Bijlage - Toelichting op Begrotingswijziging 2025 van de Kansrijke sporen
Tekst van het document
Bijlage: Toelichting op Begrotingswijziging 2025 van de Kansrijke sporen Hieronder wordt een toelichting gegeven op de voorgestelde Begrotingswijziging 2025 van de Kansrijke sporen. De toelichtingen betreffen geactualiseerde teksten vanuit het Ambtelijk Werkboek Kansrijke Sporen en vanaf het Financieel totaaloverzicht 2025-2029 van de Kansrijke Sporen. Voor het inzicht tonen de onderstaande toelichtingen de investeringen in de jaren 2025 t/m 2029 en de verwachte opbrengsten in de jaren 2025 t/m 2029. De jaren 2026 t/m 2029 komen in beeld bij de Programmabegroting 2026. De huidige voorgestelde begrotingswijziging betreft alleen de bedragen 2025. Dat zijn de hieronder geel gemarkeerde bedragen. Het college stelt voor om de begroting 2025 hierop aan te passen. Onderwerp:
Ingeschat tekort: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
Tekort BUIG (lagere uitkering Rijk) Gemeenten ontvangen van het Rijk de gebundelde uitkering inkomensvoorziening gemeenten (BUIG-budget). Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat onder gemeenten wordt verdeeld. De jaarlijkse aanpassing van het verdeelmodel van de BUIG roept jaarlijks landelijk veel vragen op en een eenduidige verklaring die aansluit bij de praktijk wordt niet gegeven door de makers van het BUIG-model. Het algemene deel van gemeente Súdwest-Fryslân is in 2024 na aanpassing van het verdeelmodel 9% lager vastgesteld. Het landelijk budget is in dat jaar gestegen met 2,6%. Verhoudingsgewijs ging Súdwest-Fryslân er meer dan 11% op achteruit. Deze trend zet door in 2025 en verder. Het verwachte tekort van € 2 miljoen wordt in zijn geheel veroorzaakt door de lagere inkomsten. Hier hebben we geen invloed op. 2025 -2.000.000 n.v.t.
2026 -2.000.000 n.v.t.
2027 -2.000.000 n.v.t.
2028 -2.000.000 n.v.t.
2029 -2.000.000 n.v.t.
We lobbyen, vanuit de commissie PSI van de VNG, samen met Rotterdam, Den Haag en Enschede voor een voorstel om binnen de huidige kaders de nadeelgemeenten tegemoet te komen. Daarnaast doen we een aanvraag voor een bijdrage uit de vangnetregeling van de BUIG. Tot slot willen we het tekort op de BUIG verminderen via de maatregelen in voorstel 6A (BUIG en Participatiebudget).
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
Bewegingsonderwijs/sportaccommodaties Bij meerdere binnensportaccommodaties speelt momenteel urgentie. Het inzicht in de benodigde bedragen vanaf 2027 moet blijken uit de Visie en Aanpak op sportaccommodaties die in december 2025 op de raadsagenda staat. 2025 -500.000 n.v.t.
2026 -500.000 n.v.t.
2027 0 n.v.t.
2028 0 n.v.t.
2029 0 n.v.t.
Voldoende en goed onderhouden sportaccommodaties dragen bij aan een gezonde en actieve leefstijl voor alle inwoners. Door te investeren in duurzame en toegankelijke sportfaciliteiten, stimuleert de gemeente beweging, sociale verbinding en een vitale mienskip. Voor onderhoud en verduurzaming van diverse sportvoorzieningen stelt het college van B&W voor om een incidenteel bedrag van € 500.000 in de begroting op te nemen voor de jaren 2025 en 2026, ook met het oog op onze wettelijke verplichting voor huisvesting van bewegingsonderwijs. Het gaat niet specifiek 1
om onderhoud alleen, maar ook om verduurzaming van alle binnensportaccommodaties. (Achterstallig) onderhoud is vooral nodig bij gymzaal Hindeloopen, zwembad en gymzaal It Rak in Sneek, zwembad De Klomp in Wommels, De Sandobbe in Koudum, gymzaal Stadsfenne in Sneek, ‘t Mingeltsje in Sibrandabuorren, MFC De Gearhing in Parrega, gymzaal Witmarsum en gymzaal Arum. Het urgente onderhoud van de overige binnensportaccommodaties (Duinterpenhal, Sneker Sporthal en Schuttersveld in Sneek en Sporthal de Middelzee in Bolsward) kan bekostigd worden uit de extra € 200.000 die via de begroting 2025 hiervoor beschikbaar is gesteld . Er zijn onvoldoende middelen voor de vervanging van de 14 kunstgrasvelden in de gemeente. Hoewel er extra middelen zijn vrijgemaakt in de begroting 2025 op basis van de Kunstgrasnota (december 2023), is dit niet genoeg door de sterk gestegen kosten van kunstgras. Ook zijn er nog wensen voor nieuwe kunstgrasvelden. Voor andere buitensportlocaties worden momenteel het onderhoud en de verduurzamingsmogelijkheden in kaart gebracht. De definitieve bedragen worden op basis hiervan vastgesteld. Het inzicht in de benodigde middelen vanaf 2027 zal blijken uit de Visie en Aanpak sportaccommodaties, die in december 2025 op de raadsagenda staat.
Onderwerp: Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
5a Reablement, empowerment, leren 2025 0 0
2026 -70.000 0
2027 PM PM
2028 PM PM
2029 PM PM
Reablement is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zijn leven en zelfredzaamheid. Het heeft als doel om mensen zo onafhankelijk mogelijk te maken van zorg. Empowerment is een bewustwordingsproces, waarbij het gaat om mensen te stimuleren hun eigen kracht te vinden en die te activeren. Concrete acties: ⁻ Plan van Aanpak Mentale Gezondheid (in ontwikkeling) ⁻ Starten met buurtgezinnen. ⁻ Uitbreiden inloopspreekuren bij de huisartsen (a la Makkum, Workum en Koudum als onderdeel van team Toegang). ⁻ Vroegsignalering breed invoeren (gebiedsteam medewerkers op locatie, bij vindplekken waaronder op PO en VO scholen; elkaar kennen, erkennen en inschakelen. ⁻ Versterken sociale basis (laagdrempelige activiteiten, ontmoeting, versterken verenigingen etc.) (onderdeel GALA en regioplan IZA) Dit jaar zijn we gestart met de voorbereiding. De incidentele investering in 2026 (in eerste instantie gepland voor 2025) is nodig voor nader onderzoek en voor een effectieve governance en samenwerkingsstructuur. Uit de nadere uitwerking komt naar voren wat het in de toekomst kan opleveren.
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: (Extra opgave BUIG) Wat gaan we doen?
6a BUIG/ participatiebudget + Extra opgave BUIG Extra uitstroom bijstand, van bijstand naar bestaanszekerheid en regie op de doorstroom via Pastiel (omBUIGplan). 2025 0 500.000 500.000
2026 0 1.500.000 500.000
2
2027 0 2.000.000 0
2028 0 2.000.000 0
2029 0 2.000.000 0
Om de uitgaven aan uitkeringen te verlagen, is het OmBUIGplan opgesteld. De belangrijkste onderdelen van dit plan zijn: ⁻ We zetten in op een doelmatige inzet van voorliggende voorzieningen door al vroegtijdig te ondersteunen bij het vinden van werk of het benutten van voorliggende regelingen, zoals de Ziektewet of een WIA-uitkering. Hiermee helpen we inwoners passende ondersteuning te krijgen en voorkomen we onnodige inzet van bijstandsvoorzieningen. ⁻ We zetten in op een specifieke aanpak voor jongeren. Dit willen we onder andere bereiken door jongeren vroegtijdig te begeleiden naar werk of een opleiding met de focus op preventie. Ook gaan we specifieke hulp aanbieden aan jongeren met schulden. ⁻ We gaan de samenwerking met Pastiel/Empatec optimaliseren en de capaciteit bij de Wurkjouwer volledig benutten. Ook willen we meer inzetten op de praktijkroute, participatieplaatsen creëren en gebruik maken van forfaitaire loonkostensubsidie voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. ⁻ We besteden extra aandacht aan ondernemendheid en ondernemerschap. Dit gaan we doen door het ondersteuningsaanbod vanuit het Bbz te herijken en de samenwerking met ketenpartners te verstevigen. ⁻ We besteden extra aandacht aan inburgeraars door o.a.
in te zetten op Proeven voor Startbanen en inburgeraars in de praktijk de taal te laten leren tijdens werkervaringsplaats of op een interne leerlijn binnen Empatec. ⁻ Om de uitstroom te verhogen, werken we organisatiebreed. Dit betekent bijvoorbeeld dat de gemeente (vanuit team HR) nog meer dan nu kijkt naar haar werkgeversrol. Het gaat dan niet alleen om reguliere vacatures, maar ook om bijvoorbeeld stages en werkervaringsplaatsen. ⁻ In samenwerking met programma Circulaire Economie en Innovatie benaderen we werkgevers in de gemeente om een bijdrage te leveren aan de uitstroom. Vanuit de arbeidsmarktopgave bewerkstelligen we een hoger matchingpercentage met de ontwikkelsectoren. Onderdelen hiervan zijn: o Convenant Sociaal Inclusief Ondernemen o Gerichte onderwijsprogramma’s (toekomstige) arbeidsmarktvraag o Project werkende jongeren zonder startkwalificatie De opbrengsten zijn gebaseerd op de hoogte van de bijstandsuitkering. In 2025 ontvangt de gemeente voor elke bijstandsgerechtigde een bedrag van € 19.063 op jaarbasis; we verstrekken als gemeente een bedrag van € 19.563. Bij het bedrag van € 500.000 in 2025 gaat het om minimaal 26 minder bijstandsuitkeringen.
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
6c WMO-voorzieningen uitbesteden Inschatting ondersteuningsbehoefte beleggen bij externe partner i.p.v. gebiedsteam. Dit betreft n.n.t.b. transformatiemiddelen. 2025 -50.000 45.000
2026 -50.000 120.000
2027 0 120.000
2028 0 120.000
2029 0 120.000
De harde voorzieningen (woningaanpassingen, trapliften, etc.) binnen de Wmo zijn een specialisme aan het worden. Dit voorstel gaat over het maken van de inschatting van de brede ondersteuningsbehoefte waaronder een harde voorziening door “het gebiedsteam”. Indien er alleen sprake is van een harde voorziening, willen we deze werkstroom beleggen bij een externe partner. Externe partners zijn meer gespecialiseerd in dit werk, waardoor we verwachten de woningaanpassingen en dergelijke efficiënter en goedkoper te kunnen leveren. De besparingen worden gerealiseerd door lagere personeelskosten, voordeliger inkoop en betere sturing op de uitgaven via contractafspraken met externe partners. Voor de voorbereiding van de uitbesteding huren we een projectleider in. De kosten van deze inhuur worden geraamd op € 100.000.
3
Onderwerp:
6i Eigen bijdrage Wmo Naar verwachting betalen inwoners vanaf 2027 weer een inkomensafhankelijke bijdrage voor Wmo-voorzieningen. Wat dat kan opleveren, is afhankelijk van de nieuwe wetgeving. Vooruitlopend op de wetsaanpassing wil de gemeente inwoners aanmoedigen zelfredzaam te zijn. Veel inwoners hebben immers voldoende financiële draagkracht om voorzieningen zelf te regelen.
2025 2026 2027 2028 2029 Investering: 0 0 0 0 0 Wat levert het op: 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 Wat gaan we doen? Zodra het wetsvoorstel eigen bijdrage door de Eerste Kamer is aangenomen, geven we in de beschikking aan dat er per 1 januari 2027 een inkomensafhankelijke bijdrage komt. Mogelijk leidt dit tot een stopzetting van voorzieningen en meer zelfredzaamheid. Daarnaast zal dan in de gesprekken die gebiedsteammedewerkers voeren voor nieuwe voorzieningen de herinvoering van de eigen bijdrage een bespreekpunt zijn. Er zal ook op de gemeentelijke website en andere kanalen uitgebreid aandacht aan worden besteed. De financiële gevolgen van deze aanpak zijn moeilijk in te schatten. Enerzijds is lastig in te schatten hoeveel mensen meer zelf willen betalen, anderzijds weten we niet wat mensen niet of minder aanvragen. We nemen daarom een bedrag van € 50.000 op. Afhankelijk van de resultaten in 2025 wordt dit bedrag bijgesteld voor volgende jaren.
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
6j Starttarief Wmo-taxipas Inwoners met een Wmo-taxipas betalen tot nu toe alle een ritbijdrage per kilometer (€ 0,24 per kilometer). Voorstel is om, net als buurgemeenten, een starttarief in te voeren. Berekening is gebaseerd op starttarief van € 1. 2025 0 0
2026 0 108.000
2027 0 108.000
2028 0 108.000
2029 0 108.000
Inwoners met een Wmo-taxipas betalen alleen een ritbijdrage per kilometer voor het gebruik van de taxi. Onze gemeente kent geen starttarief per rit. Als ze bijv. 500 meter rijden, betalen ze € 0,12, dus er wordt naar rato betaald van de kilometerbijdrage van € 0,24. De gemeente betaalt aan het taxibedrijf 6 kilometer voor een rit die minder dan 6 kilometer is. Vanaf 6 kilometer worden de daadwerkelijke kilometers betaald. Het taxibedrijf int de eigen ritbijdrage per kilometer. Onze buurgemeenten kennen wel een starttarief. Het voorstel is een starttarief voor de Wmo-taxi in te voeren. De berekening onder financiële structurele impact gaat uit van € 1,00 per rit en 108.000 ritten (inschatting op basis van historie). De eigen bijdrage per kilometer blijft ook bestaan. Er zullen waarschijnlijk minder taxiritten worden gereden, voornamelijk minder ritten korter dan 1 kilometer. De besparing kan dus groter zijn dan dit bedrag. We gaan uit van 1 januari 2026 als ingangsdatum.
4
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
6k Proces aanvraag levensonderhoud Procesoptimalisatie voor aanvragen levensonderhoud. Focus ligt op doorlooptijdverkorting, automatisering, instroombeperking, minder bewijslast, efficiëntere teamindeling, en aansluiting op Participatiewet in Balans. Dit zal uitvoeringskosten verlagen en dienstverlening mensgerichter maken. 2025 -150.000 150.000
2026 -100.000 300.000
2027 -100.000 450.000
2028 0 450.000
2029 0 450.000
In 2019 startte een procesoptimalisatie voor aanvragen levensonderhoud, gevolgd door een Leantraject in 2021. Aanbevelingen zijn deels uitgevoerd, maar verdere verbeteringen zijn mogelijk. Focus ligt op doorlooptijdverkorting, automatisering, instroombeperking, minder bewijslast, efficiëntere teamindeling, en aansluiting op Participatiewet in Balans. Dit zal uitvoeringskosten verlagen en dienstverlening mensgerichter maken. De besparing wordt gerealiseerd door minder inzet van personeel. Bij het proces aanvraag levensonderhoud zien we dat een versnelling op de ombuiging mogelijk is en hiermee al tot financiële voordelen leidt in 2025.
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
7d Beheersmaatregelen Jeugd: Zorgboerderijen Er worden zorgboerderijen ingezet als passende onderwijsplek. We zien dat zorgboerderijen in de praktijk alle kosten bij de gemeente declareren als zorg. Leerlingen die op een zorgboerderij zitten ter vervanging van onderwijs moeten terug naar school. Als dit voor bepaalde leerlingen niet mogelijk is, dient er een gezamenlijke financiering door onderwijs en gemeente te worden afgesproken. 2025 -50.000 0
2026 0 500.000
2027 0 500.000
2028 0 500.000
2029 0 500.000
Gebiedsteammedewerkers voorkomen zoveel mogelijk inzet van een zorgboerderij als onderwijsplek. Hoewel de gemeente per jaar meer besteedt aan zorgboerderijen dan bovenstaande bedragen, wordt een besparing van € 500.000 op dit moment beschouwd als ambitieus en tegelijkertijd realistisch. Wij geven geen geld specifiek aan onderwijs op zorgboerderijen uit. Wij betalen de totale kosten van de inzet van de zorgboerderij / dagopvang. Ook als daarnaast dus onderwijs plaatsvindt. De inzet per dagopvang / zorgboerderij kost per leerling gemiddeld € 90.000 per jaar. Een uitgebreidere toelichting staat in de beantwoording van de technische vragen van de FNP over de Voorjaarsnota (raadsvergadering 8 mei 2025). De gevraagde investering is nodig voor de tijdelijke inhuur van expertise.
5
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
7f Samenwerking bewindvoering In convenanten tussen gemeente en bewindvoerders worden diverse afspraken vastgelegd om de samenwerking te stroomlijnen, bijvoorbeeld over instroom, uitstroom en nazorg. 2025 0 20.000
2026 0 50.000
2027 0 100.000
2028 0 150.000
2029 0 150.000
Aanstellen van een projectleider/kwartiermaker voor het opzetten van een samenwerking met bewindvoerders door o.a. het: ⁻ Vastleggen van convenanten met afspraken over de instroom, doorstroom, uitstroom en nazorg; ⁻ Opzetten van een gezamenlijke overlegstructuur; ⁻ Op elkaar afstemmen en aanpassen van werkprocessen (integrale dienstverlening); ⁻ Inzetten van een aanbod (zoals Plinkr Nazorg) voor het ontzorgen van bewindvoerders bij het bevorderen van zelfredzaamheid van inwoners die onder bewind staan. Buiten de samenwerking met bewindvoerders kunnen ook andere initiatieven ingezet worden om het gebruik van schuldenbewind te verlagen, zoals: ⁻ Informeren van doorverwijzende partijen en faciliteren met behulp van een afwegingskader bewind; ⁻ Inzetten vroegtijdige (online) hulp, zoals Geldfit.nl; ⁻ Implementeren van een bestandskoppeling tussen lopende toekenningen van bijzondere bijstand voor bewind en lopende schuldentrajecten. ⁻ Aanbieden van een laagdrempelig financieel gesprek bij o.a. instroom of uitstroom uitkering om preventief schuldenproblematiek te voorkomen. De kosten die gemaakt worden zijn gedekt binnen het Krediet Schuldhulpverlening. Er zijn voor dit kansrijke spoor bij nader inzien geen extra middelen nodig.
Er is een bestedingsplan vastgesteld bij het Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening 2025-2026, dat in december 2024 aan de raad gestuurd is als actieve informatie.
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
8b Nota kostenverhaal Aanpassen van de Nota Kostenverhaal. Hiermee kan de doorberekening van gemaakte kosten, op wijks- en bovenwijks niveau, aan ontwikkelaars worden verhoogd. 2025 -50.000 0
2026 -30.000 0
2027 -30.000 150.000
2028 0 300.000
2029 0 300.000
Door de Nota Kostenverhaal aan te passen: 1. Maakt de gemeente een efficiëntieslag om ontwikkelaar substantieel te laten bijdragen aan projecten van algemeen nut. Jaarlijks worden er woningen en bedrijven toegevoegd aan de gemeente. Het idee is dat het programma dat door ontwikkelaars wordt toegevoegd ook bijdraagt aan projecten van algemeen nut. Hiertoe is een Nota Kostenverhaal opgesteld. De bedoeling van de Nota Kostenverhaal is dat gemeentelijke kosten naar verhouding in rekening worden gebracht bij ontwikkelaars. De gemeentelijke kosten worden bepaald door een lijst met projecten op kosten te zetten. 6
2. Is de Nota Kostenverhaal weer Omgevingswetproof Op dit moment is de Nota Kostenverhaal ingehaald door de omgevingswet en wordt deze niet volledig benut. We zien, ook kijkend naar andere gemeenten dat er mogelijkheden liggen het verhaal van kosten te verhogen. Hiermee kan naar verwachting een sprong van € 300.000 per jaar worden gemaakt. 3. Kunnen de gemeentelijke kosten in de toekomst verhaald worden Het invoeren van de aangepaste Nota Kostenverhaal kost tijd. Daarnaast kunnen de gemeentelijke kosten pas later verhaald worden. Dit komt doordat er al bestaande overeenkomsten zijn met afspraken met ontwikkelaars. De Nota Kostenverhaal vindt alleen plaats als er daadwerkelijk woningen en bedrijven worden gecreëerd. De opbrengsten zijn dus volledig afhankelijk van deze markt. Alleen op de hoogte van de te verhalen kosten is te sturen, minder of niet op het aantal woningen en bedrijventerreinen dat gerealiseerd worden. 4. Woningbouwplannen worden iets minder haalbaar Met het invoeren van de aangepaste Nota Kostenverhaal moeten we de afweging maken over welk belang het zwaarste weegt, de financiële bereikbaarheid voor de inwoner of het daadwerkelijk verhalen van de kosten, op wijks- en bovenwijks niveau. De benodigde middelen voor 2025 zijn nodig voor het opstellen en implementeren van nieuw beleid, interne uren en inhuur.
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
9a Inzet vrije beleidsruimte in taakveld Economische Ontwikkeling Vanuit budget Programma Werk en budget Economische Zaken structureel besparen. 2025 0 60.000
2026 0 50.000
2027 0 50.000
2028 0 40.000
2029 0 40.000
In komende jaren kan door invulling van Regiodeal programma extra inzet van capaciteit georganiseerd worden en daardoor extra inzet op leer-werk projecten in samenwerking met Onderwijs en Ondernemers in voor SWF belangrijke sectoren. Ook werken we aan versterken van het MKB en aan een circulaire economie. Gelet op de bijkomende middelen vanuit het Rijk en de incidentele bijdrage van 2 ton in 2025 ligt er enige ruimte om structureel te besparen. In het afgelopen jaar is met name binnen het programma werk budget nog een onderbesteding geweest vanwege capaciteitstekort op beleid en uitvoering. De verwachting is dat we de komende jaren, mede ook door de regiodeal meer kunnen gaan oppakken. Daarom loopt de mogelijke besparing in de jaarschijven iets af.
7
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
11d Bestrijding eikenprocessierups stoppen (lager onderhoudsniveau) Bestrijding eikenprocessierups stoppen (lager onderhoudsniveau). 2025 0 0
2026 0 30.000
2027 0 30.000
2028 0 30.000
2029 0 30.000
Na een explosieve stijging van de nesten in de periode 2018-2021 is de eikenprocessierups momenteel redelijk onder controle. Hierdoor kunnen we naar een lager onderhoudsniveau en is minder budget nodig. De boomeigenaar is wettelijk verplicht om de nesten te verwijderen, daar waar aantoonbaar letsel te verwachten is of waar al letsel is opgetreden. Dit is een zorgplicht in het kader van artikel 6:162 BW om te voorkomen dat zijn bezit schade veroorzaakt aan een ander. Dit houdt in dat er een klein deel van het budget behouden moet blijven voor meer incidentele bestrijding. Dit jaar is het werk nog uitgezet naar een externe partij. De opbrengst kan dan vanaf 2026 worden ingeboekt.
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
12a Meer benutten van subsidiemogelijkheden Betreft meer subsidiemogelijkheden vanuit Europa, Rijk, provincie en derden, o.a. vanuit Public Affairs-lobby. 2025 -50.000 150.000
2026 -100.000 200.000
2027 -100.000 300.000
2028 -100.000 400.000
2029 -100.000 400.000
We stellen voor met ingang van 2025 jaarlijks een gemiddeld structureel bedrag op te nemen in de begroting. De administratieve verwerking gaat via tijdschrijven van subsidiabele uren door de medewerkers. Met de huidige inzet verwachten we dat de opbrengst naar structureel € 150.000 € 200.000 gaat. Met de inzet van een extra projectadviseur verwachten we de opbrengst verder te kunnen verhogen naar uiteindelijk structureel € 400.000 per jaar. Deze medewerker kan zich richten op verscheidene subsidies, vooral op de Europese subsidies en de structuurfondsen. Hier liggen nog veel kansen.
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
12c Inzet deels vrije beleidsruimte in hoofdtaakveld Bestuur Besparen op representatiekosten, reiskosten, minder bestuurlijke samenwerking, contributies/lidmaatschappen college. 2025 0 29.000
2026 0 29.000
2027 0 29.000
2028 0 29.000
2029 0 29.000
Het is belangrijk dat het bestuur (college) het signaal afgeeft zuinig te zijn met de beperkte middelen. Daarom wordt deze besparing al vanaf 2025 ingeboekt. Door een aangenomen (overgenomen) motie gaat het college ook onderzoek doen naar een mogelijke besparing op bestuurlijke samenwerking. Daar kan voor 2025 nog geen besparing worden ingeboekt. De omvang van mogelijke besparingen moet eerst worden onderzocht. Vervolgens kan er mogelijk een besparing voor 2026 e.v. worden ingeboekt.
8
Onderwerp:
Investering: Wat levert het op: Wat gaan we doen?
16h Inzetten van nieuwe technologie ten behoeve van verbeteren dienstverlening en inzet personeel Met behulp van nieuwe technologie zijn processen en werkzaamheden te verbeteren en efficiënter te maken. Dit vraagt in eerste instantie om een solide basis waarvandaan de technologie zich verder kan ontwikkelen (o.a. AI en robotisering). Het zal renderen in kwaliteit en een verminderde inzet van personeel. 2025 -800.000 0
2026 -900.000 675.000
2027 -900.000 2.000.000
2028 -900.000 2.850.000
2029 -900.000 2.850.000
Een verdere digitalisering van werkprocessen op velerlei vlakken biedt kansen en een belangrijke randvoorwaarde hiervoor is dat de “Basis op orde” gebracht wordt. Het is noodzakelijk om het ICT fundament verder te verstevigen om de continuïteit van de ICT-dienstverlening veilig te stellen, aan wettelijke eisen te kunnen blijven voldoen en een solide basis te bieden voor het realiseren van de kansrijke vernieuwingen. De formatie-ontwikkeling is de laatste jaren achtergebleven bij de groei van de organisatie, de groei en intensivering van het gebruik en de vele (technische) ontwikkelingen. Het applicatielandschap en datalandschap is op onderdelen verouderd en we zien dat de toenemende cyberdreiging leidt tot een toename van informatiebeveiligingsrisico’s. Dit vraagt voldoende incidentele en structurele middelen en een slimme aanpak om zowel aan het fundament te blijven bouwen en daarnaast beheerst te werken aan gewenste innovatie. In de huidige digitale samenleving is het essentieel voor gemeenten om technologie optimaal te benutten om aan de groeiende verwachtingen van de inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen te voldoen. Daarnaast moeten we in een complexer wordend ICTlandschap de continuïteit van onze informatievoorziening verbeteren en borgen en blijven voldoen aan de wettelijke vereisten.
Voorbeelden van wettelijke eisen zijn NIS2, de EU-brede wetgeving inzake cyberbeveiliging en de EU-brede AI-verordening. De gemeente Súdwest-Fryslân staat voor een belangrijke uitdaging op het gebied van digitale transformatie. Om de kansen van digitalisering optimaal te benutten, moeten er de aankomende jaren aanzienlijke investeringen worden gedaan in digitale infrastructuur, AI- en robotiseringstechnologieën, opleiding van personeel en cyberbeveiliging. Deze investeringen zullen niet alleen de efficiëntie van de organisatie verhogen, maar ook de dienstverlening aan de burger verbeteren. Maar zoals gezegd, de basis moet eerst op orde om überhaupt onze huidige dienstverlening en werkzaamheden te kunnen waarborgen. Dit zorgt voor een vliegwieleffect op de inzet van nieuwe technologie. Zie voor een uitgebreidere toelichting de bijlage bij het investeringsspoor 16H in het Werkboek Kansrijke sporen.
9