CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Ontwerpbestemmingsplan incl. beeldkwaliteitsplan I deel 2

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan Harinxmaland en byldkwaliteitsplan Harinxmaland 2A1.188 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerpbesluit vaststelling hogere waarde Wet geluidhinder woningbouw bestemmingsplan ‘Sneek – Harinxmaland 2A1’ 1. Aanleiding Er is een aanvraag ingediend voor het bouwen van 80 woningen. Het bouwplan is niet conform het geldende bestemmingsplan (uitwerkingsplan) Harinxmaland 2A1 en zal mogelijk worden gemaakt via een bestemmingsplan volgens Wet op de ruimtelijke ordening (Wro), artikel 3.1 (herziening bestemmingsplan) dan wel art 3.6 eerste lid (wijzigingsplan) of art 3.6 tweede lid (uitwerkingsplan). De woningen zijn geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Op basis van deze wet is akoestisch onderzoek vereist. Op 30 januari 2023 is door Rho Adviseurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage met projectnummer 20211164 bevat voldoende gegevens voor een goede beoordeling en voldoet aan de wettelijke vereisten op basis van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. De rapportage maakt deel uit van het ontwerpbesluit. 2. Wettelijk kader Voorkeursgrenswaarde De Wet geluidhinder stelt grenzen aan de geluidsbelasting bij gevoelige bestemming, zoals woningen of andere geluidsgevoelige objecten. De geluidsbelasting op de gevel vanwege wegverkeerslawaai mag in principe niet hoger zijn dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zo staat vermeld in artikel 82, eerste lid, van de Wgh.

Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden dan zijn geluidsgevoelige objecten op die locatie in beginsel niet toegestaan. Hogere waarde Op grond van artikel 110a van de Wgh zijn burgemeester en wethouders bevoegd om hiervoor een ontheffing te verlenen. Hierbij kan ingevolge artikel 83, tweede lid, van de Wgh voor wegverkeerslawaai een hogere waarde voor de toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld tot maximaal 63 dB voor woningen in ‘stedelijk gebied’. Binnenwaarde Artikel 111b, tweede lid, van de Wgh schrijft voor dat bij het vaststellen van hogere waarden maatregelen moeten worden getroffen om te waarborgen dat de geluidsbelasting binnen de woningen bij gesloten ramen niet boven de voorgeschreven binnenwaarde van 33 dB komt. Voorwaarden Artikel 110a, vijfde lid, van de Wgh bepaalt, dat een hogere grenswaarde voor de geluidsbelasting slechts kan worden vastgesteld indien maatregelen om de geluidsbelasting te beperken onvoldoende doeltreffend of als ze stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard bezwaren hebben.

Gecumuleerde geluidsbelasting Indien artikel 110f van de wet van toepassing is, geeft het bevoegd gezag slechts toepassing aan de artikelen 110a, 110b en 110c van de wet voorzover de gecumuleerde geluidsbelastingen na de correctie op grond van artikel 110f van de wet niet zal leiden tot een naar zijn oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting. Gemeentelijk beleid Omdat de gemeente Súdwest-Fryslân geen beleid heeft voor het vaststellen van een hogere waarde vindt de vaststelling van de hogere waarde plaats op grond van artikel 110a en artikel 83, tweede lid, van de Wgh. 3. Akoestisch onderzoek Uit de wegverkeerslawaaiberekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Stadsrondweg Noord hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van L den = 48 dB (zie figuur 5.1 van het onderzoek). De hoogste berekende waarde bedraagt Lden = 58 dB op de aan de Stadsrondweg Noord gelegen woonblokken. De maximale ontheffingswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden, zodat het

Plan kan worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wgh. Wel is het vaststellen van hogere waarden nodig. 4. Beoordeling Geluidbeperkende maatregelen Allereerst moet via een verplichte wettelijke volgorde worden onderzocht of er maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidsbelasting te beperken. Deze volgorde luidt als volgt: 1. Bronmaatregelen 2. Overdrachtsmaatregelen 3. Ontvangersmaatregelen Als motivatie aan het verzoek om vaststelling van een hogere waarde Wet geluidhinder dient het volgende ter nadere onderbouwing: Bronmaatregelen Door het toepassen van bronmaatregelen door middel van het verlagen van de verkeersintensiteit, het (verder) verlagen van de maximaal toegestane rijsnelheid en/of het veranderen van de samenstelling van het verkeer of het toepassen van een stil wegdek (dunne deklaag) kan de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai op de woning(en) verlaagd worden. Deze maatregel is financieel niet haalbaar en niet afdoende om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Het aanbrengen van geluidreducerend asfalt wordt niet als kosteneffectief gezien, ook vanwege de hogere onderhoudskosten na aanleg. Overdrachtsmaatregelen Ook het treffen van maatregelen in het overdrachtsgebied (= tussen bron en ontvanger) door het vergroten van de afstand dan wel het realiseren van geluidsschermen, is redelijkerwijs niet mogelijk.

Vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt is het aanbrengen van een geluidsscherm niet wenselijk. Ontvangersmaatregelen Het nemen van maatregelen bij de woningen (de ontvanger) zijn wel mogelijk. Er kan een hogere (dan standaard in het Bouwbesluit voorgeschreven) karakteristieke gevelwering van de gevels toegepast worden, zodat aan het binnenniveau van 33 dB wordt voldaan en een aanvaardbaar woonen leefklimaat wordt gewaarborgd. Cumulatie Omdat er sprake is van een samenloop van verschillende geluidsbronnen op basis van artikel 110f van de Wet geluidhinder kan pas een hogere waarde worden vastgesteld indien de gecumuleerde geluidsbelasting niet zal leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. De gecumuleerde geluidsbelasting wordt bepaald conform artikel 110f van de Wet geluidhinder, bijlage I van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Cumulatie speelt een geringe rol omdat railverkeerslawaai een geluidbelasting geeft aan de oostzijde en wegverkeerslawaai met name aan de zuidzijde. Aan de spoorzijde bedraagt het cumulatieve effect hoogstens 2 dB. Bij een cumulatieve geluidbelasting van L den = 60 dB (zijde Stadsrondweg Noord) wordt dit gekwalificeerd als “matig”. Binnenwaarde In het akoestisch onderzoek is de geluidsbelasting in kaart gebracht op basis waarvan de hogere waarde wordt vastgesteld.

In de regels van het bestemmingsplan zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot de benodigde minimale karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, zodat het wettelijk binnenniveau van 33 dB in de woningen/appartementen niet wordt overschreden. Conclusie Aangezien de maximale toegestane waarden niet worden overschreden en er in redelijkheid geen bron- en overdrachtsmaatregelen getroffen kunnen worden, besluiten wij een hogere waarde vast te stellen. In plaats van één generieke hogere waarde voor het gehele plan (zoals in het akoestisch

rapport werd voorgesteld), stellen wij een hogere waarde per woonblok vast, zodat de hogere waarde per woonblok niet hoger wordt dan noodzakelijk. 5. Zienswijzen Tegen het ontwerpbesluit zijn geen/wel zienswijzen binnengekomen.

5. Besluit Gelet op het voorgaande, de bepalingen uit de Wet geluidhinder, het Besluit geluidhinder en gelet op afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht en het bestemmingsplan ‘Sneek – Harinxmaland 2A1’, besluit het college van burgemeester en wethouders voor de woonblokken A en C tot en met H zoals aangegeven op Figuur 1, op het perceel plaatselijk bekend, gemeente Sneek, sectie H, nummer 215 en 216 een hogere waarde vast te stellen van het aantal dB L den ten gevolge van de Stadrondweg Noord te Sneek, zoals weergegeven in onderstaande tabel : Woonblok A C D E F G H J

Hogere waarde Lden in dB 57 58 58 58 58 58 50 49

Figuur 1 (Weergave van de vast te stellen hogere waarde per woonblok) en het akoestisch onderzoek (rapportage met projectnummer 20211164) maken deel uit van dit besluit.

6. Bent u het niet eens met het besluit? Bent u het niet eens met dit besluit? Dan kunt u een zienswijze indienen. U doet dit door een brief te sturen naar het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân, Postbus 10.000, 8600 HA te Sneek.

Sneek, ………………. het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân, burgemeester, gemeentesecretaris,

mr. drs. J.A. de Vries

K. Strijker

Bijlagen: - Figuur 1 - Akoestisch onderzoek, rapportage met projectnummer 20211164

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12790326/1