Raadsvoorstel - Aanvraag omgevingsvergunning voor uitbreiding geitenhouderij in Raerd
Tekst van het document
Ons nummer: R22.000224
*R22.000224*
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Aanvraag omgevingsvergunning voor uitbreiding geitenhouderij in Raerd 9 maart 2023 Doarp, Stêd en Omkriten 21 februari 2023 Bauke Dam Vergunningen R.S. Boersma
Voorstel: Geen verklaring van geen bedenkingen afgeven voor de aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de geitenhouderij op het perceel Hegedyk 10 te Raerd Samenvatting: Op het perceel Hegedyk 10 te Raerd was voorheen een melkrundveehouderij aanwezig. Middels (college)besluit van 13 juli 2021 is een omgevingsvergunning verleend voor het omzetten van de bedrijfsvoering naar een geitenhouderij (1975 geiten). Op dat moment was het voorbereidingsbesluit geitenstop (deel 1) weliswaar van toepassing, maar het betrof een zogenaamde lopende aanvraag. Dat betekende dat de vergunning verleend is. Deze geitenhouderij wil nu uitbreiden naar in totaal 2650 geiten en wil hiervoor onder meer de bestaande potstal vergroten. In de eerste vergunning is het m.e.r. beoordelingsbesluit genomen voor in totaal 2650 geiten (voldeed aan de milieuregels). De aanvraag is niet verder milieutechnisch beoordeeld omdat het voorbereidingsbesluit al reden is om de aanvraag te weigeren in het ruimtelijke spoor en bij een weigering de diepgaande en aanvullende milieutoets niet opportuun en wenselijk is. Er ligt namelijk een (tweede) voorbereidingsbesluit met een geitenstop. Dat betekent dat de gevraagde vergunning niet kan worden verleend. Dit is uitsluitend mogelijk middels een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad ten behoeve van de afwijking op het bestemmingsplan.
De gemeenteraad wordt voorgesteld geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor deze beoogde uitbreiding vanwege de door de GGD aangehaalde risico’s voor de gezondheid (waaronder begrepen geur) van de omwonenden (binnen de twee kilometerzone) en de Omgevingsvisie 1.0. Argumenten: In Omgevingsvisie is gezondheid heel belangrijk In de vastgestelde Omgevingsvisie 1.0 van 29 april 2021 zijn vijf thema’s opgenomen waaronder gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving. Daarnaast is als leidend principe vastgelegd dat de gemeente werkt aan het voorkomen van (vermijdbare) bedreigingen voor de gezondheid. In het kader van een geitenhouderij hanteert de GGD de zogenaamde 2 kilometer zone. Dat betekent dat er binnen een straal van 2 kilometer van gevoelige objecten (zoals woningen) geen nieuwvestiging of uitbreiding van geitenhouderijen zouden moeten plaatsvinden. Dit landelijke advies is gebaseerd op de VGO-onderzoeken (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden) van onder meer het RIVM en de universiteiten Utrecht en Wageningen UR. Uit deze onderzoeken komt naar voren dat mensen die nabij een geitenhouderij wonen een verhoogde kans hebben op longontsteking. De resultaten van de onderzoeken zijn in geheel Nederland toepasbaar volgens de GGD.
1
De kans op longontsteking is sterk verhoogd blijkt uit de onderzoeken. Desondanks is deze kans nog steeds niet heel groot. De GGD geeft zelf aan dat de kans niet heel groot is, maar wel vermijdbaar. Tijdens de informatieavond op 26 januari 2021 heeft de GGD u uitleg gegeven over gezondheidsaspecten rondom geitenhouderijen. Uit de VGO-onderzoeken komt naar voren dat er een correlatie bestaat tussen een geitenhouderij en longontsteking bij mensen die binnen de 2 kilometerstraal wonen, maar de exacte oorzaak is niet duidelijk. Wel is deze kans op longontsteking sterk verhoogd. De VGO-III onderzoeken moet gaan uitwijzen wat de exacte oorzaak is en deze onderzoeken zullen eind 2024 afgerond moeten zijn. Door binnen een straal van twee kilometer geen nieuwe of een uitbreiding van een bestaande geitenhouderij toe te staan, wordt er tegemoetgekomen aan de Omgevingsvisie omdat er wordt voorkomen dat er een vermijdbare bedreiging voor de gezondheid aan de orde is. Geurhinder is hoger dan 2,0 Odeur/units Ook het aspect geur speelt hier een rol. Dat is voor het zogenaamde milieuspoor geen belemmering gebleken. De geurregels vanuit de milieuwetgeving staan de uitstoot van geur op de dichtstbijzijnde woningen toe zoals dit bedrijf dat gaat doen. Er is echter een groot verschil tussen het milieuspoor (milieuregels) en het ruimtelijke spoor.
In het ruimtelijke spoor heeft de gemeente meer beoordelingsvrijheid en -ruimte om aspecten belangrijk te vinden. Zo ook bijvoorbeeld geur (naast gezondheid). Dat staat dan los van de landelijke regels vanuit de milieuwetgeving. Een vvgb (verklaring van geen bedenkingen) mag alleen geweigerd worden in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is de afweging van de betrokken belangen waarbij de woon- en leefomgeving van de omwonenden rondom een geitenhouderij ook meeweegt. Gezondheid is hier een belangrijk aspect in, maar zeker ook geur. Het geuraspect is eerder mede de reden geweest om geen medewerking te verlenen aan een bestemmingsplan waarin een uitbreiding van een agrarisch bedrijf in Hemelum was beoogd (ondanks dat er binnen de milieuwetgeving wel aan de normen werd voldaan). Uit de milieustukken komt naar voren dat er op de dichtstbijzijnde woning meer dan 2,0 OU/m3 (Odeur Units per m3) aan de orde is. Dat geldt in ieder geval voor twee woningen (3,5 en 2,3 OE/m3) op basis van de berekeningen gedurende de eerste vergunningsaanvraag. Vanuit de GGD wordt geadviseerd te streven naar 2 OU/m3. Daar voldoet de aanvraag niet aan en dat kan op basis van het ruimtelijke spoor reden zijn om geen medewerking te verlenen.
Het GGD-advies van 16 juni 2021 biedt hiervoor een deel van de onderbouwing voor het ruimtelijke spoor nu deze aspecten ook (deels) aan het ruimtelijke spoor kunnen worden verbonden aangezien het effect op de woon- en leefomgeving van omwonenden heeft. Ook de andere aspecten uit het GGD-advies zijn hierbij van belang voor de onderbouwing waarom de vvgb wordt geweigerd. Ten tijde van de indiening van de vorige aanvraag omgevingsvergunning (omzetting bedrijfsvoering naar geiten), lag er nog geen voorbereidingsbesluit. Het advies van de GGD kon destijds dus niet in het ruimtelijke spoor worden gebruikt en binnen de milieuwetgeving zijn de normen anders. Dat is de reden dat de aanvraag destijds niet (binnen het ruimtelijke spoor) is geweigerd. Er ligt een voorbereidingsbesluit De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend nadat er een voorbereidingsbesluit is genomen. Juridisch houdt dat in dat de aanvraag wordt gestuit. Het uitbreiden van een geitenhouderij is in dit voorbereidingsbesluit als verbod opgenomen en voorgesteld wordt om hieraan vast te houden. Er zijn geen gerechtvaardigde redenen aanwezig om voor dit geval een uitzondering te maken op de hoofdregel van de geitenstop.
2
In nieuwe bestemmingsplannen buitengebied ook geitenstop opgenomen Een voorbereidingsbesluit is tijdelijk geldig (maximaal 1 jaar) en is een voorbereiding op een nieuw ruimtelijk besluit. Tijdens een voorbereidingsbesluit wordt de situatie wel bevroren voor het betreffende onderwerp, om zo te voorkomen dat er nog snel nieuwe aanvragen met ongewenste ontwikkelingen worden ingediend. Het vervolg op het voorbereidingsbesluit kan een speciaal bestemmingsplan zijn met een geitenstop. Dat heeft de buurgemeente Weststellingwerf bijvoorbeeld gedaan. Omdat wij op dit moment bezig zijn met het veegplan Buitengebied I en het Buitengebied II bestemmingsplan, is ervoor gekozen de geitenstop hierin mee te nemen. Dan is het gehele buitengebied meteen gedekt en blijft het overzichtelijk. In deze ontwerpbestemmingsplannen is de geitenstop opgenomen met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor de gevallen dat aangetoond is dat er geen schade voor de gezondheid aan de orde is (als uit de lopende landelijke VGO-onderzoeken blijkt dat de 2 kilometer zone niet meer nodig is maar kan worden volstaan met een kleinere afstand bijvoorbeeld). Dit analoog aan de redactie van het artikel over de geitenstop in het bestemmingsplan bij de buurgemeente Weststellingwerf.
Besluit over vvgb is onderdeel behandelprocedure omgevingsvergunning Op het perceel Hegedyk 10 te Raerd is een geitenhouderij van 1975 geiten toegestaan op basis van de eerder verleende omgevingsvergunning. Het was één van de vier lopende aanvragen die voor het (eerste) voorbereidingsbesluit was ingediend en het voorbereidingsbesluit raakte daarmee die aanvraag niet. In die aanvraag werd alleen de eerste fase van het bedrijfsplan aangevraagd. De omzetting naar geitenhouderij in de bestaande opstallen. Nu is er een nieuwe aanvraag ingediend op 30 augustus 2022 waarin wordt gevraagd om uitbreiding van de bebouwing om zo meer geiten op het perceel mogelijk te maken. In totaal moet dit resulteren in 2650 geiten. Dit betreft de volgende (en voorlopig laatste) fase uit het bedrijfsplan. Vanwege het voorbereidingsbesluit van 9 mei 2022 voldoet deze aanvraag voor uitbreiding van de geitenhouderij niet aan het planologisch kader. De aanvraag is ingediend nadat het voorbereidingsbesluit in werking trad. Het voorbereidingsbesluit stuit deze ontwikkeling dus en dit is al bij de eerste aanvraag aan de aanvrager medegedeeld. Dat betekent dat er uitsluitend medewerking kan worden verleend aan de gevraagde vergunning, als er een zogenaamde grote afwijking op het bestemmingsplan wordt verleend (projectbesluit).
De wettelijke grondslag voor deze afwijking is te vinden in artikel 2.12 lid 1 sub a.3 Wabo. Voordat er (door het college van B&W) een besluit kan worden genomen op de aanvraag omgevingsvergunning, dient de gemeenteraad een besluit te nemen over het al dan niet afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht). Verplicht wettelijk onderdeel van de behandelprocedure van de aanvraag omgevingsvergunning is het ter inzage leggen van een ontwerpbesluit. De weigering (of verlening) van de omgevingsvergunning. Voordat er een ontwerpbesluit ter inzage gelegd kan worden, is het standpunt over de vvgb nodig. In dit voorstel wordt dit standpunt gevraagd. Nadat de ontwerpbeschikking ter inzage heeft gelegen en er zienswijzen zijn ingediend, zal er een definitief oordeel worden gevraagd aan uw raad over de vvgb. In dat nieuwe raadsvoorstel zal dan ook de reactie op de eventueel ingediende zienswijze worden meegenomen. Indien er geen zienswijze wordt ingediend, dan volstaat (juridisch gezien) het besluit inzake de vvgb vanuit dit voorstel. In dat geval blijft het bij dit ene voorstel inzake deze aanvraag omgevingsvergunning.
3
Risico’s: De aanvrager is van mening dat twee keer een voorbereidingsbesluit voor hetzelfde gebruik niet mogelijk is. Dat betekent in de ogen van de aanvrager dat er dus geen (tweede) geitenstop aan de orde is. Dat is in onze ogen juridisch onjuist. In de wet staat niet voorgeschreven dat een voorbereidingsbesluit slechts 1x mag worden genomen. Deze lezing wordt bevestigd door onze huisadvocaat. Het is juridisch toegestaan om twee keer een voorbereidingsbesluit te nemen met dezelfde inhoud. Financiën: N.v.t. Andere opties: Wel een verklaring van geen bedenkingen afgeven voor de aanvraag omgevingsvergunning. In dat geval zal de gevraagde omgevingsvergunning verder inhoudelijk worden getoetst (o.a. milieuregels) en indien er zich geen strijdigheden voordoen, zal dat betekenen dat de ontwerpvergunning ter inzage gelegd zal worden om vervolgens (normaal gesproken) verleend gaat worden indien uit de nog aan te leveren ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de aanvraag voldoet aan alle eisen. Ook in dit geval geldt dat, indien er zienswijzen worden ingediend gedurende de wettelijk verplichte ter inzagelegging, de raad een definitief standpunt moet worden gevraagd (met inachtneming van de zienswijzen) inzake de vvgb.
Wettelijke basis: Wet algemene bepalingen omgeving Besluit omgevingsrecht Algemene wet bestuursrecht Global Goals: SDG 3: Goede gezondheid en welzijn (voor de omwonenden van de geitenhouderij). Wie zijn betrokken: De aanvrager, de FUMO en de GGD. Wijze van participatie: Onderdeel van de behandelprocedure van de aanvraag omgevingsvergunning is de gelegenheid voor het indienen van een zienswijze (Awb) Digitale links naar informatiebronnen: N.v.t. In welke fase: Gedurende de behandeling van de aanvraag.
4
Planning vervolg in de raad/LTA: Nadat de raad heeft besloten, zal het ontwerpbesluit voor zes weken ter inzage gelegd worden. In deze periode kunnen er eventueel zienswijzen worden ingediend. Op het moment dat er een zienswijze wordt ingediend, zal de raad nogmaals gevraagd worden een besluit te nemen over het wel/niet afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (met inachtneming van de zienswijze). Bijlage(n): 1. Vergunning geitenhouderij fase 1; 2. Bouwtekening; 3. Brief aanvrager met uitleg over fasering; 4. Adviezen GGD eerste aanvraag; 5. Geuronderzoek; 6. Niet technische samenvatting; 7. Landschappelijke inpassing; 8. Geluidsonderzoek; 9. Memo toelichting procedures.
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries,
drs. E.K. Strijker,
5
burgemeester.
gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Aanvraag omgevingsvergunning voor uitbreiding geitenhouderij in Raerd Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 januari 2023; besluit:
Geen verklaring van geen bedenkingen afgeven voor de aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de geitenhouderij op het perceel Hegedyk 10 te Raerd
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 maart 2023
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
6
, voorzitter.
, griffier.