hun werking. Door te delegeren kunnen initiatieven die aan alle gestelde voorwaarden voldoen nog steeds door het college worden afgedaan.
2
2. Wijzigingen voor categorieën van gevallen zoals genoemd in overeenstemming met artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht Toelichting: In het nu nog geldende Besluit Omgevingsrecht (Bor) zijn zogeheten ‘kruimelgevallen’ geformuleerd door het Rijk. Dit is een lijst met gevallen waarvoor het college een omgevingsvergunning kan verlenen voor het bouwen en/of gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Voor deze gevallen (samengevoegd in bijlage II, artikel 4 Bor) bepaalt de wetgever dat de raad niet betrokken wordt en dat de reguliere voorbereidingsprocedure voor een omgevingsvergunning van toepassing is (beslistermijn 8 weken). Voor de beoordeling van de kruimelgevallen heeft het college afwijkingenbeleid vastgesteld. In dit document zijn regels opgenomen voor de wijze waarop binnen SWF toepassing wordt gegeven aan de planologische afwijkingsmogelijkheden die de betreffende kruimellijst biedt. Na invoering van de Omgevingswet komt de kruimelgevallenlijst te vervallen. Er wordt dan geen onderscheid meer gemaakt tussen de verschillende buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan. Onder de huidige manier van werken ligt de besluitvorming over de kruimelgevallen bij het college. Wanneer de raad de besluitvorming over de kruimelgevallen delegeert aan het college blijft de beslissingsbevoegdheid gelijk aan de huidige situatie. 3.
Het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend Toelichting: De kans is groot dat initiatieven in de toekomst steeds vaker met een omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt. Wanneer een initiatief niet past binnen het omgevingsplan, maar wel wenselijk is, kan toch medewerking worden verleend. Deze vergunning wordt de ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning (BOPA) genoemd. De Omgevingwet schrijft voor dat het omgevingsplan actueel moet blijven. Daarom moeten vergunningen voor afwijkactiviteiten binnen vijf jaar worden verwerkt in het omgevingsplan. Dit betreft een administratieve handeling omdat de afweging al eerder heeft plaatsgevonden. Door het opnemen van deze bepaling kan het college het omgevingsplan in overeenstemming brengen met deze vergunningen. De raad hoeft dan geen besluit te nemen. 4. Wijzigingen van tekstuele en technische aard, zoals het corrigeren van omissies, verschrijvingen, (feitelijke) onjuistheden en inventarisatiefoutjes, niet zijnde wijzigingen in beleid Toelichting: Door het opnemen van deze bepaling kan het college technische wijzigingen, verschrijvingen, niet kloppende verwijzingen en inventarisatiefouten herstellen, zonder dat de raad hiervoor een besluit moet nemen. 5.
Wijzigingen die verband houden met veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen, voor zover hier geen lokale beleidsvrijheid is toegekend Toelichting: het omgevingsplan wordt beïnvloed door hogere wet- en regelgeving. Wanneer deze hogere wet- of regelgeving wordt gewijzigd, kan dit betekenen dat het omgevingsplan daarop moet worden aangepast. Dit om conflicten tussen de hogere wetgeving en het omgevingsplan te beëindigen of voorkomen. Wanneer er wel ruimte is voor een politieke invulling van de te wijzigen regel, wordt de raad bij de besluitvorming betrokken. 6. Het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen, voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben Toelichting: Hierbij gaat het om de begripsbepalingen die worden gehanteerd in het omgevingsplan. Met de begripsbepalingen wordt omschreven wat men in het omgevingsplan verstaat onder bepaalde begrippen. Deze bepaling is alleen van toepassing wanneer een wijziging of toevoeging van een begrip naar verwachting geen – of slechts minimale – gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving. 7. Het verwerken van beleid, visie of ontwikkelkader indien de raad bij vaststelling heeft ingestemd met de uitwerking ervan door het college
3
Toelichting: Wanneer de raad beleidsregels heeft vastgesteld die doorvertaald moeten worden in het omgevingsplan, kan dit door het college gebeuren. Het gaat immers om het vertalen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging. Een dergelijke aanpassing van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoeringsbesluit en daarmee ligt delegatie voor de hand. 8. Het nemen van een voorbereidingsbesluit Toelichting: het voorbereidingsbesluit is onder de huidige wetgeving (Wet ruimtelijke ordening) nog een aparte planfiguur. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, worden voorbereidingsbesluiten onderdeel van het omgevingsplan. Feitelijk worden er dan regels in het omgevingsplan opgenomen die de bestaande situatie bevriezen. Er kunnen dan geen activiteiten meer worden uitgevoerd die de beoogde nieuwe ontwikkelingen in een gebied kunnen benadelen. Denk daarbij aan het maximaal benutten van de planologische ruimte voor bedrijvigheid op een locatie waar juist een transformatie naar woningbouw is voorzien. Een voorbereidingsbesluit wordt niet vaak genomen. Als dat dan wel aan de orde is, dan is er vaak tijdsdruk en in sommige gevallen zelfs een noodzaak om pas na het besluit openbaar te maken dat een voorbereidingsbesluit werd voorbereid. Delegatie van deze bevoegdheid aan het college maakt snel handelen mogelijk.
Daarmee wordt voorkomen dat er op de valreep nog aanvragen worden ingediend voor ontwikkelingen die niet meer gewenst worden geacht waarvoor een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid. Risico’s: Het delegatiebesluit kent geen risico’s. Besluiten zullen zorgvuldig worden voorbereid, ongeacht of het besluit door het college of de raad worden genomen. Juist door dit besluit blijft de verdeling tussen raad en college vergelijkbaar met de huidige situatie. Stemt de raad niet in met dit voorstel dan komt dit de dienstverlening van SWF niet ten goede. Processen van (kleinschalige) projecten nemen veel meer tijd in beslag dan nu het geval is waardoor aanvragers maanden langer moeten wachten op een vergunning. Financiën: Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen en kent geen financiële risico’s. Andere opties: De raad kan ook besluiten meer of minder gevallen te delegeren. Het nu voorliggende delegatiebesluit is bedoeld om de uitvoerende rol van het college en de kaderstellende rol van de raad beter vorm te geven. De raad is niet verplicht om zijn bevoegdheden te delegeren. Delegatie draagt wel bij aan efficiëntere en snellere besluitvorming.
Wettelijke basis: Artikel 156 Gemeentewet Artikel 2.8 en 4.14, vijfde lid Omgevingswet Afdeling 10.1.2 Algemene wet bestuursrecht Global Goals: Dit betreft een voorstel over het vereenvoudigen en versnellen van het proces om een omgevingsplan te wijzigen. De Global Goals zijn daarom niet relevant. Wie zijn betrokken: Dit betreft een intern procesvoorstel. Wijze van participatie: Dit betreft een intern procesvoorstel. Digitale links naar informatiebronnen: Het delegatiebesluit betreft een algemeen verbindend voorschrift. Het besluit moet om die reden bekendgemaakt worden via www.officiëlebekendmakingen.nl (GVOP). Na de bekendmaking van dit besluit én na de inwerkingtreding van de Omgevingswet treedt het besluit in werking. In welke fase:
4
n.v.t. Planning vervolg in de raad/LTA: Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het Delegatiebesluit zal een evaluatie aan de raad worden voorgelegd. Bijlage(n): 1. Toelichting Delegatiebesluit omgevingsplan Súdwest-Fryslân Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
5
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Delegatiebesluit omgevingsplan Súdwest-Fryslân De gemeenteraad van Súdwest-Fryslân gelet op het bepaalde in artikel 156 van de Gemeentewet, de artikelen 2.8 en 4.14, vijfde lid Omgevingswet en afdeling 10.1.2 Algemene wet bestuursrecht; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023 Overwegende dat: -
de gemeenteraad bevoegd is te besluiten een omgevingsplan vast te stellen of te wijzigen; de gemeenteraad bevoegd is een voorbereidingsbesluit te nemen; de Omgevingswet uitgaat van een snellere besluitvorming en het daarom wenselijk is dat de gemeenteraad niet over alle (ondergeschikte) onderwerpen hoeft te besluiten; de gemeenteraad onder de Omgevingswet de mogelijkheid heeft om de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan over te dragen aan het college van burgemeester en wethouders;
besluit: vast te stellen het volgende: Delegatiebesluit omgevingsplan Súdwest-Fryslân Artikel 1. Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders in de volgende gevallen: 1. Wijzigingen zoals omschreven in een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht van het tijdelijk omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), waarbij wordt voldaan aan de voorwaarden die daarbij zijn gesteld; 2. Wijzigingen voor categorieën van gevallen zoals genoemd in overeenstemming met artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zoals dat van kracht was op de dag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 3. Het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend; 4. Wijzigingen van tekstuele en technische aard, zoals het corrigeren van omissies, verschrijvingen, (feitelijke) onjuistheden en inventarisatiefoutjes, niet zijnde wijzigingen in beleid; 5. Wijzigingen die verband houden met veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen, voor zover hier geen lokale beleidsvrijheid is toegekend; 6. Het toevoegen, wijzigen of verwijderen van begripsbepalingen, voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben; 7.
Het verwerken van beleid, visie of ontwikkelkader indien de raad bij vaststelling heeft ingestemd met de uitwerking ervan door het college; 8. Het nemen van een voorbereidingsbesluit.
Artikel 2. Voorleggen genomen besluiten Het college overlegt aan de raad éénmaal per jaar een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten via actieve info. Artikel 3. Vindplaats delegatiebesluit
6
Een besluit dat is genomen op grond van dit Delegatiebesluit, vermeldt als grondslag onderhavig besluit, alsmede de vindplaats daarvan. Artikel 4. Inwerkingtreding Dit besluit treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking op 1 januari 2024. Artikel 5. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Delegatiebesluit omgevingsplan Súdwest-Fryslân.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2023
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
7
, voorzitter.
, griffier.