Bijlage III - Evaluatie Dekkingsplan 2
Tekst van het document
EVA LUATI E DEKKIN GS PLAN 2 .0
SAMEN PARAAT VAN HISTORISCH GEGROEIDE NAAR BEREDENEERDE ORGANISATIE
EVALUATIE DEKKINGSPLAN 2.0 - JULI, 2021 SAMEN WERKEN AAN TOEKOMSTB ESTENDIGE BRANDWEERZORG
Fryslân
SAMEN PARAAT EVALUATIE DEKKINGSPLAN 2.0 SAMEN WERKEN AAN TOEKOMSTBESTENDIGE BRANDWEERZORG
INHOUD Voorwoord .................................................................................................................................................................................................................................... 6 1. Samenvatting ................................................................................................................................................................................................................ 9 2. Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................. 11 Waarom evalueren we? ......................................................................................................................................................................................................................................................................... 11 Wat evalueren we? ..................................................................................................................................................................................................................................................................................... 11
3. Disclaimer ........................................................................................................................................................................................................................ 13 4. Paraatheid ....................................................................................................................................................................................................................... 15 5. Operationele prestaties, Brand ......................................................................................................................................................... 17 Inleiding ................................................................................................................................................................................................................................................................................................................... 17 Operationele prestaties .........................................................................................................................................................................................................................................................................
19 Wat hebben we gerealiseerd in het taakgebied van Brand? .................................................................................................................................................................... 23
6. Operationele prestaties, Technische Hulpverlening (THV) .......................................................................... 25 Operationele prestaties ......................................................................................................................................................................................................................................................................... 26 Wat hebben we gerealiseerd in het taakgebied van THV? ......................................................................................................................................................................... 27
7. Operationele prestaties, Waterongevallen ....................................................................................................................... 29 Operationele prestaties ......................................................................................................................................................................................................................................................................... 30 Wat hebben we gerealiseerd in het taakgebied van Waterongevallen? .................................................................................................................................... 31
8. Operationele prestaties, Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) ............................... 33 Wat hebben we gerealiseerd in het taakgebied van gevaarlijke stoffen? ................................................................................................................................ 33
9. Effect van verplaatsingen ......................................................................................................................................................................... 35 10. Conclusies ........................................................................................................................................................................................................................ 37 11. Adviezen ............................................................................................................................................................................................................................ 39 Begrippenlijst ..................................................................................................................................................................................................................................................................................................... 40
PROJECTGROEP
COLOFON
Projectleider: Laurens van den Brink. Vakbekwaamheid: Oepke-Jan Bijlsma. Materieelbeheer: Piet van der Vlist. Risicobeheersing: Lars van Tongeren. Planvorming: Wim van der Veen. Staf: Marko Fennema. Vrijwilliger: Willem Kampen. Communicatie: Priscilla Klock. OR: Marten-Klaas Brinksma. Projectondersteuning: Baukje de Wal.
Dit is een uitgave van Veiligheidsregio Fryslân. Teksten: Veiligheidsregio Fryslân. Ontwerp en vormgeving: BigID Brand Creatives. Fotografie: Kees van der Mark. Verspreiding: digitaal.
S A M E N PA RA AT
5
Met meer dan 1200 betrokken en gepassioneerde brandweerlieden, zowel beroeps als vrijwilligers bieden we hulp waar dat nodig is. 365 dagen per jaar, 7 dagen per week, 24 uur per dag. We opereren in een uitgestrekt gebied. Een veelzijdige provincie, met verschillende elementen om trots op te zijn. Denk aan de vele meren en kanalen die Fryslân rijk is. Maar ook aan de historische binnensteden, bosrijke gebieden en heidevelden. Die verscheidenheid is bijzonder. Maar het betekent ook dat de puzzelstukjes om de brandweerzorg in de hele provincie te borgen zorgvuldig gelegd moeten worden.
6
D EKK I N G S P L A N 2. 0
Om de brandweerzorg in Fryslân zo veilig, efficiënt en effectief mogelijk in te richten, is in 2017 het Dekkingsplan ‘Samen Paraat’ opgesteld. In dat plan staat beschreven waar kazernes het beste kunnen staan, welk materieel waar aanwezig moet zijn en hoeveel mensen beschikbaar moeten zijn in relatie tot de risico’s. Een dekkingsplan is vier jaar houdbaar. En die vier jaar zijn omgevlogen. Tijd om de balans op te maken. Zo hebben wij dat destijds ook afgesproken met het bestuur. Wat heeft de praktijk ons de afgelopen jaren geleerd? Hoe verhouden de rekenkundige prognoses uit het dekkingsplan zich tot de daadwerkelijke prestaties? Om dat inzicht te verkrijgen ligt hier voor u de Evaluatie van het Dekkingsplan 2.0.
Deze evaluatie is uitgevoerd door een projectgroep met alle hulp, kennis, expertise en informatie die nodig was van de beroepscollega’s en de vrijwillige collega’s. Zo werkten we niet alleen samen mét het nieuwe dekkingsplan, maar kijken we ook samen naar wat er goed gaat en waar verbeterpunten liggen. Er is ons natuurlijk alles aan gelegen om ook in de toekomst te kunnen blijven werken aan een veilig Fryslân. Een Fryslân waar onze brandweerzorg met efficiënt gebruik van materieel en menskracht een bijdrage levert aan minder branden, minder slachtoffers en minder schade.
Marinus van de Velde Adjunct commandant Brandweer Fryslân
S A M E N PA RA AT
7
1. SAMENVATTING
Op 19 oktober 2017 heeft het bestuur van Veiligheidsregio Fryslân het Dekkingsplan 2.0 ‘Samen Paraat’ vastgesteld. In de wet staat dat Veiligheidsregio’s hun dekkingsplan iedere 4 jaar tegen het licht moeten houden en opnieuw moeten vaststellen. Zo ook dit jaar, op 19 oktober 2021. In deze samenvatting leest u de belangrijkste bevindingen en allereerst het advies wat wordt gegeven op basis van deze bevindingen.
Advies Op basis van de bevindingen zoals hieronder geschetst in deze samenvatting en zoals nader uitgewerkt in het Evaluatierapport, stellen we voor het huidige Dekkingsplan 2.0 opnieuw voor 4 jaar vast te stellen. Daarnaast adviseren we die periode te gebruiken om te werken aan het verhogen van de databetrouwbaarheid om prestaties en paraatheid beter te monitoren. In die periode van 4 jaar kan Brandweer Fryslân tevens de uitkomsten van de landelijke discussie rondom taakdifferentiatie afwachten en vervolgens verwerken in een nieuw Dekkingsplan.
Operationele prestaties In het Dekkingsplan 2.0 hebben we een theoretische voorspelling gedaan voor wat betreft de operationele prestaties. Uit de evaluatie moet blijken hoe Brandweer Fryslân het de afgelopen vier jaar daadwerkelijk heeft gedaan ten opzichte van deze theoretische voorspelling. Het dekkingsplan 2.0 is solide opgebouwd. De huidige conclusies kunnen door data worden onderbouwd. Op een aantal taakgebieden, bleek de data niet altijd helemaal volledig, zodat we sommige conclusies niet getalsmatig hebben kunnen onderbouwen. Ondanks dat geven de uitkomsten uit de analyse geen aanleiding tot aanpassingen. Er zijn geen significante afwijkingen van bepaalde taken ten opzichte van de theoretische voorspelling. Het effect van de verplaatsingen van materieel als gevolg van het Dekkingsplan 2.0 was lastig meetbaar, omdat er voor sommige specialismes in posten te weinig uitrukken zijn geweest de afgelopen jaren. Of dat data onvoldoende valide was. Toch geeft deze evaluatie geeft geen aanleiding om op dit moment materieel opnieuw te gaan herverdelen. Het verdient de aanbeveling om te investeren in het verbeteren van de datakwaliteit, zodat we meer inzicht krijgen in op onze prestaties.
Paraatheid In de evaluatie van het Dekkingsplan 2.0 is een analyse gedaan op het gebied van “paraatheid”. Hoewel de methodiek voor het evalueren van Dekkingsplannen niet per definitie vereist dat dit geëvalueerd moet
8
D EKK I N G S P L A N 2. 0
worden, heeft Brandweer Fryslân toch gemeend dit onderwerp te willen belichten. Juist omdat paraatheid voor Brandweer Fryslân een belangrijk onderwerp is. Niet voor niets is de titel van Dekkingsplan 2.0: “Samen paraat”. We hebben een goed parate en robuuste organisatie. Door de netwerkstructuur kunnen posten die geen 100% paraatheid kunnen bieden terugvallen op nabijgelegen posten. Daarnaast weten we dat beroepsmedewerkers vaak worden ingezet ter ondersteuning van de vrijwilligersposten. Maar er is geen signaalfunctie naar omliggende posten als een post niet paraat is. Het inzicht hebben in en het beheren van paraatheid op organisatieniveau gebeurt niet structureel. En dat willen we wel. Beschikbare en betrouwbare data gaat ons hierbij helpen. Het principe van vrije instroom maakt dat er geen “hard” beroep kan worden gedaan op 100% paraatheid. Dit wordt gezien als een ingecalculeerd risico dat past bij het verzorgingsgebied in Fryslân. Bovendien is dit systeem kosteneffectief. Paraatheid blijft een aandachtspunt, maar er zijn zeker kansen om de paraatheid te vergroten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan “slimmer alarmeren”, optimaliseren van bestaande roosterapplicaties, invoeren van een paraatheidsmonitor, actief beleid op zogeheten “opstappers” en het benutten van kantoorruimten op brandweer kazernes als werkplek voor vrijwilligers.
Eén van de adviezen vanuit de projectgroep is om allereerst een ambitieniveau voor paraatheid te definiëren om zo de doelstellingen te kunnen bepalen.
Openstaande zaken In Dekkingsplan 2.0 is ook een planning opgenomen, met daarin nog te realiseren zaken. In de evaluatie geven we aan in hoeverre deze planning is gerealiseerd. We kunnen concluderen dat een heel groot gedeelte van het Dekkingsplan 2.0 volgens afspraak met het bestuur is geïmplementeerd. Er zijn nog enkele openstaande punten, maar dat is niet vreemd. Implementatie heeft soms tijd nodig, zeker in een vrijwilligersorganisatie.
S A M E N PA RA AT
9
2. INLEIDING
19 oktober 2017 heeft het bestuur van VR Fryslân het Dekkingsplan 2.0 ‘Samen Paraat’ vastgesteld. In de wet staat dat Veiligheidsregio’s hun dekkingsplan iedere 4 jaar tegen het licht moeten houden en opnieuw moeten vaststellen. Zo ook dit jaar, op 19 oktober 2021. Om te weten of ons huidige dekkingsplan 2.0 volstaat, of dat er eventuele aanpassingen gedaan moeten worden, moet eerst een evaluatie plaatsvinden.
WAAROM EVALUEREN WE?
WAT EVALUEREN WE?
Natuurlijk evalueren we om te weten of het huidige dekkingsplan 2.0 volstaat, of op onderdelen moet worden aangepast aan de praktijk.
De evaluatie richt zich op operationele prestaties, paraatheid, uitruktijd en overige statistieken en openstaande zaken. Hoe ging dat de afgelopen vier jaar? Waar wijkt de realiteit af van het dekkingsplan 2.0? En vooral; hoe komt dat? Zijn de cijfers niet accuraat, waren er andere factoren die hierin een rol spelen? Door te evalueren hopen we antwoord te kunnen geven op die vragen.
Belofte aan het bestuur Ook hebben we het bestuur toegezegd vinger aan de pols te houden. Dekkingsplan 2.0 is in 2016 en 2017 een omvangrijk project geweest en heeft een hoop beweging met zich meegebracht. En sterker nog, Brandweer Fryslân is op onderdelen nog bezig met implementatie. Denk bijvoorbeeld aan het opleiden van de post Oudega (Smallingerland). Bij het vaststellen van het Dekkingsplan 2.0 heeft Brandweer Fryslân het bestuur beloofd na enige jaren het plan te evalueren. Deze belofte willen we nakomen. Daarnaast is het dekkingsplan 2.0 HÈT achterliggende plan van onze repressieve organisatie. De titel van dit plan is zeer bewust gekozen; “Samen Paraat”. Paraatheid is ook één van de speerpunten van onze organisatie. Tegelijkertijd is juist die paraatheid en het aantoonbaar maken iets wat we willen verbeteren. Daarom is het gewenst deze paraatheid ook mee te nemen in de evaluatie van het Dekkingsplan 2.0.
Operationele prestaties In het Dekkingsplan 2.0 hebben we een theoretische voorspelling (prognose) gedaan voor wat betreft de operationele prestaties. Uit de evaluatie moet blijken hoe Brandweer Fryslân het de afgelopen vier jaar daadwerkelijk heeft gedaan ten opzichte van de theoretische voorspelling. Paraatheid In de evaluatie van het Dekkingsplan 2.0 is een analyse gedaan op het gebied van “paraatheid”. Hoewel de methodiek voor het evalueren van Dekkingsplannen niet per definitie vereist dat dit geëvalueerd moet worden, heeft het MT Brandweer toch gemeend dit onderwerp te willen belichten. Juist omdat paraatheid voor Brandweer Fryslân een belangrijk onderwerp is. Niet voor niets is de titel van Dekkingsplan 2.0: “Samen paraat”. Er is in deze evaluatie beschreven hoe Brandweer Fryslân omgaat met paraatheid en welke informatiebronnen hiervoor geraadpleegd zijn. Openstaande zaken In Dekkingsplan 2.0 is ook een planning opgenomen, met daarin nog te realiseren zaken. In de Evaluatie geven we aan in hoeverre deze planning echt is gerealiseerd.
10
D EKK I N G S P L A N 2. 0
S A M E N PA RA AT
11
3. DISCLAIMER
Bij de start van de evaluatie was al bekend dat Brandweer Fryslân niet op alle gebieden beschikt over voldoende “harde” data. Bij de analyse van paraatheid wordt bijvoorbeeld niet gelogd wanneer vrijwilligers wel of niet beschikbaar zijn. Het belang van goede data is wezenlijk voor zowel een analyse op de paraatheid als wel op de operationele prestaties van de afgelopen vier jaar. Dat maakt een analyse ingewikkeld. Vanuit de “toekomstbestendige bedrijfsvoering” heeft het bestuur al financiële middelen beschikbaar gesteld om datakwaliteit te verbeteren. Die verbetering zal bij de evaluatie van een nieuwe periode van het Dekkingsplan dan al deels zichtbaar worden.
Tot slot, in het Dekkingsplan 2.0 staan theoretische voorspellingen van de opkomsttijden. Deze theoretische voorspelling is een solide methode geweest om het Dekkingsplan 2.0 beredeneerd te kunnen bouwen. Brandweer Fryslân heeft het theoretische model kunnen gebruiken om goed het verschil inzichtelijk te maken tussen de oude situatie en de nieuwe situatie. Echter, het theoretisch model houdt geen rekening met weersinvloeden of verkeersbelemmeringen zoals deze zich in de praktijk wel voordoen. Daarmee blijkt het lastig in de praktijk de theoretisch berekende opkomsttijden in sommige gevallen te realiseren.
De gegevens voor de operationele prestaties zijn afhankelijk van het ‘statussen’, het invoeren van de uitruktijd en aanrijdtijd. Dit is een handmatige handeling en maakt de dataset daarom minder valide. Van de bijna 26.000 incidentregels over 4 jaar, hebben we 4000 kunnen gebruiken voor de daadwerkelijke analyses omdat er niet altijd goed gestatust is. Enerzijds omdat we alleen de prestaties beschouwen van prio 1 meldingen, maar anderzijds ook omdat data onvoldoende valide was. Dit betekent dat voor sommige specialisaties de kwantiteit van data beperkt is. Daarnaast vindt er niet altijd een eenduidige manier van registratie van incidenten plaats, waardoor het moeilijk is om incidenten terug te voeren naar een bepaald specialisme.
12
D EKK I N G S P L A N 2. 0
S A M E N PA RA AT
13
4. PARAATHEID
Voor de analyse van de paraatheid in Fryslân heeft de projectgroep zichzelf op voorhand een aantal hoofdvragen gesteld. Namelijk: • Welk inzicht hebben we op basis van de beschikbare data? • Hoe goed is de netwerkorganisatie? • Welke trends zien we in de netwerkorganisatie? • Waar zitten de grootste risico’s t.a.v. paraatheid • Waar zitten de grootste kansen?
Harde en zachte informatiebronnen Voor het in beeld brengen van de paraatheid is een analyse gedaan op zogenoemde harde- en zachte informatiebronnen. Met “harde” informatiebronnen bedoelen we de informatie die in kwalitatieve zin niet discutabel is. Met “zachte” informatiebronnen bedoelen we informatie die niet empirisch onderbouwd kan worden, maar wel een “gevoel” geeft over de paraatheid in Fryslân. Bij de harde informatiebronnen is er een analyse gedaan op: • De registratie van de “Uitrukken op maat formulieren” in Veiligheidspaspoort • Kladblokregels zoals meegeschreven bij een incident door de centralisten van de meldkamer • Voorzorg alarmering op basis van middelincident • Buiten dienst-meldingen van ploegen in GMS • De uitkomsten van de “slimmer alarmeren evaluatie” • De evaluatie van de tweede TS die in 2019 is aange boden aan het bestuur • Minder dan 6 personen uitbetaald in Safety Portal Bij de zachte informatiebronnen is er een analyse gedaan op: • Roosterapplicaties (WIIB/ Brandweerrooster) • Bezettingsoverzichten • Beschikbaarheidsrapportage • Aantal bevelvoerders en chauffeurs volgens de norm Tevens is er hierbij een enquête uitgezet bij de ploeg leiders van de posten. Bovengenoemde bronnen geven gezamenlijk een globaal beeld van de paraatheid van Brandweer Fryslân.
De informatie is echter per afzonderlijke databron, maar ook in het collectief onvoldoende valide om hieruit harde conclusies te trekken. In andere woorden; het is lastig voor Brandweer Fryslân om te laten zien “aantoonbaar paraat” te zijn.
14
D EKK I N G S P L A N 2. 0
Wel kunnen we concluderen dat er met een fijnmazig netwerk van posten op basis van vrije instroom er -in de basis- een goed parate en robuuste organisatie staat. De netwerkstructuur vormt een goede fall-back voor een collectief van posten die allemaal op individuele basis geen 100% paraatheid kunnen bieden. Dit neemt niet weg dat paraatheid voortdurende focus en aandacht van de organisatie nodig heeft. Op lokaal niveau zijn de ploegleiders en clusterhoofden hier veel mee bezig. Veel van dit werk is reactief en gaat op basis van incidenten of op verwachte ontwikkelingen op de korte tot middellange termijn. Het inzicht hebben in, en beheren van de paraatheid op organisatieniveau is iets wat vrijwel niet gebeurt. Het ontbreken van beschikbare en betrouwbare data is hier de grootste onderliggende oorzaak. De netwerkorganisatie is essentieel in Fryslân en deze functioneert. Hij functioneert, maar is niet gegarandeerd. Het principe van vrije instroom maakt dat er geen “hard” beroep kan worden gedaan op 100% paraatheid. Dit wordt gezien als een acceptabel risico dat past bij het verzorgingsgebied in Fryslân, en bovendien is dit systeem bijzonder kosten effectief. In het voorjaar van 2021 is met een businesscase extra geld gevraagd bij de Bestuurscommissie Veiligheid voor het borgen en optimaliseren van de beschikbaarheidssystemen.
In juni 2021 is dit geld toegekend en in september 2021 start de daadwerkelijke optimalisering. Daarmee zijn de eerste stappen gezet om het inzicht in, en de grip op paraatheid te verhogen. De grootste kansen voor verbetering van de paraatheid in Fryslân zit in: • Het introduceren van “Slimmer alarmeren”. (Na alarmering is direct inzicht in de beschikbaarheid van vrijwilligers bij de meldkamer) • Het verder optimaliseren van bestaande roosterapplicaties en de omgang daarmee, zoals dit al als Business Case is ingebracht en geaccordeerd door het bestuur. • Een goede paraatheidsmonitor waarbij er real-time in een geo-omgeving inzichtelijk wordt gebracht hoe de beschikbaarheid van eenheden er uit ziet over Fryslân heen. Hierbij is het aanbevelingswaardig om allereerst als Brandweer Fryslân een ambitieniveau voor paraatheid te definiëren.
S A M E N PA RA AT
15
5.OPERATIONELE PRESTATIES, BRAND INLEIDING Gebiedsgebonden opkomsttijden De operationele prestaties vormen een belangrijk onderdeel van Dekkingsplan 2.0. In het Dekkingsplan 2.0 zijn deze operationele prestaties gebaseerd op de gebiedsgebonden opkomsttijden en niet op de in de wet genoemde objectgebonden opkomstnormen. Hier is bewust voor gekozen, omdat de verwachting was dat de methodiek van gebiedsgebonden opkomsttijden op termijn in de wet zou worden opgenomen. Hoewel de herziening van de wet nog niet is doorgevoerd, is nu wel zeker dat de aanname die we hebben gedaan de juiste is. Bij de volgende oplevering van de wet zal deze zijn voorzien van een systematiek van gebiedsgebonden opkomsttijden die grote overeenkomsten vertoont met de in Fryslân gehanteerde werkwijze. Het is de verwachting dat de herziening van de wet als het gaat om de rekenmethodiek relatief makkelijk in het volgende dekkingsplan kan worden doorgevoerd.
Theoretische model versus praktijk Voor de doorrekening van het dekkingsplan 2.0 is gebruik gemaakt van een theoretisch rekenmodel dat voor elke individueel object de prestatie doorrekend en dit omzet naar een gebieds-gebonden prestatie. Voor het bouwen van het dekkingsplan en het vergelijken van een oud en nieuwe situatie is dit erg geschikt. In de evaluatie vergelijken we de in praktijk gerealiseerde prestaties met die van de berekening. In de praktijk gebeuren er soms zaken waar het model geen rekening mee houdt. Soms is het mistig of erg glad op de weg en kan er niet zo hard worden gereden als het model voorspelt. Bruggen of spoorwegovergangen staan
soms open, en een enkele keer zijn er twee incidenten gelijktijdig voor dezelfde post, waarbij de verder weg gelegen kazerne één van de incidenten moet afhandelen. Het theoretisch model is dus hetgeen onder ideale omstandigheden maximaal haalbaar is. In de praktijk zullen de gerealiseerde prestaties meestal iets lager zijn.
Brandveilig leven Risico’s zijn nooit voor 100% uit te sluiten. Ook niet met het Dekkingsplan 2.0. Bij enkele gebieden in Fryslan is bekend dat Brandweer Fryslan hier niet altijd op tijd kan zijn. Daarom is de afgelopen jaren verder ingezet op preventie met het programma “Brandveilig Leven”. In dit programma is bijvoorbeeld gewerkt aan bewustzijn van bewoners, het uitvoeren van woningchecks en het ophangen van rookmelders. In Dekkingsplan 2.0 is het taakgebied Brand toegespitst op een viertal taken: • Basiseenheden brand • Redden op hoogte • Grootschalig watertransport • Specialistische eenheid brandweervaartuigen In dit hoofdstuk wordt de operationele prestatie van de afgelopen 4 jaar op deze taken getoond. Om deze operationele prestatie te berekenen zijn er een aantal meetmomenten. In het dekkingsplan 2.0 is daar de volgende berekening voor gehanteerd: • 90 seconden verwerkingstijd meldkamer; • 20 seconden verwerkingstijd P2000; • 5 minuten uitruktijd (voor de 24-uursbezetting, dagbezetting en kazernering 90 seconden); • rijtijd
Alarmering door centralist Ontvangst melding op AC-brw
Eenheid uitgerukt
Ontvangen melding door eenheid
Uitvragen melder
Opkomst eenheid naar kazerne
Verwerkinstijd meldkamer
Uitruktijd
Eenheid ter plaatse
Inzet Rijtijd
Opkomsttijd brandweer
Automatische vastlegging in GMS Verwerkingstijd P2000
16
D EKK I N G S P L A N 2. 0
Handmatige vastlegging in GMS
S A M E N PA RA AT
17
OPERATIONELE PRESTATIES
Hoewel de verwerkingstijd van de meldkamer en de uitruktijd geen afgesproken prestaties zijn met het bestuur, hebben we toch deze elementen beschouwd omdat het uitgangspunten zijn geweest voor de rekenmethodiek. Daarom is het goed inzichtelijk te hebben in hoe wij het als Brandweer Fryslan doen op deze onderdelen.
Basiseenheden brand, TS-1 Voor de eerste tankautospuit (TS-1) (met uitruk op prio 1) is over de afgelopen 4 jaar de volgende analyse gemaakt:
Geconcludeerd kan worden dat de theoretische uitruktijd van 5 minuten veelal niet gehaald wordt. Desalniettemin heeft dit geen significant negatief effect op de opkomsttijden bij het incident. Deze theoretische voorspelling is voor het taakgebied van brand geanalyseerd. Brandweer Fryslân heeft hierop de afgelopen 4 jaar de volgende prestatie gehaald:
Verwerkingstijd meldkamer incidenten brand
82%
00:00:03
Uitruktijd incidenten brand
52%
00:13:24
00:01:31
00:08:00
* exclusief meldingen uit het Openbaar Meldsysteem (OMS). Deze OMS meldingen zijn uit de analyse gehaald omdat er relatief veel valse OMS meldingen zijn, en bovendien zou dit de verwerkingstijd buiten proportioneel verlagen
* bij dit figuur is data onder de 1½ minuut weggefilterd omdat deze onbetrouwbaar is. Tevens zijn uitrukken boven de 8 minuten weggefilterd omdat de meldkamer dan de volgende (naastgelegen) kazerne alarmeert.
In 82% van de gevallen heeft de meldkamer binnen de gestelde 90 seconden de verwerking gedaan
In 52% van de gevallen zijn de ploegen binnen de geprognotiseerde 5 minuten uitgerukt. Dit percentage is exclusief de beroepsbezetting in Leeuwarden, omdat deze veel sneller uitrukt en daarom het getal voor de vrijwilligersposten zou vertroebelen. Met name in de grotere plaatsen lukt het niet om binnen de 5 minuten uit te rukken. Dit is verklaarbaar omdat vrijwilligers een langere afstand moeten afleggen om naar de kazerne te komen. Omdat deze grotere plaatsen relatief meer uitrukken hebben, wordt de gemiddelde uitruktijd hoger en daarmee wordt de prestatie van brandweer Fryslan in zijn geheel naar beneden getrokken.
BRAND - TS1 Prestatie Op tijd Te laat Risicogebieden 1 2 3 Dekkingsgraad 84,18%
Afgesproken prestatie in DP2.0:
VAKGEBIED
Brand (Br)
TAAK ONDERDEEL Basistaken
OPKOMSTTIJD RISICOGEBIEDEN CONFORM REMBRAND & INCIDENTRISICOPROFIEL FRYSLÂN
VOERTUIG / EENHEID 1e TS
GEBIED 1
GEBIED 2
GEBIED 3
10 minuten
12 minuten
15 minuten
Berekening Dekkingsgraad: RISICOGEBIED
OP TIJD
TELAAT
EINDTOTAAL
DEKKINGSGRAAD
1
60
12
72
83,3%
2
967
191
1158
83,5%
3
239
35
274
87,2%
Eindtotaal
1266
238
1504
84,2%
Het aantal prio 1 alarmeringen voor de basiseenheid brand op basis van de ruwe data betreft: 1545. De dekkingsgraad voor risicogebied 1 in Dekkingsplan 2.0 is theoretisch geprognotiseerd op 99,6%.
18
D EKK I N G S P L A N 2. 0
S A M E N PA RA AT
19
Basiseenheden brand, TS-2
Redden op hoogte
Voor de tweede tankautospuit (TS-2) (met uitruk op prio 1) is over de afgelopen 4 jaar de volgende analyse gemaakt:
Voor het redvoertuig (RV) (met uitruk op prio 1 en inzet voor brand) is over de afgelopen 4 jaar de volgende analyse gemaakt:
BRAND - TS2
BRAND - RV
Prestatie Op tijd
Prestatie Op tijd
Te laat
Te laat
Dekkingsgraad 85,38%
Risicogebieden 1 2 3 Dekkingsgraad 91,94%
Afgesproken prestatie in DP2.0:
VAKGEBIED
TAAK ONDERDEEL
OPKOMSTTIJD RISICOGEBIEDEN CONFORM REMBRAND & INCIDENTRISICOPROFIEL FRYSLÂN
VOERTUIG / EENHEID 2e TS gelijktijdig alarmeren 2e TS opschaling
GEBIED 1
GEBIED 2
GEBIED 3
15 minuten
--
--
--
15 minuten
VAKGEBIED
TAAK ONDERDEEL
OPKOMSTTIJD RISICOGEBIEDEN CONFORM REMBRAND & INCIDENTRISICOPROFIEL FRYSLÂN
VOERTUIG / EENHEID redden op hoogte Subtaken redden en blussen
Specialistisch Brand
18 minuten
GEBIED 1
GEBIED 2
GEBIED 3
15 minuten
30 minuten
30 minuten
Berekening Dekkingsgraad:
Berekening Dekkingsgraad: RISICOGEBIED
OP TIJD
TELAAT
EINDTOTAAL
DEKKINGSGRAAD
AANTAL VAN PRESTATIE
OP TIJD
TELAAT
EINDTOTAAL
DEKKINGSGRAAD
1
34
7
41
83%
1
50
5
55
91%
2
219
41
260
84%
2
517
35
552
94%
3
80
9
89
89%
3
83
17
100
83%
Eindtotaal
333
57
390
85%
Eindtotaal
650
57
707
92%
In Dekkingsplan 2.0 is geen dekkingsgraad voor de 2e TS opgenomen. Het aantal prio 1 alarmeringen op basis van de ruwe data betreft: 399.
20
Afgesproken prestatie in DP2.0:
D EKK I N G S P L A N 2. 0
De dekkingsgraad voor risicogebied 1 in Dekkingsplan 2.0 is theoretisch geprognotiseerd 94,5%. Het aantal prio 1 alarmeringen op basis van de ruwe data betreft: 945.
S A M E N PA RA AT
21
Grootschalig watertransport, brand WTS-1000 Afhijsen Voor het redvoertuig (RV) (met uitruk op prio 1 en het afhijsen van personen) is over de afgelopen 4 jaar de volgende analyse gemaakt:
Voor het grootschalig watertransport (WTS1000) is geen betrouwbare analyse te maken door beperkte beschikbaarheid van data. Er zijn 26 gevalideerde incidenten bij 5 brandweerposten over de afgelopen 4 jaar. Terugrekenend is dat iets meer dan één incident per post per jaar. De analyse hiervan is derhalve in de rapportage buiten beschouwing gelaten.
WAT HEBBEN WE GEREALISEERD IN HET TAAKGEBIED VAN BRAND? Vanuit de evaluatie van het Dekkingsplan 2.0 is te concluderen dat de meeste eenheden gerealiseerd zijn zoals beoogd. Toch zijn er in het taakgebied van Brand ook een paar open eindjes. Deze worden hierna beschreven.
WTS1000 Franeker Brandweervaartuigen De brandweervaartuigen (BRV) zijn in de afgelopen 4 jaar in totaal 463 keer uitgerukt. Hierbij zitten alle meldingen van de verschillende prio’s en in alle gebieden in Fryslân. In het Dekkingsplan 2.0 is echter alleen een prestatie afgesproken over de hoofdvaarwegen uit het Incident Bestrijdingsplan (IBP). Daarmee wordt het aantal incidenten voor een analyse beperkter. Voor de brandweervaartuigen (met uitruk op prio 1) is dan ook geen betrouwbare analyse te maken door beperkte beschikbaarheid van data. Er zijn slechts 54 gevalideerde incidenten bij 7 brandweerposten over de afgelopen 4 jaar. Terugrekenend is dat nog geen twee incidenten per post per jaar. De analyse hiervan is derhalve in de rapportage buiten beschouwing gelaten.
BRAND - RV - AFHIJSEN Prestatie Op tijd
In de periode voor Dekkingsplan 2.0 stond het grootschalig watertransport (WTS1000) gestationeerd in Harlingen. In Dekkingsplan 2.0 is voorgesteld dit specialisme naar Franeker te verplaatsen. De afgelopen jaren is geprobeerd de WTS1000 in Franeker operationeel te krijgen. Dit is helaas niet gelukt. Daarom kan deze eenheid beter in Harlingen blijven staan. In Harlingen is genoeg capaciteit om de verschillende specialismes te kunnen bemensen. Rekenkundig leidt deze verplaatsing t.o.v. het dekkingsplan 2.0 tot een iets lagere dekkingsgraad van ca 1,8%. Advies: Formaliseer dat het WTS1000 voertuig gestationeerd kan blijven in Harlingen.
KVT herzien Het dekkingsplan 2.0 heeft nog niet tot aanpassing geleid in de kaarten van de Kazerne Volgorde Tabel (KVT). Zo moet bijvoorbeeld de komst van de kazerne in Oudega (Sm), de verplaatsing van de kazernes in Harlingen en Surhuisterveen, of de komst van het boothuis in Echten nog verwerkt worden. Advies: actualiseer de KVT met de meest recente gegevens.
Te laat Risicogebieden 1 2 3 Dekkingsgraad 95,47%
Afgesproken prestatie in DP2.0:
VAKGEBIED
TAAK ONDERDEEL
OPKOMSTTIJD RISICOGEBIEDEN CONFORM REMBRAND & INCIDENTRISICOPROFIEL FRYSLÂN
VOERTUIG / EENHEID
GEBIED 1 redden op hoogte subtaak afhijsen (assistentie ambulance)
GEBIED 2
GEBIED 3
30 minuten
Berekening Dekkingsgraad: Aantal van Prestatie
OP TIJD
TELAAT
EINDTOTAAL
DEKKINGSGRAAD
208
10
218
95%
In Dekkingsplan 2.0 is geen dekkingsgraad voor de afhijsen opgenomen. Het aantal prio 1 alarmeringen op basis van de ruwe data betreft: 263.
22
D EKK I N G S P L A N 2. 0
S A M E N PA RA AT
23
6. OPERATIONELE PRESTATIES, TECHNISCHE HULPVERLENING (THV) In Dekkingsplan 2.0 is het taakgebied Technische Hulpverlening (THV) toegespitst op een tweetal taken: • TS-1 • Hulpverleningsvoertuig Evenals bij het taakgebied brand zijn de theoretische voorspelling voor de verwerkingstijd en de opkomsttijd voor de THV bekeken. Hieruit komt de volgende analyse:
Verwerkingstijd meldkamer incidenten THV
55%
00:00:04
62%
00:36:41
In 55 % van de gevallen heeft de meldkamer binnen de gestelde 90 seconden de verwerking gedaan. De verklaring voor deze lagere verwerkingstijd is dat de uitvraagtijd langer is, dat plaatsbepaling lastiger is, en dat dergelijke meldingen dikwijls ook eerst aan andere hulpdiensten worden aangeboden voordat deze bij de brandweer wordt uitgezet.
24
D EKK I N G S P L A N 2. 0
Uitruktijd incidenten THV
00:01:34
00:07:56
In 62% van de gevallen zijn de ploegen binnen de geprognotiseerde 5 minuten uitgerukt. Dit percentage is exclusief de beroepsbezetting in Leeuwarden omdat deze veel sneller uitrukt en daarom het getal voor de vrijwilligersposten zou vertroebelen.
S A M E N PA RA AT
25
OPERATIONELE PRESTATIES
Technische Hulpverlening – HV
Technische Hulpverlening TS-1 Voor de eerste tankautospuit (TS-1) (met uitruk op prio 1) ten behoeve van Technische Hulpverlening (THV) is over de afgelopen 4 jaar de volgende analyse gemaakt:
Voor de Hulpverleningsvoertuigen (HV, met kraan) is geen betrouwbare analyse te maken door beperkte beschikbaarheid van data. In het Dekkingsplan 2.0 is besloten de kleinere Hulpverleningsvoertuigen te vervangen door 5 HV’s met kraan. In de loop van het Dekkingsplan werden deze voertuigen aangeschaft. Een aantal zijn daardoor nog niet zo lang operationeel om er valide data over te genereren. Zo is bijvoorbeeld de HV van Oosterwolde pas vanaf het voorjaar van 2021 operationeel geworden. De analyse hiervan is daarom in de rapportage buiten beschouwing gelaten.
WAT HEBBEN WE GEREALISEERD IN HET TAAKGEBIED VAN THV? Vanuit de evaluatie van het Dekkingsplan 2.0 is te concluderen dat de eenheden gerealiseerd zijn zoals bedacht. Mestincidenten verwerken in nieuw Dekkingsplan In de periode na vaststelling van het Dekkingsplan 2.0 is het specialisme “Mestincidenten” op Friese schaal beschouwd en verdeeld over de posten. Advies: Verwerk dit specialisme in de bouw van een nieuw Dekkingsplan.
THV - TS Prestatie Op tijd Te laat A & N wegen Spoorwegen THV gebieden A B Dekkingsgraad 81,53%
Afgesproken prestatie in DP2.0: VAKGEBIED
TAAK ONDERDEEL
VOERTUIG / EENHEID
Basistaak
1e TS
Technische Hulpverlening (THV)
OPKOMSTTIJD RISICOGEBIEDEN HV GEBIED A
GEBIED B 15 minuten
Berekening Dekkingsgraad: Aantal van Prestatie
OP TIJD
TELAAT
EINDTOTAAL
DEKKINGSGRAAD
459
104
563
82%
De dekkingsgraad in Dekkingsplan 2.0 is theoretisch geprognotiseerd op 88,7%. Het aantal prio 1 alarmeringen op basis van de ruwe data betreft: 912.
26
D EKK I N G S P L A N 2. 0
S A M E N PA RA AT
27
7. OPERATIONELE PRESTATIES, WATERONGEVALLEN In Dekkingsplan 2.0 is het taakgebied Waterongevallen (WO) toegespitst op een drietal taken: • Waterongevallen-tankautospuit • Oppervlakte Reddingsteam (OVRT) • Duiken Evenals bij de voorgaande taakgebieden zijn de theoretische voorspelling voor de verwerkingstijd en de opkomsttijd voor de waterongevallen bekeken. Hieruit komt de volgende analyse:
Verwerkingstijd meldkamer incidenten WO
52%
55%
00:00:04
00:29:50
In 55 % van de gevallen heeft de meldkamer binnen de gestelde 90 seconden de verwerking gedaan. De verklaring voor deze lagere verwerkingstijd is dat dergelijke meldingen dikwijls aan verschillende hulpdiensten worden aangeboden voordat deze bij de brandweer wordt uitgezet alsmede dat locatiebepaling soms langer duurt dan op de wal.
28
D EKK I N G S P L A N 2. 0
Uitruktijd incidenten WO
00:01:36
00:08:58
In 52% van de gevallen zijn de ploegen binnen de geprognotiseerde 5 minuten uitgerukt. Aan de geprognotiseerde uitruktijd kan in de helft van de gevallen niet worden voldaan, omdat de uitruk bij deze taak langer duurt. Vrijwilligers moeten zich in specifieke kledij hijsen, maar ook de tewaterlating van een vaartuig duurt soms wat langer.
S A M E N PA RA AT
29
OPERATIONELE PRESTATIES
Duiken Voor de duikteams (Waterongevallen WO) in Sneek en Drachten (met uitruk op prio 1) is over de afgelopen 4 jaar de volgende analyse gemaakt:
Waterongevallen (WO) -Tankautospuit (TS) Voor de eerste tankautospuit (met uitruk op prio 1) is voor de waterongevallen over de afgelopen 4 jaar de volgende analyse gemaakt:
WO- WO Prestatie Op tijd
WO- TS
Te laat
Prestatie Op tijd Te laat
Dekkingsgraad 90,73%
Dekkingsgraad 80,90%
Afgesproken prestatie in DP2.0: Afgesproken prestatie in DP2.0: VAKGEBIED
TAAK ONDERDEEL
Waterongevallen (WO)
Basistaak
VAKGEBIED
OPKOMSTTIJD
VOERTUIG / EENHEID
TAAK ONDERDEEL
GEBIED 1
RISICOGEBIED REGIOBREED
1e TS
OPKOMSTTIJD RISICOGEBIEDEN CONFORM REMBRAND & INCIDENTRISICOPROFIEL FRYSLÂN
VOERTUIG / EENHEID Duiken
GEBIED 2
GEBIED 3
30 minuten
15 minuten
Berekening Dekkingsgraad: Berekening Dekkingsgraad: Aantal van Prestatie
OP TIJD
TELAAT
EINDTOTAAL
DEKKINGSGRAAD
144
34
178
81%
De dekkingsgraad in Dekkingsplan 2.0 is theoretisch geprognotiseerd 88,7%. Het aantal prio 1 alarmeringen op basis van de ruwe data betreft: 387.
Oppervlakte Reddingsteam (OVRT) Voor het oppervlaktereddingsteam (met uitruk op prio 1) is geen betrouwbare analyse te maken door beperkte beschikbaarheid van data. (55 incidenten over 4 jaar) Dat er weinig goede data van de OVRT-voertuigen
30
D EKK I N G S P L A N 2. 0
beschikbaar is, is te verklaren, omdat de nieuwe OVRT-voertuigen pas eind 2018 zijn uitgeleverd. Daarmee ontbreekt de helft van de data uit de evaluatieperiode. De analyse van het OVRT is derhalve in de rapportage buiten beschouwing gelaten.
Aantal van Prestatie
OP TIJD
TELAAT
EINDTOTAAL
DEKKINGSGRAAD
137
14
151
91%
De dekkingsgraad in Dekkingsplan 2.0 is theoretisch geprognotiseerd op 56,1%. De geleverde prestatie wijkt in positieve zin af. Dat is verklaarbaar doordat de theoretische prognose gedaan is voor de gehele provincie waarbij aan de oostzijde van de provincie de eenheden niet altijd op tijd ter plaatse kunnen zijn. Het gros van de incidenten heeft zich (logischerwijs) voorgedaan in het waterrijke gebied aan de westzijde van de provincie dat wordt afgedekt door de duikteams van Sneek en Leeuwarden.
Het aantal prio 1 alarmeringen op basis van de ruwe data betreft: 323.
WAT HEBBEN WE GEREALISEERD IN HET TAAKGEBIED VAN WATER ONGEVALLEN? Vanuit de evaluatie van het Dekkingsplan 2.0 is te concluderen dat de eenheden operationeel zijn op de beoogde locaties. S A M E N PA RA AT
31
8. OPERATIONELE PRESTATIES, INCIDENTBESTRIJDING GEVAARLIJKE STOFFEN (IBGS) In Dekkingsplan 2.0 is het taakgebied IBGS toegespitst op een viertal taken: • Basiseenheid ongevallen gevaarlijke stoffen • Specialistische eenheid verkenning (Meetploegen) • Specialistische eenheid gevaarlijke stoffen (gaspakkenteams) • Specialistische eenheid schuimblussing (Schuimblushaakarmbak)
WAT HEBBEN WE GEREALISEERD IN HET TAAKGEBIED VAN GEVAARLIJKE STOFFEN?
Voor dit taakgebied is het lastig om een analyse te maken over de incidenten in de afgelopen vier jaren. Eén van redenen hiervoor is dat het ontbreekt aan een duidelijke definitie van gevaarlijke stoffen. In jargon; wat is een IBGS-incident (incident bestrijding gevaarlijke stoffen)? Daarnaast worden incidenten met gevaarlijke stoffen niet goed geregistreerd bij de meldkamer. Deze incidenten kunnen namelijk vallen onder diverse categorieën zoals: Ongeval Binnen, Ongeval Buiten, Dienstverlening et cetera. Deze zijn niet verder te categoriseren naar een ongeval met een gevaarlijke stof waardoor een groot vervuilde dataset overblijft.
Advies: stel een nieuwe formulering vast voor de inzet van het gaspakkenteam in afwachting van de landelijke ontwikkelingen rondom IBGS.
Vanuit de evaluatie van het Dekkingsplan 2.0 is te concluderen dat de eenheden gerealiseerd zijn zoals gepland. Het is wel zo dat de inzet van het gaspakkenteam in de praktijk enigszins afwijkt van hetgeen beschreven in het Dekkingsplan 2.0.
Wel kan er gefilterd worden op type voertuigen. Denk hierbij aan de decontaminatie-eenheid, schuimblusvoertuig en gaspakdragers. Het gaat hierbij echter om dermate weinig incidenten dat er geen valide analyse valt te maken. Daarbij hebben de meeste incidenten behorende bij deze voertuigen geen complete status geschiedenis. Datzelfde geldt ook voor de meetploegen. Hoewel voor deze eenheden wel een filter te maken is uit de ruwe data, is het aantal incidenten met een goede status hiervan zo beperkt (4 stuks) dat de uitkomsten van deze data niet valide te noemen zijn.
32
D EKK I N G S P L A N 2. 0
S A M E N PA RA AT
33
9. EFFECT VAN VERPLAATSINGEN Het Dekkingsplan 2.0 heeft diverse verschuivingen van materieel met zich meegebracht. Dit vanuit de gedachte van een sterke netwerkorganisatie, een evenwichtige spreiding van specialismes, en uiteraard de snelste hulp aan de burger. In deze paragraaf wordt per brandweertaak aangegeven of er een verplaatsing heeft plaatsgevonden en welk effect dit heeft gehad in de prestaties.
Paragraaf D.P 2.0, 3.3.1 BASISEENHEID BRAND
Er zijn geen verplaatsingen geweest van de eerste TS in Fryslân. Wel is er een oprichting van een nieuwe post gerealiseerd (Oudega Sm.) Maar deze is nog niet operationeel. De analyse van de verplaatsing van de 2e TS van kazernes heeft al plaatsgevonden in 2018-2019 en wordt daarom in deze evaluatie niet opnieuw gedaan.
Paragraaf D.P 2.0, 3.3.2 SPECIALISTISCHE EENHEID REDDEN OP HOOGTE
Er zijn geen verplaatsingen van redvoertuigen in Fryslân geweest.
Paragraaf D.P 2.0, 3.3.3 Er zijn een tweetal verplaatsingen geweest van de WTS. Namelijk van Sneek naar Bakhuizen, en SPECIALISTISCHE EENHEID van Drachten naar Gorredijk. GROOTSCHALIG WATERTRANSPORT Er is echter geen valide analyse te maken van het effect van deze verplaatsing vanwege het beperkte aantal incidenten wat heeft plaatsgevonden. In Bakhuizen heeft nog geen alarmering plaatsgevonden, en in Gorredijk 3x waarvan 1 geen aannemelijke statustijd heeft. De kwantiteit van deze data is te marginaal om een zuivere analyse te maken.
34
D EKK I N G S P L A N 2. 0
Paragraaf D.P 2.0, 3.3.4 SPECIALISTISCHE EENHEID BRANDWEERVAARTUIGEN
Voor de brandweervaartuigen heeft er een verplaatsing plaatsgevonden van Lemmer naar Echten. Echter de beoogde plek voor het boothuis is vanwege beperkingen in het bestemmingsplan in de afgelopen 4 jaar nog niet gerealiseerd. Pas na de zomer van 2021 start de realisatie van dit boothuis. Een analyse op de data is dus weinig zinvol. Desalniettemin; medio 2018 is de boot verplaatst van Lemmer naar Echten. Sindsdien hebben er 25 incidenten plaatsgevonden waar in alle gevallen aan de geprognotiseerde opkomsttijd is voldaan.
Paragraaf D.P 2.0, 3.4.1 BASISEENHEID TECHNISCHE HULPVERLENING
Er zijn geen verplaatsingen geweest van de eerste TS in Fryslân. De analyse van de verplaatsing van de 2e TS van kazernes heeft al plaatsgevonden in 2018-2019 en wordt daarom in deze evaluatie niet nogmaals gedaan.
Paragraaf D.P 2.0, 3.4.2 SPECIALISTISCHE EENHEID TECHNISCHE HULPVERLENING
In het Dekkingsplan 2.0 is voor deze taak gekozen voor een andere manier van hulpverlening aan de burger. Namelijk dat alle HV’s uitgerust worden met een kraan. Omdat we nog bezig waren met de implementatie vanaf 2017 tot nu, hebben we niet genoeg valide data om hier nu al wat van te zeggen.
Paragraaf D.P 2.0, 3.5.2 SPECIALISTISCHE EENHEID VERKENNING
Voor deze taak zijn in vergelijking met de andere specialismes relatief veel verschuivingen in Fryslân geweest. De registratie hiervan kan nog worden verbeterd. Er zijn slechts 4 incidenten in 4 jaar voorzien van een goede status. Daarom is hiervan geen valide analyse te maken.
Paragraaf D.P 2.0, 3.5.3 SPECIALISTISCHE EENHEID GEVAARLIJKE STOFFEN
Deze taak is ongewijzigd in DP2.0 ten opzichte van de situatie daarvoor.
Paragraaf D.P 2.0, 3.5.4 SPECIALISTISCHE EENHEID SCHUIMBLUSSING
Deze eenheid is verhuisd van Heerenveen naar Grou in 2019. Sinds 2019 zijn er 7 alarmeringen geweest waarvan er bij 4 alarmeringen geen statusinformatie is. Op basis van 3 alarmeringen is er geen betrouwbare analyse te maken over de verbetering van deze verplaatsing anders dan de rekenkundige beredenering zoals gemaakt in het Dekkingsplan2.0
Paragraaf D.P 2.0, 3.6.2 SPECIALISTISCHE EENHEID OPPERVLAKTEREDDING
Deze taak is ongewijzigd in DP2.0 ten opzichte van de situatie daarvoor.
Paragraaf D.P 2.0, 3.6.3 SPECIALISTISCHE EENHEID DUIKEN
Deze taak is ongewijzigd in DP2.0 ten opzichte van de situatie daarvoor.
S A M E N PA RA AT
35
10. CONCLUSIES
Het Dekkingsplan 2.0 is met deze evaluatie beoordeeld en getoetst aan de huidige praktijk. Er zijn verschillende conclusies te trekken uit deze evaluatie: 1. Implementatie Het Dekkingsplan 2.0 is voor het grootste deel geïmplementeerd. Processen en procedures zijn aangepast, materieel is naar andere posten verschoven, brandweermensen zijn opgeleid wanneer hun kazerne een nieuwe taak heeft gekregen. Tegelijkertijd kent het Dekkingsplan 2.0 nog een aantal openstaande punten. Dat is niet vreemd. Het Dekkingsplan kende een aantal veranderingen waarvoor qua implementatie tijd nodig is. In het volgende hoofdstuk worden een aantal adviezen gegeven voor de afhechting van deze punten. 2. Paraatheid Ten aanzien van de paraatheid in Fryslân staat er in basis een goed parate en robuuste organisatie. De netwerkstructuur vormt een goede fall-back voor een collectief van posten die allemaal op individuele basis geen 100% paraatheid kunnen bieden. Dit neemt niet weg dat paraatheid voortdurende focus en aandacht van de organisatie nodig heeft. Het verbeteren van het inzicht zou helpen in het verhogen van deze paraatheid. Daarbij zijn er in het volgende hoofdstuk adviezen opgenomen om het inzicht en daarmee de grip hierop te verhogen. 3. Operationele prestaties De Operationele Prestaties van Brandweer Fryslân over de afgelopen jaren zijn moeilijk meetbaar.
Valide data is beperkt aanwezig en dat maakt dat de interpretatie van de cijfers met grote zorgvuldigheid beschouwd moet worden. Dat geldt voor de prestaties voor eenheden, maar ook voor verplaatsingen die er hebben plaatsgevonden. Desondanks, brengt de evaluatie geen conclusies naar boven die aanleiding geven tot aanpassing in de spreiding van specialismes zoals bedacht in Dekkingsplan 2.0. De verdeling van materieel is evenwichtig en de geprognotiseerde dekkingsgraden worden in de meeste gevallen behaald.
36
D EKK I N G S P L A N 2. 0
S A M E N PA RA AT
37
11. ADVIEZEN
Adviezen t.a.v. de Operationele Prestaties:
Adviezen ter afhechting van openstaande punten:
Op basis van de conclusies uit hoofdstuk 10 komt de projectgroep met het advies om het huidige Dekkingsplan 2.0 opnieuw vast te stellen voor de komende vier jaar. Daarbij wordt geadviseerd in de tussenliggende periode te werken aan het verhogen van de databetrouwbaarheid, zodat prestaties beter geanalyseerd kunnen worden. Hierbij zou het automatisch “statussen” een grote toegevoegde waarde kunnen hebben. Tevens kan in de tussenliggende periode de uitkomst van de landelijke discussie rondom taakdifferentiatie gemonitord worden en indien noodzakelijk verwerkt worden in het dekkingsplan van 2025.
Tot slot is er een analyse geweest van de openstaande punten. Hier is gekeken in hoeverre de beloftes vanuit het Dekkingsplan 2.0 ook echt gerealiseerd zijn. In deze rapportage worden daar twee zaken uitgelicht:
Adviezen t.a.v. paraatheid: Brandweer Fryslân heeft een robuuste netwerkorganisatie waarin de paraatheid in grote mate geborgd is. Om de grip op paraatheid verder te verhogen en ook daadwerkelijk “aantoonbaar paraat” te kunnen zijn, wordt geadviseerd allereerst het ambitieniveau van paraatheid te bepalen. Afhankelijk daarvan kunnen diverse instrumenten worden ingezet om de paraatheid te verhogen. Denk hierbij aan het optimaliseren van de bestaande beschikbaarheidsystemen en het gebruik ervan. Maar ook de implementatie van de tweewegpager kan een verbetering hebben voor inzicht in de paraatheid en een verhoging hiervan in de netwerkorganisatie. De centralist heeft veel sneller inzicht in de paraatheid van een post en kan wanneer nodig veel sneller opschalen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de privacywetgeving.
38
D EKK I N G S P L A N 2. 0
• Grootschalig watertransport (WTS1000) Franeker Zorg voor formele besluitvorming dat het WTS1000 voertuig gepositioneerd blijft in Harlingen en verwerk dit later in het nieuwe Dekkingsplan. • KVT herzien Zorg voor een aangepaste Kazerne Volgorde Tabel (KVT). Enerzijds om de brandweerzorg te optimaliseren omdat er in vier jaar tijd de nodige infrastructurele veranderingen hebben plaatsgevonden, en anderzijds om geografische mutaties n.a.v. het Dekkingsplan te borgen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het invoegen van post Oudega of het boothuis van Echten. Hierbij is het verstandig mutaties in de KVT structureel in te regelen. Bijvoorbeeld eens in de vier jaar, na de eventuele herziening van een Dekkingsplan of bij grote veranderingen. Het structureel inplannen van mutaties in de KVT maakt het organisatorisch behapbaar.
Algemeen advies, verhogen databetrouw baarheid: Uit de evaluatie blijkt dat het voor Brandweer Fryslan op verschillende fronten lastig is om geleverde prestaties aantoonbaar te maken met data. Zowel op het gebied van paraatheid als de operationele prestaties op straat. Daarom wordt geadviseerd om in de organisatie een speerpunt te maken van het verhogen van de databetrouwbaarheid.
S A M E N PA RA AT
39
BEGRIPPENLIJST AFKORTING
BETEKENIS
UITLEG
BRV
Brandweervaartuig
Schip dat is uitgerust om vanaf het water een brand te bestrijden.
HV
Hulpverleningsvoertuig
Voertuig dat wordt gebruikt voor technische hulpverlening en tevens beschikt over een kraan. Deze wordt ingezet bij b.v. verkeersongevallen
HW
Hoogwerker
Brandweervoertuig dat gebouwd is om werkzaamheden op hoogte uit te kunnen voeren zonder dat er een ladder gebruikt wordt.
IBP
Incident Bestrijdingsplan
Beschrijving van de wijze waarop gehandeld wordt door de hulpdienst(en)
KVT
Kazerne Volgorde Tabel
Volgordebepaling van kazernes die gealarmeerd worden bij een incident
OGS
Ongeval Gevaarlijke Stoffen
Ongeval met stoffen die schadelijk kunnen zijn voor gezondheid en milieu.
Opkomsttijd OVRT
Tijd tussen de melding en het moment dat de brandweer ter plaatse is Oppervlaktereddingsteam
P2000
40
Eenheid die reddingen verzorgen aan de oppervlakte van het water. Landelijk netwerk dat wordt gebruikt om hulpdiensten te alarmeren
Prio1
Eerste prioriteit
Hoogste spoed voor de brandweer. Met gebruik van licht-en geluidsignalen
RV
Redvoertuig
Brandweervoertuig dat gebouwd is om werkzaamheden op hoogte uit te kunnen voeren zonder dat er een ladder gebruikt wordt. (zie ook HW)
Slimmer alarmeren
Na alarmering is direct inzicht in de beschikbaarheid
van vrijwilligers bij de meldkamer
Vrijwilliger geeft bij alarmering op pager aan of hij/zij wel of niet beschikbaar is.
THV
Technische Hulpverlening
Eenheid die wordt gebruikt voor complexere hulpverlening. Denk aan bv verkeersongevallen of ingestorte gebouwen
TS 1
Tankautospuit
voertuig dat de brandweer inzet als basisvoertuig. Het voertuig is zo ingericht dat de eerste slag geslagen kan worden bij brandbestrijding of ongevallen.
Uitruktijd
Tijd die een ploeg nodig heeft om na een melding de kazerne te kunnen verlaten
Vrije Instroom
Vrijwilligers worden gealarmeerd, maar zijn niet verplicht om op te komen.
WO
Waterongevallen
WTS 1000
Grootschalig Watertransport
Watertransport over een lengte van 1000 meter
OMS
Openbaar meldsysteem
Het Openbaar Meldsysteem (OMS) verbindt de brandmeldinstallatie van een inrichting met de meldkamer van de regionale brandweer. Het doel van OMS is het tijdig en automatisch verzenden van een brandmelding, zodat de meldkamer kan beoordelen of er sprake is van actute noodsituatie die vraagt om brandweerzorg
D EKK I N G S P L A N 2. 0
S A M E N PA RA AT
41
KAZERNE-, TAKEN- EN MATERIEELOVERZICHT. EVALUATIE DEKKINGSPLAN 2.0
AMELAND
SCHIERMONNIKOOG Schiermonnikoog
Nes TERSCHELLING
Hollum
Midsland
Ternaard West-Terschelling
Ferwert
Hallum
Anjum
Dokkum Damwâld
VLIELAND
Kollum
Stiens
Oost-Vlieland
Gytsjerk
Sint-Annaparochie Marsum
De Westereen Buitenpost
Leeuwarden post noord
Franeker Menaam
Burgum
Harlingen
Drogeham
Leeuwarden Aldlânsdyk
Mantgum
Surhuisterveen
Witmarsum Wommels Oudega (Sm.)
Drachten
Grou
Sneek
TS
Ureterp Haulerwijk Beesterzwaag
Makkum
Akkrum Bolsward Parrega
Tjalleberd
Gorredijk
IJlst Langweer
Oosterwolde
Jubbega Workum
Appelscha
Heeg
Joure
Woudsend
Oldeberkoop Heerenveen
Sint-Nicolaasga
Koudum
Sloten
Stavoren
Nieuwehorne
Noordwolde
Balk Echten
Bakhuizen Lemmer
Wolvega Scherpenzeel
SAMEN WERKEN AAN TOEKOMSTBESTENDIGE BRANDWEERZORG
Voor meer informatie: www.brandweerfryslan.nl