Raadsvoorstel - Besluit tot technische wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân
Tekst van het document
Ons nummer: R26.000045
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering
: : : : :
Juridische en Veiligheidszaken Jannewietske de Vries Mienskip, Bestjoer en Finânsjes 18 juni 2026 2 juli 2026
Onderwerp : Besluit tot technische wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân Raadsvoorstel/(concept)besluit(en): te besluiten tot een technische wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân. Samenvatting: De burgemeester kan in het kader van de handhaving van de openbare orde bestuurlijke gebiedsverboden opleggen (artikel 172a en 172b Gemeentewet) en gebiedsontzeggingen opleggen (artikel 2:78 Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV). Er bestond voor langere tijd onduidelijkheid over strafrechtelijke handhaving van bestuurlijke gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden. Uit advies van het Wetenschappelijk Bureau Openbaar Ministerie (hierna: WBOM) blijkt dat strafrechtelijke vervolging van gebiedsontzeggingen op grond van artikel 184 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) alleen mogelijk is als de burgemeester in de APV expliciet de bevoegdheid heeft om een bevel te geven. Omdat de huidige APV spreekt van een “verbod” in de gebiedsontzegging en niet van een “bevel”, kan niet-naleving slechts strafrechtelijk als overtreding worden gehandhaafd en niet als misdrijf via artikel 184 Sr. Om strafrechtelijke handhaving van gebiedsverboden en gebiedsontzeggingen te harmoniseren is aanpassing van de APV nodig.
Inleiding: De burgemeester kan overlast gevende personen verbieden om in een gebied te komen, als er sprake is van voortdurende openbare orde overlast. Deze bevoegdheid is door de raad in artikel 2:78 APV aan de burgmeester toegedeeld voor kortdurende gebiedsontzeggingen. Op grond van artikel 172a en 172b van de Gemeentewet heeft de burgemeester de bevoegdheid om gebiedsverboden op te leggen voor langere perioden. Op dit moment blijkt dat onduidelijkheid ontstaat bij de strafrechtelijke handhaving van gebiedsverboden en gebiedsontzeggingen. De huidige formulering van de APV biedt namelijk onvoldoende grondslag voor strafrechtelijke vervolging als misdrijf bij overtreding van de gebiedsontzegging, vanwege het ontbreken van de bevelsbevoegdheid van de burgemeester. Dit beperkt de effectiviteit van het instrument. Overtreding van het gebiedsverbod leidt namelijk wel automatisch tot een overtreding van artikel 184 Sr, omdat in artikel 172a en 172b Gemeentewet de bevelsbevoegdheid al is toegekend aan de burgemeester. Naar aanleiding hiervan is onderzocht of en op welke wijze de APV kan worden aangepast om de strafrechtelijke handhaving van beide bestuurlijke maatregelen te harmoniseren. Op basis van dit onderzoek stelt het college de raad voor de APV op dit punt te wijzigen, zodat de bevoegdheid van de burgemeester wordt verduidelijkt en versterkt.
Global Goals: SGD 16 – Vrede, justitie en sterke publieke diensten. Het is wenselijk dat er in de gemeente Súdwest-Fryslân een duidelijke Algemene Plaatselijke Verordening is waarin de regels staan die
1
binnen de gemeente gelden. Maar ook dat deze voldoet aan de hogere regelgeving. Daarom is het belangrijk om de APV geüpdatet te houden. Argumenten: Uit het advies van WBOM volgt dat de bevoegdheid van de burgemeester tot het geven van een bevel expliciet in de APV moet zijn opgenomen. Indien hiervan sprake is, kan het opzettelijk niet naleven van een opgelegde gebiedsontzegging worden vervolgd op grond van Artikel 184 Sr. In het huidige artikel 2:78 van de APV wordt echter gesproken over een “verbod” en niet over een “bevel”. Hierdoor ontbreekt een expliciete bevelsbevoegdheid. Dit maakt dat een dergelijke gebiedsontzegging juridisch niet kan worden aangemerkt als een ambtelijk bevel in de zin van artikel 184 Sr. Het niet naleven van het gebiedsverbod kwalificeert daarmee uitsluitend als een overtreding van de APV. Strafrechtelijke vervolging op grond van artikel 184 Sr behoort in de huidige situatie niet tot de mogelijkheden. Het expliciet opnemen van een bevelsbevoegdheid in de APV is dus wenselijk omdat dit de effectiviteit van de handhaving van de openbare orde aanzienlijk vergroot. Door overtreding van een gebiedsontzegging te kunnen kwalificeren als het niet voldoen aan een ambtelijk bevel in de zin van artikel 184 Sr ontstaat de mogelijkheid tot directe en zwaardere strafrechtelijke handhaving.
Hiermee wordt de handhaving van de gebiedsontzegging op grond van de APV en de handhaving van het gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet geharmoniseerd. Dit is voor de handhaving op drukke tijdstippen, zoals de Sneekweek, wenselijk. Zo hoeft de politie niet uit te zoeken welke strafrechtelijke bepaling wordt overtreden bij overtreding van een van deze twee besluiten. Welke uiteindelijk hetzelfde doel hebben. Rol en bevoegdheid: De raad is op grond van artikel 149 van de Gemeentewet bevoegd tot het vaststellen en wijzigen van de Algemene plaatselijke verordening (APV). Met de voorgestelde wijziging van artikel 2:78 APV stelt de raad het juridische kader vast waarbinnen de burgemeester gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het opleggen van gebiedsontzeggingen. Door in de APV expliciet te voorzien in een bevelsbevoegdheid, maakt de raad strafrechtelijke handhaving op grond van artikel 184 Sr van gebiedsontzeggingen mogelijk. De toepassing van deze bevoegdheid berust vervolgens bij de burgemeester, binnen het door de raad vastgestelde kader. De raad heeft hierbij geen uitvoerende rol, maar stelt de kaders vast en houdt toezicht op de werking van het instrument in het kader van zijn controlerende taak.
Risico’s: Het toepassen van de bevelsbevoegdheid vergt in de praktijk een zorgvuldige toepassing, mede gelet op de rechtsbescherming van betrokkenen en de proportionaliteit van het instrument. Daarnaast kan strafrechtelijke handhaving leiden tot een zwaardere belasting van politie en het OM. Het college acht deze risico’s beheersbaar, omdat de samenwerking op dit punt met de politie en het OM al goed verloopt. De Beleidsregels gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden Súdwest-Fryslân 2024 (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR722892/1) zijn voor dit soort situaties vastgesteld. De politie hanteert deze beleidsregels ook wanneer zij op grond van artikel 2:78 APV zo’n verbod oplegt of bevel geeft. Financiën: Voor het wijzigen van artikel 2:78 APV en de gevolgen daarvan zijn geen extra financiën noodzakelijk. Juridisch: De burgemeester is op grond van de Gemeentewet verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde. Voor strafrechtelijke handhaving van een opgelegde gebiedsontzegging is op grond van artikel 184 Sr vereist dat sprake is van een ambtelijk bevel. Uit juridisch advies volgt dat deze bevelsbevoegdheid expliciet in de APV moet zijn opgenomen. De huidige formulering van artikel 2:78 APV biedt hiervoor onvoldoende grondslag. Door dit artikel te wijzigen en de
2
bevelsbevoegdheid expliciet vast te leggen, wordt strafrechtelijke handhaving van gebiedsontzeggingen op basis van artikel 184 Sr juridisch mogelijk. Daarnaast is de raad op grond van artikel 149 Gemeentewet het bevoegde bestuursorgaan om dit vast te leggen in een verordening, in dit geval de APV. Alternatieven: De raad kan besluiten om de APV niet te wijzigen. Daarmee blijft artikel 2:78 APV ongewijzigd. Dit is echter niet wenselijk, omdat het wijzigen van artikel 2:78 APV de effectiviteit van de handhaving van de openbare orde aanzienlijk vergroot. Voornamelijk tijdens drukke periodes, waarbij ordeverstoorders een gebiedsontzegging voor de Sneekweek kan worden opgelegd. Participatie en communicatie: De wijziging van de APV is niet onderworpen aan een inspraakprocedure. Dit is in lijn met artikel 2, derde lid van onze Inspraakverordening. De gevolgen van de wijzigingen zijn voor de samenleving van ondergeschikte betekenis en zijn soms ook verplicht naar aanleiding van hogere regelgeving.
De voorgestelde wijziging van artikel 2:78 van de APV is op verzoek en in samenspraak met de medewerkers van het cluster Openbare Orde en Veiligheid van team Juridische en Veiligheidszaken Planning en vervolgproces: Wanneer de raad besluit tot wijziging van de APV dan zal het besluit worden bekendgemaakt in het Gemeenteblad en zal de wijziging worden verwerkt in de geconsolideerde versie van de APV die in de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR) staat opgenomen. Ook zal de politie en het OM worden geïnformeerd over de wijziging van artikel 2:78 van de APV. De vijfde wijziging van de APV wordt momenteel voorbereid. Het streven is om deze in oktober aan de raad voor te leggen. In deze wijziging worden onder andere de modelwijzigingen van de VNG meegenomen. Daarnaast worden ook aanpassingen voorgesteld op het gebied van geluid en evenementen. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: N.v.t. Bijlage(n): N.v.t. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
, burgemeester.
drs. C. Smits
, gemeentesecretaris.
3
Besluit tot een technische wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 mei 2026; gelet op artikelen 149, 172a en 172b van de Gemeentewet; overwegende dat het wenselijk is om artikel 2:78 dat gaat over gebiedsontzeggingen te wijzigen; besluit: de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân als volgt te wijzigen: Artikel I Wijziging A. Artikel 2:78 Gebiedsontzegging wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- leefklimaat, de aantastingen van het woon- leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon een verbod opleggen zich op te houden in een in een bevel geven zich niet op te houden in een in dat verbod aangewezen gebied gedurende de dat bevel aangewezen gebied gedurende de daarin genoemde tijdvak(ken).
daarin genoemde tijdvak(ken). 2. Het verbod geldt gedurende een tijdvak van ten 2. Het bevel geldt gedurende een tijdvak van ten hoogste 12 weken. hoogste 12 weken. 3. De burgemeester kan aan het verbod nadere 3. De burgemeester kan aan het bevel nadere voorwaarden verbinden en het verbod beperken voorwaarden verbinden en het bevel beperken indien dat in verband met de persoonlijke indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 4. Het is verboden zich te gedragen in strijd met 4. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod. een door de burgemeester opgelegd bevel.
Artikel II Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juli 2026.
mr. drs. J.A. de Vries
, voorzitter.
G.W. Stegenga
, griffier.
4