Raadsvoorstel - Aanvraag omgevingsvergunning recreatiewoning Sandfirden
Tekst van het document
Ons nummer: R24.000088
*R24.000088*
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
aanvraag omgevingsvergunning recreatiewoning Sandfirden 18 juli 2024 Doarp, Stêd en Omkriten 2 juli 2024 Bauke Dam Ruimtelijke Ontwikkeling Bert De Jong
Voorstel: -Het vaststellen van de reactienota en onderdeel uit te laten maken van het niet afgeven van de verklaring van geen bedenkingen. -Definitief geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de aanvraag omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van een kleinschalig kampeerterrein naar een recreatiewoning op het perceel nabij Nr 9a te Sandfirden. Samenvatting: De eigenaar van een stuk grond nabij het perceel Nr 9a te Sandfirden heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om het bestaande kleinschalig kampeerterrein waarop één kampeermiddel (zoals bijvoorbeeld een tent, tentwagen, een kampeerauto of een caravan) aanwezig mag zijn, om te mogen zetten naar een permanente recreatiewoning. Dit bouwplan voldoet niet aan het bestemmingsplan en alleen met een grote afwijking op het bestemmingsplan kan er eventueel medewerking aan dit bouwplan worden verleend. Omdat de aanvraag voor de komst van de Omgevingswet is ingediend, dient de aanvraag nog op basis van de “oude” wetgeving afgehandeld te worden. Onderdeel van de behandelprocedure van de aanvraag is het wel of niet afgeven van een verklaring van geen bezwaar door de gemeenteraad. De gemeenteraad kan hierbij de ruimtelijke belangen afwegen en de wenselijkheid en aanvaardbaarheid van het plan beoordelen.
Als er sprake is van een zogenaamde goede ruimtelijke ordening dan kan er op basis van de wetgeving medewerking worden verleend. De vraag aan de gemeenteraad is of er medewerking aan dit plan kan worden verleend. Op 14 maart 2024 is besloten geen VVGB af te geven voor dit plan. Op basis hiervan heeft het bouwplan voor 6 weken ter inzage gelegen op grond van de wet. De aanvrager heeft een zienswijze ingediend. Om een definitief besluit op de aanvraag omgevingsvergunning te kunnen nemen, wordt de gemeenteraad gevraagd, met inachtneming van de zienswijze, een definitief besluit te nemen over het wel of niet afgeven van de VVGB. In dit voorstel wordt onderbouwd waarom geadviseerd wordt om in dit geval geen verklaring van geen bedenking af te geven voor dit plan ondanks de aangevoerde argumenten vanuit de zienswijze. Argumenten: a.1 Plan past niet binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid De aanvraag gaat over de percelen nabij Nr 9A te Sandfirden. In het (inmiddels) oude bestemmingsplan “Buitengebied Wymbritseradiel” had dit perceel de bestemming ‘Natuur – waterrecreatief medegebruik’ met de functieaanduiding ‘kampeerterrein’. Deze gronden zijn ook aangewezen als Natura 2000 gebied. In dit bestemminsplan was 1 kampeermiddel toegestaan. In het
1
nieuwe bestemmingsplan “Buitengebied Súdwest-Fryslân II” is dezelfde bestemming opgenomen en ook de functieaanduiding kleinschalig kampeerterrein. Middels het amendement omissies is de tekst van deze functieaanduiding aangevuld met een verwijzing naar de lijst van aantal kampeermiddelen in de bijlage (deze verwijzing ontbrak). In deze lijst staat dat er hier 1 kampeermiddel is toegestaan. Dit conform de bestaande rechten vanuit het huidige bestemmingsplan. Hierin is dus niets veranderd. De aanvrager geeft aan dat ruim een halve eeuw gebruikt wordt gemaakt van het huidige mobiele kampeermiddel voor samenkomst voor familie om weekenden en vakanties te vieren. Het doel van de aanvraag voor vergunning is om de huidige wagen te verwijderen en om hiervoor in de plaats een hoogwaardige en duurzame recreatiewoning te plaatsen (van 70m2 en 5 meter hoog). Met dit plan is er een vergroting van het bebouwd oppervlakte aan de orde en kan er veel makkelijker het gehele jaar recreatief verbleven. Het gaat om permanente bebouwing. Op het perceel ligt een natuurbestemming. Dat betekent dat de natuur hier leidend is. Wel is recreatief medegebruik onder voorwaarden toegestaan. Dat geldt dan voor extensief dagrecreatief medegebruik. De functieaanduiding kleinschalig kampeerterrein maakt in afwijking hierop meer mogelijk vanuit bestaande rechten uit het verleden.
De huidige situatie is dat er een kleinschalig kampeerterrein met 1 kampeermiddel is toegestaan. Dat is volgens het huidige bestemmingsplan een tent, tentwagen, een kampeerauto of een caravan. De eigenaar heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan met als doel dat er zes kampeermiddelen toegestaan zijn op het terrein. Uitgangspunt voor deze aanvraag is het vastgestelde bestemmingsplan en daar staat 1 kampeermiddel in genoemd. Op 22 december 2023 is het nieuwe bestemmingsplan in werking getreden. De aanvrager heeft geen voorlopige voorziening gevraagd en mede daarom is dit bestemmingsplan dan ook het toetsingskader. In het beroepschrift wordt alleen aangevochten dat er maar 1 kampeermiddel mag staan (in plaats van de 3 tot 6 kampeermiddelen). De natuurbestemming die er op is gelegd wordt niet bestreden. De aanvrager wil een kampeermiddel inruilen voor een grote en permanente recreatiewoning. Daarmee zal het gebruik, met name in de wintermaanden, potentieel kunnen intensiveren. Ook tijdens de zomermaanden zal dit gebruik (kunnen) intensiveren aangezien er veel meer slaapplaatsen zijn dan in het bestaande kampeermiddel. Met dit plan kan er (veel) meer recreatief gebruik gemaakt worden van het perceel dan dat dit nu op basis van bestaande rechten kan. En juist dit intensievere recreatieve gebruik is binnen deze zware natuurbestemming ongewenst.
Niet voor niets ligt deze natuurbestemming op dit perceel. Om te kunnen beoordelen of er wel of niet medewerking aan een afwijking op het bestemmingsplan kan worden verleend, zal er een belangenafweging gemaakt moeten worden. Alle belangen moeten hierbij worden afgewogen en er zal in ieder geval sprake moeten zijn van een goede ruimtelijke ordening. Deze afweging is voorbehouden aan de gemeenteraad. De vraag die beantwoord moet worden is of het belang van de aanvrager om een kampeermiddel (met wel of niet extra kampeermiddelen als het beroep op het overgangsrecht zou slagen) om te zetten in een permanente recreatiewoning zwaarder moet wegen dan het ruimtelijk en algemeen belang. De afweging van de belangen. Uiteindelijk moet er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Voorgesteld wordt om het algemeen en ruimtelijk belang zwaarder te laten wegen dan het persoonlijke belang van de eigenaar van het perceel (en het kampeermiddel). Ten eerste, en dat is juridisch erg relevant, het project voldoet niet aan het provinciaal beleid. Omdat er niet aan het provinciaal beleid wordt voldaan, is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening en dan kunnen wij als gemeente niets anders dan de aanvraag weigeren. Wij zijn namelijk niet bevoegd af te wijken van provinciaal beleid.
De aanvrager is van mening dat er wel aan het provinciaal beleid wordt voldaan, echter blijkens de bijgesloten brief van de provincie komt duidelijk naar voren dat dit plan niet voldoet aan de provinciale Omgevingsverordening (en ook niet aan de voorloper, de verordening Romte). Op basis hiervan is al een harde grond om geen medewerking aan het plan te verlenen.
2
Los van of er aan het provinciaal beleid voldaan wordt of niet, is er ook een gemeentelijke afweging nodig om wel of niet mee te werken aan een nieuwe ontwikkeling. Uiteindelijk heeft de gemeenteraad binnen de kaders die de provincie ons geeft, ook regelruimte. In dit geval is de gevraagde ontwikkeling ongewenst omdat het perceel een zware natuurbestemming heeft en dit plan een (behoorlijke) intensivering van het recreatieve gebruik mogelijk maakt op een plek waarbij wij juist gekozen hebben om de natuur op 1 te zetten en alleen extensief recreatief medegebruik toe te staan (los van bestaande rechten). Binnen onze gemeente bevinden zich tal van dit soort plekken en deze plekken moeten wij koesteren. Deze natuurbestemming is op deze percelen gelegd met als primaire doel het behoud en herstel van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van onder meer de riet- en oeverstroken. Oprichten van permanente bebouwing, waarmee ook een intensivering van het recreatieve gebruik mogelijk zou zijn, is ongewenst omdat dit ook niet strookt met het oog op het gevoerde consistente beleid in gevallen vanuit het verleden en mogelijke precedentwerking. Dit geeft geen kwalitatieve impuls voor de recreatiesector. Momenteel is er 1 kampeermiddel aanwezig (en in de zomerperiode volgens de eigenaar enkele tenten). Dat is voor eigen gebruik en voor bekenden van de eigenaar.
Dit omzetten naar een enkele recreatiewoning voegt geen kwaliteit toe aan de recreatiesector van de gemeente (in algemeenheid) of aan de nabijgelegen kern. In het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de bestemmingsplannen Buitengebied Súdwest-Fryslân II zijn op bestaande kleinschalige kampeerterreinen trekkershutten mogelijk met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Maar dan in samenhang met bestaande bebouwing (Agrarisch en/of een woonboerderij). Bij een (voormalig) agrarisch bedrijf wordt dit als nevenactiviteit gezien en zijn er mogelijkheden opgenomen. In dit geval is er uitsluitend een kleinschalig kampeerterrein mogelijk in een stukje natuurbestemming, waarbinnen vanuit bestaande rechten 1 kampeermiddel is toegestaan. De onderhavige locatie is zo specifiek en (natuur)gevoelig dat ook het plaatsen van trekkershutten hier niet mogelijk is. Het omzetten van dit kleinschalig kampeerterrein naar een vast gebouw (recreatiewoning) is ongewenst en voldoet niet aan het gemeentelijk beleid zoals hierboven al is gemotiveerd. De natuurbestemming is hier leidend en belangrijk. Slechts extensief dagrecreatief medegebruik is hierbinnen toegestaan (denk aan bevaren van de meren en overdag recreëren). Uitzondering hierop zijn de reeds bestaande rechten. Zoals een kleinschalig kampeerterrein.
a.2 Zienswijze omvat weinig nieuwe inzichten In de zienswijze komen aspecten naar voren die al eerder naar voren zijn gekomen en in die zin weinig vernieuwend zijn. In deze zienswijze komt met name ook naar voren dat de aanvrager van mening is dat de gemeente nooit een oprechte en eerlijke toets of afweging heeft gemaakt. Zo wordt de gemeente beschuldigd van vooringenomenheid. In de bijgesloten reactienota op de zienswijze kunt u de voorgestelde inhoudelijke reactie op deze zienswijze lezen. U wordt voorgesteld deze reactienota vast te stellen en onderdeel te laten uitmaken van het niet afgeven van de gevraagde verklaring van geen bedenkingen. Een recreatiewoning op die plek in onze gemeente voegt geen (tot weinig) kwaliteit toe aan de recreatieambities van onze gemeente en de onderliggende natuurbestemming is belangrijker dan het (voornamelijk persoonlijke) belang van de aanvrager. a.3 De eigenaar heeft zienswijze en ook beroep ingesteld tegen bestemmingsplan Buitengebied De eigenaar van het perceel had naast de aanvraag omgevingsvergunning ook een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Hij heeft daarbij ook ingesproken bij de raadscommissie. Tijdens het inspreken gaf hij voornamelijk aan dat hij het bestaande recht op kleinschalig kampeerterrein wil behouden, maar gaf tevens aan dat een alternatief een recreatiewoning daar is.
Het bestemmingsplan is uiteindelijk vastgesteld waarbij het bestaande recht (1 kampeermiddel toegestaan) is opgenomen. Een recreatiewoning is niet toegestaan.
3
Op basis van dit vastgestelde bestemmingsplan is beroep ingesteld tegen dit bestemmingsplan. In dit beroep stelt de eigenaar meer bestaande rechten te hebben. Zo zouden er volgens de eigenaar op het kleinschalig kampeerterrein meer dan 1 kampeermiddel op dit terrein zijn toegestaan. Ondanks dat in het oude bestemmingsplan er ook maar 1 kampeermiddel is toegestaan. De eigenaar stelt is van mening dat al lange tijd meerdere kampeermiddelen en tenten aanwezig zijn op het terrein en dus dat hij een beroep kan doen op het overgangsrecht (zes stuks op basis van het overgangsrecht). Uiteindelijk zal de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hier (over meer dan een jaar is de verwachting) een uitspraak op doen. Het herontwikkelen van het kleinschalig kampeerterrein met maximaal 1 kampeermiddel naar een recreatiewoning is een zogenaamde nieuwe ontwikkeling en is daarom ook via een aparte procedure aangevraagd (en niet meegenomen in de procedure bij het bestemmingsplan). Deze aanvraag omgevingsvergunning is al in december 2022 ingediend maar de behandeling is na overleg met de aanvrager opgeschort vanwege het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. De eigenaar wilde daar eerst op wachten. Nu besluitvorming over het buitengebied-bestemmingsplan is afgerond, is de aanvraag weer opgepakt wat nu resulteert in dit raadsvoorstel.
Ook in het geval de Raad van State onverhoopt meegaat met het ingestelde beroep van de aanvrager, dan wordt het voorstel inzake deze aanvraag omgevingsvergunning niet anders. Het is en blijft een kleinschalig kampeerterrein (of er nu 1 of 6 kampeermiddelen staan). De onderliggende enkelbestemming natuur is hierbij het belangrijkste op dit perceel en die kernwaarde wille wij behouden. Het wel of niet afwijken van het bestemmingsplan is geen verplichting maar een bevoegdheid. En omdat de ontwikkeling niet aan het gemeentelijk (en provinciaal) beleid voldoet, is meewerken aan de afwijking ongewenst. Risico’s: Geen. Wel is het waarschijnlijk dat er beroep wordt ingesteld indien de gevraagde vergunning wordt geweigerd. Financiën: N.v.t. Andere opties: Wel een verklaring van geen bedenkingen afgeven voor dit bouwplan. In dat geval zal de gevraagde vergunning, indien ook aan de andere toetsingsgronden zoals onder andere welstand wordt voldaan, verleend worden. Wettelijke basis: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Besluit omgevingsrecht Algemene wet bestuursrecht Global Goals: Leven op het land en in het water. Wie zijn betrokken: De aanvrager en de provincie. Wijze van participatie: Onderdeel van de behandelprocedure van de aanvraag omgevingsvergunning is de gelegenheid voor het indienen van een zienswijze (Awb). Deze periode is afgerond.
Daarnaast zijn er meerdere gesprekken geweest met de aanvrager. Digitale links naar informatiebronnen: N.v.t. In welke fase: Gedurende de behandeling van de aanvraag.
4
Planning vervolg in de raad/LTA: N.v.t. De aanvraag omgevingsvergunning zal na besluitvorming in de raad door het college worden afgedaan. Bijlage(n): 1. Aanvraag omgevingsvergunning; 2. Ruimtelijke onderbouwing aanvrager; 3. Bouwtekening recreatiewoning; 4. Reactie provincie Fryslân; 5. Inhoud beroepschrift tegen bestemmingsplan BGB-II; 6. Ingediende zienswijze; 7. Reactienota op zienswijze.
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
5
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp aanvraag omgevingsvergunning recreartiewoning Sandfirden Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 juni 2024; besluit: -Het vaststellen van de reactienota en onderdeel uit te laten maken van het niet afgeven van de verklaring van geen bedenkingen. -Definitief geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de aanvraag omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van een kleinschalig kampeerterrein naar een recreatiewoning op het perceel nabij Nr 9a te Sandfirden. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 juli 2024
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
6
, voorzitter.
, griffier.