CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - It ûntwerpbestemmingsplan Wommels-Bogerman

Raadsvergadering 14 juli 2022, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan Bogerman Wommels21.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De kengetallen hiervoor zijn, wederom uitgaande van de CROW definitie 'niet stedelijk, rest bebouwde kom': voor de appartementen tussen de 1 parkeerplaats en tussen 3,7 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal per appartement en tussen 1,6 parkeerplaatsen per woning en 7,0 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal per woning. Opgeteld komt dit uit op: 26 parkeerplaatsen motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal.

voor

de

totale

20

wooneenheden

en

107

Per saldo neemt de druk op het wegverkeer in de gewenste toekomstige situatie dus af ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. In de praktijk kunnen deze 107 motorvoertuigbewegingen via de Walperterwei, als een van de grotere doorlopende wegen van Wommels, goed afgewikkeld worden. Het parkeerbeleid van de gemeente is geregeld in het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeernormen SWF' uit 2018 en de parkeernormennota Súdwest-Fryslân 2018. Uitgangspunten daarin zijn parkeren op eigen terrein en een norm van 1,5 parkeerplaats per woning. In het plangebied worden 20 woningen gerealiseerd en 30 parkeerplaatsen. Hiermee voldoet het plan aan de parkeernormennota (zie paragraaf 3.3.4). In de regels van dit bestemmingsplan is een dynamische verwijzing opgenomen naar de geldende parkeernormennota. De omgevingsaspecten parkeren en verkeer vormen geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan en de uitvoering van voorgenomen initiatief. Met dit plan wordt geen verhoging van de verkeers- en parkeerdruk veroorzaakt op de omgeving.

4.11 Water Waterwet Binnen de Waterwet is het beheer van oppervlaktewater en grondwater geregeld en de wet verbetert de samenhang tussen ruimtelijke ordening en waterbeleid. Een watervergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden aan een waterstaatswerk zal moeten worden aangevraagd bij de waterbeheerder, Wetterskip

31/280

Fryslân. Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk. Legger Wetterskip Fryslân Het onderhoud en beheer van waterstaatswerken wordt uitgevoerd door de waterbeheerder; het Wetterskip Fryslân. Het Wetterskip heeft voor het beheer en onderhoud van de waterstaatswerken een Legger opgesteld. In de Legger worden de minimaal benodigde afmetingen van keringen beschreven om aan de veiligheidsnormen te voldoen. In de Legger wordt voor de wateren binnen het Wetterskip haar beheersgebied, de minimale eisen beschreven om een goede aan- en afvoer van water te realiseren. Naast het stellen van eisen aan de waterstaatswerken, vervult de Legger een functie in de handhaving van verbodsbepalingen die staan beschreven in de Keur. Dit betekent dat het zonder toestemming van het waterschap verboden is om gebruik te maken van een waterstaatswerk, inclusief beschermingszones. Wet ruimtelijke ordening en de Watertoets Op basis van het Bro, moet een paragraaf worden opgenomen waarin wordt beschreven hoe er rekening is gehouden met de waterhuishouding binnen het bestemmingsplan. Voor de schriftelijke onderbouwing van de waterhuishouding binnen het bestemmingsplan, is gebruik gemaakt van de wettelijk verplichte 'Watertoets'.

In de Watertoets wordt door het Wetterskip advies gegeven hoe om te gaan met de waterhuishouding, zodat deze wordt gewaarborgd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat het Wetterskip vroegtijdig betrokken wordt. Deze 'waterparagraaf' bevat de wettelijk verankerde watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. In de Leidraad Watertoets van het Wetterskip staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Watertoetsproces Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij de waterbeheerder (kenmerk: 2021086--27462). Hieruit blijkt dat de invloed van het plan mogelijk zodanig is dat de normale procedure van de watertoets van toepassing is. In Bijlage 8 is de watertoets toegevoegd. Hieruit blijkt dat de normale procedure van toepassing is. Bij de watertoets is ook een uitgangspuntennotitie toegevoegd waar bij de uitwerking van de plannen rekening mee gehouden moet worden. Deze worden hierna nader beschreven.

Regionale en lokale kering Het plangebied ligt binnen de zonering van de waterkering. De begrenzing van deze zones is hieronder weergegeven. Dit is een uitsnede van de leggerkaart van het Wetterskip Fryslân.

32/280

Figuur 4.3 Uitsnede leggerkaart Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatertoegang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning. Toename/afname verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Klimaatadaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten.

Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met voorgenoemd advies wordt bij de uitvoering van de plannen rekening gehouden doordat het verhard oppervlak verminderd en er meer groen wordt ingericht.

33/280

Toetsing In het kader van het milieuaspect water is vooroverleg gevoerd met het waterschap. Aandachtspunten die hieruit naar voren kwamen zijn: Werkzaamheden ter plaatse van een regionale waterkering (entree en voortuin); De regionale waterkering ter plaatse van de parkeerplaatsen; De berekening verharde en onverharde oppervlakte. De regionale waterkering ter plaatse van de entree en voortuin Vanuit het Wetterskip is nog eens aangestipt dat werkzaamheden in de waterkering vergunningplichtige werkzaamheden zijn. Zoals te zien is in bovenstaande uitsnede van de legger van het Wetterskip ligt het plangebied voor het gedeelte direct aan de Walpeterwei binnen de beschermingszone van een regionale waterkering. In deze zone zijn maar in beperkte mate werkzaamheden gepland. Er zijn aanpassingen aan het perceel omsluitende muurtje beoogd, het verwijderen en aanleggen van beplanting en bestrating. Voor deze werkzaamheden is een watervergunning nodig. De regionale waterkering ter plaatse van de parkeerplaatsen Door het Wetterskip is ook aandacht gevraagd voor het feit dat de regionale waterkering ook langs de parkeerplaatsen en de noordelijke tuinen ligt. De kering ligt hier echter buiten het plangebied. De beoogde werkzaamheden zijn daarom niet relevant ten aanzien van deze kering.

De berekening verharde en onverharde oppervlakte Voor het Wetterskip is het van belang dat de verharde oppervlakte niet toeneemt, wordt gecompenseerd of juist afneemt. Er is een berekening gemaakt van de hoeveelheid verhard oppervlakte in de bestaande en de toekomstige situatie. In de bestaande situatie is sprake van een verhard oppervlakte van 4.582 m2. Voor de toekomstige situatie geldt een totaal aan verhard oppervlakte van 2.171 m2. Daarbij is de halfverharding die zal worden toegepast voor de parkeerplaatsen meegenomen als 75% verhard en de tuinoppervlakte voor 50%. Dit houdt in dat het verhard oppervlakte met 2.411 m2 afneemt. De afname aan verhard oppervlakte draagt bij aan de doelen van het Wetterskip en aan de leefbaarheid van het plangebied.

34/280

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische regeling

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen samen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). In dit hoofdstuk wordt de juridische systematiek van het bestemmingsplan toegelicht. Ook wordt een beschrijving per bestemming en een toelichting op de algemene bepalingen en de overgangs- en slotbepalingen gegeven.

5.2

Planregels

In deze paragraaf wordt de algemeen gehanteerde indeling van de bestemmingsregels aan de orde gesteld. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 inleidende regels: Begrippen Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Bestemming Dubbelbestemming Hoofdstuk 3 Algemene regels: Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: Overgangsrecht Slotregel

35/280

5.2.1 Inleidende regels Dit onderdeel bestaat uit de begrippen en de wijze van meten. In de begripsomschrijvingen wordt aangegeven wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft een standaardbegrippenlijst waarvan alleen in uitzonderinggevallen mag worden afgeweken, dit is in voorliggend plan niet aan de orde. In het bestemmingsplan worden alleen de begrippen opgenomen die van toepassing zijn op het plan. Ook de wijze van meten is in het bestemmingsplan beschreven. 5.2.2 Bestemmingsregels 5.2.2.1 Wonen Het gehele plangebied heeft de bestemming 'Wonen'. Dit is de hoofdfunctie van het gebied. Ondergeschikt gebruik zoals parkeren en de ontsluiting van de woningen is goed binnen deze bestemming in te passen. Daarnaast is het bewoners, op dezelfde manier als in grote delen van de gemeente, toegestaan een aan het wonen ondergeschikt bedrijf of beroep vanuit huis te voeren. Alle hoofdgebouwen dienen verder binnen bouwvlakken te worden gebouwd. In het plangebied gaat het om drie bouwvlakken, één voor het al bestaande karakteristieke schoolgebouw, en twee tegenover elkaar liggende rijen van 5 grondgebonden woningen. Binnen deze bouwvlakken is een maximum aantal woningen, een voorgevel(rooilijn) en maximum goot- en bouwhoogte aangeduid. Er is in de regeling voor de bouwregels aangesloten bij het (uitgewerkte) plan van initiatiefnemer.

Ook is in deze bestemming bepaalt dat de algemene bouwregels voor karakteristieke gebouwen van toepassing zijn waar de aanduiding 'karakteristiek' gelegen is. Dit geldt voor het voormalige schoolgebouw. Op het aan de achterzijde gelegen deel van dit gebouw is tevens de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - buurthub' gelegd. Dit gedeelte van het gebouw is bedoeld om de bewoners van het plangebied ruimte te geven voor ontspanning, een werkplek en/of een aan-huis-verbonden beroep, buiten hun eigen huis. In deze bestemming is het, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gezamenlijk bijgebouw', mogelijk gemaakt twee bergingen te realiseren. Eén berging voor de appartementen en één berging voor de grondgebonden woningen. 5.2.2.2 Waarde - Archeologie 2 Voor de juridische regeling van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' is zo dicht mogelijk aangesloten bij de bestaande regeling uit het vigerende bestemmingsplan 'Dorpen Archeologie' en de gebruikelijke gemeentelijke regeling. De inspiratie hiervoor is hierboven beschreven. Deze dubbelbestemming ligt over het plangebied om verdere intensieve ingrepen in het bodemarchief te verhinderen of aan voorwaarden (in de vorm van een omgevingsvergunning) onderhevig te maken.

5.2.3 Algemene regels Hierin staan de regelingen over de afstemming met andere regelgeving (waaronder een anti-dubbeltelbepaling) en de algemene afwijkingsregels. De parkeerregeling is opgenomen onder overige regels. De algemene regels gelden voor alle bestemmingen, tenzij ze gekoppeld zijn aan een specifieke aanduiding, zoals de aanduiding 'karakteristiek'.

36/280

5.2.4 Overgangs- en slotregels De overgangsregels zijn opgenomen conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De formulering van de overgangs- en slotregels is vastgelegd in de landelijke Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

37/280

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

Vooroverleg Overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet over een bestemmingsplanprocedure overleg plaatsvinden met verschillende adviespartners en overheden. Het voorontwerpbestemmingsplan is opgestuurd naar een aantal vaste overleg- en adviesinstanties. Provincie Fryslân De provincie Fryslân heeft het voorontwerpbestemmingsplan van een advies vooroverleg voorzien, verzonden op 3 maart 2022. Deze is opgenomen als (Bijlage 10) Dit advies zag op het omgevingsaspecten archeologie en water. Specifiek op het feit dat de bestemmingswijziging een omvang heeft van meer dan 5.000 m2 en dat daarmee karterend archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Hierover heeft overleg plaatsgevonden tussen de betrokken beambten van de gemeente en de provincie en is de tekst van de toelichting voor wat betreft de aspecten cultuurhistorie en archeologie aangepast. De provincie heeft aangegeven zich in deze tekst na overleg te kunnen vinden. De provincie gaf daarnaast als advies in het ruimtelijk plan een aanleghoogte/drempelhoogte op te nemen in het plan. Hiermee wordt bij de uitvoering rekening gehouden. Participatie Door de initiatiefnemer zijn enkele informatiebijeenkomsten georganiseerd, één voor geïnteresseerden, één voor de omgeving en een presentatie t.b.v. dorpsbelang.

Hiermee zijn alle relevante partijen op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen in hun omgeving. Van de informatiebijeenkomsten is een verslag opgesteld. Dit is als bijlage 7 aan deze toelichting toegevoegd. Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 7 januari tot en met 17 februari 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er geen inspraakreacties ingediend. Zienswijzen Het ontwerp van het bestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn is het mogelijk een zienswijze in te dienen op het plan. Na beantwoording van de zienswijze(n) en het verwerken van de eventuele wijzigingen op het plan, wordt het bestemmingsplan ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

38/280

Financiële uitvoerbaarheid De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het project financieel haalbaar is. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. In onderhavig geval is sprake van een bouwplan in de zin van 6.1.2. Bro. O.g.v. 6.12 lid 1 is de gemeenteraad daarmee verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins wordt verzekerd. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is voor het voorgenomenplan een exploitatieovereenkomst gesloten. Het risico op planschade is in de grondovereenkomst volledig bij de initiatiefnemer gelegd.

39/280

40/280

Bijlagen bij de toelichting

41/280

42/280

Bijlage 1

43/280

Vormvrije-m.e.r. beoordeling

21-4-2022

21-4-2022 20210883 Wommels- Bogerman Riep Paulusma Blue Banner Leeuwarden Blitsaerd BV

M. Tajqurishi Definitief

Rho adviseurs voor leefruimte

20210883

Inhoud

Rho adviseurs voor leefruimte

20210883

Rho adviseurs voor leefruimte

20210883

Rho adviseurs voor leefruimte

20210883

Na de sluiting van de Bogerman school in Wommels is de gemeente een openbare verkoopprocedure gestart om het gebied waarop deze voormalige school staat (her) te ontwikkelen. Door de initiatiefnemer is daarop een voorstel ingediend het gebied te transformeren tot de Bogerman Woon Campus. Deze zal bestaan uit de transformatie van het bestaande karakteristieke schoolgebouw tot 10 appartementen en op de achterzijde van het terrein - waar nu nog bij de school behorende bebouwing staat - de bouw van 10 grondgebonden woningen. Deze ontwikkeling is niet zonder meer mogelijk op basis van het geldende 'Bestemmingsplan Wommels' waarin de gronden zijn bestemd als 'Maatschappelijk'. Voor de beoogde ontwikkeling wordt dan ook een nieuw bestemmingsplan opgesteld dat de gewenste ontwikkeling mogelijk maakt. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit 20 woningen. Hiermee blijft de ontwikkeling onder de drempelwaarde. Dit kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

Dit document bevat deze beoordeling.

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;

6/26

•

geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.

7/26

Het plangebied ligt aan de noordzijde van Wommels aan de straat 'Walperterwei'. Tegenover het plangebied ligt zwembad 'De Klomp', ten noord(oosten) ligt peuteropvang 'It Skarrelspultsje'. Ten oosten ligt een groengebied en ten zuid(westen) ligt het centrum van Wommels. In de iets wijdere omgeving staan veel woningen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 2.1. Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels bebouwd met (voormalige) schoolgebouwen. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als een gemengd gebied. Behalve woningen bevindt zich in de omgeving groen, een openlucht zwembad en een peuteropvang. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich het centrum van Wommels.

Figuur 2.1 Globale ligging plangebied

8/26

Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied kent in het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Wommels', vastgesteld op 1 november 2010, de bestemming ‘Maatschappelijk’. Deze bestemming is bedoeld voor, onder meer, educatieve voorzieningen. Dit plan kent geen archeologische dubbelbestemmingen. Daarnaast kent het plangebied in het bestemmingsplan ‘Dorpen Archeologie’ (vastgesteld op 14-12-2015) de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Wanneer de bodemingrepen een oppervlakte omvatten groter dan 2500 m2 en dieper reiken dan 30 cm, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving’ ligt op een afstand van 11,3 kilometer en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘IJsselmeer’ bevindt zich op circa 13,5 kilometer van het plangebied (figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (EHS overige natuur) bevindt zich op een afstand van circa 600 meter (figuur 2.3). Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied en valt buiten de stiltegebieden (figuur 2.4).

Figuur 2.2 Ligging plangebied (zwart omcirkeld) t.o.v. Natura 2000-gebieden (bron: Aerius)

9/26

Figuur 2.3 Ligging plangebied (zwart) t.o.v. Natuurnetwerk Nederland (Natuur overzichtskaart Friesland)

Figuur 2.4 Ligging plangebied (zwart) t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden (bron: Provincie Friesland)

10/26

Het doel van het plan is om een herstructurering mogelijk te maken door het plangebied in te richten ten behoeve van wonen. Het schoolgebouw aan de voorzijde van het plangebied is een karakteristiek gebouw met cultuurhistorische waarde voor het dorp Wommels. Vanwege het cultuurhistorisch belang wordt dit gebouw behouden en zal het intern worden verbouwd. Het terrein rondom het schoolgebouw bestaat bijna volledig uit bestrating. In de nieuwe situatie komt ruimte voor bomen en overig groen. Parkeervoorzieningen komen op eigen terrein en worden uitgevoerd als halfverharding. Door het toevoegen van groen wordt de leefbaarheid vergroot, terwijl hittestress en wateroverlast worden verminderd. Het gebouw aan de achterzijde van het plangebied is destijds gebouwd als schoolgebouw in een daarvoor kenmerkende stijl: grote, hoge ruimtes met centrale hallen. De bruikbaarheid van dit gebouw voor andere functies is niet groot, geschikt voor wonen is het zeker niet. Dit gedeelte van het voormalig schoolgebouw zal dan ook gesloopt worden. Hiervoor in de plaats komen 10 grondgebonden woningen in het goedkope/midden segment. Deze woningen zijn haaks georiënteerd op het karakteristieke deel van het schoolgebouw in twee bouwblokken. Tussen beide bouwblokken komt een gemeenschappelijk voetpad met enkele bomen. Aan de achterzijde van de bouwblokken zullen de achtererven (tuinen) worden gerealiseerd.

De appartementen en grondgebonden woningen krijgen per wooneenheid een eigen berging. Deze bergingen worden in twee vrijstaande bijgebouwen gerealiseerd. Één achterop het terrein en één schuin achter het karakteristieke schoolgebouw. Naast de woningbouw voorziet het initiatief in een collectieve ruimte in het voormalige schoolgebouw. De ruimte zal als een "buurt-hub" voor bewoners en de omgeving gaan functioneren. Daarbij moet gedacht worden aan een extra gemeenschappelijke woon/werk ruimte die mede als ontmoetingsplek functioneert. Figuur 2.5 geeft een impressie van de toekomstige situatie.

Figuur 2.5 Impressie van de beoogde stedenbouwkundige inrichting (concept)

11/26

Parkeren Er worden 30 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Verkeer Het gehele plangebied heeft de bestemming 'Wonen'. Dit is de hoofdfunctie van het gebied. Ondergeschikt gebruik zoals parkeren en de ontsluiting van de woningen is goed binnen deze bestemming in te passen. De voorgenomen situatie genereert 107 motorvoertuigen per werkdagetmaal. Deze motorvoertuigen van het plangebied kunnen via de Walperterwei, als een van de grotere doorlopende wegen van Wommels, goed afgewikkeld worden. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen slechts ontstaan tijdens de aanlegfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.

12/26

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

Parkeren Aan het Besluit ruimtelijke ordening is, mede in verband met het intrekken van toetsing aan de bouwverordening (vanaf 29 november 2014, met een overgangstermijn van 5 jaar) de mogelijkheid opgenomen om voor de invulling van de eis van voldoende parkeren in concrete situaties gebruik te maken van beleidsregels (zie artikel 3.1.2 lid 2 onder a Bro), zoals dit ook onder de werking van de bouwverordening mogelijk was. Zowel gemeentelijk parkeerbeleid als de CROW-normen kunnen van toepassing worden verklaard op basis van het bestemmingsplan. Als van een van toepassing zijnde norm wordt afgeweken moet dat goed worden gemotiveerd. In dit plan worden woningen gerealiseerd met een oppervlakte van minder dan 100 m2 brutovloeroppervlakte (BVO). Volgens de Parkeernormennota geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning bij een oppervlakte kleiner dan 100 m2 BVO of goedkoper dan 150.000 euro. Deze parkeerbehoefte moet in principe worden opgevangen op eigen terrein. Voor een totaal van 20 woningen met een oppervlakte van 100 m2 BVO of minder moeten op basis van de nota 30 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Deze 30 parkeerplaatsen (op eigen terrein) zijn opgenomen in de (concept) inrichtingstekening en voldoen aan de Parkeernota en vormen geen bemoeilijking van de parkeersituatie in de omgeving.

Verkeersgeneratie Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de kencijfers van het CROW (publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). Voor de berekening van de verkeersgeneratie is van belang welke planologische mogelijkheden in het plangebied gelden. Feitelijk was het plangebied een voormalige voortgezet onderwijsinstelling gelegen in de CROW definitie 'niet stedelijk gebied, rest bebouwde kom'. In de jaren waarin het vigerende bestemmingsplan van kracht is geweest, schommelde het leerlingaantal van de school tussen de 200+ en de 50-, waarna het pand vanaf 2018 in gebruik is geweest als repetitieruimte en tijdelijk bewoond is vanuit een anti-kraakdoelstelling. Een gemiddelde van 200 leerlingen kan genomen worden, gezien de grootte van het schoolgebouw met (meer dan) 6 lokalen. Daarbij hoort een parkeerkengetal van 7,8 motorvoertuigen en 26 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal voor 200 leerlingen. Daarbij moet niet voorbij gegaan worden aan de overige planologische mogelijkheden die voor het gebied gelden zoals de vestiging van medische, sociale, culturele of religieuze voorzieningen. Mocht zich bijvoorbeeld een bibliotheek vestigen, dan past daarbij een hoeveelheid van 82 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal, bij een apotheek 132,7. In de voorgenomen situatie bestaan er 10 appartementen en 10 grondgebonden rijwoningen.

De kengetallen hiervoor zijn, wederom uitgaande van de CROW definitie 'niet stedelijk, rest bebouwde kom': voor de appartementen tussen de 1

13/26

parkeerplaats en tussen 3,7 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal per appartement en tussen 1,6 parkeerplaatsen per woning en 7,0 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal per woning. Opgeteld komt dit uit op: 26 parkeerplaatsen voor de totale 20 wooneenheden en 107 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Per saldo neemt de druk op het wegverkeer in de gewenste toekomstige situatie dus af ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. In de praktijk kunnen deze 107 motorvoertuigbewegingen via de Walperterwei, als een van de grotere doorlopende wegen van Wommels, goed afgewikkeld worden. De omgevingsaspecten parkeren en verkeer vormen geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan en de uitvoering van voorgenomen initiatief. Met dit plan wordt geen verhoging van de verkeers- en parkeerdruk veroorzaakt op de omgeving.

Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt aan een 30 km/h weg. Op grond van de Wet geluidshinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/h een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten (zoals woningen) binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. De dichtst bij het plangebied gelegen weg waar harder dan 30 km/h gereden mag worden, is de Provinciale weg N359. In de omgeving van Wommels mag hier 70 km/h gereden worden. Het plangebied bevindt zich op ruimte afstand van deze weg, meer dan 400 meter, en ligt daarmee buiten de geluidszone van deze weg. Het plangebied ligt op geruime afstand van een spoorweg of een inrichting die 'in belangrijke mate' geluidshinder veroorzaakt of geluidsgezoneerd is. Het milieuaspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Uitstralingseffect Voor toetsing van het uitstralingseffect bestaat geen wettelijk kader. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is).

Zoals eerder vermeld genereert de voorgenomen situatie minder verkeer (107 evt/etmaal) dan de voormalige situatie (26 etv/etmaal van de school + 82 evt/etmaal met een bibliotheek of 132,7 evt/etmaal met een apotheek). Daarnaast hebben woningen minder uitstralingseffecten dan scholen. De relevante uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten.

Bodem In het plangebied is in 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (MUG, projectnummer 20300687, 20 juli 2020). Dit onderzoek is gehecht als bijlage (Bijlage 2). Daaruit blijkt dat er sprake is van een voormalige sloot aan de west- en aan de noordzijde van het perceel. De noordelijke sloot is gedempt met puin en is daardoor asbestverdacht. De rest van het terrein is niet asbestverdacht. Zintuiglijk en analytisch (indicatief) is geen asbest aangetroffen in de noordelijke demping. In de noordelijke demping zijn wel licht tot matig verhoogde gehalten PAK aangetroffen. Deze verontreiniging is in feite met de noordelijke slootdemping afgeperkt. In de rest van het terrein zijn alleen lucht verhoogde waarden PAK aangetroffen die dermate gering zijn dat een aanvullend onderzoek niet nodig is. Volgens de Bodemkwaliteitskaart PFAS voldoet de locatie aan de achtergrondwaarde AW2000.

14/26

Behalve het dempingsmateriaal in de noordelijke slootdemping mag op het terrein vrijkomende grond op het terrein zelf worden toegepast. Op het toepassen van grond in het algemeen is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Uitgangspunt voor het initiatief is een gesloten grondbalans. Dit betekent dat grond die vrijkomt binnen het plangebied zal worden toegepast. De bodem is hiermee geschikt voor de beoogde functie. Gelet op de nieuwe functies van het plangebied, wordt verontreiniging van bodem en grondwater door de boogde ontwikkeling zelf niet verwacht. Water Het plangebied ligt voor een gedeelte direct aan de Walperterwei binnen de beschermingszone van een regionale waterkering. In deze zone zijn maar in beperkte mate werkzaamheden gepland. Er zijn aanpassingen aan het perceel omsluitende muurtje beoogd, het verwijderen en aanleggen van beplanting en bestrating. Voor deze werkzaamheden is een watervergunning nodig. De parkeerplaatsen en de noordelijke tuinen liggen langs de regionale waterkering. Het plangebied ligt buiten deze keringen. De beoogde werkzaamheden zijn niet relevant ten aanzien van deze kering. Middels de watervergunning is de waterveiligheid gewaarborgd. Eventuele maatregelen die volgen uit de watervergunning zullen worden uitgevoerd waardoor het plan geen significant negatief effecten heeft op de waterveiligheid.

Het plangebied kenmerkt zich door ruime infiltratiemogelijkheden, doorat de bebouwde oppervlakte afneemt t.o.v. de bestaande situatie. In de bestaande situatie is sprake van een verhard oppervlakte van 4.582 m2. Voor de toekomstige situatie geldt een totaal aan verhard oppervlakte van 2.171 m2. Daarbij is de halfverharding die zal worden toegepast voor de parkeerplaatsen meegenomen als 75% verhard en de tuinoppervlakte voor 50%. Dit houdt in dat het verhard oppervlakte met 2.411 m2 afneemt. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor de waterhuishoudkundige situatie.

Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving’ ligt op een afstand van 11,3 kilometer en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘IJsselmeer’ bevindt zich op circa 13,5 kilometer van het plangebied, zoals vermeld in paragraaf 2.1 van deze notitie. Directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring zijn door de afstand op voorhand uitgesloten. Vermesting/verzuring als gevolg van stikstofdepositie als gevolg van de totale ontwikkeling is niet op voorhand uit te sluiten en moet bij elk ruimtelijk besluit opnieuw worden beoordeeld. Voor wat betreft de mogelijke gevolgen voor de omliggende Natura-2000 gebieden wat betreft stikstof (NOX) uitstoot is het wenselijk een onderzoek, in de vorm van AERIUS-berekeningen uit te voeren. Uit de AERIUS-berekeningen (bijlage 3) blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn in dezelfde berekening meegenomen. De effecten van het wegverkeer zijn in de AERIUS-calculator zowel via het SRM-II model als het OPS-model berekend.

Hierdoor zijn de effecten van het wegverkeer over een grotere afstand dan 5 kilometer berekend. De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en typen uit Natura 2000-gebieden Soortenbescherming Een quickscan naar mogelijke verblijflocaties is uitgevoerd door JM Ecologie (Bijlage 4). Hieruit blijkt dat het pand mogelijk geschikt is voor huismusnestlocaties en vleermuisverblijfplaatsen. Naar aanleiding van deze conclusie is een nader onderzoek

15/26

uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage gehecht aan deze toelichting (Bijlage 5). Kort samengevat is de conclusie uit het onderzoek: - Dat er geen huismusnestlocaties in het pand aanwezig zijn; - Dat er geen zomer- of kraamverblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Wel dient er rekening te worden gehouden met algemene broedvogels tijdens het broedseizoen. Als er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dan dient het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden om nesten te voorkomen. De steenmarterverblijfplaatsen mogen niet verstoord of verwijderd worden in de periode van maart tot juli in verband met de zorgplicht. Er zijn tijdens het nader onderzoek geen beschermde natuurwaarden geconstateerd binnen het plangebied. Er is geen ontheffing op de Wet natuurbescherming benodigd om de werkzaamheden uit te mogen voeren. Geconcludeerd wordt dat met betrekking tot het aspect soortenbescherming geen negatieve effecten worden verwacht.

Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan als het een toename van minder dan 3% van de grenswaarden tot gevolg heeft. Bij woningbouwplannen van minder dan 1.500 is dit het geval. Met voorliggend plan worden slechts 20 woningen mogelijk gemaakt. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien zijn binnen de gemeente Súdwest-Fryslân geen knelpunten bekend voor de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid is opgenomen in wet- en regelgeving. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor dit plan is de risicokaart geraadpleegd. In of nabij het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. Hiermee worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect externe veiligheid. Risico’s op rampen door klimaatverandering Met voorgenoemd advies wordt bij de uitvoering van de plannen rekening gehouden doordat het verhard oppervlak verminderd en er meer groen wordt ingericht. Het plangebied kenmerkt zich door ruime infiltratiemogelijkheden. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

16/26

Gebouwd Erfgoed en Cultuurhistorie In het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is aangegeven dat er gekozen is om een inventarisatie van het cultureel erfgoed in de kernen en het buitengebied per deelgebied uit te laten voeren. Op basis van deze inventarisatie kunnen in het bestemmingsplan karakteristieke panden en andersoortige objecten worden aangewezen. De (aan de weg gelegen) voorkant van het schoolgebouw heeft al sinds de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Wommels' in 2010 de aanduiding 'karakteristiek' met de daarbij behorende beschermende bouwregels. Dit betekent dat het hoofdgebouw behoudenswaardig is, maar geen monumentale status heeft. De beschermende bouwregels zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. In de gehele procedure voor de herontwikkeling van het plangebied is uitgegaan van behoud van dit deel van het schoolgebouw. In de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan lag de dubbelbestemming 'karakteristiek' nog een stuk buiten het karakteristieke hoofdgebouw. Deze 'snipper' is in de nieuwe verbeelding verwijderd zodat de dubbelbestemming nu op de juiste wijze om het gebouw heen ligt. Voor de juridische regeling betekent dit dat de beschermende bouwregels uit het vigerende bestemmingsplan zijn overgenomen en opgenomen onder de algemene bouwregels.

Dit betekent onder andere dat de verschijningsvorm van het gebouw niet mag worden veranderd en er geldt een sloopverbod. Ongebouwd Cultuurhistorie De gemeente Súdwest-Fryslân en de Friese Súdwesthoeke meer algemeen kennen een verscheidenheid aan landschapstypen waaronder de IJsselmeerkust en de kleizone met de terpen en het veengebied van de Friese Meren. Een samenwerking tussen de gemeente de Fryske Marren, Provincie Friesland en de stichting Mar en Klif in 2019 heeft geleid tot een landschapsbiografie van de Friese zuidwesthoek. Daarnaast bestaat nog de Cultuurhistorische kaart 2 van de provincie Friesland (CHK 2). Het plangebied komt niet voor in een bijzonder of beschermd landschapstype. Het omgevingsaspect ongebouwde cultuurhistorie staat vaststelling van onderhavig plan niet in de weg. Welstandsnota Súdwest-Fryslân Ter plaatse van het plangebied gelden, naast de algemene welstandscriteria, de specifieke criteria van het welstandsgebied "Lintbebouwing" (Bijlage 1). Dit gebied bestaat met name uit kleinschalige woonhuizen van een tot twee bouwlagen met kap, de meeste bebouwing is sterk gerelateerd aan het beloop van vaarten en wegen. Het bebouwingsbeeld is afwisselend, met een dominante ambachtelijk-traditionele stijl uit de 19e en 20e eeuw.

Voor bouwinitiatieven geldt dat rekening gehouden moet worden met de schaal van de omgeving, waarbij wordt aangesloten op de bebouwingshoogte in het gebied. Ook de bestaande stedenbouwkundige structuur moet herkenbaar blijven. De beoogde ontwikkeling past op hoofdlijnen binnen de geldende welstandscriteria. Archeologie De archeologisch waardevolle terreinen en de verwachtingszones zijn beschermd via een dubbelbestemming archeologie. Voor het plangebied is dit de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' afkomstig uit het bestemmingsplan 'Dorpen Archeologie'. Deze dubbelbestemming hoort bij de waarde die het gebied van de FAMKE kaart heeft. Aan deze dubbelbestemming is de regel verbonden dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2500 m 2 en dieper dan 30 cm een omgevingsvergunning moet worden verleend.

17/26

In het voorgenomen initiatief wordt het voorste gedeelte van het schoolpand verbouwd, hiervoor hoeven geen bodemingrepen te worden gedaan. Alleen de bouw van 10 grondgebonden woningen op de plaats van bestaande bebouwing behoeft bodemingrepen. Samen met de nodige bodemingrepen, dieper dan 30 cm, die benodigd zijn voor de aanleg van de halfverharde parkeerplaatsen en de ontsluiting van de woningen komt het totaal aan bodemingrepen, dieper dan 30 cm, niet boven de 2.500 m2 uit. Karterend onderzoek is daarmee niet verplicht. De verwachting dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord worden door de bouw van de grondgebonden woningen is ook zeer klein vanwege het feit dat alle woningen gebouwd zullen worden op de plaats van huidige bebouwing. De kans is aanwezig dat eventuele waarden bij de bouw daarvan al verstoord zijn. De beschermende dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is opgenomen in dit bestemmingsplan om ernstiger verstoringen van het bodemarchief te voorkomen. Indien de 2500 m2 niet wordt overschreden, belet het omgevingsaspect archeologie evenwel niet de vaststelling van het plan en de uitvoering van het initiatief. Het plan heeft geen significant negatieve effecten op de cultuurhistorie en archeologie.

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

Voor dit plan zijn de volgende mitigerende maatregelen bekend: - Er dient rekening gehouden te worden met algemene broedvogels tijdens het broedseizoen. - Mogelijke steenmarterverblijfplaatsen mogen niet verstoord of verwijderd worden tussen maart tot juli in verband met de zorgplicht. - Er dient rekening te worden gehouden met de Welstandsnota Súdwest-Fryslân criteria.

18/26

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Daarbij is het wel van belang dat de maatregelen worden getroffen zoals beschreven in paragraaf 3.9 van deze notitie. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

19/26

20/26

21/26

22/26

23/26

24/26

25/26

26/26

70/280

Bijlage 2

71/280

Welstandscriteria

Bijlage 3

75/280

Verkennend bodemonderzoek

projectnummer 20300687 20 juli 2020

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding

1

2

Vooronderzoek en locatiegegevens

2

3

Uitvoering van het bodemonderzoek

4

4

Onderzoeksresultaten

6

5

Samenvatting en conclusie

11

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 3.1 3.2 3.3 4.1 4.2 4.3 4.4

Algemeen Locatiegegevens en huidig bodemgebruik Historische gegevens en bodeminformatie Toekomstig gebruik Conclusie vooronderzoek en hypothese Onderzoeksstrategie Uitgevoerde werkzaamheden en analyses Monsterneming en analyses

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen grondwater Toetswijze en terminologie Getoetste analyseresultaten grond en puin (asbest)

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Topografische ligging Overzichtstekening Kadastrale gegevens Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingsresultaten grond en grondwater Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk Handelingskader’

2 2 2 3 3 4 4 5

6 6 7 8

projectnummer 20300687 20 juli 2020 pagina 1 van 12

1

Inleiding In opdracht van gemeente Súdwest-Fryslân heeft MUG Ingenieursbureau b.v. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Walperterwei 8 te Wommels. Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). In het kader van eventueel toekomstig grondverzet is eveneens indicatief een uitspraak gedaan over de toepasbaarheid/hergebruiksmogelijkheden van de grond. Kwaliteit en certificering MUG Ingenieursbureau heeft het bodemonderzoek als onafhankelijke organisatie uitgevoerd en verklaart hierbij geen juridische relatie te hebben met (de bedrijfsorganisatie van) de eigenaar van de onderzoekslocatie en/of de opdrachtgever van het bodemonderzoek. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform en onder certificaat van de nu geldende BRL SIKB 2000 en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002. MUG Ingenieursbureau is gecertificeerd voor het procescertificaat ’Veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek’ en staat geregistreerd als Kwalibo-erkend bedrijf (erkend bodemintermediair). In deze rapportage wordt verslag gedaan van de verrichte werkzaamheden, de resultaten en de aan de resultaten te verbinden conclusies.

projectnummer 20300687 20 juli 2020 pagina 2 van 12

2

Vooronderzoek en locatiegegevens

2.1

Algemeen Om een juiste hypothese en bijbehorende onderzoeksstrategie te kunnen vaststellen, is een vooronderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van het vooronderzoek is informatie verzameld op basis van NEN 5725, oktober 2017. Hierbij is de strategie ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A)’ toegepast. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over de locatie, de bodemopbouw en de geohydrologie, de verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit, het gebruik en de beïnvloeding van de locatie, de verdachte situaties, de activiteiten en ongewone voorvallen. Tevens maakt een terreininspectie deel uit van het vooronderzoek. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek zijn gesprekken gevoerd met de bewoner van het naastgelegen perceel (Walperterwei 10). Hieruit is nog relevante informatie naar voren gekomen. Wij merken op dat in afwijking op de eerdergenoemde norm de geohydrologie (tot 10 m-mv) niet is opgenomen in deze rapportage, omdat dit gezien de doelstelling van het onderzoek geen relevante informatie oplevert.

2.2

Locatiegegevens en huidig bodemgebruik De onderzoekslocatie betreft het perceel Walperterwei 8 en is gelegen aan de noordzijde van Wommels binnen de gemeente Súdwest-Fryslân. Westelijk van de locatie ligt de Walperterwei, aan de overig zijden vormen woonpercelen de begrenzing van het terrein. De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Wommels, sectie A met nummers 2077 en 2378. De totale oppervlakte van de locatie bedraagt 5700 m2. In de huidige situatie is de locatie bebouwd met een schoolgebouw (niet meer in gebruik). De locatie is deels verhard met klinkers en tegels en wordt deel omringd door kavelsloten. De X- en Y-coördinaten van het globale midden van de locatie zijn X = 168.599 en Y = 569.291. Bijlage 1 geeft de globale topografische situering van de onderzoekslocaties weer en bijlage 2 een overzicht van de onderzoekslocatie. De kadastrale gegevens zijn opgenomen als bijlage 3.

2.3

Historische gegevens en bodeminformatie Na raadpleging van het provinciaal bodeminformatiesysteem Nazca-i blijkt dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie geen verdachte bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden. Wel is er in het verleden een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van een uitbreiding van de bebouwing (IJB-groep, projectnummer 65574, 06 juli 2004). Uit de rapportage blijkt dat er zowel zintuiglijk als analytisch in de grond geen verontreinigingen zijn waargenomen/aangetoond. In het grondwater is wel een matig verhoogde concentratie aan arseen aangetoond. Dit is als een van nature verhoogde achtergrondconcentratie beschouwd. Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen bouwactiviteiten. Verder is bekend dat er ter plaatse van de naastgelegen locatie, Walperterwei 10, in het verleden een benzine- en servicestation aanwezig was (vanaf 1949). Tevens zou hier een timmerwerkplaats aanwezig zijn of zijn geweest (vanaf 1992). Van deze locatie zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Op de overige direct aangrenzende percelen zijn geen verdachtmakingen bekend. Ten tijde van uitvoering van het onderzoek is door de opdrachtgever nog relevante bodeminformatie aangeleverd.

Hieruit is naar voren gekomen dat voor het naastgelegen perceel Walperterwei 10 (oud adres Spannumerweg 47d), een vergunning is verleend voor het oprichten van een woning met autogarage (Burgemeester en Wethouders gemeente Hennarderadeel, 13 januari 1927). Door Shell Nederland N.V. is een Hinderwetvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een elektrisch gedreven benzinepomp ter vervanging van de bestaande benzine handpomp (29 december 1948). Deze pomp zal worden aangesloten op een ondergrondse brandstoftank met een inhoud van 6000 liter. De betreffende vergunning is 31 januari 1949 verleend. Op de bijgevoegde tekening is zichtbaar dat oostelijk van de Spannumerweg (thans Walperterwei), aan watergang aanwezig was. Per 9 juni 1949 is een

projectnummer 20300687 20 juli 2020 pagina 3 van 12

gewijzigde Hinderwetvergunning verleend, Deze wijziging heeft betrekking op nieuwe voorwaarden die gesteld zijn aan de geplaatste benzine-pomp-installatie. Tijdens de uitvoering van het onderzoek is naar voren gekomen dat de kadastrale grens niet overeenkomt met de perceelgrens zoals deze in de huidige situatie zichtbaar is. Hierop is navraag gedaan bij de bewoner van Walperterwei 10. Uit gesprekken met deze bewoner is naar voren gekomen dat een deel van de oprit van het perceel Walperterwei 10 onderdeel uitmaakt van de onderzoekslocatie. De bewoner vertelde dat hij dit terreindeel in het verleden huurde van de directie van het schoolgebouw. De bewoner gaf aan dat tussen de percelen Walperterwei 8 en 10 in het verleden een watergang aanwezig was die omstreeks 1995 is gedempt. Voorafgaand aan de demping van deze watergang is de watergang ontdaan van bagger (opgeschoond). De uitkomende baggerspecie is verspreid over de tuin achter het perceel Walperterwei 10. Vervolgens is de voormalige watergang gedempt waarbij volgens de bewoner circa 0,7 m1 puin is aangebracht. Er zijn geen kwaliteitsgegevens bekend van het aangebrachte puin. Een deel van de voormalige watergang heeft een raakvlak met de huidige oprit van het perceel Walperterwei 10.

2.4

Toekomstig gebruik Voornemen is om de locatie in de toekomst te verkopen. Het is op dit moment niet bekend of er een ontwikkeling of een bestemmingswijziging plaats gaat vinden.

2.5

Conclusie vooronderzoek en hypothese Op voorhand waren er voor de onderzoekslocatie geen verdachtmakingen voor de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Gezien de voormalige aanwezigheid van een autobedrijf met bezinepompinstallatie is de naastgelegen locatie wel verdacht voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Omdat zowel de garage als de benzinepompinstallatie aan de noordzijde van het perceel Walperterwei 10 aanwezig waren, verwachten wij niet dat de hier plaatsgevonden bedrijfsactiviteiten en het gebruik van de tankinstallatie, van invloed zijn geweest op de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. De slootdempingen zijn wel verdacht voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Omdat gedurende de uitvoering van het project naar voren is gekomen dat de watergang tussen de percelen Walperterwei 8 en 10 voor een deel is gedempt met puin, is dit materiaal als verdacht beschouwd voor een verontreiniging met asbest. Verder zijn er geen indicaties dat de locatie ten aanzien van de aanwezigheid van asbest of PFAS als verdacht dient te worden beschouwd.

projectnummer 20300687 20 juli 2020 pagina 4 van 12

3

Uitvoering van het bodemonderzoek

3.1

Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de onderzoeksstrategie ‘Onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)’, zoals genoemd in NEN 5740/A1, februari 2016. Omdat de dempingen formeel als verdacht locaties dienen te worden beschouwd, is hier een extra onderzoeksinspanning verricht waarbij per demping minimaal twee boringen in het dempingstracé zijn verricht. De peilbuis ten behoeve van de grondwatermonstername is geplaatst in het tracé van de noordelijk gelegen demping. Hiermee is tevens een, als gevolg van de in het verleden uitgevoerde bedrijfsactiviteiten (autogarage en brandstofinstallatie) ontstane verontreiniging in het grondwater, ter plaatse van het perceel Walperterwei 10, ondervangen. Er is geen asbestonderzoek uitgevoerd conform NEN 5707 of NEN 5897.

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden en analyses De veldwerkzaamheden zijn opgestart op 19 juni 2020 en uitgevoerd door voor de protocollen 2001 en 2002 gecertificeerd medewerker van MUG Ingenieursbureau, de heer A. Westerhoek. Omdat het handmatig niet lukte om ter plaatse van de oprit aan de noordzijde van het perceel een boring te verrichten is tijdens de grondwatermonstername op 29 juni nog een aanvullende onderzoeksinspanning verricht. Voor het doorboren van de klinkerverharding van de oprit en de onderliggende demping van puin, is onze boorkar met watergekoelde diamantboor ingezet. Voorafgaand aan het verrichten van de boringen is de onderzoekslocatie visueel geïnspecteerd conform NEN 5740. Hierbij is onder andere gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en andere zaken die op een bodemverontreiniging wijzen. Tevens zijn de onderzoekgrenzen in het veld uitgezet. De uitgevoerde werkzaamheden en analyses zijn gebaseerd op de voorgenoemde onderzoeksstrategieën. Bij elke boring is een beschrijving gemaakt conform NEN 5104. Als er zintuiglijk sterke aanwijzingen voor verontreiniging zijn aangetroffen, dan zijn de boringen doorgezet tot 50 cm beneden de zintuiglijk waargenomen verontreiniging. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden en analyses ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek.

Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde werkzaamheden en analyses Locatie

Aantal boringen (exclusief peilbuizen)

Aantal peilbuizen

Analyses grond/puin

Analyses grondwater

Slootdemping westzijde

1 tot 2,0 m-mv 1 tot 2,5 m-mv

-

-

Slootdemping noordzijde

1 tot 0,2 m-mv (gestaakt) 2 tot 2,0 m-mv 12 tot 0,5 m-mv 3 tot 2,0 m-mv

1 tot 2,7 m-mv

1 x std-pakket grond 1 x asbest in grond 1 x std-pakket grond 1 x asbest in puin

Overige terreindeel Walperterwei 8 te Wommels

Std-pakket grond Std-pakket grondwater

-

-

4 x std-pakket grond 1 x standaardpakket 1 x PFAS (exclusief GenX) 1x asbest in grond : organische stof, lutum, zware metalen (negen stuks), som PCB, som PAK en minerale olie : zware metalen (negen stuks), minerale olie, vluchtige aromaten en chloorkoolwaterstoffen

De monsters van de grond en het grondwater zijn geanalyseerd door het door de RvA geaccrediteerd testlaboratorium van Eurofins Omegam te Amsterdam.

projectnummer 20300687 20 juli 2020 pagina 5 van 12

3.3

Monsterneming en analyses De opgeboorde grond is bemonsterd per de te onderscheiden bodemlaag, in trajecten van maximaal 0,5 m. Op basis van de grondsoorten en de zintuiglijke waarnemingen zijn monsters geselecteerd en samengesteld voor analyse. De mengmonsters van de grond zijn in het laboratorium samengesteld en onderzocht op het standaardpakket grond. In verband met de aanwezigheid van gemengd puin in de bovengrond is ter plaatse van de boring 07 en 09, met behulp van een spade, een inspectiegat gegraven (afmeting 0,3m x 0,3m x 0,5m). Het ontgraven materiaal is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen door te schouwen en vervolgens maximaal 50 kg te zeven. Van de fijne fractie is vervolgens een grondmonster samengesteld voor een asbestanalyse. Verder is van het opgeboorde puin ter plaatse van de noordelijk gelegen demping een mengmonster samengesteld in het veld voor een indicatieve asbestanalyse. De samenstelling van de onderzochte mengmonsters is weergegeven op het analysecertificaat van de grond (bijlage 5) en in tabel 3.2. Het grondwater is geanalyseerd op de parameters van het standaardpakket grondwater. Tabel 3.2 Overzicht onderzochte grond- en puinmonsters (inclusief samenstelling en analyses) Deellocatie

Analysemonster

Demping (noordzijde)

Overig terrein

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Analysepakket

M-asbest (puin) 0,20 - 0,90 MM-demping 0,75 - 1,40

21 (0,20 - 0,90) 21 (0,90 - 1,35) 22 (0,75 - 1,25) 22 (1,25 - 1,40)

asbestpuin NEN 5898 < 30kg AS3000: standaardbodem inclusief lutum en humus

M1

0,15 - 0,50

M2

0,00 - 0,50

AS3000: standaardbodem inclusief lutum en humus, PFAS (28) handelingskader AS3000: standaardbodem inclusief lutum en humus

M3

0,00 - 0,20

M4

0,54 - 1,54

M5

0,50 - 1,50

M-asbest

0,15 - 0,50

07 (0,15 - 0,50) 09 (0,35 - 0,50) 04 (0,00 - 0,25) 19 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,20) 16 (0,00 - 0,15) 20 (0,00 - 0,15) 01 (0,54 - 1,04) 01 (1,04 - 1,54) 02 (0,54 - 1,04) 02 (1,04 - 1,54) 03 (1,00 - 1,50) 05 (1,00 - 1,50) 09 (1,00 - 1,25) 19 (0,50 - 0,80) 07 (0,15 - 0,50) 09 (0,35 - 0,50)

AS3000: standaardbodem inclusief lutum en humus AS3000: standaardbodem inclusief lutum en humus

AS3000: standaardbodem inclusief lutum en humus

AS3000 : asbestgrond NEN 5898 < 17.5kg

De grondmonsters en het grondwatermonster zijn voorbehandeld conform de richtlijnen van AS3000. De analyses zijn uitgevoerd door het door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde testlaboratorium Eurofins Omegam te Amsterdam. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 5.

projectnummer 20300687 20 juli 2020 pagina 6 van 12

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Bij het verrichten van de boringen en het beschrijven van het opgeboorde materiaal is de bodem beoordeeld op kleur, textuur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De bodemopbouw is per boring omschreven conform NEN 5104. Tevens zijn het maaiveld en de opgeboorde grond geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Er zijn tijdens de maaiveldinspectie/terreininspectie geen asbestverdachte materialen of andere bijzonderheden op het maaiveld waargenomen. Ook tijdens de voorbehandeling van het ontgraven materiaal van de inspectiegaten 07 en 09 zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis van de boorbeschrijvingen wordt hierna per locatie het gemiddelde bodemprofiel samengevat: • 0,0 - 0,04 m-mv verharding (tegel); • 0,04 - 0,3 m-mv matig fijn zand (opgebracht); • 0,3 - 0,9 m-mv (licht humeuze) klei; • 0,9 - 2,5 m-mv sterk siltige klei. Verspreid over het terrein is plaatselijk in de bovengrond een (licht humeuze) zandlaag aanwezig. Verder zijn er plaatselijk baksteensporen in de bovengrond aanwezig (< 5%). Enkel ter plaatse van de inspectiegaten 07 en 09 is in de bovengrond respectievelijk een matige (5-15%) en een sterke (15-50%) hoeveelheid baksteenpuin aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11600322/1