CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Notitie Energiebedrijf SWF

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Enerzjybedriuw5.488 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie.: Energiebedrijf gemeente Súdwest-Fryslân Inleiding Naar aanleiding van een motie van de raad van 10 november 2022 heeft het college toegezegd een onderzoek te starten naar de mogelijkheden voor het opzetten van een gemeentelijk energiebedrijf en naar de organisatievorm waarin dit kan worden gedaan. Eind 2022 is het onderzoek gestart met het opstellen van een afwegingskader voor de warmtetransitie gevolgd door diverse onderzoeken naar organisatiestructuren, financieringsvormen en lessen uit de praktijk van onze pilots. In dit voorstel vindt u de overwegingen voor het opzetten van een gemeentelijk energiebedrijf. Het verschil tussen een energiebedrijf en een warmtebedrijf is, dat een warmtebedrijf zich alleen richt op warmtevoorziening. Wanneer elektriciteit ook onderdeel is van het bedrijf spreken we van een energiebedrijf. Omwille van de leesbaarheid spreken we in dit stuk over een energiebedrijf. De warmtetransitie Nederland staat voor de uitdaging om in 2030 49% minder CO 2 uit te stoten ten opzichte van 1990, zoals vastgelegd in de Klimaatwet. In het Klimaatakkoord is een ambitieuze doelstelling opgenomen voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, waarbij de warmtevoorziening cruciaal is. Deze moet nagenoeg volledig CO2-neutraal worden. In het Klimaatakkoord is hiervoor een gestructureerde aanpak opgenomen, door wijk voor wijk aan de slag te gaan.

Gemeenten spelen een cruciale rol in deze verduurzamingsopgave. Samen met bewoners en gebouweigenaren moeten zij per wijk de beste oplossing bepalen als woningen niet langer met traditionele cv-ketels worden verwarmd. Per wijk kan de oplossing verschillen. Dit proces wordt ondersteund door het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. Collectieve warmtesystemen worden gezien als een substantiële energie-optie voor de toekomst en zullen naar verwachting een aanzienlijk aandeel hebben in deze transitie. Een collectief warmtesysteem is één van de mogelijke duurzame, toekomstige energie-opties in de gebouwde omgeving, naast (groen) gas en elektriciteit. De omslag naar een collectief warmtesysteem in de gebouwde omgeving vereist in veel gevallen de ontsluiting van nieuwe warmtebronnen en de realisatie van nieuwe infrastructuur. Er zijn doorgaans hoge (aanvangs-)investeringen mee gemoeid, die uitsluitend over een lange periode terugverdiend kunnen worden. De ontwikkeling van een collectief warmtesysteem vraagt daarom om gecoördineerde besluitvorming en langjarige zekerheden, die niet vanzelf tot stand komen. Het is van groot belang dat de (decentrale) overheid een duidelijke en planmatige sturing biedt om een structurele groei en verduurzaming van collectieve warmtesystemen te realiseren.

Doelstellingen van Súdwest-Fryslân Op 30 september 2021 heeft de raad de Transitievisie Warmte SWF (TVW) vastgesteld. In deze TVW staat beschreven hoe de gemeente Súdwest-Fryslân 8.000 woningen en verblijfsgebouwen voor 2030 van het aardgas wil halen. Het aardgas vrijmaken van de woningen en verblijfsgebouwen draagt bij aan de CO2 reductie van 50%, voor 2030 ten opzichte van 19901, die de gemeente zichzelf als doel heeft gesteld (Klimaatagenda 2022 p. 10). Om dit doel te realiseren kiest Súdwest-Fryslân voor een wijkgerichte aanpak met de voorkeur voor initiatieven vanuit de samenleving. Als het gaat om aardgasvrij maken van wijken zit de gemeente, samen met heel Nederland, in een leertraject. Met elkaar en van elkaar zijn gemeenten aan het leren hoe de overgang naar andere

1

Voor Súdwest-Fryslân is niet bekend hoeveel CO2 wij in 1990 uitstoten. Wel is bekend dat in 2017 de CO2 uitstoot landelijk gelijk was aan die van 1990. Wij hanteren daarom 2017 als referentiekader voor de CO2 uitstoot.

1

vormen van warmtevoorziening goed kan worden georganiseerd. Wetgeving, techniek en financieringsmogelijkheden op dit terrein zijn volop in ontwikkeling. De pilots We zetten in op het aardgasvrij maken en het realiseren van alternatieve warmtebronnen in Heeg, de wijk Het Eiland in Sneek en Bolsward. Daarnaast wordt Workum als pilot meegenomen vanwege de mogelijkheden op het gebied van restwarmte. Afgelopen kwartaal zien we vanuit de pilots een verschuiving van de gewenste naar de noodzakelijke rol van de overheid. Dit wordt veroorzaakt door uitdagingen die pilots ervaren op het gebied van participatie en daarmee de financiële haalbaarheid van het project. Daarnaast maakt de problematiek rondom netcongestie het noodzakelijk om te sturen op waar welke bronnen geschikt zijn. De gemeente Súdwest-Fryslân maakt deel uit van Frontrunnerscities. Samen met andere gemeenten die in Nederland op koplopen in de warmtetransitie en expertise uit Denemarken onderzoeken we hoe we collectieve warmteoplossingen in Nederland kunnen realiseren. In deze notitie gaan wij in op de volgende punten: 1. Wettelijke kaders collectieve warmte 2. Resultaten onderzoek energiebedrijf 3. Voorgestelde structuur 1. Wettelijke kaders collectieve warmte Om de ambities ten aanzien van duurzame collectieve warmtesystemen waar te maken, wordt het regelgevend kader voor collectieve warmtesystemen aangepast.

De huidige Warmtewet is tot dusverre vooral een consumentenbeschermingswet, met regels ten aanzien van de leveringszekerheid en de tarieven. Deze regels zijn opnieuw tegen het licht gehouden. In het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) worden deze regels waar nodig herzien en aangevuld. 2 Het wetsvoorstel bevat regels omtrent de besluitvorming over collectieve warmtesystemen en de totstandkoming en de exploitatie van die systemen. De belangrijkste uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het wetsvoorstel zijn: De gemeente voert de regie De gemeente bepaalt als onderdeel van de wijkgerichte aanpak waar en wanneer er in haar gemeente mogelijk gekozen wordt voor een collectief warmtesysteem als alternatief voor warmtevoorziening met behulp van aardgas. De gemeente stelt het desbetreffende gebied (de warmtekavel) vast waarbinnen een warmtebedrijf een collectieve warmtevoorziening op een doelmatige wijze kan aanleggen en exploiteren en zij wijst een warmtebedrijf aan. Het is met uitzondering van een aantal in dit wetsvoorstel benoemde situaties verboden om zonder aanwijzing van burgemeester en wethouders warmte te transporteren en te leveren door middel van een collectief warmtesysteem.

Integraal verantwoordelijk Het aangewezen warmtebedrijf is integraal verantwoordelijk voor de realisatie en exploitatie van het collectief warmtesysteem en is verplicht om verbruikers binnen de warmtekavel aan te sluiten, tenzij een potentiële verbruiker te kennen geeft dat hij dat niet wil (opt-out regeling). Hoofdregel van het wetsvoorstel is dat het college alleen een warmtebedrijf voor een warmtekavel kan aanwijzen als één of meerdere publieke partijen een meerderheidsbelang in het warmtebedrijf hebben. In onderstaande schets is het minimale aandelenbelang van een publieke organisatie (lees:

2 Het wetsvoorstel is 15 november 2023 voor advies aangeboden aan de Raad van State. Na advisering van de Raad van

State zal het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden worden.

2

gemeente) weergegeven in blauw. Dit is een meerderheid (50%+ 1 aandeel) in het warmtebedrijf. In de maximale variant is sprake van een integraal (hele keten) publiek warmtebedrijf.

In bijlage 2 staat een uitgebreide toelichting op de Wcw.

2. Resultaten onderzoek energiebedrijf Met de strategische doelen en de kernwaarden van de gemeente Súdwest-Fryslân als uitgangspunt zijn verschillende organisatievormen voor een energiebedrijf onderzocht.

Collectieve warmtevoorziening kan worden gerealiseerd door verschillende bedrijfsmodellen, elk met specifieke kenmerken en implicaties met betrekking tot het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw). In het onderzoek is gekeken naar: -

een publiek warmte-infrabedrijf (Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB); publieke energiebedrijven (Eindhoven, Groningen, Veenendaal); commerciële energiebedrijven (Ennatuurlijk, Eneco, Vattenfall); en een lokaal energiebedrijf (Warm Heeg).

Daarnaast zijn de energiebedrijven en organisatievromen in Denemarken onderzocht. Het onderzoek heeft de volgende inzichten opgeleverd: In bijlage 1 staat een toelichting op onderdelen van betaalbaarheid. Publiek warmte-infrabedrijf Een warmte-infrabedrijf is alleen eigenaar van het warmtenet (leidingnetwerk). Inwoners hebben indirect, via gemeenteraad, zeggenschap over alleen de infrastructuur. Er kan alleen gestuurd worden op de verdeling van lasten en lusten van de infrastructuur.

3

Het warmte-infrabedrijf is niet eigenaar van de bronnen en kan daarom geen bronnenstrategie toepassen. Het warmte-infrabedrijf kan eigenaar zijn van meerdere warmtenetten waarmee zij risico’s kan spreiden voor zover het de infrastructuur raakt. Er zijn koppelkansen mogelijk met onderhoud en beheer van riolering, water en wegen. De continuïteit van de infrastructuur is geborgd.. Publiek energiebedrijf In geval van een publiek energiebedrijf zijn bron, warmtenet en aflevering Hoewel inwoners indirecte zeggenschap hebben, vereist het organiseren van betrokkenheid aandacht. Het publieke energiebedrijf heeft de mogelijkheid om te sturen op een eerlijke verdeling van lasten en lusten door het aanwijzen van warmtekavels en de zeggenschap die zij heeft op prijsbeleid van het energiebedrijf. Het publiek energiebedrijf heeft geen winstoogmerk en heeft voldoende schaalgrootte voor efficiëntievoordelen. Zij is eigenaar van de bronnen en kan daarom bronnenstrategie toepassen. Ook kan het energiebedrijf ontwikkelwinsten hergebruiken. Het publiek energiebedrijf is eigenaar van meerdere warmtenetten waarmee zij risico’s kan spreiden. Er zijn koppelkansen mogelijk met onderhoud en beheer van riolering, water en wegen. De continuïteit en professionaliteit van de organisatie is geborgd.

Commercieel energiebedrijf Voor een commercieel energiebedrijf geldt dat bepaalde delen van de keten in bezit zijn van een marktpartij. Inwoners hebben in dit model beperkte zeggenschap. De betrokkenheid van inwoners moet worden georganiseerd. Het commerciële energiebedrijf heeft geen reden om te sturen op een eerlijke verdeling van lasten en lusten. Ook heeft zij geen reden om erop te sturen dat verdiensten van het bedrijf, werkgelegenheid en inkomsten, ten goede komen aan de regio. Het commerciële bedrijf heeft een winstoogmerk met als mogelijk gevolg cherry picking van gunstige wijken. Hier rijst de vraag hoe een commercieel bedrijf past binnen de kaders van de Wcw. Lokaal energiebedrijf Een lokaal energiebedrijf is eigendom van een energiecoöperatie. De inwoners hebben optimale zeggenschap doordat zij mede-eigenaar zijn. Dit heeft een positief effect op het vollooprisico. Echter, dit organisatiemodel heeft beperkte mogelijkheden om te sturen op een eerlijke verdeling van lasten en lusten. De verdiensten van het lokale energiebedrijf komen direct ten goede aan de regio door de verwerking in het warmtetarief. Het lokale energiebedrijf heeft geen winstoogmerk maar mist de schaalvoordelen vanwege de beperkte omvang. Door het ontbreken van meerdere bronnen kan zij geen bronnenstrategie toepassen.

Omdat het om één warmtenet gaat kan kunnen ontwikkelwinsten niet hergebruikt worden en kan zij geen risico’s spreiden. Er zijn koppelkansen mogelijk met onderhoud en beheer van riolering, water en wegen. De continuïteit en professionaliteit van de organisatie is niet direct geborgd, maar kan georganiseerd worden. Een lokaal energiebedrijf kan voldoen aan de Wcw met gebruikmaking van een ontheffing.

4

Geen van bovenstaande vier modellen voldoet aan al onze strategische doelen en kernwaarden. We hebben onderzocht hoe we de modellen kunnen integreren tot een aanpak waarbij de zeggenschap van inwoners wordt gewaarborgd, terwijl we tegelijkertijd de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van onze warmteoplossing optimaliseren. Het instellen van een gemeentelijk warmtebedrijf, waarbij inwoners worden betrokken in de ontwikkelfase, versterkt lokale participatie en maakt het mogelijk de warmtevoorziening beter af te stemmen op specifieke behoeften. Opschaling van een gemeentelijk warmtebedrijf naar een provinciaal warmtebedrijf biedt voordelen op het gebied van kennisontwikkeling en financiële borging. De gedeelde expertise en schaalvoordelen vergroten de efficiëntie en betaalbaarheid van de warmteoplossing. Deze opschaling gaat gepaard met een afname van de directe zeggenschap van individuele gemeenten. Het provinciale bedrijf neemt de beslissingen over de locaties en planning van warmtenetten. Om de positieve effecten van opschaling te behouden zonder volledig afstand te doen van lokale controle, is strategische samenwerking cruciaal. Door nauw samen te werken met andere gemeenten, de provincie en kennisinstituten worden de voordelen van kennisdeling en kostenoptimalisatie behouden, terwijl lokale belangen en behoeften worden gerespecteerd en geïntegreerd.

Conclusie Op basis van de resultaten van het onderzoek borgt een publiek (gemeentelijk) integraal warmtebedrijf het beste de belangen en de leidende principes van de gemeente Súdwest-Fryslân. 3. Voorgestelde structuur ‘Leren door doen’ Omdat zo veel nog onzeker is, werken we volgens de aanpak ‘leren door doen’, waarbij kort cyclisch beslissingen kunnen worden genomen om te komen tot een nieuwe duurzame warmtevoorziening. De aanpak maakt het mogelijk om zowel op strategisch als op uitvoerend niveau stappen te maken. Daar waar iets moet of kan wordt besloten zonder dat het in de toekomst beperkend is, wordt besloten. Daar waar nog even kan worden gewacht, wordt ruimte gelaten voor nieuwe ontwikkelingen. Deze methode heet de ABCD-methode.

5

Figuur 1 - Schematisch weergave ABCD-methode

ABCD-Methode Hoe werkt de ABCD-methode? De aanpak bestaat uit vier stappen; A, B, C en D. Met de Strategische Doelen (stap A) wordt aangegeven wat de gemeente uiteindelijk met het energiebedrijf wil bereiken. Om na te gaan welke stappen moeten worden gezet om de doelen te bereiken moet eerst goed worden geanalyseerd waar de gemeente vandaan komt. Hiervoor wordt de Huidige Situatie (stap B) beschreven. Het komen van B naar A is in eerste instantie een open proces. Geen enkele Creatieve Oplossing (stap C) wordt op voorhand uitgesloten. Om keuzes te maken die aansluiten bij de behoeften en eisen worden de Kernwaarden (stap D) beschreven. Kernwaarden gelden als leidraad tijdens het gehele proces. De Strategische Doelen (A) en Kernwaarden (D) werken als filter voor de bedachte oplossingen (C).

Voor alle drie eerder genoemde pilots komen we in de fase waarin beslissingen genomen moeten worden ten aanzien van financiering en/of zeggenschap: Warm Heeg vraagt een garantiestelling voor om financiering van de business case, Het Eiland loopt richt besluitvorming van de aanbesteding, en Bolsward vraagt om een aanvraag bij Liander. Op basis van deze pilots willen we met ‘leren door doen’ komen tot een aanpak voor de overige kernen en wijken. Zodat we de voordelen van onze aanpak optimaal kunnen benutten. Dat betekent dat we voor de pilots nu keuzes moeten maken en deze moeten gaan uitvoeren zodat we voor de pilots verder kunnen en de structuur hebben staan voor de nog komende wijken en dorpen. Voorgestelde structuur gemeentelijk energiebedrijf Om invulling te kunnen geven aan wettelijke ontwikkelingen en uitvoering te kunnen geven aan de uitkomsten van het gemeentelijke onderzoek naar structuren en goede praktijkvoorbeelden wordt een structuur voorgesteld die in twee fases kan worden uitgevoerd. Er wordt voorgesteld om in de eerste fase een energiebedrijf op te richten met een beperkte omvang.

In het ontwikkelbedrijf willen we de ontwikkelfasen van de pilotprojecten ondergebracht, na toestemming van de raad, inclusief budget Deze focus stelt ons in staat om gericht en beheersbaar te werk te gaan bij het uitvoeren van pilotprojecten, waardoor we effectief kunnen leren en optimaliseren binnen deze beperkte scope. Voor de lopende pilots Warm Heeg en Het Eiland kijken we of en hoe zij inpassen. Fase 1 Oprichting Energiebedrijf en ontwikkelbedrijf Notariële oprichting van i) Gemeentelijk energiebedrijf SWF BV en ii) haar 100% dochtervennootschap Gemeentelijk Warmte Ontwikkelbedrijf BV. De oprichting van deze entiteiten is het fundament voor de toekomstige ontwikkeling van warmte-initiatieven.

6

Fase 2 Oprichting productie, infra en leveringsbedrijf Op termijn dienen nog meer BV’s onder het energiebedrijf te worden opgericht, te weten; Productie BV, Infra/netwerk BV en een Leveringsbedrijf. In fase 2, dat wil zeggen bij de oprichting van deze BV’s worden nog geen investeringen gedaan en/of verplichtingen aangegaan. Daarom wordt de raad gevraagd om voor oprichting van de vervolgstructuur, geen wensen en bedenkingen te hebben, waarmee het College van B&W deze BV’s kan oprichten. De vervolgstructuur kan er als volgt uit gaan zien.

De gemeente is 100% eigenaar van het Energiebedrijf SWF. Het betreft een groeimodel, gefaseerd wordt het Energiebedrijf SWF verder ontwikkeld en uitgebreid door er projecten en werkmaatschappijen / project BV’s aan toe te voegen die een bijdrage leveren aan de energietransitie van onze gemeente. Voor fase 2 gaat dit te zijner tijd waarschijnlijk om de volgende werkmaatschappijen en Project BV’s: Gemeentelijk Productiebedrijf; Gemeentelijk Warmte Infrabedrijf; Gemeentelijk Warmte Leveringsbedrijf; en eventuele onderliggende project BV’s, die onder het warmte ontwikkelbedrijf komen te hangen. Deze voorgestelde eindstructuur (fase 2) wordt pas opgezet als de eerste projecten uitontwikkeld zijn en na ontwikkeling worden ondergebracht in een infra-, productie- en leveringsbedrijf. Voor de bijbehorende financiering wordt separaat een voorstel bij de gemeenteraad ingebracht. Keuze gemeentelijke projectdirectie of afzonderlijke juridische entiteit De bedrijven zullen worden ondergebracht in afzonderlijke besloten vennootschappen (bv’s). Er wordt eerst een holding BV opgericht, het Energiebedrijf SWF, waarbij de aandelen voor 100% door de gemeente gehouden zullen worden. De holding BV bezit de aandelen en oefent regie en controle

7

uit over haar dochter- en werkmaatschappijen. Een holding BV kan financiële, fiscale, en strategische voordelen bieden, zoals het consolideren van financiële rapportages, het beschermen van activa en het optimaliseren van belastingvoordelen. Na oprichting, worden door het Energiebedrijf SWF de voormelde vier dochter- en werkmaatschappijen opgericht. De werkmaatschappijen zijn actief in de kernactiviteiten van het bedrijf, ontwikkeling, productie, levering en dienstverlening. Het primaire doel van een werkmaatschappij is om operationele activiteiten uit te voeren en winst te genereren. Redenen om het gemeentelijk energiebedrijf in een privaatrechtelijke rechtsvorm (besloten vennootschappen) onder te brengen, zijn: 1. de keuze voor een bedrijfsmatig aanpak, waardoor bedrijfseconomische en marktprincipes leidend worden die doelmatigheid bevorderen. Dit vereist ook enige afstand tot de politiek, binnen de kaders van beleid en democratische controle die daarbij voor een publieke onderneming gelden. 2. een bv biedt ons de mogelijkheid om slagvaardig en flexibil te opereren in een marktgerichte omgeving. Binnen de bv kunnen we een compacte en platte organisatie creëren met een duidelijke focus, waardoor we snel kunnen reageren op veranderingen in de markt. 3.

Integrale risicobeheersing: Door projecten integraal en uniform te sturen onder een bewezen besturingsmodel (directie en aandeelhouders), kunnen we ook een samenhangende aanpak van risicobeheersing tot stand brengen. Het onderbrengen in een gemeentelijke projectdirectie leidt tot meer administratieve complexiteit, en er is een kans dat financiële tegenvallers hun weerslag hebben op de gemeentebegroting. Naast deze overwegingen verwachten we ook dat het introduceren van nieuwe organisatie-eenheden binnen de bestaande organisatie eerder tot toenemende complexiteit dan tot vereenvoudiging zal leiden. Het introduceren van nieuwe afspraken binnen een gemeentelijke projectdirecte met betrekking tot processen en procedures brengt bovendien nieuwe risico's met zich mee. Grote en langdurige projecten, zoals de ontwikkeling van de projecten van het Energiebedrijf SWF, kennen onderlinge afhankelijkheden tussen plannen tussen ontwikkelingsfase en exploitatiefase. Beslissingen in het ene project kunnen zowel inhoudelijk als financieel gevolgen hebben voor andere projecten, wat vraagt om integraal risicobeheer. Governance Het kader voor het Energiebedrijf SWF is vastgelegd in de nota verbonden partijen. De gemeente heeft richting Energiebedrijf SWF verschillende rollen met bijbehorende governance: 1. De gemeente is aandeelhouder. 2. De gemeente is bevoegd gezag.

De gemeente als aandeelhouder Het college zal een lid van de directie machtigen om namens de gemeente als aandeelhouder van de BV op te treden. De inhoudelijke portefeuillehouder energie heeft bestuurlijk de eerstelijns verantwoordelijkheid voor de BV. De portefeuillehouder ……… zal optreden als toezichthouder (tweedelijns verantwoordelijkheid). Beiden worden regelmatig geïnformeerd door de aandeelhouder. Om goed zicht te houden op de stand van zaken binnen de BV zal aanvullende informatievoorziening plaatsvinden, bijvoorbeeld door een jaarlijks werkbezoek door de raad. Verder wordt in aanvullende informatie voorzien op basis van de behoefte van de raad en indien het college dat van strategisch belang acht.

8

-

-

De begroting wordt jaarlijks geactualiseerd en vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA). Het college wordt jaarlijks geïnformeerd over de begroting. Indien er ontwikkelingen zijn binnen de BV waardoor buiten de kaders getreden wordt, dan worden het college en de raad tussentijds geïnformeerd en kan nadere besluitvorming daarop plaatsvinden. Over een afgelopen jaar wordt een jaarrekening opgesteld door de BV. Vervolgens wordt de jaarrekening vastgesteld door de AVA. De AVA zal bij de vaststelling van de jaarrekening tevens een besluit nemen over de resultaatbestemming en de aan de directie te verlenen decharge voor het gevoerde beleid.

De gemeente als bevoegd gezag De bevoegdheid ten aanzien van het vaststellen van energiebeleid, wijkuitvoeringsplannen, etc. ligt bij de gemeente en vanzelfsprekend bij college en raad. De betrokken ketens binnen de gemeente worden door de gemachtigd aandeelhouder geconsulteerd. Energiebedrijf SWF legt jaarlijks verantwoording af aan de gemeente en staat continu onder controle van zowel de raad als het college via de gemeentelijke jaarrekening, begroting, evenals aparte besluiten en voortgangsrapportages. Waarom pakt de gemeente de publieke integrale rol voor het realiseren en exploiteren van een energiebedrijf 1. Het invulling geven aan de uitgangspunten vanuit het burgerforum, waarin de inwoners een stevige rol voor de gemeente zien om ervoor zorg te dragen dat naast de lusten en lasten ook zeggenschap lokaal wordt gehouden; 2. Het behouden van voortgang van de pilotprojecten Warm Heeg, het Eiland te Sneek, Energiestad Bolsward en restwarmte Workum en de verschillende vraagstukken over rol, regie en belang van de gemeente in de verschillende warmteprojecten; 3. Het aansluiten op de ontwikkelingen van de Wet collectieve Warmte (WcW) met als start de Kamerbrief ‘besluit infrastructuur collectieve warmtevoorziening in publieke handen’ van minister Jetten op 21 oktober 2022.

En later het wetvoorstel van 23 november 2023 aan de Raad van State met het voorstel voor een publiek meerderheidsbelang in het warmtebedrijf; 4. De mogelijkheid te creëren om duurzame energieopwekking te integreren in het energieportfolio van het warmtebedrijf. Door waar mogelijk duurzame energiebronnen te koppelen aan collectieve warmtepompen verhogen we de duurzaamheid en betaalbaarheid van warmteprojecten. Waarom een gefaseerde aanpak 1. Deze gefaseerde aanpak hanteren om de financiering van de realisatiefase van pilotprojecten te stroomlijnen. Dit houdt in dat er geen onbeperkte financiering beschikbaar is voor de projecten. In plaats daarvan wordt elke fase van een pilotproject afzonderlijk voorgelegd aan de raad. Voor het oprichten van de bedrijfsonderdelen heeft het college het mandaat. Deze benadering waarborgt een gecontroleerde financiering van pilotprojecten, met betrokkenheid van de raad bij elke beslissende fase, terwijl het college verantwoordelijk is voor de oprichting van aanvullende bedrijfsonderdelen. 2. De besluitvorming voor de volgende fase van een pilotproject vindt plaats bij de vaststelling van het Wijk Uitvoeringsplan. Dit zorgt voor een transparant besluitvormingsproces en biedt de raad de mogelijkheid om goedkeuring te geven op basis van de gedefinieerde plannen en doelstellingen. 3.

Deze gefaseerde aanpak waarborgt een verantwoord financieel beheer en maakt de besluitvorming transparant, met cruciale beslismomenten bij de vaststelling van strategische documenten zoals het Wijk Uitvoeringsplan.

9

Alternatieven: Er liggen een aantal alternatieven voor: 1. Samenwerking publiek en markt; 2. Volledig overlaten aan de markt, regie op basis van warmtekavels; 3. Als gemeente geen actie ondernemen en overlaten aan lokale initiatieven en de markt; 1. Samenwerking met de markt is mogelijk, ook binnen de Wcw. Op financieel vlak blijken veel businesscases voor relatief kleine kernen echter lastig te realiseren, vooral wanneer er wordt vastgehouden aan een winstmarge in plaats van een kostprijs-plusbenadering. Vanuit verschillende werkgroepen ontvangen wij tevens feedback dat bepaalde kernen voor commerciële partijen niet aantrekkelijk zijn. Ook hebben markpartijen aangegeven terughoudend te zijn om samen te werken zonder meerderheidsbelang of doorslaggevende zeggenschap. 2. Eenzelfde analyse als bij samenwerken met de markt. Daarbij resulteert het ontbreken van regie en sturing in een monopolie op de markt en beperkte zeggenschap vanuit de inwoners. De gemeente heeft dan in de ontwikkel- en realisatiefase nog beperkte sturingsmogelijkheden door middel van wijkuitvoeringsplannen en (na invoering van de WcW) het vaststellen van warmtekavels, het aanwijzen van een warmtebedrijf en de goedkeuring van door het warmtebedrijf uitgewerkte kavelplannen. Bij de exploitatie is het sturingsmodel beperkt.

Daarbij bepaalt straks het aangewezen warmtebedrijf (volgens het wetsvoorstel WCW) de bronnenstrategie. 3. Wanneer de gemeente besluit geen actie te ondernemen, is het waarschijnlijk dat de gestelde klimaatdoelen, zowel op landelijk als gemeentelijk niveau, niet zullen worden behaald. Hoewel enkele projecten nog steeds kunnen worden gerealiseerd, brengt het nalaten van concrete acties diverse risico's met zich mee zoals het niet behalen van de doelstelling van 8.000 woningen van in het aardgas af in 2030. Risico’s: Risico is beperkt Het financiële risico voor de gemeente bij de oprichting het Energiebedrijf Súdwest-Fryslân BV en haar dochtermaatschappijen (fase 1 en 2) is beperkt tot de stortingsplicht op de aandelen, notariskosten, inschrijfkosten handelsregister en kosten voor het bijhouden van een (financiële) administratie. De financiering van (pilot)projecten wordt per project geregeld en separaat voorgelegd aan de raad. Met een beslissing over de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf wordt niet besloten over de financiering van projecten.

Kaders: Klimaatwet 2023 Klimaatagenda 2023 Brief minister voor Klimaat en Energie (22 oktober 2023) Wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) Wetsvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) Financiële consequenties: Het proces van oprichting van het gemeentelijk energiebedrijf en de verdere ontwikkeling van de pilotprojecten bestaat uit 3 fasen. Dit voorstel strekt niet verder dan fase 1 van het voorgestelde proces. Fase 1: Notariële oprichting van i) Gemeentelijk energiebedrijf SWF BV en ii) haar 100% dochtervennootschap Gemeentelijk Warmte Ontwikkelbedrijf BV. De oprichting van deze entiteiten is het fundament voor mogelijke deelname aan de pilotprojecten in fase 2.

10

De financiële impact in deze fase is geen additionele last voor de gemeentelijke begroting. De kosten bestaan uit de eenmalige storting van € 1 aandelenkapitaal per BV (100 aandelen à € 0,01), notariskosten, inschrijfkosten handelsregister en kosten voor het bijhouden van een administratie. Aanvullend zijn er loonkosten voor fase 1 gebudgetteerd. De kosten voor inhuur worden geschat op € 100.000. De kosten van inzet eigen personeel wordt geschat op € 150.000. De kosten voor het storten van het aandelenkapitaal van tweemaal € 1, oprichtingskosten en voor inhuur en eigen inzet voor een totaalbedrag van € 250.000 worden gedekt uit de reeds beschikbaar gestelde doeluitkering CDOKE. Fase 2: Wanneer verdere ontwikkeling van de vier pilotprojecten formele participatie van het gemeentelijk energiebedrijf vereist, volgt een nieuw raadsvoorstel. Het voorstel voorziet de raad in de gebudgetteerde kosten die het ontwikkelen van één van de pilotprojecten tot aan de bouwfase vraagt. De ontwikkelingsfase omvat verschillende kosten die verband houden met het plannen, ontwerpen en voorbereiden op de bouw en exploitatie van een warmtenetsysteem. Voorbeelden zijn ontwerp- en projectmanagementkosten, vergunningsaanvragen, juridische kosten, aanvragen netaansluiting etc. De voor deze fase benodigde financiering zal een revolverend karakter hebben.

Dit houdt in dat na een succesvolle afronding van de ontwikkelfase van een (pilot)project de ontwikkelfinanciering wordt geherfinancierd en opnieuw kan worden ingezet voor het volgende project. Dit mechanisme zorgt voor een duurzaam gebruik van het in deze fase aan te vragen fonds. Fase 3: Na de succesvolle afronding van elke ontwikkelfase breekt fase 3 aan. Alsdan ontvangt de raad opnieuw een raadsvoorstel voor een besluit op de bouw en exploitatie van de betreffende ontwikkeling. Deze stapsgewijze benadering waarborgt transparantie en stelt de raad in staat om gedegen beslissingen te nemen op basis van de behaalde resultaten. Dit faseringssysteem helpt bij het beheren van de publieke middelen, omdat het project in elke fase een duidelijk beeld geeft van de risico's en kansen. Het stelt het gemeentelijk energiebedrijf in staat om eventuele problemen vroegtijdig aan te pakken, waardoor de projecten beter beheersbaar worden en de kans op financieel verlies wordt verminderd. Duurzaamheid:

-

In de Klimaatwet wil Nederland in 2030 de CO2-uitstoot terugbrengen tot 55% van het niveau van 1990 en een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050. In de Energieagenda SWF 2023 is opgenomen dat de CO2-uitstoot in 2030 tot 50% van het niveau van 1990 wordt teruggebracht. Dit doen we door 8.000 woningen voor 2030 aardgasvrij te maken.

Met het gemeentelijk energiebedrijf kunnen wij mogelijk meer sturing geven aan het realiseren van doelen. 8000 woningen aardgasvrij in 2030 is een opgave welke regie vraagt van gemeenten, provincie en het rijk. Global Goals: Met de realisatie van een gemeentelijk energiebedrijf wordt invulling geven aan de Global Goals: o Betaalbare en duurzame energie o Industrie, innovatie en infrastructuur o Duurzame steden en gemeenschappen o Aanpak klimaatverandering o Partnerschap om doelen te bereiken

11

Vervolgproces: Indien per project een warmtekavel moet worden aangewezen conform de beoogde Wcw en/of indien een wijkuitvoeringsplan gereed is zal dit worden voorgelegd aan de raad inclusief een ontwikkelbudget per project. Indien een project uitontwikkeld is en klaar is om te bouwen, zal de businesscase, aanvraag inclusief de benodigde financiering en inbreng eigen vermogen separaat worden voorgelegd aan de Raad. Monitoring en evaluatie: Voor het energiebedrijf wordt de raad via actieve info geïnformeerd over het verdere proces. Voor de vier pilotprojecten zijn mogelijk separate beslismomenten richting de raad benodigd. Dit geldt voor de volgende onderwerpen: o Garantstelling Warm Heeg o Wijkuitvoeringsplan Energiestad Bolsward o Wijkuitvoeringsplan Workum o Wijkuitvoeringsplan Het Eiland te Sneek

12

Bijlage 1: Uitleg betaalbaarheid Risicospreiding:

Van het GWIB en HVC hebben we geleerd dat wanneer meerdere warmtenetten onder een bedrijf hangen, zij samen minder risico lopen dan afzonderlijk. Dit omdat nooit ieder risico zich voordoet.

Bronnenstrategie:

in Denemarken hebben we geleerd dat wanneer meerdere bronnen aan het warmtenet te gekoppeld zijn, het energiebedrijf slim kan spelen met de inzet van bronnen. Het energiebedrijf zet die bron in, die op dat moment leidt tot de meest gunstige warmteprijs. De bronnenstrategie draagt hiermee bij aan de betaalbaarheid van de warmtevoorziening

Ontwikkelwinst:

van het GWIB hebben we geleerd dat wanneer meerdere warmtenetten ontwikkeld worden binnen één bedrijf de mogelijkheid ontstaat om ontwikkelwinst te hergebruiken. Zodra het warmtenet operationeel is, zijn de risico’s voor het bedrijf een stuk lager dan in de ontwikkelfase. Hierdoor kan er in de exploitatiefase goedkoper financiering aangetrokken worden. Door de fasen te splitsen in aparte bedrijven krijgt het ontwikkelbedrijf zijn investering sneller terug en kan het geld inzetten voor het volgende warmtenet. Hergebruik van ontwikkelwinst draagt bij aan de betaalbaarheid van de warmtevoorziening,

13

Bijlage 2: Achtergrond Wcw Op dit moment zijn er geen specifieke wettelijke voorschriften voor het ordeningsproces voor de aanleg van een warmtenet of de aanwijzing van een warmtebedrijf. Gemeenten kunnen nu zelf een warmtenet aanleggen en/of exploiteren of dit uitbesteden aan een private partij door bijvoorbeeld het uitschrijven van een concessieopdracht. Een voorbeeld van dit laatste is Het Eiland Sneek. Dit gaat echter veranderen als de Wet collectieve warmte (Wcw) wordt ingevoerd. De Wcw creëert een nieuwe marktordening en legt de verantwoordelijkheid voor het ordeningsproces bij lokale overheden, hoofdzakelijk bij gemeenten. Zij krijgen tot taak om zogeheten warmtekavels vast te stellen (gebieden waarvan de omvang zodanig is dat een warmtebedrijf daarbinnen een collectieve warmtevoorziening op een doelmatige wijze kan aanleggen en exploiteren). Vervolgens moet de gemeente een geschikte partij selecteren die binnen de kavel het warmtetransport en de warmtelevering voor haar rekening neemt (‘het warmtebedrijf ’). Inzet daarbij is dat het warmtebedrijf ‘integraal verantwoordelijk’ wordt voor de gehele warmteketen (productie, inkoop, transport en levering). De selectie van een geschikt warmtebedrijf moet plaatsvinden op basis van een ‘transparant en non-discriminatoir proces’. Het wetsvoorstel introduceert daarvoor een zogeheten (publiekrechtelijke) ‘aanwijzingsprocedure’.

Op grond hiervan kunnen gemeenten, een warmtebedrijf ‘aanwijzen’ dat vervolgens de wettelijke taak krijgt om een warmtenet aan te leggen en gedurende minimaal 20 en maximaal 30 jaar te exploiteren. Op grond van het wetsvoorstel is het verboden om zonder aanwijzing warmte te transporteren en te leveren. De ACM houdt toezicht op de uitvoering van de taken door het aangewezen warmtebedrijf. In onderstaand schema is het proces van totstandkoming van een collectieve warmtevoorziening weergegeven. De stappen in de onderste rij worden vastgelegd in de Wcw. De stappen uit de bovenste rij volgen uit het Klimaatakkoord en de Omgevingswet.

(bron Memorie van toelichting Wcw) Publiek meerderheidsbelang De Minister voor Klimaat en Energie heeft in eerste instantie aangegeven (kamerbrief d.d. 21 oktober 2022) dat zijn voornemen was om in het wetsvoorstel te bepalen dat gemeenten alleen

14

warmtebedrijven voor een nieuwe warmtekavel kunnen aanwijzen waarbij de infrastructuur in handen is van publieke partijen of waarbij publieke partijen door een meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf doorslaggevende zeggenschap hebben over de infrastructuur. Naderhand heeft hij aangegeven (kamerbrief d.d. 6 juli 2023) dat hij het wenselijk vindt dat publieke partijen doorslaggevende zeggenschap hebben over zowel de infrastructuur als het beleid van een warmtebedrijf. In het wetsvoorstel dat nu voor advies bij de Raad van State ligt is opgenomen dat alleen een warmtebedrijf met een (gezamenlijk) meerderheidsbelang van een of meer publieke partijen aangewezen kan worden voor nieuwe warmtekavels. Een publieke partij hoeft overigens niet de gemeente te zijn, het warmtebedrijf kan ook in handen zijn van andere overheden (eventueel gezamenlijk) of van een (elektriciteits-, gas-) netwerkbedrijf. De Minister vindt volgens de Memorie van toelichting directe betrokkenheid van de gemeente bij een aan te wijzen warmtebedrijf wel wenselijk gelet op de lokale transitie-opgave. Volgens de Minister ligt het daarom voor de hand dat gemeenten het initiatief nemen bij het oprichten van een nieuw warmtebedrijf of bij het participeren in een bestaand warmtebedrijf.

Ook kan de gemeente met het inzetten van wettelijke bevoegdheden het warmtebedrijf waarin het zelf participeert ondersteunen in het beheersen van risico. Parallel aan de Wcw is ook het wetsvoorstel voor de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) ontwikkeld. De Wgiw geeft de gemeente de bevoegdheid tot het stellen van lokale regels om de transitie in de gebouwde omgeving naar duurzame alternatieven tot uitvoering te brengen. Hiermee kan de gemeente onder meer duidelijkheid bieden waar warmtekavels zullen komen, wanneer deze tot ontwikkeling worden gebracht en op welke termijn bijvoorbeeld het gasnet niet meer beschikbaar zal zijn. Deze duidelijkheid is van belang om risico’s in de ontwikkeling van collectieve warmte te verkleinen. Met de Wcw en de Wgiw krijgen gemeenten belangrijke instrumenten in handen die een positief effect kunnen hebben op de bedrijfseconomische condities voor het warmtebedrijf, zoals de aanwijzing van een warmtebedrijf voor een warmtekavel en de aanwijsbevoegdheid om de einddatum van aardgaslevering te bepalen. Naast een (publiek) warmtebedrijf kan ook een warmtegemeenschap (bijv. een energiecoöperatie) als warmtebedrijf worden aangewezen. In het wetsvoorstel is een uitzondering gemaakt voor kleine collectieve warmtesystemen (omvang tot 1500 aansluitingen), verhuurders en verenigingen van eigenaars.

Warmtebedrijven met een klein collectief warmtesysteem, verhuurders en verenigingen van eigenaars kunnen een ontheffing van het verbod om zonder aanwijzing warmte te transporteren of te leveren aanvragen bij het college.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13810465/1