CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo 'Loslaten in vertrouwen'

Opiniërende bijeenkomst 5 oktober 2022, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: uitnodiging5.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

27-9-2022

CONCEPT*

‘Loslaten in Vertrouwen’ Adviesrecht raad & verplichte participatie onder de Omgevingswet

Inhoudsopgave 1.

Inleiding .................................................................................................................................... 2

2.

Het adviesrecht van de gemeenteraad ....................................................................................... 3 2.1

De omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college van B&W .......................................... 3

2.2

De huidige situatie: ‘verklaring van geen bedenkingen (VVGB)’ .................................................. 3

2.3

Het adviesrecht vervangt de VVGB .............................................................................................. 3

2.4

Mee te wegen: verbeterdoelen van de Omgevingswet ............................................................... 4

2.5

Kortere beslistermijn .................................................................................................................... 5

2.6

Wat is eerder opgehaald bij de gemeenteraad? .......................................................................... 6

3.

Varianten .................................................................................................................................. 7

4.

Initiatieven die in raad aan de orde zijn geweest ........................................................................ 8 4.1

Projectafwijkingsbesluiten ........................................................................................................... 8

4.2

Herziening bestemmingsplannen ................................................................................................. 8

5.

Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplan-activiteiten ............................................ 9 5.1

Participatie in de Omgevingswet .................................................................................................. 9

5.2

Vergunningverlening: toets Omgevingsplan ................................................................................ 9

5.3

Participatie bij vergunningverlening............................................................................................. 9

5.4

Wat is eerder opgehaald bij de gemeenteraad? .......................................................................... 9

5.5

Varianten .................................................................................................................................... 10

Bijlagen 1.

Lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB van de raad is vereist

2. Overzicht raadsbesluiten planologische instemming (VVGB) omgevingsvergunningen buitenplans afwijken (projectafwijkingsbesluiten) periode januari 2019 t/m juli 2022 3. Overzicht collegebesluiten planologische instemming omgevingsvergunningen buitenplans afwijken zonder tussenkomst raad periode januari 2019 t/m juli 2022 4.

Overzicht raadsbesluiten startnotities bestemmingsplannen periode januari 2019 t/m juli 2022

Pagina 1 van 11

1. Inleiding Bij activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan en waarvoor niet met een reguliere afwijkingsprocedure kan worden volstaan (= uitgebreide procedure omgevingsvergunning) moet de gemeenteraad onder de bestaande wetgeving bepalen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn. Dat doet de raad door een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (= VVGB) af te geven. De gemeenteraad kan echter ook een lijst met categorieën van gevallen vaststellen waarbij een dergelijke VVGB niet vereist is. In die gevallen is het college zelf bevoegd te beoordelen of een activiteit in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De raad van SWF heeft een dergelijke lijst vastgesteld. Onder de Omgevingswet zal van het omgekeerde sprake zijn. De Omgevingswet voorziet in afwijken van het omgevingsplan en spreekt dan van een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (= buitenplanse opa). De raad kan onder de Omgevingswet gevallen aanwijzen waarin een bindend advies nodig is van de raad om een buitenplanse opa toe te staan. Voor de gevallen die niet zijn aangewezen geldt geen adviesrecht van de raad. Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Participatie wordt verplicht bij het opstellen van een omgevingsvisie of een omgevingsplan. Voor vergunningen geldt deze verplichting in beginsel niet.

Wel kan de raad categorieën van gevallen aanwijzen waarbij participatie wel verplicht wordt gesteld. Deze verplichting kan alleen worden opgelegd bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. In deze memo is informatie opgenomen over de aanleiding voor deze wijzigingen. Ook zijn varianten opgenomen om invulling te geven aan de bespreking in de opiniërende bijeenkomst van raads- en commissieleden op 5 oktober 2022.

Pagina 2 van 11

2. Het adviesrecht van de gemeenteraad 2.1

De omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college van B&W

In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelijk. De gemeenteraad stelt kaders vast in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Het college voert binnen deze kaders uit en toetst of initiatieven passen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. Daarnaast houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dit is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Zowel nu als in de nieuwe situatie is het college van B&W het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Het college krijgt wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid. De gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces, welke worden vastgelegd in de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

2.2

De huidige situatie: ‘verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB)

Past een bouwplan of activiteit niet binnen het bestemmingsplan? En is het ook niet mogelijk om via een binnenplanse afwijking of via de bij AMvB aangewezen gevallen (kruimellijst) medewerking te verlenen? Dan kan onder de huidige wetgeving het college van B&W alleen een vergunning verlenen met instemming van de gemeenteraad. Dat kan via: a. de procedure van een wijziging, uitwerking of herziening van een bestemmingsplan; b. via een omgevingsvergunning uitgebreide procedure (een projectafwijkingsbesluit). In deze notitie richten we ons vooral op de projectafwijkingsbesluiten. ad b. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn om af te wijken van het bestemmingsplan, en een zogenoemd VVGB hiervoor afgeven. Om het werkbaar te houden kan de raad ook op voorhand besluiten dat voor categorieën van gevallen deze verklaring niet nodig is. Van deze mogelijkheid is in SWF gebruikgemaakt. De lijst van categorieën gevallen die nu geldt dateert uit 2019 en is na evaluatie en actualisatie van de voorheen geldende lijst tot stand gekomen (zie bijlage 1).

2.3

Het adviesrecht vervangt de VVGB

Onder de Omgevingswet blijft het college van B&W het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. De Omgevingswet voorziet in afwijken van het omgevingsplan en spreekt dan van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (buitenplanse opa). Dat is wanneer: - het om een activiteit gaat waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is om de vergunning te verlenen; of - het om een andere activiteit gaat in strijd met het omgevingsplan. Voor afwijken van het omgevingsplan zijn er twee sporen: a. met een wijziging van het omgevingsplan de afwijking opheffen; b. een afwijkvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (buitenplanse opa) verlenen en binnen maximaal 5 jaar het omgevingsplan daarop aanpassen. ad a. Een wijziging van het omgevingsplan zal veelal worden toegepast voor omvangrijke, dan wel ingrijpende, afwijkingen waarbij bijvoorbeeld een gebied opnieuw ontwikkeld wordt. Denk aan een nieuwe uitbreidingswijk. Bij wijziging van het omgevingsplan is er feitelijk sprake van een nieuw stuk(je) omgevingsplan waarmee het omgevingsplan deels wordt aangepast. De raad is bevoegd om het omgevingsplan aan te passen. De raad kan met een delegatiebesluit bepaalde categorieën aanwijzen waarvoor het college van B&W bevoegd gezag wordt. ad b.

De buitenplanse opa zal over het algemeen de voorkeur hebben voor een kleine afwijking met beperkte impact: een concreet plan waarbij het niet nodig is om regels voor omliggende percelen aan te passen of mogelijkheden op de locatie te schrappen. De gemeente kan deze vergunningen verzamelen en uiterlijk binnen 5 jaar (laten) opnemen in het omgevingsplan.

Pagina 3 van 11

De gemeenteraad heeft bindend adviesrecht in door de gemeenteraad aangewezen gevallen van een aanvraag voor een buitenplanse opa (art. 16.15a aanhef en lid b onder 1 van de Omgevingswet). De gemeenteraad moet dus zelf besluiten in welke gevallen hij gebruik wil maken van dit adviesrecht. Dat is dus precies andersom als in de huidige situatie, waarin de raad aangeeft wat niet langs de raad hoeft voor een VVGB. De raad gaat straks juist niet meer over de niet-aangewezen gevallen. De status van het raadsadvies Als de gemeenteraad een negatief advies geeft bij het toepassen van het adviesrecht, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen (art. 16.15b van de Omgevingswet). Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college van B&W mag daar niet van afwijken en moet het in acht nemen. Raadsbesluit nodig over adviesrecht De gemeenteraad moet een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Het huidige raadsbesluit, waarbij een ‘lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’ is vastgesteld, vervalt automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W niet naar de gemeenteraad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.

De inwerkingtreding van de ‘lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse opa, als bedoeld in artikel 16.15a onder b’ is gelijk aan de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit geldt alleen wanneer de raad een besluit neemt voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lukt dit niet, dan treedt het besluit in werking wanneer het is gepubliceerd.

2.4

Mee te wegen: verbeterdoelen van de Omgevingswet

De Omgevingswet kent een aantal verbeterdoelen (zie afbeelding hieronder). Om deze doelstellingen te halen, moeten gemeenten diverse actiepunten uitgewerkt hebben. Op de invoeringsdatum van de Omgevingswet moet voldaan worden aan de zogenaamde minimale vereisten. Daar ligt bij het implementatietraject van de gemeente SWF de focus. Onder de Omgevingswet moeten we ons (nog) meer richten op een integrale aanpak en daar richt gemeente SWF de processen en manier van werken verder op in. Daarnaast wordt participatie nadrukkelijker aan het proces toegevoegd in de fase voordat de vergunningaanvragen formeel worden ingediend. Met participatie in deze fase is SWF al volop bezig en aan het experimenteren. Op participatie onder de Omgevingswet wordt in hoofdstuk 6 van deze notitie ingegaan. De invoering van het adviesrecht in het formele vergunningstraject houdt onder andere verband met de verbeterdoelen van de Omgevingswet:

Pagina 4 van 11

In aansluiting op de verbeterdoelen van de Omgevingswet heeft het college in 2017, in overleg met de raad, een ambitiedocument vastgesteld. Hierin zijn vijf leidende principes opgenomen die SWF hanteert bij de invoering van de Omgevingswet. Deze leidende principes zijn:

De relatie tussen de gemeenteraad en college ontwikkelt zich verder richting een kaderstellende en controlerende gemeenteraad en uitvoerend college. Met het bestaand instrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college) houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. De wetgever gaat er daarom van uit dat de raad terughoudend met het adviesrecht omgaat en er geen afbreuk wordt gedaan aan de aan het college toegekende bevoegdheden en ook niet aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Van belang is dat de gemeenteraad dit bij het bepalen van de gevallen meeweegt.

2.5

Kortere beslistermijn

De invoering van het adviesrecht valt samen met de verplichting onder de Omgevingswet om alle vergunningaanvragen binnen 8 weken te behandelen. Het doel hiervan is de besluitvorming sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Bij afwijkingen van het omgevingsplan is straks ook de reguliere procedure van toepassing en geldt in principe de termijn van 8 weken, bij uitzondering met 6 weken te verlengen. Deze termijn gaat lopen op het moment dat er wordt voldaan aan de indieningsvoorwaarden die gesteld zijn in het omgevingsplan en er een ontvankelijke en volledige aanvraag is. Er zijn enkele gevallen waarbij de termijn kan worden verlengd. Dit kan bijvoorbeeld op verzoek of met instemming van de aanvrager. Ook kan het college de uitgebreide procedure van toepassing verklaren. Dit kan echter alleen als de aangevraagde activiteit aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving én naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben tegen de activiteit. Dit moet per geval worden besloten. De planning van de raadscyclus – en daarmee het agenderen in de gemeenteraad – is echter geen gegronde reden om de procedure te verlengen. De uitgebreide procedure met de VVGB die we nu kennen heeft een beslistermijn van 26 weken. Om rekening mee te houden: -

Wanneer de raad veel initiatieven benoemt waarvoor advies moet worden gegeven, heeft dat risico’s voor het vergunningverleningsproces. Dat proces kan dan vast gaan lopen.

-

Het advies moet gegeven worden in het vergunningstraject. Gezien de vergadercyclus van de raad kan bij de gevallen waarvoor de raad gebruikmaakt van het adviesrecht niet worden voldaan aan het behalen van de termijn van 8 weken (+ 6 in uitzonderlijke gevallen).

-

Bij niet tijdig beslissen wordt de vergunning niet meer van rechtswege verleend, maar kan wel door de aanvrager een dwangsom worden verbeurd.

-

Het opstellen van een nieuwe lijst biedt de gelegenheid om kritisch te kijken naar het aantal initiatieven dat van een advies wordt voorzien. Vermindering van het aantal adviezen biedt de raad meer tijd en ruimte voor andere kaderstellende taken.

-

De beslistermijn voor een buitenplanse opa is met 8 weken aanzienlijk korter dan de beslistermijn voor projectafwijkingsbesluiten waarvoor de uitgebreide procedure van 26 weken geldt.

-

In de huidige situatie geldt een mondelinge afspraak tussen college en raad dat complexe gevallen altijd aan de raad worden voorgelegd. Ook als dat op basis van de vastgestelde lijsten niet noodzakelijk is. Deze afspraak kan blijven bestaan.

Pagina 5 van 11

2.6

Wat is eerder opgehaald bij de gemeenteraad?

In april 2021 is een informerende (digitale) bijeenkomst geweest voor raads- en commissieleden over de volgende drie onderwerpen: 1. delegatie vaststellen (delen) van het omgevingsplan van raad naar college 2. adviesrecht van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; 3. het verplicht stellen van participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Vervolgens is een werkgroep geformeerd waarin 4 raads-/commissieleden en 2 ambtenaren zitting hadden. Deze werkgroep is vijfmaal bijeengeweest om bovenstaande onderwerpen te bespreken met als resultaat een voorstel voor besluitvorming voor alle drie onderwerpen. De voorstellen zijn in december 2021 besproken in het strategisch beraad van het college. Het college heeft toen zijn waardering uitgesproken over de voorbereidende werkzaamheden van de werkgroep. Het college heeft daarnaast aangegeven het jammer te vinden dat de werkgroep ervoor heeft gekozen beleidsneutraal over te willen gaan, of met andere woorden, het vaststellen van een gespiegelde lijst ten opzichte van de huidige lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB nodig is van de raad. Concreet betekent dit dat er niets veranderd ten opzichte van de huidige situatie en er dus ook geen rekening is gehouden met de beoogde rol van de raad onder de Omgevingswet.

In plaats van het samenstellen van een gespiegelde lijst, zou het college graag willen weten bij wat voor soort plannen de raad het echt belangrijk vindt om bij betrokken te worden. Hierover is de raad in januari 2022 geïnformeerd via actieve info. In het volgende hoofdstuk worden mogelijkheden beschreven om inhoud te geven aan het adviesrecht.

Pagina 6 van 11

3. Varianten Er zijn meerdere mogelijkheden voor de gemeenteraad om inhoud te geven aan het adviesrecht. Voor initiatiefnemers is het van belang om vooraf te weten wat de rol van de gemeenteraad is bij initiatieven. Als we hier rekening mee houden zien we op hoofdlijnen de volgende varianten: 1. Geen gebruikmaken van het adviesrecht Bij deze variant hoeft de gemeenteraad geen besluit te nemen over het adviesrecht. Zodra de Omgevingswet in werking treedt hoeft B&W bij deze variant niet naar de gemeenteraad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Het huidige raadsbesluit ‘lijst met categorieën gevallen waarvoor geen VVGB nodig is’ vervalt automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. De raad gaat dan niet meer over buitenplanse opa’s. Deze variant komt tegemoet aan de doelstellingen van de Omgevingswet én wordt maximale tijdwinst behaald. De raad houdt vinger aan de pols door gebruik te maken van bestaande instrumenten. 2. Criteria te benoemen als afwegingskader Bij deze variant geeft de raad expliciet aan welke activiteiten belangrijk worden gevonden om bij betrokken te worden. Op basis daarvan wordt dan een lijst samengesteld. Deze variant komt tegemoet aan de doelstellingen van de Omgevingswet. De betrokkenheid van de raad wordt beperkt tot die activiteiten die grote maatschappelijke impact hebben op de (directe) omgeving. 3.

Beleidsneutraal overgaan Hiermee wordt bedoeld dat alle buitenplanse initiatieven waarvoor een vergunning wordt aangevraagd ter advisering worden voorgelegd aan de raad, behalve degene die nu ook niet aan de raad worden voorgelegd omdat ze zijn benoemd in de bestaande lijst ‘categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB nodig is’. Er zal dan een nieuwe, ‘gespiegelde’ lijst worden opgesteld. Deze variant komt overeen met het voorstel van de werkgroep van de raad. Bij deze variant is geen rekening gehouden met de doelstellingen van de Omgevingswet. Ook is niet duidelijk wat de raad nu echt belangrijk vindt om bij betrokken te worden.

Om rekening mee te houden: -

Varianten 2 en 3 vragen tegelijkertijd besluitvormig over aanpassing van het vergaderschema van de raad om aan de strakkere eisen van de Omgevingswet met betrekking tot de tijdsduur te kunnen voldoen.

-

In de huidige situatie geldt een mondelinge afspraak tussen raad en college dat complexe gevallen altijd aan de raad worden voorgelegd, ook al is dat op basis van de vastgestelde lijsten niet noodzakelijk. Deze afspraak kan bij alle varianten blijven bestaan.

Pagina 7 van 11

4. Initiatieven die in raad aan de orde zijn geweest Om een goede basis te hebben voor het gesprek met de gemeenteraad over het adviesrecht en de varianten is een beknopte analyse gemaakt van initiatieven en plannen die vanaf januari 2019 tot en met juli 2022 langs de raad zijn geweest. Zie de bijlagen bij deze notitie voor een overzicht. - projectafwijkingsbesluiten (met en zonder planologische instemming van de gemeenteraad); - herziening en wijziging bestemmingsplannen (met en zonder vaststellen startdocument door de gemeenteraad).

4.1

Projectafwijkingsbesluiten

Onder de huidige wetgeving kan het college van B&W alleen een omgevingsvergunning verlenen met instemming van de gemeenteraad: via een projectafwijkingsbesluit (de uitgebreide procedure) of via de procedure van een wijziging of herziening van een bestemmingsplan. In de periode januari 2019 tot en met juli 2022 zijn er 44 projectafwijkingsbesluiten genomen. Op basis van de lijst categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB van de raad nodig is, zijn 20 van de 44 besluiten in het kader van planologische instemming (VVGB) aan de gemeenteraad voorgelegd. Elk van deze 20 heeft de raad besloten overeenkomstig het voorstel van het college. Als bijlage 2 en 3 zijn overzichten opgenomen van de besluitvorming van de raad resp. het college.

4.2

Herziening bestemmingsplannen

De huidige rol van de raad bij bestemmingsplannen in SWF is gebaseerd op een tweetal modellen. Bij model 1 beperkt de rol van de raad zich tot het nemen van een besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Bij Model 2 is de rol van de raad tweeledig. In de eerste plaatst stelt de raad, voorafgaand aan het opstellen van een bestemmingsplan, een startdocument vast. In dit document worden de uitgangspunten van het op te stelen bestemmingsplan beschreven. In de tweede plaats neemt de raad een besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Model 1 wordt toegepast bij actualiseringsplannen en ontwikkelplannen die vermeld staan op de lijst met plannen/projecten die door de raad is vastgesteld. Dit betreft dezelfde lijst als de lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB nodig is van de raad. In de periode januari 2019 tot en met juli 2022 is er over 15 herzieningen van bestemmingsplannen besluitvorming geweest in de gemeenteraad in de vorm van het vaststellen van een startnotitie. Ook voor deze 15 startnotities geldt dat de raad heeft besloten overeenkomstig het voorstel van het college. Een overzicht van de besluiten is bijgevoegd als bijlage 4.

Pagina 8 van 11

5. Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 5.1

Participatie in de Omgevingswet

Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. En het is verplicht voor het bevoegd gezag. De gemeente moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden hun meningen kunnen geven over een visie of plan. zoals een Omgevingsvisie of een omgevingsplan. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld inwoners, ondernemers, bedrijven, verenigingen, scholen. Bij een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft. En hij moet duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen. De aanvrager mag zelf weten hoe hij belanghebbenden bij de aanvraag betrekt.

5.2

Vergunningverlening: toets Omgevingsplan

In veruit de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag voor het verlenen van de vergunning. De gemeente toetst dan ook of het initiatief past in het Omgevingsplan. Daarbij zijn er drie mogelijkheden: 1. Het initiatief past binnen de regels. De gemeente verleent de vergunning, want het past binnen de kaders. 2. Het initiatief past met een binnenplanse afwijking, zoals we dit nu ook kennen in onze bestemmingsplannen. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse opa. 3. Het initiatief past niet. Als de gemeente wil meewerken aan het initiatief, moet een vergunning worden verleend in afwijking van het omgevingsplan (= buitenplanse opa).

5.3

Participatie bij vergunningverlening

Bij mogelijkheid 1 en 2 is participatie voor een initiatiefnemer niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het omgevingsplan vallen. En bij het vaststellen van het omgevingsplan zelf heeft al participatie plaatsgevonden. Doordat in de aanvraag voor een omgevingsvergunning de vraag moet worden beantwoord of omwonenden bij de aanvraag zijn betrokken, wordt participatie wel gestimuleerd. Participatie kan wel verplicht zijn als iemand een vergunning voor een buitenplanse opa aanvraagt (mogelijkheid 3). Dat zijn activiteiten die niet in het omgevingsplan passen. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. Of participatie in deze situatie wel of niet verplicht is, is aan de gemeenteraad om te bepalen. De gemeenteraad kan namelijk categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor deze verplichting geldt. Dat staat in artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet. Bij deze categorieën van verplichte participatie geldt dat de aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe hij belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken. De aanvrager mag echter zelf bepalen op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt.

5.4

Wat is eerder opgehaald bij de gemeenteraad?

Zoals in paragraaf 3.6 reeds is aangegeven is er in april 2021 een (digitale) informerende bijeenkomst geweest voor raads- en commissieleden over de volgende drie onderwerpen: - delegatie vaststellen (delen) van het omgevingsplan van raad naar college; - adviesrecht van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; - het verplicht stellen van participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De werkgroep die vervolgens is geformeerd, heeft aangegeven een lijst met categorieën voor verplichte participatie te willen vaststellen die aansluit bij de lijst met categorieën voor het adviesrecht van de raad.

Pagina 9 van 11

5.5

Varianten

De gemeenteraad beslist dus of participatie verplicht moet zijn bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (buitenplanse opa’s). De volgende drie opties zijn mogelijk: 1. Participatie bij buitenplanse opa’s is niet verplicht Voorstanders van deze optie willen terughoudend zijn in het opleggen van regels en dus ook de verplichting van participatie. Participatie is ieders eigen verantwoordelijkheid. 2. Alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht Voorstanders van deze optie kiezen ervoor om heel bewust te kijken naar initiatieven die het meeste impact maken. Vaak wordt hier een koppeling gemaakt met de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van het adviesrecht. Maar het staat de gemeenteraad geheel vrij om eigen categorieën van gevallen aan te wijzen. 3. Participatie bij buitenplanse opa’s is altijd verplicht Voorstanders van deze optie menen dat het niet logisch is dat participatie in alle instrumenten van de Omgevingswet verplicht is, behalve bij deze buitenplanse opa’s. Als je het overal verplicht, wees dan ook consequent. Vooral ook omdat er bewust wordt afgeweken van de regels uit het omgevingsplan. Dat kan nogal consequenties hebben voor omwonenden en belanghebbenden. Echter, een algemeen besluit het ‘in alle gevallen’ van buitenplanse opa’s participatie verplicht te stellen, is niet toegestaan.

Er dient expliciet duidelijk gemaakt te worden in welke gevallen de verplichte participatie dus wel geldt. In deze optie wordt een zo compleet mogelijke lijst van categorieën van gevallen vastgesteld.

Om rekening mee te houden: 1. Ook wanneer participatie verplicht wordt gesteld, mag de aanvrager zelf bepalen op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. 2. Participatie kan alleen in specifieke gevallen verplicht worden gesteld. Een algemeen besluit voor alle voorkomende buitenplanse opa’s is niet mogelijk.

Pagina 10 van 11

Bijlagen 1. Lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB van de raad is vereist 2. Overzicht raadsbesluiten planologische instemming (VVGB) omgevingsvergunningen buitenplans afwijken (projectafwijkingsbesluiten) periode januari 2019 t/m juli 2022 3. Overzicht collegebesluiten planologische instemming omgevingsvergunningen buitenplans afwijken zonder tussenkomst raad periode januari 2019 t/m juli 2022 4. Overzicht raadsbesluiten startnotities bestemmingsplannen periode januari 2019 t/m juli 2022

Pagina 11 van 11

Bijlage 1 behorende bij raadsvoorstel kenmerk R19.000233 LIJST MET CATEGORIEEN VAN GEVALLEN Definities Bebouwde kom: de percelen die op de kaart bladnummers k01-4 en k01-5 behorende bij de ‘Verordening Romte Fryslân’ (vastgesteld op 25 juni 2014 door Provinciale Staten van Fryslân), zijn gelegen in ‘bestaand stedelijk gebied’ (zie aangehechte bijlagen). Buitengebied: de gebieden die op de kaart bladnummers k01-4 en k01-5 behorende bij de ‘Verordening Romte Fryslân’ (vastgesteld op 25 juni 2014 door Provinciale Staten van Fryslân), niet zijn gelegen in ‘bestaand stedelijk gebied’(zie aangehechte bijlagen). Toelichting: Om eenduidigheid te bevorderen is er voor gekozen aan te sluiten bij de definities zoals die in de ‘Verordening Romte’ worden gehanteerd. Categorie 1

beleid

1. Een project gelegen in de bebouwde kom, op een terrein waarvoor al stedenbouwkundige randvoorwaarden, een masterplan een gebiedsvisie of een daarmee te vergelijken ruimtelijk kader is vastgesteld door de raad van de gemeente SWF. Toelichting: Indien de gemeenteraad reeds ruimtelijke kaders heeft vastgesteld, is het college gehouden aan deze kaders. Het project moet dan uiteraard passen binnen deze kaders. Hieronder vallen echter geen algemene gebiedsvisies of gemeentebrede structuurvisies omdat deze ruimtelijke instrumenten over het algemeen nog te globaal en niet voldoende uitgewerkt zijn. 2. Projecten buiten de bebouwde kom, mits deze passen in de notitie ‘uitgangspunten Buitengebied Súdwest-Fryslân, door de gemeenteraad van SWF vastgesteld op 21 juni 2012 en aangepast op 2 maart 2017. Toelichting: Deze notitie en aanpassing vormen samen een actueel ruimtelijk beleidskader, waarin de hoofdlijnen van het gewenste ruimtelijk beleid voor het buitengebied van de gemeente door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Toetsing van ruimtelijke verzoeken aan deze notitie is in de praktijk goed werkbaar en geeft de aanvrager op voorhand goed inzicht in de afbakening tussen raad en college. Dit schept helderheid en rechtszekerheid. 3.

Indien het project is opgenomen in een vastgesteld, maar nog niet in werking getreden bestemmingsplan en een eventueel ingesteld beroep zich niet richt op dat onderdeel waarop het project ziet. Toelichting: Op deze manier kan geanticipeerd worden op bestemmingsplannen en kan worden voorkomen dat de uitvoering van de activiteit onnodig vertraging oploopt. Omdat de raad met het betreffende project al heeft ingestemd door middel van de vaststelling van het bestemmingsplan, is verdere raadpleging van de raad niet nodig. Categorie 2

procedurele aspecten

1. Als op voorhand duidelijk is dat de aanvraag om omgevingsvergunning op andere gronden dan planologisch geweigerd moet worden en de aanvrager niet heeft verzocht om een omgevingsvergunning voor de onderdelen waarvoor deze niet behoeft te worden geweigerd. Toelichting: De omgevingsvergunning kan bestaan uit meerdere deelactiviteiten, waaronder bouw, sloop, kap, milieu. Indien een aanvraag geweigerd moet worden, bijvoorbeeld wegens strijd met het Bouwbesluit of omdat een onderdeel van die aanvraag zoals het kappen van een boom niet

Bijlage 1 behorende bij raadsvoorstel kenmerk R19.000233 verleend kan worden, dan moet het college deze aanvraag toch aan de raad voorleggen. Het is mogelijk dat het plan wel ruimtelijk aanvaardbaar is. Het voorstel van het college aan de raad zou dan zijn om de vvgb, die nodig is voor de planologische afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, wel af te geven, ondanks dat bekend is dat de aanvraag geweigerd zal moeten worden. Een vvgb mag namelijk alleen geweigerd worden wanneer een project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Omdat een dergelijk voorstel onnodig veel administratieve lasten met zich meebrengt, is dit onderdeel bedoeld om ervoor te zorgen dat deze aanvraag niet door de raad behandeld hoeft te worden, aangezien er al een weigeringsgrond is, anders dan die waar de raad over kan beslissen. Categorie 3

wonen

1. Het op een andere wijze inrichten van inbreiding- of uitbreidingslocaties voor woningbouw. Toelichting: In de gemeente zijn nog een aantal locaties voorradig voor de nieuwbouw van woningen. Door een veranderende vraag op de woningmarkt is soms een andere invulling gewenst, waaronder een andere situering van woningen of in plaats van een woongebouw het realiseren van eengezinswoningen. Voorbeelden van locaties zijn Thomashof in Workum en Harinxmaland in Sneek. De raad heeft door vaststelling van het geldende bestemmingsplan reeds ingestemd met woningbouw op deze locatie. De hoofdlijnen van het beleid liggen daarmee vast. 2. Realisering van woningbouw met bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom, mits het te realiseren woningen niet meer dan 2 bedraagt. Toelichting: Het realiseren van maximaal 2 woningen heeft een beperkte impact op de omgeving. Het gaat hier met name om herontwikkelingslocaties. 3. Het realiseren van woningen met bijbehorende voorzieningen, voor zover passend binnen een door de raad vastgestelde woonvisie. Toelichting: In de woonvisie worden de hoofdlijnen van het beleid met betrekking tot de keuzes van woningbouwlocaties wordt vastgelegd. De raad heeft daarmee de kaders van beleid vastgesteld. Categorie 4

voorzieningen in de openbare ruimte

1. Indien sprake is van lokaal gerichte infrastructurele projecten en projecten met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden die niet in strijd zijn met lokaal beleid op het gebied van lokale openbare ruimte. Toelichting: Aanpassing van de openbare ruimte en in het bijzonder de optimalisatie van verkeersafwikkeling en de openbare groenvoorzieningen vindt plaats in het kader van het openbaar belang en komen veelal voort uit sectoraal raadsbeleid. Hierbij kan gedacht worden aan verkeersplannen, groenstructuurplannen, gemeentelijke rioleringsplannen en programma van eisen voor de inrichting van de openbare ruimte bij bijvoorbeeld scholen, treinstations etc. Deze ontwikkelingen kunnen op grond van het maatschappelijk belang, binnen de bestaande beleidskaders, zonder nadere heroverweging worden uitgevoerd. Deze regeling heeft uitsluitend betrekking op lokale infrastructurele voorzieningen, zoals lokale wegen. Rijks- en provinciale wegen vallen hier niet onder. Categorie 5

duurzame energie

1. Projecten voor duurzame energievoorzieningen die voldoen aan de notitie ‘Uitvoering pilot MienskipsEnergie’.

Bijlage 1 behorende bij raadsvoorstel kenmerk R19.000233 Toelichting: ‘MienskipsEnergie’ betreft een pilot op grond waarvan 3 zonneweiden mogen worden gerealiseerd binnen de maximale (wet) en regelvrije ruimte. Voor de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan deze pilot heeft de raad de notitie ‘Uitvoering pilot MienskipsEnergie’ vastgesteld. In deze notitie wordt onder andere aangegeven hoe de ruimtelijk-landschappelijke inpassing wordt geborgd. 2. Projecten voor duurzame energievoorzieningen die voldoen aan de notitie ‘Ruimte voor de Zon’. Toelichting: In de notitie ‘Ruimte voor de Zon’ worden kaders gegeven voor het realiseren van zonneweides op land en water. De kaders waaraan moet worden voldaan zijn duidelijk en door de raad vastgesteld. Categorie 6

overig

1. Activiteiten waarmee de raad planologisch heeft ingestemd. Toelichting: Deze categorie is nodig om te voorkomen dat plannen, die niet vallen onder de hiervoor genoemde categorieën, tweemaal aan de raad moeten worden voorgelegd voor een vvgb.

Bijlage 2: overzicht raadsbesluiten planologische instemming (vvgb) omgevingsvergunningen buitenplans afwijken (projectafwijkingsbesluiten) periode 2019- juli 2022 Besluit raad

Planologische instemming of weigering voor

28-02-2019 28-02-2019 04-04-2019 04-04-2019 06-06-2019 04-07-2019 21-11-2019 21-11-2019

Loods en bedr.w de Opper 10 Heeg Legalisatie zorgboerderij Hieslum Verplaatsen supermarkt Coop Heeg Zonnepanelen Buitenroede 1 Sneek (wetterskipterrein) Sleufsilo Filenserwei 1 Schettens Cafetaria Middelzeelaan Sneek Recr woning Carl. Felingerweg 2B Makkum Vestiging agrarisch bedrijf Louwewei Jutrijp

01-07-2020 24-09-2020 24-09-2020 22-10-2020 17-12-2020

Lidl Bolsward Wijzigen recreactiepark It Fliet Witmarsum Weigeren Snackbar Middelzeelaan Sneek Snelllaadstation A7 Wildinghe Uitbreiding zwembad de Kuilart Koudum

X

29-04-2021 30-09-2021 18-11-2021 18-11-2021 23-12-2021

Naderingsdetectieradar Kornwerderzand Bedrijfswoning Selfhelpweg 7 Sneek Bouw paardenstal Van Camminghaweg 38 Arum Aansluiting Exmorraweg Bolsward op rotonde N359 Realiseren dienstengebouw Breezanddijk

X

03-4-2022

Woningen, partkeerplaatsen en commerciële ruimten Boschplein te Sneek Wijziging bestemming Boeijengastrjitte 34 Gauw

X

cat. 6

X

cat. 6

14-07-2022

Bespreekstuk Raad X

Hamerstuk Raad X

X X X Weigering X X

X X

cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6

X X X X

cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6

X X

Alle besluiten die de raad heeft genomen zijn overeenkomstig het voorstel van het college.

Rubriek lijst categorieën van gevallen cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6 cat. 6

Bijlage 3: overzicht collegebesluiten planologische instemming omgevingsvergunningen buitenplans afwijken zonder tussenkomst raad periode 2019 – september 2022 Besluit college 05-02-2019 05-02-2019 02-04-2019 16-04-2019 28-05-2019 09-07-2019 13-08-2019

planologische instemming voor

17-03-2020 13-10-2020

Uitbreiding Martinikerk Sneek 7 woningen Dammenseweg Koudum

cat. 1, onder 1 cat. 3, onder 3

23-03-2021 30-03-2021 11-05-2021 25-05-2021 08-06-2021 28-09-2021 12-10-2021 07-12-2021 21-12-2021

Bedrijfswoning De Iisbaan 1a Wommels Woning Franekerstraat 26 Bolsward Wijziging appartementengebouw naar waterwoningen Houkepoort Loods Riperwei 3Jutrijp 8 appartementen Oude Koemarkt/Grootzand Sneek Bedrijfspand de Opper 17 in Heeg 1 extra recreatiewoning bij bestaand recreatiepark Gaastmeer Wijzigen bestemming agrarisch maar wonen Aesgewei 3 Sibrandabuorren Uitbreiding agrarisch bedrijf Bootland 7 Pingjum

cat. 3, onder 2 cat. 3, onder 2 cat. 3, onder 1 cat. 1, onder 2 cat. 3, onder 3 cat. 1, onder 1 cat. 1, onder 1 cat. 1, onder 2 cat. 1, onder 2

08-02-2022 05-04-2022 10-05-2022 17-05-2022 07-06-2022 05-07-2022

Verbouw stelpboerderij naar 3 appartementen en recreatieverblijf de Burd 8 Heeg Bouw bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing Wynserdyk 53 Easterein Woonstudio’s en winkelruimte percelen Grootzand 51 en Scharnestraat 25 Sneek 2 woningen Buorren 10 Hidaard 3 woningen en wijzigen bestemming perceel Boeijengastrjitte 34 Gauw Vervangende nieuwbouw woning Alde Skatting 1 Heeg

cat. 1, onder 2 cat. 1, onder 2 cat. 3, onder 3 cat. 3, onder 2 cat. 3, onder 3 cat. 3, onder 3

8 woningen het Hefwerk Sneek Woning It Patoer 8 Witmarsum Woning Binnenpaed 10 Jutrijp 20 woningen ASR gebouw Woudsend Woning Burg. Praamsmalaan 19 Bolsward Splitsen woonboerderij in 2 wooneenheden Ymedaem 2 Molkwerum Splitsen woonboerderij in 3 wooneenheden en uitbreiding recreatieve voorzieningen Mardyk 3 Sibrandabuorren

Rubriek lijst categorieën van gevallen cat. 3, onder 3 cat. 3, onder 2 cat. 3,onder 2 cat. 3, onder 3 cat. 3, onder 2 cat. 1, onder 2 cat. 1, onder 2

Bijlage 4: overzicht raadsbesluiten startnotities bestemmingsplannen 2019 – juli 2022 Besluit raad 09-05-2019 09-05-2019 04-07-2019 03-10-2019

Vaststellen startnotitie bestemmingsplan voor: Nieuwbouw basisschool Arum Stadsboerderij Ivige Leane 24 Loënga Uitbr. gemengd agr bedr Carl Fellingerweg 2 Idsgahuizum Woongebied het Perk

23-04-2020

Bedrijventerreinen De Hemmen I+II (actualisatie + nieuw beleid) 21 woningen de Welle en Wetterbies Onderstation Liander Bolsward Realiseren bedrijfspercelen Vosseleane Woudsend Weigeren herziening bp vergroten groepsaccommodatie Nr 9 Nijhuizum

01-07-2020 24-09-2020 28-05-2020 01-07-2020 29-04-2021 07-07-2021 30-09-2021 19-11-2021 23-12-2021 03-03-2022

Bespreekstuk raad

X X X X X

Woningbouw Bolsward-Oost 6 recreatiewoningen Hemelum Div recreatieve voorzieningen en opslag Jeltewei 248 Hommerts Herstructurering wijk Het Eiland in Sneek Toeristische verhuur en recreatief gebruik woningen bestemmingsplan Hindeloopen

X

Twee woningen Franekerkade, naast 21 Arum

X

Alle besluiten die de raad heeft genomen zijn conform voorstel college.

Hamerstuk raad X X X X

X X X X

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11892393/1