Bijlage - Sneek - Het Perk-Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Sneek - Het Perk
Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:
Sneek - Het Perk bestemmingsplan NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw vastgesteld
Datum: Projectnummer:
17JA035
Opdrachtgever:
Opsteller:
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl
Sneek - Het Perk
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Stukken bij het plan 1.3 Ligging en begrenzing plangebied 1.4 Vigerend bestemmingsplan 1.5 De bij het plan behorende stukken 1.6 Leeswijzer
3 3 3 3 5 5 6
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Geschiedenis 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie
7 7 8 10
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Friesland 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 16 18
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieuzonering 4.2 Geur 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie en Cultuurhistorie 4.10 Kabels en leidingen 4.11 Verkeer / parkeren 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
25 25 26 27 30 34 35 39 40 44 47 48 49
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek
51 51
Hoofdstuk 6
52
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
53 53 53
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
2
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de zuidwestzijde van de stad Sneek in de wijk Lemmerweg West bevindt zich aan Het Perk een voormalige school- en bedrijfslocatie. De school Friese Poort en een autogarage hebben de locatie verlaten waarna het plangebied al geruime tijd braak ligt. De eigenaar is voornemens om de locatie te herontwikkelen tot een woongebied. De herontwikkeling is echter niet mogelijk binnen de kaders van het ter plaatse geldende bestemingsplan 'Tinga'. De gemeente Súdwest-Fryslân beschouwt een herontwikkeling naar wonen op grond van de voorgestelde stedenbouwkundige opzet als een ontwikkeling die ruimtelijk en functioneel past bij de kenmerken van de omgeving van het plangebied. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch planologisch kader. Tevens wordt hierin aangetoond dat het plan uitvoerbaar is en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Stukken bij het plan
Het bestemmingsplan Sneek - Het Perk bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting: - Bijlage 1 Stedenbouwkundig ontwerp - Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan Het Perk, Sneek - Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek (voormalige schoollocatie) - Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek - Bijlage 5 Akoestisch onderzoek (wegverkeerslawaai) - Bijlage 6 Addendum akoestisch onderzoek (appartementengebouw) - Bijlage 8 Externe veiligheid - Bijlage 9 Saldo verhard oppervlak - Bijlage 10 Quickscan flora en fauna - Bijlage 11 Stikstofdepositie - Bijlage 12 Archeologisch onderzoek - Bijlage 13 Verkeersmodel 2030 regels; bijlagen bij de regels: Bijlage 1 Lijst beroepen en bedrijven aan huis Bijlage 2 Uitvoering dove gevels en hogere grenswaarden geluid Bijlage 3 Geluidswerende voorzieningen Bijlage 4 Geluidwerende voorzieningen appartementengebouw verbeelding;
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
Ligging Het plangebied is gelegen aan de zuidwest zijde van de stad Sneek. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de stad Sneek en de directe omgeving weergegeven.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
3
Figuur 1.1: ligging plangebied (bron: PDOK) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied van Het Perk te zien is. Het plangebied ligt tussen de woonstraten Het Perk, Westhemstraat en Pripperstraat. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan een vaart (aftakking van de Geeuw (Geau)) met daarachter de Stadsrondweg-Zuid. De Stadsrondweg (ter plaatse van het plangebied aangeduid als N7) is een onderdeel van de Rijkssnelweg A7 tussen Groningen en Amsterdam.
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: Globespotter)
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
4
1.4
Vigerend bestemmingsplan
In 2009 is voor de wijken Lemmerweg Oost en West een nieuw bestemmingsplan vastgesteld, bestemmingsplan 'Lemmerweg Oost en - West'. Echter is het huidige plangebied hier destijds buiten gelaten omdat het plangebied (op korte termijn) ontwikkeld zou worden waarvoor een apart bestemmingsplan zou worden vastgesteld. Voor het plangebied geldt daarom nog het bestemmingsplan 'Tinga'. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Sneek vastgesteld op 26 augustus 1969. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.
Figuur 1.3: uitsnede bestemmingsplan 'Tinga'. Plangebied aangegeven met een stippellijn (bron: gemeente Súdwest-Fryslân) Voor het noordwestelijk deel van het plangebied (links in figuur 1.3) geldt nu de bestemming 'Bijzondere doeleinden'. Op basis van de regels zijn hier scholen, kerken en verenigingsgebouwen toegestaan. Voor het zuidoostelijke deel geldt de bestemming 'Eengezinshuizen in gesloten bebouwing met bijbehorende erven'. Binnen deze bestemming zijn woningen met bijbehorende tuinen toegestaan. Binnen de bouwblokken zouder er momenteel circa 35 tot 40 woningen binnen het plangebied gerealiseerd kunnen worden. Het geldende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om het woningbouwplan te realiseren. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk. Naast het bestemmingsplan 'Tinga' geld voor het plangebied ook het 'Parapluplan parkeernormen SWF' dat is vastgesteld op 8 november 2018. Dit plan bevat de gemeentelijke parkeerregeling en geldt voor de hele gemeente Súdwest-Fryslân.
1.5
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige bestemmingsplan 'Sneek - Het Perk' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
5
1.6
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
6
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Geschiedenis
Het plangebied ligt in de wijk Lemmerweg-West. In de historische kaart van 1950 (figuur 2.1) is te zien dat de omgeving van het plangebied voor 1970 nog onderdeel uitmaakte van de polder buiten de stadsgrenzen van Sneek. De Lemmerweg (doorgaande weg ten oosten va het plangebied) bestond in die tijd al wel. De wijk Lemmerweg-West en Lemmerweg-Oost zijn in de jaren 70 van de vorige eeuw aangelegd aan weerszijden van de doorgaande weg richting Lemmer. Tegelijkertijd is ook de zuidelijke rondweg aangelegd, destijds de rand van de stad. Vanaf de jaren 80 is Sneek verder richting het zuiden uitgebreid.
Figuur 2.1: historische kaarten met in het rood het plangebied. Links 1950; recht 1980 Het plangebied bestaat momenteel uit braakliggende terrein. Voorheen bevond zich ter plaatse een schoolgebouw en een autogarage. Op de navolgende luchtfoto uit 2008 zijn deze nog zichtbaar. Het plangebied is daarin rood omkaderd. Een aftakking van het water van de Geeuw evenwijdig aan de N7 was destijds nog niet gegraven.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
7
Figuur 2.2: luchtfoto uit 2008. Het plangebied rood omkaderd met de inmiddels gesloopte bebouwing (bron: Globespotter)
2.2
Huidige situatie
Zoals aangegeven ligt het plangebied momenteel braak. Aan omliggende woonstraten Het Perk, Pripperstraat en Westhemstraat bevinden zich rijwoningen uit de jaren 70. Voor het grootste deel betreffen dit sociale huurwoningen van een woningcorporatie. Ten zuiden van de N7 bevinden zich diverse wijkvoorzieningen waaronder een supermarkt, buurtcentrum en diverse sportverenigingen. Deze zijn bereikbaar via de brug over aan de N7 aan de Westhemstraat/Molenkrite. De aanwezige brug met de naam Dúvelsrak is goed zichtbaar vanuit het plangebied. Het betreft een markant ontwerp en een herkenningspunt voor de omgeving. Op de onderstaande luchtfoto is de brug links bovenaan te herkennen. Direct ten zuiden van het plangebied is een vaart gegraven. Dit is een verbindingswater langs de N7 tussen De Geeuw en de Wâldfeart.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
8
Figuur 2.3: vogelvluchtfoto van het plangebied (bron: Globespotter)
Figuur 2.4: zicht op plangebied vanaf Het perk richting N7 en Pripperstraat (bron: Globespotter)
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
9
Figuur 2.5: zicht op plangebied vanaf Pripperstraat (bron: Globespotter)
Figuur 2.6: nabijgelegen houten brug Dúvelsrak over de N7 (bron: Globespotter)
2.3
Toekomstige situatie
Voor de locatie Het Perk is een stedenbouwkundig plan ontwikkeld dat bestaat uit 3 verschillende deelgebieden/woningtypen. Het woningbouwprogramma bestaat uit: 64 grondgebonden rijwoningen; 24 grondgebonden waterwoningen; 28 appartementen in een woongebouw.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
10
Figuur 2.7: toekomstige situatie (bron: Achterbosch Architecten) Langs het water worden 24 geschakelde woningen gerealiseerd. De woningen staan aan de achterzijde letterlijk aan de waterrand en beschikken aan die zijde over een terras. Aan de voorzijde bestaat de mogelijkheid om op eigen terrein te parkeren. In het gebied tussen de waterwoningen en de bestaande woonwijk worden in 8 bouwblokken 64 rijwoningen gerealiseerd. Hierbij wordt aangesloten bij het bestaande stratenpatroon en de bouwblokken van de directe omgeving. De kavels hebben een oppervlakte van circa 300 m². Het is mogelijk de woningen levensloopbestendig uit te voeren door alle functies op de begane grond te creëren. Aan de zuidoostzijde, nabij de houten brug over het water en de N7, wordt een woongebouw gerealiseerd ten behoeve van 28 sociale huurappartementen. Het woongebouw bestaat uit twee geschakelde bouwdelen van 3 en 4 bouwlagen. Het woongebouw, gelegen langs het water, is in vormgeving een directe verwijzing naar historische pakhuizen. Daarnaast komt een fietsenstalling en een bijgebouw met bergingen ten behoeve van de appartementen. Het volledige stedenbouwkundig ontwerp is opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting.
Figuur 2.8: visualisaties toekomstige situatie (bron: Achterbosch Architecten) Beeldkwaliteit Voor het plangebied is het beeldkwaliteitsplan Het Perk, Sneek opgesteld. In het beeldkwaliteitsplan zijn kaders opgenomen ten aanzien van de gebouwen en de openbare ruimte. Voor de gebouwen zijn kaders opgesteld ten aanzien van oriëntatie, typologie van
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
11
bebouwing, hoofdvorm, geluidswerende maatregelen, tuinafscheidingen en materiaal. Het beeldkwaliteitsplan wordt tegelijk met dit bestemmingsplan vastgesteld en gaat onderdeel uitmaken van het gemeentelijk welstandsbeleid. In Bijlage 2 van deze toelichting is het beeldkwaliteitsplan opgenomen. Groen In het plan is een speelveld van minimaal 100 m2 opgenomen in het hart van het plan. Hier kunnen kinderspeeltoestellen geplaatst worden. Tussen de waterwoningen worden openbare natuurlijke oevers gemaakt. Rondom het appartementengebouw wordt groen aangelegd in de vorm van een bosplantsoen aan de oostzijde, en hagen rondom de parkeerplaatsen. Op diverse plekken worden langs de nieuwe woonstraten bomen aangeplant. Verkeer en parkeren Haaks op Het Perk en evenwijdig aan de Pripperstraat worden twee nieuwe woonstraten aangelegd. Deze komen beide uit op een nieuwe straat die wordt aangelegd langs de waterwoningen. Via een inrit vanaf Het Perk zijn de parkeerplaatsen bij het appartementengebouw te bereiken. De nieuwe straten zijn (exclusief parkeren en voetpaden) circa 5 meter breed. Langs alle nieuwe straten worden parkeerplaatsen en een voetpad aangelegd. Tussen de tuinen behorend bij de rijwoningen wordt een achterpad/steeg gerealiseerd zodat de rijwoningen ook via de achterzijde bereikbaar zijn. De woningen in de wijk zullen worden ontsloten via de bestaande infrastructuur.
Voor het autoverkeer zijn er twee hoofdroutes naar de Ovatonde: de kruising van de N7 met de Lemmerweg. De zuidelijke route gaat via de brug over de N7 langs een wijkcentrum en een supermarkt. De noordelijke route gaat via de Lemmerweg naar de Scherhemstraat de wijk in. In paragraaf 4.11 wordt hier nader op ingegaan.
In het hele plangebied worden 226 parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeerplaatsen worden verdeeld over het plangebied aan de openbare straten aangelegd. De waterwoningen beschikken over twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Bij het appartementengebouw is een parkeerterrein met 33 parkeerplaatsen. Daar is tevens ruimte voor een fietsenstalling voor de gebruikers van het appartementengebouw.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
12
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft richting voor keuzes, inspireert, stelt kaders en zorgt voor een integrale aanpak van strategische opgaven in de fysieke leefomgeving. Vier prioriteiten staan daarbij centraal: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI stelt een integrale aanpak voor, waarbij samengewerkt wordt met andere overheden en maatschappelijke organisaties. De opgaven rond wonen, klimaat, energie, circulaire economie, verkeer en vervoer en landbouw zijn zo groot en ingewikkeld dat meer sturing vanuit het Rijk nodig is. Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. De NOVI maakt hierbij gebruik van drie afwegingsprincipes: 5. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 6. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 7.
afwentelen wordt voorkomen. Het rijk heeft de volgende inhoudelijke keuzes vastgelegd in de NOVI: een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; de transitie van de energievoorziening, bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor de omgevingskwaliteit; de transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland; hiermee stuurt het rijk op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit; concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en behoud van de openheid van het landschap; herindeling van het landelijk gebied in evenwicht met natuur en landschap. Werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw. Met het voorliggende bestemmingsplan worden geen rijksbelangen geraakt. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
13
aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Het plangebied betreft een braakliggend terrein binnen de stad Sneek. Het bestemmingsplan laat in het plangebied momenteel stedelijke functies toe (wonen en maatschappelijk functies zoals scholen of kerkgebouwen. De locatie wordt aan alle zijden omgeven door stedelijke functies. Gesteld kan worden dat de locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Gezien de grootte van de ontwikkeling (aantal woningen en ruimtebeslag) en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die hierover is ontstaan, is deze ontwikkeling aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dient het plan getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Toets Kwantitatieve behoefte De provincie Fryslân en de regio Zuidwest Friesland (bestaande uit de gemeenten Súdwest Fryslân en de Fryske Marren) hebben in januari 2018 woonafspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering in de regio.
Daarbij zijn op basis van een raming van de actuele regionale behoefte regionaal afspraken gemaakt over de hoeveelheid woningen die gemeenten in de komende jaren mogen bouwen voor de periode 2016 - 2026. Er is afgesproken dat de gemeente Súdwest Fryslân tot 2026 1.590 woningen mag bouwen. Daarboven is een flexibiliteitsafspraak gemaakt van 20% planologisch overprogrammeren. Dat komt neer op een plancapaciteit van ongeveer 1900 woningen. De gemeente heeft de afspraken uitgewerkt in een woningbouwprogramma. Op dit moment beslaat het aantal woningen in harde plannen circa 1.400 tot 1.450 woningen. Het toevoegen van 138 woningen past dus binnen de plancapaciteit. Overigens laat het nu geldende bestemmingsplan in een gedeelte van het plangebied eengezinswoningen toe. Planologisch bestaat er nu de mogelijkheid voor circa 35 tot 40 woningen. Per saldo betekent dat een toevoeging van 81 tot 86 woningen. Geconcludeerd kan worden dat er voor het plan sprake is van een actuele regionale behoefte. Kwalitatieve behoefte In de woonvisie van de gemeente Súdwest Fryslân staat beschreven dat de voorraad sociale huurwoningen de komende jaren zal moeten groeien. De wachttijd en het aantal reacties per vrijkomende woning ligt ver boven het gemiddelde van de gemeente SWF. Vooral in het segment appartementen is de druk hoog. Hierover zijn afspraken gemaakt met de woningbouwcorporaties.
In het woningbouwprogramma ligt daarnaast het accent op seniorenhuisvesting, starters, betaalbaarheid en duurzaamheid. Met de realisatie van het appartementengebouw wordt voorzien in de behoefte aan sociale huurwoningen. De appartementen zijn gelijkvloers en het gebouw is voorzien van een lift. Daarmee zijn de 28 appartementen geschikt voor senioren. De percelen voor de rijwoningen hebben een oppervlakte van circa 300 m². Deze woningen kunnen eveneens levensloopbestendig worden uitgevoerd met een compleet woningbouwprogramma op de begane grond. Dit betreffen woningen in de sociale huursector en zijn onder andere gericht op starters. De 24 waterwoningen richten zich vooral op de duurdere sector. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er behoefte is aan de realisatie van nieuwe woningen in Sneek. Aangezien het plan binnen bestaand stedelijk gebied is gelegen en de behoefte is aangetoond kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en inpassingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen:
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
14
8. rijksvaarwegen; 9. mainportontwikkeling Rotterdam; 10. kustfundament; 11. grote rivieren; 12. Waddenzee en waddengebied; 13. Defensie 14. hoofdwegen en landelijke spoorwegen 15. elektriciteitsvoorziening; 16. buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 17. ecologische hoofdstructuur; 18. primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 19. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 20. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 21. Ruimtereservering parallel Kaagbaan. Het voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze zijn benoemd in het Barro. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het Barro. 3.1.4
Water
Europees en Rijksbeleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Súdwest-Fryslân in het stroomgebied van de Rijn Noord valt. In het stroomgebiedbeheerplan van de Rijndelta staan de doelen en bijbehorende maatregelen om een goede toestand van oppervlakte- en grondwater te bereiken. Waterwet De Waterwet (december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan.
Wet ruimtelijke ordening en de Watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder (zie paragraaf 4.7). Nationaal Waterplan 2016-2021 Onderdeel van de bovengenoemde Waterwet is het zesjaarlijkse Nationaal Waterplan. Dit plan is de opvolger van de 4e Nota Waterhuishouding (2009) en heeft de status van structuurvisie binnen de Wet ruimtelijke ordening. In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven.Ook maken de (vier) stroomgebiedsbeheersplannen (SGBP's) onderdeel uit van het Nationaal Waterplan. Zo ontstaat er een heldere koppeling tussen Europees beleid (o.a.
de Kader Richtlijn Water) en Rijksbeleid.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
15
Duurzaam waterbeheer is het devies van het Nationaal Waterplan. Gemeenten hebben hierin specifieke taken op het gebied van omgaan met afvalwater, hemelwater en grondwater. Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord.
Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de Kaderrichtlijn Water. De belangrijkste doelen en taken zijn: 1. het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; verbetering van de waterkwaliteit. Met het plan is rekening gehouden met het Europees en Rijksbeleid voor water. Zie hiervoor de waterparagraaf (4.7).
3.2
Provinciaal beleid Friesland
3.2.1
Omgevingsvisie 'De Romte Diele'
De Omgevingsvisie is een van de nieuwe instrumenten uit de Omgevingswet. De visie omvat het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving op een hoog abstractieniveau, voor de lange termijn en is op 23 september 2020 vastgesteld. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20/30 jaar uit ziet. In de visie is aangegeven waar de provincie heen wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Hoe dit gestalte moet krijgen is niet precies aangegeven. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma's, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De visie vervangt het strategisch beleid uit het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterbeheerplan en het Verkeers- en Vervoersplan. Bovendien is de provinciale Natuurvisie, die bestaat sinds de Natuurbeschermingswet (2017) is vereist, hierin opgenomen. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
16
Figuur 3.1: schematische weergave opbouw omgevingsvisie (bron: provincie Fryslân.nl)
Het plan Het Perk in Sneek geeft invulling aan een braakliggende inbreidingslocatie binnen stedelijk gebied. Met het stedenbouwkundig plan wordt nadrukkelijk een koppeling gelegd met de bestaande kwaliteiten in de directe omgeving zoals het water en de herkenbare brug Dúvelsrak. Het nieuwe appartementengebouw krijgt een stadse uitstraling die naast een woonfunctie een baken vormt langs de A7/N7. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen de inhoudelijke principes van de provincie Fryslân. 3.2.2
Verordening Romte Fryslân 2014
Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De verordening is in werking getreden op 1 augustus 2014. De verordening uit 2011 is hiermee integraal herzien. Op 18 februari 2015 is de 1e partiële herziening van de verordening (Romte foar Sinne) en op 21 februari 2018 is de wijzigingsverordening 'Verordening Romte Fryslân 2014' vastgesteld. Deze wijzigingsverordening is op 28 maart 2018 inwerking getreden. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het buitengebied en het stedelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het buitengebied.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
17
Figuur 3.1: begrenzing bestaand stedelijk gebied verordening (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het plangebied is gelegen binnen het stedelijk gebied van de stad Sneek. Hier kunnen stedelijke functies zoals woningen worden toegevoegd. In artikel 3 van de verordening is bepaald dat een nieuw ruimtelijke plan voor woningbouw in overeenstemming moet zijn met een woonplan, dat de schriftelijk instemmen van gedeputeerde Staten heeft. In paragraaf 3.3.2 is beschreven dat de nieuwe woningaantallen in overeenstemming zijn met de regionale woningbouwafspraken die zijn afgestemd met de provincie Friesland. Daarmee is het plan in overeenstemming met de provinciale verordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 1.0 `Oars tinke yn Súdwest' (2021)
De gemeenteraad heeft op 29 april 2021 de Omgevingsvisie 1.0 'Oars tinke yn Súdwest': samenwerken aan een gezonde leefomgeving' vastgesteld. De Omgevingsvisie 1.0 voldoet aan de artikelen 4.9 en 4.10 van de Invoeringswet Omgevingswet. In de overgangswetgeving Omgevingswet, krijgt een structuurvisie op basis van de Wro automatisch de status van een Omgevingsvisie op basis van de Omgevingswet wanneer deze van kracht wordt. Deze visie is tot stand gekomen met de inwoners en ketenpartners van Súdwest Fryslân. De Omgevingsvisie 1.0 schetst de hoofdlijnen van de ontwikkelingsrichting voor de woonwerk- en leefomgeving op de langere termijn. De Omgevingsvisie helpt om keuzes te maken bij ontwikkelingen die de fysieke leefomgeving beïnvloeden en nodigt uit tot ontwikkelingen. Met deze Omgevingsvisie kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest Fryslân passen. De Omgevingsvisie 1.0 bestaat uit vijf thema's: 1. Gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving; 2. Sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap; 3. Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden; 4. Vitaal en aantrekkelijk landschap; 5. Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief. In de Omgevingsvisie 1.0 is een koppeling gelegd met de 17 duurzame ontwikkeldoelen (Sustainable Development Goals) zoals die wereldwijd worden gehanteerd.
De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie 1.0 de kaders op hoofdlijnen voor toekomstige
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
18
ontwikkelingen vastgesteld. De maatregelen om de vastgestelde thema uit te kunnen werken worden beschreven in, samen met de ketenpartners, op te stellen omgevingsprogramma's. Dit om de ambities uit de Omgevingsvisie 1.0 dichterbij te brengen. Het College van B&W stelt de omgevingsprogramma's vast. Zoals in de themaonderdelen van de Omgevingsvisie benoemd, worden de volgende omgevingsprogramma's opgesteld: Gezond Wonen Omgevingskwaliteit Vitaal landschap Klimaatmitigatie Klimaatadaptatie Het woningbouwplan Het Perk is de laatste fase van een herstructurering van een inmiddels gesloopte school- en bedrijfslocatie aan de rand van een bestaande woonwijk en de N7. Het terrein ligt al geruime tijd braak. Met het plan wordt invulling gegeven aan deze inbreidingslocatie. Het plan met een gevarieerd woningaanbod sluit goed aan bij de omgeving (wijk) en voldoet aan de duurzaamheidseisen (BENG) en klimaatadaptief bouwen. Door de kwaliteitsverbetering ontstaat een aantrekkelijk en duurzaam woonmilieu. Het plan draagt daarmee bij aan de geformuleerde ambities uit de Omgevingsvisie 1.0. 3.3.2
Woonvisie en Woningbouwprogramma 2017-2022
De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente goed kunnen wonen. Daarom heeft de gemeenteraad op 20 juli 2017 een Woonvisie vastgesteld waarin de gemeentelijke ambities voor een rechtvaardige en evenwichtige woonruimteverdeling zijn vastgelegd voor de sociale huurvoorraad en de particuliere woningvoorraad. In de Woonvisie is vastgelegd hoe de gemeente zorgt voor een optimaal functioneren van de woningmarkt. Hierbij is bijzondere aandacht voor de volgende thema's: Beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor alle doelgroepen, Wonen, zorg en participatie, Kwaliteit en duurzaamheid. De Woonvisie vormt de basis voor het maken van prestatieafspraken tussen woningbouwcorporaties, huurdersverenigingen en gemeente. In de woonvisie staat beschreven dat de voorraad sociale huurwoningen de komende jaren zal moeten groeien. Daarbij zijn de grotere kernen, waaronder Sneek, vanwege het voorzieningenniveau voor veel groepen aantrekkelijk. Deze groep is gemiddeld minder mobiel en meer afhankelijk van de nabijheid van voorzieningen. De gemeente en de woningcorporaties richten zich voor uitbreiding van de sociale huurvoorraad op ontwikkellocaties in de grotere kernen. De komende jaren is er nog sprake van groei van de woningbehoefte binnen de gemeente. Deze groei neemt voor de gemeente als geheel af.
Echter blijft er in de toekomst sprake van groei van de woningbehoefte in de steden Sneek en Bolsward. In het woningbouwprogramma ligt het accent op seniorenhuisvesting, starters, betaalbaarheid en duurzaamheid. Verder ligt vanuit de beleidsmatige ontwikkelingen en de nieuwe koers de kwalitatieve focus onder andere op de herstructureringsopgave van de verouderde voorraad. De gemeente hanteert het uitgangspunt bij toevoeging van nieuwe woningen aan de voorraad, de voorkeur te geven aan het benutten van de fysieke mogelijkheden binnen de bestaande bebouwde omgeving (inbreiding) boven uitbreiding van de bebouwde omgeving (uitleglocaties). De sociale huurwoningen zijn opgenomen in de prestatieafspraken met de woningcorporatie. In het Woningbouwprogramma 2017-2022 zijn de beoogde woningen in Het Perk opgenomen. Dit programma is opgenomen in de regionale woningbouwafspraken en afgestemd met de provincie Friesland. Hiermee past het plannen binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
19
3.3.3
Visie ruimtelijke kwaliteit 'Mei soarch foar ús lânskip (2013)
Op 23 juni 2013 heeft de gemeenteraad de visie op ruimtelijke kwaliteit 'Mei Soarch foar ús lânskip. Hoofduitgangspunt is dat bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen leidend zijn. Het gaat hierbij vooral om het behouden en versterken van de kernkwaliteiten van het landelijk gebied. Aan het stedelijk gebied wordt beperkt aandacht besteed. In de visie wordt aangegeven dat vooral rondom Sneek aandacht moet zijn om de ruimte tussen stad en de omliggende dorpen niet te dicht te laten groeien. Het heeft de voorkeur om ontwikkelingen binnenstedelijk te realiseren. Het is daarin wel van belang om daarin ook aandacht te hebben voor de cultuurhistorische karakteristieken van de wijk. Daarnaast is de stedelijke omgeving bij uitstek een plek voor experiment. Binnen de cultuurhistorische context moet er ruimte zijn voor vernieuwende architectuur. Het stedenbouwkundig plan sluit met het stratenpatroon aan bij de bestaande woonwijk Lemmerweg-West. Het plan vormt een logische afronding van de wijk richting de N7. Vanwege de ligging aan de N7 en karakteristiek houten brug is bewust gekozen voor het realiseren van een stedelijk accent op de hoek. 3.3.4
Erfgoednota
Met het vaststellen van de 'Erfgoednota 2021-2026 Cultureel Erfgoed is geen keus' (april 2021) heeft de gemeente haar visie en missie op behoud en ontwikkeling van het erfgoed vastgesteld. De gemeente SWF zorgt samen met de mienskip dat cultureel erfgoed duurzaam behouden en ontsloten wordt en zichtbaar en beleefbaar is. Dit doen wij door erfgoed te waarderen en te beschermen, bewustwording en samenwerking te stimuleren en daardoor erfgoed te versterken en levend te houden. De mienskip heeft tijdens het 'Rondje Súdwest' in 2019 in het kader van de Omgevingsvisie 1.0 'Oars tinke yn Súdwest' (2021) cultureel erfgoed benoemt als wezenlijk onderdeel van thema 2 van de 5 thema's in de Omgevingsvisie 1.0: sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap. Ook het weidse en waterrijke landschap is eigenlijk erfgoed. Immers de meren, kanalen en sloten en weide- en akkergronden zijn allemaal onder menselijke invloed ontstaan en verder vormgegeven, oftewel cultuurlandschap. In die zin geldt hetzelfde voor thema 4: vitaal en aantrekkelijk landschap. Ook in thema 3: veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden en thema 5: duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief heeft cultureel erfgoed een rol als wezenlijk onderdeel van de bijzondere woonkwaliteiten.
Een zorgvuldige afweging van de cultuurhistorische waarden om de omgevingskwaliteit te kunnen waarborgen en te versterken is dus essentieel. Het is een gemeentelijke wettelijke taak om te komen tot een zorgvuldige planbehandeling en besluitvorming voor wat betreft cultuurhistorie. Als gevolg van het beleid Modernisering Monumentenzorg is per 1 januari 2012 in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.6.1) bepaald dat gemeenten verplicht zijn cultuurhistorie mee te wegen bij het opstellen van het bestemmingsplan. Niet alleen de cultuurhistorische waarden in de grond (archeologie) maar ook boven de grond moeten meegenomen worden. Zo stelt de gemeente bij bestemmingsplannen cultuurhistorische analyses op en gaat de gemeente bij de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden in bestemmingsplannen formeel uit van de gemeentelijke FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra), een uitsnede van de provinciale FAMKE. Voor de bekende en de te verwachten cultuurhistorische waarden gaat de gemeente uit van de Cultuur Historisch kaart van de provincie Fryslân (CHK) en de Landschapsbiografie Súdwesthoeke. Deze kaarten zijn daarmee onderlegger voor het in de Erfgoednota geformuleerde beleid. Niet alle op deze kaarten aangegeven waarden kunnen echter behouden blijven, hier komt een gemeentelijke afweging aan te pas.
In de toelichting van het bestemmingsplan moet beschreven worden hoe het bestemmingsplan met deze waarden omgaat. Op de plankaart kunnen cultuurhistorische waarden aangeduid worden met dubbelbestemmingen en/of aanduidingen. In de regels bij het bestemmingsplan moet worden omschreven welke voorschriften er aan die bestemming zijn gekoppeld. Met de komst van de Omgevingswet worden deze op een gegeven moment doorvertaald naar het omgevingsplan. Bij de ontwikkeling van het plan Het Perk is onderzoek gedaan naar de archeologische en
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
20
cultuurhistorische waarden conform de erfgoednota. Een nadere toelichting hierop staat in paragraaf 4.9. 3.3.5
Agenda duurzame ontwikkeling
In juli 2018 is de 'Agenda Duurzame Ontwikkeling' vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Súdwest-Fryslân staat net als andere overheden voor een grote opgave op het gebied van duurzame ontwikkeling. We werken toe naar een energie- en klimaatneutrale samenleving met een circulaire economie. De Agenda omvat een groot aantal uiteenlopende ambities die als kader dienen voor de komende jaren, variërend van alle woningen energieneutraal in 2030 tot 100% afvalvrije festivals. De agenda richt zich op 5 specifieke onderdelen: 1. Anders Wonen; 2. Anders van A naar B; 3. Anders Produceren; 4. Anders Energie opwekken; 5. Zelf Anders (gemeente wil het goede voorbeeld zijn).
Voor 5 genoemde onderdelen is een concrete agenda vastgesteld en zijn ambities geformuleerd. De ambitie is om in 2030 alle woningen energieneutraal te hebben. Er wordt een onderscheid gemaakt in bestaande bouw en nieuwbouw. Alle nieuwbouwplannen dienen vanaf 2020 verplicht aardgasloos te zijn. Anders wonen Relevant in het kader van dit bestemmingsplan waarbij nieuwbouw van woning plaatsvindt , is het inzetten op het gebruik van nieuwe duurzame energievormen zoals geothermie en warmte uit oppervlaktewater. Daarnaast wordt ingezet op duurzaam bouwen en renoveren volgens de principes van een circulaire economie. Ook wordt ingezet op verdere verfijning van het groenbeleid. Een groene leefomgeving is van belang, waarbij in elke wijk binnen de gemeente ervaren kan worden dat in een duurzame stad wordt geleefd. Plantsoenen, parkjes met bloeiende bloemen en bomen dragen daar aan bij. Aanleg van groene daken wordt gestimuleerd door subsidiemogelijkheden voor inwoners. Ook worden buurttuinen gestimuleerd. Anders van A naar B Wat betreft het onderdeel 'anders van a naar b' is het versterken van de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en het op peil houden en verbeteren van het fietswegennet van
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
21
belang. Anders energie opwekken De groene energie binnen de gemeente wordt vooral opgewekt door windmolens. Daarnaast zijn er andere vormen van duurzame energie nodig om te komen tot 100% duurzame energie in 2050. Het gaat dan om vormen zoals energie uit het toepassen van zonnepanelen, oppervlakte water, warmte uit de aardbodem en het bodemwater en de mogelijkheden van energieopwekking uitbiomassa. Toets Middels dit bestemmingsplan wordt een woningbouwontwikkeling in Het Perk mogelijk gemaakt. De woningen worden gasloos gerealiseerd en zijn all-electric, waarbij een deel van de energie zelf wordt opgewekt middels zonnepanelen op het dak. Met een warmtepomp wordt de temperatuur in huis geregeld. De warmtepomp wordt zowel in de winter voor verwarmen als in de zomer, voor koelen, gebruikt. Er worden verschillende groenvoorzieningen aangelegd (stroken groen, speelveldje, bloemrijk grasland, bosplantsoen). Dit bestemmingsplan biedt mogelijkheden/geeft geen belemmering voor de aanleg van oplaadpalen voor electrische auto's. De woningbouwontwikkeling in het Perk past binnen de uitgangspunten van de agenda duurzame ontwikkeling.
3.3.6
Klimaatagenda 2020, thing global, act local
In 2015 hebben alle landen van de wereld ingestemd met een Duurzame Wereldagenda tot 2030. Hieruit volgen 17 Sustainable Development Goals (SDG's). Voor klimaat is doel 13 beschreven: neem dringend maatregelen om de klimaatveranderingen en de gevolgen ervan te bestrijden. Met de Europese Green Deal (2019) geeft de Europese Commissie aan hoe Europa in 2050 als eerste continent voor 2050 klimaatneutraal wordt. Nederland heeft dit vertaald in een Nationaal Klimaatakkoord (2019). De klimaatagenda van de gemeente Súdwest-Fryslân sluit naadloos aan op de doelen van het landelijk Klimaatakkoord. Dankzij deze koppeling wordt duidelijk wat voor onze gemeente de opgave is ten aanzien van klimaat en duurzame ontwikkeling. De klimaatagenda voor de gemeente Súdwest-Fryslân, vastgesteld door de gemeenteraad op 1 juli 2020, bestaat uit 2 delen: klimaatmitigatie en klimaatadaptie. In de omgevingsvisie 1.0 is de klimaatagenda opgenomen binnen het thema "Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief" en verder uitgewerkt in de omgevingsprogramma`s Klimaatmitigatie en Klimaatadaptatie. 3.3.7
Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie
Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân is de nadere uitwerking van de Klimaatagenda SWF 2020 en het thema "Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief" uit de omgevingsvisie 1.0. Dit programma is op (moet nog worden vastgesteld)… door het college van b&w vastgesteld. Een programma is een flexibel instrument dat de overheid kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie bestaat uit een koepelrapport met acties en maatregelen die zijn verdeeld over vier bouwstenen.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
22
Het omgevingsprogramma benoemt concrete projecten op de korte termijn tot 2025 en geeft een aanzet voor de langere termijn maatregelen richting 2050. Daarbij is de ambitie dat de gemeente in 2050 CO2-neutraal, klimaatbestendig, energieneutraal en circulair is. Dat sluit aan bij de nationale klimaatdoelstellingen. Het is wenselijk om de verschillende opgaven met elkaar te verbinden. Dat leidt tot een gezonde, veilige en goede kwaliteit van de leefomgeving. Voor het bereiken van een klimaatbestendige gemeente ligt de nadruk op ruimtelijke adaptatie, zodat de door SWF onderschreven landelijke doelstellingen (Deltabeslissing Ruimtelijk Adaptatie) worden gehaald: 1. vanaf 2020 klimaatadaptief handelen is 'het nieuwe normaal' en 2. in 2050 is Súdwest-Fryslân klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Voor de in dit programma opgenomen maatregelen zijn vijf strategieën opgesteld om de ambitie en doelstellingen te behalen. Deze strategieën zijn tevens opgenomen in de omgevingsvisie 1.0. 1. Water- en klimaatbewustwording vergroten, zowel in- als extern. 2. In de praktijk brengen van klimaatadaptatie door te werken aan de opgaven in onze gemeente. Integraal werken, zowel intern tussen teams als extern met verschillende partners. 3. Verankeren van klimaatadaptatie in gemeentelijk beleid en handelen waardoor limaatadaptatie een integraal onderdeel wordt van afwegingen. 4.
Met samenwerkingspartners werken aan (regionale) opgaven. Rolbewustheid is hier onderdeel van. Elk gebied heeft zijn eigen specifieke kenmerken, die leidend moeten zijn in de keuzes die we maken ten aanzien van klimaatadaptatie en de integrale afwegingen. 5. Het benutten en versterken van de cyclus van kennis en monitoring. Met het dynamische karakter van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân ontstaat de mogelijkheid om acties en maatregelen doorlopend verder aan te scherpen en aan te vullen. Toets Met het plan voor Het Perk is rekening gehouden met de duurzaamheidsambities van de gemeente Súdwest-Fryslân. Dit geldt zowel voor de energiedoelstellingen als klimaatadaptatie. In het stedenbouwkundig plan is voldoende ruimte opgenomen voor groenstroken met bomen ten behoeve van infiltratie van water alsmede tegen hittestress. Met het ontwerp van de woningen neemt duurzaamheid een belangrijke plaats in. De
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
23
woningen en appartementen aan het Perk zullen conform de huidige regelgeving gasloos gebouwd worden. Daarnaast zullen de woningen moeten voldoen aan de energieprestatie-eisen die gelden. Vanaf 1 januari 2021 geldt de Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Om aan de BENG te voldoen zullen de woningen goed worden geïsoleerd en tevens stroom opwekken met behulp van zonnepanelen. Dit zal verder worden uitgewerkt ten behoeve van de omgevingsvergunning. 3.3.8
Preventieakkoord 'samen doen, samen gezond'
De ambitie van Súdwest-Fryslân is om in 2040 de gezondste en vitaalste woon- en leefgemeente van Noord-Nederland te zijn. Om gezond en gelukkig te zijn, moeten een aantal basisvoorwaarden op orde zijn. Hoe sterker de basisvoorwaarden, hoe beter mensen kunnen omgaan met veranderingen of tegenslagen in hun leven. Dit is de kern van het preventie beleid van de gemeente Súdwest-Fryslân. Er wordt daarbij geinvesteerd in de volgende basisvoorwaarden: 1. Gezonde leefstijl 2. Waardevolle relaties 3. Voldoende vaardigheden 4. Voldoende financiële middelen 5. Gezonde omgeving Wat betreft dit bestemmingsplan is met name voorwaarde 5, gezonde omgeving, van belang. Ook de leefomgeving is van grote invloed op de gezondheid. In de omgevingsvisie staat het bevorderen en beschermen van gezondheid in de omgeving centraal. SúdwestFryslân werkt daarvoor aan een omgeving die stimuleert tot bewegen, voldoende groen is, plek biedt voor ontmoeten, veiligheid en geborgenheid biedt en schoon, opgeruimd en toegankelijk is. Hierdoor is het makkelijker voor iedereen om, zonder erbij na te denken, gezonder te leven én gezondere keuzes te maken. Toets In dit bestemmingsplan wordt woningbouw binnen Het Perk in Sneek mogelijk gemaakt. Naast de realisatie van woningen worden groenvoorzieningen aangelegd. Hierbij gaat het onder meer om stroken groen, de plant van bomen, bosplantsoen en bloemrijk grasland.
Ook wordt er een speelveldje aangelegd. Daarmee wordt buiten spelen en bewegen bevorderd.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
24
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
25
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Aan de Buitenroede 1 in Sneek is de rioolwaterzuiveringinstallatie (RWZI) Sneek gevestigd. Dit is aan de andere zijde van de N7. Op grond van de VNG-publicatie 'bedrijven en milieuzonering' (2009) valt de RWZI onder de categorie 'kleiner dan 100.000 inwonerequivalent'. Voor een dergelijke bedrijfsactiviteit geldt een richtafstand tot milieugevoelige objecten van 200 meter voor het aspect geur en 100 meter voor het aspect geluid. De afstand van het plangebied tot de RWZI bedraagt ruim 125 meter. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand voor het aspect geluid. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand voor het aspect geur. Uit een eerder uitgevoerd geuronderzoek met betrekking tot de RWZI blijkt dat het plangebied buiten de geurcontour van de RWZI is gelegen. In paragraaf 4.2 wordt hier nader op ingegaan. Daarmee kan worden geconcludeerd dat voor de nieuwbouwwoningen ten aanzien van het aspect geur een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen andere functies met milieuhinderlijke activiteiten.
4.2
Geur
Geur kan hinder veroorzaken en de gezondheid van omwonenden schaden. Om die reden gelden er regels voor geurhinder op geurgevoelige objecten zoals woningen. Voor agrarische bedrijven geldt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) als toetsingskader waar het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderij. Voor andere vergunningplichtige bedrijven gelden de geurvoorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De geurconcentratie wordt uitgedrukt in Europese geureenheden per kubieke meter lucht bij een bepaalde percentielwaarde. Conform artikel 3.5b lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldt dat de geurbelasting van een RWZI ter plaatse van een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom niet meer mag bedragen dan 0,5 odeur unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel. (hierna odeur genoemdl). Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom geldt een maximale belasting van 1 odeur. Toets De RWZI Sneek is gelegen op een afstand van circa 125 meter van het plangebied. In 2017 heeft er een onderzoek plaatsgevonden naar de geurbelasting van de RWZI. In de onderstaande afbeelding zijn de geurcontouren van de RWZI weergegeven.
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
26
Figuur 4.2: geurcontouren RWZI Sneek in 98-percentiel waarde (bron: Langelaar milieuadvies) In de afbeelding zijn de 0,5 (geel) en de 1 (rood) odeur zones weergegeven van de maximale geurbelasting ten gevolge van de RWZI. Het plangebied ligt ten oosten van de RWZI en is aangegeven met een zwarte lijn. Het plangebied ligt ruimschoots buiten de zone van 0,5 odeur. Daarmee kan worden geconcludeerd dat er voor wat betreft geur sprake is van een acceptabel woon- en leefmilieu.
4.3
Bodem
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Verkennend bodemonderzoek schoollocatie (noordelijk deel plangebied) In opdracht van de Friso Bouwgroep is door Antea Group in januari 2017 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het noordelijke deel van het plangebied. De rapportage is bijgevoegd in Bijlage 3. Vooronderzoek Op de locatie bevinden zich een aantal verdachte deellocaties:
bestemmingsplan Sneek - Het Perk NL.IMRO.1900.2022oostBPsneeperk-ontw
27
Demping (noordelijke deel locatie); Voormalige depotlocatie (westelijk deel locatie); Voormalige verharding (oostelijk deel locatie) De verzamelde informatie van het overige terrein geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Met het onderzoek wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vastgesteld. De opzet van het onderzoek is gebaseerd op de voorschriften van de NEN 5740. Voor de locatie is uitgegaan van een combinatie van verdachte deellocaties (VEP) en een onverdachte, niet lijnvormige locatie (ONV-NL).
Resultaten Zintuiglijk zijn plaatselijk sporen puin waargenomen. Verder zijn er zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Er zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). In een drietal grond(meng)monsters zijn licht verhoogde gehalten aangetroffen aan PCB, PAK en/of lood. Verder zijn er in de grondmonsters geen overschrijdingen aan de onderzochte parameters aangetoond. In het grondwater is barium in licht verhoogde waarden gemeten. Dit heeft naar verwachting een natuurlijke oorsprong. Verder zijn er geen verhoogde waarden gemeten. Conclusie en aanbevelingen schoollocaite (noordelijk deel plangebied De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarden. Er zijn maximaal enkele licht verhoogde waarden in de grond en het grondwater gemeten. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor het gebruik van de locatie en de geplande werkzaamheden. Op basis van een indicatieve toetsing van de grondanalyses aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond over het algemeen is beoordeeld als ‘vrij toepasbaar‘. Voor MM1 bo is echter sprake van ‘Industrie’ en voor 20-2 klei van ‘Wonen’.
Het bodemonderzoek volgens de NEN5740 doet geen formele uitspraak over de mogelijke aanwezigheid van asbest. Hiervoor is de NEN5707 (asbestonderzoek in grond) van toepassing. Tijdens het veldwerk zijn echter in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Omdat in de grond bovendien (nagenoeg) geen puin is waargenomen wordt de kans op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen zeer klein geacht.
Aanvullend (asbest)bodemonderzoek hele plangebied In opdracht van Frisoplan, is door Enviso Ingenieursbureau een aanvullend (asbest) bodemonderzoek conform de NEN 5740 en de NEN 5707 uitgevoerd ter plaatse van een braakliggend terrein aan Het Perk te Sneek. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. De aanleiding voor het uitvoeren van het aanvullend (asbest)bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling tot woningbouw op de locatie. Het doel van het aanvullend (asbest)bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van zowel de grond als het grondwater op de locatie en tevens het bepalen of er asbesthoudende materialen in de grond aanwezig zijn. Vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek kan geconcludeerd worden dat er op de locatie van de voormalige school (westelijk terreindeel) reeds een bodemonderzoek is uitgevoerd, waardoor daar alleen nog onderzoek naar asbest in de grond uitgevoerd moet worden. Het middenterrein is onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen en ter plaatse van het oostelijke terreindeel is een garagebedrijf aanwezig geweest en dit deel is verdacht op het voorkomen van verontreinigingen. Ter plaatse van het garagebedrijf is een slootdemping aanwezig en deze dient separaat onderzocht te worden. In het onderzoek is het plangebied verdeeld in de deelgebieden A, B en C.