CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VIII - ingediende inspraakreacties

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan lytse wynturbines4.716 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

O22.000147

O22.000147*

nota inspraakreacties beleidsregel "toetsingskader kleine windturbines SúdwestFryslân" (concept)

Inhoudsopgave

1. 1.

Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 2

2.

Inleiding ................................................................................................................................................ 3 2.1

Ter inzagelegging .......................................................................................................................... 3

2.2

Inspraakreacties............................................................................................................................ 3

2.3

Leeswijzer ..................................................................................................................................... 3

3.

Inspraakreacties.................................................................................................................................... 4

4.

Behandeling van de inspraakreacties ................................................................................................... 5

5.

Conclusie............................................................................................................................................. 12

6.

Bijlagen .......................................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Pagina 2 van 12

O22.000147

2.

Inleiding

2.1

Ter inzagelegging

Het ontwerp van de beleidsregel “Toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân” heeft vanaf 29 november 2021 t/m 9 januari 2022 ter inzage gelegen. Met het ter inzage leggen van het ontwerp beleidskader heeft de gemeente iedereen in de gelegenheid gesteld om kennis te kunnen nemen en te reageren op de regels.

2.2

Inspraakreacties

Tijdens de termijn van terinzagelegging is het voor iedereen mogelijk geweest om een inspraakreactie in te dienen. In totaal zijn er 8 inspraakreacties ontvangen.

2.3

Leeswijzer

In de hoofdstukken 3 en 4 wordt nader ingegaan op de op de beleidsregel ontvangen inspraakreacties.

Pagina 3 van 12

O22.000147

3.

Inspraakreacties

Tegen het ontwerp beleidskader zijn 8 inspraakreacties ingediend. In onderstaand schema zijn de gegeven van de inspraakreacties en de paragraaf met de beantwoording weergegeven.

1 2 3 4 5 6 7 8

Bedrijf/adres inspraakreactie Indiener 1 Indiener 2 Arag SE Nederland, Postbus 2301, 3830 AE Leusden NWEA, Arthur van Schendelsstraat 550, 3511 MH Utrecht Vertegenwoordigers van agrariërs in SWF middels stakeholdersoverleg Hûs en Hiem, middels stakeholdersoverleg Burgerforum, middels stakeholdersoverleg GGD Fryslân, Postbus 612, 8901 BK Leeuwarden

Pagina 4 van 12

Ontvangstdatum 16 december 2021 30 december 2021 31 december 2021

Beantwoording 4.1.1 4.1.2 4.1.3

7 januari 2022

4.1.4

24 december 2021

4.1.5

24 december 2021

4.1.6

24 december 2021

4.1.7

7 januari 2022

4.1.8

O22.000147

4.

Behandeling van de inspraakreacties

4.1

Inspraakreacties

4.1.1

Indiener 1

Samenvatting 1. Het uitsluitingsgebied rondom Kop Afsluitdijk is te klein. Doordat de wieken van de kleine windturbines sneller draaien en de angst voor geluidsoverlast groot is, zou de cirkel opgerekt moeten worden tot rondom de kernen Cornwerd, Kornwerderzand, Zürich, Pingjum, Witmarsum, Schraard, Wons en Makkum. Dit gebied wordt al voldoende belast met komst van windpark NHH. 2. Er wordt niet gehandeld conform het advies van Burgerforum. 3. In het beleidskader staat de omgevingskwaliteit en de gezonde leefomgeving centraal. Windpark NHH zorgt er reeds voor dat de uitgangspunten worden aangetast. De komst van kleine windturbines zorgt voor een nog grotere aantasting. 4. Niet duidelijk is wat onder het begrip ‘omwonende’ wordt verstaan en hoe deze wordt beschermd/betrokken. Beantwoording 1. Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het provinciaal Inpassingsplan Nij Hiddum-Houw blijkt dat het windpark aan de wettelijke normen kan voldoen. Wij zijn ons ervan bewust dat het voldoen aan deze normen niet betekent dat omwonenden geen hinder ervaren. Daarbij speelt gezondheid in zijn totaliteit een belangrijke rol. Nu het betreffende windpark nog niet in bedrijf is, is ook nog niet duidelijk wat de daadwerkelijke gevolgen zijn.

Daarom kiezen wij ervoor het gebied waar in het geheel geen kleine windturbines zijn toegestaan te vergroten tot 1500 m rondom een windturbine van windpark NHH. Deze contour sluit aan bij de contour van de zogenoemde ‘dorpenregeling’ die door de eigenaren van én als gevolg van het windpark in het leven is geroepen als compensatieregeling. 2. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1. Hiermee komen we tegemoet aan het advies van Burgerforum. 3. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1. 4. Nu het gebied wordt vergroot naar 1500 m vervalt ook de voorwaarde dat er voor plaatsing van een kleine windturbine in het gebied tussen de 850 – 1700 m rondom een windturbine van NHH instemming moet zijn van omwonenden.

4.1.2

Indiener 2

Samenvatting Indiener zou graag zien dat de volgende bepalingen en toetsingscriteria worden meegenomen in de beoordeling voor het verlenen van vergunning voor een kleine windmolen op het boerenerf: 1. Er zou een streven moeten komen dat eerst de maximale capaciteit voor het plaatsen van zonnepanelen op de daken van een agrarisch bedrijf is benut alvorens vergunning kan worden verleend voor het plaatsen van kleine windmolens. Dit past binnen de vastgestelde RES 1.0 van de Provincie Fryslân en vergroot het draagvlak voor plaatsing en vergunning voor kleine windmolens. 2. Het opzetten van een parallel verdienmodel naast agrarisch bedrijf zou moeten worden voorkomen als het gemeenschappelijk belang van de lokale gemeenschap en of gebied hiermee niet is gediend. 3. Het plaatsen van kleine windmolens zou ook bij niet agrarische bedrijven onder voorwaarden mogelijk moeten zijn. Dit mede ter voorkoming van rechtsongelijkheid. Beantwoording 1. Iedere situatie is uniek, dit vraagt maatwerk, dus kiezen we ervoor om geen concrete regels vast te leggen voor de verhouding zon/wind. We bieden service en maatwerk via de erfturbinetafel zoals omschreven in paragraaf 3.1 van het toetsingskader. 2. Paragraaf 2.6 van het toetsingskader bevat de overige randvoorwaarden waaraan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleine windturbine moet voldoen.

Onder punt 1 van deze paragraaf staat: ‘de energieopwekking van de kleine windturbine is niet bestemd voor commerciële doeleinden maar enkel ten behoeve van het eigen gebruik waarbij de mogelijkheden voor zonnepanelen op de gebouwen moet zijn verkend’. Dit betekent dat het opgestelde vermogen

Pagina 5 van 12

O22.000147

van de te plaatsen windturbine(s) gericht moet zijn op de eigen behoefte van het agrarisch bedrijf. Uitgangspunt daarbij is dat er geen teruglevering plaatsvindt aan het net en dat gebruik kan worden gemaakt van de bestaande netaansluiting. 3. De provinciale verordening Romte bepaalt dat kleine windturbines alleen zijn toegestaan bij bestaande agrarische bedrijven. Dit betreft hogere regelgeving waarvan de gemeente niet mag afwijken.

4.1.3

Arag ES Nederland

Samenvatting 1. Beleid houdt per definitie in dat er afgeweken kan worden. Een duidelijk afwegingskader ontbreekt. 2. Eén van de voorwaarden is dat windmolens op minimaal 4 x de hoogte van de windmolen, geplaatst moeten worden van een gevoelige bestemming. Een gevoelige bestemming is niet gedefinieerd, noch is aangegeven of hiermee wordt bedoeld het object zelf (de woning), of ook het verblijfsgebied, de tuin. 3. Een overige randvoorwaarde is dat de mogelijkheden voor zonnepanelen moeten zijn verkend. Dat is een veel te ruim en weinig concreet omschreven randvoorwaarde. 4. Windmolens hebben tot doel een bijdrage te leveren aan de duurzaamheid. Echter dat doel wordt niet gediend met windmolens die zelf niet duurzaam, recyclebaar zijn. Ook hier moeten strenge voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de duurzaamheid. Deze ontbreken nu. 5. Windmolens hebben een beperkte levensduur. Waarom is niet gekozen om de windmolens slechts te vergunnen voor een periode van 20 jaar? 6. Wanneer een windmolen buiten het bouwblok wordt geplaatst, moet met de direct omwonenden worden overlegd over het plan zodat deze vooraf inspraak kunnen hebben over de locatie. Beantwoording 1. Iedere situatie is uniek en vraagt maatwerk.

Dus kiezen we ervoor daar waar mogelijk geen concrete regels vast te leggen en een klantgerichte maatwerkaanpak te hanteren, in de vorm van een ‘erfturbinetafel’ als omschreven in paragraaf 3.1 van het toetsingskader. 2. Bij het aspect geluid in het ruimtelijk spoor gaat het om bescherming van mensen tegen geluidhinder maar ook tegen andere gezondheidseffecten door geluid. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. Geluidsgevoelige terreinen betreffen woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen. De definitie van gevoelige bestemming zal worden toegevoegd aan paragraaf 2.3 van het toetsingskader. 3. Zie beantwoording onder punt 1. 4. De gemeente wil werken aan biobased, circulaire en recyclebare kleine windturbines in een kleuren- en materialenpalet dat aansluit bij het landschap van bestaande turbines, de landschapsen erftypen van SWF. Dit komt voor de leveranciers te vroeg omdat de fabrikanten daar nog niet klaar voor zijn. Daarom verwoordt de gemeente voorwaarden t.a.v. kleur, materiaal en duurzaamheid op hoofdlijnen met de mogelijkheid van maatwerk op locatie.

Doel is om na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan en vaststelling van het toetsingskader praktijkervaring op te doen middels ingediende aanvragen omgevingsvergunning. Daarbij in overleg te treden met stakeholders om tot gedeelde oplossingen te komen voor de inpassing en voor circulaire en biobased windturbines. Om aan de hand van de opgedane ervaringen te evalueren of aanpassingen van het toetsingskader nodig zijn. 5. Een bestemmingsplan wordt opgesteld om ontwikkelingen permanent en bij recht mogelijk te maken. Het verlenen van een tijdelijke vergunning is alleen mogelijk wanneer wordt afgeweken van het bestemmingsplan. SWF heeft er bewust voor gekozen om het plaatsen van kleine windturbines mogelijk te maken middels een paraplubestemmingsplan in combinatie met een toetsingskader. Hiermee ontstaat een eenduidige regeling in alle bestemmingsplannen, moet voor iedere aanvraag dezelfde procedure worden gevolgd en zijn dezelfde leges verschuldigd. 6. Het betrekken van omwonenden maakt onderdeel uit van de maatwerkaanpak ‘erfturbinetafel’. Zie ook beantwoording onder punt 1.

Pagina 6 van 12

O22.000147

4.1.4

NWEA (Nederlandse WindEnergie Associatie)

Samenvatting Door de eisen die worden gesteld voor met name kleur, materiaalgebruik, hoogte en circulariteit, worden veel geschikte kleine windturbines uitgesloten. 1. In 2.4.4 staat dat de afstand tot buisleidingen niet minder dan 25 meter bedraagt; dit graag aanvullen met de tekst: ‘tenzij als de leidingbeheerder dichterbij toestaat’. 2. In 2.4.4.d: Tennet geeft bij EAZ aan dat de juiste werkwijze moet zijn: 1 x nominaal toerental werpafstand tot 110-150 kV, 2 x nominaal bij 220-380 kV. Dit graag aanpassen. 3. 2.4.6: De gemeente SWF kan nadere eisen stellen aan de plaats, omvang en het gebruik van de kleine windturbine t.b.v. a-h. Wat maakt dat de gemeente SWF naast de beleidsregels op deze punten alsnog kan afwijken van de beleidsregel? 4. 2.6.5: het benoemde kleinwindkeurmerk is ons onbekend. 5. 3.1 (circulaire ambities): de eis om een materialenpaspoort aan te leveren bij een vergunningsaanvraag komt te vroeg. Bovendien zijn veel windturbines gecertificeerd, een proces dat jaren duurt waardoor het niet eenvoudig is om minder duurzame onderdelen zomaar te vervangen. Daarnaast wordt er in Europees verband gewerkt aan standaardisatievereisten voor windmolens waarbij ook dit aspect wordt meegenomen. Verschillende leveranciers wachten op deze vereisten met het doorvoeren van aanpassingen.

Het zou jammer zijn dat dit paspoort een hindernis gaat vormen voor de verduurzamingsplannen van de ondernemers in SWF. 6. 3.1 (keukentafelgesprekken): de sector ondersteunt dit idee. Het voorstel is wel om Hûs en Hiem aan de voorkant erbij te betrekken. Daarnaast ook digitale keukentafelgesprekken mogelijk te maken. 7. 3.1 en 3.2: ‘de turbines hebben een grijstint zodat ze minder tegen de erfbeplanting en bebouwing afsteken’. Niet alle leveranciers leveren een mast in de aangegeven grijstinten. Ook is het ondoenlijk voor leveranciers de kleur van de mast voor iedere gemeente aan te passen. Aanpassingsvoorstel is: ‘de kleurstelling valt weg tegen de lucht, of past bij het groene karakter van het (gras)landschap, houten componenten ook mogelijk’. Daarnaast wordt voorgestelde de tekst ‘alle onderdelen hebben dezelfde kleur’ te vervangen door ‘alle onderdelen hebben een landschappelijk goed in te passen kleur’. 8. 3.2 (plaatsing): de eis dat de afstand tot de erfgrensbeplanting maximaal 20 m is, zal in de praktijk leiden tot onmogelijke plaatsing. Inpassing i.c.m. beplanting en bebouwing zou maatwerk moeten zijn. Voorgesteld wordt een richtlijn/uitgangspunt van te maken wat Hûs en Hiem en de gemeente kunnen gebruiken in de beoordeling. 9. 3.2 (hoofdvorm): een ranke mast zoals op afb 10 is weergegeven is technisch niet mogelijk.

Een mast zal altijd taps toelopend moeten zijn om voldoende draagkracht voor de turbine te kunnen bieden. Gevraagd wordt deze voorwaarde uit het toetsingskader te halen. Ook een volledig ronde mast is technisch niet mogelijk. Voorstel is om ‘overwegend rond en van afstand als rond vorm te beschouwen’ op te nemen. 10. Er wordt een maximale ashoogte van 15 m aangehouden. Geadviseerd wordt om in principe uit te gaan van een masthoogte van 15 m (streefwaarde), maar afhankelijk van lokale omstandigheden te onderzoeken of maatwerk mogelijk is. Het voorstel is te meten met een maat (ashoogte), en de beperking in tiphoogte achterwege te laten gezien dit leveranciers kan beperken in hun projectontwikkeling. 11. 3.2: de eis voor onbehandeld hout zou leiden tot de uitsluiting van EAZ turbines, die behandeld zijn met een laklaag voor langer kwaliteit behoud. 12. 4.1 (uitsluitingsgebieden): gevraagd wordt het uitsluiten binnen een straal van 850 – 1700 m los te laten omdat er regels zijn om overlast te voorkomen. Voorgesteld wordt om alleen buren die binnen een cirkel van 200 m rond de te plaatsen molen wonen, te rekenen als omwonende. Beantwoording 1. De tekst wordt aangepast. 2. De tekst wordt aangepast. 3. Het artikel is dubbel en kan vervallen. 4. Hiermee worden richtlijnen voor het technisch ontwerp van de kleine windturbine bedoeld.

Het kleinwind-keurmerk maakt onderdeel uit van de ‘afvinklijst miniwind en kleine windmolens’ die op de site van de NWEA te vinden is. 5. De gemeente wil in principe werken aan biobased, circulaire en recyclebare turbines in een kleuren- en materialenpalet dat aansluit bij het landschap van bestaande turbines, de

Pagina 7 van 12

O22.000147

landschapstypen en erftypen van SWF. Dit blijkt op dit moment nog niet haalbaar te zijn. Daarom worden de voorwaarden zodanig aangepast dat t.a.v. kleur, materiaal en duurzaamheid voorwaarden op hoofdlijnen worden gesteld met de mogelijkheid van maatwerk op locatie. Doel is om na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan en vaststelling van het toetsingskader praktijkervaring op te doen middels ingediende aanvragen omgevingsvergunning. Daarbij in overleg te treden met stakeholders om tot gedeelde oplossingen te komen voor de inpassing en voor de mogelijkheden voor circulaire en biobased windturbines. Om aan de hand van de opgedane ervaringen te evalueren of aanpassing van het toetsingskader noodzakelijk is. 6. Over het toetsingskader zijn gesprekken geweest met Hús en Hiem. Aan de ‘erfturbinetafel’ werkt de gemeente samen met Hús en Hiem. 7. Verwezen wordt naar het antwoord onder punt 5. 8. In plaats van concrete afstand is een bandbreedte opgenomen. 9. Het plaatje en de tekst is overeenkomstig voorstel aangepast. 10. Voor wat betreft de maximale hoogte hebben wij ons te houden aan de voorwaarden die in de provinciale verordening Romte worden gesteld. Voor wat betreft de tiphoogte volgen wij de lijn van Hús en Hiem, zijnde maximaal 22 m. 11. De eis is aangepast. Daarnaast verwijzen wij naar de reactie op punt 5. 12.

Het voldoen aan wettelijke normen betekent niet automatisch dat omwonenden van een (kleine) windturbine geen hinder ervaren. Gezondheidskundig is het streven dat er zo min mogelijk (ernstige) hinder ervaren. Nu het windpark NHH nog niet in bedrijf is, is nog niet bekend is wat de gevolgen van dit windpark zijn voor de gezondheid in zijn totaliteit. Daarom kiezen we ervoor het gebied waarbinnen geen windturbines mogen worden geplaatst te vergroten tot 1700 m. Op het moment dat meer duidelijk is wat de gevolgen zijn van het betreffende windpark zullen we de omvang van het gebied heroverwegen.

4.1.5

Vertegenwoordigers agrariërs in SWF

Samenvatting 1. Eigen energievoorziening is lastig als je niet mag of kan salderen. Geadviseerd wordt om in de berekening van de energievoorziening uit te gaan van het maximaal toelaatbare voor particulieren, namelijk 3 maal 80 ampère. Op die manier is de capaciteit gemakkelijk te berekenen. Maak er maatwerk van door niet alleen te kijken naar het verleden, maar ook te kijken naar de toekomst. 2. Het voorliggende toetsingskader sluit verschillende molens uit. Maak de toetsingscriteria niet te smal waardoor sommige windmolens niet meegenomen kunnen worden. Betrek hierbij de leveranciers van de windturbines. 3. Er wordt in eerste instantie gekeken naar de mogelijkheid van het plaatsen van zonnepanelen. Wanneer, door wie en hoe wordt bepaald wanneer er wel of geen ruimte is voor zonnepanelen voordat energieopwekking door windturbines mogelijk is? Beantwoording 1. Bij de berekening van de energievoorziening is maatwerk mogelijk. 2. Ter bescherming van het landschap kiest de gemeente voor eenvormigheid van windturbines. Ze staat daarom alleen het HAT-type toe, totdat de techniek of vormgeving van VAT-types tot nieuwe inzichten leidt. 3. Iedere situatie is uniek, dit vraagt maatwerk, dus kiezen we ervoor om geen concrete regels vast te leggen voor de verhouding zon/wind. We bieden service en maatwerk via de erfturbinetafel zoals omschreven in paragraaf 3.1 van het toetsingskader.

4.1.5

Hûs en Hiem

Samenvatting 1. 2.2.3: het bijbehorende plaatje van de rotordiameter geeft de straal aan in plaats van de diameter. Dit wekt verwarring op. 2. Ambitie gevisualiseerd: verbeter de leesbaarheid bij afbeelding 2 en 3 en verwijs in de tekst naar de afbeelding 2 en 3. Nu leest het alsof je naar afbeelding 1 en 2 verwijst. Dit geldt ook voor afbeelding 4 en 5 waarbij ook 1 en 2 wordt benoemd. 3. Beeldkwaliteitscriteria 3.2

Pagina 8 van 12

O22.000147

4.

5. 6.

7.

1. Afbeelding 8 geeft een ruimtelijke en denkbeeldige rechthoek. Deze afbeelding geeft verwarring welk plaatje de voorkeur heeft. Elke boerderij heeft een bestemmingsplanvlak, daarin ga je op zoek naar de meest logische plek, hierin is het ook belangrijk om de plannen te beoordelen zonder beplanting. 2. 2: positie staat t.o.v. het historische en typologische voorerf (toevoegen van historische en typologische). Afbeelding 9 is verwarrend, wat betekent het huisje op het plaatje? 3. 6. Maximaal 20 meter. Op zich kan 20 meter prima zijn; echter maat ondergeschikt aan beeldkwaliteit. Het advies is om de harde 20 meter achterwege te laten. 4. 7. a: als je drie windturbines hebt, dan in een rij plaatsen. 5. 8. Het is van belang dat er voldoende afstand wordt gehouden van cultuurhistorisch of landschappelijke waardevolle elementen en structuren zoals dijken of karakteristieke waterlopen. 6. Bij de afbeeldingen aangegeven dat deze niet persé Noord/Zuid zijn georiënteerd. Beplanting: bij afbeelding 6 is aangegeven dat er wel groen bij geplant mag worden. Het is ook belangrijk om de plannen te beoordelen zonder beplanting: “een slechte plek kan je niet oplossen door beplanting”. Het (laten) toevoegen van extra beplanting is juridisch lastig te borgen. Wel kan er in op worden genomen dat het plaatsen van een windmolen niet ten koste mag gaan van huidige ‘groen’.

Hoofdvorm: Hûs en Hiem heeft de stelregel dat een wiek korter moet zijn dan de helft van de as, en gaat daarom uit van 15 + 7 = 22 meter. Opmaak, materialisatie en detaillering: er wordt gesteld dat alle materialen dezelfde kleur hebben, inclusief het transformatorkastje. Bij de verschillende RAL-kleuren wordt verwezen naar afb. 9, dit moet zijn afb. 12. De voorgestelde RAL-kleuren zijn lichtgrijs, dat past is sommige gevallen heel goed. Op andere plekken is een andere kleur meer passend. Hierin wordt het advies gegeven om bij kleurstelling aan te geven dat deze dusdanig zijn dat het onopvallend in de omgeving wegvalt. Ook kan er iets aangegeven worden over reclame. Deze dient ondergeschikt te zijn en onopvallend. Wat wordt verstaan onder biobased windturbines?

Beantwoording 1. De afbeelding wordt aangepast. 2. De afbeeldingen worden aangepast. 3. De afbeeldingen zijn daar waar nodig verduidelijkt en teksten daar waar nodig aangevuld. 4. De tekst is aangepast c.q. aangevuld. 5. De voorwaarde wordt aangepast. 6. De voorwaarden worden zodanig aangepast dat t.a.v. kleur, materiaal en duurzaamheid voorwaarden op hoofdlijnen worden gesteld met de mogelijkheid van maatwerk op locatie. Doel is om na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan en vaststelling van het toetsingskader praktijkervaring op te doen middels ingediende aanvragen omgevingsvergunning. Daarbij in overleg te treden met stakeholders om tot gedeelde oplossingen te komen voor de inpassing en voor de mogelijkheden voor circulaire en biobased windturbines. Om aan de hand van de opgedane ervaringen te evalueren of aanpassing van het toetsingskader noodzakelijk is. Ook ten aanzien van reclame worden voorwaarden opgenomen. 7. Biobased turbines zijn ‘turbines van hernieuwbare of recyclebare stoffen, waarbij de productie van deze stoffen onafhankelijk is van fossiele brandstof’. De definitie zal in het toetsingskader worden opgenomen. Zie verder de reactie bij punt 6.

4.1.6

Burgerforum

Samenvatting 1. In de inleiding en aanleiding worden onderwerpen en informatie gemist; deze info is essentieel om daarna ook het voorstel in zijn totaliteit te kunnen beoordelen. 2. Wanneer het door de provincie wordt toegestaan om kleine windturbines ook bij andere partijen te kunnen plaatsen zoals MKB-bedrijven, zou dit ook mogelijk moeten worden gemaakt door SWF. 3. Geadviseerd wordt om in het bestemmingsplan ook het opwaarderen van bestaande ‘dorpsmolens’ mogelijk te maken conform de mogelijkheden die de provincie biedt. 4. De verticale molens (VAT -type) worden uitgesloten, terwijl deze in sommige gevallen juist erg goed inpasbaar kunnen zijn. 5. Kijk heel goed naar het uitsluitingsgebied rondom Nij Hiddum-Houw. Wat maakt dat er voor de gekozen afstanden is gekozen? Er zijn verschillende geluiden van de burgers te horen in dit gebied.

Pagina 9 van 12

O22.000147

Sommige vinden dat het gebied verder uitgebreid dient te worden. Anderen vinden het van belang dat de bewoners in het gebied goed gehoord worden. Niet duidelijk is wanneer je omwonende bent en op welke manier je betrokken wordt. 6. De omwonendenregeling die hier geldt wanneer je als initiatiefnemer jouw buren vraagt om akkoord voor het plaatsen van een kleine windturbine is niet duidelijk en lastig uitvoerbaar. 7. Besteed ruim aandacht aan het tweede leidende principe ‘versterk zelfbeschikking van Mienskip’ en addendum 2 ‘om te werken aan acceptatie van de plannen voor duurzame energieopwekking. 8. Het burgerforum heeft vijf leidende principes opgesteld. Het forum had graag gezien dat per principe concreet wordt uitgelegd hoe hier invulling aan wordt gegeven en op welke wijze deze leidende principes worden toegepast. Nu dit niet duidelijk is stelt het forum dat er nu geen sprake is van een voldragen plan en daarmee in de huidige vorm niet doorgevoerd kan worden. Beantwoording 1. De toelichting van het bestemmingsplan en de inleiding van de beleidsregel is op een aantal punten aangevuld. Niet alle gevraagde info is bekend en daarom niet verwerkt in de documenten. 2. Wanneer de provincie het plaatsen van kleine windturbines mogelijk maakt bij andere bedrijven dan agrarische, dit door de gemeente in overweging zal worden genomen. 3.

Er zitten aanzienlijke verschillen tussen de kleine windturbines en dorpsmolens voor wat betreft de potentiële opbrengst en rentabiliteit en het effect op landschap en beeldkwaliteit. Dit vergt een andere afweging. Daarom kiezen wij ervoor het toetsingskader te beperken tot kleine windturbines. 4. Ter bescherming van het landschap kiest de gemeente voor eenvormigheid van windturbines. Ze staat daarom alleen het HAT-type toe, totdat de techniek of vormgeving van VAT-types tot nieuwe inzichten leidt. 5. Gezondheidskundig is het streven dat er zo min mogelijk (ernstige) hinder ervaren. Nu het windpark NHH nog niet in bedrijf is, is nog niet bekend is wat de gevolgen van dit windpark zijn voor de gezondheid in zijn totaliteit. Daarom kiezen we ervoor het gebied waarbinnen geen windturbines mogen worden geplaatst te vergroten tot 1700 m. Op het moment dat meer duidelijk is wat de gevolgen zijn van het betreffende windpark zullen we de omvang van het gebied heroverwegen. 6. Nu het gebied wordt vergroot naar 1700 m vervalt ook de voorwaarde dat er voor plaatsing instemming moet zijn van omwonenden. 7. Dit beleid gaat juist in op zelfbeschikking van de boer binnen de hoofduitgangspunten, met een klantgerichte maatwerk aanpak in de vorm van de erfturbinetafel. 8.

Bij het opstellen van het bestemmingsplan en het toetsingskader moet rekening worden gehouden met al het van toepassing zijnde rijks- provinciaal-, regionaal- en gemeentelijke beleid. Een weergave van al dit beleid is beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Een deel van dit beleid is tevens genoemd in de inleiding van het toetsingskader. Doel van deze weergave is om aan te geven hoe met dit beleid rekening is gehouden. Vanwege de veelheid aan beleid waarmee rekening moet worden gehouden wordt volstaan met een korte samenvatting. Dat bepaalde onderdelen hierin niet zijn genoemd wil overigens niet zeggen dat bij de opstelling van de documenten hiermee geen rekening is gehouden.

4.1.7

GGD

Samenvatting 1. Gezondheidskundig is het streven dat er zo min mogelijk mensen (ernstige) hinder ervaren. Daarom wordt geadviseerd om in plaats van de wettelijke geluidsnormen, de WHO advieswaarde voor overdag te hanteren bij het plaatsen van windturbines. Daarnaast wordt geadviseerd ook de nachtelijke geluidsbelasting zoveel mogelijk te beperken. 2. Windturbines veroorzaken trillingen door het draaien van de wieken. Het is onwenselijk dat de trillingen, dan wel het contactgeluid, hinder veroorzaken. 3. Zonlicht op windmolens kan door schaduw en weerkaatsing problemen voor omwonenden opleveren. Geadviseerd wordt op basis van eigenschappen en de plaatsing van de turbine ten opzichte van gevoelige objecten, te bepalen of er hinder door slagschaduw of flikkering kan optreden. 4. Er wordt geadviseerd de sterkte van het magnetisch veld van de kabel die een windturbine met het hoogspanningsnet verbindt, lager te laten zijn dan 0,4 microtesla op plaatsen waar kinderen langdurig verblijven.

Pagina 10 van 12

O22.000147

5. Gelet op de kenmerken van de HAT en VAT varianten verwacht de GGD dat meer voordelen vanuit oogpunt effecten op de gezondheid bij de VAT variant zijn dan bij de HAT. Geadviseerd wordt daarom het uitsluiten van de VAT varianten te heroverwegen. Beantwoording 1. In een uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 is bepaald dat het plaatsen van 3 windturbines, ongeacht de hoogte/vermogen etc., er sprake is van een windturbinepark en daarmee de regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet meer van toepassing zijn. De gemeente moet in dat geval eigen regels opstellen. Wij gaan om die reden het bestemmingsplan en het toetsingskader zodanig aanpassen dat het maximaal aantal te plaatsen kleine windturbines teruggebracht wordt naar 2. Bij het plaatsen van één of twee kleine windturbines is het Activiteitenbesluit milieubeheer wel van toepassing. Het op voorhand uitgaan van een lagere geluidsnorm dan aangegeven in dit besluit is echter niet mogelijk. Het besluit biedt nog wel de mogelijkheid om maatwerk toe te passen in de situatie waarin geluidsbelasting op de gevel van gevoelige bebouwing of op de grens van gevoelige terreinen overschreden dreigt te worden. In dat geval kunnen normen met een langere waarde voorgeschreven worden aan één of meer windturbines die een bijdrage leveren aan de geluidsbelasting ter plaatse.

Afhankelijk van de omstandigheden kan de norm zowel aan bestaande windturbines als aan de nieuw te vestigen windturbines opgelegd worden. Hier zal gebruik van worden gemaakt wanneer deze situatie zich voor zal doen. Daarnaast biedt het besluit de mogelijkheid, wanneer bijzondere lokale omstandigheden daartoe aanleiding geven, in een concreet geval een norm met een andere waarde worden voorgeschreven. Dit zal per geval worden beoordeeld. 2. In hoofdstuk 2.5 Deel 5 van het toetsingskader is de relevante wet- en regelgeving aangegeven waar minimaal aan voldaan moet worden. Wanneer hieraan wordt voldaan zijn er afdoende eisen gesteld aan onder andere sterkte-eisen voor bewegende onderdelen, draagconstructie en fundering. Hiermee wordt voorkomen dat er onwenselijke trillingen of contactgeluid ontstaat. 3. In het Activiteitenbesluit en de activiteitenregeling staan normen voor slagschaduw. Hier moet een turbine aan voldoen. Als blijkt dat er inderdaad slagschaduw optreedt dan is het verplicht om een automatische stilstand voorziening aan te brengen. Of deze verplichting wordt opgelegd moet blijken uit het rapport van een slagschaduwonderzoek dat moet worden aangeleverd als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning voor een kleine windturbine. Hiermee wordt hinder van slagschaduw voorkomen.

Om flikkering te voorkomen worden de wieken van een turbine tegenwoordig behandeld met antireflectiecoating waardoor flikkering zoveel mogelijk wordt voorkomen. 4. Uit de rapportage ‘windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden’ staat het volgende vermeld: ‘elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Door de afstand tussen de gondel/kabels en de locatie waar kinderen langdurig kunnen verblijven (woningen, scholen, kinderdagverblijven etc.) is het echter onwaarschijnlijk dat gondels/kabels substantieel aan de blootstelling bijdragen en dat kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden sterker dan 0,4 microtesla. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat de kabels van de kleine windturbines een gezondheidsrisico vormen. 5. Ter bescherming van het landschap kiest de gemeente voor eenvormigheid van windturbines. We staan daarom alleen het HAT-type toe, totdat de techniek of vormgeving van VAT-types tot nieuwe inzichten leidt.

Pagina 11 van 12

O22.000147

5.

Conclusie

De ingediende inspraakreacties leiden tot een algehele aanpassing van de beleidsregel.

Pagina 12 van 12

O22.000147

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11153990/1