CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Aanvraag omgevingsvergunning herontwikkeling kleinschalig

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Oanfraach omjouwingsfergunning werûntwikkeling lytsskalich kampearterrein nei permaninte rekreaasjewenning2.697 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R23.000201

*R23.000201*

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur

Aanvraag omgevingsvergunning herontwikkeling kleinschalig kampeerterrein naar permanente recreatiewoning 14 maart 2024 Doarp, Stêd en Omkriten 27 februari 2024 Bauke Dam Ruimtelijke Ontwikkeling Reinder Boersma

Voorstel: Geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de aanvraag omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van een kleinschalig kampeerterrein naar een recreatiewoning op het perceel nabij nr 9a te Sandfirden Samenvatting: De eigenaar van een stuk grond nabij het perceel nr 9a te Sandfirden heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om het bestaande kleinschalig kampeerterrein waarop één kampeermiddel (zoals bijvoorbeeld een tent, tentwagen, een kampeerauto of een caravan) aanwezig mag zijn, om te mogen zetten naar een permanente recreatiewoning. Dit bouwplan voldoet niet aan het bestemmingsplan en alleen met een grote afwijking op het bestemmingsplan kan er eventueel medewerking aan dit bouwplan worden verleend. Omdat de aanvraag voor de komst van de Omgevingswet is ingediend, dient de aanvraag nog op basis van de “oude” wetgeving afgehandeld te worden. Onderdeel van de behandelprocedure van de aanvraag is het wel of niet afgeven van een verklaring van geen bezwaar door de gemeenteraad. In dit voorstel wordt onderbouwd waarom er in dit geval geen verklaring van geen bedenking moet worden afgegeven voor dit plan. Argumenten: a.1 Plan past niet binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid De aanvraag gaat over de percelen nabij nr 9A te Sandfirden.

In het (inmiddels) oude bestemmingsplan “Buitengebied Wymbritseradiel” had dit perceel de bestemming ‘Natuur – waterrecreatief medegebruik’ met de functieaanduiding ‘kampeerterrein’. Deze gronden zijn ook aangewezen als Natura 2000 gebied. In dit bestemminsplan was 1 kampeermiddel toegestaan. In het nieuwe bestemmingsplan “Buitengebied Súdwest-Fryslân II” is dezelfde bestemming opgenomen en ook de functieaanduiding kampeerterrein. Middels het amendement omissies is de tekst van deze functieaanduiding aangevuld met een verwijzing naar de lijst van aantal kampeermiddelen in de bijlage (deze verwijzing ontbrak). In deze lijst staat dat er hier 1 kampeermiddel is toegestaan. Dit conform de bestaande rechten vanuit het huidige bestemmingsplan. Hierin is dus niets veranderd. De aanvrager geeft aan dat ruim een halve eeuw gebruikt wordt gemaakt van het huidige mobiele kampeermiddel voor samenkomst voor familie om weekenden en vakanties te vieren. Het doel van de aanvraag voor vergunning is om de huidige wagen te verwijderen en om hiervoor in de plaats een hoogwaardige en duurzame recreatiewoning te plaatsen (van 70m2 en 5 meter hoog). Met dit plan is er ongeveer een verdubbeling van de oppervlakte aan de orde en kan er het gehele jaar recreatief verbleven. Het gaat om permanente bebouwing.

1

Het bouwplan voorziet in een recreatiewoning met in totaal 7 slaapplaatsen (5 slaapkamers) en een zogenaamde “chill-kamer” waarin ook twee slaapplaatsen te realiseren zouden zijn. Dat is een mogelijke enorme intensivering van het aantal gebruikers per keer ten opzichte van de mogelijkheden binnen het huidige mobiele kampeermiddel (zoals bijvoorbeeld een tent, caravan). Nog los van het gegeven dat de recreatiewoning jaarrond gebruikt kan worden en dat dit voor een kampeermiddel minder goed kan (vanwege bijvoorbeeld de isolatie en de weersomstandigheden). Op het perceel ligt een zware natuurbestemming. Dat betekent dat de natuur hier leidend is. Wel is recreatief medegebruik onder voorwaarden toegestaan. Dat geldt dan voor extensief dagrecreatief medegebruik. De functieaanduiding kleinschalig kampeerterrein maakt in afwijking hierop meer mogelijk vanuit bestaande rechten uit het verleden. De huidige situatie is dat er een kleinschalig kampeerterrein met 1 kampeermiddel is toegestaan. Dat is volgens het huidige bestemmingsplan een tent, tentwagen, een kampeerauto of een caravan. De eigenaar heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan met als doel dat er zes kampeermiddelen toegestaan zijn op het terrein. Daarover wordt onder a.2 en a.3 verder ingegaan. Uitgangspunt voor deze aanvraag is het vastgestelde bestemmingsplan en daar staat 1 kampeermiddel in genoemd.

De aanvrager wil dat inruilen voor een twee keer zo grote en permanente recreatiewoning. Daarmee zal het gebruik, met name in de wintermaanden, flink intensiveren. Ook tijdens de zomermaanden zal dit gebruik (kunnen) intensiveren aangezien er veel meer slaapplaatsen zijn dan in het bestaande kampeermiddel. Tenslotte is de hoogte bijna twee keer zo hoog waardoor de impact op de omgeving ook wordt vergroot. Met dit plan kan er veel meer recreatief gebruik gemaakt worden van het perceel dan dat dit nu op basis van bestaande rechten kan. En juist dit intensieve recreatieve gebruik is binnen de zware natuurbestemming ongewenst. Niet voor niets ligt deze zware natuurbestemming op dit perceel. Om te kunnen beoordelen of er wel of niet medewerking aan een afwijking op het bestemmingsplan kan worden verleend, zal er een belangenafweging gemaakt moeten worden. Alle belangen moeten hierbij worden afgewogen en er zal in ieder geval sprake moeten zijn van een goede ruimtelijke ordening. De vraag die beantwoord moet worden is of het belang van de aanvrager om een kampeermiddel (met wel of niet extra kampeermiddelen als het beroep op het overgangsrecht zou slagen) om te zetten in een permanente recreatiewoning van bijna 2x zo groot zwaarder moet wegen dan het ruimtelijk en algemeen belang.

Voorgesteld wordt om het algemeen en ruimtelijk belang zwaarder te laten wegen dan het persoonlijke belang van de eigenaar van het perceel (en het kampeermiddel). Ten eerste, en die is juridisch erg relevant, het project voldoet niet aan het provinciaal beleid. Omdat er niet aan het provinciaal beleid wordt voldaan, is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening en dan kunnen wij als gemeente niets anders dan de aanvraag weigeren. Wij zijn namelijk niet bevoegd af te wijken van provinciaal beleid. De aanvrager is van mening dat er wel aan het provinciaal beleid wordt voldaan, echter blijkens de bijgesloten brief van de provincie komt duidelijk naar voren dat dit plan niet voldoet aan de provinciale Omgevingsverordening (en ook niet aan de voorloper, de verordening Romte). Op basis hiervan is al een harde grond om geen medewerking aan het plan te verlenen. Er is geen goede ruimtelijke ordening. Ten tijde van de aanvraag was de verordening Romte nog van toepassing. In de Verordening Romte is in artikel 5.1.2 een omzetting van een bestaand kampeerterrein mogelijk gemaakt. Echter dit geldt niet voor een kleinschalig kampeerterrein. Dit is alleen geldig voor een bestaand regulier kampeerterrein (groter terrein met veel meer kampeermiddelen). In dit geval is er sprake van een kleinschalig kampeerterrein (ook als het beroep op het overgangsrecht zou slagen).

Ook in de andere artikelen van de Verordening Romte is geen mogelijkheid om een mobiel kampeermiddel om te zetten naar een recreatiewoning. Daarnaast wordt er ook niet voldaan aan de provinciale Omgevingsverordening die per 1 januari 2024 van kracht is geworden. Dat staat ook in het advies van de provincie. Los van of er aan het provinciaal beleid voldaan wordt of niet, is er ook een gemeentelijke afweging nodig om wel of niet mee te werken aan een nieuwe ontwikkeling. In dit geval is de gevraagde

2

ontwikkeling ongewenst omdat het perceel een zware natuurbestemming heeft en dit plan een behoorlijke intensivering van het recreatieve gebruik mogelijk maakt op een plek waarbij wij juist gekozen hebben om de natuur op 1 te zetten en alleen extensief recreatief medegebruik toe te staan (los van bestaande rechten). Binnen onze gemeente bevinden zich tal van dit soort plekken en deze plekken moeten wij koesteren. Oprichten van permanente bebouwing, waarmee ook een enorme intensivering van het recreatieve gebruik mogelijk zou zijn, is ongewenst omdat dit ook niet strookt met het oog op het gevoerde consistente beleid in gevallen vanuit het verleden en mogelijke precedentwerking. Dit geeft geen kwalitatieve impuls voor de recreatiesector. Momenteel is er 1 kampeermiddel aanwezig (en in de zomerperiode volgens de eigenaar enkele tenten). Dat is voor eigen gebruik en voor bekenden van de eigenaar. Dit omzetten naar een enkele recreatiewoning voegt geen kwaliteit toe aan de recreatiesector van de gemeente. De eigenaar kan op basis van de bestaande rechten het kampeermiddel (een tent, tentwagen, een kampeerauto of een caravan) recreatief gebruiken. Daar verandert niets aan. Hij wil dit kampeermiddel echter omzetten naar permanent gebruik in de vorm van een recreatiewoning van 70m2, een inhoud van 350m3 en een bouwhoogte van 5 meter.

In het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de bestemmingsplannen Buitengebied Súdwest-Fryslân II zijn op bestaande kleinschalige kampeerterreinen trekkershutten mogelijk met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Maar dan in samenhang met bestaande bebouwing (Agrarisch en/of een woonboerderij). Bij een (voormalig) agrarisch bedrijf wordt dit als nevenactiviteit gezien en zijn er mogelijkheden opgenomen. In dit geval is er uitsluitend een kleinschalig kampeerterrein mogelijk in een stukje natuurbestemming, waarbinnen vanuit bestaande rechten 1 kampeermiddel is toegestaan. De onderhavige locatie is zo specifiek en (natuur)gevoelig dat ook het plaatsen van trekkershutten hier niet mogelijk is. Het omzetten van dit kleinschalig kampeerterrein naar een vast gebouw (recreatiewoning) is ongewenst en voldoet niet aan het gemeentelijk beleid zoals hierboven al is gemotiveerd. U wordt voorgesteld geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor dit bouwplan. Dat betekent in de praktijk dat de gevraagde omgevingsvergunning (na afloop van de ter inzage legging van de conceptweigering) geweigerd zal moeten worden. a.2 De eigenaar heeft zienswijze en ook beroep ingesteld tegen bestemmingsplan Buitengebied De eigenaar van het perceel heeft naast de aanvraag omgevingsvergunning ook een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend.

Hij heeft daarbij ook ingesproken bij de raadscommissie. Tijdens het inspreken gaf hij voornamelijk aan dat hij het bestaande recht op kleinschalig kampeerterrein wil behouden, maar gaf tevens aan dat een alternatief een recreatiewoning daar is. Het bestemmingsplan is uiteindelijk vastgesteld waarbij het bestaande recht (1 kampeermiddel toegestaan) is opgenomen. Een recreatiewoning is niet toegestaan. Op basis van dit vastgestelde bestemmingsplan is beroep ingesteld tegen dit bestemmingsplan. In dit beroep stelt de eigenaar meer bestaande rechten te hebben. Zo zouden er volgens de eigenaar op het kleinschalig kampeerterrein meer dan 1 kampeermiddel op dit terrein zijn toegestaan. Ondanks dat in het oude bestemmingsplan er ook maar 1 kampeermiddel is toegestaan. De eigenaar stelt is van mening dat al lange tijd meerdere kampeermiddelen en tenten aanwezig zijn op het terrein en dus dat hij een beroep kan doen op het overgangsrecht (zes stuks op basis van het overgangsrecht). Het herontwikkelen van het kleinschalig kampeerterrein met maximaal 1 kampeermiddel naar een recreatiewoning is een zogenaamde nieuwe ontwikkeling en is daarom ook via een aparte procedure aangevraagd (en niet meegenomen in de procedure bij het bestemmingsplan).

Deze aanvraag omgevingsvergunning is al in december 2022 ingediend maar de behandeling is na overleg met de aanvrager opgeschort vanwege het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. De eigenaar wilde daar eerst op wachten. Nu besluitvorming over het buitengebied-bestemmingsplan is afgerond, is de aanvraag weer opgepakt wat nu resulteert in dit raadsvoorstel.

3

a.3 Voorstel wordt niet anders als ingestelde beroep zou slagen Naar aanleiding van de vaststelling van het bestemmingsplan, heeft de eigenaar beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan. In dit beroep stelt de eigenaar dat er zes kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn (in ieder geval op basis van het overgangsrecht). Dit vanuit bestaande rechten vanuit het verleden. De eigenaar zal moeten gaan bewijzen dat er sprake is van bestaande rechten en de Raad van State zal vervolgens gaan beoordelen of dat voldoende is. Dat ligt nu voor aan de Raad van State. Maar ook in het geval dat de Raad van State tot de conclusie zou komen dat er meer kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn op basis van dit overgangsrecht, wordt de conclusie van dit voorstel en het advies niet anders. Dit staat los van deze aanvraag omgevingsvergunning. De uitkomst van dit beroepschrift heeft namelijk geen effect op de uitkomst van de afweging van de belangen in dit geval. In beide gevallen blijft het feit dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening doordat er niet aan het provinciale en gemeentelijke beleid wordt voldaan. Of er nu binnen het kleinschalig kampeerterrein 1 kampeermiddel is toegestaan ofwel zes kampeermiddelen (wat de eigenaar in de beroepszaak denkt te bewerkstellingen).

In beide gevallen blijft het een kleinschalig kampeerterrein en is omzetten naar een recreatiewoning niet wenselijk. Omdat de beroepszaak inhoudelijk geen (relevant) effect heeft op de afweging bij deze aanvraag omgevingsvergunning, kan deze aanvraag omgevingsvergunning verder worden afgehandeld. a.4 Besluit over vvgb is onderdeel behandelprocedure omgevingsvergunning Op het perceel nabij nr 9a te Sandfirden is op basis van het huidige bestemmingsplan binnen het kleinschalig kampeerterrein 1 kampeermiddel toegestaan. De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend voor het omzetten van dit kleinschalig kampeerterrein naar een permanente recreatiewoning. Dit plan voldoet niet aan het recent vastgestelde (en inmiddels in werking getreden) bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II. Dat betekent dat er uitsluitend medewerking kan worden verleend aan de gevraagde vergunning, als er een zogenaamde grote afwijking op het bestemmingsplan wordt verleend (projectbesluit). De wettelijke grondslag voor deze afwijking is te vinden in artikel 2.12 lid 1 sub a.3 Wabo. Voordat er (door het college van B&W) een besluit kan worden genomen op de aanvraag omgevingsvergunning, dient de gemeenteraad een besluit te nemen over het al dan niet afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht).

Verplicht wettelijk onderdeel van de behandelprocedure van de aanvraag omgevingsvergunning is het ter inzage leggen van een ontwerpbesluit. De weigering (of verlening) van de omgevingsvergunning. Voordat er een ontwerpbesluit ter inzage gelegd kan worden, is het standpunt over de vvgb nodig. In dit voorstel wordt dit standpunt gevraagd. Nadat de ontwerpbeschikking ter inzage heeft gelegen en er zienswijzen zijn ingediend, zal er een definitief oordeel worden gevraagd aan uw raad over de vvgb. In dat nieuwe raadsvoorstel zal dan ook de reactie op de eventueel ingediende zienswijze worden meegenomen. Indien er geen zienswijze wordt ingediend, dan volstaat (juridisch gezien) het besluit inzake de vvgb vanuit dit voorstel. In dat geval blijft het bij dit ene voorstel inzake deze aanvraag omgevingsvergunning. Risico’s: Geen. Financiën: N.v.t. Andere opties: Wel een verklaring van geen bedenkingen afgeven. In dat geval zal de ontwerpbeschikking ook voor zes weken ter inzage gelegd moeten worden en kunnen er zienswijzen worden ingediend. Ook door bijvoorbeeld de provincie. De kans is reëel dat de provincie een zienswijze gaat indienen aangezien er niet aan de provinciale Omgevingsverordening wordt voldaan en afwijken van het bestemmingsplan dan juridisch niet mogelijk (verdedigbaar) is omdat er geen goede ruimtelijke ordening is.

Strijdigheid met provinciaal beleid betekent geen goede ruimtelijke ordening.

4

Na afloop van de inzagetermijn zal er een definitief besluit op de aanvraag genomen moeten worden waarbij eventueel ingediende zienswijzen meegewogen moeten worden. Uw raad zal in dat geval moeten besluiten om wel of niet een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven. Wettelijke basis: Wet algemene bepalingen omgeving Besluit omgevingsrecht Algemene wet bestuursrecht Global Goals: Leven op het land en in het water. Wie zijn betrokken: De aanvrager en de provincie. Wijze van participatie: Onderdeel van de behandelprocedure van de aanvraag omgevingsvergunning is de gelegenheid voor het indienen van een zienswijze (Awb). Daarnaast heeft op 27 november 2023 een gesprek op het gemeentehuis plaatsgevonden tussen de nieuwe gemachtigde van de eigenaar en de wethouder over dit plan. Digitale links naar informatiebronnen: N.v.t. In welke fase: Gedurende de behandeling van de aanvraag. Planning vervolg in de raad/LTA: Nadat de raad heeft besloten, zal het ontwerpbesluit voor zes weken ter inzage gelegd worden. In deze periode kunnen er eventueel zienswijzen worden ingediend. Op het moment dat er een zienswijze wordt ingediend, zal de raad nogmaals gevraagd worden een besluit te nemen over het definitief wel/niet afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (met inachtneming van de zienswijze). Bijlage(n): 1. Aanvraag omgevingsvergunning; 2.

Ruimtelijke onderbouwing aanvrager; 3. Bouwtekening recreatiewoning; 4. Reactie provincie Fryslân; 5. Inhoud beroepschrift tegen bestemmingsplan BGB-II. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

drs. E.K. Strijker

5

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Aanvraag omgevingsvergunning herontwikkeling kleinschalig kampeerterrein naar permanente recreatiewoning Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 februari 2024; besluit:

Geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de aanvraag omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van een kleinschalig kampeerterrein naar een recreatiewoning op het perceel nabij nr 9a te Sandfirden. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 maart 2024

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

6

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13805100/1