Bijlage II - Samenwerkingsplan Veenweide
Tekst van het document
Samenwerkingsplan Veenweide Fryslân Spelregels en procesafspraken December 2021
1
Inhoud
Inleiding
Inleiding
3
Aanleiding
3
Context
3
Wijze van samenwerking
3
Reikwijdte van de samenwerking
3
Opbouw document
4
Generieke aanpak op programmaniveau
5
Hoe werken we?
5
Bestuur en organisatie
5
Financiën en verantwoording
7
Communicatie
8
Verdere aandachtspunten
8
Specifieke aanpak op gebiedsniveau
9
Hoe werken we?
9
Bestuur en organisatie
10
Financiën en verantwoording
11
Communicatie
11
Afrondend
12
Aanleiding Al meerdere jaren wordt in Fryslân door overheden en partners samengewerkt in het Friese Veenweidegebied. Tot voor kort was de aanpak voornamelijk gericht op het beperken, vertragen en deels stoppen van de bodemdaling, gebaseerd op de Veenweidevisie 2015. Ondertussen vindt de samenwerking plaats op basis van het Veenweideprogramma 2021–2030. Het programma is door de betrokken overheden in 2021 vastgesteld. De partners vanuit de landbouw en natuur/milieu onderschrijven het belang van het programma. In het programma ligt de focus niet alleen meer op bodemdaling, maar zijn de doelstellingen aanmerkelijk verbreed, o.a. op basis van afspraken over het klimaat. Ook is een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw expliciet als doel stelling benoemd. Daar waar in het Veenweideprogramma het ‘wat’ van de samenwerking wordt beschreven, staat in dit Samenwerkingsplan het ‘hoe’. Dat gebeurt met een set van spelregels en procesafspraken. In de afgelopen periode werd er samengewerkt vanuit een coalitie van maatschappelijke partijen en overheden, te weten: • Landbouw: zeven partijen die zich hebben verenigd in de stuurgroep landbouw • Natuur en Milieu: de Friese Milieufederatie namens en samen met vijf Friese natuurorganisaties • Overheden: provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en zeven Friese veenweidegemeenten.
Deze partijen hebben nu ook het voortouw genomen om gezamenlijk dit Samenwerkingsplan Veenweide Fryslân op te stellen en te onderschrijven. De recreatiesector (ANWB) is bestuurlijk ook aangehaakt via vertegenwoordiging in het Bestjoerlik Oerlis Feangreide.
Context Er komt de komende jaren een groot aantal veranderingen op het veenweidegebied van Fryslân af. Daarom zijn in het Veenweideprogramma vier doelstellingen geformuleerd: 1. De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd, waarbij wordt gestreefd naar gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar. 2. De uitstoot van broeikasgassen uit de veenbodem is in 2030 met 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar afgenomen t.o.v. 1990.
2
3. De landbouw in het gebied heeft een duurzaam toekomstperspectief. 4. Het watersysteem is water-robuust en klimaatbestendig ingericht (klimaatadaptief). Daarnaast geldt als aanvullend doel dat de maatregelen en acties voor deze veenweide-doelstellingen zoveel mogelijk ook aan andere doelen gekoppeld worden, zoals biodiversiteit, duurzame energie, vermindering stikstof depositie, waterkwaliteit, etc. Op die manier is meerwaarde te bereiken en worden zaken in een gebied in één keer aangepakt.
Wijze van samenwerking De afgelopen vijf jaar hebben de partners veel geleerd over de voorwaarden om succesvol te zijn in de samen werking. Deze voorwaarden zijn vertaald naar een aantal uitgangspunten die voor de partners van belang zijn. De belangrijkste uitgangspunten zijn: 1. Stakeholders betrekken. Alle stakeholders in een gebied worden altijd betrokken bij plannen en uitvoering die hen direct of in de toekomst raken. 2. Streven naar koppelkansen en integraliteit. Daar waar mogelijk worden in de uitvoering meerdere maatschappelijke doelstellingen integraal en gelijktijdig voorbereid en gerealiseerd; wij komen niet twee keer langs bij de inwoners en bedrijven. Wel moet daarbij worden voorkomen dat alles-op-alles wacht. 3. Werken vanuit het één-overheidsprincipe. Daar waar mogelijk werken overheden vanuit het één-overheids principe. 4. Verschil van inzicht en mening ‘mag er zijn’. Er is binnen de samenwerking ruimte voor belangentegenstellingen. Wel spreken de partners elkaar aan op inspannings verplichtingen die gezamenlijk vorm moeten krijgen. Er worden transparante afspraken gemaakt hoe de partijen omgaan met tegengestelde belangen en inzichten.
Reikwijdte van de samenwerking De gekozen opzet voor samenwerking wordt onder schreven door de besturen van de afzonderlijke partners vanuit de landbouw, natuur/milieu en de overheden. De aan de samenwerking gelieerde partners (ANWB en leden Funderingstafel) doen dat niet, aangezien zij niet (rechtstreeks) zijn vertegenwoordigd in de programma organisatie. Wel wordt op deze onderdelen actief de samenwerking opgezocht.
3
Generieke aanpak op programmaniveau De looptijd van het Samenwerkingsplan is gelijk aan het Veenweideprogramma: van 2021 tot eind 2030. De partners zien het Samenwerkingsplan als een levend document. Het is altijd mogelijk te bespreken of de afspraken voldoen of moeten worden aangepast. Ook zijn er twee formele bestuurlijke ijkmomenten bepaald in 2022 en 2026. In 2026 gebeurt dit gelijk met de inhoudelijke herijking van het Veenweideprogramma 2021–2030. Toe- en uittreding van partners is in beginsel mogelijk, maar roept dan wel vragen op over nieuwe vormen van samenwerking en daartoe te maken nieuwe of aanvullende afspraken. De partners (of beoogde partners) treden hierover tijdig in overleg.
Opbouw document Dit Samenwerkingsplan bevat twee onderdelen. Het eerste onderdeel bevat generieke afspraken op het programmaniveau. In het tweede onderdeel krijgt het werken op gebiedsniveau op basis van een integrale gebiedsaanpak, specifieke aandacht. Daarnaast zijn er drie bijlagen toegevoegd waarin de verschillende partners aangeven hoe zij hun eigen positionering binnen de aanpak zien.
Hoe werken we? De organisatie functioneert op basis van de principes van ‘wendbaar werken’. De essentie van deze aanpak is dat gestuurd wordt op lange termijn maatschappelijke doelstellingen via – flexibele – tussenstappen. ‘Dynamisch programmeren’ en ‘dynamisch financieren’ zijn daarbij belangrijke bouwstenen. Later in de tekst wordt nog verdere uitgelegd wat hiermee wordt bedoeld. Werken met programmalijnen Het Veenweideprogramma krijgt gestalte via een overall programmaopzet met zes programmalijnen: • Vier programmalijnen met inhoudelijke thema’s met te nemen maatregelen: waterbeheer/klimaatadaptatie, bodem/grondgebruik, It Nije Buorkjen en leefomgeving/ natuur/biodiversiteit. • Twee programmalijnen met alle inhoudelijke thema’s: integrale gebiedsaanpak en onderzoek/monitoring. Binnen de bestuurlijke samenwerking en door de programmaorganisatie wordt er gestuurd op de te behalen doelstellingen in samenhang met de voortgang binnen de programmalijnen, zowel op strategisch/tactisch en onder steunend als op uitvoerend niveau. Verschil in rollen, taken en verantwoordelijkheden De partners werken in de opgave vanuit het principe van het ‘gedeeld speelveld’, waarbij alle kennis, informatie en inbreng in de uitvoering voor alle partners gelijk is.
In de afgelopen jaren is gebleken dat met een relatief losse bestuurlijke organisatiestructuur voortgang kan worden gemaakt, zeker wanneer er ook financiële ruimte ontstaat om stappen te zetten. Wel blijft dan een goede afstemming tussen partners essentieel. Hier geldt dat de rollen, taken en verantwoordelijkheden per partner verschillen. Binnen de samenwerking worden deze verschillen onderkend, maar staat de maatschappelijke opgave centraal. In bijlage I hebben de overheden hun taken/rollen, verantwoordelijkheden en de financiële inzet benoemd. In bijlage II hebben de natuur- en milieupartijen dat gedaan en in bijlage III de landbouwpartijen. Koppelkansen en integraliteit Het programma wil de veenweidedoelstellingen zoveel mogelijk ook aan andere doelen koppelen, zoals bio diversiteit, duurzame energie, vermindering stikstof depositie, waterkwaliteit, etc. Op die manier is meerwaarde te bereiken en worden zaken in een gebied in één keer aangepakt. Daar waar mogelijk worden in de uitvoering meerdere maatschappelijke doelstellingen integraal en gelijktijdig voorbereid en gerealiseerd. Wel moet daarbij worden voorkomen dat alles-op-alles wacht.
4
Vanuit de Veenweideorganisatie wordt actief de verbinding en samenhang gezocht met de verschillende doelen. Zowel in relatie tot de binnen het programma te realiseren doelen als buiten het programma is samenhang mogelijk. Maar er kan ook onduidelijkheid ontstaan over bijvoorbeeld de concrete koppeling van doelen, wie het voortouw neemt, het tempo van realisatie en te behalen resultaten. Omdat vooral op gebiedsniveau deze synergie van doelen speelt wordt bij ‘Specifieke aanpak op gebiedsniveau’ hier aan vullend op ingegaan.
Bestuur en organisatie Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) De partners van het Samenwerkingsplan werken bestuurlijk samen in het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF). Het BOF is de basis van de bestuurlijke samenwerking in de uitvoering van het Veenweideprogramma 2021–2030. Het BOF heeft drie doelstellingen: 1. Overleg: het tot overeenstemming komen over maatregelen die van belang zijn voor de toekomst van het Veenweidegebied. 2. Advies: het adviseren van de partners over beleid, maat regelen en instrumenten die van belang zijn voor de toekomst van het Veenweidegebied. 3. Uitvoering: het aansturen en monitoren van de uitvoering van de maatregelen van het Veenweideprogramma door de programmaorganisatie en de gebiedsgerichte uitvoering. Het BOF geeft advies aan de betrokken overheden en maat schappelijke partners over ‘de Veenweideopgave’. Maar de rol van het BOF is breder; het is niet alleen adviesorgaan, maar kent ook een onderhandelings- en sturingsrol. Het is een op overeenstemming gericht overleg. De afzonderlijke partners binnen het BOF zijn zich bewust dat ze eventueel zo nu en dan ‘water bij de wijn’ moeten doen. Lukt het niet om er samen uit te komen, dan bestaat altijd de mogelijkheid dat overheden in samenhang of autonoom een besluit nemen. Dit is evenwel uitdrukkelijk niet de doelstelling van de samenwerking.
Formeel te nemen besluiten, bijvoorbeeld op basis van formele bevoegdheden van overheden, blijven voorbehouden aan de afzonderlijke besturen. Het BOF kan worden gezien als de ‘spil’ in de samenwerking in de Friese Veenweide. Het BOF heeft een bijzondere verantwoordelijkheid om op basis van ambitieuze doel stellingen de diverse belangen kritisch te wegen en om alle partners ‘aan boord te houden’.
5
Jaarplan en kwartaalrapportages Het BOF laat jaarlijks een Jaarplan voor het eerstvolgende jaar opstellen dat wordt aangeboden aan de partners en wordt vastgesteld door de publieke partijen. In dit jaarplan wordt op een concrete en praktische wijze een voorstel gedaan voor de beoogde resultaten, de inzet van capaciteit op programmaniveau en de besteding van budgetten.
achterbannen. In de planning rondom de besluitvorming zorgt de secretaris van het BOF ervoor dat er voldoende tijd wordt ingepland voor bestuurlijk vooroverleg. Toetsoverleg Overheden Om te borgen dat de publieke rol de komende periode van uitvoering voldoende tot z’n recht komt, bestaat er ook het zogeheten Toetsoverleg Overheden. Dit bestuurlijk overleg bestaat uit de drie overheden en het Rijk en wordt beschreven in bijlage I. De belangrijkste doelstelling van het Toetsoverleg is om te monitoren of de subsidies en andere publieke middelen effectief worden besteed. Indien er een verschil van inzicht is tussen het Toetsoverleg en het BOF wordt dit door de voorzitter van het BOF – tevens lid van het Toetsoverleg – ingebracht in het BOF. Het overleg vindt minimaal één keer per jaar plaats; voor de verdere beschrijving van het Toetsoverleg wordt verwezen naar bijlage I.
In lijn met het Jaarplan laat het BOF in het lopende jaar een kwartaalrapportage met financiële bijlage opstellen. Deze rapportage wordt actief aangeboden aan de partners. Het aanbieden gebeurt in de derde week van ieder volgend kwartaal. Hierdoor is maximale actualiteit te borgen. Het is de verantwoordelijkheid van iedere partner om te bepalen hoe de kwartaalrapportage binnen de eigen gelederen wordt behandeld. Afstemming met achterbannen In het BOF zitten provincie en waterschap direct aan tafel. Voor de andere partijen (landbouw, natuur, gemeenten) geldt dat zij worden vertegenwoordigd in het BOF. Dat vraagt om een goede afstemming met de verschillende
GEMEENTE
Programmaorganisatie De programmaorganisatie Veenweide is een werk organisatie die in operationele zin uitvoering geeft aan de
PROVINCIE
WETTERSKIP
LANDBOUW BOF
NATUUR- EN MILIEU
TOETSOVERLEG OVERHEDEN
RECREATIE EN TOERISME OPDRACHTGEVERS OVERLEG
REGIETEAM FUNDERINGSTAFEL
Friese Veenweideopgave. De organisatie wordt gevormd door professionals en vrijwilligers, en heeft een Regieteam dat bestaat uit adviseurs die vanuit de partners beschikbaar worden gesteld (provincie, waterschap, gemeente, landbouw en natuur/milieu). De programmaorganisatie wordt in operationele zin aan gestuurd door de programma-manager Veenweide. De programmamanager wordt aangesteld door het Ambtelijk Opdrachtgeversoverleg. In het Ambtelijk Opdrachtgevers overleg hebben de directies van de provincie, het water schap en de gemeente De Fryske Marren – namens de zeven veenweidegemeenten – zitting. Het Ambtelijk Opdrachtgeversoverleg is eindverantwoordelijk voor het functioneren van de programmaorganisatie en zorgt voor voldoende ondersteuning van de programmaorganisatie. Ook heeft het overleg een rol in de strategische verankering van de belangrijkste thema’s binnen de programma organisatie, in lijn met de doelstellingen en programma lijnen. De programmamanager is ook secretaris van het BOF. De programmamanager heeft het mandaat tot handelen dat wordt begrensd door het jaarlijks vast te stellen werkplan Veenweide. De programmamanager is verantwoordelijk voor het Regieteam Veenweide. Het Regieteam Veenweide, dat bestaat uit adviseurs die vanuit de partners beschikbaar worden gesteld (provincie, waterschap, gemeente, landbouw en natuur/milieu), kent vier taken: 1.
Advisering aan het BOF 2. Bufferfunctie bij belangentegenstellingen 3. Opdrachtgeverschap van het programma 4. Overleg inzake bedrijfsvoering. Het Regieteam is een belangrijke schakel om het BOF goed te voeden en te ondersteunen en de werkorganisatie zoveel mogelijk te vrijwaren van vertraging in de uitvoering van maatregelen en gebiedsprocessen.
PROGRAMMA LIJN 1 WATER BEHEER EN KLIMAAT
PROGRAMMA LIJN 2 BODEM EN GROND
ADAPTATIE
GEBRUIK
PROGRAMMA LIJN 3 BUORKJEN
PROGRAMMA LIJN 4 LEEF OMGEVING, NATUUR EN BIO
PROGRAMMA LIJN 5 INTEGRALE GEBIEDS AANPAK
PROGRAMMA LIJN 6 ONDERZOEK EN MONITORING
DIVERSITEIT
GEBIEDSCOMMISSIE
In de programmaorganisatie Veenweide wordt er onder scheid gemaakt tussen professionals en vrijwilligers. Professionals zijn mensen die in dienst zijn van, of ingehuurd worden door, de betrokken organisaties. Zij vormen de programmaorganisatie. De organisatie van vrijwilligers bestaat uit de inzet via klankbordgroepen of thematafels. Hierin worden mensen betrokken die een direct belang hebben of specifieke kennis inbrengen. Betrokkenen in een klankbordgroep of thematafel worden altijd ondersteund door een secretaris vanuit de programmaorganisatie.
TOELICHTING: ONTWIKKELGEBIEDEN
6
KANSRIJKE GEBIEDEN
= contactlijn = hiërarchielijn
1
KokxDeVoogd, financiële governance Veenweide, juni 2020
Financiën en verantwoording Uitgangspunten Uit een eerder onderzoek1 is een aantal punten naar voren gekomen die direct betrokkenen bij de Friese Veenweide opgave van belang vinden voor de financiële governance. De belangrijkste hiervan zijn flexibiliteit, eenvoud, transparantie en verantwoording naar de financiers. Deze uitgangspunten zijn voor de partners leidend in de financiële governance van het Veenweideprogramma. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt in drie financiële hoofdstromen. Waarbij Hoofdstroom 3 (waterbeheer) gerelateerd kan zijn aan hoofdstroom 1 of 2: 1. Financiering van de overall programmaorganisatie (op basis van de programmalijnen) 2. Financiering van de specifieke gebiedsprocessen 3. Investeringen in het waterbeheer. De belangrijkste middelen zijn afkomstig van Europa en het Rijk. De financiering van de uitvoering van de gebieds plannen kan op een variabele manier worden ingezet. Uitgangspunt is dat provincie, waterschap en gemeenten naar vermogen en naar belang een passende bijdrage geven voor de budgettering. De financiële bijdragen van Europa en Rijk voor het Veenweidegebied worden in de loop der jaren steeds groter. Het is een extra impuls om hoge eisen te stellen aan de administratie, sturing en verantwoording.
Kassiersfunctie Tot dusver is de wijze waarop de financiële stromen (ontvangst van subsidie en verstrekking van opdrachten) verlopen, niet eenduidig. Om tegemoet te komen aan de eerder genoemde doelstellingen van flexibiliteit, eenvoud, transparantie en verantwoording, is het de bedoeling om te komen tot een eenduidige kassiersfunctie. Onderzocht wordt of het mogelijk is dat de Provincie Fryslân zal optreden als kassier/penvoerder voor de hoofdstromen 1 en 2. Hoofdstroom 3 blijft onder de verantwoordelijkheid van Wetterskip Fryslân. In bijlage I wordt een aantal aspecten van deze kassiersfunctie verder beschreven. Dynamisch programmeren/dynamisch financieren Voor de financiën is ‘dynamisch programmeren’ en ‘dynamisch financieren’ een belangrijk principe. Er wordt voortdurend geprobeerd financiële middelen te verwerven voor onderdelen van het programma, of meer specifiek voor de gebiedsprocessen (‘dynamisch financieren’). Het verkrijgen van financiële middelen bepaalt het tempo van de realisatie van de doelstellingen (‘dynamisch programmeren’). Er wordt actief ingezet op fondsenwerving bij het Rijk, Europa en maatschappelijke partijen. Er wordt structureel capaciteit binnen de programmaorganisatie vrijgemaakt voor de opzet van een lobbyaanpak.
7
Specifieke aanpak op gebiedsniveau Flankerend beleid Het overeenkomen van mitigerende en/of compenserende maatregelen is primair een minnelijk proces. Tegelijkertijd is er geen sprake van een volstrekt vrijblijvend proces. Indien het met een beperkt aantal betrokkenen uiteindelijk niet lukt langs minnelijke weg tot overeenstemming te komen, kan een maatregel toch worden ingezet en is er een juridisch vangnet voor nadeelcompensatie, waarbij via een formele procedure de schade kan worden afgehandeld. De financiering van nadeel als gevolg van besluiten die worden genomen om het veenweideprogramma uit te kunnen voeren, wordt gedekt uit de voor het programma beschikbare middelen. Hiervoor geldt het uitgangspunt zoals dat in het Veenweideprogramma is beschreven; ‘geen geld, geen zwitsers.’ De partijen spreken de intentie uit om overeenstemming te bereiken over een systematiek voor compensatie van inkomens- en / of vermogensschade binnen de grenzen van vigerende regelgeving. Vergoeding vrijwilligers In de programmaorganisatie Veenweide wordt er onder scheid gemaakt tussen professionals en vrijwilligers. Vrijwilligers worden ingezet via klankbordgroepen of thematafels. Zij ontvangen een vacatievergoeding die gelijk is aan die van leden van een provinciale adviescommissie, conform afspraken die hierover eerder zijn vastgelegd.
Communicatie Het is van belang dat inwoners en bedrijven in het Friese Veenweidegebied zo goed mogelijk betrokken worden bij de maatschappelijke transformatie in het kader van het Veenweideprogramma. Uitgangspunten zijn hierbij dat het voor belanghebbenden duidelijk moet zijn wat het Veenweideprogramma voor hen betekent, waar ze aan toe zijn en hoe én wanneer zij invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering. Kernwaarden van de communicatie zijn gekoppeld aan de vier uitgangspunten van het Samenwerkingsplan Veenweide. De communicatie-professionals ondersteunen de programmaorganisatie om de communicatie zo te organiseren dat integraal kan worden gewerkt en de betrokkenen (intern en extern) weten wat er gebeurt. Communicatie wordt geleverd via onder meer de website, nieuwsbrieven, bijeenkomsten en webinars. De partners streven ernaar om zoveel mogelijk als één partij naar buiten te treden. Dit gebeurt o.a. door te communiceren vanuit een herkenbare éénduidige huisstijl; naam, kleuren, logo, typografie en opmaak. De Veenweide programma organisatie zorgt waar nodig voor afstemming met de communicatieafdelingen van de betrokken organisaties
8
Verdere aandachtspunten
Hoe werken we?
Samenwerkingsovereenkomsten Ten aanzien van specifieke aspecten van de samenwerking worden Samenwerkingsovereenkomsten (SOK) opgesteld. In deze Samenwerkingsovereenkomsten wordt bepaald welke partners en eventuele overige stakeholders betrokken zijn en worden financiële en organisatorische afspraken vastgelegd. Hiervoor wordt niet op voorhand een blauwdruk neergelegd. Een vastgestelde samenwerkings overeenkomst wordt als aanvulling op het Samenwerkings plan gezien. Voor tenminste twee onderdelen wordt een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld. De overheden werken onderling de administratieve organisatie nog verder uit. Ten behoeve daarvan is het nodig om in aanvulling op de in dit plan aangegeven aanpak, in een SOK nog verdere afspraken te maken over de financiële en daarmee samenhangende bestuurlijke governance. Daarnaast wordt voorafgaand aan de realisatie van de gebiedsplannen per gebied een SOK opgesteld.
Met de programmalijn ‘Integrale gebiedsaanpak’ worden maatregelen en middelen gericht ingezet. Daarnaast kunnen maatregelen in het gebied in samenhang worden uitgevoerd, zodat ze elkaar versterken en meerdere doelen tegelijk dienen. Het vraagt om een specifieke aanpak op gebiedsniveau. Het werken vanuit het één-overheids principe geldt hier als belangrijke meerwaarde. Het biedt ook de mogelijkheid om de ‘mienskip’ zoveel als mogelijk zelf aan zet te laten komen. Dit wordt gerealiseerd door een zo persoonlijk mogelijke aanpak. Het is belangrijk om individuele betrokkenen in het gebied te kennen en te weten wat belangrijk voor hen is.
Funderingen Na een aangenomen motie door Provinciale Staten is vanaf juli 2021 de Funderingstafel actief. De tafel heeft als taak om kennis en expertise rondom funderingen te organiseren en de belangen van huiseigenaren te behartigen. De tafel staat onder voorzitterschap van de burgemeester van Weststellingwerf en bestaat verder uit direct belang hebbenden. Om een goede borging van belangen door te laten klinken, is de voorzitter van de Funderingstafel agendalid van het BOF en heeft altijd de gelegenheid om op eigen initiatief aan te sluiten en punten voor het BOF te agenderen. De funderingsaanpak is onderdeel van programmalijn ‘Leefomgeving/natuur/biodiversiteit’. Onderzoek/monitoring Voor programmalijn ‘Onderzoek en monitoring’ zijn er m.b.t de meetbaarheid en monitoring van de doel stellingen van het programma op onderdelen nog de nodige onzekerheden. Wanneer het programma zich op weg naar 2030 genoodzaakt ziet om van een op inspanningen gericht programma naar een op resultaat gericht programma te bewegen, is het nodig om nu al de meetbaarheid en monitoring van doelstellingen scherper in beeld te krijgen. Hierbij wordt aangesloten bij de landelijke afspraken over de rekenregels en monitoringsystematiek. Wellicht is het nodig om deze wetenschappelijke inbreng ook op regionaal niveau te borgen; in dit stadium wordt hier nog niet op vooruitgelopen.
Sturing op gebieden Het is de verantwoordelijkheid van het BOF om te komen met een aanpak voor gebieden die bijdragen aan de doel stellingen van het Veenweideprogramma. Het BOF geeft aan waar gebiedsinitiatieven of gebiedscommissies actief zijn, te beginnen met de gebieden die in het Veenweide programma 2021 – 2030 zijn benoemd als ontwikkel gebied of kansrijk gebied. Gebiedsinitiatieven ‘van onderop’, soms ook van buiten de kansrijke- en ontwikkelgebieden die bijdragen aan de doelstellingen van het Veenweide programma, worden actief ondersteund. Ook worden deze initiatieven waar mogelijk betrokken bij de aanpak van de integrale gebiedsontwikkeling.
Werken op basis van ‘het treintje’ Eerder is bij de generieke aanpak ingegaan op ‘koppel kansen en integraliteit’. Het programma wil de veenweide doelstellingen zoveel mogelijk ook aan andere doelen koppelen, zoals biodiversiteit, duurzame energie, vermindering stikstofdepositie, waterkwaliteit, etc. Dit uitgangspunt krijgt met name op gebiedsniveau gestalte. Wel moet daarbij worden voorkomen dat alles-op-alles wacht. Daarom wordt vanuit de Veenweideorganisatie de verbinding en samenhang gezocht met verschillende doelen en de daaraan gekoppelde stakeholders. Er wordt gewerkt met het ‘treintjesprincipe’. Om de samen werking succesvol te laten zijn wordt gebruik gemaakt van de uitgangspunten van horizontale en verticale integraliteit: • Horizontale integraliteit: samenhang tussen de eigen veenweidedoelstellingen en andere sectorale opgaven zoals landbouw, natuur (biodiversiteit, stikstof), landschap, energie etc. • Verticale integraliteit: samenhang tussen alle betrokken overheden (Rijk, provincie, waterschap, gemeente) en de diverse stakeholders in één gebied.
GEBIEDSCOMMISSIE
• RIJK • PROVINCIE
1 OVERHEID
• GEMEENTE • WATERSCHAP
MAATSCHAPPELIJKE OPGAVE: • VEENWEIDE • STIKSTOF • NATUUR • LANDSCHAP • LANDBOUW • ENERGIE, ETC
9
Op basis van het ‘treintjesprincipe’ wordt de samenhang tussen de horizontale en verticale integraliteit gerealiseerd. Bij een gebiedsproces binnen de Veenweide is er altijd één verantwoordelijk bestuur/projectleider, die borgt dat de verschillende belangen in de uitvoering bij elkaar komen. De projectleider bestuurt de ‘locomotief’ die de verschillende belangen, de ‘wagons’, bij de uitvoering betrekt. In principe geldt bij de uitvoering van de Veenweideopgave dat de doelstellingen uit het Veenweideprogramma leidend zijn: de veenweideopgave is de ‘locomotief’ en de andere sectorale doelen zijn ‘wagons’. Het is ook mogelijk dat een ander sectoraal belang als ‘locomotief’ gaat dienen, waar door Veenweide een wagon, of één van meerdere wagons, wordt. Het is van belang dat hierover in het gebied helder heid bestaat of dat wordt aangegeven hoe tot keuzes wordt gekomen. De programmaorganisatie en/of het BOF gaat actief het gesprek aan wanneer het er naar uitziet dat via andere sectorale thema’s processen in het gebied worden gestart.
Bestuur en organisatie Startdocument Voor ieder (potentieel) gebiedsproces wordt toegewerkt naar een samenhangende gebiedsgerichte aanpak. Vanuit het BOF wordt hiertoe het initiatief genomen. Als eerste stap wordt een Startdocument opgesteld, waarin de hoofdlijnen van de beoogde aanpak worden aangegeven, zoals de organisatieaanpak, de te betrekken partners en stakeholders, de financiële en organisatorische inzet, het beoogde tijdspad en mogelijke ijkmomenten. Op basis van het Startdocument kan worden toegewerkt naar het inrichten en instellen van een gebiedscommissie (of anderszins), het opstellen van een gebiedsplan en een gebiedssamenwerkingsovereenkomst. Bij het opstellen van het Startdocument wordt de gemeenteraad geconsulteerd. Gebiedscommissie De gebiedscommissie krijgt opdracht en is vervolgens verantwoordelijk voor het opstellen van een ontwerp integraal gebiedsplan (het ‘wat’ van de uitvoering). In een gebied kan ook worden gekozen voor een andere vorm van samenwerking dan via een gebiedscommissie. De samenstelling van een gebiedscommissie wordt voorgesteld door betrokkenen uit het gebied en is een afspiegeling van het gebied. De gebiedscommissie bestaat in ieder geval uit vertegenwoordigers van de landbouw,
10
natuur/milieu en ‘gewone’ inwoners. Ook de bestuurders van de Friese overheden (provincie, waterschap en de betrokken gemeenten) nemen zitting in de gebiedscommissie. Verder is de samenstelling vrij. Het voorzitterschap van een gebiedscommissie is niet bepaald, dit kan ieder lid van de commissie zijn. Er wordt voor gekozen om de betrokkenen in het gebied een belangrijke verantwoordelijkheid te geven binnen de gebiedsaanpak. Vandaar dat de bestuurlijke vertegen woordigers van de overheden niet stemhebbende leden zijn. Hiermee wordt ook voorkomen dat de bestuurlijk vertegenwoordigers van de overheden ‘aan zichzelf’ adviseren. Dit laat onverlet dat een gebiedscommissie bij uitstek een collegiaal bestuur is dat zich ten doel stelt in gezamenlijkheid tot besluitvorming te komen op basis van gedragen voorstellen. Aanvullend is bepaald dat in gebiedscommissies in ieder geval twee vertegenwoordigers van de landbouw worden afgevaardigd. Op basis van de gewenste afspiegeling van het gebied wordt de overige samenstelling hiermee in samenhang beoordeeld. In praktische zin kan door een toename van het aantal gebiedsprocessen een knelpunt ontstaan met betrekking tot de beschikbaarheid van bestuurders vanuit provincie en waterschap.
De gedeputeerde en het DB-lid van het Wetterskip zeggen toe dat hun beschikbaarheid binnen de gebiedscommissies voldoende is voor een zorgvuldig gebiedsproces. Zo nodig worden hierover voorafgaand aan het gebiedsproces nog aanvullende afspraken gemaakt. Een gebiedscommissie wordt in formele zin gezien als een adviescommissie van Gedeputeerde Staten en moet in dat geval door Gedeputeerde Staten worden ingesteld, gehoord het advies van het BOF, het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân en de colleges van de betrokken gemeenten. Zoals vermeld kan ook worden gekozen voor een andere vorm van samenwerking dan via een gebiedscommissie. Ook in dat geval neemt Gedeputeerde Staten, voordat vervolgstappen worden gezet, hierover een besluit, gehoord het advies van het BOF, het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân en de colleges van de betrokken gemeenten. Gebiedsteams Vanuit de programmaorganisatie is het Regieteam verant woordelijk voor de ondersteuning van het gebiedsproces en coördinatie van de verschillende gebiedsprocessen. Er komt per gebied een professioneel gebiedsteam, met een gebiedsprojectleider die zorgdraagt voor het ‘hoe’ van de
uitvoering. De gebiedscommissie is verantwoordelijk voor het ‘wat’. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat er onderlinge afstemming plaatsvindt over bijvoorbeeld de financiële en organisatorische inzet. Mocht een en ander conflicteren, dan is het de verantwoordelijkheid van de programmamanager Veenweide te zorgen voor een werk bare oplossing. Zo nodig vindt hierover afstemming plaats met het BOF. Gebiedsplan De gebiedscommissie is verantwoordelijk voor de voor bereiding en het opstellen van een gebiedsplan. In dit gebiedsplan staat hoe de Veenweideopgave in het gebied wordt gerealiseerd, met nadrukkelijke aandacht voor de ‘horizontale integraliteit’ (samenhang met andere beleids sectoren). Er wordt gewerkt vanuit het subsidiariteits principe. Zoveel mogelijk bevoegdheid en budget ligt in het gebied om het gebiedsplan tot uitvoering te laten komen. Zodra het gebiedsplan is vastgesteld zijn de betrokken overheden er aan gehouden het hen ter beschikking staande publiekrechtelijk instrumentarium bij wijze van inspanningsverplichting in te zetten bij de uitvoering van een gebiedsplan. Denk hierbij aan de inzet van de Wet Investeringen Landelijk Gebied (WILG) en de Wet Ruimtelijke ordening (Omgevingswet). De programmaorganisatie biedt de verscheidene gebieden voldoende ondersteuning om tot een gebiedsplan te komen.
Per gebied kan een gebiedscommissie hier eigen keuzes maken. Door bundeling van expertise binnen de programmaorganisatie wordt voorkomen dat ‘het wiel opnieuw wordt uitgevonden’. Een gebiedsplan wordt ter advies voorgelegd aan het BOF. Het BOF toetst het plan aan de kaders van de regionale Veenweideopgave. Vervolgens wordt het plan vastgesteld door tenminste Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân en het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân. De colleges van Burgemeester en Wethouder van de betrokken gemeenten leggen het plan ter vaststelling voor aan de gemeenteraad. Na vaststelling van het gebiedsplan komt er een fase van uitvoering.
Financiën en verantwoording Het opstellen en uitvoeren van de gebiedsplannen is ook onderhevig aan de principes van ‘dynamisch programmeren’ en ‘dynamisch financieren’. In het gebiedsplan staat hoe wordt omgegaan met taakstellingen en (extra) financiële middelen die beschikbaar komen. In het eerste deel van dit Samenwerkingsplan is vermeld dat de tweede hoofdstroom beschikbaar is voor de financiering van gebiedsprocessen. Binnen deze hoofd stroom wordt geld benut vanuit de diverse financierings bronnen die onderdeel uitmaken van het programma. Denk daarbij aan Europa, Rijk en maatschappelijk/private financiering. Uitgangspunt is dat provincie, waterschap en gemeente naar vermogen en naar belang bijdragen aan het budget van de gebiedsuitvoering. In het kader van de Samenwerkingsovereenkomst worden afspraken gemaakt over de administratieve en financiële ondersteuning per gebied. In beginsel wordt dit onder gebracht bij de eerder genoemde kassiersfunctie van het veenweideprogramma. De leden van de gebiedscommissie die niet de overheid vertegenwoordigen, ontvangen een vacatievergoeding die vergelijkbaar is aan die van leden van een provinciale adviescommissie.
Communicatie Communicatie vanuit de verscheidene gebieden gebeurt zoveel mogelijk vanuit de faciliteiten die de programma organisatie biedt. Hier wordt voor gekozen om de beperkte financiële middelen zo effectief mogelijk in te zetten. Bij uitzondering kan worden gekozen voor een gebieds specifiek communicatiekanaal in afstemming met het Regieteam.
Gebiedssamenwerkingsovereenkomst Nadat het gebiedsplan is vastgesteld wordt in een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor het gebied de governance, de financiën en de wijze van samenwerking beschreven. Het gebeurt binnen de kaders van dit Samenwerkingsplan Veenweide. Eventuele consequenties rond bijvoorbeeld de inzet van de Wet Investeringen Landelijk Gebied (WILG) zijn hierin op te nemen.
11
Afrondend De partners willen met het Samenwerkingsplan de gezamenlijke inzet benadrukken om tot een voort varende realisatie van de Fries Veenweideopgaaf te komen. Leeuwarden, december 2021 LANDBOUW
LTO Noord Het Friesch Grondbezet Kollectievenberied Fryslân Agrarische Jongeren Friesland Nederlandse Melkveehouders Vakbond Feriening Biologyske Boeren Fryslân Federatie Polderbelangen Friesland NATUUR/MILIEU
Friese Milieufederatie It Fryske Gea Staatsbosbeheer Fryslân Landschapsbeheer Fryslân Natuurmonumenten Fryslân Bond van Friese Vogelwachten PROVINCIE
Provinsje Fryslân WATERSCHAP
Wetterskip Fryslân GEMEENTEN
Gemeente De Fryske Marren Gemeente Súdwest-Fryslân Gemeente Weststellingwerf Gemeente Opsterland Gemeente Smallingerland Gemeente Heerenveen Gemeente Leeuwarden
12
13
COLOFON Uitgave: Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân, december 2021 Provincie Fryslân Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN Tweebaksmarkt 52 (058) 292 59 25 www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl Wetterskip Fryslân Fryslânplein 3 8914 BZ Leeuwarden Postbus 36, 8900 AA Leeuwarden (058) 292 22 22 www.wetterskipfryslan.nl Veenweideprogramma www.veenweidefryslan.frl veenweidevisie@fryslan.frl Vormgeving & opmaak GH+O communicatie & creatie, Leeuwarden Fotografie Daniël Hartog Projectteam Veenweideprogramma
14