CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Adviesrecht raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Advysrjocht rie by bûtenplanse omjouwingsplanaktiviteiten3.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R23.000197

*R23.000197* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur

Adviesrecht raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 21 december 2023 Doarp, Stêd en Omkriten 5 december 2023 Bauke Dam Ruimtelijke Ontwikkeling Lucia Van der Bijl

Voorstel: vast te stellen de lijst met categorieën van gevallen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft. Samenvatting: De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Onder de Omgevingswet kunnen vergunningen voor initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan, door het college worden verleend door af te wijken van het omgevingsplan; de zogenoemde BOPA. Wanneer de raad betrokken wil worden bij een BOPA kan de raad gebruik maken van het adviesrecht. Daarvoor dient de raad aan te geven in welke gevallen daar toepassing aan moet worden gegeven. Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan deze mogelijkheid. Bij het opstellen van de lijst is rekening gehouden met de in december 2022 door de raad vastgestelde lijst met gevallen waarvoor geen Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) van de raad is vereist. Daarbij wordt een kleine aanpassing voorgesteld. Het belangrijkste verschil is dat de ‘oude’ lijst met gevallen aangeeft wanneer er geen Vvgb van de raad nodig is, terwijl de nieuwe lijst aangeeft wanneer er wel adviesrecht van de raad geldt. Dit is voorgeschreven in de wet. Het besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. Aanleiding: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert er veel.

Alle regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving wordt gebundeld in deze wet. De Omgevingswet kent een aantal kerninstrumenten, waaronder het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan, bestaande uit de bestemmingsplannen (i.c.m. wijzigingsplannen, gedeeltelijke herzieningen etc.), de erfgoedverordening en de bruidsschat (regels vanuit het Rijk). Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente tot (in ieder geval) 2032 de tijd om het tijdelijk omgevingsplan om te zetten naar een omgevingsplan die aan alle eisen van de wet voldoet. De rolverdeling tussen de raad en het college blijft na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in essentie onveranderd. De raad stelt de kaders van het strategisch beleid van de gemeente vast en toetst en controleert of het college het beleid naar tevredenheid uitvoert. Het bestaande raadsinstrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college) blijft onveranderd, waardoor de raad zoals gebruikelijk gedurende het beleids- en besluitvormingsproces de vinger aan de pols houdt en stuurt in de gewenste ontwikkeling.

Wel krijgt het college meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en is de raad nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces.

1

Wanneer inwoners of initiatiefnemers plannen hebben waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, verandert de manier waarop het al dan niet verlenen van de vergunning plaats vindt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze veranderingen zijn gericht op het vereenvoudigen en versnellen van het realiseren van initiatieven en plannen. Daarom wordt voor het aanvragen een nieuw Digitaal Stelsel (DSO) ingericht. Voor aanvragen die niet passen binnen het (tijdelijk) omgevingsplan moet het college besluiten of van het omgevingsplan mag worden afgeweken. Ook moet de formele aanvraagprocedure na de inwerkingtreding van de Omgevingswet binnen acht weken worden afgehandeld. In de periode tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet een aantal besluiten genomen worden om de overgang naar de Omgevingswet zo soepel mogelijk te laten verlopen. Dit raadsvoorstel gaat over de verandering ten aanzien van de adviserende rol van de raad in het vergunningenproces bij grote en complexe afwijkingen van het omgevingsplan. Deze verandering wordt het adviesrecht van de raad genoemd. Afwijken van het omgevingsplan In het (tijdelijk) omgevingsplan staan regels voor de fysieke leefomgeving. Het is onmogelijk om alles in een omgevingsplan te voorzien.

Het zal daarom nodig zijn en blijven om voor het mee kunnen werken aan initiatieven het omgevingsplan te wijzigen of middels een vergunning af te wijken van het omgevingsplan. Dit laatste wordt de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning genoemd, of te wel de BOPA. Bij afwijkingen van het omgevingsplan is standaard de reguliere procedure van toepassing. Dat betekent dat ook bij de aanvraag voor een BOPA een uiterste proceduretermijn geldt van acht weken (is onder de huidige Wet ruimtelijke ordening een termijn van 26 weken) met een mogelijkheid van een eenmalige verlenging van zes weken. Bij niet tijdig beslissen wordt de vergunning niet meer van rechtswege verleend, maar kan wel een dwangsom worden verbeurd. Er zijn enkele gevallen waarbij de termijn kan worden verlengd, onder meer op verzoek van de aanvrager of als het college dat beslist. Het college kan dat alleen beslissen vanwege aanzienlijke gevolgen en mogelijke bedenkingen van belanghebbenden. Dit moet per initiatief beoordeeld worden. Het adviesrecht van de raad Situatie nu De huidige vergunningplicht voor het afwijken van het bestemmingsplan staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het Besluit omgevingsrecht (Bor) geeft een nadere uitwerking en een lijst van kleinere afwijkingen van het bestemmingsplan waar het college zelfstandig op kan beslissen, de zogenoemde ‘kruimellijst’.

Voor grote afwijkingen die niet passen binnen deze kruimellijst, is het ook mogelijk een vergunning te verlenen. In die situatie moet het college aan de raad een verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) vragen. Het betreft de procedure die bekend staat als het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan, ook wel projectafwijkingsbesluit genoemd. De raad kan echter een lijst van categorieën van gevallen vaststellen waarbij een dergelijke Vvgb niet is vereist. In die gevallen is het college zelf bevoegd te beoordelen of een activiteit in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De raad heeft op 21 december 2022 de meest recente lijst met categorieën vastgesteld. Deze lijst komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege te vervallen. Situatie straks Daarvoor in de plaats komt, op het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, het adviesrecht voor de raad en wordt het hiervoor beschreven systeem min of meer omgedraaid. Voor aanvragen omgevingsvergunning die in strijd zijn met het omgevingsplan is straks namelijk geen instemming van de raad meer nodig, tenzij de raad vooraf gevallen of (afwijk)activiteiten aanwijst waarvoor het college altijd eerst advies moet vragen aan de raad. Dit advies is bindend: het college moet beslissen op een aanvraag met inachtneming van het advies van de raad.

Het advies van de raad kan echter meer zijn dan enkel een ‘ja’ (verlenen) of een ‘nee’(weigeren). De raad kan er bijvoorbeeld ook voor kiezen om (ruimtelijke) voorwaarden te benoemen waaronder hij het afwijken van het omgevingsplan acceptabel vindt. Met inachtneming van dat advies moet het college die voorwaarden vervolgens uitwerken in een uiteindelijk besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning.

2

Er is een lijst opgesteld die ter vaststelling aan u voorligt. Argumenten: a. De huidige lijst met categorieën gevallen waarvoor een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) niet nodig is, is een goed uitgangspunt voor de lijst adviesrecht Op 22 december 2022 heeft de raad de toenmalige lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen Vvgb van de raad nodig is geëvalueerd en vervolgens een nieuwe lijst vastgesteld. De raad heeft via een amendement besloten dat het college de raad niet reeds bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een evaluatie van de lijst aanbiedt, maar in december 2025. De achterliggende gedachte hierbij was om voldoende ervaring op te doen met de lijst. Gelet op dit besluit ligt een zoveel mogelijke beleidsneutrale overgang naar de Omgevingswet voor de hand. b.

De lijst met adviesrecht zorgt er voor dat woningbouwplannen sneller kunnen worden gerealiseerd In de gemeente is veel vraag naar woningen. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om deze raadsperiode 1000 woningen te realiseren. Er is onderzocht op welke wijze de doorlooptijd van woningbouwplannen kan worden versneld. Daarbij is onder andere gekeken naar de woningbouwplannen die in de eerste 7 maanden van dit jaar aan de raad zijn voorgelegd. De raad heeft in die periode voor 6 woningbouwplannen een startdocument vastgesteld waarin de kaders zijn beschreven voor het opstellen van een bestemmingsplan, vijfmaal via een hamerstuk, eenmaal via een bespreekstuk. Gebleken is dat de raad bij dergelijke voorstellen met name vragen heeft over de kwaliteit van de woning, waaronder de doelgroep en de prijs. Inmiddels is de regionale woondeal 2022-2030 regio Zuidwest Friesland ondertekend waarin het Rijk met de provincie Fryslân en de gemeenten De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân (SWF) afspraken heeft gemaakt om de woningbouw te versnellen en de betaalbaarheid van de woningen te vergroten. Afgesproken is dat van alle nieuwbouw 2/3 betaalbaar is evenredig verdeeld over koop en sociale huur. De regionale woondeals worden op dit moment beschouwd als het belangrijkste en meest recente kader ten aanzien van woningbouw.

In de regionale woondeal Zuidwest Friesland is onder andere afgesproken dat Súdwest-Fryslân minimaal 1980 woningen toevoegt in de komende 10 jaar. De overeengekomen inzet is expliciet beschreven als een minimale inspanningsverplichting. De raad is in april jl. geïnformeerd over de (toen nog te ondertekenen) woondeal via actieve info. Om de doorlooptijd van woningbouwplannen te versnellen zijn is de lijst op een tweetal punten aangepast. Deze aanpassing houdt in dat de raad niet hoeft te worden betrokken bij initiatieven waarbij sprake is van: Oud Nieuw Oud Nieuw

1. Het realiseren van maximaal 30 woningen binnen de bebouwde kom. 1. Het realiseren van maximaal 30 woningen binnen of aansluitend aan de bebouwde kom. Het realiseren van woningen voor zover passend binnen een door de raad vastgestelde woonvisie en/of door de raad vastgestelde kaders. Het realiseren van woningen voor zover passend binnen een door de raad vastgestelde woonvisie en/of met de raad afgestemde kaders met een volkshuisvestelijke/-wonen component.

Toelichting: 1. SWF heeft 89 kernen. In de grotere kernen komt nog wel eens ruimte vrij voor inbreiding. In de meeste kleinere kernen is die ruimte er niet en is uitbreiding alleen mogelijk aansluitend aan de bestaande bebouwing, maar is deze grond gelegen buiten de bebouwde kom. Door de woorden ‘aansluitend aan’ toe te voegen aan de bepaling wordt voorkomen dat met name veel kleine bouwplannen aan de raad moeten worden voorgelegd. 2. Deze aanpassing brengt met zich mee dat de kaders ook door het college kunnen zijn vastgesteld, maar dat de raad wel betrokken moet zijn bij deze kaders, bijvoorbeeld via een opiniërende bijeenkomst of actieve info van het college. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de woondeal 2022-2030 regio Zuidwest-Fryslân. c.

Door de wijzigingsbevoegdheid, de uitwerkingsplicht en de kruimelgevallen uit te zonderen van het adviesrecht kan de huidige werkwijze voor (kleinere) initiatieven worden voortgezet

3

Omdat het principe over wel en niet adviseren omgedraaid wordt, kunnen er ook gaten ontstaan. Zo vervallen er instrumenten waarvan de bevoegdheid om daar toepassing aan te geven thans bij het college liggen. Concreet gaat het in de eerste plaats om het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht zoals opgenomen in de huidige bestemmingsplannen. Bij het vaststellen van deze bestemmingsplannen heeft de raad toestemming verleend aan het college om, onder voorwaarden, de regels van het bestemmingsplan te wijzigen door middel van een wijzigingsplan of uitwerkingsplan. In te tweede plaats gaat het om de buitenplanse afwijkingen op basis van het Besluit omgevingsecht, bijlage II, artikel 4, de zogenaamde ‘kruimelgevallenlijst’. Dit is een lijst met gevallen waarvoor het college een omgevingsvergunning kan verlenen voor het bouwen en/of gebruiken van gronden en bouwwerken in afwijking van het bestemmingsplan. De wetgever heeft in de huidige wetgeving bepaalt dat de raad niet betrokken wordt. Voor de beoordeling van deze kruimelgevallen heeft het college afwijkingenbeleid vastgesteld. In dit document zijn regels opgenomen voor de wijze waarop binnen SWF toepassing wordt gegeven aan de planologische afwijkingsmogelijkheden die de betreffende kruimellijst biedt. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verliezen de instrumenten hun werking.

Door deze instrumenten uit te zonderen van het adviesrecht blijft de bevoegdheid om op een aanvraag te beslissen bij het college en wordt een beleidsneutrale overgang bewerkstelligd. d. Facultatief adviesrecht blijft altijd mogelijk Facultatief adviesrecht is en blijft altijd mogelijk. Dit gebeurt nu al en kan in de toekomst: - op initiatief van het college bij (politiek) gevoelige onderwerpen; - op initiatief van de raad indien daar om wordt gevraagd. Startdocumenten omgevingsplan Voor het vaststellen van een startdocument voor het opstellen van een bestemmingsplan wordt in de huidige situatie een lijst gehanteerd die veel overeenkomsten heeft met de lijst voor de categorieën van gevallen waarvoor geen Vvgb is vereist. Met de komst van de Omgevingswet gaan de bestemmingsplan op in het tijdelijk omgevingsplan. Voorgesteld wordt daarom de lijst voor adviesrecht ook van toepassing te verklaren op het vaststellen van startdocumenten voor het wijzigen van het (tijdelijk) omgevingsplan. Risico’s: Wanneer de raad instemt met dit voorstel brengt dit geen risico’s met zich mee. Stemt de raad niet in met de voorgestelde afwijkingen ten opzichte van de huidige lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen Vvgb van de raad nodig is, dan komt dit de dienstverlening van SWF niet ten goede.

Processen van, met name, kleinere projecten duren langer waardoor aanvragers maanden langer moeten wachten op hun vergunning. Financiën: Het voorstel heeft geen directe financiële consequenties. Echter, de beslistermijn voor een BOPA bedraagt standaard 8 weken met een eenmalige mogelijkheid tot verlenging met 6 weken. Ook in gevallen waar sprake is van adviesrecht geldt dus de beslistermijn van 8 weken. Dit is dus een hele andere termijn dan in de huidige situatie, waar nog een termijn van 26 weken geldt. Als er niet tijdig wordt besloten op een aanvraag omgevingsvergunning, kunnen aanvragers de gemeente in gebreke stellen. Daardoor kan er een dwangsom verschuldigd zijn van maximaal 1.442,--. Als dat vaak voorkomt, kan dit vanuit financieel oogpunt een onwenselijke situatie worden. Wanneer dat het geval is zal er naar gekeken moeten worden op welke wijze de termijnoverschrijding beperkt kan worden. Andere opties: Alternatief 1: de lijst niet aanpassen. Dit ligt niet voor de hand omdat dit beleidsneutrale overgang in de weg staat en tevens zorgt voor vertraging bij (kleine) woningbouwprojecten. Alternatief 2: de lijst kleiner maken door het aantal categorieën waarop het adviesrecht van toepassing is te verkleinen. Hiermee kan de dienstverlening naar de burger worden verbeterd.

De raad krijgt meer ruimte voor kaderstellende taken en er kan meer worden geacteerd op de leidende principes van Súdwest-Fryslân (SWF) en de komst van de Omgevingswet. Uitgangspunt van dit voorstel s zoveel mogelijk aansluiten op de bestaande werkwijze en afspraken met de raad

4

(beleidsneutraal). Het voordeel van het beleidsneutraal overgaan is dat we in de eerste fase van de Omgevingswet kunnen focussen op de veranderende processen en op het kunnen doorgaan van de initiatieven. Bij de evaluatie kan dit alternatief ter sprake worden gebracht. Wettelijke basis: Artikel 16.15a, onder b, onder 1, van de Omgevingswet; de raad heeft de bevoegdheid gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarin een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. Global Goals: Dit betreft een procesvoorstel. De Global Goals zijn daarom niet relevant. Wie zijn betrokken: Dit betreft een intern procesvoorstel. Wijze van participatie: Dit betreft een intern procesvoorstel. Digitale links naar informatiebronnen: De lijst met gevallen van adviesrecht betreft een algemeen verbindende voorschrift. Dit besluit moet om die reden worden bekendgemaakt via www.officiëlebekendmakingen.nl (GVOP). Na de bekendmaking én de inwerkingtreding van de Omgevingswet treden de besluiten in werking. In welke fase: N.v.t. Planning vervolg in de raad/LTA: Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal een evaluatie van de lijst met gevallen waarvoor het adviesrecht geldt aan de raad worden voorgelegd. Bijlage(n): 1. Toelichting Lijst adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2. was-wordt lijst 3. kruimellijst art.

4, bijlage II Bor Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. E.K. Strijker

, gemeentesecretaris.

5

Besluit tot vaststelling lijst met categorieën van gevallen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft De gemeenteraad van Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023; overwegende dat; - de gemeenteraad op grond van de Omgevingswet de bevoegdheid krijgt om categorieën aan te wijzen op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders een bindend advies van de raad nodig heeft om door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit af te kunnen wijken van het omgevingsplan; - het gewenst is in de periode tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet hierover een besluit te nemen om de overgang naar de Omgevingswet zo soepel mogelijk te laten verlopen; gelet op het bepaalde in de artikelen 16.15a en 16.15b Omgevingswet ; besluit: vast te stellen de lijst met categorieën van gevallen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft. Artikel 1 Definitie binnen de bebouwde kom: 1. het bestaand stedelijk gebied zoals begrensd op de kaarten Begrenzing bestaand stedelijk gebied, bijlage 1.1 bij de Omgevingsverordening Fryslân, én 2. de situatie beschouwd naar feitelijke aard, waarbij de aard van de omgeving bepalend is en van belang is waar de bebouwing nagenoeg feitelijk ophoudt. De plaats van de verkeersborden is daarbij niet van belang.

Artikel 2 Categorieën van gevallen Categorie 1 Beleid 1. Een initiatief op een terrein waarvoor nog geen stedenbouwkundige randvoorwaarden, een masterplan, een gebiedsvisie of een daarmee te vergelijken ruimtelijke kader is vastgesteld door de raad. Categorie 2 Wonen 1. Het realiseren van woningen met bijbehorende voorzieningen, voor zover deze niet passend zijn binnen een door de raad vastgestelde woonvisie en/of met de raad afgestemde kaders met een volkshuisvestelijke/-wonen component, met uitzondering van: a. het realiseren van woningbouw met bijbehorende bouwwerken binnen of aansluitend aan de bebouwde kom en het aantal woningen niet meer bedraagt dan 30; b. het op een andere wijze inrichten van inbreiding- of uitbreidingslocaties voor woningbouw. Categorie 3 Recreatie 1. Recreatie-initiatieven, met uitzondering van: a. de herinrichting en/of uitbreiding van een bestaand recreatieterrein; b. de realisatie van maximaal 10 nieuwe recreatiewoningen buiten bestaande recreatieterreinen. Categorie 4 Sport en maatschappelijke voorzieningen 1. Initiatieven met betrekking tot sport en maatschappelijke voorzieningen indien: a. de bestaande locatie met meer dan 50% wordt uitgebreid; b. het nieuwbouw betreft waarbij het bruto vloeroppervlak groter is dan 1.000 m2.

6

Categorie 5 Voorzieningen in de openbare ruimte 1. Infrastructurele initiatieven én initiatieven met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden die in strijd zijn met gemeentelijk beleid op het gebied van de openbare ruimte. Categorie 6 Duurzame energie 1. Initiatieven voor duurzame energievoorzieningen, met uitzondering van: a. initiatieven die voldoen aan de notitie “Ruimte voor de Zon”; b. het plaatsen van zonnepanelen op eigen terrein ten behoeve van de eigen warmte en/of elektriciteitsvraag, met een maximum oppervlak van 0,25 ha; c. de realisatie van (snel)laadstations voor elektrische voertuigen. Artikel 3 Gevallen waarbij het adviesrecht niet aan de orde is 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 hoeft de raad niet om advies te worden gevraagd als: a. de raad reeds planologisch heeft ingestemd met het betreffende initiatief; b. een initiatief dat is opgenomen in een vastgesteld, maar nog niet in werking getreden wijziging van het omgevingsplan, en het beroep zich niet richt op dat onderdeel waarop het initiatief ziet; c. een initiatief waarvan op voorhand duidelijk is dat de aanvraag geweigerd moet worden vanwege andere gronden dan planologische aspecten; d.

een initiatief waar het college op grond van de bijlage II bij artikel 4 van het Besluit Omgevingsrecht bevoegd was te besluiten onder het regime van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals dat gold op de dag voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; e. initiatieven waar het college op grond van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht zoals opgenomen in bestemmingsplannen, zoals die golden op de dag voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, had kunnen besluiten als wordt voldaan aan de voorwaarden die voor die wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht zijn opgenomen. Artikel 4 Slotbepalingen 1. Dit besluit treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking op 1 januari 2024. 2. Op dezelfde datum vervalt de lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen Verklaring van bedenkingen (Vvgb) van de gemeenteraad vereist is, vastgesteld op 22 december 2022, van rechtswege. 3. Het werken op basis van dit besluit wordt binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2023.

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13511359/1