Raadsvoorstel - Bestemmingsplan Aesgewei 3 te Sibrandabuorren
Tekst van het document
Ons nummer: R24.000015
*R24.000015*
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Vaststelling bestemmingsplan Aesgewei 3 te Sibrandabuorren 24 oktober 2024 Doarp, Stêd en Omkriten 8 oktober 2024 Bauke Dam Ruimtelijke Ontwikkeling Guido Klont
Voorstel: a. In te stemmen met de ambtshalve wijzigingen zoals die in de bijgevoegde ‘Staat van wijzigingen’ zijn opgenomen; b. Het bestemmingsplan “Sibrandabuorren - Aesgewei 3” met ID-nummer NL.IMRO.1900.2023oostBPaesgewi3-vast gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen, conform de bij dit besluit behorende ‘Staat van wijzigingen’; c. Te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie; d. te bepalen dat voornoemd bestemmingsplan langs elektronische weg is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2023oostBPaesgewi3-vast; e. Geen exploitatieplan vast te stellen voor het hierboven genoemde bestemmingsplan. Samenvatting: Aan de Aesgewei 3 te Sibrandabuorren bevindt zich een agrarisch bedrijf. De initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse te beëindigen en de agrarische opstallen op de locatie te slopen. De initiatiefnemer wenst de (voormalige) bedrijfswoning in gebruik te nemen als woonboerderij en in ruil voor de te slopen agrarische opstallen, een extra vrijstaande woning te realiseren op het achtererf. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden herzien.
Het nu voorliggende bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. In het bestemmingsplan met bijgevoegde onderzoeken is gemotiveerd dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1
Huidige situatie
Nieuwe situatie
Het voorontwerp is eind 2022 naar de verschillende overlegpartners gezonden. De reacties van de overlegpartners en de gemeentelijk reactie daarop is in bijlage 10 van de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. Vervolgens heeft het ontwerp bestemmingsplan en het ontwerp beeldkwaliteitsplan in de periode van 8 december 2023 tot en met 18 januari 2024 ter inzage gelegen. Er is geen zienswijze ingediend. Verschillende overlegpartners hebben aangegeven dat hun eerdere opmerkingen/adviespunten op een juiste manier in het plan zijn verwerkt. In verband met een extra ecologisch onderzoek naar de kerkuil en de daarvoor benodigde ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming, heeft de procedure een aantal maanden stilgelegen. De ontheffing is eind augustus 2024 verleend, waardoor er nu ook op dat vlak geen belemmering meer is voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Wel zijn er ambtshalve nog een paar wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Deze worden beschreven in de bijgevoegde ‘Staat van wijzigingen’ en kort onder het kopje ‘argumenten’. Argumenten: a. Ambtshalve wijziging Ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan is er nog een tweetal zaken in het bestemmingsplan aangepast. Deze ambtshalve wijzigingen zijn opgenomen in de bijgevoegde ‘Staat van wijzigingen’. De wijzigingen hebben betrekking op archeologie en bodem.
Zo is op de Verbeelding het gebied rond de oude boerderij voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’ in plaats van ‘Waarde – Archeologie 2’. Dit vanwege de mogelijkheid dat zich in dit deel van plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten bevinden die samenhangen met de historische boerderij (daterend uit de 17e eeuw of ouder), de voorloper van de huidige boerderij. Voor de overige delen van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. In de regels van het bestemmingsplan is als gevolg hiervan voor het betreffende gebied de regel (artikel 8) ‘Waarde – Archeologie 1’ in de plaats gekomen van de regel ‘Waarde – Archeologie 2’. Verder is aan de toelichting een aanvullend bodemonderzoek toegevoegd, waaruit blijkt dat er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor de wijziging van de bestemmingen.
2
Vanwege de aanpassing op de verbeelding en in de regels is sprake van een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan. b. 1. Het bestemmingsplan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening De ontwikkelingen passen in de lijn van het vastgestelde beleid van rijk, provincie en gemeente. Zo is bij voorliggend plan onder meer gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘ruimte-voor-ruimte’ regeling. Zowel de provincie als de gemeente hebben deze regeling in hun ruimtelijk beleid opgenomen. Als minimaal 1000 m2 van de voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt, mag een woning worden teruggebouwd. De gemeente heeft aanvullend hierop de eis dat de nieuwe woning in of direct aansluitend aan de bebouwde kom moet worden gerealiseerd. Dat is hier het geval. In de toelichting van het bestemmingsplan is de hele ruimtelijke onderbouwing opgenomen. De onderzoeken die zijn uitgevoerd en ook zijn opgenomen in het bestemmingsplan laten geen belemmeringen zien voor uitvoering van het plan. 2. De ambtshalve aanpassingen geven aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen Naar aanleiding van de ambtshalve aanpassingen (zie hiervoor in de ‘Staat van wijzigingen’ en onder argument a.) zal het bestemmingsplan gewijzigd worden vastgesteld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen. e.
De uitvoerbaarheid is verzekerd Volgens de Wet ruimtelijke ordening moet in beginsel bij een bestemmingsplan ook een exploitatieplan worden opgesteld, tenzij het verhaal van kosten op een andere manier is verzekerd. Belangrijkste doel van een exploitatieplan is het verhalen van kosten. Wij stellen uw raad voor geen exploitatieplan vast te stellen. Een exploitatieplan is in dit geval niet nodig omdat het verhaal van de kosten op een andere manier is verzekerd. De ontwikkelingen vinden plaats op eigen grond van de initiatiefnemer. Deze ontwikkelt de betreffende grondgebieden voor eigen rekening en risico. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst is geregeld dat eventuele planschade wordt afgewenteld op de initiatiefnemer. Tevens is in deze overeenkomst de uitvoering, instandhouding en beheer van het landschapsplan geregeld. De gemeenteraad moet echter wel expliciet besluiten dat een exploitatieplan niet wordt vastgesteld. Risico’s: Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Financiën: Zie onder argument e. Andere opties: Het bestemmingsplan niet vaststellen. Dan zal de overtollige agrarische bebouwing hoogstwaarschijnlijk niet gesloopt worden en kan er geen nieuwe woning worden gebouwd; de oude situatie blijft in stand.
Wettelijke basis: Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Het oude recht blijft van toepassing op bestemmingsplannen waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd. Dat betekent dat de artikelen 3.1, lid 1 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) op dit plan nog van toepassing zijn. Na vaststelling zal het bestemmingsplan van rechtswege onderdeel gaan uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Súdwest-Fryslân. Global Goals: 3 streeft naar een goede gezondheid voor mensen van alle leeftijden 11 richt zich op duurzaam wonen en leven in steden en gemeenschappen
3
Wie zijn betrokken: De direct omwonenden van het plan, de gemeente en de overlegpartners (zie lijst met overlegreacties in het bestemmingsplan). Wijze van participatie: De initiatiefnemers hebben met de vier directe buren, die het meest nabij het perceel wonen en ook het zicht hebben op de gebouwen, gesproken en hun plannen laten zien. De initiatiefnemers hebben hiervan een verslag gemaakt (zie bijlage 10 bij de toelichting). Hierin geven ze aan dat deze buren geen bezwaar hebben tegen de plannen; ze zien door de sloop van de agrarische bebouwing een verbetering van de leefomgeving. Digitale links naar informatiebronnen: De stukken wordtren na het besluit en vóór de terinzagelegging raadpleegbaar op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.1900.oostBPaesgewi3-ontw In welke fase: Afronding/vaststelling van het bestemmingsplan Planning vervolg in de raad/LTA: n.v.t. Bijlage(n): 1. Bestemmingsplan ‘Sibrandabuorren – Aesgewei 3’ met verbeelding, regels en toelichting (incl. bijlagen) 2. Staat van wijzigingen 3. Actieve info raad
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
4
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Vaststelling bestemmingsplan Aesgewei 3 te Sibrandabuorren Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 september 2024; besluit: a. b.
c. d. e.
In te stemmen met de ambtshalve wijzigingen zoals die in de bijgevoegde ‘Staat van wijzigingen’ zijn opgenomen; Het bestemmingsplan “Sibrandabuorren - Aesgewei 3” met ID-nummer NL.IMRO.1900.2023oostBPaesgewi3-vast gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen, conform de bij dit besluit behorende ‘Staat van wijzigingen’; Te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie; te bepalen dat voornoemd bestemmingsplan langs elektronische weg is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2023oostBPaesgewi3-vast; Geen exploitatieplan vast te stellen voor het hierboven genoemde bestemmingsplan.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 oktober 2024
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
5
, voorzitter.
, griffier.