Bijlage IV - Reactienota
Tekst van het document
Reactienota op de zienswijze behorende bij het raadsvoorstel inzake aanwijzing van een perceel grond te Workum op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) Inleiding Burgemeester en wethouders hebben op 20 april 2021 besloten op grond van artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een perceel grond te Workum voorlopig aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 3 tweede en derde lid, 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn. Dit besluit vervalt na drie maanden tenzij de gemeenteraad de aanwijzing verlengt/bestendigt. Burgemeester en wethouders stellen de gemeenteraad voor om het voorkeursrecht te bekrachtigen. Tot en met 1 juni 2021 konden belanghebbenden een schriftelijke of mondelinge zienswijze indienen tegen het concept raadsbesluit tot aanwijzing van percelen en perceelgedeelten op basis van de Wvg. Een aantal omwonenden uit Workum heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijze. De reacties worden samengevat weergegeven en van een gemeentelijk standpunt voorzien.
Ontvankelijkheid De zienswijze van de omwonenden is gedateerd op 31 mei 2021 en eveneens op deze datum binnengekomen. De zienswijze is tijdig ingediend, is inhoudelijk onderbouwd en de omwonenden kunnen als belanghebbende worden aangemerkt. De zienswijze is daarom ontvankelijk.
Inhoudelijke beoordeling Zienswijze 1. Het vestigen van een voorkeursrecht is niet logisch. In 2016 is de bestemming van het perceel gewijzigd van wonen naar agrarisch. De meeste locaties in Friesland zijn aangewezen als krimpgebied, in Omgevingsvisie 1.0 staat ook dat Súdwest-Fryslân op nationaal niveau niet is aangewezen als zoekgebied en na 2030 wordt er weer een woningoverschot verwacht. Er is geen blijvende vraag naar woningbouw. Standpunt college. Friesland kent krimpregio’s. Dit geldt niet voor de woonregio Zuidwest die bestaat uit de gemeenten De Fryske Marren en de gemeente Súdwest-Fryslân. Conform de woningbouwafspraken die de woonregio met de provincie heeft gemaakt, bedraagt de woningbouwopgaven op basis van de huishoudensprognose 2500 woningen. Hiervan komen er 1000 voor rekening van De Fryske Marren en 1500 voor onze gemeente. Daar bovenop zijn afspraken gemaakt om extra te mogen programmeren als gevolg van de huidige marktsituatie welke een sterke vraag in bepaalde kernen veroorzaakt. De woningbouwafspraken gerelateerd aan de behoefteverdeling over de verschillende deelgebieden laat op dit moment een verwachte woningbouwopgave van 160 woningen voor het deelgebied Zuidwest zien.
Gezien omvang van de kernen, huishoudens- en leeftijdssamenstelling en vraagdrukindicatoren, is het aannemelijk dat een significant aandeel van deze opgave in en bij Workum gerealiseerd moet worden.
1
Op 23 augustus 2016 heeft de raad het huidige bestemmingsplan op deze locatie vastgesteld. Daarmee zijn toen 70 woningbouwtitels vervallen, en heeft het gebied weer een agrarische bestemming gekregen. De reden voor dit nieuwe bestemmingsplan was toen mede financieel van aard. De gemeente had anders fors verlies geleden vanwege het (dreigende) faillissement van de projectontwikkelaar die de grond had, Thomashof B.V., en het vervallen van de exploitatiebijdragen in de met hen gesloten overeenkomst. Op dat moment was er in Workum gezien de woningmarkt voldoende capaciteit in de woningbouwplannen. Het wegbestemmen van woningbouw op deze locatie deed toen geen afbreuk aan het woningaanbod, zoals ook weergegeven in de toelichting op de nu geldende agrarische bestemming in het bestemmingsplan. Nieuw woningaanbod is nu wel nodig, vanwege de marktomstandigheden en de nieuwe woningmarktafspraken met de provincie. De kans dient zich nu ook aan, omdat de grond te koop werd aangeboden, en de huidige eigenaar het agrarisch gebruik zelf niet wil voortzetten.
Zienswijze 2. Het perceel grond is vijf maanden geleden te koop aangeboden aan de gemeente. De gemeente heeft dat aanbod afgewezen. Nu heeft de gemeente wel belangstelling voor het perceel grond. Waarom dit gewijzigde inzicht ? De gemeente had met de grondeigenaren in gesprek kunnen gaan in plaats van een zwaar middel als het voorkeursrecht toe te passen. Standpunt college. Op het moment van aanbieding boden de toen geldende woningbouwafspraken met de provincie onvoldoende ruimte om aanvullende buitenstedelijke woningbouwlocaties te ontwikkelen. Conform de toen geldende afspraken zou een ruimtelijke procedure stranden. Een dergelijk financieel risico vooruitlopend op de nieuwe woningbouwafspraken wilde de gemeente niet lopen. Het perceel grond is rond medio 2020 te koop aangeboden, niet vijf maanden geleden. Dit is een onjuistheid in het collegevoorstel. Er wordt opgemerkt dat de gemeente met de grondeigenaren in gesprek had kunnen gaan, in plaats van voorkeursrecht toepassen. Als daarvoor was gekozen, was aan de grondeigenaar duidelijk geworden dat de gemeente de grond wil gaan ontwikkelen. Het risico daarbij is prijsopdrijving tussen meerdere aspirant-kopers waaronder de gemeente, of zelfs verkoop aan speculanten en versnippering in kleinere percelen. Na vestiging van het voorkeursrecht wordt in gesprek gegaan met de grondeigenaren.
Zienswijze 3. In Workum is vraag naar betaalbare woningen voor onder meer starters. Het perceel grond behoort tot het dure segment. Vraag is ook of er gekeken is naar inbreidingsmogelijkheden en het opknappen van de huidige woningvoorraad in Workum. Standpunt college. Er is nog niet nagedacht over het programma. Een mogelijk programma moet conform het woonbeleid van de gemeente altijd in beginsel de behoefte bedienen. Op dit moment zien wij een sterke behoefte 2
aan betaalbare woningen. Dit segment zal daarom ook (onder andere) bij voorkeur geprogrammeerd worden. De overweging om al dan niet tot woningbouw op uitleglocaties over te gaan wordt altijd in samenhang met inbreiding- en herbestemmingsmogelijkheden bezien. De opgave in Workum zoals beschreven onder 1 kan niet alleen bediend worden doormiddel van inbreiding- en herbestemmingsplannen.
Zienswijze 4. De vier woningen aan de Gebroeders Bonnemastrjitte vormen volgens de gemeente een passende overgang tussen de woonwijk en het weidse landschap, qua beeldkwaliteit. Er werden strenge regels gesteld aan de lay-out van de woningen, en het tuinontwerp. De omwonenden hebben bezwaar tegen het voortschrijdende inzicht van het college om dit standpunt nu ineens te wijzigen. Standpunt college. De beeldkwaliteitseisen die destijds aan de woningen aan de Gebroeders Bonnemastrjitte zijn gesteld hadden onder meer te maken met de situering van de woningen aan de rand van de woonbuurt. Eisen die onder die omstandigheden redelijkerwijs vanuit stedenbouwkundig oogpunt aan woningen kunnen worden gesteld. Het nu aan de orde zijnde besluit tot aanwijzing op basis van de Wvg heeft nog geen betrekking op de toekomstige inrichting van het gebied naast deze woningen. Hoe die invulling/inrichting van dit gebied zal worden is nog niet bekend; en het bestreden besluit ziet daar zeker niet op. In die toekomstige situatie kan het nog steeds zo zijn dat de in het verleden aan deze woningen gestelde eisen nog steeds zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing van die woningen in de omgeving.
Zienswijze 5. De omwonende hebben zorgen over de verkeersstromen en de ontsluitingswegen. Er heeft eerder een ongeluk plaatsgevonden op de tweede afslag richting de geplande woonwijk. Ondanks de maximum snelheid van 30 km/uur wordt er te hard gereden. In de zomermaanden is er ook nog eens extra verkeersdrukte door toeristen en de uitbreidingsplannen bij recreatieterrein It Soal. Er wordt aandacht gevraagd voor de veiligheid van de schoolgaande kinderen. De omwonenden vragen ook of de gemeente op gaat treden tegen het recreatieve gebruik van bestaande woningen in plan Thomashof. Standpunt college. Het vestigen van het voorkeursrecht zegt niets over de feitelijke invulling van dit gebied. Om die reden kunnen er nu geen conclusies worden getrokken over eventuele extra verkeersbewegingen en effecten op de bestaande verkeerssituatie. Pas als er een concreet plan wordt ontwikkeld, wordt ook de inpassing van de ontsluiting van dit gebied, en mogelijke extra verkeersmaatregelen bepaald en ingevuld. Uitgangspunt zal zijn dat dit op een verkeersveilige manier vormgegeven gaat worden.
Zienswijze 6. De omwonenden vragen of de gemeente op gaat treden tegen het recreatieve gebruik van bestaande woningen in plan Thomashof. Standpunt college. Deze problematiek staat los van het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht.
Zienswijze 7.
3
De gemeente heeft op 20 april 2021 het Omgevingsplan en Ruimtelijke energieverkenning gepresenteerd in de raadscommissie. De energieverkenning in Workum maakt hier deel van uit. De energieverkenning blijkt nu hetzelfde perceel te zijn waar het college op 20 april 2021 het voorkeursrecht voorlopig op heeft gevestigd. Het college is ook nog eens voornemens van om de gemeenteraad voor te stellen om voor het perceel grond een globaal ruimtelijk programma en een vormvrije visie vast te stellen. De omwonenden kunnen dit voornemen niet plaatsen en vinden dat de duurzaamheidsambities niet zijn meegewogen bij het collegebesluit van 20 april 2021 en een mogelijk ruimtelijk vervolgsproces. De omwonenden vinden dat zij niet in de energieverkenning zijn betrokken en dat de gemeente ad hoc reageert op een woninghype. Een duidelijke visie ontbreekt. Standpunt college. Om met de huidige grondeigenaar te kunnen spreken over een koopprijs, is een globaal ruimtelijk programma of een visie op het perceel nodig. Het gaat dan om een indeling van de oppervlakte in hoofdfuncties zoals wonen en bijvoorbeeld duurzaamheid/energie of bos. Een redelijke bandbreedte daarin is nodig om een koopprijs te kunnen bepalen, en om de grond te kunnen aanmerken als ‘warme grond’ voor in ieder geval woningbouw.
In een later stadium wordt een juridisch bindend bestemmingsplan (of omgevingsplan nadat de Omgevingswet geldt) voorbereid. In dat proces heeft inspraak (of participatie onder de Omgevingswet) een plaats. Bij het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht is energieopwekking genoemd als mogelijke functie op het perceel. Door het vestigen van voorkeursrecht en eventueel daaruit volgende grondaankoop worden over de uiteindelijke functies en het grondgebruik nog geen besluiten genomen. Participatie en visievorming in een bindend ruimtelijk plan vinden later plaats. Zienswijze 8. De omwonenden zijn niet actief geïnformeerd over het besluit om het voorkeursrecht voorlopig te vestigen. Het besluit heeft grote impact. De gemeente had de omwonenden direct na het besluit moeten informeren, een publicatie schiet tekort. Standpunt college. Bij het vestigen van een voorkeursrecht moet er snel en ook vertrouwelijk worden gehandeld om ongewenste grondtransacties tegen te gaan. Het vestigen van een voorkeursrecht staat los van de planvorming. Deze is op dit moment nog niet aan de orde.
Conclusie De zienswijze van de omwonenden geeft geen aanleiding tot aanpassing van het genomen collegebesluit en voorgesteld raadsbesluit tot bestendiging van het onderhavige voorkeursrecht.
4