CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

BUSINESSCASE Werkleerbedrijf versie 1 december 2021 compressed

Informatiebijeenkomst 13 december 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Businesscase werkleerbedrijf19.473 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Businesscase Werkleerbedrijf Fryslân-West

Empatec N.V. Gemeente De Fryske Marren Gemeente Harlingen Gemeente Súdwest-Fryslân Gemeente Waadhoeke Versie 22 november 2021

Inhoudsopgave 1 PERSPECTIEF EN SAMENVATTING WERKTITEL 1.1 PERSPECTIEF: WAT IS ER BEREIKT IN 2027? 1.2 SAMENVATTING BUSINESSCASE HET DRAAIT OM MENSEN MAATWERK, ZO LOKAAL MOGELIJK EEN BEDRIJF VAN EN VOOR GEMEENTEN EEN BASISPAKKET ZORGT VOOR CONTINUÏTEIT VOOR DE INWONERS DIE DE INFRASTRUCTUUR NODIG HEBBEN INFRASTRUCTUUR IN STAAT OM MEE TE BEWEGEN MET NIEUWE LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN FINANCIEEL MEERJARENBEELD 2 INLEIDING 2.1 OPDRACHT EN EVALUATIE 2.2 REIKWIJDTE BUSINESSCASE 2.3 POSITIONERING WERKLEERBEDRIJF 2.4 KERNTAKEN WERKLEERBEDRIJF 2.5 MAATSCHAPPELIJK DOEL 2.6 DOORONTWIKKELING EMPATEC EN BETEKENIS VOOR DE VAKBEDRIJVEN 2.7 VAN KEUZEDOCUMENT NAAR BUSINESSCASE 2.7.1 DEFINITIES 2.7.2 BASIS- EN PLUSPAKKET 2.7.3 OMVANG VAN DE OPDRACHT VAN HET WERKLEERBEDRIJF VOOR DE CATEGORIE PERSPECTIEFRIJK 2.7.4 MEEBEWEGEN MET DE CONJUNCTUUR 2.7.5 GEZAMENLIJKE STURING WERKZAAMHEDEN CATEGORIE PERSPECTIEFRIJK EN COLLEGIALE SAMENWERKING 3 KORTE SCHETS ONTWIKKELINGEN IN HET WERKVELD 3.1 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN 3.2 BUDGETTAIR EN GOVERNANCE 3.3 EFFECT VAN DEZE ONTWIKKELINGEN VOOR INWONERS, GEMEENTEN EN HET WERKLEERBEDRIJF 4 STRUCTUUR WLB, EFFECTEN BIJ GEMEENTEN EN SAMENWERKINGSCULTUUR 4.1 ORGANOGRAM WERKLEERBEDRIJF 4.1.1 TOELICHTING ORGANOGRAM 4.2 ONTWIKKELING FORMATIE NIET GESUBSIDIEERDE MEDEWERKERS 4.3 MISSIE, VISIE, KERNWAARDEN EN CULTUUR VAN HET WERKLEERBEDRIJF 4.4 EFFECT GEMEENTELIJKE

ORGANISATIES 4.5 INVESTEREN IN SAMENWERKINGSCULTUUR 4.6 SAMEN INVESTEREN IN HET WERKVELD 5 GEZAMENLIJKE AMBITIES WERKLEERBEDRIJF 5.1 ALLE DOELGROEPEN 5.2 AMBITIES DOELGROEP WET SOCIALE WERKVOORZIENING 5.3 AMBITIES DOELGROEP NIEUW BESCHUT 5.4 AMBITIES CATEGORIE PERSPECTIEFRIJK 5.5 AMBITIES PLUSPAKKET 6 HET BASISPAKKET VAN HET WERKLEERBEDRIJF 6.1 OMVANG DOELGROEPEN IN HET BASISPAKKET 6.2 DUURZAME TOEKENNING OMVANG BASISPAKKET 7 BENCHMARK 7.1 TOELICHTING GEBRUIKTE BEGRIPPEN 7.2 BENCHMARKVERGELIJKING 7.2.1 SUBSIDIERESULTAAT PER WSW-ARBEIDSJAAR 7.2.2 BEDRIJFSRESULTAAT 7.2.3 TOTAAL RESULTAAT Businesscase 22 november 2021

5 5 5 6 6 6 7 7 7 7 8 8 8 8 9 9 9 9 9 10 10 10 11 12 12 12 13 14 14 14 14 14 15 15 15 16 16 16 16 17 19 20 20 21 22 22 22 22 23 23 2

7.3 ONTWIKKELING UITKERINGEN GEMEENTEN 8 FINANCIËLE UITWERKING 8.1 UITKOMST BUSINESSCASE 8.2 INLEIDING EN TOELICHTING OP GEBRUIKTE BEGRIPPEN 8.3 UITKOMST BUSINESSCASE ZONDER NULOPTIE 8.4 AMBITIE NULOPTIE DIRECTIE EMPATEC INVESTEREN IN DUURZAAMHEID 8.5 GEMEENTELIJKE BIJDRAGE MET NULOPTIE NV 8.5.1 OVERIGE MOGELIJKHEDEN OM HET RESULTAAT VAN DE GR TE VERBETEREN 8.6 EVENREDIG DEEL PERSPECTIEFRIJK 8.6.1 AMBTELIJK ADVIES EVENREDIG DEEL EN BOVEN-EVENREDIG DEEL BOVEN-EVENREDIG DEEL 8.6.2 EFFECT EVENREDIG DEEL OP BASISSCENARIO 8.7 AANVULLENDE OPTIES 8.7.1 OVERZICHT AANVULLENDE OPTIES 8.7.2 UITGANGSPUNTEN EN EFFECTEN AANVULLENDE OPTIES 8.8 OPDRACHTVERLENING EN FINANCIERING PLUSPAKKET 8.9 BELANGRIJKSTE CONCLUSIES EN ADVIEZEN 9 IS ER CONTINUÏTEIT VAN DE DIENSTVERLENING AAN INWONERS? 9.1 CRITERIA 9.2 WEGING IN DEZE BUSINESSCASE 9.3 DUURZAME INBESTEDING VAN OPDRACHTEN VOOR DE VAKBEDRIJVEN 10 MOGELIJKHEDEN VOOR DE GOVERNANCE 10.1 KERNVRAGEN GOVERNANCE WERKLEERBEDRIJF 10.2 WERKLEERBEDRIJF DICHTER BIJ GEMEENTEN 10.3 VOORWAARDEN VOOR QUASI-INBESTEDING 10.4 VIER OPTIES VOOR VERSTERKEN TOEZICHT DOOR DE GEMEENTEN/GR 10.4.1 HUIDIGE SITUATIE EN OPTIE 1 10.4.2 OPTIE 2 EN 3 10.4.3 OPTIE 4A EN 4B 10.5 OVERIGE AANDACHTSPUNTEN 10.6 EXTERNE ADVISERING 11 ADVIES INZAKE DE GOVERNANCE 11.1 VRAAGSTELLING 11.2 SAMENVATTING ADVIES 11.3 WAT IS HET EFFECT OP DE INVLOED VAN DE GEMEENTERADEN? 11.4 BELANGRIJKSTE

WIJZIGINGEN IN DE STATUTEN VAN DE N.V. 11.5 BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN IN DE TEKST VAN DE GR 11.6 WELKE ROUTE MOET WORDEN GEVOLGD OM TOT STATUTENWIJZIGING TE KOMEN? ZIE VOOR DE VOLLEDIGE UITWERKING VAN DE ROUTE DE TEKST VAN BIJLAGE 6. 11.7 REACTIE EN ADVIES KERNTEAM 12 TRANSITIE EN TRANSITIEKOSTEN 12.1 IMPACT VAN DE DOORONTWIKKELING VAN EMPATEC TOT WERKLEERBEDRIJF 12.2 PERMANENTE TRANSITIE 12.3 TRANSITIEKOSTEN 12.4 VERDELING TRANSITIEKOSTEN 13 BESLUITVORMING BUSINESSCASE EN IMPLEMENTATIEPLAN 14 RISICO’S EN MAATREGELEN 15 BIJLAGEN OVERZICHT BIJLAGEN

Businesscase 22 november 2021

24 26 26 26 26 27 28 28 28 28 28 29 29 29 29 30 31 31 32 32 32 33 34 34 34 34 35 35 35 36 36 36 37 37 37 37 38 38 39 39 39 40 40 40 40 41 42 43 45 45

3

Leeswijzer Hfdst 1 2

3 4

5

6 7

8 9 10

11 12 13 14 15

Inhoud Het eerste hoofdstuk start met een perspectief. Hoe ziet de organisatie er in 2026 uit? Daarna volgt de samenvatting. In dit inleidende hoofdstuk wordt toegelicht dat de businesscase het kader vormt voor het hierna op te stellen implementatieplan. Daarna verduidelijkt het hoofdstuk een aantal in de businesscase terugkomende begrippen. Die begrippen zijn grotendeels afkomstig uit het keuzedocument. Het hoofdstuk eindigt met een beschrijving van de gezamenlijke sturing van gemeenten en het Werkleerbedrijf op de re-integratie van de categorie Perspectiefrijk. Om de categorie Perspectiefrijk succesvol naar werk te begeleiden, is een intensieve samenwerking noodzakelijk. Dit hoofdstuk beschrijft de ontwikkelingen in het werkveld. Zowel de beleidsmatige als de budgettaire en governance ontwikkelingen komen aan de orde. In de slotparagraaf is beschreven wat de effecten van deze ontwikkelingen zijn voor de inwoners, gemeenten en het Werkleerbedrijf. Hoofdstuk 4 bevat een organogram van de organisatie en geeft een toelichting op de ontwikkeling van de formatie niet gesubsidieerde medewerkers. Een verdere detaillering van de structuur en de invulling van de formatie in functies en aantallen vindt plaats in het implementatieplan. Het hoofdstuk beschrijft ook welke gevolgen het instellen van het Werkleerbedrijf heeft op de gemeentelijke organisaties en de dienst Noardwest Fryslân.

De gezamenlijke ambities met het Werkleerbedrijf zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt. In dit hoofdstuk is per doelgroep toegelicht wat de gemeenten en het Werkleerbedrijf willen bereiken. Het hoofdstuk start met de uitgangspunten voor de sturing van de werkprocessen en benoemt dat resultaten in eerste plaats gaan over de toegevoegde waarde voor inwoners. Bijlage 1 borduurt hierop voort en beschrijft volgens welke werkprocessen voor de drie doelgroepen de resultaten worden behaald. Dit hoofdstuk geeft zicht op (de omvang) van het basispakket. Het hoofdstuk beschrijft ook het aantal kandidaten dat door het Werkleerbedrijf in het basispakket wordt ondersteund naar werk. Dit hoofdstuk geeft zicht op de recente resultaten van Empatec in vergelijking tot soortgelijke bedrijven. Het hoofdstuk beschrijft dat de gemeenten, dankzij het bij Empatec gevoerde beleid in de afgelopen twintig jaar, een gunstig subsidieresultaat Wsw hebben. Dit vormt een goede uitgangspositie voor het Werkleerbedrijf. Bij het bedrijfsresultaat laat de landelijke vergelijking zien dat er bij het Werkleerbedrijf mogelijkheden voor verbetering zijn. Deze zijn in hoofdstuk 8 uitgewerkt. Dit hoofdstuk laat zien wat de financiële effecten van de businesscase zijn voor het Werkleerbedrijf (het geheel van GR en NV) en voor de GR en de NV afzonderlijk.

Het negende hoofdstuk gaat in op de vragen of het Werkleerbedrijf continuïteit kan bieden in de dienstverlening aan inwoners die de infrastructuur nodig hebben en of de organisatie duurzaam levensvatbaar is. Dit hoofdstuk beschrijft het governance-vraagstuk en het eerdere onderzoek van KokxDeVoogd. De resultaten van dit onderzoek vormen de basis voor de uitwerking in de businesscase. Het hoofdstuk benoemt twee kernvragen en laat vier opties zien waarin het toezicht van gemeenten/GR worden versterkt. Deze opties zijn voor extern advies voorgelegd aan de advocaat (Rotshuizen Geense) van de GR. Hoofdstuk 11 bevat een samenvatting van het advies van Rotshuizen Geense. Het advocatenkantoor adviseert om de huidige juridische structuur te handhaven met aanpassing van de statuten van de N.V. en dochtermaatschappijen. Het advies zelf is als bijlage 6 bij de businesscase gevoegd. Dit hoofdstuk geeft de transitie- en frictiekosten weer Hoofstuk 13 bevat het besluitvormingsproces van businesscase en implementatieplan. In het op één na laatste hoofdstuk zijn de belangrijkste risico’s en de te nemen maatregelen opgesomd. Het slothoofdstuk geeft een overzicht van de zes bijlagen van de bijlagenbundel.

Businesscase 22 november 2021

4

1

Perspectief en samenvatting

Werktitel Voor u ligt de businesscase van het Werkleerbedrijf Fryslân-West. Het Werkleerbedrijf is een doorontwikkeling van het huidige Empatec. Het Werkleerbedrijf is het geheel van de vakbedrijven, Pastiel, Wurkjouwer en ondersteunende diensten. De term Werkleerbedrijf Fryslân-West is de werktitel voor de nieuwe organisatie. Daar waar de naam Empatec wordt gebruikt, wordt het huidige Empatec bedoeld. 1.1

Perspectief: wat is er bereikt in 2027? 2027: Vijf jaar na de totstandkoming van het Werkleerbedrijf kijken de gemeenten en het Werkleerbedrijf terug op de ontwikkeling van het Werkleerbedrijf.

In 2021 namen de gemeenten, De Fryske Marren, Harlingen, Waadhoeke, Súdwest-Fryslân en Harlingen het besluit om Empatec door te ontwikkelen tot een Werkleerbedrijf. Na afronding van de besluitvorming is het Werkleerbedrijf ingericht op basis van het implementatieplan en is de nieuwe organisatie van start gegaan. Nu, vijf jaar later, werken meer dan 800 medewerkers1 met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het bedrijf en worden elk jaar meer dan 1.000 kandidaten begeleid naar werk. Die kandidaten vinden vaker dan voorheen werk en is het aantal uitkeringen lager dan voorspeld door het landelijk objectief verdeelmodel. De basis voor deze resultaten is de goede samenwerking tussen gemeenten en het Werkleerbedrijf en de inzet om maatwerk te leveren. De lokale dienstverlening van gemeenten en Werkleerbedrijf gaan naadloos in elkaar over, waardoor kandidaten een geïntegreerde dienstverlening ervaren. Het gezamenlijk, gemeenten en Werkleerbedrijf, inrichten van op elkaar afgestemde werkprocessen, het samen ontwikkelen van nieuwe vormen van dienstverlening, de gezamenlijke sturing op de afgesproken resultaten en het toegenomen wederzijds vertrouwen, vormen de basis voor het succes. Gemeenten en gemeenteraden ervaren dat het Werkleerbedrijf onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke uitvoering. Dat sprake is van een aparte juridische entiteit doet daaraan niets af.

Het Werkleerbedrijf is transparant over de resultaten en de kosten. De organisatorische kaders en uitgangspunten passen bij het publieke karakter van het bedrijf. Deze kaders worden bestuurlijk besproken en afgestemd. Gemeenteraden worden actief geïnformeerd over de ontwikkelingen, resultaten en de arbeidsomstandigheden. Naast de bestuurlijke momenten en documenten, worden zij uitgenodigd voor werkbezoeken om beeld te krijgen van de uitvoering. Het Werkleerbedrijf plaatst kandidaten bij reguliere bedrijven. De vakbedrijven van het Werkleerbedrijf bieden werk aan kandidaten die een intern beschutte werkomgeving nodig hebben. De infrastructuur van de vakbedrijven, wordt ook gebruikt voor de arbeidsontwikkeling van kandidaten die de stap naar een reguliere werkgever nog niet kunnen maken. De vakbedrijven hebben opdrachten, met een goede 1

In hoofdstuk 6 is een overzicht opgenomen van het aantal medewerkers en het jaarlijks aantal trajecten.

Businesscase 22 november 2021

5

marge, waarmee het Werkleerbedrijf passend werk heeft voor de doelgroepmedewerkers2. Er worden geen risicovolle activiteiten ondernomen. De vakbedrijven zijn innovatief en bedrijfsmatig sterk. Deze aanpak, de ervaring van Empatec en de lijn die in 2020 en 2021 door Empatec was ingezet, is in het Werkleerbedrijf doorgezet. De adviezen en inbreng van de leden van de RvC dragen eraan bij dat het Werkleerbedrijf zich ook als bedrijf verder ontwikkelt. Nieuwe landelijke wet- en regelgeving en wijzigingen in voor gemeenten beschikbare budgetten, zijn goed opgepakt. Gemeenten en het Werkleerbedrijf hebben samen bezien hoe daar het beste op kan worden ingespeeld. In goed overleg is sprake van een continue ontwikkeling van de samenwerking en de dienstverlening. Naast het basispakket hebben alle individuele gemeenten ook taken in het Pluspakket bij het Werkleerbedrijf ondergebracht. De resultaten van het Pluspakket van één van de vier gemeenten worden gedeeld met de overige gemeenten, zodat zij kunnen bepalen of deze uitvoering ook voor hun inwoners van toegevoegd waarde kan zijn. Regelmatig vergelijken gemeenten en Werkleerbedrijf gezamenlijk, hoe de uitvoering in Fryslân-West zich verhoudt tot andere uitvoerders (publieke Participatiebedrijven en marktpartijen). De inzet van de vier gemeenten en het Werkleerbedrijf is, om het beter en/of tegen lagere kosten te doen.

Die inzet heeft zich vertaald in een toename van het pluspakket. 1.2

Samenvatting businesscase Het draait om mensen Voor iedereen een zinvol leven. Vanuit deze missie ontwikkelen de vier gemeenten samen met Empatec N.V. het Werkleerbedrijf. In het Werkleerbedrijf straks, en bij Empatec nu, draait het om mensen. Mensen die zonder het Werkleerbedrijf niet of moeilijk aan het werk komen. Met de doorontwikkeling van Empatec, hebben de gemeenten een eigen Werkleerbedrijf waarin inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, zicht krijgen op hun werkcompetenties en waar die competenties worden versterkt zodat mensen een passende werkkring bij reguliere werkgevers vinden. En voor de doelgroep met een Wsw of Nieuw beschut baan, voor wie werken bij reguliere werkgevers (nog) niet mogelijk is, biedt het Werkleerbedrijf zelf werk. Om dit waar te kunnen maken, werken het Werkleerbedrijf en de gemeentelijke organisaties intensief samen. Zij stemmen de dienstverlening goed op elkaar af, zodat de kandidaat ervaart alsof hij of zij door één partij wordt ondersteund.

Maatwerk, zo lokaal mogelijk De route naar werk is niet voor iedereen gelijk. Gemeenten en Werkleerbedrijf richten daarom de reintegratie naar werk zo in dat maatwerk kan worden geboden. Net als nu kan een kandidaat dichtbij zijn of haar woonhuis een traject volgen (in Joure, Haskerhorne, Franeker of Sneek). Om maatwerk te leveren investeren gemeenten en het Werkleerbedrijf in de samenwerking en wordt in nauwe samenwerking de portfolio van instrumenten van het Werkleerbedrijf uitgebreid. Alleen als trajecten niet zelf kunnen

2

Doelgroepmedewerkers zijn gesubsidieerde medewerkers die op grond van de Wsw of de Participatiewet in dienst zijn bij het Werkleerbedrijf.

Businesscase 22 november 2021

6

worden uitgevoerd en/of ontwikkeld, worden trajecten voor de categorie Perspectiefrijk door de gemeenten bij derden ingekocht. Dit gaat om kleine aantallen. Een bedrijf van en voor gemeenten De doorontwikkeling van Empatec tot Werkleerbedrijf vraagt ook om een andere sturing en inbedding van de organisatie in het gemeentelijk domein. Om die reden worden de statuten van de NV aangepast. Daarmee krijgen de gemeenten meer invloed op de organisatie en wordt het juridisch mogelijk om zonder aanbesteding opdrachten te geven aan het Werkleerbedrijf. Zowel opdrachten voor de vakbedrijven (Groen, schoonmaak, catering) als re-integratie opdrachten. Een basispakket zorgt voor continuïteit voor de inwoners die de infrastructuur nodig hebben Het Werkleerbedrijf heeft drie taken in het basispakket. De uitvoering van de Wsw, Nieuw Beschut en de re-integratie van inwoners uit de categorie Perspectiefrijk. Voor de categorie Perspectiefrijk geldt dat de gemeenten gezamenlijk vaststellen wat de omvang van de dienstverlening is. Dat doen zij naar evenredigheid. De gemeenten geven steeds voor de komende vier jaar aan, wat de omvang van het evenredig deel is. Er komt elk jaar weer een jaar bij. Het Werkleerbedrijf neemt in omvang af. In 2026 zijn er nog bijna 800 gesubsidieerde medewerkers. In 2021 is dat aantal rond de 1.000. Ook het aantal niet gesubsidieerde medewerkers neemt in aantal af.

Van 128 fte in 2021, naar circa 115 fte in 2026. De afname heeft in deze periode nog maar beperkt effect op de diversiteit aan werksoorten. Ook in de huisvesting doen zich waarschijnlijk nog geen wijzigingen voor. Ook na 2026 zal het Werkleerbedrijf, bij gelijkblijvend landelijk beleid en instrumentarium, in omvang afnemen als het gaat om het basispakket. Ook in die situatie zal sprake zijn van een duurzame en levensvatbare organisatie, zij het dat het aanbod aan werksoorten minder divers zal zijn. Naast het basispakket heeft het bedrijf ook de mogelijkheid om in een Pluspakket taken voor de gemeenten en bijvoorbeeld het UWV uit te voeren. In het pluspakket voor gemeenten kan het bijvoorbeeld gaan om arbeidsmatige dagbesteding en de re-integratie van inwoners uit de categorie Kansrijk. Infrastructuur in staat om mee te bewegen met nieuwe landelijke ontwikkelingen De verwachting is dat er in de komende kabinetsperiode wijzigingen in het landelijk beleid en instrumentarium zullen komen. Het werkveld gaat ervan uit dat er meer financiële ruimte komt voor gesubsidieerde arbeid. Met de doorontwikkeling van Empatec tot Werkleerbedrijf, behouden de gemeenten een infrastructuur die hen ook straks in staat stelt om met het Werkleerbedrijf in te spelen op nieuwe landelijke ontwikkelingen.

Financieel meerjarenbeeld Het financieel meerjarenbeeld van de GR laat zien dat de gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de Wsw, gegeven de nu bekende subsidies van het Rijk, in de periode 2022 tot en 2026 kan worden verlaagd van € 2.559 per SE in 2022 nu tot € 41 euro per SE in 2026. Voor het financieel meerjarenbeeld van de NV geldt dat de directie van de NV de inspanningsverplichting aangaat, om break-even te draaien. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 8. In de jaren 2022 tot en met 2026 kunnen zich transitiekosten voordoen. Zie hoofdstuk 12 van deze Businesscase.

Businesscase 22 november 2021

7

2

Inleiding

2.1

Opdracht en evaluatie

De GR Fryslân-West heeft de opdracht gegeven om een businesscase op te stellen. De opdracht van de GR luidt: Realiseer een businesscase voor het Werkleerbedrijf. De businesscase neemt de beslispunten, de uitgangspunten, kaders en richting van het keuzedocument als basis en omvat in elk geval de volgende elementen: o Verdere concretisering en operationalisering van het keuzedocument (onder andere dienstverleningsmodel (alle onderdelen primair proces) organisatiestructuur en financieel meerjarenbeeld; o Het op basis daarvan in beeld brengen van kosten en opbrengsten van het Werkleerbedrijf; o Het in beeld brengen van éénmalige transitiekosten; o Het weergeven van de belangrijkste risico’s en bijbehorende (beheers)maatregelen; o Aandachtspunten voor de governance. Een kernteam van management en directie van Empatec en de vier gemeenten heeft, met externe projectleiders, in de periode april-november 2021 de businesscase opgesteld. In de drie maanden na de besluitvorming over de businesscase wordt een implementatieplan opgesteld. Daarna wordt het Werkleerbedrijf geëffectueerd. Het kernteam stelt voor om eind 2024 een evaluatie uit te voeren. In die evaluatie wordt bezien of de beoogde doelen zijn bereikt en welke bijstellingen noodzakelijk zijn. 2.2

Reikwijdte businesscase

Deze businesscase beschrijft de hoofdlijnen van de structuur en inrichting, de ambities, werkprocessen, financiën en governance van het nieuwe Werkleerbedrijf. De businesscase vormt het kader voor het na de businesscase op te stellen implementatieplan. In het implementatieplan worden de hoofdlijnen van de businesscase nader uitgewerkt en worden de formatie, het functiegebouw en de begroting opgesteld. In het implementatieplan wordt tevens aangegeven wat de kaders van de businesscase in detail betekenen voor de vakbedrijven van het Werkleerbedrijf. De NV Empatec stelt het implementatieplan op, in gezamenlijkheid met de GR en gemeenten. Het implementatieplan wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de GR. De wijze waarop het implementatieplan wordt opgesteld en de vraag of er al dan niet externe ondersteuning wordt ingezet, wordt beschreven in een plan van aanpak dat door Empatec NV in overleg met de gemeenten wordt opgesteld. Dit plan van aanpak wordt voorgelegd aan en vastgesteld door de GR. 2.3

Positionering Werkleerbedrijf

Het Werkleerbedrijf is een publiek bedrijf van en voor de vier gemeenten. De gemeenten werken samen in de GR en de GR is eigenaar van het bedrijf. Het Werkleerbedrijf voert voor de gemeenten de wettelijke taak van de Wet sociale werkvoorziening uit, is werkgever voor Nieuw Beschut medewerkers en voert re-integratietaken voor de categorie Perspectiefrijk in het kader van de Participatiewet uit. De taken die het Werkleerbedrijf voor de gemeenten uitvoert, zijn in feite taken die de gemeente ‘zelf’ (bij de eigen organisatie) uitvoert. Het Werkleerbedrijf is geen externe aanbieder, maar een eigen bedrijf. Het Werkleerbedrijf is een uitvoeringsorganisatie. De gemeenten bepalen de beleidsdoelen en de te behalen resultaten. De ambities die in deze businesscase worden beschreven, vormen het uitgangspunt voor de begroting en het jaarplan van het Werkleerbedrijf. Afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst en jaarovereenkomst (voor de Wsw) en een dienstverleningsovereenkomst en jaarplan (voor re-integratie Participatiewet). Het Werkleerbedrijf rapporteert periodiek over de resultaten en laat zien in welke mate de doelen zijn gerealiseerd.

Businesscase 22 november 2021

8

2.4

Kerntaken Werkleerbedrijf

De kerntaken van het Werkleerbedrijf zijn: - Ondersteuning van medewerkers en kandidaten bij hun ontwikkeling. - Begeleiding naar en in het werk. - Geven van arbeidsdeskundig advies. - Het doen van loonwaardemetingen. - Detacheren van doelgroepmedewerkers. - Het onderhouden van een werkgeversnetwerk. - Bieden van passend werk aan degenen die dat (tijdelijk) nodig hebben. 2.5

Maatschappelijk doel

Met het Werkleerbedrijf hebben de gemeenten, tegen aanvaardbare kosten, een eigen Werkleerbedrijf dat Wsw-medewerkers werk kan blijven bieden. De gemeenten beschikken daarmee ook over een infrastructuur om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk bij reguliere werkgevers te begeleiden of, als dat (nog) geen optie is, zelf beschut werk te bieden. 2.6

Doorontwikkeling Empatec en betekenis voor de vakbedrijven

Het Werkleerbedrijf is een doorontwikkeling van Empatec. De bij Empatec opgebouwde ervaring, kennis en expertise vormen de basis voor het nieuwe bedrijf. Het Werkleerbedrijf zal zich geleidelijk aanpassen aan de afname van de Wsw-medewerkers enerzijds en de instroom van Nieuw Beschut medewerkers anderzijds. Per saldo zal dit ertoe leiden dat de totale omvang van de vakbedrijven afneemt. Die omvang is nu niet te bepalen omdat de verwachting is dat nieuwe landelijke wet- en regelgeving aan gemeenten meer ruimte gaat bieden om beschut werk te organiseren. 2.7

Van keuzedocument naar businesscase

De businesscase bouwt voort op het keuzedocument. Voorafgaand aan de beschrijving van de businesscase wordt een aantal begrippen en passages uit het keuzedocument verduidelijkt en aangevuld): - Een aanvulling op de definities van de begrippen Kansrijk, Perspectiefrijk en Van Waarde; - Het onderscheid in een basis- en een pluspakket. - De omvang van de opdracht van het Werkleerbedrijf voor de categorie Perspectiefrijk. - De opgave van het Werkleerbedrijf om mee te bewegen met de conjunctuur. - De noodzaak van gezamenlijke sturing van gemeenten en het Werkleerbedrijf. 2.7.1

Definities

De re-integratie van de categorie Perspectiefrijk wordt belegd bij het Werkleerbedrijf. Om vast te stellen welke kandidaten tot deze categorie behoren wordt gebruik gemaakt van een hard criterium (loonwaarde) en een kwalitatief criterium (afstand tot de arbeidsmarkt). Voor de samenwerking van gemeenten3 en het Werkleerbedrijf moet de indeling eenduidig worden toegepast.

80-100% loonwaarde 0-3 maanden werkfit

Kansrijk

40-80% loonwaarde 3-18 maanden werkfit

Perspectiefrijk

0 - 40% loonwaarde op dit moment niet in staat om te werken inzet op doorgroei naar werk

Van waarde

Om dit mogelijk te maken is het noodzakelijk om de afstand tot de arbeidsmarkt nader in tijd te definiëren. Met ‘werkfit’ wordt bedoeld dat er geen belemmeringen meer zijn om aan het werk te gaan. In tijden van laagconjunctuur, kan het voorkomen dat kandidaten die werkfit zijn, toch niet aan de slag kunnen en daarom zijn aangewezen op een uitkering.

3

Waar in deze Businesscase gemeente(n) sec is (zijn) genoemd, wordt ook bedoeld de Dienst NWF.

Businesscase 22 november 2021

9

2.7.2

Basis- en pluspakket

Het Werkleerbedrijf bedient voor alle gemeenten de huidige Wsw-medewerkers, de categorie Perspectiefrijk uit de Participatiewet en kandidaten uit de categorie Van Waarde voor zover deze een indicatie hebben voor Nieuw Beschut werk. Dit vormt het basispakket. Alle overige werkzaamheden die de gemeenten bij het Werkleerbedrijf onderbrengen, maken onderdeel uit van het pluspakket. De afspraken over een pluspakket worden in een overeenkomst vastgelegd (zie ook paragraaf 8.8). 2.7.3

Basispakket en pluspakket Werkleerbedrijf

Plus

Basis

Wat gemeenten verder willen neerleggen bij WLB

Niet in de check of sprake is van duurzaam levensvatbare organisatie

q Wsw q Nieuw beschut werk q Re-integratie perspectiefrijk

Businesscase

Omvang van de opdracht van het Werkleerbedrijf voor de categorie Perspectiefrijk

Niet elke kandidaat uit de categorie Perspectiefrijk krijgt in enig jaar de dienstverlening van het Werkleerbedrijf. Dit heeft twee oorzaken: 1. Het budgettaire kader van gemeenten beperkt de omvang. Bij de categorie Perspectiefrijk wordt ingezet op nieuwe instroom en op het zittend bestand. De totale groep is omvangrijk. Dit betekent dat in één jaar niet de volledige groep kandidaten uit deze categorie een re-integratietraject krijgt omdat het gemeentelijke budget daarvoor niet toereikend is. 2. Incidenteel kan inkoop bij externe aanbieders nodig zijn Het Werkleerbedrijf is de enige uitvoerder van gemeenten voor de categorie Perspectiefrijk. Om voor alle kandidaten een goed aanbod te realiseren, heeft/ontwikkelt het Werkleerbedrijf een portfolio van instrumenten, waarmee een kandidaat een voor hem/haar toegesneden aanbod (maatwerk) krijgt.

Omvang dienstverlening Perspectiefrijk Gemeentelijk budget bepaalt aantal kandidaten dat traject krijgt

Bij Werkleerbedrijf zelf

derden

ontwikkeling portfolio

In uitzonderingsgevallen kan het nodig zijn, dat een re-integratiebedrijf wordt ingeschakeld. Het zal dan gaan om specialistische dienstverlening. De gemeente en het Werkleerbedrijf besluiten in dit geval gezamenlijk dat de gemeente bij derden inkoopt. 2.7.4

Meebewegen met de conjunctuur

In het keuzedocument is toegelicht dat het model van het Werkleerbedrijf voor Fryslân-West gekozen is vanwege de focus op regulier werk bij werkgevers. Daarbij is benoemd dat het bij een dalende conjunctuur lastiger is om werken ontwikkelplekken bij werkgevers te vinden en dat dit een reden is dat het Werkleerbedrijf een beschutte basisvoorziening blijft organiseren. De basisvoorziening kan, evenals de minder conjunctuurgevoelige gemeentelijke organisaties, ook bij laagconjunctuur werk- en ontwikkelplekken bieden.

Meebewegen met conjunctuur

Doelgroepmedewerkers elders Laagconjunctuur Hoogconjunctuur

Doelgroep medewerkers in vakbedrijven

Dit biedt ook de mogelijkheid om in vakbedrijven werk te bieden aan Wsw-medewerkers en Nieuw Beschut medewerkers die hun (detacherings-) werk(plek) bij werkgevers verliezen. Ook kan de

Businesscase 22 november 2021

10

infrastructuur van de vakbedrijven4 van het Werkleerbedrijf en de gemeentelijke organisaties, worden benut als leer- en ontwikkelplek voor kandidaten Perspectiefrijk. Reguliere bedrijven staan daar, bij een neergaande conjunctuur, minder voor open of hebben geen mogelijkheden. Omdat de vakbedrijven in de loop der jaren minder medewerkers krijgen, kan niet worden uitgesloten dat er op termijn een minder divers aanbod aan werksoorten is. Op dit moment gaat het om de werksoorten verpakken, groen, brugwachters, facilitair, kas/kwekerij, schoonmaak, metaal, montage, catering en meubelen. In de jaren 2022-2026 is een vermindering van de diversiteit nog niet aan de orde. Als er in deze periode, tegen de verwachting in, geen landelijke verruiming voor de instroom van medewerkers komt, zal de diversiteit in werksoorten daarna afnemen. 2.7.5

Gezamenlijke sturing werkzaamheden categorie Perspectiefrijk en collegiale samenwerking

De relatie tussen gemeenten en het Werkleerbedrijf is bij de categorie Perspectiefrijk anders dan bij de doelgroepen Wsw en Nieuw Beschut. Bij de Wsw en Nieuw beschut ontstaat na verloop van tijd een min of meer ‘permanente’ situatie. De kandidaten zijn werknemers van het Werkleerbedrijf geworden en ‘draaien’ mee in het proces van arbeidsontwikkeling. Op het niveau van de doelgroep zijn doelen vastgesteld en het Werkleerbedrijf rapporteert over de resultaten. Er vindt in Gezamenlijk jaarplan - sturing beginsel geen terugkoppeling meer plaats over de ontwikkeling van de indiDe Fryske viduele medewerker aan de gemeenten. Súdwest-Fryslân Dienst NWF Marren Bij de categorie Perspectiefrijk is dat anders. Totdat een kandidaat is geplaatst bij een reguliere werkgever, krijgt de in uit categorie perspectiefrijk kandidaat dienstverlening vanuit de gemeenten en het Werkleerbedrijf. WERKLEERBEDRIJF

De gemeenten (de Dienst NWF voor Waadhoeke en Harlingen) verstrekken de uitkering en ondersteunen de kandidaat op meerdere leefgebieden. Het Werkleerbedrijf werkt aan de competenties van de kandidaat om werk te krijgen. De uitvoering bij het Werkleerbedrijf, moet naadloos aansluiten op de uitvoering bij de gemeenten. Gezamenlijk wordt succes nagestreefd. Dit vraagt om een gezamenlijke sturing vanuit het management van gemeenten en Werkleerbedrijf en intensieve collegiale samenwerking op uitvoerend niveau. De gemeenten en het Werkleerbedrijf zetten daarbij in op een goede selectie van kandidaten voor een traject bij het Werkleerbedrijf en ontwikkelen gezamenlijk methodieken om de stap naar werk te zetten. Om daarin successen behalen, is samenwerking nodig en daarom worden de afspraken over het realiseren van de in- en uitstroom als een gemeenschappelijk opgave in een gezamenlijk jaarplan opgenomen. Om dit samen goed te sturen, is het Werkleerbedrijf volledig transparant en doet periodiek verslag. Hetzelfde geldt voor de informatie die vanuit de gemeente nodig is om samen resultaten te boeken. Over en weer wordt afgesproken welke informatie op welke wijze wordt verstrekt. Gemeenten en Werkleerbedrijf streven naar een eenduidige en eenvormige opzet van de informatieverstrekking. In het implementatieplan wordt dit uitgewerkt.

4

De uitstroom van Wsw-medewerkers uit de vakbedrijven is groter dan de instroom van overige doelgroepmedewerkers. Hierdoor zal de omvang van de vakbedrijven geleidelijk afnemen. Dit betekent dat het opvangen van de schommelingen in de conjunctuur een grotere uitdaging zal zijn.

Businesscase 22 november 2021

11

3

Korte schets ontwikkelingen in het werkveld

Het werkveld Werk, Inkomen en Participatie is constant in beweging, zowel beleidsmatig als budgettair. Ook zijn er ontwikkelingen in de governance (wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen). 3.1

Beleidsmatige ontwikkelingen

Het CDA en de SP hebben een initiatiefnota ‘Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelbedrijf’ opgesteld. De Tweede Kamer ondersteunt het voorstel om de rol van het sociaal ontwikkelbedrijf te versterken. Vrijwel alle partijen vinden dat uit de evaluatie van de Participatiewet is gebleken dat maatregelen nodig zijn om de baankansen van mensen met een arbeidsbeperking te verbeteren. De verwachting is dat het nieuwe kabinet met deze onderwerpen aan de slag zal gaan. Dit betekent echter niet een terugkeer naar de ‘oude’ sociale werkvoorziening. SW-bedrijven moeten zich omvormen naar Sociaal Ontwikkelbedrijven. Op 1 juli 2021 is de cao ‘Aan de Slag’ ingegaan. Deze cao geldt voor mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Het gaat om mensen die met behulp van een loonkostensubsidie een baan hebben bij een publieke werkgever. In de cao zijn afspraken gemaakt over onder andere een pensioenregeling, terugkeergarantie en opleiding. Vanaf 2022 worden de budgetten loonkostensubsidie (LKS) over gemeenten verdeeld op basis van realisaties. Hierdoor kunnen gemeenten het instrument loonkostensubsidie vaker inzetten. De inzet op loonkostensubsidie in 2021 is al van invloed op het budget 2022. Wanneer gemeenten in 2021 relatief weinig loonkostensubsidies inzetten, krijgen zij in 2022 een kleiner deel van het beschikbare macrobudget.

Het macrobudget voor loonkostensubsidies wordt in mindering gebracht op het macrobudget voor de uitkeringen. Nog niet duidelijk is hoe het macrobudget voor loonkostensubsidies jaarlijks tot stand komt en of dit budget begrensd is. Veel van de mensen die in aanmerking komen voor een baan met LKS hebben vrij structureel begeleiding nodig. Daarvoor krijgen gemeenten een deelbudget in de integratie-uitkering Participatie. Dit budget is bedoeld voor de dekking van de begeleidingskosten van Nieuw Beschut medewerkers en mensen die met een LKS aan de slag gaan in een garantiebaan. Sociaal ontwikkelbedrijven Relevante ontwikkelingen • Ontwikkeling inwoners in werk • Beschut werk • Recht op ondersteuning

CAO aan de slag • Gepaste arbeidsvoorwaarden voor mensen die met LKS in dienst zijn bij een publieke organisatie • Pensioenopbouw

LKS vanaf 2022 verdeeld op basis van realisaties • Kan stimulans geven om mensen met een afstand een baan aan te bieden bij Werkleerbedrijf • Nog niet precies duidelijk hoe de vormgeving wordt

3.2

Budgettair en governance

De rijksbijdrage voor de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) stijgt van € 27.016 per werkplek (standaard eenheid, SE) in 2020 naar € 28.468 per SE in 2021. De stijging van de rijksbijdrage is onder andere het gevolg van een toevoeging van € 37 miljoen aan het budget voor de WSW als compensatie voor de stijgende lonen. Gemeenten en vakbonden hebben afgesproken om deze toevoeging te gebruiken om de lonen te verhogen en de daarmee verbonden hogere werkgeverslasten te compenseren.

Businesscase 22 november 2021

12

Daarnaast wordt een deel van de stijging verklaard door een hogere dan verwachte uitstroom van Wswmedewerkers. In de meicirculaire van 2020 werd het aantal SE Wsw voor 2021 geschat op 62.932. In de meicirculaire 2021 wordt uitgegaan van 62.558 SE Wsw in 2021. Er is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen bij de Tweede Kamer ingediend om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te vergroten. Het gaat daarbij om de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij de uitvoering van taken in gemeenschappelijke regelingen. Om de versterking te bereiken, wordt een aantal bestaande instrumenten van de volksvertegenwoordiging aangepast en aangevuld. Daarnaast richt het wetsvoorstel zich op het vergroten van participatiemogelijkheden van burgers en belanghebbenden bij de besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen.

Wsw-rijksbijdrage per Wsw-plek neemt toe Relevante ontwikkelingen

• Gunstig voor het subsidieresultaat Wsw • Subsidieresultaat dat in Fryslân-West toch al gunstig is

Wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen • Om democratische legitimatie te vergroten • Verplichte en facultatieve aanpassingen

3.3

Effect van deze ontwikkelingen voor inwoners, gemeenten en het Werkleerbedrijf

Sinds de invoering van de Participatiewet op 1 januari 2015 ervaren gemeenten belemmeringen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werk te bieden. In de eindevaluatie (november 2019) concludeerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dat de invoering van de Participatiewet nauwelijks heeft geleid tot verhoging van de baankansen. Voor de grootste groep, de klassieke bijstandsgerechtigden, is er amper een verschil. Voor mensen die het recht op toegang tot de sociale werkvoorziening verloren, daalde de kans op werk. De conclusies van het SCP worden breed gedeeld. De verwachting is dat gemeenten meer middelen en instrumenten krijgen om mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt werk te bieden. Het initiatief van de sociaal ontwikkelbedrijven van CDA en SP past daarin. Een dergelijk initiatief heeft ook betekenis voor de infrastructuur van het Werkleerbedrijf. De verwachte hogere instroom zal de afname van de Wsw naar verwachting niet volledig compenseren, maar de omvang van vakbedrijven zal dan minder afnemen. Ook de gewijzigde financiering van loonkostensubsidies geeft, vanaf 2022, gemeenten meer ruimte om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt werk te bieden. Dit geldt in het bijzonder voor de categorie Perspectiefrijk. Zij hebben een loonwaarde van 40 tot 80% en kunnen met loonkostensubsidie worden geplaatst bij reguliere werkgevers.

In veel gevallen zal het Werkleerbedrijf voor die situatie jobcoaching bieden om terugval te voorkomen. Dit geeft een extra impuls aan de inzet om ook inwoners die meerdere jaren een bijstandsuitkering ontvangen naar werk te begeleiden. Dit betekent echter wel dat structureel middelen voor deze doelgroep moeten worden gealloceerd. In paragraaf 8.9 wordt een experiment beschreven waarbij kandidaten uit de categorie Perspectiefrijk ook (tijdelijk) bij het Werkleerbedrijf kunnen worden geplaatst. De toename van de Rijksbijdrage per werkplek Wsw, betekent dat het tekort in de GR wordt beperkt en de gemeentelijke bijdrage lager wordt. De verwachte wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen liggen in lijn met de wens van de aan de GR deelnemende gemeenten, om de afstand tot het Werkleerbedrijf te verkleinen.

Businesscase 22 november 2021

13

4

Structuur WLB, effecten bij gemeenten en samenwerkingscultuur

4.1

Organogram Werkleerbedrijf Gemeenschappelijke regeling AB/DB Naamloze vennootschap Raad van Commissarissen Directie Ondersteunende Diensten

Re-integratie, activatie. Detachering. Pastiel Wurkjouwer

4.1.1

Beschutte werkomgeving / Vakbedrijven WOL-locaties

Toelichting organogram

Dit organogram schetst de hoofdlijn van de organisatiestructuur van het Werkleerbedrijf Fryslân-West. In het implementatieplan wordt de organisatiestructuur verder uitgewerkt en wordt per onderdeel de formatie opgenomen. Ook het functieboek (functiebeschrijvingen en waarderingen) wordt in de fase van het implementatieplan opgesteld. 4.2

Ontwikkeling formatie niet gesubsidieerde medewerkers

De cijfers in deze paragraaf zijn gebaseerd op het basisscenario. Bij Empatec nu en straks bij het Werkleerbedrijf, werken gesubsidieerde en niet gesubsidieerde medewerkers. Met niet gesubsidieerde medewerkers, worden medewerkers bedoeld die niet tot één van de doelgroepen behoren en waarvoor Empatec, en straks het Werkleerbedrijf, geen subsidie ontvangen. Dit personeel geeft bijvoorbeeld leiding en begeleiding aan de doelgroepmedewerkers of vervult staftaken (P&O, financiën, administratie, communicatie, etc.). Omdat het aantal gesubsidieerde medewerkers afneemt, neemt ook het aantal niet gesubsidieerde medewerkers af. Omdat Empatec de afgelopen twee jaar de formatie heeft gereduceerd 5(de formatie per einde 2020 omvatte 138 fte) en de externe inhuur fors heeft verminderd, is bij het verschijnen van deze businesscase de formatie niet gesubsidieerde medewerkers 128 fte. Op basis van de werkpakketten in deze businesscase, is berekend dat deze formatie ultimo 2026 op 115 fte uitkomt. Per saldo een afname van 13 fte. Omdat er ook gesubsidieerde medewerkers zijn die kader en staffuncties vervullen, is de afname geringer dan verwacht zou worden op basis van de afname van het aantal doelgroepmedewerkers.

In de periode 2022-2026 gaan echter naar verwachting circa 14 fte gesubsidieerde medewerkers met pensioen, van wie het werk door niet gesubsidieerde medewerkers moet worden overgenomen. Dit gaat om circa 9 fte. Deze zijn opgenomen in de circa 115 fte per ultimo 2026. 4.3

Missie, visie, kernwaarden en cultuur van het Werkleerbedrijf

De missie, visie, kernwaarden en de cultuur van het Werkleerbedrijf worden in het implementatieplan uitgewerkt en beschreven. 5

De afname in fte t.o.v. 2020 heeft tot een besparing van circa € 750.000 geleid

Businesscase 22 november 2021

14

4.4

Effect gemeentelijke organisaties

Voor de businesscase is nagegaan wat de effecten van het Werkleerbedrijf zijn op de gemeentelijke organisaties en de Dienst Noardwest-Fryslân. Daarbij is nagegaan wat de rolverdeling tussen gemeenten enerzijds en Werkleerbedrijf anderzijds is. Het keuzedocument (hoofdstuk 5, bladzijde 14) geeft daarvoor het volgende kader: In de Position Paper is vastgelegd dat voor wat betreft de inkomensvoorziening (bijvoorbeeld uitkering en toeslagen) de huidige situatie wordt gehandhaafd. Deze taak is nu lokaal geregeld: per gemeente of per cluster van gemeenten. Omdat er voor nagenoeg alle cliënten samenhang is tussen inkomen en werk, is het logisch om ook voor participatie de eerste intake lokaal via de gemeente te organiseren. Bijvoorbeeld in wijk- of gebiedsteams. Dat doen we dan – indien mogelijk – gelijktijdig met de intake voor een inkomensvoorziening. De klantregie blijft mede om die reden een verantwoordelijkheid van elke afzonderlijke gemeente. Om het intakeproces eenduidig en efficiënt te kunnen uitvoeren wordt in een samenwerking tussen de gemeenten en de publieke organisatie een uniform instrumentarium voor de intake Participatie ontwikkeld. Een uniforme werkwijze ‘aan de voorkant’ is immers wenselijk om zo goed mogelijk aan te sluiten bij trajecten die de publieke organisatie ‘aan de achterkant’ (in elk geval voor de categorie Perspectiefrijk) uitvoert.

Bij de intake wordt samengewerkt tussen medewerkers van de gemeente (wijk- of gebiedsteam) en de consulenten van de publieke organisatie. Als naar hun oordeel nader onderzoek naar mogelijkheden voor arbeidsinschakeling en/of loonwaarde nodig is, vindt dit plaats door de publieke organisatie. We vinden deze concentratie van kennis en kunde nodig gelet op de voor de potentieel beoordeling benodigde expertise. Samengevat: de intake (het gesprek over inkomen en werk) vindt altijd lokaal en onder verantwoordelijkheid van de gemeente plaats. Daarbij maakt de gemeente verbinding met andere terreinen in het sociale domein. Bijvoorbeeld schuldhulpverlening. Ook wordt verbinding gemaakt met lokale projecten die kunnen bijdragen aan re-integratie. De gemeente blijft bij re-integratietrajecten verantwoordelijk voor de klantregie. De gemeenten hebben dus regie over het hele proces van de uitvoering van de Participatiewet.

Bovenstaande laat zien dat de intake de verantwoordelijkheid van de gemeente is en dat de intake participatie, op basis van een uniform instrumentarium, in een samenwerkingsverband tussen gemeenten en consulenten van het Werkleerbedrijf wordt uitgevoerd. De effecten van het instellen van het Werkleerbedrijf op de structuur (inrichting en formatie) van de gemeentelijke organisaties en de Dienst Noardwest-Fryslân zijn beperkt en kunnen worden opgevangen in de reguliere bedrijfsvoering. De geleidelijke toename van de inzet voor de doelgroep Perspectiefrijk moeten de gemeenten Harlingen en Waadhoeke weliswaar goed afstemmen met de Dienst, maar ook daarvan is de verwachting dat de aanpassingen goed zijn in te passen. 4.5

Investeren in samenwerkingscultuur

In de samenwerking en de cultuur waarin wordt samengewerkt, worden belangrijke veranderingen verwacht en zijn verbeteringen noodzakelijk. De samenwerking wordt intensiever en vraagt om gezamenlijke sturing en collegiale samenwerking (zie ook paragraaf 2.7.5). Dit moet er toe leiden dat de gemeenten en Werkleerbedrijf samen ervaren dat het Werkleerbedrijf, het eigen uitvoeringsbedrijf van de gemeenten is. Als het Werkleerbedrijf uitvoert, dan is dat niet bij een derde partij, maar doet de gemeente dit in feite zelf. Dit vraagt om collegiale verhoudingen waarin mensen elkaar vertrouwen, waarderen en aanspreken. Dit type veranderingen gaat niet vanzelf goed, maar vraagt intensieve sturing en voorbeeldgedrag van directie en management van gemeenten en het Werkleerbedrijf. In het implementatieplan worden de overlegstructuur en andere instrumenten die dit ondersteunen uitgewerkt (bestuurlijk en ambtelijk). 4.6

Samen investeren in het werkveld

Met het Werkleerbedrijf hebben de gemeenten de uitvoering in eigen gelederen georganiseerd. Dat betekent ook dat optimaal gebruikt kan worden van elkaars expertise. Beleid en uitvoering kunnen elkaar stimuleren om voor inwoners nieuwe mogelijkheden en kansen te bieden. Bijvoorbeeld om samen te bezien welke mogelijkheden er zijn om statushouders in een vroeg stadium werkkansen te bieden, hoe mensen de stap van arbeidsmatige dagbesteding naar betaalde arbeid kunnen maken en hoe voorkomen kan worden dat jongeren voortijdig schoolverlaten. In die opzet is het Werkleerbedrijf niet alleen de uitvoerder van hetgeen is afgesproken, maar ook gesprekspartner voor nieuwe initiatieven.

Businesscase 22 november 2021

15

5

Gezamenlijke ambities Werkleerbedrijf

5.1

Alle doelgroepen

Voor alle doelgroepen van het Werkleerbedrijf geldt dat de focus ligt op de ontwikkeling van competenties en waar mogelijk door- en uitstroom naar zo regulier mogelijk werk bij werkgeAmbitie alle doelgroepen Werkleerbedrijf vers. Sommige kandidaten zijn echter aangewezen op intern beschut werk binDoorstroom naar (zo) nen het Werkleerbedrijf. Zonder het Werkregulier (mogelijk) werk leerbedrijf kunnen zij niet via werk meebij werkgevers doen aan de samenleving. Toeleiding naar werk van kandidaten vindt plaats in een benadering die meerdere facetten van het sociale leefdomein van de kandidaat omvat. De klantregie blijft om die reden een verantwoordelijkheid van de gemeenten. 5.2

Ontwikkelen arbeidsvaardigheden / competenties

Beschut werk voor wie daarop is aangewezen

Ambities doelgroep Wet sociale werkvoorziening

Wsw-medewerkers werken naar vermogen in verschillende werkvormen. Die werkvormen maken onderdeel uit van een werkladder waarbij ‘begeleid werken6’ de hoogste trede is. Uitstroom uit de Wsw wordt niet nagestreefd omdat Wsw-medewerker de garantie hebben dat zij tot hun pensionering hun Wsw-indicatie behouden.

Ambities doelgroep Wsw 1. begeleid werken 2. individuele detachering 3. groepsdetachering 4. werken op locatie

%

o Werken naar vermogen o Trede 1: begeleid werken is hoogste doel o Stappen maken op werkladder o Intern beschut van 50 à 45% o Vakbedrijven zijn thuisbasis

5. intern beschut werk (vakbedrijven) Wsw-medewerkers werken zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers. Nu werkt 50% van de medewerkers in de intern beschutte omgeving. Empatec heeft zicht op de ontwikkelmogelijkheden van de medewerkers en schat in dat het mogelijk om dit percentage terug te brengen naar 45%.

Wsw-medewerkers die niet, niet langer of tijdelijk niet buiten het Werkleerbedrijf werkzaam kunnen zijn, hebben intern beschut werk in de vakbedrijven. Als tijdens een laagconjunctuur begeleid werken of detacheringsplekken wegvallen, biedt het Werkleerbedrijf (als thuisbasis) werk. In dat geval kunnen gemeenten en Werkleerbedrijf ook bezien of er extra detacheringsmogelijkheden bij gemeenten zijn. 5.3

Ambities doelgroep Nieuw Beschut

Landelijk komt er voor elke drie Wsw-banen die vervallen er één Nieuw Beschut baan terug. Regionaal kan dit sterk afwijken. In Fryslân-West is de verhouding dat ongeveer op elke acht Wsw-banen die vervallen er één Nieuw Beschut baan terugkomt. Dit betekent dat er in het verleden in Fryslân-West meer mensen tot de Wsw zijn toegelaten dan landelijk gemiddeld. De regeling Nieuw Beschut is lastiger toegankelijk dan voorheen de Wsw. Het UWV doet de beoordeling en geeft een advies indicatie beschut werk af. De indicatie wordt afgegeven als een kandidaat alleen in een beschutte werkomgeving kan werken. Dit is een omgeving waar een kandidaat meer begeleiding en aanpassingen op de werkplek krijgt dan een gewone werkgever in een dienstverband met de medewerker kan bieden. Dit betekent dat een Nieuw Beschut medewerker, in de regel werkzaam is in de eigen vakbedrijven, op locatie werkt of via groepsdetachering. 6

Bij begeleid werken treedt de Wsw-medewerker in dienst van een reguliere werkgever. De werkgever ontvangt van het Werkleerbedrijf loonkostensubsidie. De medewerker houdt het recht om terug te keren in de Wsw als hij of zij zijn of haar baan verliest.

Businesscase 22 november 2021

16

Daar waar doorgroei mogelijk is, vindt dat plaats. Soms zijn er mogelijkheden om een Nieuw Beschut medewerker te detacheren dan wel een baan te bieden bij een werkgever, die ook in staat is om een beschutte werkomgeving te bieden en aanpassingen te doen aan de werkplek. Het Werkleerbedrijf zet daarop in. In de praktijk moet blijken of het realistisch is dat 10% van de Nieuw Beschut medewerkers bij een andere werkgever in dienst is of gedetaAmbities doelgroep Nieuw Beschut cheerd is. Het Werkleerbedrijf onderhoudt o Werken naar een relatie met de werkgever en biedt (als 1. Baan bij andere werkgever vermogen o Streven: 10% dat nodig is) begeleiding aan werkgever en 10% plaatsing bij 2. individuele detachering medewerker (jobcoaching). Dit betekent andere werkgever dat het Werkleerbedrijf alle Nieuw Beschut 3. groepsdetachering o Stappen maken medewerkers van de vier gemeenten in de op werkladder o Meeste caseload heeft. Indien de baan bij de ex4. werken op locatie medewerkers terne werkgever wegvalt, krijgt de Nieuw werken in de vakbedrijven of 5. intern beschut werk (vakbedrijven) Beschut medewerker een baan in het op locatie Werkleerbedrijf of het Werkleerbedrijf bemiddelt de medewerker naar een andere werkgever. 5.4

Ambities Categorie Perspectiefrijk

Een kandidaat behoort tot de categorie Perspectiefrijk als de inschatting is dat hij of zij binnen 3 tot 18 maanden voldoende vaardigheden en competenties heeft (werkfit is) om een baan bij een reguliere werkgever te verkrijgen. Dit kan zowel gaan om nieuwe instroom in de bijstand, als om kandidaten uit het zittend bestand. Categorie Perspectiefrijk Zeker als mensen al meerdere jaren een bijstandsuitkering ontvangen, is de stap Nieuwe ARBEIDSMATIGE DAGBESTEDING Zittend bestand naar werk groot. Het Werkleerbedrijf biedt instroom deze groep extra ondersteuning om de (mentale) stap naar werk te kunnen maken. In het verlengde hiervan kan het Aanmelding door gemeente of Dienst NWF Werkleerbedrijf, in samenspraak met de gemeente, ook mogelijkheden creëren Trajecten Werkleerbedrijf (menukaart) om de stap van arbeidsmatige dagbesteding naar werk te maken. De ambitie om ook in te zetten op het zittend bestand, gaat niet ten koste van de nieuwe instroom van de categorie Perspectiefrijk. Nieuwe instroom in de categorie Perspectiefrijk krijgt voorrang, omdat de ervaring leert dat voor deze groep direct na de instroom de beste re-integratieresultaten worden geboekt. De inschatting dat iemand 3 tot 18 maanden nodig heeft, betekent niet dat elke kandidaat altijd die tijd nodig heeft en het betekent evenmin dat het Werkleerbedrijf na 18 maanden stopt met de dienstverlening.

De ambitie is om 50% van de kandidaten uit deze categorie binnen 9 maanden te plaatsen bij een reguliere werkgever. De 9 maanden zijn een gemiddelde. Er is overwogen om de ambitie te verhogen naar 60% maar omdat ook het zittend bestand wordt bediend, is de ambitie op 50% gehandhaafd.

Businesscase 22 november 2021

17

Ook voor de categorie Perspectiefrijk, hanteert het Werkleerbedrijf een (beperkte) werkladder met drie stappen. Het doel bij alle treden van de werkladder, is het verkrijgen van een Werkladder categorie Perspectiefrijk Drie routes naar werk: baan bij een reguliere werkgever, al 1. Baan bij reguliere werkgever dan niet met loonkostensubsidie en 1 heeft de o Route h voorkeur 2 ondersteuning. 3 2 Als een kandidaat in beginsel werkfit is, is de kortste route naar werk een baan bij een reguliere werkgever (hoogste trede, route 1). Dit heeft de voorkeur, maar niet altijd zijn werkgevers bereid om het risico te nemen.

Tijdelijke baan bij WLB in Vakbedrijf

Tijdelijk baan bij WLB, gedetacheerd bij reguliere werkgever

3. In traject

1

o Route 2 is alternatief als route 1 (nog) niet lukt o Route 3 is alternatief als route 1 of 2 (nog) niet lukken

o Tijdelijke baan bij WLB maximaal 2 jaar

Om dit risico te verminderen, is het een optie om via de infrastructuur van het Werkleerbedrijf, gedurende maximaal twee jaar, de mogelijkheid te bieden om via detachering (route 2) bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. Met de werkgever worden afspraken gemaakt over de begeleiding en het moment van feitelijke indiensttreding. Als ook die stap nog te groot is, is een tweede optie om een kandidaat met een tijdelijke arbeidsovereenkomst van maximaal twee jaar in de vakbedrijven te werk te stellen (route 3). De arbeidsovereenkomst wordt beperkt tot twee jaar om te voorkomen dat het Werkleerbedrijf de kandidaat een vaste aanstelling moet bieden. Indien binnen twee jaar geen baan bij een reguliere werkgever wordt gevonden, verliest de kandidaat zijn baan en wordt hij of zij werkloos. De inzet van het Werkleerbedrijf en de kandidaat is erop gericht om dit te voorkomen. De routes 2 en 3 zijn in het keuzedocument als optie opgenomen, afhankelijk van het al dan niet vrijmaken van additionele middelen door de gemeenten7. Deze opties behoren dus niet tot het basisscenario. In paragraaf 8.9 heeft het kernteam het advies opgenomen om in 2022 te starten met kleinschalige experimenten voor routes 2 en 3 en daarbij goed te volgen wat de effecten zijn voor de kandidaten, de gemeenten en het Werkleerbedrijf.

Het Werkleerbedrijf heeft een ‘doelgroepen-kaart’ van trajecten voor de kandidaten uit de categorie Perspectiefrijk. In gezamenlijk overleg (inwoner, gemeente en Werkleerbedrijf), wordt bezien welk traject het beste past bij de situatie van de inwoner. Tijdens de uitvoering van een traject kan blijken dat plaatsing op werk geen reële optie is of dat een maatwerktraject nodig is bij een re-integratiepartner. In die situatie vindt een warme overdracht plaats. Als de conclusie is dat werk (nog) geen optie is, beziet de gemeente welke activiteiten de kandidaat kan ondernemen om wel te participeren (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of arbeidsmatige dagbesteding).

•

7

Hoofdstuk 7, bladzijde 25: ‘Hoofddoel is om mensen zo snel mogelijk te laten doorstromen naar zo regulier mogelijk werk. Een deel van de mensen voor wie dit niet (direct) lukt zou de publieke organisatie een tijdelijke baan met loonkostensubsidie kunnen aanbieden. Een baan van hooguit één of twee jaar om inwoners te blijven stimuleren om een reguliere baan te vinden en permanente insluiting in gesubsidieerde banen te voorkomen. De gemeenten moeten daarvoor dan additionele middelen vrijmaken’.

Businesscase 22 november 2021

18

Ambitie Perspectiefrijk Relevante ontwikkelingen

• 50% plaatsing. • Na gemiddeld 9 maanden geplaatst. Aard en duur van het traject • Toegesneden op de klant. • Duur: 3 maanden tot 2 jaar. Geen absolute grens. Belang inwoner staat centraal. Resultaat traject bij Werkleerbedrijf • Plaatsing bij reguliere werkgevers. • Warme overdracht naar re-integratiepartner. • Warme overdracht naar gemeente voor Participatie. anders dan met werk

5.5

Ambities Pluspakket

De ambities voor het basispakket zijn gemeenschappelijke ambities van de gemeenten. De ambities voor het pluspakket worden door de gemeente die het pluspakket onderbrengt bij het Werkleerbedrijf bepaald. In deze businesscase zijn deze ambities niet opgenomen. Het zou hier bijvoorbeeld kunnen gaan om de doorstroming vanuit dagbesteding bij WMO aanbieders, naar arbeidsmatige dagbesteding en/of Nieuw Beschut werk of het aanbieden van werktrajecten voor statushouders.

Businesscase 22 november 2021

19

6

Het basispakket van het Werkleerbedrijf

Dit hoofdstuk laat zien hoeveel Wsw-medewerkers en Nieuw Beschut medewerkers in dienst zijn van het Werkleerbedrijf en geeft inzicht in het aantal trajecten voor kandidaten in de categorie Perspectiefrijk. In bijlage 1 is in paragraaf 1.5.1 meer in detail weergegeven welke activiteiten voor de categorie Perspectiefrijk worden uitgevoerd. 6.1

Omvang doelgroepen in het basispakket

Onderstaande tabellen geven de aantallen medewerkers van het Werkleerbedrijf en het aantal re-integratietrajecten in het basispakket weer. Volume medewerkers in fte van 36 uur

2022

2023

2024

2025

2026

Wsw (1) - waarvan begeleid werken (1a) - waarvan in dienst van WLB (1b) Nieuw beschut in dienst WLB (2) Overige gesubsidieerden in dienst WLB (3)

790,9 82,1 708,8 64,6 23,0

744,9 77,3 667,6 69,8 25,0

706,1 73,3 632,8 74,1 27,0

656,8 68,2 588,6 79,2 29,0

611,5 63,5 548,0 83,5 31,0

Totaal in dienst van WLB (1b, 2 en 3)

796,4

762,4

733,9

696,8

662,6

Volume medewerkers in personen

2022

2023

2024

2025

2026

Wsw (1) - waarvan begeleid werken (1a) - waarvan in dienst van WLB (1b) Nieuw beschut in dienst WLB (2) Overige gesubsidieerden in dienst WLB (3)

920 96 824 95 29

866 90 776 102 32

820 85 735 109 34

763 79 684 116 37

711 74 637 123 39

Totaal in dienst van WLB (1b, 2 en 3)

947

910

878

837

799

Het totaal aantal fte in dienst van het Werkleerbedrijf neemt de eerste jaren met ongeveer met 30 tot 35 per jaar af. Het aantal Wsw’ers in dienst van het Werkleerbedrijf neemt met circa 40 per jaar af. Het aantal begeleid werkende Wsw’ers die in dienst zijn bij een werkgever neemt met gemiddeld 5 per jaar af. In deze tabellen zijn geen dienstverbanden opgenomen van kandidaten Perspectiefrijk. Dit zijn namelijk aanvullende opties op het basisscenario, waarvoor nog moet worden nagegaan of gemeenten daarvoor middelen beschikbaar hebben en inzetten. Onderstaande tabel geeft de inzet van gemeenten voor re-integratie, van zowel het evenredig en bovenevenredig deel voor de categorie Perspectiefrijk. Verder is een inschatting gegeven van het aantal trajecten dat daarvoor wordt uitgevoerd. Als onderdeel van trajecten worden ook loonwaardemetingen en jobcoaching ingezet.

Daarnaast brengen met name De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân een pluspakket in, vooral bestaande uit een voorschakelvoorziening (De Wurkjouwer).

Businesscase 22 november 2021

20

6.2

Duurzame toekenning omvang basispakket

De omvang van de taken voor de Wsw staat vast. Dit geldt in mindere mate ook voor Nieuw Beschut. Voor deze taak wordt in deze businesscase gerekend met de landelijke taakstelling en 10 extra plekken voor De Fryske Marren. De omvang van de taak voor de categorie Perspectiefrijk, is niet ingekaderd. Gemeenten besluiten zelf en in gezamenlijkheid (voor het evenredig deel) hoeveel middelen zij willen besteden voor de re-integratie van kandidaten. Voor de strategische personeelsplanning van het Werkleerbedrijf is het van belang dat de organisatie weet, waarop kan worden gerekend. Daarmee kan het Werkleerbedrijf sturen op een bezetting die past bij de opdracht en voorkomt het Werkleerbedrijf boventalligheid. Om die reden wordt in deze businesscase gesteld dat telkens voor de komende vier jaar door gemeenten wordt aangegeven wat de verwachte inzet in het basispakket is. Elk jaar valt er een jaar af en komt er een jaar bij. Daarbij kan de opdracht voor Perspectiefrijk meebewegen met de omvang van het bestand uitkeringsgerechtigden. Ook in die situatie dat gemeenten telkens vier jaar vooruit plannen, zijn gemeenten bevoegd om in die planning gezamenlijk wijzigingen aan te brengen. In dat geval kan het wel zijn dat het Werkleerbedrijf extra personele frictiekosten moet maken, waar gemeenten en Werkleerbedrijf samen een oplossing voor moeten vinden.

Businesscase 22 november 2021

21

7

Benchmark

7.1

Toelichting gebruikte begrippen

Het gezamenlijk resultaat van de GR Fryslân-West en Empatec N.V. is vergeleken met de landelijke gemiddelden van soortgelijke organisaties. De vergelijking is gebaseerd op de jaarlijkse branche-informatie van de brancheorganisatie Cedris. In de tabellen van paragraaf 7.2 is de vergelijking opgenomen. In de benchmark worden drie begrippen gebruikt: - Subsidieresultaat. - Operationeel of bedrijfsresultaat. - Totaal resultaat. Om voor de combinatie GR Fryslân-West en Empatec N.V. de drie componenten te berekenen, zijn de jaarrekeningen van de GR en de N.V. doorgenomen en zijn de kosten toegekend aan de verschillende elementen van het subsidie- en bedrijfsresultaat. De termen subsidieresultaat en bedrijfsresultaat worden bij Wsw-bedrijven sinds jaar en dag gebruikt. Het subsidieresultaat is het saldo van de door het Rijk beschikbaar gestelde subsidie (Rijksbijdrage) en de loonkosten voor de Wsw-medewerkers en de overige personeelskosten. Het subsidieresultaat is bij alle Wsw-bedrijven negatief. De gemiddelde personeelskosten zijn altijd hoger dan de toegekende subsidie. De mate waarin het subsidie-resultaat van Wsw-organisaties negatief is, varieert sterk. Van circa -€ 1.500 tot circa -€ 8.000. Alle Wsw-bedrijven gebruiken voor de Wsw-medewerkers dezelfde CAO, maar er zijn grote verschillen in de toegekende functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10908476/1