CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III - Reactienota

Raadsvergadering 29 april 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Reaksjenota en Omjouwingsfysje 1.04.090 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept reactienota 1. Vereniging van Bedrijven Makkum e.o.

Zienswijze: Er moet niet alleen aandacht zijn voor het bij de inwoners gevoelde effect van de windmolens in het IJsselmeer en langs de A7, maar ook voor het bij het toerisme en de toeristische sector gevoelde effect van deze windmolens. Makkum moet ook aantrekkelijk blijven voor kleine, lokale bedrijvigheid. Er moet ruimte blijven voor de kleinere bedrijven, vaak zijn deze van ondernemende Makkumers of ondersteunend aan de huidige Makkumer bedrijven. Grote bedrijven kunnen zich beter in Bolsward of Sneek vestigen. Reactie: Gevoelde effect van windmolens in het IJsselmeer Het signaal over de windmolens is bij de gemeente bekend. De toeristische sector gedijt bij en is afhankelijk van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten als kernwaarde. Het is een sector met potentie voor de economie van Súdwest-Fryslân en heel Fryslân. 'Ons goud'. Gemeente heeft aandacht voor het bij de inwoners en (recreatieve) bezoekers gevoelde effect van de windmolens in het IJsselmeer en langs de A7. Deze zorgen gevoelsmatig voor een aantasting van het goede woon-, leef- en recreatieklimaat. De gemeenteraad van Súdwest-Fryslân is tegen meer windmolens in het IJsselmeer. Daarnaast ontwikkelt Súdwest-Fryslân ook beleid gericht op de potentie en kwaliteit van toeristische accommodaties en hoe SWF daarvoor beleid wil ontwikkelen (ook op gebied kwaliteit).

Ruimte voor kleinere lokale bedrijven Op de IDeekaart van het IJsselmeergebied staat dat bedrijventerreinen in het gebied goed onderhouden moeten worden (openbare ruimte), zodat ze in de toekomst aantrekkelijk blijven. Dit wordt mede gedaan om ruimte te kunnen blijven bieden voor kleinere lokale bedrijven. Daarnaast is benoemd dat er ruimte is voor watergebonden bedrijvigheid, onder andere gekoppeld aan de ambities rondom recreatie en watersport. Het is inderdaad de bedoeling dat grotere bedrijven zich vestigen op de bedrijventerreinen in Sneek en Bolsward en niet in Makkum. Dat geldt ook in algemene zin voor de andere kernen. Tegelijkertijd vindt de gemeente de leefbaarheid in kernen van groot belang en daar hoort werkgelegenheid ook bij. Voor Makkum en vergelijkbare kernen betekent dat in onze visie dat lokaal gebonden bedrijvigheid behouden moet blijven en ook moet kunnen groeien. Súdwest-Fryslân wil het startersklimaat verbeteren. We voorzien geen grotere terreinen op voorraad maar willen wel waar mogelijk ruimte bieden voor lokaal maatwerk (met name voor starters) bij aangetoonde lokale behoefte. In de afspraken die we daarover met de provincie moeten maken zetten we daar op in.

Aanpassing: Het tweede locatie specifieke punt op de IDeekaart van het IJsselmeergebied wordt als volgt aangepast: Aandacht voor het bij de inwoners en (recreatieve) bezoekers gevoelde effect van de windmolens in het IJsselmeer en langs de A7. Deze zorgen gevoelsmatig voor een aantasting van het goede woon-, leef- en recreatieklimaat.

1

2. Prorail

Zienswijze: . voor Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet); . voor Geluid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Geluidproductieplafonds); . ter afweging trillinghinder wordt aanbevolen de informatie via Kenniscentrum InfoMil: https://www.infomil.nl/ondenAferpen/ruimte/milieuthema/tril/ en de handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (https://www.riiksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/07/18/handreikinanieuwbouw-enspoortrillingen). Reactie: Bij de uitwerking van de visie in ruimtelijke plannen houdt de gemeente rekening met externe veiligheid en geluid op basis van de meest recente gegevens (basisnet respectievelijk geluidproductieplafonds). Ook wordt in voorkomende gevallen aandacht besteed aan eventuele trillinghinder in de spooromgeving. Geen aanpassing.

3. Inwoner 1

Zienswijze: Indiener reikt gemeente diverse suggesties aan op fietstunnels, groenvoorziening, vergunningverlening, afvalinzameling, bouwen op zeeniveau, openbaar vervoer, duurzame energie voor het Antonius Ziekenhuis in Sneek, eengezinswoningen, eigen woningstichting gemeente, APV ivm geluidsoverlast en rook uit kachels, ligweide Gaast, meer ruimte voor herberg/ drinkgelegenheid/ Bed en breakfast, bosbouw, koeien in de schaduw met drinkbak, maaibeleid en drinkwaterbeleid. Reactie: Indiener wordt hartelijk bedankt voor het meedenken in opgaven en oplossingen. Het opnemen van de concrete suggesties voert echter te ver voor het globale kaderstellende niveau van de Omgevingsvisie 1.0. Geen aanpassing.

4. Inwoner 2

Zienswijze: Indiener reikt gemeente diverse suggesties aan op zichtbaarheid bij weids en waterrijk landschap, veiligheid, wisselplaats, doorstroming op het water en doorstroming op de weg en ruimtelijke kwaliteit. Reactie: Indiener wordt hartelijk bedankt voor het meedenken in opgaven en oplossingen. Het opnemen van de concrete suggesties voert echter te ver voor het globale kaderstellende niveau van de Omgevingsvisie 1.0. Geen aanpassing.

2

5. TenneT

Zienswijze: TenneT verzoekt, gelet op de Regionale Energie Strategie (RES) en de ruimtelijke inpassing, bij mogelijke uitbreidingen of aanpassingen van de energie-infrastructuur op passende wijze rekening te houden met de aanwezigheid van de bestaande vitale infrastructuur in uw gemeente en doorwerking naar omgevingsplan. TenneT verzoekt toevoeging van ruimtelijke functie van de elektriciteitsinfrastructuur op de IDeekaarten te overwegen, zodat een zorgvuldige(re) afweging kan worden gemaakt. TenneT verzoekt tijdig betrokken te zijn bij de ontwikkelingen/uitwerkingen van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Reactie: Burgerforumadvies De gemeenteraad heeft op 29 september een Burgerforumadvies volledig overgenomen. In het kort geeft dit advies aan, dat er voorkeur is voor lokale en meer kleinschaliger initiatieven, waarbij een hoge mate van participatie van onze Mienskip in die initiatieven voorwaardelijk is. Vraag en deelname geven dus de projectlocatie en projectschaal aan. Naast verdere detailleringen uit het advies zijn deze uitgangspunten leidend voor Súdwest-Fryslân. Vormen van grootschalige clustering van duurzame opwek worden daarmee door vermeden. Gemeente is zich ervan bewust, dat dit niet overeenstemt met de zienswijze die netwerkbeheerder Liander daarover heeft geschreven aan de RES Fryslân en waar Tennet in de zienswijze op duidt.

Tijdig betrekken bij nadere uitwerking Via het omgevingsprogramma Klimaatmitigatie en de verder gezamenlijk te omschrijven maatregelen richting de RES (en andere omgevingsprogramma’s) zal er (integraal) aandacht zijn voor de verbeelding via gedetailleerdere IDeekaarten. Bij de opstelling van het omgevingsplan wordt rekening gehouden met de algemene informatie voor situaties die de leveringszekerheid en veiligheid (nadelig) van bestaande infra kunnen beïnvloeden en daardoor uitval kunnen veroorzaken. De gemeente ziet de staalkaart voor het hoogspanningsnet in omgevingsplannen van TenneT met belangstelling tegemoet. De betrokkenheid van Tennet gaat vooralsnog indirect via Liander. Zoals momenteel gebruikelijk is bij bestemmingsplannen. Geen aanpassing.

6. Wetterskip

Zienswijze: Wetterskip Fryslân begrijpt dat niet voor alle ruimtelijke opgaven al een ruimtelijke vertaling te geven is. De blauwe omgevingsvisie en de boezemvisie die nog in ontwikkeling zijn vormen daar een voorbeeld van. Wetterskip Fryslân vraagt de maatschappelijke opgaven waarvoor de gemeente staat te vertalen in een concrete ruimtelijke inpassing in de IDee-kaarten van de visie. Met de provincie en het waterschap optrekken naar een concretere invulling van de visiekaarten, zoals die onder meer in de op te stellen blauwe omgevingsvisie en boezemvisie van het waterschap wordt opgenomen. Reactie: Nadere uitwerking via omgevingsprogramma’s De Omgevingsvisie 1.0 geeft vooralsnog de hoofdlijnen en benoemt per gebied de opgaven, deze moeten verder uitgewerkt worden. Het opnemen van concrete

3

uitwerkingen in de Omgevingsvisie zorgt dat deze relatief snel gedateerd raakt en de Omgevingsvisie verliest daardoor de kaderstellende werking. Súdwest-Fryslân werkt graag samen met de provincie en het Wetterskip de majeure omgevingsprogramma’s uit, zoals: . Klimaatmitigatie (waaronder ook de regionale energiestrategie) . Klimaatadaptatie Het Wetterskip zit in de projectgroep om te komen tot het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. . Vitaal landschap Tijdig betrekken bij nadere uitwerking Graag blijft Súdwest-Fryslân met het Wetterskip zich inzetten op de majeure vraagstukken die landen in bovengenoemde omgevingsprogramma’s. Wij gaan anticiperen op de startnotitie Boezemwater. De Blauwe Omgevingsvisie en de Boezemvisie, wanneer deze eind 2021 gereed is, verwerken wij in de Omgevingsvisie 2.0. De IDeekaarten zullen wij in deze processen steeds tegen het licht houden en gaan aanpassen waar nodig. Geen aanpassing. 7. Telefonisch 1

Vraagt telefonisch waarom zijn land bij Idsegahuizum ingekleurd is als Natura2000. Reactie: Dit betreft het aandachtsgebied voor verzilting (geen Natura2000); dit is in de verbeelding niet helder. Aanpassing. Het patroon in de IDeekaart maakt de gemeente meer afwijkend.

8. Telefonisch 2

Is voorzitter Agrarische Jongeren Friesland en geeft aan dat er een zienswijze aan komt. Informeert naar het proces en doel van de Omgevingsvisie 1.0. Reactie: Besproken is, dat het fijn is dat er nu contact is. Achtergrondinformatie is gedeeld en het programmateam omgevingsprogramma Vitaal landschap neemt contact op om de Agrarische Jongeren Friesland in het vervolgproces te betrekken.

9. Agractie Fryslân

Zienswijze: Geef de agrarische ondernemer de ruimte om veerkrachtig te blijven binnen en buiten zijn vakgebied. Laat de keuze bij de ondernemer en stop ze niet allemaal in hetzelfde hokje. Indieners missen de diversiteit van de sector als uitgangspunt. Te weinig focus op de financiële voorwaarden. Mix van zon en wind helpt de sector energieneutraal te maken. Reactie: De gemeente waardeert de agrarische sector als belangrijker drager van het landschap van Súdwest-Fryslân en de diversiteit van het type bedrijven. De ene kiest voor de internationale wereldmarkt de andere meer voor korte ketens. De ander combineert het met verbredingsactiviteiten in bijvoorbeeld zorg of recreatie en weer een ander gaat zich specialiseren in niche markten. Juist die diversiteit juichen we toe. Gelijktijdig is ondanks die diversiteit de markt niet altijd in staat de maatschappelijke doelen die onder druk staan via diezelfde markt op te lossen (denk aan klimaat, biodiversiteit, schoon water, ..) en zal een overheid daarin 4

blijven sturen. Dat vraagt een sterke samenwerking op sector- en gebiedsniveau en ook de erkenning dat zonder duurzaam verdienmodel verduurzaming lastig is. Daar ligt dan ook een belangrijke gezamenlijke opdracht waarin de verschillende landschapspartners, van boer, overheid tot natuurorganisatie, samen moeten optrekken. Sturing op de genoemde publieke opgaven geldt natuurlijk ook voor andere sectoren (bijvoorbeeld toerisme). De gemeente is, in het verlengde van provinciaal, nationale en Europese beleid, richtinggevend. Deze vraagstukken kan de gemeente alleen samen met landschapspartners tot oplossingen brengen. Daarvoor is wederzijds elkaars expertise nodig. Met het doorlopende stakeholders overleg Vitaal Landschap beogen we die afstemming doorlopend (kwartaalbasis) met elkaar te delen. Proces richting Omgevingsvisie 1.0 De sector landbouw is enerzijds bij totstandkoming van de Omgevingsvisie 1.0 en bij de inspraak betrokken geweest. Ook is de Omgevingsvisie 1.0 besproken in het stakeholdersoverleg Vitaal Landschap met vertegenwoordigers van o.a. de landbouw (LTO, agrarisch collectieven). Ook zijn er inspraakavonden geweest waarbij vanuit de diverse geledingen van de agrarische sector input werd gegeven.

Blijven leren met elkaar De gemeente heeft richting deze Omgevingsvisie 1.0 al diverse gesprekken gevoerd en wil hierover ook in de doorontwikkeling naar volgende versies van de Omgevingsvisie, en de uitwerking richting kerninstrumenten als de (gebieds)agenda’s, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan graag in gesprek blijven met betrokkenen. Met name vanuit de doorwerking richting het omgevingsprogramma Vitaal landschap (waarin maatregelen geformuleerd worden) voert de gemeente nader overleg met belanghebbenden. Hieronder ook de agrarische ondernemers via o.a. het genoemde stakeholdersoverleg Vitaal Landschap. Lerend proces Zoals gezegd zien we de omgevingsvisie niet als een statisch document maar ontwikkelt het zich cyclisch in de loop van de tijd door verdieping, vernieuwde inzichten of nieuwe opgaven. Wanneer er bij de uitwerking van de kerninstrumenten (gebiedsagenda’s, omgevingsprogramma, omgevingsagenda) knelpunten ontstaan, is dat ook het moment om waar nodig aanpassingen in de visie te gaan onderbrengen. Het betreft hier een lerend proces. Duurzame opwek Op een enkele gebiedsuitzondering voor 15 m windmolens na zal de gemeente het aangepaste provinciale beleid voor wind en zon overnemen. Daarin zal voor initiatieven voor zonneweiden de zonneladder gebruikt worden. Ook zullen de uitgangspunten van het Burgerforum advies worden toegepast.

Zodoende ontstaat er een goede afstemming op en betrokkenheid van de omgeving bij duurzame opwek initiatieven. Kompas voor de leefomgeving Samen staan we voor deze wereldwijde agenda tot 2030. Ook Súdwest-Fryslân heeft zich hieraan geconformeerd. De kracht van de SDG’s is dat die uitgaan van een integrale aanpak. Daarbij zijn de fysieke, sociale en economische aspecten met elkaar in balans. Alleen deze samenhang bereikt een duurzame ontwikkeling. Dit staat ook centraal in de Omgevingswet. Súdwest-Fryslân werkt, in het verlengde van deze SDG’s, tegelijkertijd en in goede samenhang aan de vijf thema’s uit het kompas. Het themakompas geeft

5

na afloop van ieder hoofdstuk in grijze vakken de subdoelen van de SDG’s (als afgeleide van de internationale doelen) als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente. Alleen zo kan Súdwest-Fryslân de gemeente blijven die zij wil zijn. Waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is met een aantrekkelijke omgevingskwaliteit. Energievoorziening Duurzame energie en zelfvoorziening zijn voor Súdwest-Fryslân belangrijk uitgangpunten in de Energietransitie. Met de netwerkbeheerder wordt gekeken naar de nodige aanpassingen in de netcapaciteit van de gemeente. Om tot een goede verdeling op het net te komen in het buitengebied maakt de aangepaste provinciale verordening Romte het mogelijk voor agrariërs om zowel 15 m windmolens, als zon op dak op de bedrijfslocatie te plaatsen en zodoende te voldoen aan de eigen energiebehoefte. De agrarische bedrijven worden ook via hun verwerkende coöperaties en bedrijven steeds meer gevraagd een bijdrage te leveren aan klimaat (via bijvoorbeeld energie) of biodiversiteit (via bijvoorbeeld vormen van natuurbeheer). Aanpassing Hoofdstuk 5 ‘Vitaal en aantrekkelijk landschap’ is geherformuleerd. 10. Agrarische jongeren

Zienswijze: Indieners missen perspectief voor jonge landbouwers. Groei en ontwikkeling blijven dus noodzakelijk om de landbouw in Súdwest-Fryslân te behouden. Het noemen van de termen megastal en zorgen omtrent schaalvergroting brengt verwarring met zich mee. Indieners zien graag terugkomen dat de landbouw de ruimte heeft in SúdwestFryslân een verdienmodel te ontwikkelen wat gebaseerd is op de vraag van de consument en niet op de subsidies van de overheid (beheer subsidies). In de omgevingsvisie 1.0 wordt enkele keren gewezen op het verbreden van de landbouw met tweede takken zoals recreatie en zorg. Niet elke landbouwer is namelijk geschikt en/of heeft de capaciteiten om haar bedrijf hiermee te verbreden. Graag komen indieners met gemeente in gesprek om mee te werken aan een omgevingsvisie, en uiteindelijk een omgevingswet, die perspectief biedt voor de jonge landbouwers in deze gemeente. Reactie: De gemeente waardeert de agrarische sector als belangrijker drager van het landschap van Súdwest-Fryslân en de diversiteit van het type bedrijven. De ene kiest voor de internationale wereldmarkt de andere meer voor korte ketens. De ander combineert het met verbredingsactiviteiten in bijvoorbeeld zorg of recreatie en weer een ander gaat zich specialiseren in niche markten. Juist die diversiteit juichen we toe.

Gelijktijdig is ondanks die diversiteit de markt niet altijd in staat de maatschappelijke doelen die onder druk staan via diezelfde markt op te lossen (denk aan klimaat, biodiversiteit, schoon water, ..) en zal een overheid daarin blijven sturen. Dat vraagt een sterke samenwerking op sector- en gebiedsniveau en ook de erkenning dat zonder duurzaam verdienmodel verduurzaming lastig is. Daar ligt dan ook een belangrijke gezamenlijke opdracht waarin de verschillende landschapspartners, van boer, overheid tot natuurorganisatie, samen moeten optrekken. Sturing op de genoemde publieke opgaven geldt natuurlijk ook voor andere sectoren (bijvoorbeeld toerisme). De gemeente is, in het verlengde van provinciaal, nationale en Europese beleid, richtinggevend. Deze vraagstukken kan de gemeente alleen samen met landschapspartners tot oplossingen brengen. 6

Daarvoor is wederzijds elkaars expertise nodig. Met het doorlopende stakeholders overleg Vitaal Landschap beogen we die afstemming doorlopend (kwartaalbasis) met elkaar te delen. Proces richting Omgevingsvisie 1.0 De sector landbouw is enerzijds bij totstandkoming van de Omgevingsvisie 1.0 en bij de inspraak betrokken geweest. Ook is de Omgevingsvisie 1.0 besproken in het stakeholdersoverleg Vitaal Landschap met vertegenwoordigers van o.a. de landbouw (LTO, agrarisch collectieven). Ook zijn er inspraakavonden geweest waarbij vanuit de diverse geledingen van de agrarische sector input werd gegeven. Blijven leren met elkaar De gemeente heeft richting deze Omgevingsvisie 1.0 al diverse gesprekken gevoerd en wil hierover ook in de doorontwikkeling naar volgende versies van de Omgevingsvisie, en de uitwerking richting kerninstrumenten als de (gebieds)agenda’s, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan graag in gesprek blijven met betrokkenen. Met name vanuit de doorwerking richting het omgevingsprogramma Vitaal landschap (waarin maatregelen geformuleerd worden) voert de gemeente nader overleg met belanghebbenden. Hieronder ook de agrarische ondernemers via o.a. het genoemde stakeholdersoverleg Vitaal Landschap.

Lerend proces Zoals gezegd zien we de omgevingsvisie niet als een statisch document maar ontwikkelt het zich cyclisch in de loop van de tijd door verdieping, vernieuwde inzichten of nieuwe opgaven. Wanneer er bij de uitwerking van de kerninstrumenten (gebiedsagenda’s, omgevingsprogramma, omgevingsagenda) knelpunten ontstaan, is dat ook het moment om waar nodig aanpassingen in de visie te gaan onderbrengen. Het betreft hier een lerend proces. Duurzame opwek Op een enkele gebiedsuitzondering voor 15 m windmolens na zal de gemeente het aangepaste provinciale beleid voor wind en zon overnemen. Daarin zal voor initiatieven voor zonneweiden de zonneladder gebruikt worden. Ook zullen de uitgangspunten van het Burgerforum advies worden toegepast. Zodoende ontstaat er een goede afstemming op en betrokkenheid van de omgeving bij duurzame opwek initiatieven. Kompas voor de leefomgeving Samen staan we voor deze wereldwijde agenda tot 2030. Ook Súdwest-Fryslân heeft zich hieraan geconformeerd. De kracht van de SDG’s is dat die uitgaan van een integrale aanpak. Daarbij zijn de fysieke, sociale en economische aspecten met elkaar in balans. Alleen deze samenhang bereikt een duurzame ontwikkeling. Dit staat ook centraal in de Omgevingswet. Súdwest-Fryslân werkt, in het verlengde van deze SDG’s, tegelijkertijd en in goede samenhang aan de vijf thema’s uit het kompas.

Het themakompas geeft na afloop van ieder hoofdstuk in grijze vakken de subdoelen van de SDG’s (als afgeleide van de internationale doelen) als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente. Alleen zo kan Súdwest-Fryslân de gemeente blijven die zij wil zijn. Waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is met een aantrekkelijke omgevingskwaliteit. Betrekken jonge boeren Juist de vergrijzing in de agrarische sector maakt het van belang dat jonge boeren zich gehoord voelen. We trekken ons de reactie uit de zienswijze dan ook

7

aan en zijn voornemens de jonge boeren (via bijvoorbeeld het NAJK) nadrukkelijker te positioneren in het stakeholdersoverleg Vitaal Landschap. Aanpassing Hoofdstuk 5 ‘Vitaal en aantrekkelijk landschap’ is geherformuleerd. 11. Inwoner 3

Zienswijze: Indiener zoomt in op perceelniveau en geeft de gemeente hierop zijn zienswijze. Reactie: Een omgevingsvisie is een richtinggevend document en geeft geen duidelijk ruimtelijk kader ofwel duidelijke regels. De omgevingsvisie is algemeen en gaat niet in op perceel niveau. Geen aanpassing.

12. LTO Noord

Zienswijze: Verzoekt de gemeente de diverse sector positief te benaderen. De handvatten op de SDG’s zijn naar overtuiging van de indieners, ook gelet op de woordkeus, opgeschreven door mensen die niet gehinderd worden door enige kennis van zaken en evenmin kunnen overzien wat de praktische gevolgen van het toepassen van deze handvatten zouden zijn. Neem economie op als kernwaarde in hoofdstuk 3. De opbrengst uit Rondje1 dat schaalvergroting niet gewenst wordt, staat volstrekt haaks op ontwikkelingen die zich af zullen blijven spelen in de sector. Als het gaat om ruimtelijke spelregels voor bouwen en grondgebruik moet de gemeente wat indieners betreft aansluiten bij de provinciale uitgangspunten. Het is indieners niet duidelijk hoe de status en de doorwerking van deze kaarten gezien moet worden. Gelet op de mismatch die zich in delen van deze visie openbaart tussen wat de agrarische sector wil en moet, is het wenselijk dat de agrarische sector in de gemeente nauwer wordt betrokken bij de verdere uitwerking van zaken en het laten indalen van beleid in programma’s en plannen. Reactie: De gemeente waardeert de agrarische sector als belangrijker drager van het landschap van Súdwest-Fryslân en de diversiteit van het type bedrijven. De ene kiest voor de internationale wereldmarkt de andere meer voor korte ketens.

De ander combineert het met verbredingsactiviteiten in bijvoorbeeld zorg of recreatie en weer een ander gaat zich specialiseren in niche markten. Juist die diversiteit juichen we toe. Gelijktijdig is ondanks die diversiteit de markt niet altijd in staat de maatschappelijke doelen die onder druk staan via diezelfde markt op te lossen (denk aan klimaat, biodiversiteit, schoon water, ..) en zal een overheid daarin blijven sturen. Dat vraagt een sterke samenwerking op sector- en gebiedsniveau en ook de erkenning dat zonder duurzaam verdienmodel verduurzaming lastig is. Daar ligt dan ook een belangrijke gezamenlijke opdracht waarin de verschillende landschapspartners, van boer, overheid tot natuurorganisatie, samen moeten optrekken. Sturing op de genoemde publieke opgaven geldt natuurlijk ook voor andere sectoren (bijvoorbeeld toerisme). De gemeente is, in het verlengde van provinciaal, nationale en Europese beleid, richtinggevend. Deze vraagstukken kan de gemeente alleen samen met landschapspartners tot oplossingen brengen. Daarvoor is wederzijds elkaars expertise nodig. Met het doorlopende 8

stakeholders overleg Vitaal Landschap beogen we die afstemming doorlopend (kwartaalbasis) met elkaar te delen. Proces richting Omgevingsvisie 1.0 De sector landbouw is enerzijds bij totstandkoming van de Omgevingsvisie 1.0 en bij de inspraak betrokken geweest. Ook is de Omgevingsvisie 1.0 besproken in het stakeholdersoverleg Vitaal Landschap met vertegenwoordigers van o.a. de landbouw (LTO, agrarisch collectieven). Ook zijn er inspraakavonden geweest waarbij vanuit de diverse geledingen van de agrarische sector input werd gegeven. Blijven leren met elkaar De gemeente heeft richting deze Omgevingsvisie 1.0 al diverse gesprekken gevoerd en wil hierover ook in de doorontwikkeling naar volgende versies van de Omgevingsvisie, en de uitwerking richting kerninstrumenten als de (gebieds)agenda’s, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan graag in gesprek blijven met betrokkenen. Met name vanuit de doorwerking richting het omgevingsprogramma Vitaal landschap (waarin maatregelen geformuleerd worden) voert de gemeente nader overleg met belanghebbenden. Hieronder ook de agrarische ondernemers via o.a. het genoemde stakeholdersoverleg Vitaal Landschap. Lerend proces Zoals gezegd zien we de omgevingsvisie niet als een statisch document maar ontwikkelt het zich cyclisch in de loop van de tijd door verdieping, vernieuwde inzichten of nieuwe opgaven.

Wanneer er bij de uitwerking van de kerninstrumenten (gebiedsagenda’s, omgevingsprogramma, omgevingsagenda) knelpunten ontstaan, is dat ook het moment om waar nodig aanpassingen in de visie te gaan onderbrengen. Het betreft hier een lerend proces. Duurzame opwek Op een enkele gebiedsuitzondering voor 15 m windmolens na zal de gemeente het aangepaste provinciale beleid voor wind en zon overnemen. Daarin zal voor initiatieven voor zonneweiden de zonneladder gebruikt worden. Ook zullen de uitgangspunten van het Burgerforum advies worden toegepast. Zodoende ontstaat er een goede afstemming op en betrokkenheid van de omgeving bij duurzame opwek initiatieven. Kompas voor de leefomgeving Samen staan we voor deze wereldwijde agenda tot 2030. Ook Súdwest-Fryslân heeft zich hieraan geconformeerd. De kracht van de SDG’s is dat die uitgaan van een integrale aanpak. Daarbij zijn de fysieke, sociale en economische aspecten met elkaar in balans. Alleen deze samenhang bereikt een duurzame ontwikkeling. Dit staat ook centraal in de Omgevingswet. Súdwest-Fryslân werkt, in het verlengde van deze SDG’s, tegelijkertijd en in goede samenhang aan de vijf thema’s uit het kompas. Het themakompas geeft na afloop van ieder hoofdstuk in grijze vakken de subdoelen van de SDG’s (als afgeleide van de internationale doelen) als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente.

Alleen zo kan Súdwest-Fryslân de gemeente blijven die zij wil zijn. Waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is met een aantrekkelijke omgevingskwaliteit. Kernwaarden Súdwest-Fryslân neemt ‘economie’ niet op als kernwaarde en formuleert dit als een goede balans tussen wonen, werken, recreëren en genieten in een mooi landschap. Kernwaarden als natuur, water, cultuurhistorie en weidsheid zijn

9

onze schatkist. In die zin maakt economie geen expliciet onderdeel uit van de omgevingsvisie maar is het wel gesynchroniseerd met economisch beleid binnen de gemeente Súdwest-Fryslân. IDeekaarten De IDeekaarten benoemen integrale aandachtspunten voor de gebieden. Súdwest-Fryslân gebruikt de IDeekaarten als opstap voor het gesprek met de mienskip in de gebieden. Dit wordt als vervolg op de Omgevingsvisie 1.0 uitgewerkt in (gebieds)agenda's. Aanpassing Hoofdstuk 5 ‘Vitaal en aantrekkelijk landschap’ is geherformuleerd. 13. Provincie Fryslân

Zienswijze: Waardering voor de gekozen opzet, waarbij nadrukkelijk de inwoners zijn betrokken en op wie u ook in het vervolgtraject een beroep doet. De visie schetst de kaders op hoofdlijnen voor toekomstige ontwikkelingen, waarbij allerlei mogelijke thema’s aan bod komen. De visie vormt de basis voor een nadere uitwerking in programma’s en gebiedsagenda’s. Provincie verwacht, dat in deze vertaalslag nadere accenten en prioriteiten worden aangegeven. Wanneer bij de concrete uitwerking van het beleid blijkt dat er mogelijk sprake is van strijd met het provinciaal beleid, dan verzoek provincie vroegtijdig met hun om tafel te gaan om initiatiefnemers niet onnodig in onzekerheid te laten. Reactie: Met de provincie zal opgetrokken worden richting de nadere uitwerking van de omgevingsprogramma’s én bij het maken van nadere afspraken over de werkwijze. In deze werkwijze onder de Omgevingswet, is een belangrijk fundament voor de dienstverlening de serviceformules (zie ook https://vng.nl/artikelen/serviceformules-omgevingswet). Een serviceformule geeft aan welke dienstverlening inwoners en ondernemers ontvangen. Geen aanpassing.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9962730/1