CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Bestemmingsplan kleine windturbines

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan lytse wynturbines3.230 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R22.000013

*R22.000013* O.0000001E

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar

bestemmingsplan kleine windturbines 3 maart 2022 Doarp, Stêd en Omkriten 15 februari 2022 drs. F.J.R. Faber Ruimtelijke Ontwikkeling L. van der Bijl

Voorstel: 1. de reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 'Súdwest-Fryslân - kleine windturbines' vast te stellen; 2. het bestemmingsplan 'Súdwest-Fryslân - kleine windturbines' gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat er inzage heeft gelegen, conform bijgaande staat van wijzigingen; 3. te bepalen dat voornoemd bestemmingsplan langs elektronische weg is vastgelegd in het GMLbestand NL.IMRO.1900.2020PPklturbineSWF-vast en tevens in die vorm is vastgesteld; 4. te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie; 5. geen exploitatieplan voor het bestemmingsplan 'Súdwest-Fryslân - kleine windturbines' vast te stellen; 6. een positief advies af te geven voor de (aangepaste) beleidsregel 'Toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân'.

Inleiding: Het ontwerpbestemmingsplan ‘Súdwest-Fryslân – kleine windturbines’ en de ontwerpbeleidsregel ‘Toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân’ hebben 6 weken ter inzage gelegen. Hierover hebben wij u geïnformeerd. Tijdens de inzagetermijn zijn 7 zienswijzen tegen het bestemmingsplan en 8 inspraakreacties tegen de beleidsregel ingediend. De zienswijzen en inspraakreacties geven aanleiding tot gewijzigde vaststelling van de documenten. Daarnaast geeft een recente uitspraak van de Raad van State inzake een windpark aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Bij de vaststelling van het startdocument van het bestemmingsplan door uw raad in januari 2021 is er bewust voor gekozen om het toetsingskader niet op te nemen in het paraplubestemmingsplan maar in een aparte beleidsregel. Dit omdat beleidsregels flexibeler zijn aan te passen. Mede in relatie tot de gehele energietransitie is voor dit onderwerp flexibiliteit vereist. In tegenstelling tot het vaststellen van een bestemmingsplan ligt de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels bij het college. Met uw raad is echter afgesproken dat de beleidsregel voor advies aan u wordt voorgelegd. Daarna neemt het college een besluit over deze beleidsregel.

Doel: Initiatieven voor kleine windturbines bij bestaande agrarische bedrijven mogelijk te maken door het bestemmingsplan vast te stellen en een positief advies af te geven voor het bijbehorende toetsingskader.

1

Argumenten: Keuze paraplubestemmingsplan Een paraplubestemmingsplan is een partiële herziening van meerdere bestemmingsplannen. Hiermee ontstaat een eenduidige regeling in alle bestemmingsplannen. Daarnaast moet voor het kunnen plaatsen van een kleine windturbine dezelfde planologische procedure worden gevolgd.

BESTEMMINGSPLAN SUDWEST-FRYSLAN – KLEINE WINDTURBINES Zienswijzen bestemmingsplan Er zijn 7 zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben deels betrekking op het toetsingskader. Deze worden daarom beantwoord in de reactienota die betrekking heeft op de beleidsregel. De provincie heeft een zienswijze ingediend inhoudende dat een tweetal voorwaarden die zij hebben gesteld in de Verordening Romte niet in het bestemmingsplan zijn geborgd. Deze voorwaarden worden daarom alsnog toegevoegd aan de Regels van het bestemmingsplan. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan gewijzigd moet worden vastgesteld. De overige zienswijzen geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de beantwoording van de zienswijzen verwijzen wij naar bijgevoegde reactienota Zienswijzen. Gevolgen bestemmingsplan n.a.v. uitspraak Raad van State: maximum aantal turbines van 3 naar 2 Tot voor kort werd ervan uitgegaan dat windturbineparken moesten voldoen aan de eisen voor windturbines in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit. Bij het plannen van een windturbinepark op een locatie in een bestemmingsplan, werd daarom rekening gehouden met de normen voor windturbines in het Activiteitenbesluit. De Raad van State vond het aanvaardbaar om het beschermingsniveau van die normen als uitgangspunt te nemen.

Door de uitspraak van de Raad van State over windturbineparken van 30 juni 2021 is dit niet langer mogelijk. Het beschermingsniveau voor de bestemming van een windturbinepark, moet nu worden voorzien van een ‘actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering’. Deze uitspraak geldt enkel voor windparken die vallen binnen het bereik van de MER-richtlijn. Dit is het geval als een windpark bestaat uit ten minste drie windturbines, ongeacht de grootte van de turbine. Dit betekent dat wanneer een nieuw bestemmingsplan de realisatie van een windpark mogelijk maakt bestaande uit drie of meer windturbines, zoals ook in het ontwerpbestemmingsplan het geval is, specifieke regels moeten worden opgenomen over de milieuaspecten van deze windturbines. Zoals hiervoor genoemd moeten deze regels worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Het opnemen van deze specifieke regels is in het nu voorliggende bestemmingsplan niet mogelijk. Het gaat hier namelijk om een paraplubestemmingsplan die plaatsing van windturbines mogelijk maakt bij vrijwel alle agrarische bedrijven in onze gemeente. Het is op voorhand niet duidelijk óf er initiatiefnemers zijn die drie windturbines willen plaatsen en welke locaties dat dan betreft.

Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan zodanig moet worden gewijzigd dat het maximaal aantal te plaatsen kleine windturbines teruggebracht moet worden van maximaal drie naar maximaal twee. Deze wijziging in het bestemmingsplan betekent overigens niet dat het realiseren van drie kleine windturbines bij een agrarisch bedrijf in het geheel niet meer mogelijk is. Wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan kan medewerking worden verleend middels een uitgebreide omgevingsvergunning (projectafwijkingsbesluit) of een herziening van het bestemmingsplan (postzegelbestemmingsplan).

2

Alle wijzigingen in het bestemmingsplan zijn opgenomen in de “Staat van wijzigingen bestemmingsplan ‘Súdwest-Fryslân – kleine windturbines’”, die als bijlage bij dit voorstel is gevoegd.

BELEIDSREGEL ‘TOETSINGSKADER KLEINE WINDTURBINES SUDWEST-FRYSLAN Overleg stakeholders en inspraakreacties In de periode van de terinzagelegging van het bestemmingsplan en de beleidsregel zijn deze documenten toegestuurd aan een aantal stakeholders (vertegenwoordigers agrariërs, leveranciers kleine windturbines, Hûs en Hiem en burgerforum) en in een digitale bijeenkomst besproken. De opmerkingen en vragen van de stakeholders zijn aangemerkt als inspraakreactie. Dit heeft geresulteerd in totaal 8 inspraakreacties. Er zijn twee stromingen qua reacties. De eerste stroming ziet graag een verruiming van de regels. De tweede stroming ziet graag strengere regels ter voorkoming van aantasting gezondheid en landschap. De ingediende reacties heeft het college doen besluiten de regels met betrekking tot de toetsingscriteria (plaatsing, kleur en materiaalkeuze) te versoepelen door wel vast te houden aan de uitgangspunten, maar per geval maatwerk mogelijk te maken. Dit met uitzondering van de hoofdvorm van de turbine. Daarbij wil het college vasthouden aan het enkel toestaan van het HAT-type (standaard windturbine: mast met drie wieken) zodat er eenvormigheid ontstaat in het type windturbines in het landschap van SWF, waar al veel van dit type turbines staan. Op andere onderdelen houdt het college vast aan de ontwerpregels omdat daarbij reeds maatwerk mogelijk is (o.a. verhouding zon/wind).

De maatwerkmethode wordt door de stakeholders enthousiast ontvangen. Iedere situatie is uniek, geen enkel boerenerf is hetzelfde. Door het toepassen van de maatwerkmethode kunnen de eisen die worden gesteld afgestemd worden op de situatie; de eisen zullen in het ene geval dus strenger zijn dan in het andere geval. Dit betekent dat genoemde aanpassingen van de regels als ook het handhaven van ontwerpregels niet ten koste gaan van de gezondheid of de kwaliteit van het landschap. Hiermee komt het college tegemoet aan zowel de voorstanders van versoepeling als de voorstanders van verzwaring van de regels. Met de aangepaste beleidsregel wil het college ervaring opdoen middels aanvragen om omgevingsvergunning. Ze wil daarbij in overleg treden met stakeholders om tot gedeelde oplossingen te komen. Aan de hand van opgedane ervaringen vindt een evaluatie plaats waaruit moet blijken of het toetsingskader aanpassing behoeft. De ingediende inspraakreacties en de concept-nota inspraakreacties zijn bij dit voorstel gevoegd. Wij verwijzen hier kortheidshalve naar. Aan de aspecten ‘uitsluitingsgebied Kop Afsluitdijk’ en ‘Gezondheid’ willen we in dit voorstel nader aandacht besteden.

Uitsluitingsgebied ontwerptoetsingskader In de ontwerpversie van de beleidsregels is de regel opgenomen dat in het gebied tussen de 0 – 850 m rondom een windturbine van het in aanbouw zijnde windpark Nij Hiddum-Houw (NHH) het niet mogelijk is om een kleine windturbine te plaatsen. In het gebied tussen de 850 – 1700 m rondom een windturbine van NHH is het plaatsen van een windturbine alleen mogelijk als omwonenden er geen gegronde bezwaren tegen hebben.

3

inhoud inspraakreacties Er zijn verschillende geluiden te horen over de voorwaarden die zouden moeten gelden voor het uitsluitingsgebied. Sommige vinden dat het gebied waar in het geheel geen kleine windturbines zijn toegestaan met een aantal kilometers verder uitgebreid moet worden, terwijl anderen vinden dat het gebied tussen de 850 – 1700 m vrijgesteld kan worden van extra voorwaarden omdat er voldoende wettelijke regels zijn om overlast te voorkomen. Het stellen van de voorwaarde dat buren moeten instemmen met het plaatsen van een kleine windturbine wordt daarnaast als moeilijk uitvoerbaar gezien omdat de kans aanwezig is dat er een tweespalt ontstaat. Dit wordt niet als wenselijk gezien. beoordeling inspraakreacties Uit het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van het windpark NHH geeft de contour van 850 meter van het uitsluitingsgebied de woningen die buiten dit gebied liggen voldoende bescherming tegen geluid van het windpark NHH. Daarnaast komt deze contour overeen met de zogenoemde ‘burenregeling’ die is ingesteld door het windpark. Dit betreft een regeling waarbij bewoners van dit gebied een financiële vergoeding krijgen als compensatie van de aanwezigheid van het windpark. Gezondheidskundig vindt het college het belangrijk dat er zo min mogelijk mensen (ernstige) hinder ervaren.

Het voldoen aan de wettelijke normen betekent dus niet dat een deel van de omwonenden geen hinder ervaart. Daarbij gaat het niet alleen om de fysieke hinder, maar ook om mentale gezondheid. Om de gevolgen van het windpark te kunnen meten is de provincie Fryslân bezig om een gezondheidsmonitor in te richten. Het windpark NHH is nog in aanbouw. Het is dan ook nog niet bekend wat de daadwerkelijke gevolgen zijn van dit windpark. Daarnaast geven omwonenden van het windpark, het burgerforum, de GGD en uw raad aan dat het gebied rondom NHH zoveel mogelijk moet worden ontzien. aanpassing toetsingskader De beoordeling van de inspraakreacties geeft het college aanleiding het gebied waar in het geheel geen kleine windturbines zijn toegestaan vergroten van 850 naar 1500 m rondom een windturbine van NHH. De omvang van dit gebied sluit aan bij het gebied dat het windpark NHH hanteert voor de zogenoemde dorpenregeling. Deze regeling houdt in dat de dorpen die binnen de contour van 1500 m rondom een windturbine van het windpark liggen jaarlijks een financiële vergoeding krijgen. Deze ruimere contour van het uitsluitingsgebied kan er tevens voor zorgen dat er niet meer bronnen van geluid in een gebied komen waar al de nodige windturbines staan. Een ander argument dat meespeelt is de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Het nieuwe windpark NHH vervangt het oude windpark NHH (10 turbines).

Naast deze 10 turbines worden 6 turbines in de omgeving gesaneerd om de aantasting van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verminderen die het nieuwe windpark met zich meebrengt. Het ligt dan ook niet voor de hand om in dit gebied aan de ene kant turbines te saneren en aan de andere kant nieuwe, zij het veel kleinere, turbines toe te staan. Op het moment dat meer duidelijk is over de gevolgen van het windpark gaat het college de omvang van het uitsluitingsgebied in heroverweging nemen. Gezondheid Vanuit het oogpunt van gezondheid heeft de GGD een reactie ingediend. Met de nieuwe Omgevingswet wordt het aspect gezondheid een vast onderdeel van het afwegingskader bij ruimtelijke plannen. Het streven van de GGD is dat zo min mogelijk mensen (ernstige) hinder ervaren. Dit is ook het uitgangspunt van het college. De GGD zou graag zien dat op een aantal onderdelen nadere dan wel strengere eisen worden gesteld door de gemeente, bijvoorbeeld

4

voor geluid en slagschaduw. Het Activiteitenbesluit brengt met zich mee dat op voorhand geen strengere eisen kunnen worden gesteld als het gaat om het plaatsen van 1 of 2 kleine windturbines. Het opleggen van strengere eisen is wel toegestaan via het stellen van maatwerkvoorschriften. Dit is echter pas mogelijk op het moment dat er sprake is van een concrete aanvraag om een omgevingsvergunning en uit de aangeleverde rapporten blijkt dat niet aan de betreffende voorwaarden van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Positief advies Zoals in de inleiding is aangegeven is het vaststellen van de beleidsregel (toetsingskader) een bevoegdheid van het college, maar is met uw raad afgesproken de deze voor advies aan u voor te leggen. Het college stelt voor om op basis van vorenstaande uiteenzetting een positief advies af te geven voor de beleidsregel. Dit is als zodanig opgenomen in het dictum van dit voorstel. Het college zal vervolgens de beleidsregel als zodanig vaststellen. Alternatieven: Het onder voorwaarden afgeven van positief advies voor de beleidsregel/toetsingskader. In dit geval kan uw raad voorwaarden meegeven aan het college. Bij de vaststelling van de beleidsregel houden wij hier rekening mee.

In het bestemmingsplan wordt enkel geregeld dat voor een kleine windturbine alleen een omgevingsvergunning kan worden verleend via een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan en dat deze vergunning alleen kan worden verleend indien voldaan wordt aan het nu voorliggende toetsingskader. Bij dit alternatief is het dus geen probleem dat het bestemmingsplan alvast wel wordt vastgesteld. Risico’s: Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan kan beroep bij de Raad van State worden aangetekend. Eventuele beroepszaken kunnen er toe leiden dat het plan (deels) niet in werking treedt. Het opnieuw opstellen en in procedure brengen van een bestemmingsplan dat wel tegemoet komt aan een mogelijk negatief besluit van de Raad van State leidt tot administratieve en financiële lasten. Kaders: Wet ruimtelijke ordening. Financiële aspecten/gevolgen: Volgens de Wet ruimtelijke ordening moet bij een bestemmingsplan ook een exploitatieplan worden opgesteld. Belangrijkste doel van een exploitatieplan is het verhalen van kosten. In dit geval is het niet nodig omdat het kostenverhaal op een ander manier is verzekerd. De ontwikkelingen vinden plaats op eigen grond van de initiatiefnemer. Deze plaatst de windturbine(s) voor eigen rekening en risico. Wel wordt er een planschadeovereenkomst gesloten om eventuele kosten die voortkomen uit planschade te kunnen verhalen op initiatiefnemer.

De kosten voor de bestemmingsplanprocedure worden gedekt uit de post ruimtelijk beleid. Duurzaamheid: Kleine windturbines zorgen voor verduurzaming van agrarische bedrijven. Deze bedrijven gebruiken hun eigen stroom ‘achter de meter’ en kunnen (zeker in combinatie met zon) hun bedrijfsvoering deels, grotendeels of geheel duurzaam maken. De opwek voor eigen gebruik zorgt voor enige ontlasting van het regionale elektriciteitsnet. Dit betreft echter een klein effect (hoeveelheden zijn klein in verhouding tot de totale hoeveelheid getransporteerde stroom).

5

Global Goals: SDG 7 – Betaalbare en duurzame energie SDG 7 focust op energiezekerheid, verduurzaming en energie-efficiëntie. Zorgen dat iedereen toegang heeft tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. SDG 12 – Verantwoorde consumptie en productie SDG 12 concentreert zich op de overgang naar een circulaire economie, waarin we minder afhankelijk zijn van grondstoffen. Het streven is efficiënter gebruik te maken van grondstoffen, en het verminderen en hergebruiken van afval aan te moedigen. Verder moet voedselverspilling worden tegengegaan. Ten slotte worden bedrijven, de overheid en consumenten aangespoord om bewuste keuzes te maken. SDG 13 – Klimaatactie SDG 13 is gericht op de aanpak van klimaatverandering die door mensen is veroorzaakt. We willen mensen bewust maken van het veranderende klimaat, we willen de leefomgeving aanpassen én we willen voorkómen dat het klimaat nog meer verandert. Door het plaatsen van kleine windturbines bij bestaande agrarische bedrijven mogelijk te maken wordt een bijdrage geleverd aan bovengenoemde SDG’S. Vervolgproces: Wanneer uw raad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het besluit voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan tegen het besluit beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het indienen van beroep is mogelijk door: - Belanghebbenden die al dan niet een zienswijze hebben ingediend bij de gemeenteraad tegen het ontwerpbestemmingsplan. - Niet-belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend of kunnen aantonen dat zij redelijkerwijs niet in staat waren een zienswijze bij de gemeenteraad in te dienen. Nadat uw raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld neemt ons college een besluit over de vaststelling van de beleidsregel. Tegen dit besluit kan geen beroep worden ingesteld. Wel moet de beleidsregel worden bekendgemaakt in het gemeenteblad om ermee te kunnen werken. Monitoring en evaluatie: Zoals aangegeven wil het college praktijkervaring opdoen met de toetsingscriteria middels ingediende aanvragen omgevingsvergunning. Het college treedt daarbij in overleg met stakeholders om tot gedeelde oplossingen te komen. Aan de hand van opgedane ervaringen wil het college evalueren en afhankelijk van de uitkomst het toetsingskader aanpassen. Het aanpassen van het toetsingskader (beleidsregel) is een bevoegdheid van het college. Over eventuele wijzigingen in het toetsingskader zult u worden geïnformeerd via actieve info.

Gevolgen voor LTA: Dit onderwerp kan van de LTA lijst worden verwijderd. Communicatie en afstemming: Voor het bestemmingsplan is de wettelijke procedure gevolgd. Voor de beleidsregels is de procedure gevolgd conform de gemeentelijke inspraakverordening. Hierbij is afgeweken van het communicatietraject zoals gesteld in het startdocument van het bestemmingsplan. Daarin staat aangegeven dat uitgangspunt zou zijn dat bewoners en ondernemers/instanties worden uitgenodigd mee te denken over de voorwaarden waaraan voldaan moet worden voor het plaatsen van de kleine windturbines. Wanneer dit als zodanig plaatsvindt zou het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan niet nodig zijn. Het opstellen van het bestemmingsplan en de beleidsregel heeft echter meer tijd gekost dan vooraf beoogd. Om nog deze raadsperiode tegemoet te komen aan uw motie om beleid vast te stellen voor kleine windturbines heeft het college gekozen voor een andere aanpak. Daar komt bij dat er in ieder geval een twintigtal agrariërs zijn

6

die heel graag één of meer kleine windturbine(s) willen plaatsen. Deze aanpak betrof het feit dat het bestemmingsplan en de beleidsregel in de ontwerpversie aan de stakeholders zijn voorgelegd en besproken en de opmerkingen zijn meegenomen als inspraakreactie. Dit is ook de reden dat de reactie op de zienswijzen en inspraakreacties is beperkt tot een schriftelijke beantwoording, terwijl normaliter met de indieners om tafel wordt gegaan om te overleggen over (on)mogelijke oplossingen. Als alternatief heeft het college de beleidsregel op een aantal onderdelen aangepast. Dit biedt het college de mogelijkheid om maatwerk te verrichten en ervaring op te doen. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan zowel de voorstanders van versoepeling als de voorstanders van verzwaring van de regels.

Bijlage(n) Meegezonden: - zienswijzennota bp SWF-kleine windturbines - ingediende zienswijzen - ontwerpbestemmingsplan - Staat van wijzigingen bp SWF-kleine windturbines - beleidsregel: ontwerp Toetsingskader kleine windturbines SWF - beleidsregel: Toetsingskader kleine windturbines SWF aangepast na inspraakreacties - nota inspraakreacties beleidsregel Toetsingskader kleine windturbines SWF - ingediende inspraakreacties Ter inzage: Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

G. Heeg

7

, burgemeester.

, wnd. gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp bestemmingsplan kleine windturbines Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 januari 2022;

besluit de raad: 1. de reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 'Súdwest-Fryslân - kleine windturbines' vast te stellen; 2. het bestemmingsplan 'Súdwest-Fryslân - kleine windturbines' gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat er inzage heeft gelegen, conform bijgaande staat van wijzigingen; 3. te bepalen dat voornoemd bestemmingsplan langs elektronische weg is vastgelegd in het GMLbestand NL.IMRO.1900.2020PPklturbineSWF-vast en tevens in die vorm is vastgesteld; 4. te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie; 5. geen exploitatieplan voor het bestemmingsplan 'Súdwest-Fryslân - kleine windturbines' vast te stellen; 6. een positief advies af te geven voor de (aangepaste) beleidsregel 'Toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2022

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

8

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11237044/1