Bijlage - Mei-inoar foar ús bern, De Fryske Regiovisie Jeugdhulp 2023-2026
Tekst van het document
Mei-inoar foar ús bern De Fryske Regiovisie Jeugdhulp 2023 - 2026
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
3
3. Samen leren en ontwikkelen
13
De bedoeling 3 Samen leren en ontwikkelen 3 Opdrachtgeverschap4 Vervolg op regiovisie 4
3.1 Sturingsfilosofie 3.2 Lerend zorglandschap
14 15
1. Inleiding Organisatie jeugdhulp in Fryslân Hervormingen jeugdzorg Leeswijzer
6 6 7 7
2. Doelstellingen en leidende principes
8
2.1 Onze bedoeling 2.2 De beweging van het jeugdstelsel Positief opgroeien
9 9
Een sterke basis Sterke preventie Integraal werken in de buurt, wijk of het dorp Inzet van jeugdhulp heeft duurzame effecten
2.3 Onze leidende principes
Jeugdige en gezin centraal (‘het gewone leven is het uitgangspunt’) Goed Samenspel Hulp is passend en flexibel (‘kwaliteit en keuzevrijheid’) Elke jeugdige heeft recht op leerontwikkeling De basis op orde
2.4 Gemeentelijke toegang en specialistische jeugdhulp Regionaal Expertiseteam Jeugd
9 9 10 10 10
11
11 11 11 11 11
12 12
Preventie en normaliseren Onderwijs en Jeugdhulp Maatschappelijke opgaven Monitoren: Praktijk èn datagericht transformeren Handelen: Effectief samen leren en ontwikkelen Ervaringsdeskundigheid en jongerenparticipatie
15 15 15 15 16 16
3.3 Het zorglandschap 3.4 Arbeidsmarktproblematiek 3.5 Regionale en bovenregionale samenwerking tussen gemeenten
17 18
4. Opdrachtgeverschap van de Friese Gemeenten 4.1 Lage administratieve lasten 4.2 Zorgvuldigheidseisen 4.3 Reële tarieven
18
19 20 20 20
5. Vervolg op de regiovisie
21
5.1 Jaarplannen 5.2 Structureel overleg 5.3 Vaststellen regiovisie 5.4 Jaarplan 2023
22 22 23 23
Mei-inoar foar ús bern
Managementsamenvatting Managementsamenvatting Voor u ligt de Fryske Regiovisie Jeugdhulp van de 18 Friese gemeenten¹. Met de regiovisie willen we een stevige basis leggen om blijvend passende en kwalitatief hoogwaardige jeugdhulp te leveren. Daarnaast voldoen we aan de acht afspraken zoals gesteld in de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). Wij schetsen met deze regiovisie de ambities, doelstellingen en uitgangspunten in de jeugdhulp voor de periode 2023-2026. Hoe we dit gaan realiseren, komt aan bod in de uitwerking van de regiovisie.
De bedoeling De bedoeling in de jeugdhulp staat centraal, terwijl regels en protocollen de bedoeling ondersteunen. We streven in Fryslân naar jeugdhulp waarbij jeugdigen veilig en gezond opgroeien en zich kunnen ontwikkelen op een manier die past bij hun mogelijkheden. Het gaat bij de bedoeling om de directe relatie tussen jeugdigen en volwassenen. De focus van onze inspanningen ligt daarom bij het gezinssysteem. Om de bedoeling te realiseren, is de juiste beweging in de jeugdhulp nodig. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) onderscheidt vijf kerningrediënten bij deze verandering. We investeren in: positief opgroeien; een sterke basis; sterke preventie; duurzaam effectieve hulp; integraal werken dichtbij de jeugdige en het gezin. Op termijn is met deze beweging minder specialistische jeugdhulp nodig. Bij het werken in de jeugdhulp hanteren we vijf leidende principes: 1. jeugdige en gezin centraal; 2. goed samenspel; 3. hulp is passend en flexibel; 4. iedere jeugdige heeft recht op leerontwikkeling; 5. de basis op orde. Deze vormen een afwegingskader voor ons handelen, zowel op het niveau van beleid als in de uitvoering. Bij de aansluiting
1
Het gaat om de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog, Harlingen, Waadhoeke, Noardeast-Fryslân, Súdwest-Fryslân, Leeuwarden, Tytsjerksteradiel, Dantumadiel, Achtkarspelen, Smallingerland, Opsterland, Heerenveen, De Fryske Marren, Weststellingwerf en Ooststellingwerf.
2
Matched care’ gaat uit van het principe dat juiste hulp op het juiste moment geboden moet worden. Dit is anders dan ‘stepped care’, waarbij veelal met lichtere hulpvormen wordt gestart om vervolgens te evalueren of zwaardere hulp noodzakelijk is.
3
tussen specialistische jeugdhulp en de gemeentelijke toegang staat het principe van ‘matched care’2 centraal. Een goede intake en gerichte triage zijn hierbij cruciaal. Om onvoldoende passend hulpaanbod in de regio, problemen in de samenwerking of onvoldoende effectieve hulp tegen te gaan, is er in Fryslân het Regionaal Expertiseteam Jeugd (Rex Jeugd).
Samen leren en ontwikkelen De Friese gemeenten werken in partnerschap met maatschappelijke partners aan het realiseren van maatschappelijke doelstellingen. Er zit een verschil tussen partnerschap opschrijven en dit ook daadwerkelijk uitvoeren. De wijze waarop het partnerschap precies wordt ingevuld, is onderwerp van gesprek voor het jaarplan van 2023 (zie hiervoor hoofdstuk 5). Eén onderdeel van een goede samenwerking is een lerend netwerk. Met en rond jeugd en gezin vormen gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijsorganisaties, Gecertificeerde Instellingen, huisartsen, kennisinstellingen en andere partners al één groot netwerk. In dit lerend netwerk gaan we aan de slag met de onderstaande thema’s: • Normaliseren is een belangrijk uitgangspunt om in gezamenlijkheid verder uit te werken. De afgelopen jaren heeft dit thema vooral een beleidsmatige invulling gekregen en minder in de dagelijkse praktijk
Mei-inoar foar ús bern
van professionals. Om hieraan bij te dragen, versterken we gezamenlijk het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinder- en peuteropvang.
te laten aansluiten op de zorgbehoefte of ontbrekend zorgaanbod te ontwikkelen. Daarnaast is het gezamenlijk duiden van de gegevens een belangrijke ontwikkelstap. •
•
Vanuit de Friese gemeenten ondersteunen we het streven naar meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt. Inclusief betekent dat scholen (in samenwerking met gemeenten) voor alle jongeren een veilige plek zijn waar ze de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In intensieve samenwerking verkennen gemeenten en onderwijs op welke manier een contextgerichte aanpak, met gebruik van de in de gemeente aanwezige steunstructuren, kan bijdragen aan het versterken van het pedagogisch klimaat op scholen.
•
We gaan meer praktijk- en datagericht monitoren. Het meten van resultaten gebruiken we als instrument om te sturen op kwaliteit. We vinden het belangrijk om jeugdhulpaanbieders te betrekken bij het opstellen van kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s), monitoring en sturingsinformatie. Deze informatie is belangrijk om de zorgbehoefte scherp in beeld te krijgen en te houden. Hierbij ontstaan aanknopingspunten om het bestaande aanbod beter
We willen meer dan nu leren van ervarings deskundige ouders en jeugdigen. Gedurende de looptijd van de regiovisie bouwen we verder aan bestaande initiatieven, zoals het regionaal jongerennetwerk en de jeugdwelzijnsraad.
Het lerend netwerk is breder dan alleen de regio Fryslân. Bovenregionaal wordt samengewerkt met Groningen en Drenthe op het niveau 3Noord. Ook hier wordt toegewerkt naar een passende governance-structuur.
Opdrachtgeverschap De 18 Friese gemeenten willen de administratieve lasten voor alle maatschappelijke partners zo laag mogelijk houden. Tegelijkertijd zijn er bepaalde keuzes gemaakt die de administratieve lasten beïnvloeden. Deze keuzes zijn gemaakt omdat de administratieve handelingen bijdragen aan het duurzaam leveren van kwalitatieve jeugdhulp. Jeugdhulpaanbieders mogen van ons zorgvuldigheidseisen verwachten ten aanzien van inkoopprocedures. We publiceren tijdig, hanteren meerjarige contracten en bieden continuïteit van zorg. De tarieven in de regio zijn gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en tot stand gekomen in overleg met jeugdhulpaanbieders.
4
Vervolg op de regiovisie Ook het vervolg van de regiovisie geven we in partnerschap vorm. In jaarplannen worden de concrete acties en thema’s benoemd waarmee we dat jaar aan de slag gaan. Het eerste jaarplan geldt voor 2023. Daarnaast zijn we structureel met elkaar in gesprek op bestuurlijk, tactisch en operationeel niveau. De overlegstructuur wordt na de zomer van 2022 opgezet en hier wordt gezamenlijk toegewerkt naar het eerste jaarplan van de regiovisie.
Fryske Regiovisie Jeugdhulp
Mei-inoar foar ús bern
We investeren in:
5 leidende principes:
positief opgroeien;
1 jeugdige en gezin centraal;
We streven in Fryslân naar jeugdhulp
een sterke basis;
2 goed samenspel;
waarbij jeugdigen veilig en gezond
sterke preventie;
3 hulp is passend en flexibel;
duurzaam effectieve hulp;
4 iedere jeugdige heeft recht op leerontwikkeling;
integraal werken dichtbij de jeugdige en het gezin
5 de basis op orde
De bedoeling:
opgroeien en zich kunnen ontwikkelen op een manier die past bij hun mogelijkheden.
Samen leren en ontwikkelen Eén onderdeel van een goede samenwerking is een lerend netwerk. Met en rond jeugd en gezin vormen gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijsorganisaties, Gecertificeerde Instellingen, huisartsen, kennisinstellingen en andere partners al één groot netwerk.
Opdrachtgeverschap De 18 Friese gemeenten willen de administratieve lasten voor alle maatschappelijke partners zo laag mogelijk houden. Jeugdhulpaanbieders mogen van ons zorgvuldigheidseisen verwachten ten aanzien van inkoopprocedures. We publiceren tijdig, hanteren meerjarige contracten en bieden continuïteit van zorg.
SCHOOL
Inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt. De afgelopen jaren heeft dit thema vooral een beleidsmatige invulling gekregen en minder in de dagelijkse praktijk van professionals. Om hieraan bij te dragen, versterken we gezamenlijk het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinder- en peuteropvang.
Praktijk- en datagericht monitoren. Het meten van resultaten gebruiken we als instrument om te sturen op kwaliteit. We vinden het belangrijk om jeugdhulpaanbieders te betrekken bij het opstellen van kritieke prestatie-indicatoren, monitoring en sturingsinformatie. Deze informatie is belangrijk om de zorgbehoefte scherp in beeld te krijgen en te houden. Hierbij ontstaan aanknopingspunten om het bestaande aanbod beter te laten aansluiten op de zorgbehoefte of ontbrekend zorgaanbod te ontwikkelen.
Leren van ervaringsdeskundige ouders en jeugdigen. Gedurende de looptijd van de regiovisie bouwen we verder aan bestaande initiatieven, zoals het regionaal jongerennetwerk en de jeugdwelzijnsraad.
SCHOOL
Vervolg op de regiovisie Partnerschap In jaarplannen worden de concrete acties en thema’s benoemd waarmee we dat jaar aan de slag gaan. Voorbeelden hiervan zijn onderwijs en jeugdhulp, partnerschap, de wijk- en gebiedsteams en jongerenparticipatie (meer informatie hierover staat op pagina 23). Daarnaast zijn we structureel met elkaar in gesprek op bestuurlijk, tactisch en operationeel niveau.
Mei-inoar foar ús bern
1. Inleiding De 18 Friese gemeenten zetten zich blijvend in voor goede jeugdhulp. Een scherpe visie, sterke regionale samenwerking en goed opdrachtgeverschap zijn belangrijke voorwaarden voor goede jeugdhulp. De ambities om deze voorwaarden te realiseren komen aan bod in deze regiovisie. Hiermee leggen we in Fryslân een stevige basis om blijvend passende en kwalitatief hoogwaardige jeugdhulp te leveren. Voor u ligt de conceptversie van de regiovisie. De regiovisie sluit aan bij de door gemeenten in Nederland vastgestelde Norm voor Opdrachtgeverschap³ (NvO). De NvO beschrijft aan de hand van acht afspraken handvatten om de samenwerking en het opdrachtgeverschap te versterken.
De 18 Friese gemeenteraden stellen de volledige regiovisie afzonderlijk vast. Daarnaast is het een document dat door de bestuurders van onze partners in de vorm van een intentieverklaring wordt ondertekend. Die ondertekening is geen verplichting of eis, maar de bevestiging om samen de regiovisie concreet te gaan vertalen in maatregelen en acties die we de komende jaren oppakken en uitvoeren. Met de regiovisie willen de 18 Friese gemeenten de richting van de jeugdhulp voor de komende jaren vastleggen. Dit gebeurt samen met belangrijke maatschappelijke partners. Denk hierbij aan jeugdhulpaanbieders, het onderwijs, de GGD, huisartsen, Gecertificeerde Instellingen (GI’s) en jongeren. Alleen door samen te werken, maken we van dit document een gedragen en duurzame regiovisie. De inhoud van de regiovisie is onder andere gebaseerd op gesprekstafels4 met maatschappelijke partners. Hier is gesproken over de ambities in de jeugdhulp, de sturingsfilosofie, het zorglandschap en leidende principes. Jongeren5 zijn ook gevraagd mee te denken over de inhoud van de regiovisie. Naast de resultaten van een interactief proces, zijn ervaringen en rapporten van de afgelopen jaren verwerkt in de regiovisie. Een flink aantal andere domeinen in de regiovisie heeft raakvlakken met al lopende processen.
Denk bijvoorbeeld aan de inhoudelijke raakvlakken met de Friese Preventieaanpak (FPA) en de Friese Samenwerkingsagenda. Het heeft ook diverse raakvlakken met de nieuwe inkoop jeugdhulp. De regiovisie dient als kapstok voor de beleidsontwikkeling jeugdhulp in de periode 2023-2026, waar deze verschillende
3
Meer informatie over de Norm voor Opdrachtgeverschap en de verschillende eisen is te vinden via: sociaalweb.nl en vng.nl
4
Verslagen van deze bijeenkomst zijn in te zien via sdfryslan.nl
5
We hebben gesproken met jongeren die nu met jeugdhulp te maken hebben, jongeren die vroeger jeugdhulp hebben ontvangen en jongeren die voorliggend met hulp en ondersteuning te maken hebben gehad.
6
processen en inhoudelijke thema’s onder vallen en aan raken. Onder de kapstok van de regiovisie verbinden we deze processen met elkaar. Meer hierover leest u in deze regiovisie. De regiovisie legt de visie op jeugdhulp in Fryslân regionaal vast in de periode 2023-2026. Hiermee worden verschillende ambities, doelstellingen, leidende principes en uitgangspunten vastgelegd die invloed hebben op de lokale situatie van individuele gemeenten. Denk bijvoorbeeld aan de invloed op de werkwijze in de wijk- en gebiedsteams of de afspraken tussen gemeenten en het onderwijs. In het afsluitende hoofdstuk over het vervolg op de regiovisie leest u meer over de lokale doorvertaling van de regiovisie jeugdhulp. Als we in de regiovisie spreken over ‘we’, bedoelen we daarmee de partners die de intentieverklaring daadwerkelijk op bestuursniveau gaan ondertekenen. We realiseren ons hierbij heel goed dat dit geen enkele garantie biedt voor de uitvoering in de praktijk. Die is weerbarstig en vraagt om tijd en inrichting van het lerende landschap.
Organisatie jeugdhulp in Fryslân De Friese gemeenten werken op het terrein van de jeugdhulp samen bij de inkoop van jeugdhulp, contractmanagement en beleidsvoorbereiding. De Centrumregeling Samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 is de formele basis voor deze samenwerking.
Mei-inoar foar ús bern
Hervormingen jeugdzorg Op 13 mei 2022 hebben de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister voor Rechtsbescherming in een kamerbrief hun plannen beschreven voor de toekomst van de jeugdzorg. Op zowel inhoudelijke als administratieve thema’s worden tal van onderzoeken, ontwikkelingen en mogelijke hervormingen aangekondigd. Het gaat onder andere om diverse wetstrajecten, het verkennen van nieuw financiële maatregelen, het versterken van de arbeidsmarkt, het verstevigen van de sociale basis en het vereenvoudigen van de uitvoeringspraktijk. Het laatstgenoemde vindt onder andere plaats door de marktwerking te verminderen, de samenwerking te intensiveren en de inkoop van zorg te verbeteren. Veel van de aankondigingen landen in vervolgtrajecten, zoals de Hervormingsagenda. In de Friese inkooptrajecten in 2021 en 2022 is op diverse onderdelen al vorm en inhoud gegeven aan onderdelen van de Hervormingsagenda.
Voorbeelden daarvan zijn het werken met effectieve interventies, het opstellen van een kwaliteitskader, de afbakening van de specialistische jeugdhulp en het uitgaan van partnerschap. De verwachting is dat de Hervormingsagenda in het najaar van 2022 wordt vastgesteld. In de nadere uitwerking van de regiovisie houden we uiteraard rekening met de uitwerking van de hervormingsagenda op landelijk niveau.
Leeswijzer Na de inleiding komen de strategische doelstellingen en leidende principes aan bod in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 gaat over gezamenlijk leren en ontwikkelen. De randvoorwaarden voor goed opdrachtgeverschap zijn beschreven in hoofdstuk 4. De regiovisie sluit af met een beschrijving van het vervolgproces. De regiovisie is een belangrijke stap, maar het is één stap richting blijvende en voortdurende ontwikkeling van kwalitatief goede jeugdhulp in Fryslân.
7
“Een scherpe visie, sterke regionale samenwerking en goed opdrachtgeverschap zijn belangrijke voorwaarden voor goede jeugdhulp”.
Mei-inoar foar ús bern
Samenvatting hoofdstuk 2 De bedoeling in de jeugdhulp staat centraal, terwijl regels en protocollen de bedoeling ondersteunen. We streven in Fryslân naar jeugdhulp waarbij jeugdigen veilig opgroeien en zich kunnen ontwikkelen op een manier die past bij hun mogelijkheden. Het gaat bij de bedoeling om de directe relatie tussen jeugdigen en volwassenen. De focus van onze inspanningen ligt daarom bij het gezinssysteem. Om de bedoeling te realiseren is een beweging in de jeugdhulp nodig. Het NJi onderscheidt vijf kerningrediënten bij deze verandering. We investeren in positief opgroeien, een sterke basis, sterke preventie, duurzaam effectieve hulp en integraal werken dichtbij de jeugdige en het gezin. Op termijn is met deze beweging minder specialistische jeugdhulp nodig. Bij het werken in de jeugdhulp hanteren we vijf leidende principexs: 1. jeugdige en gezin centraal, 2. goed samenspel, 3. hulp is passend en flexibel, 4. iedere jeugdige heeft recht op leerontwikkeling en 5. de basis op orde. Deze vormen een afwegingskader voor ons handelen, zowel op het niveau van beleid als in de uitvoering. Bij de aansluiting tussen specialistische jeugdhulp en de gemeentelijke toegang staat het principe van ‘matched care’ centraal. Een goede intake en gerichte triage zijn hierbij cruciaal. Normaliseren is altijd het uitgangspunt.
Om onvoldoende passend hulpaanbod in de regio, problemen in de samenwerking of onvoldoende effectieve hulp tegen te gaan, is er in Fryslân het Regionaal Expertiseteam Jeugd (Rex Jeugd).
2. Doelstellingen en leidende principes De vraag ‘Wat willen we bereiken?’ staat centraal in dit hoofdstuk. Passend bij een visie staan de doelstellingen in de jeugdhulp beschreven en komen de leidende principes die hieraan bijdragen aan bod. De doelstellingen of de leidende principes zijn niet in beton gegoten. Het gaat om ‘levende’ doelstellingen en leidende principes die zo nodig kunnen veranderen. Dit sluit aan bij onze ambitie voor een sterk lerend zorglandschap (zie hiervoor hoofdstuk 3). Hoofdstuk 2 vult de afspraken 2 en 3 uit de NvO in. ’Wij vinden dat de jeugdhulp structureel beter kan en moet. Dit kan alleen als de jeugdhulp duurzaam gaat werken naar de bedoeling: optimaal opgroeien mogelijk maken. Ieder kind heeft recht op een optimale gezonde ontwikkeling. Ontwikkelen doen kinderen thuis, op school en in de buurt; met familie en vrienden. Dit vraagt om een maatschappij die zo is ingericht, dat kinderen alle kansen krijgen zich te ontwikkelen. Dat betekent opgroeien in een zo optimaal mogelijke maatschappelijke context, in optimale lichamelijke en mentale gezondheid en in de eigen leefwereld.
8
Dit vergt een samenleving die kansen biedt aan álle kinderen en ruimte biedt voor variatie tussen kinderen. We willen als samenleving samen investeren in wat jonge mensen doet floreren. Dit kan alleen vanuit een samenhangende benadering op meerdere lagen: van promotie van welzijn tot preventie, onderwijs, ondersteuning, bescherming en zorg. Dit vergt nog beter opgeleide professionals en een voortdurende lerende en innoverende, op kennis en evidentie gebaseerde praktijk. Jeugdhulpactiviteiten worden vervangen als de wetenschap laat zien dat het beter kan.’ 6 De bedoeling staat centraal: regels en protocollen faciliteren de bedoeling. Is dat niet het geval? Dan verdwijnen de betreffende regels of passen we ze aan. Belangrijk is dat we ons realiseren dat we binnen een landelijk stelsel opereren. De landelijke doelstellingen rondom de transformatie gelden voor ons als richtsnoer en kader. De kinderrechten, de noodzaak om te veranderen en te vernieuwen en de onderliggende beleidstheorie (vroegtijdig ingrijpen voorkomt kosten in een later stadium en trekt de totale kosten gelijk) gelden ook in Fryslân. Evenals de accenten op professionele zelfstandigheid en vroegtijdige, volledige betrokkenheid van de jeugdige en het gezin zelf. Ook de landelijke beweging van Nul is omarmd door de 18 Friese gemeenten. Binnen ‘Van Nu tot Nul’ worden de verschillende Nul-doelen nagestreefd.
Denk hierbij aan de doelstellingen 0 uithuisplaatsingen, 0 suïcides, 0 residentiële plaatsingen, 0 complexe echtscheidingen, etc. We sluiten vanuit de regiovisie aan bij deze beweging.7
6
Uit “Op de Groei” pamflet van de beweging van Nul uit juni 2021
7
Zie vannutotnul.nl voor meer informatie over deze beweging in Fryslân.
Mei-inoar foar ús bern
2.1 Onze bedoeling ’De bedoeling van al onze inspanningen en ingezette middelen binnen de jeugdzorg is dat jeugdigen veilig opgroeien en zich ontwikkelen op een manier die past bij hun mogelijkheden.’ Bij de bedoeling gaat het om de directe relatie tussen jeugdigen en volwassenen. Het accent van onze inspanning komt daarom te liggen bij het gezinssysteem, bij die professionals en bij het faciliteren van de uitvoering. Kansrijk, veilig en gezond opgroeien gaat over alle aspecten van het leven van jeugdigen. Het gaat om hun geestelijke en lichamelijke gezondheid en ook over hun opleiding, leren, spelen, vrije tijd, veiligheid, burgerschap en integratie. De ambitie om jeugdigen kansrijk, veilig en gezond te laten opgroeien geldt als het goed gaat met jeugdigen net zo zwaar als wanneer jeugdigen ondersteuning of hulp nodig hebben.
3. De klik tussen jeugdige/gezin en de betrokken hulpverlening is cruciaal en er wordt naar het geheel van de ondersteuningsvragen van het gezin gekeken. Ook worden er in dialoog met jeugdigen en gezinnen prioriteiten gesteld; 4. We bieden ruimte, aandacht en begrip voor het feit dat opgroeien en opvoeden een proces is dat met vallen en opstaan gaat en waarbij soms heel heftige zaken spelen. Niet alle complicaties hoeven weggewerkt of opgelost te worden door gespecialiseerde hulpverlening in te schakelen; 5. Kwaliteit van de jeugdhulp is essentieel.
2.2 De beweging van het jeugdstelsel
Onze belangrijkste afweging is de vraag welke omgeving nodig is om voor een kansrijke, veilige en gezonde ontwikkeling van jeugdigen te zorgen. Hoe kunnen we samen zorgen dat die omgeving er is en op de juiste manier ondersteunt? Het is cruciaal dat er een soepel werkend netwerk ontstaat van alle betrokken partners die zich rondom de bedoeling verbinden. Elke partner heeft een door de anderen niet bestreden toegevoegde waarde in het netwerk. Om hier blijvend aan bij te dragen hanteren we vijf inzichten:
Om tot verbetering van het jeugdstelsel en beheersbare kosten voor de jeugdhulp te kunnen komen, zijn er meerdere elementen in het beleid die daarbij in onderlinge samenhang een rol spelen. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft deze elementen samengebracht in een model dat we hiernaast aangeven. Positief opgroeien Positief opgroeien is het basisuitgangspunt, waarbij ouders in hun rol als opvoeder centraal staan. Mede-opvoeders hebben elk een eigen rol en taak en werken intensief samen, zeker met de betrokken ouders en jeugdige. Vertrouwen in en versterken van de pedagogische kwaliteit in het gezin, de school, de omgeving en de wijk zijn belangrijke voorwaarden. Om het positief opgroeien mogelijk te maken is een goede verbinding tussen de betrokkenen in het pedagogische klimaat (school, het gezin en de wijk) essentieel. Een sterke basis Daar waar jeugdigen leven, moet een sterke pedagogische basis aanwezig zijn. Een basis waarin jeugdigen waardevolle sociale relaties kunnen opbouwen met hun ouders, buurt, school en vrijetijdsverenigingen. Een sterke basis zorgt voor een passend alternatief voor jeugdhulp dicht bij het normale leven van jeugdigen en gezinnen.
Een goed inzicht in de vraag die jeugdigen en ouders/ opvoeders hebben is nodig: hun vraag staat centraal; 2. De bestaande sociale context van jeugdigen nemen we als basis en uitgangspunt van handelen; 1.
9
Mei-inoar foar ús bern
Sterke preventie Het is in de eerste plaats belangrijk dat er goede voorlichting is over en ondersteuning bij de vraag wat normale opvoeden opgroeivragen zijn en hoe die in goede banen te leiden. Vervolgens is het belangrijk dat inhoud wordt gegeven aan preventief jeugdbeleid. Voor het versterken van preventief jeugdbeleid sluiten we aan bij de Friese Preventieaanpak. De Friese Preventieaanpak is dé grootste samenwerking op preventie in Fryslân en dé plek waar alles over preventie in Fryslân samenkomt. Preventief jeugdbeleid gaat over het voorkomen dat problemen bij jeugdigen ontstaan maar ook het voorkomen dat alledaagse vragen escaleren tot grote problemen. In combinatie met een sterke sociale basis draagt preventief beleid bij aan het verminderen van het gebruik van jeugdhulp. Voor steeds meer jeugdigen en gezinnen worden de problemen vroegtijdig verholpen of is een laagdrempelig voorliggend alternatief aanwezig. Het belang van een sterk preventief jeugdbeleid, met passende, laagdrempelige vormen van ondersteuning wordt versterkt door de aanscherping van de scope specialistische jeugdhulp. Integraal werken in de buurt, wijk of het dorp We kiezen voor intensieve samenwerking tùssen de basisvoorzieningen en mèt de basisvoorzieningen.
Als het gaat om jeugdhulpvraagstukken of problematiek die niet goed genoeg door de professionals in de basisvoorzieningen zijn op te pakken of om problematiek die niet tot hun primaire taak en verantwoordelijkheid hoort, is er een wijk-/ gebiedsteam beschikbaar voor consultatie, ondersteuning
en als dat passend is, voor een effectief licht hulpaanbod. 8 Daarmee wordt voorkomen dat intensievere hulp nodig is. Binnen het wijk-/gebiedsteam werken de professionals en jeugdigen, gezinnen, hun netwerk, mantelzorgers, vrijwilligers, professionals uit de basisvoorzieningen (waaronder de kinderopvang en het onderwijs) en specialistische jeugdhulp intensief samen. Hierbij willen de Friese gemeenten expertise, kennis en kunde van bijvoorbeeld hoogspecialistische jeugdhulp richting het wijk-/gebiedsteam organiseren. Dit om vroegtijdig en lokaal passende steun te kunnen bieden. De samenwerking en onderlinge afstemming zorgen voor een complete vraagverheldering, goede triage en gezamenlijke prioriteiten. De juiste ondersteuning komt hierdoor eerder beschikbaar, is beter passend, dubbel werk wordt voorkomen, de professionals zijn zichtbaar en bekend en problematiek wordt eerder gesignaleerd. De gebiedsteams zorgen dat de coördinatie van de ondersteuning aan een gezin, als daarbij meerdere organisaties en professionals zijn betrokken, in afstemming met de jeugdige/het gezin opgepakt wordt door één persoon. Een belangrijk uitgangspunt is aansluiting zoeken bij aangrenzende domeinen en overkoepelende ontwikkelingen.
We noemen bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Friese Preventieaanpak en de samenwerkingsagenda, waar de zorgverzekeraar samen met gemeenten invulling aan heeft gegeven voor het totale sociale domein.
“De bedoeling van al onze inspanningen en ingezette middelen binnen de jeugdzorg is dat jeugdigen veilig opgroeien en zich ontwikkelen op een manier die past bij hun mogelijkheden”.
8
Op dit moment bieden nog niet alle Friese wijk- en gebiedsteams lichte hulp en ondersteuning. Tegelijkertijd is dit wel een onderdeel van de beweging die we willen maken.
10
Omdat deze ontwikkelingen nog vaak eigenstandige ontwikkelingen zijn, verbinden wij deze ontwikkelingen en komen tot synergie. Inzet van jeugdhulp heeft duurzame effecten Als de ondersteuning of versterking van jeugdigen/ het gezin nodig is via jeugdhulp, verwachten wij van de jeugdhulpmedewerkers dat zij anders gaan kijken naar een hulpvraag. In de inkoop van de specialistische jeugdhulp is vastgelegd dat gewerkt wordt met (bewezen) effectieve interventies. Jeugdhulpaanbieders kunnen gebruik maken van de interventies uit een databank (bijvoorbeeld van het NJi) of zelf aantonen dat hun interventie effectief is. Het gaat in Fryslân om het bieden van hulp in de eigen omgeving van een jeugdige/het gezin. Het gaat eerder om hulp ‘bijschakelen’ in het gezin of bijvoorbeeld op school. Het gaat er ook om die plaatsen zo te versterken dat de kans op terugval verkleind wordt. En waar nodig te zorgen voor een lichte vorm van vervolgondersteuning via de gebiedsteams of basisvoorzieningen. Dit alles is essentieel om te voorkomen dat jeugdhulp nodig is en nodig blijft. Het vereist daarnaast dat jeugdhulpaanbieders niet alleen specialistische hulp bieden, maar ook meedoen aan de versterking van de basis, terugvalpreventie en eerstelijnsondersteuning.
Een groep jeugdigen en gezinnen is blijvend niet in staat (volledig) op eigen kracht of met behulp van hun sociale netwerk op te groeien of op te voeden. Voor deze groep zal levenslang professionele jeugdhulp nodig zijn, zeker bij ingrijpende ‘life-events’. Ook voor deze groep hebben we aandacht en vullen we onze taak optimaal in.
Mei-inoar foar ús bern
2.3 Onze leidende principes Om onze bedoeling en de beweging in het jeugdstelstel te kunnen realiseren hebben we herkenbare en gedragen leidende principes nodig. De leidende principes vormen de basis voor ons handelen. Ze geven aan wat wij als jeugdhulpregio belangrijk vinden. Het gaat over onze ambities en hoe we daarin met elkaar willen omgaan: onze identiteit. Ze bieden houvast om naast de verschillende invalshoeken, methodieken of belangen, samen de beste uitkomst voor Friese jeugdigen en gezinnen voor ogen te houden. Het zijn waarden die sturend zijn in de besluitvorming. Ze helpen onze doelen (richting) te vertalen naar structuren en werkprocessen (inrichting) en naar uitvoering van activiteiten (verrichting). Daarnaast helpen ze fundamentele keuzes te maken over welke acties prioriteit moeten krijgen als het gaat om het realiseren van de resultaten. Niet alles kan tegelijk en we moeten in een open gesprek samen met onze partners focus aanbrengen: Hebben we dezelfde doelen? Ervaren we dezelfde knelpunten? Wat doen we eerst? De leidende principes zijn het resultaat van verschillende gesprekken met jongeren en maatschappelijke partners. In dialoog met jongeren is een eerste selectie gemaakt van de belangrijkste leidende principes. De gesprekstafel ‘leidende principes’ heeft verder gebouwd op deze resultaten en is tot een eerste prioritering gekomen.
De vijf leidende principes zijn: 1. jeugdige en gezin centraal; 2. goed samenspel; 3. hulp is passend en flexibel; 4. iedere jeugdige heeft recht op leerontwikkeling; 5. de basis op orde.
Jeugdige en gezin centraal (‘het gewone leven is het uitgangspunt’) Het gewone leven van jeugdige en gezin is en blijft altijd het uitgangspunt. Dit betekent dat we altijd sámen met jeugdige, gezin en omgeving vaststellen wat nodig is om hen te ondersteunen en hulp niet afsluiten zonder vast te stellen dat zij op eigen kracht verder kunnen. Waar mogelijk bieden we jeugdhulp in de directe leefomgeving, zodat het leven van het gezin zoveel mogelijk door kan gaan op een manier die zij wensen en bij hen past. We tonen vertrouwen in wat het gezin met hulp van de omgeving zelf kan en bieden geen hulp en steun waar dat niet nodig is. Goed samenspel We voelen ons als netwerk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de hulp. We zorgen voor goede samenwerking, met jeugdige en gezin èn met elkaar. Dat betekent dat we afstemmen wie het gezin ondersteunt bij het voeren van casusregie over de hulp, dat we duidelijk zijn over onze rol en afstemmen wie wat doet, om te zorgen dat de hulp passend is. Waar dat kan zorgen we voor één aanspreekpunt en zorgen we voor overzicht met één ondersteuningsplan. In ons taalgebruik, processen en systemen zorgen we ervoor dat we aansluiten bij elkaar en dubbel werk voorkomen.
Hulp is passend en flexibel (‘kwaliteit en keuzevrijheid’) We bieden duidelijkheid over de beschikbaarheid en kwaliteit van de hulp zodat de jeugdige en het gezin zelf een keuze kunnen maken. We hebben aandacht voor de match tussen hulpvrager en professional. We blijven in contact met jeugdigen en het gezin als hulp niet direct van start kan gaan. Het zorgvuldig omgaan met gegevensdeling is in een flexibel systeem extra belangrijk. We zorgen voor meer herkenbaarheid, transparantie en eenheid in de informatie die we delen en de wijze waarop.
11
Het inzichtelijk en overzichtelijk houden van de kwaliteit van de jeugdhulp leidt tot betere jeugdhulp. We streven naar steeds betere monitoring en afspraken over hoe alle betrokkenen proactief bijdragen aan het bereiken van gestelde doelen. De ervaring van jeugdige en gezin speelt hierin een grote rol. We zetten hun denkkracht en ervaring in op alle niveaus. Elke jeugdige heeft recht op leerontwikkeling Leren (en het onderwijs) heeft een belangrijke plek in het leven van jeugdigen. Leren is meer dan het ontwikkelen van cognitieve vaardigheden en dit gebeurt ook op andere plaatsen dan op school. Het ontwikkelen van levensvaardigheden en aandacht voor psychologische, sociale en emotionele ontwikkeling is belangrijk. Jeugdigen kunnen via leren hun talenten ontdekken en deze zo goed mogelijk inzetten. Passende ondersteuning en versterking is aanwezig als dat nodig is, zowel binnen school als in een niet-schoolse setting. De basis op orde Om te zorgen dat jeugdigen zich kunnen ontwikkelen, moeten de basisvoorwaarden op orde zijn: veiligheid, een thuis, voeding, onderwijs en inkomen. Jeugdigen moeten worden beschermd als hun ontwikkeling gevaar loopt. De ondersteuning en behandeling van de jeugdige wordt nog beter verbonden aan de (gewenste) thuiswereld en de andere gezinsleden.
Als thuis wonen niet lukt, streven we (zolang dat nodig is) naar een kleinschalige vertrouwde en veilige omgeving waar de jeugdige zich thuis voelt.
Mei-inoar foar ús bern
2.4 Gemeentelijke toegang en specialistische jeugdhulp De derde afspraak uit de NvO betreft de aansluiting tussen de gemeentelijke toegang en specialistische jeugdhulp. Goede toegang tot jeugdhulp betekent dat jeugd en gezin die een hulpvraag hebben zo snel mogelijk – en in zo min mogelijk stappen – passende ondersteuning krijgen. Het principe van ‘matched care’ staat voor ons centraal. Dat vraagt onder andere om een goede intake (vraagverheldering, probleemen krachtenanalyse en verklarende analyse) en om gerichte triage (passende en effectieve jeugdhulp). Daarbij gaan we uit van normaliseren: we verbreden het pad van de normale ontwikkeling. We zetten hulp en steun in op de plekken in de gewone leefwereld om meedoen voor zoveel mogelijk jeugdigen mogelijk te maken. We kijken bij het verwijzen naar jeugdhulp àltijd naar de context waarin een hulpvraag zich voordoet en beslissen altijd sámen met jeugdige en gezin.
Elke gemeente blijft een eigen koers houden maar successen worden sneller integraal overgenomen om zo het effect maximaal te benutten.
Een stevige basis helpt partners om hun zorgproces effectiever te maken en voorkomt dat we elkaars werk herhalen en daarmee het gezin belasten. We streven dan ook naar meer eenheid in de basis: het verwijsproces, benodigde professionaliteit en beoordeling en samenwerkingsafspraken bij onveiligheid.
3. Regionaal ondersteuningsplan Jeugd: alle gemeenten werken met één basis ondersteuningsplan. Hiermee borgen we de minimale kwaliteit van vraagverheldering, gegevensdeling en resultaatsturing.
Onze regio heeft hierin al de volgende stappen gezet: 1. De regionale visie wijk- en gebiedsteams: de visie beschrijft de benodigde eenheid en stelt doorontwikkeling voor op de aspecten: • Werken aan Veiligheid • Effectief en efficiënt verwijzen naar specialistische jeugdhulp • Benodigde professionaliteit. 2. De gemeenten onderschrijven de Pedagogische visie ‘Sa dogge wy dat’: het fundament onder het professionele handelen van alle wijk- en gebiedsteams.
4. Regionale monitor toegang tot jeugdhulp: Hoe krijgt de regionale visie op gemeentelijke toegangsteams in de praktijk vorm? Wat kunnen we leren van wat we waarnemen? Welke afspraken moeten we met elkaar maken? 5. Leerbijeenkomsten Kenniswerkplaats Jeugd Friesland.
De leidraad bij de ingezette doorontwikkeling is gebaseerd op de door KPMG in 2019 geformuleerde basisfuncties gemeentelijke toegang jeugdhulp (wijk- en gebiedsteams), gedefinieerd aan de hand van vijf basisfuncties. Het is de lokale verantwoordelijkheid van iedere gemeente om te zorgen dat deze functies geborgd zijn in het
12
lokale team. Daarnaast werkt het rijk op dit moment aan een bestuurlijk kader voor lokale teams (in het kader van de Hervormingsagenda). Dit uniformeert de eisen ten aanzien van de lokale toegang op landelijk niveau. Naar verwachting is dit kader in het najaar van 2022 gereed. Uiteraard gaan wij het kader ook in onze jeugdhulpregio concreet vertalen. Regionaal Expertiseteam Jeugd Om onvoldoende passend hulpaanbod in de regio, problemen in de samenwerking of onvoldoende effectieve hulp tegen te gaan, is er in Fryslân het Regionaal Expertiseteam Jeugd (REX Jeugd). REX Jeugd brengt een bindend advies uit over casussen die vastlopen door bijvoorbeeld onvoldoende samenwerking of het ontbreken van aanbod. REX Jeugd is onafhankelijk en bestaat uit verschillende experts op het brede terrein van jeugd. Jeugdhulpaanbieders, verwijzers èn ook ouders kunnen een casus aanmelden bij het REX. REX Jeugd geeft, naast het bindend advies, ook aanbevelingen over beleid en inkoop, bijvoorbeeld door regionaal ontbrekend zorgaanbod te signaleren en te benoemen. Het Friese team REX Jeugd vormt samen met de teams REX Jeugd van respectievelijk Groningen en Drenthe de basis van het Jeugdexpertise Netwerk Noord-Nederland (JENN).
Doel van het JENN is structureel met partners ervoor zorgen dat jeugdigen en gezinnen met complexe en/of weinig voorkomende problematiek op tijd de hulp krijgen die ze nodig hebben.
Mei-inoar foar ús bern
Samenvatting hoofdstuk 3 De Friese gemeenten werken in partnerschap met maatschappelijke partners aan het realiseren van maatschappelijke doelstellingen. Er zit een verschil tussen partnerschap opschrijven en dit ook daadwerkelijk uitvoeren. De wijze waarop het partnerschap precies wordt ingevuld, is onderwerp van gesprek voor het jaarplan van 2023 (zie hiervoor hoofdstuk 5).
verkennen gemeenten en onderwijs op welke manier een contextgerichte aanpak, met gebruik van de in de gemeente aanwezige steunstructuren, kan bijdragen aan het versterken van het pedagogisch klimaat op scholen. •
We gaan meer praktijk- en datagericht monitoren. Het meten van resultaten gebruiken we als instrument om te sturen op kwaliteit. We vinden het belangrijk jeugdhulpaanbieders te betrekken bij het opstellen van kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s), monitoring en sturingsinformatie. Deze informatie is belangrijk om de zorgbehoefte scherp in beeld te krijgen en te houden. Hierbij ontstaan aanknopingspunten om het bestaande aanbod beter te laten aansluiten op de zorgbehoefte of ontbrekend zorgaanbod te ontwikkelen. Daarnaast is het gezamenlijk duiden van de gegevens een belangrijke ontwikkelstap.
•
We willen meer dan nu leren van ervaringsdeskundige ouders en jeugdigen. Gedurende de looptijd van de regiovisie bouwen we verder aan bestaande initiatieven, zoals het regionaal jongerennetwerk en de jeugdwelzijnsraad.
Eén onderdeel van een goede samenwerking is een lerend netwerk. Met en rond jeugd en gezin vormen gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijsorganisaties, huisartsen, gecertificeerde instellingen, kennisinstellingen en andere partners al één groot netwerk. In dit lerend netwerk gaan we aan de slag met de volgende thema’s:
•
•
Normaliseren is een belangrijk uitgangspunt om in gezamenlijkheid verder uit te werken. De afgelopen jaren heeft dit thema vooral een beleidsmatige invulling gekregen en minder in de dagelijkse praktijk van professionals. Om hieraan bij te dragen versterken we gezamenlijk het opvoedkundig klimaat in gezinnen, de omgeving, wijken, scholen en in voorzieningen als kinder- en peuteropvang. Vanuit de Friese gemeenten ondersteunen we het streven naar meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt. Inclusief betekent dat scholen (in samenwerking met gemeenten) voor alle jongeren een veilige plek zijn waar ze de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In intensieve samenwerking
Het lerend netwerk is breder dan alleen de regio Fryslân. Bovenregionaal wordt samengewerkt met Groningen en Drenthe op het niveau 3Noord. Ook hier wordt toegewerkt naar een passende governancestructuur.
13
3. Samen leren en ontwikkelen Met een duidelijke visie voor de jeugdhulp en de leidende principes uit hoofdstuk 2 is de vraag hoe de Friese gemeenten en maatschappelijke partners hierop gaan sturen. Dit hoofdstuk beschrijft onze sturingsfilosofie, de governance, het (lerend) zorglandschap en de (boven)regionale samenwerking. Het gaat om de afspraken 4 en 5 uit de NvO.
Mei-inoar foar ús bern
3.1 Sturingsfilosofie De sturingsfilosofie beschrijft de manier waarop gemeenten willen sturen op het realiseren van hun maatschappelijke doelstellingen. De Friese gemeenten kiezen voor partnerschap met maatschappelijke partners omdat verwacht wordt dat hiermee het bereiken van maatschappelijke resultaten en daadwerkelijke transformatie in de jeugdhulp de meeste kans van slagen heeft. Het gaat bij partnerschap om de gezamenlijke overtuiging dat met respect voor ieders rol en positie en vertrouwen op elkaars kennis en expertise samengewerkt wordt om een gezonde en veilige ontwikkeling voor de jeugdigen in Fryslân te realiseren. Gemeenten en maatschappelijke partners vullen elkaar aan in plaats van alles zelf of vanuit het eigen perspectief of belang te willen doen. We willen in Fryslân een goede en gedragen balans vinden tussen vertrouwen en controle enerzijds en formaliteiten en normen anderzijds. Ons uitgangspunt is dat we partnerschap zien als morele verantwoordelijkheid voor iedere betrokkene bij de jeugdhulp. Dit partnerschap gaat verder dan samenwerking. Uit onder andere de evaluatie van het bekostigingsmodel voor de specialistische jeugdhulp in Fryslân is gebleken dat er op dit moment nog onvoldoende sprake is van partnerschap.
Er is sprake van onderlinge concurrentie tussen aanbieders en gemeenten geven zelf niet altijd het goede voorbeeld met betrekking tot het gewenste gedrag. Het gaat veel tijd kosten om het ideaalbeeld van partnerschap te realiseren en het vertrouwen in elkaar
te herstellen en vervolgens te bewaren. Tegelijkertijd is partnerschap als sturingsfilosofie nodig, omdat de gewenste inhoudelijke transformatiebeweging zoals beschreven in het vorige hoofdstuk anders niet haalbaar is. Een sturingsfilosofie die niet alleen het eigenbelang aanwakkert, maar ook zorgt voor het (willen) realiseren van het gezamenlijke en maatschappelijke belang is nodig. Daarvoor is ook partnerschap tussen aanbieders onderling nodig. Er zit echter een groot verschil tussen partnerschap opschrijven en partnerschap daadwerkelijk in de praktijk brengen. Toch denken we dat we dit kunnen bereiken door: 1. Een gedeelde visie op inhoud vast te stellen. 2. Gezamenlijk vaststellen van leidende principes. 3. Een gedeelde visie op de (invulling) partnerschap te realiseren. 4. Tijd te nemen om dit samen op te bouwen en hierop te reflecteren. 5. Scholing, training en coaching voor medewerkers voor de juiste rolinvulling te organiseren. Met deze regiovisie zetten we een belangrijke stap om punt 1 en 2 te realiseren en maken we de keuze voor de sturingsfilosofie expliciet. Hiervoor leggen we met het vaststellen van de regiovisie ook het bestuurlijke commitment vast. Punt 3 tot en met 5 vragen meer tijd en inzet. In hoofdstuk 5 wordt vooruitgekeken naar het vervolg op de regiovisie, waarbij ook de (structurele) wijze van overleg aan bod komt.
Dit dient mede als een platform om het partnerschap gezamenlijk verder te concretiseren en, ook op het uitvoerende niveau, eigen te maken.
14
“Het gaat bij partnerschap om de gezamenlijke overtuiging dat met respect voor ieders rol en positie en vertrouwen op elkaars kennis en expertise samengewerkt wordt”.
Mei-inoar foar ús bern
3.2 Lerend zorglandschap Bij partnerschap als sturingsfilosofie hoort een lerend netwerk. Jeugdigen en gezinnen, gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijsorganisaties, huisartsen, gecertificeerde instellingen, kennisinstellingen en andere partners vormen samen al één groot netwerk, bestaand uit allerlei kleinere netwerken die continu in beweging zijn. We willen meer en bewuster gebruik gaan maken van de kracht van ons regionaal lerend netwerk om onze doelen te bereiken. We willen de mogelijkheden van (de samenwerking in) de jeugdhulpketen beter benutten, actief leren van elkaars kennis en ervaringen en daarmee de kwaliteit van hulp verbeteren. Voorop staat dat beter weten moet leiden tot anders dóen. Preventie en normaliseren De afgelopen jaren is het begrip normaliseren vooral uitgelegd op de manier dat de verantwoordelijkheid voor jeugdigen allereerst bij henzelf en hun opvoeders dient te worden gelegd en dat men indien nodig een beroep doet op jeugdhulp. In operationele zin heeft de betekenis van normaliseren voor de ontwikkeling van de algehele pedagogische steunstructuur, het professioneel handelen en samenwerking, nog te weinig samenhangende invulling gekregen. Het is daarom van belang dat we de komende tijd als regio het thema normaliseren actief oppakken en manieren ontwikkelen om dit in de praktijk concreet te maken.
Naast maatschappelijke partners zoals scholen, jeugdgezondheidszorg (jgz), zorgaanbieders en gemeenten, verdienen jeugdigen en hun netwerk in deze concretisering een prominente plek aan tafel. De huidige Jeugdwet schrijft immers voor dat het kernconcept de-medicaliseren, ontzorgen en
normaliseren verwezenlijkt kan worden door ‘onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen’. Dat vraagt van de regio om een eenduidige beleving van het thema en de daarbij gepaard gaande acties, zoals het versterken van de pedagogische context, de afweging van de professional en alternatieve oplossingen voor of naast jeugdhulp. Dit raakt aan de geschetste beweging die we in de jeugdhulp willen maken, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Onderwijs en Jeugdhulp Vanuit de Friese gemeenten ondersteunen we het streven naar meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt, waarbij normaliseren opgevat dient te worden als het omarmen van variëteit tussen mensen. Inclusief betekent dat scholen (in samenwerking met gemeenten) voor alle jongeren een veilige plek zijn, waar ze de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dit betekent niet dat de schoolomgeving voor iedere jeugdige hetzelfde moet zijn. Kinderen en jongeren zijn verschillend en dat mag tot uiting komen in de context waarin zij les krijgen. Inclusiviteit betekent dat in de basis de ondersteuning aansluit bij de omgeving waarin een leerling zich bevindt. Als er wel extra ondersteuning nodig is, dan draagt dit bij aan de jeugdige in de onderwijscontext.
In intensieve samenwerking verkennen gemeenten en onderwijs op welke manier een contextgerichte aanpak, met gebruik van de in de gemeente aanwezige steunstructuren, kan bijdragen aan het versterken van het pedagogisch klimaat op scholen. Om elke jeugdige zich optimaal te laten ontwikkelen is in sommige gevallen extra steun, hulp in de thuissituatie of
15
behandeling van een professional nodig. Door middel van een lerende aanpak onderzoeken jeugdige en gezin, scholen, jeugdgezondheidszorg, gemeenten en zorgaanbieders hoe jeugdhulp bijdraagt aan een integrale oplossing. Het vertrekpunt van de cyclus van de lerende aanpak is de aanname dat samenwerking tussen onderwijs, zorg en jeugd bijdraagt aan het vergroten van ontwikkelkansen van jeugdigen. Maatschappelijke opgaven Prioritering is belangrijk. Met welke grote maatschappelijke opgaven voor onze regio gaan we aan de slag, welke verbeteracties zijn nodig en wie trekken hierbij samen op? Hiervoor stellen we jaarplannen op. Dit plan is geen beleidsplan, maar is bedoeld als concrete te-doen-lijst. Samen met onze maatschappelijke partners stellen we vast welke maatschappelijke opgaven prioriteit krijgen en waar we precies naartoe werken. Naast de jaarplannen behouden we het meerjarig perspectief, zodat we de doelstellingen en ambities uit deze regiovisie vasthouden. Naast nieuwe initiatieven geeft het plan weer hoe lopende en aanpalende acties en projecten bijdragen aan het realiseren van de resultaten. We doen dit onder andere door verbindingen te leggen met en tussen verschillende actuele ontwikkelingen, zoals de Friese Preventieaanpak en het project Geweld hoort nergens thuis.
Meer informatie over de jaarplannen leest u in hoofdstuk 5, waarin we het vervolg op de regiovisie schetsen. Monitoren: Praktijk èn datagericht transformeren Het meten van resultaten gebruiken we als instrument om te sturen op kwaliteit. We vinden het belangrijk om jeugdhulpaanbieders te betrekken bij het opstellen van
Mei-inoar foar ús bern
KPI’s, monitoring en sturingsinformatie. Samen met onze maatschappelijke partners werken wij aan goed ingerichte regionale informatievoorziening. Deze informatie is de basis voor een regionale monitor waarmee we structureel relevante informatie bieden over de stand van zaken en de ontwikkelingen in de jeugdhulp en de gemeentelijke toegang. Het gaat dan ook vooral om het verbeteren en effectiever benutten van bestaande data, informatie en expertise in het verbeterproces. Hierdoor kan steeds beter proactief gehandeld worden in plaats van reactief en kunnen trends en ontwikkelingen beter worden voorspeld. Duidelijkheid in het gebruik van indicatoren is de basis om te kunnen verbeteren. Daarin bestaat een stevige samenhang tussen informatie uit de lokale infrastructuur, zoals onderwijs, basisondersteuning, wijk-/gebiedsteams en het regionale hulp- en ondersteuningsaanbod. In samenwerking met kennis- en data-experts verkennen we welke databronnen belangrijk zijn en afstemming vragen om onze maatschappelijke opgaven te kunnen volgen. Het leren van casussen valt eveneens onder praktijkgericht transformeren. Om effectief te leren van de praktijk blijven we gebruik maken van de bevindingen van onze partners, inzichten in hulptrajecten van de expertisetafels (REX Jeugd, JENN, Team Toegang) en de Kenniswerkplaats Jeugd Friesland.
Om te weten of we slagen in onze regionale ambities toetsen we dit altijd bij jeugd en gezin. Nog niet overal halen we hun ervaring op een eenvoudige en gestructureerde manier op. We onderzoeken of een gezamenlijk instrument hierbij kan helpen, evenals het samenbrengen van lokale cliëntervaringsonderzoeken. In de komende jaren worden data uit het berichtenverkeer verrijkt met data uit andere bronnen. We intensiveren het gebruik van de basisset aan landelijke indicatoren voor het monitoren van de outcome van jeugdhulp. Ook zullen we regelmatig gesprekken plannen rond het thema ‘Samenwerken aan Resultaten en Kwaliteiten’ waarin we aan de hand van tellen en vertellen samen met partners de gegevens vertalen in informatie. Handelen: Effectief samen leren en ontwikkelen Een lerende regio is per definitie dynamisch en de netwerkstructuur waarbinnen er geleerd wordt, moet duurzaam zijn. Binnen dit netwerk zijn heldere afspraken gemaakt over wie wat doet: 1. Hoe de samenwerking vorm krijgt in de praktijk. 2. Op welke schaal samenwerking het best kan worden georganiseerd. 3. Welke kwaliteitseisen we daaraan stellen. Om vervolgens samen te leren, is een proces dat onderhouden moet worden.
“Cijfers geven niet een goed beeld hoe ik de hulp ervaar. Smileys werken voor mij bijvoorbeeld al beter”. (jeugdige over cijfers in de jeugdhulp)
16
Naast inzicht en openheid over het eigen doen en laten van de betrokken partners, vereist dit ook een gezamenlijke leervriendelijke cultuur. Tegenvallende resultaten en onderliggende oorzaken kunnen in deze cultuur besproken worden. Een voorstel voor een gezamenlijke lerende omgeving wordt gedaan in het afsluitende hoofdstuk over het vervolg op de regiovisie. Ervaringsdeskundigheid en jongerenparticipatie Kinderen-, jongeren- en opvoederparticipatie zijn een essentieel onderdeel van beleidsontwikkeling in de jeugdhulp. Daarbij gaat het zowel om de participatie van jongeren vanuit hun ervaring met jeugdhulp als jongerenparticipatie gericht op alle jongeren uit de regio. Er is al een aantal initiatieven tot stand gekomen waarbij gebruik gemaakt wordt van deze kennis en ervaring. Deze willen we de komende jaren verbinden en versterken: 1. Jongerenadviesraden - kinderburgemeesters Jongerenparticipatie krijgt in diverse gemeenten al vorm, onder andere in lokale adviesraden of in de vorm van een kinderburgemeester. De door hen als belangrijk aangemerkte thema’s willen wij in het jeugdbeleid zichtbaar maken en laten aansluiten op elkaar. 2. Zorgbelang – de Adviesvangers Via Zorgbelang zijn jongeren uit diverse cliëntenraden met elkaar verbonden.
Een aantal jongeren (zogenoemde adviesvangers) in het netwerk daagt hun leeftijdsgenoten uit mee te denken, ideeën aan te dragen of hun mening te geven over vragen van gemeentes en organisaties. 3. ExpEx Bestaat ook uit getrainde jongeren die zelf ervaring hebben in de jeugdhulp en die zich inzetten als maatje van jongeren en/of adviseur van instellingen en overheden. 4. Kenniswerkplaats – leren van praktijkervaringen
Mei-inoar foar ús bern
3.3 Het zorglandschap In het project ‘Leren van praktijkervaringen in de hulpverlening’ reflecteren jongeren, ouders, hulpverleners en beleidsmakers samen op vragen uit de praktijk. Doel is om samen te leren van zowel de hulpverleningstrajecten waarin de hulp vastliep, als waarin de hulp juist goed verliep. Elke deelnemer denkt mee vanuit eigen ervaring, kennis en expertise. Naast de bestaande initiatieven zetten we ons als regio in om jongeren vaker de gelegenheid te bieden om onderwerpen te agenderen en mee te denken over regionale thema’s. Dat vraagt van ons dat we participatie voor hen toegankelijker maken door bij jongeren aan te sluiten in taalgebruik en vindplekken als het onderwijs, sportverenigingen, jongeren- en buurtwerk beter te benutten en door digitaal op bijvoorbeeld social media goed zichtbaar te zijn.
De regio Fryslân heeft goed zicht op het gebruik van zorg, het aantal gecontracteerde partijen en de soort ondersteuning die deze aanbieders verzorgen. Toch ontbreekt nog specifieke informatie over lacunes en trends in het zorgaanbod. Om de gewenste beweging te kunnen vaststellen èn te kunnen maken is de juiste (sturings) informatie over de belangrijkste ontwikkelingen in het zorglandschap noodzakelijk. Het is belangrijk om te benoemen dat het zorglandschap niet alleen gaat over jeugdhulp, maar ook over de raakvlakken met onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg, wijk-/ gebiedsteams en andere voorliggende voorzieningen. De onderlinge samenhang is nodig om de juiste beweging te kunnen maken, zowel in visie als in informatie. Zo krijgen alle jeugdigen en gezinnen passende hulp en is alle hulp en ondersteuning beschikbaar. Sturing vanuit de gezamenlijke gemeenten is hierbij gewenst om het mogelijk te maken dat maatschappelijke partners gemakkelijker kunnen samenwerken, bijvoorbeeld door op en af te schalen. Om meer inzicht te krijgen in het zorglandschap gaan we onder andere aan de slag met de volgende punten:
1. Meer inzicht in het zorglandschap begint met het inzicht in welke jeugdhulpaanbieders welke hulp leveren. Hoewel dit grotendeels bekend is, willen we dit meer overzichtelijk presenteren om de beweging in het zorglandschap beter in beeld te krijgen. 2. De analyse bij de start van ieder traject is essentieel. Een goede analyse zorgt ervoor dat passende hulp ingezet kan worden. Daarnaast geeft dit informatie over de behoefte aan bepaalde typen hulp en ondersteuning. Deze informatie benutten de Friese gemeenten om hierop kunnen te sturen. 3. De contractmanagers van de Friese gemeenten en Sociaal Domein Fryslân halen in gesprekken met zorgaanbieders op waar de lacunes in het preventieve èn specialistische zorglandschap liggen. Zo bundelen contractmanagers kwantitatieve data en kwalitatieve gegevens uit gesprekken met maatschappelijke partners. 4. Er dient een infrastructuur te komen waarin gezamenlijk geleerd wordt. Tegelijkertijd moeten we beter gebruik maken van de bestaande infrastructuur. Zo is er bijvoorbeeld het Regionaalexpertise Team Jeugd (REX Jeugd), het JENN, Team Toegang en de leerstructuur van de Kenniswerkplaats Jeugd Friesland. Deze punten bieden goede aanknopingspunten om het zorglandschap beter in beeld te krijgen en hier vervolgens gerichter op te sturen.
Het slothoofdstuk en paragraaf 3.2 in deze regiovisie raken aan deze infrastructuur waarin we gezamenlijk leren.
17
Mei-inoar foar ús bern
3.4 Arbeidsmarkt problematiek Er is sprake van spanning op de arbeidsmarkt. Vrijwel alle sectoren hebben te maken met een tekort aan gekwalificeerd personeel. Hetzelfde geldt in het sociaal domein. Voor alle stakeholders is het belangrijk aandacht te besteden aan ‘employer branding’ en het werkgeluk van medewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt vraagt mogelijk ook om een nieuwe inrichting van hulp en zorg en hoe we ons werk doen. Als gemeenten herkennen en erkennen we de uitdagingen op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan voor de jeugdhulp. Goed geschoold en voldoende personeel is een randvoorwaarde om te komen tot een succesvolle uitwerking van de regiovisie in Fryslân. Tegelijkertijd zijn de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt niet de verantwoordelijkheid van de Friese gemeenten. Omdat voldoende geschoold en gekwalificeerd personeel een voorwaarde is voor duurzaam goede jeugdhulp, gaan gemeenten èn jeugdhulpaanbieders wel hierover in gesprek. De jeugdhulpaanbieders hebben hierbij een initiërende rol waarbij zoveel mogelijk aangesloten wordt bij lopende initiatieven zoals bij de leerschool van NHL Stenden.
3.5 Regionale en bovenregionale samenwerking tussen gemeenten Gegeven onze schaal (in totaal zijn er op 1 januari 2022 in Fryslân 15.000 jeugdigen die aangewezen zijn op jeugdhulp) kunnen we voor weinig voorkomende jeugdhulp niet altijd zelf een kwalitatief volwaardige of bedrijfseconomisch haalbare infrastructuur in stand houden. Daarvoor is samenwerking op het niveau van de drie noordelijke provincies (vier jeugdhulpregio’s) noodzakelijk. Het feit dat het rijk nog werkt met centrumgemeenten voor bijvoorbeeld gesloten jeugdhulp, maakt de bovenregionale samenwerking extra complex. Op het niveau van 3Noord zijn initiatieven genomen om met begeleiding vanuit het landelijke ondersteuningsbureau Transformatie jeugdhulp te onderzoeken welke governancestructuur passend en werkzaam is op bovenregionaal niveau. Centrumgemeenten, jeugdhulpregio’s en betrokken jeugdhulpaanbieders zijn gezamenlijk in overleg over een passende governance-structuur die in staat is snel beslissingen te nemen over onderwerpen die op bovenregionaal niveau aandacht vragen. Wijzigingen in de Jeugdwet en bestuurlijke afspraken in de Hervormingsagenda kunnen in de periode 20232026 nog leiden tot een andere governance op regionaal, bovenregionaal of landelijk niveau.
18
Mei-inoar foar ús bern
Samenvatting hoofdstuk 4
4. Opdrachtgeverschap van de Friese gemeenten
De 18 Friese gemeenten willen de administratieve lasten voor alle maatschappelijke partners zo laag mogelijk houden. Tegelijkertijd zijn er bepaalde keuzes gemaakt die de administratieve lasten beïnvloeden. Deze keuzes zijn gemaakt omdat de administratieve handelingen bijdragen aan het duurzaam leveren van kwalitatieve jeugdhulp.
De regiovisie onderstreept het belang van het maken van afspraken over het opdrachtgeverschap van gemeenten en jeugdhulpregio’s. Zo dienen regio’s de administratieve lasten laag te houden (afspraak 6), zorgvuldigheidseisen te hanteren (afspraak 7) en reële tarieven te bieden (afspraak 8). In onderstaande teksten komen deze drie onderwerpen aan bod.