Bijlage II - Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
Denk aan bijvoorbeeld de Europa-strategie ten aanzien van de thema’s toerisme en cultuur, het initiatief ‘een jaarrond duurzaam recreëren door te spreiden in tijd en ruimte’ van VVV Waterland voor Friesland namens de aangesloten ondernemers om meer werk te maken van seizoenverlenging, de museumcoöperatie SWF in wording, de investeringen aquaresort It Soal Workum en Europarcs Hindeloopen, project vitaliteit winkelkernen, gebiedsontwikkeling de Potten, icoonproject Waterstad Sneek, en cultuurhistorisch centrum De Tiid. Het gaat om betere interne afstemming en ook om de verbinding met de externe partners zoals horeca, winkeliers, toeristische bedrijven, cultuurmakers, evenementen. Hiermee zorgen we voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor (nieuwe) inwoners en een toeristische impuls na twee crisisjaren en kunnen we het ‘genieten’ in SWF vormgeven. We hebben middelen nodig om het aanbod daadwerkelijk te creëren en initiatiefnemers te stimuleren. We denken te starten met € 25.000 op jaarbasis voor een subsidieregeling. Voorwaarde is dat dit crossoverprojecten zijn, dus samenwerkingen betreffen van ondernemers/cultuurmakers/evenementen. 13. Uitvoering Klimaatagenda SWF 2021 (e.v.) We hebben ambities op het gebied van het klimaat. In voorgaande jaren zijn hiervoor vanuit onze eigen begroting middelen beschikbaar gesteld en die blijven we benutten.
In 2022 nemen we daarnaast een extra reservering voor op. Naar analogie van het advies van de arbitragecommissie van wijzen over de compensatiemiddelen voor de jeugdzorg, zijn wij van mening dat dit ook geldt voor het klimaat. Het Rijk dient ook hiervoor voldoende middelen beschikbaar te stellen, zodat het niet opnieuw leidt tot tekorten bij gemeenten.
Pagina 44 van 133
O21.001884
In de Septembercirculaire 2021 is een bedrag van € 72,5 miljoen aangekondigd voor de klimaatakkoordtaken van gemeenten, ondersteuning van medeoverheden en RES. We gaan er van uit dat er voor Súdwest-Fryslân een bedrag beschikbaar komt van € 200.000. We reserveren op deze manier middelen in de begroting voor de uitvoering van de klimaatagenda, maar wachten de definitieve komst van Rijksmiddelen af. Wel houden we in onze algemene reserve rekening met het risico dat er geen middelen beschikbaar zullen worden gesteld. Omdat de werkzaamheden in 2022 wel door moeten gaan, gebruiken we de reeds beschikbare middelen en indien nodig de algemene reserve. 14. Onderhoud areaaluitbreiding kapitaalgoederen Vanaf start van aanleg of overname van areaal, is onderhoud nodig. Het betreft onder andere groenonderhoud, installaties en reiniging (vegen, afval, glasbewassing, etc.). Op termijn is ook groot onderhoud en vervanging nodig. De afgelopen jaren is voor areaal dat er bij is gekomen, geen structurele werkwijze ingeregeld. Vanaf de start van aanleg of overname van areaal, is onderhoud nodig en daarmee annex ook budget om het onderhoud uit te (laten) voeren. Zeker met de plannen om de komende jaren volop woningbouw te ontwikkelen, is het noodzakelijk om onderhoudsbudget voor uitbreiding areaal in te regelen.
Voor de benodigde budgetuitbreiding leggen we een verband met de verwachte hogere OZB-inkomsten als gevolg van de nieuwbouw. Meer nieuwbouw betekent ook hogere OZB-inkomsten. Dit betreft dus niet een tariefstijging, maar hogere inkomsten als gevolg van hogere aantallen. Op basis van de afgelopen jaren gaat het naar inschatting om een verwachte inkomstenstijging van € 135.000. We stellen voor om zowel de hogere lasten als de hogere baten te begroten. Zie hiervoor ook onder punt 12 van de mutaties bij de Overzichten (2.2.4). 15. Verkeerskundige aanpassingen in combinatie met onderhoud Met de vaststelling van het GVVP (Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan) en de eerdere nota kapitaalgoederen was een bedrag beschikbaar gesteld voor kleine verkeerskundige aanpassingen in combinatie met onderhoud (werk met werk maken). Er is toen specifiek aangegeven dat het om een verkeersdrempel of een parkeerplaats gaat (kleine verkeerskundige aanpassingen). Voor de grote aanpassingen zoals een rotonde of een herinrichting is een andere financiering vereist. Sinds 2013 zijn er in combinatie met onderhoud veel verkeerskundige aanpassingen uitgevoerd. De kosten voor de maatregelen zijn aanzienlijker lager als er een combinatie met onderhoud is. Ook wordt de hinder beperkt door de werkzaamheden te combineren.
In combinatie met asfaltonderhoud zijn er de afgelopen hierdoor drempels aangelegd en met elementenonderhoud heeft dit geresulteerd in meer parkeerplaatsen en kleinschalige verkeerskundige verbeteringen. Door de verkeersmaatregelen wordt er gewerkt aan de landelijke doelstellingen voor een verbetering van de verkeersveiligheid. De dekking was destijds vanuit de reserve kapitaalgoederen, op dit moment is deze dekking er niet meer. In het bestaande onderhoudsbudget is het niet mogelijk om deze kleine verkeerskundige aanpassingen zonder extra dekking te kunnen uitvoeren. Het huidige onderhoudsbudget staat namelijk ook sterk onder druk. Om te kunnen werken aan de verkeersveiligheid is het noodzakelijk om dat er weer budget komt. We stellen voor om in 2022 een bedrag van € 125.000 in de begroting op te nemen. 16. Impuls kernen en fietsverbindingen Vorig jaar zijn er incidenteel middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kernen (€ 400.000) en is er budget beschikbaar gesteld voor de fietsverbindingen in het buitengebied (€ 250.000). Zowel het verbeteren van de verkeersveiligheid als betere fietsverbindingen (fietspaden) komen veelvuldig naar voren in gesprekken met de Mienskip. Landelijk is ook het beleid om de komende jaren te investeren in de verkeerveiligheid.
Vanuit de provincie worden middelen beschikbaar gesteld met name gericht op de fietsveiligheid en vanuit het Rijk wordt er tot 2030 jaarlijks 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de verkeersveiligheid. Zowel het Rijk als de provincie vragen bij de toekenning om een gemeentelijke bijdrage. Afgelopen jaar zijn de incidentele gelden gebruikt om aanspraak te maken op deze bijdragen. In dit jaar is er bijna € 750.000 extra middelen binnengehaald om te kunnen investeren in de verkeersveiligheid en fietsverbindingen. Om te kunnen blijven werken aan de verkeersveiligheid en de fietsverbindingen wordt voorgesteld om in 2022 een bedrag van € 150.000 budget in de begroting op te nemen, zodat er weer aanspraak gemaakt kan worden op de extra middelen. Dit is ook zeker nodig gelet op alle verbeterpunten die er nog in onze gemeente zijn. Daarnaast kunnen we dan ook een bijdrage leveren aan de landelijke en provinciale doelstellingen op het gebied van verkeersveiligheid en de fiets.
Pagina 45 van 133
O21.001884
Ter verduidelijking: in de aanvraag om de verkeerskundige aanpassingen gaat het om maatregelen die mee kunnen lopen in het onderhoud. In dit voorstel gaat het veelal om verkeersmaatregelen die dat niet kunnen, van een grotere aard zijn of ‘nieuw’ zijn. 17. Investeringen in vervanging en renovatie kapitaalgoederen Door de leeftijd van de assets of kapitaalgoederen en het achterstallig onderhoud staat SúdwestFryslân de komende jaren voor een grote vervangings- en renovatieopgave. Ons doel is om achterstallig onderhoud in te halen en tot een toekomstbestendige systematiek te komen. Dat willen we doen door gericht te investeren. Investeringen moeten worden geactiveerd. Door factoren als tijd en gebruik, blijft planmatige vervanging en renovatie (ook na inhalen achterstanden) van belang. Een eerste start is gemaakt met de aanvulling van € 300.000 structurele ruimte voor kapitaalgoederen die met ingang van 2021 is toegevoegd. Hiermee starten in 2021 investeringen met een totaalbedrag van € 3,6 miljoen. We stellen voor om vanaf 2022 een investeringsbedrag van € 3,0 miljoen op te nemen op het investeringsprogramma voor renovatie kapitaalgoederen, zodat de lijn van investering in achterstallig onderhoud, vervanging en renovatie voortgezet kan worden. De kapitaallast van deze investering komt ten laste van de begroting.
Met het investeringsprogramma ontstaat een nieuw systeem waar op grond van levenscycluskosten gestuurd wordt en daarmee op de laagste kosten over de levenscyclus. Het inregelen van investering in vervanging en renovatie voorkomt oneigenlijke inzet van onderhoudsbudget. Het gaat hier om het creëren van financiële ruimte voor investeringen in bruggen, oevers en wegen. Jaarlijks zullen we aan de raad een voorstel aanbieden waarin is aangeven welke investeringen we exact willen doen. Met dit voorstel verbeteren we de financiële systematiek van de kapitaalgoederen met als uiteindelijk doel om bij te dragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. 18. Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie Op 1 juli 2020 is de Klimaatagenda SWF 2020 vastgesteld en daarmee de ambitie dat Súdwest-Fryslân in 2050 Klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Deze ambitie is nader geconcretiseerd in het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie SWF. Het omgevingsprogramma is de ‘routekaart’ naar een klimaatbestendig Súdwest-Fryslân (SWF) in 2050. Hiervoor zijn in het omgevingsprogramma diverse acties benoemd. Naast de realisatie van klimaatadaptieve maatregelen binnen werken en projecten is voor het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie budget nodig voor bijvoorbeeld uitvoeren van onderzoek- en kennisvragen, communicatie/campagnes en deelname aan (pilot)projecten.
Voor de uitvoering van de acties vragen we een budget van € 70.000 voor 2022 en 2023. Dit overbrugt de periode tot na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 en sluit aan op de 1e herijking Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie in 2022. 19. Implementatie Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Met behulp van één digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. De nieuwe wet zorgt voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd. Voor de implementatie van de Omgevingswet is in 2018 € 2 miljoen beschikbaar gesteld. Na een korting bleef hier € 1,7 miljoen van over. Aan het budget van de keten Omgeving is € 500.000 structureel toegevoegd (voor de transformatie), die in 2021 incidenteel nog gebruikt wordt voor de invoering van het programma Omgevingswet waardoor er uiteindelijk € 2,2 miljoen beschikbaar was. Voorzien wordt, dat het nog beschikbare programmakrediet voor de implementatie van de Omgevingswet in 2021 volledig op gaat. Súdwest-Fryslân is in augustus 2020 gestart met het verkennen van de werkwijze die VNG aan het ontwikkelen is om de structurele effecten vanuit de Omgevingswet op de langere termijn inzichtelijk te hebben.
Deze werkwijze vormt een dialoogmodel om met het bestuur richting de komende jaren de
Pagina 46 van 133
O21.001884
structurele effecten vanuit de Omgevingswet scherper te krijgen. Welke bestuurlijke keuze, geeft welk effect. Dit abstracte model is inmiddels verwerkt naar een op maat model voor Súdwest-Fryslân en heeft geresulteerd in een eerste globale impactanalyse op basis van huidige beschikbare informatie en een aantal inschattingen. Als systemen en processen veranderen, veranderen ook taken en werkzaamheden. In deze ontdekkingsreis met initiatiefnemers, de samenleving, ketenpartners en bestuurders moet er wat extra’s gebeuren. Via een financieel effectenmodel wordt gestuurd op deze majeure veranderingen. Op basis van wat we nu weten laat een prognose een impact zien die behoorlijke structurele financiële gevolgen kan hebben. De uiteindelijke gevolgen zijn afhankelijke van: Nog te maken bestuurlijke keuzes in het omgevingsplan. Nog nader onderzoek welke leges wel/niet doorberekend mogen. Nog nader te maken afspraken met ketenpartners (FUMO/Provincie). Ontwikkelingen qua ambtelijke capaciteit. Nog onduidelijk welke compensatie gemeenten ontvangen vanuit het Rijk. Aangezien nog onduidelijk is wat de exacte financiële gevolgen zijn, nemen we in deze begroting geen aanvullende middelen op voor de Omgevingswet, behoudens de vorig jaar al structureel begrote € 500.000. Daarbij nemen we hetzelfde standpunt in als bij de jeugdzorg en de klimaatagenda.
Wanneer de Omgevingswet grote onvermijdelijke financiële gevolgen heeft, dan dient het Rijk hiervoor voldoende middelen beschikbaar te stellen, zodat het niet opnieuw leidt tot tekorten bij gemeenten. Ook hier wachten we de komst van Rijksmiddelen af. 20. Begroten dividend Omrin We ontvangen jaarlijks een dividend van Omrin. In 2021 ging het bijvoorbeeld om een bedrag van € 230.000. Deze inkomst is nog niet opgenomen in de begroting. Hiertegenover zien we vanuit de Jaarrekening 2020 voor een totaal van € 175.000 aan onvermijdelijke structurele nadelen die annex zijn aan de afvalverwerking. Zoals vermeld bij de punten 1 t/m 3 hiervoor, nemen we deze extra kosten structureel op in de begroting. We stellen voor om ook het jaarlijks te verwachten dividend van Omrin structureel op te nemen in de begroting voor een bedrag van € 175.000. Door dat te doen blijven de kosten en opbrengsten van de afvalverwerking in evenwicht en hoeven we de toegenomen kosten niet door te berekenen in de afvalstoffenheffing.
Nieuwe voorstellen (incidenteel) 21. Verkoop strategische panden In de begroting is een jaarlijks terugkerend bedrag van € 250.000 opgenomen als opbrengst van de verkoop van gemeentelijk vastgoed. Naar inschatting zal na 2024 het aantal te verkopen gemeentelijke gebouwen drastisch afnemen en zal er incidenteel nog een pand verkocht kunnen worden. Er staan de komende jaren nog 5 (basis) schoolgebouwen op de nominatie om afgestoten te worden, daarna zal het vrijkomen van schoolgebouwen afnemen. Ook de boekwaarden van panden die afgestoten kunnen worden zijn hoog waardoor het financiële voordeel behoorlijk lager zal zijn en zelfs kan zakken tot nihil. Gezien dit vooruitzicht stellen we voor om de geraamde opbrengst geleidelijk uit de begroting te halen. 22. Uitvoeren baggerwerk Overdracht Stedelijk Water (OSW) Het beheer en onderhoud van het watersysteem in bebouwd gebied (stedelijk water) ligt momenteel veelal bij de gemeenten. Het gaat hier met name over het baggeren van watergangen en vijvers. Volgens de Waterwet en Waterschapswet is het waterschap officieel belast met de beheer van het stedelijk water. In 2016 is daarom een overeenkomst afgesloten tussen de gemeente Súdwest-Fryslân en Wetterskip Fryslân. Hierin is opgenomen dat het Wetterskip de beheertaak van het stedelijk water over gaat nemen van de gemeente.
Echter zijn er wel afspraken gemaakt over het wegwerken van het achterstallige onderhoud. Voor het einde van 2025 moeten alle achterstanden zijn weggewerkt, zodat de daadwerkelijke overdracht van het beheer van het stedelijk water naar het Wetterskip kan plaatsvinden. De totale achterstand is geraamd op ruim € 3 miljoen. Tussen partijen zijn de afspraken gemaakt om elk de helft
Pagina 47 van 133
O21.001884
van de kosten voor het wegwerken van het achterstallige onderhoud op zich te nemen. Dat betekent elk € 1,5 miljoen in de periode van 2020 t/m 2025. Begin 2020 is door de gemeenteraad al € 374.051 beschikbaar gesteld uit de reserve kapitaalgoederen om een eerste slag te slaan. Dit geld is/wordt gebruikt voor de uitvoering in 2020 en 2021. Voor de jaren erna zijn er geen financiële middelen ingeregeld. Gemiddeld genomen is er in de periode 20222025 jaarlijks € 300.000 nodig om het achterstallige onderhoud weg te kunnen werken. Het gevaar bestaat dat voor de OSW-opgave het reguliere onderhoudsbudget wordt benut. Dat zou betekenen dat er amper middelen overblijven voor het reguliere baggerwerk en die achterstanden verder oplopen. Het voorstel is om de OSW-opgave projectmatig aan te pakken en hiervoor in de periode 2022-2025 jaarlijks € 300.000 extra beschikbaar te stellen. Op die manier kan aan de gemaakte afspraken van het Wetterskip worden voldaan, zonder dat dit ten koste gaat van het reguliere baggerwerk. 23. Verplichting boscompensatie Súdwest-Fryslân De gemeente Súdwest-Fryslân is al langere tijd in gesprek met de provincie en de FUMO over lopende verplichtingen omtrent boscompensatie. Het gaat om verplichtingen vanuit het project Rijksweg A7, De Potten, van de Valk Hotel en een aantal andere compensatieverzoeken.
Gesteld wordt dat de gemeente onvoldoende boscompensatie heeft gerealiseerd. Het gaat er met name om dat er grote delen van het nieuwe Harinxmabos slecht zijn aangeslagen. Van de 10 ha. herplantplicht moet 4,1 ha. (op)nieuw worden geplant. De gemeente is aangeschreven door de provincie. De provincie stelt dat de genoemde 4,1 ha. met spoed gerealiseerd moet worden. We stellen voor een incidenteel bedrag van € 125.000 te begroten, zodat we aan onze verplichting kunnen voldoen.
Pagina 48 van 133
O21.001884
2.2.3
Programma 3: Bestuur
1. Hoofdtaakvelden
2. Wat willen we bereiken? In het hoofdlijnenakkoord hebben wij aangegeven dat Súdwest-Fryslân werkt aan een daadkrachtig gemeentebestuur en een professionele ambtelijke organisatie die meer omgevingsbewust, flexibel, resultaatgericht en opgaven gestuurd werkt. De (digitale) verbinding met inwoners, bedrijven, instellingen en andere maatschappelijke en bestuurlijke partners, het ‘mei-inoar’ bouwen aan de samenleving van de steden, wijken en dorpen. Wij hechten aan een goede verankering en vernieuwing van de lokale democratie. De komende jaren willen we de sprong maken naar het professionaliseringsniveau van een grote gemeente. Daarbij past dat we meer gaan inzetten op onze positie op het (Noord)-Nederlandse en Europese speelveld. Dat betekent dat we onze bestuurlijk-strategische lobby verder gaan professionaliseren en ook op Noordelijke schaal mee gaan praten over thema’s die belangrijk zijn voor onze gemeente en waarmee we bij kunnen dragen aan de grote vraagstukken in Europa. Bijvoorbeeld als het gaat om leefbaarheid op het platteland, vitale landbouw of blue energy. Daarnaast gaan we volop inzetten op de kansen die Europa ons biedt via de Europe-ready aanpak. We willen in ons beleid actiever de samenwerking met andere overheden opzoeken. Hierdoor kunnen we als gemeenten van elkaar leren.
Als grote gemeente, zeker qua oppervlakte met unieke kenmerken zijn we ook een aantrekkelijke partner in bijvoorbeeld Regiodeals of als gesprekspartner op bepaalde thema’s in (Noord-) Nederland of in Europa. Daarop willen we ons profileren. Tenslotte kunnen we ons geld maar 1x uitgeven en kunnen we door samenwerking inzetten op een multiplier van onze middelen.
3. Wat gaan we daarvoor doen? Onder dit programma vallen de volgende speerpunten: Hoofdtaakveld: Bestuur 1.
Professionele organisatie We gaan ons bestuurlijk en ambtelijk meer regionaal, landelijk en internationaal profileren. Het is van belang dat we met onze opgaven en programma’s aanhaken op de belangrijkste Europese thema’s en de Global Goals. We maken een verdergaande slag in de professionalisering van bestuur en organisatie. Daarbij hoort ook een strategische personeelsbenadering met een goede capaciteitsplanning, duurzame inzetbaarheid en kwalitatief hoogwaardige strategische adviezen. Hierbij zetten we in op het versterken van de
Pagina 49 van 133
O21.001884
bestuurlijk-strategische netwerken. We houden de focus op “Continu Verbeteren” en rollen de aanpak langs drie samenhangende lijnen uit: - Kwaliteit - Doorlooptijd verkorten - Besparen De volgende leidende principes hanteren we in de aanpak van Continu Verbeteren: Door meer gebiedsgericht te werken maken we maatwerk mogelijk en zetten we in op ontschotting, versnelling en flexibilisering van beleid. Door doelmatiger en doeltreffender te werken willen we kwaliteit leveren met minder kosten. We zetten in op duurzame inzetbaarheid. We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen. Afhankelijk van het onderwerp en onze ambities kunnen we verschillende rollen pakken: faciliterend, stimulerend, regisserend etc. We bepalen vooraf wat we willen bereiken, wanneer we dit resultaat willen bereiken en waar we op sturen of monitoren. We zetten in op de verbetering van digitale dienstverlening aan onze inwoners, bedrijven en instellingen waaronder het digitaliseren van het aanvragen van producten en diensten, als ook het ontsluiten en digitaal beschikbaar stellen van onze archieven. 2.
Vernieuwing lokale democratie Vernieuwing van de lokale democratie is een onderwerp dat altijd tot de verbeelding zal moeten spreken. Met name de lokale overheid zal altijd moeten blijven vernieuwen in de relatie met inwoners, organisaties, instellingen etc. In ons hoofdlijnenakkoord hebben wij een groot aantal concrete onderwerpen benoemd die moeten leiden tot een vitalere lokale democratie. Zo hebben we een plan van aanpak gemaakt om de opkomst bij de komende gemeenteraadsverkiezingen te verhogen, is de werkgroep ‘vernieuwende rol van de raad’ bezig om veranderingen in de werkwijze van de gemeenteraad te bespreken. De Omgevingswet heeft een grote impact op de manier van werken: zowel voor ambtenaren, bestuurders, ketenpartners als initiatiefnemers. De Omgevingswet stelt de initiatiefnemer centraal en legt de lat voor de dienstverlening hoog. Dat vraagt van ons om nog meer te denken en te werken vanuit de leefwereld. Het doel van een initiatief moet centraal staan in plaats van de vraag ‘mag het wel?’ De wetgever beoogt daarmee een verschuiving in de denken werkwijze van ‘nee, tenzij’, naar ‘ja, mits’. Vanuit het perspectief van oplossingen gaan handelen dus. Minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en maatwerk vraagt om wederzijds vertrouwen. We kijken bij nieuwe initiatieven vooral naar de waarde van het initiatief voor de ontwikkeling van een gebied.
Tegelijkertijd blijft het onze verantwoordelijkheid om belangen integraal en transparant af te wegen en moet er oog blijven voor de effecten van een initiatief. We moeten het kunnen verantwoorden wanneer wij maatwerk toepassen in het kader van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. We zullen dus allemaal moeten leren werken met de Omgevingswet. Uiteraard houden we ons ook bezig met vernieuwingen als het gaat om burgerparticipatie. De grote vraagstukken in onze samenleving pakken we in gezamenlijkheid op. Te denken valt aan het burgerparticipatietraject (bijvoorbeeld rondom de energiestrategie, ‘de tafel van Makkum’ en besprekingen met Hindeloopen over onderwerpen die daar aan de orde zijn). Tot slot blijven we proberen om moeilijker te bereiken groepen uit de samenleving te betrekken. Zo willen nog meer gebruik maken van de digitale mogelijkheden die er zijn om de ‘afstand’ tussen onze inwoners en ons bestuur zo kort en makkelijk mogelijk te houden. Het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) gaat daarbij helpen.
Pagina 50 van 133
O21.001884
4. Richtinggevende beleidsdocumenten (vastgesteld door de raad) Hoofdtaakveld
Beleidsdocument
Besluitvorming gemeenteraad
Bestuur
Koersnota 2022 Concept Omgevingsvisie 1.0 Archiefverordening Súdwest-Fryslân 2020 Yntern kontrôleprotokol 2020
8 juli 2021 24 september 2020 24 september 2020 24 september 2020
Reglement van orde voor de raad en de raadscommissies 1e wijziging Reglement van orde voor raad en raadscommissies Gedrachskoade riedsleden en boargemaster en wethâlders Werkgeverscommissie griffie
7 mei 2014 29 september 2016 29 september 2016 20 september 2012
Burgerzaken
Verordening Basisregistratie Personen (BRP)
5 juni 2014
Veiligheid
Kaderbrief Veiligheidsregio 2021-2024 Yntegraal Feiligens Plan 2019-2022 APV Gemeente Súdwest-Fryslân Risicoprofiel, beleidsp./fin. kader 2016-2019 Veiligh.regio Frysl.
23 januari 2020 24 jannewaris 2019 13 december 2018 19 februari 2015
Naast bovenstaande beleidsdocumenten zijn er door de gemeenteraad diverse verordeningen vastgesteld. Voor een actueel overzicht van geldende verordeningen verwijzen we naar de website www.overheid.nl. Een link naar deze website is te vinden op onze eigen website, via de zoekterm “Verordeningen”.
5. Wat mag het kosten? Saldo programma in meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000) Bestuur Burgerzaken Veiligheid Totaal saldo baten en lasten
Rekening 2020 4.453 1.430 7.252 13.135
Begroot 2021 na Wijziging 4.312 1.729 8.053 14.094
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
4.267 1.633 8.330 14.230
4.180 1.633 8.331 14.144
4.178 1.633 8.393 14.204
4.177 1.633 8.462 14.272
Begroot 2022 per taakveld (bedragen x € 1.000) Bestuur Bestuur
Lasten
Baten
Saldo
4.283 4.283
17 17
4.267 4.267
Burgerzaken Burgerzaken
2.951 2.951
1.318 1.318
1.633 1.633
Veiligheid Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Totaal saldo baten en lasten
8.442 5.988 2.454 15.677
113 113 0 1.447
8.330 5.875 2.454 14.230
Pagina 51 van 133
O21.001884
6. Aanpassingen programma Bestuur In dit programma hebben we diverse aanpassingen verwerkt. Hieronder geven we ze weer in een overzicht. Daarna geven we een toelichting op de verschillende posten. De volgende aanpassingen komen aan bod: Aanpassingen als gevolg van eerder genomen besluiten. Aanpassingen als gevolg van nieuwe voorstellen. Vanwege de leesbaarheid worden sommige aanpassingen in het programma toegelicht waar ze thematisch het beste passen, terwijl ze soms (ook) betrekking hebben op andere programma’s. Bijvoorbeeld de loonsomontwikkeling. Deze wordt in de tekst alleen toegelicht in Programma Bestuur, maar cijfermatig heeft dit ook betrekking op de programma’s Sociaal en Ruimte en op de Overzichten. Nadelen zijn steeds met een minteken (-) aangegeven en voordelen met een plusteken (+). De vetgedrukte subtotalen komen steeds terug in het totaaloverzicht van paragraaf 1.2.
Aanpassingen programma Bestuur (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
-59
-15
-67
-128
-59
-15
-67
-128
2. Loonsomontwikkeling 2022
-2.059
-2.058
-2.058
-2.058
3. Personele inzet
Structureel Genomen besluiten 1. Veiligheidsregio Fryslân Subtotaal Nieuwe voorstellen -1.292
-1.262
-1.112
-1.107
4. Versterken bestuurlijke samenwerking (G40 en netwerken)
-35
0
0
0
5. Integraal veiligheidsplan
-40
0
0
0
6. Buurtbemiddeling
-15
-15
-15
-15
7. Hoarding
-20
-20
-20
-20
Subtotaal
-3.461
-3.355
-3.205
-3.200
Subtotaal structureel
-3.520
-3.370
-3.272
-3.328
0
0
0
0
Subtotaal
0
0
0
0
Subtotaal incidenteel
0
0
0
0
Incidenteel Geen mutaties
Toelichting Genomen besluiten 1. Veiligheidsregio Fryslân De raad heeft op 20 mei 2021 kennis genomen van de Financiële stukken Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Uit de Programmabegroting 2022 van de Veiligheidsregio blijken de extra bedragen die Súdwest-Fryslân moet bijdragen. Wij moeten dit volgen in onze eigen begroting. Daarom nemen wij de extra bedragen op in onze begroting en onze meerjarenbegroting 2022-2025.
Pagina 52 van 133
O21.001884
Nieuwe voorstellen 2. Loonsomontwikkeling 2022 Voor de loonsomontwikkeling 2022 gaan we net als vorig jaar uit van een stijging van 3%. Deze 3% is als volgt opgebouwd: 0,328% voor stijging sociale lasten, 0,672% voor premieverhoging ABP en 2,0% voor een CAO stijging salaris. Vorig jaar gingen we dus ook uit van een loonsomstijging van 3,0%. Waarschijnlijk is deze inschatting te hoog geweest. De verwachting over 2021 hebben we inmiddels aangepast in een verwachting van 2,4%. Dat betekent dat we naar verwachting 0,6% over houden uit 2021. Vandaar dat we in deze begroting uit gaan van een verhoging van 2,4%. Op basis van een totale loonsom van ca. € 62,3 miljoen betreft het een indexatie van ca. € 1,6 miljoen. Hiernaast gaan we voor ambtsjubilea en periodieken uit van een aanvullend bedrag van € 500.000. Afgerond is de loonsomontwikkeling dan € 2,1 miljoen. 3. Personele inzet Het is – zoals ook in de Koersnota geschetst – een uitdaging om onze ambities te realiseren met de huidige bezetting van onze organisatie. Door continu scherp te zijn op het stellen van prioriteiten, het herschikken van taken en het versnellen/vereenvoudigen van processen, hebben we tot heden met veel creativiteit veel ballen in de lucht weten te houden.
Dat is voor een deel ook zoals het hoort te gaan en waar we voor staan: met een scherpe en efficiënte bedrijfsvoering de bestuurlijke en maatschappelijke ambities op een gewenst niveau te realiseren. Een aantal opgaven en ontwikkelingen vraagt om extra inzet. Zonder deze extra inzet kunnen we de ambities en ontwikkelingen niet of onvoldoende realiseren. In het kader van onder meer de Woningbouw, de Klimaatagenda, de Ontwikkelagenda en de Omgevingswet ligt er een aantal grote uitdagingen. Ook de diverse voorstellen in deze Programmabegroting vraagt om extra ambtelijke inzet. Naast inzet op ambities en ontwikkelen willen we ook inzetten op dienstverlening. Kwaliteit van dienstverlening is het fundament van ons bestaan, alles in het belang van onze inwoners. De inwoner in de openbare ruimte, de inwoner in het sociaal domein, of de inwoner in het omgevingsdomein; iedere inwoner vraagt om dezelfde kwaliteit. We willen niet alleen en goed niveau van dienstverlening behouden, maar ook verder professionaliseren. Dit vraagt om extra investeringen in de bedrijfsvoering, steeds met het oog op de directe klantcontacten. Voor het bovenstaande hebben we de eerste twee jaren een bedrag nodig van ca. € 1,3 miljoen. De volgende jaren gaat het om ca. € 1,1 miljoen. 4.
Versterken bestuurlijke samenwerking (G40 en netwerken) Ter versterking van de positionering van Súdwest-Fryslân is bestuurlijke samenwerking essentieel. De G40 is één van de netwerken waar we bij aan willen sluiten. Daarnaast zijn nog andere bestuurlijkstrategische netwerken in beeld om lobbykansen op diverse opgaven van SWF te versterken. Aangezien de mogelijkheden van toetreding tot de G40 nog niet zeker zijn wordt eerst uitgegaan van inzet voor één jaarschijf. Begin 2022 zal helder worden of hier een structureel vervolg aan kan komen. 5. Integraal veiligheidsplan Het huidige veiligheidsplan is het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022. Dit plan dient geactualiseerd te worden. De aangevraagde middelen worden gebruikt om een nieuw plan op te stellen. 6. Buurtbemiddeling De toenemende sociale onrust in wijken en buurten vraagt om een neutrale bemiddelaar. Hoewel de gemeente lang niet altijd onderdeel van het probleem is, komen dergelijke vraagstukken wel vaak bij de gemeente terecht. Via klachtmeldingen, verstoringen openbare orde, handhavingsverzoeken en meldingen overlast wordt de gemeente vaak gebruikt als communicatiekanaal. Ervaringen in andere grote gemeenten leert dat een buurtbemiddelaar hierin een goede rol kan spelen zonder de schijn van partijdigheid.
Pagina 53 van 133
O21.001884
Het is de wens vanuit de raad om buurtbemiddeling te organiseren. Dit vergt personele inzet van een coördinator die een groep vrijwilligers aanstuurt. Deze personele kosten van de coördinator zitten in de totaalaanvraag voor personeel (zie onder punt 3 hiervoor). De middelen die we hier voorstellen om in de begroting op te nemen worden aangewend voor trainingen en reiskostenvergoedingen voor de vrijwilligers. 7. Hoarding Hoarding is een groter wordend probleem (ernstige vervuilde woningen) waarin het cluster Openbare Orde en Veiligheid de regie neemt in samenwerking met de gebiedsteams, woningbouwcoöperaties, handhaving en politie. Omwille van de snelheid (veiligheid) worden de kosten voorgeschoten. De kosten worden zoveel mogelijk verhaald op de bewoner c.q. woningbouwcoöperatie. Niet alle kosten zijn verhaalbaar. Daarom stellen we voor om hiervoor een budget voor op te nemen in de begroting.
Pagina 54 van 133
O21.001884
2.2.4
Overzichten
Algemene dekkingsmiddelen In de begroting moeten we een overzicht opnemen van de algemene dekkingsmiddelen. Bij algemene dekkingsmiddelen gaat het om gemeentelijke inkomsten die niet direct gerelateerd zijn aan een bestedingsdoel. Het gaat met name om de uitkering uit het gemeentefonds en onroerendezaakbelasting. De algemene dekkingsmiddelen zijn in principe vrij aanwendbaar: de gemeenteraad bepaalt voor welk doel we de middelen inzetten. Naast de vrij aan te wenden middelen kent Súdwest-Fryslân ook een aantal niet vrij aanwendbare heffingen, zoals Rioolrecht en Afvalstoffenheffing. Tegenover deze heffingen staan aanwijsbare kosten tot tenminste de opbrengst van de heffing. Hoofdtaakveld
Beleidsdocument
Besluitvorming gemeenteraad
Algemene dekkingsmiddelen
Belastingnota 2015
2 juli 2015
Naast bovenstaande beleidsdocumenten zijn er door de gemeenteraad diverse verordeningen vastgesteld. Voor een actueel overzicht van geldende verordeningen verwijzen we naar de website www.overheid.nl. Een link naar deze website is te vinden op onze eigen website, via de zoekterm “Verordeningen”.
Overhead In de begroting moeten we de kosten van Overhead centraal begroten en verantwoorden. De voorschriften bepalen dat kosten zoveel mogelijk direct dienen te worden toegerekend aan de betreffende taakvelden. Voor een aantal kosten is dit niet mogelijk. Het betreft met name de ondersteunende taken (zoals intern gerichte bedrijfsvoeringsteams) en de sturende taken (leidinggevenden). De kosten van deze taken moeten worden verantwoord op het taakveld Overhead. In de begrotingsvoorschriften zijn geen bepalingen opgenomen over de methodiek van toerekening van overhead aan de grondexploitatie en investeringen. Voor de toerekening van de overhead hebben we een toerekeningsregel bepaald aan de hand van de totale salariskosten overhead in verhouding met de salariskosten en inhuur van alle taakvelden. De totale salariskosten overhead bedragen € 20,3 miljoen en de salariskosten en inhuur van alle taakvelden € 47,7 miljoen. Afgerond komt er dan een percentage uit van 42%. We gebruiken dit percentage ook voor het extracomptabel toerekenen van de overhead naar de heffingen in verband met het berekenen van de kostendekkendheid. Heffing Vennootschapsbelasting (VPB) Met ingang van 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting (VPB) voor activiteiten die zij als onderneming verrichten.
Van een onderneming is sprake wanneer een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal deelneemt aan het economisch verkeer met het oogmerk winst te behalen. De te behalen winst moet wel redelijkerwijs zijn te verwachten. In de wet worden activiteiten waarmee in concurrentie wordt getreden gelijkgesteld met het oogmerk winst te behalen. We gaan er van uit dat de volgende activiteiten voor heffing van VPB in aanmerking komen: Inzameling bedrijfsafval Bouwgrondexploitatie Verzorgen ICT-dienstverlening voor Harlingen Uitlenen van personeel Niet al de voorgaande activiteiten leiden tot daadwerkelijke belastingheffing. Voorlopig gaan we uit van een daadwerkelijk belastbaar bedrag van € 150.000. Dit zou resulteren in een aanslag te betalen vennootschapsbelasting van € 30.000.
Pagina 55 van 133
O21.001884
Bedrag onvoorzien Het bedrag voor onvoorzien bedraagt € 109.000. Dit is ongeveer € 1,20 per inwoner. Wat mag het kosten? Saldo programma in meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000)
Rekening 2020
Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Totaal saldo baten en lasten
-195.720 33.166 31 4.867 -157.656
Begroot 2022 per taakveld (bedragen x € 1.000) Algemene dekkingsmiddelen Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Overhead Personeelslasten Huisvesting gemeentelijke diensten ICT Tractiemiddelen
Begroot 2021 na Wijziging -195.064 34.218 30 183 -160.633
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
-204.560 35.518 30 1.899 -167.113
-198.642 35.041 30 1.294 -162.276
-197.106 35.048 30 1.424 -160.604
-196.995 34.970 30 1.554 -160.441
Lasten
Baten
Saldo
2.006 704 938 260 104 0
206.566 1.312 12.558 9.890 109 182.697
-204.560 -608 -11.620 -9.630 -5 -182.697
36.550 34.010 1.553 656 331
1.032 758 20 254 0
35.518 33.252 1.533 402 331
Heffing VPB Vennootschapsbelasting (VpB)
30 30
0 0
30 30
Bedrag onvoorzien Overige baten en lasten Totaal saldo baten en lasten
1.899 1.899 40.485
0 0 207.598
1.899 1.899 -167.113
Pagina 56 van 133
O21.001884
Aanpassingen Overzichten In dit programma hebben we diverse aanpassingen verwerkt. Hieronder geven we ze weer in een overzicht. Daarna geven we een toelichting op de verschillende posten. De volgende aanpassingen komen aan bod: Aanpassingen die al eerder in de Jaarrekening 2020 of een Bestuursrapportage zijn toegelicht. Aanpassingen als gevolg van Circulaires of Rijksbijdragen. Aanpassingen als gevolg van nieuwe voorstellen. Vanwege de leesbaarheid worden sommige aanpassingen in het programma toegelicht waar ze thematisch het beste passen, terwijl ze soms (ook) betrekking hebben op andere programma’s. Bijvoorbeeld de loonsomontwikkeling. Deze wordt in de tekst alleen toegelicht in Programma Bestuur, maar cijfermatig heeft dit ook betrekking op de programma’s Sociaal en Ruimte en op de Overzichten. Nadelen zijn steeds met een minteken (-) aangegeven en voordelen met een plusteken (+). De vetgedrukte subtotalen komen steeds terug in het totaaloverzicht van paragraaf 1.2.
Aanpassingen Overzichten (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Structureel Jaarrekening of Bestuursrapportage 1. Verzekeringen
-100
-100
-100
-100
Subtotaal
-100
-100
-100
-100
2. Resultaat Meicirculaire 2021 t.o.v. Septembercirculaire 2020
4.539
3.417
2.319
2.377
3. Taakmutaties uit de Meicirculaire 2021
-168
-187
-207
-227
4. Begroten onderuitputting BTW compensatiefonds
489
489
489
489
5. Begroten compensatie Jeugdzorg
6.865
4.190
3.841
3.422
6. Resultaat Septembercirculaire 2021 t.o.v. Meicirculaire 2021
5.766
3.990
3.889
4.249
Circulaires / Rijksbijdragen
7. Taakmutaties Septembercirculaire 2021 8. Coronacompensatie Septembercirculaire 2021 Subtotaal
75
-54
-54
-54
-567
0
0
0
16.998
11.846
10.277
10.255
Nieuwe voorstellen 9. Scan begrotingsposten
0
453
892
1.516
-1.500
-1.500
-1.500
-1.500
11. Trendmatige verhoging belastingen
344
344
344
344
12. OZB, areaaluitbreiding
135
135
135
135
13. Motorrijtuigenbelasting
-45
-45
-45
-45
14. Verzekeringspremie wagenpark
-34
-34
-34
-34
10. Algehele indexatie (Begrotingsposten, IP en Kredieten)
15. Versteviging ICT Infrastructuur
0
-93
-331
-331
16. Kostenstijging exploitatie ICT infrastructuur
-250
-250
-250
-250
17. Ontwikkeling budget onderhoud software
-150
-150
-150
-150
18. Digitaliseren archiefbronnen
-30
-30
-30
-30
19. Continuering participatie Data Fryslân
-90
0
0
0
Pagina 57 van 133
O21.001884
20. Verlaging onderuitputting
-605
-430
-430
-175
21. Verlaging kapitaallasten
749
497
255
0
22. Van incidenteel naar structureel
-481
-305
0
0
Subtotaal
-1.956
-1.408
-1.144
-520
Subtotaal structureel
14.942
10.338
9.033
9.635
Incidenteel Nieuwe voorstellen 23. Van incidenteel naar structureel 24. Voeding ontwikkelagenda herstellen in 2023 en 2024 25. Voeding Ontwikkelfonds
481
305
0
0
0
-500
-1.030
0
-500
-500
-500
-500
Subtotaal
-19
-695
-1.530
-500
Subtotaal incidenteel
-19
-695
-1.530
-500
Jaarrekening of Bestuursrapportage 1. Verzekeringen Dit betreft een structurele budgetoverschrijding die eerder is toegelicht in de Jaarrekening 2020. Het gesignaleerde tekort is in 2021 opnieuw beoordeeld. Dit heeft niet geleid tot een andere inschatting van het benodigde budget dat moet worden aangevuld. Met dit voorstel corrigeren we de afwijkingen, waardoor we het budgetten weer in lijn brengen met de werkelijke verwachting. Het betreft geen beleidswijziging.
Circulaires / Rijksbijdragen 2. Resultaat Meicirculaire 2021 t.o.v. Septembercirculaire 2020 Via de Meicirculaire 2021 hebben we een hogere algemene uitkering ontvangen. Dit is eerder toegelicht in de Notitie Meicirculaire 2021 (actieve info van week 25). De begrote bedragen betreffen de verschillen tussen de Meicirculaire 2021 (zonder aannames BTW-compensatiefonds en compensatie Jeugdzorg) en de stand van de Programmabegroting 2021. Dit geeft ruimte in de begroting. Deze ruimte wordt gebruikt voor de taakmutaties die elders in deze Programmabegroting zijn opgenomen in de programma’s en door indexaties. 3. Taakmutaties uit de Meicirculaire 2021 Op 31 mei is de Meicirculaire 2021 verschenen. Via de Notitie Meicirculaire 2021 is de raad geïnformeerd over de uitkomsten van deze circulaire (actieve informatie in week 25). De gevolgen voor de jaren 2022 tot en met 2025 nemen we op in deze begroting. Het betreft voor de Overzichten de navolgende zaken. (Bedragen in €)
2022
2023
2024
2025
Wet Open Overheid (structureel)
77.000
96.000
116.000
136.000
Wet Open Overheid (incidenteel)
91.000
91.000
91.000
91.000
168.000
187.000
207.000
227.000
Totaal
Toelichting: Wet Open Overheid De Tweede Kamer heeft begin dit jaar de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het doel is de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn.
Pagina 58 van 133
O21.001884
Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. 4. Begroten onderuitputting BTW compensatiefonds Vanuit de verwachte onderuitputting vanuit het BTW compensatiefonds hebben we vorig jaar 100% van het maximaal te begroten bedrag opgenomen. In de Notitie Meicirculaire 2021 hebben we aangegeven om behoedzamer te willen begroten, door uit te gaan van het gemiddelde van de afgelopen 6 jaren. Nadien is er echter een compensatiebedrag voor de jeugdzorg toegekend aan gemeenten (zie volgende punt). Daarbij is afgesproken dat gemeenten 75% van het compensatiebedrag voor de jeugdzorg mogen opnemen in de meerjarenraming. Aangezien hier dus ook al enige behoedzaamheid is begroot, hebben we er voor gekozen om de onderuitputting BTW compensatiefonds toch weer voor het maximale bedrag op te nemen in de begroting. 5.
Begroten compensatie Jeugdzorg Een Commissie van wijzen heeft een uitspraak gedaan over het geschil tussen Rijk en gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg. Naar aanleiding van deze uitspraak is er voor 2022 een definitief bedrag toegekend aan gemeenten. Voor de jaren 2023 en verder moet een nieuw kabinet nog een besluit nemen. Afgesproken is dat gemeenten in de jaren 2023 en verder alvast 75% mogen opnemen van de bedragen die zijn aangegeven door de Commissie van wijzen. Voor Súdwest-Fryslân gaat het in de periode van 2022 - 2025 om een bedrag van € 6,9 miljoen aflopend naar € 4,9 miljoen. In onze meerjarenraming hadden we al eerder een stelpost opgenomen van € 1,5 miljoen. Deze stelpost vervalt, waardoor we de volgende extra ruimte krijgen in onze begroting: (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Compensatie jeugdzorg voor SWF
6.865
5.697
5.348
4.929
-1.507
-1.507
-1.507
4.190
3.841
3.422
Al begroot Extra ruimte in begroting SWF
6.865
In het verleden hebben we tekorten in de jeugdzorg gedekt vanuit de algemene middelen. Daardoor zijn onze budgetten van de jeugdzorg al goed op niveau. Alle nieuwe extra middelen zijn niet nodig om te besteden aan de jeugdzorg. Onder punt 8 van de mutaties van programma Sociaal is aangegeven welk bedrag we beschikbaar houden voor de jeugdzorg. Het overige deel (€ 3 miljoen in 2022 t/m 2024 en € 1,5 miljoen in 2025) gebruiken we in de begroting voor de dekking van andere zaken. Ook gebruiken we een deel voor Goede gezondheid en Welzijn, te vinden onder punt 20 van de mutaties van programma Sociaal. 6 t/m 8. Mutaties gerelateerd aan de Septembercirculaire 2021 De uitkomst van de septembercirculaire is zeer positief. Alle jaren ontvangen we miljoenen meer van het Rijk. De voordelen worden met name veroorzaakt door een sterk gestegen accres in 2022, dat structureel doorwerkt. In de circulaire spreekt men van een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling in de Macro Economische Verkenning (MEV-raming) van het Centraal Planbureau en een positieve volumeontwikkeling als oorzaak voor het hogere accres. Dieper inzoomend op de miljoenennota valt vooral een verwachte grote stijging van de zorgkosten op. Maar een complete verklaring voor het hoge accres van 2022 is niet uit de miljoenennota te halen. In wezen is dit ook niet relevant voor ons.
Er is namelijk in het geval van de accressen geen directe link tussen de uitgaven van het Rijk en die van ons. We ontvangen dus alle jaren een hogere algemene uitkering van het Rijk. Van deze voordelige saldi moeten wij betalen: taakmutaties en coronakosten. We weten nog niet of alle taakmutaties en alle coronacompensatie nodig is. Wij stellen voor om vooreerst het totaalbedrag voor taakmutaties en voor coronacompensatie geheel op te nemen in de begroting. Dat geeft ons tijd om de noodzakelijkheid van de inzet van de middelen af te wegen. Omdat we al het geld voor taakmutaties en coronacompensatie apart zetten, kan de uiteindelijk afweging alleen maar voordelig uitpakken voor onze algemene middelen.
Pagina 59 van 133
O21.001884
Nieuwe voorstellen 9. Scan begrotingsposten Bij de WSW zien we de laatste jaren een stevige daling van de bedragen in de algemene uitkering. Aan de inkomstenkant (de algemene uitkering) is deze daling op de juiste wijze verwerkt in de begroting. De uitgaven waren nog constant begroot. We hebben de begrote uitgaven nu een-op-een afgestemd op de inkomsten. Hierdoor ontstaat ruimte in de meerjarenraming. 10. Algehele indexatie (Begrotingsposten, IP en Kredieten) De afgelopen jaren is maar een beperkte indexatie doorgevoerd in de begroting. We merken dat veel budgetten, voorgenomen investeringen en kredieten onder druk staan door prijsstijgingen. Door de ruimte die met name de Septembercirculaire biedt, willen we in deze begroting weer uitgaan van een algehele indexatie, zowel van begrotingsposten (subsidies en inkoopbudgetten), investeringen vanaf het investeringsprogramma en lopende kredieten. Hiervoor hebben we € 1,5 miljoen opzij gezet. Indexeren willen we doen waar het nodig is. Daarvoor moeten we alle begrotingsposten en kredieten nalopen. Tijdens het opstellen van de programmabegroting was de tijd te krap om dit te doen. Deze actie volgt dus nog na vaststelling van de begroting. Hierbij gaan we uit van de volgende uitgangspunten. Indexatie vindt plaats over subsidie- en inkoopbudgetten. Indicatief gaat het om de volgende stromen in de begroting:
Volume aan subsidies, inkomens- en kapitaaloverdrachten: Inkoop-volume: Totaal te indexeren volume:
€ 23,8 miljoen € 50,2 miljoen € 74,0 miljoen
Als percentage gaan we uit van 2,4% voor loonsom-gerelateerde zaken, waarbij we net als voorgaande jaren aansluiten bij de indexatie van onze eigen loonsom. De overige onderdelen willen we indexeren met 1,6%, zijnde het indexatiepercentage dat wordt genoemd in de Meicirculaire 2021. Uitgaande van bovenstaand volume en percentages, betekent dit een benodigd bedrag van ca. € 1,25 miljoen. Hierbij houden we er al rekening mee dat niet alle begrotingsposten geïndexeerd hoeven te worden. Aanvullend houden we voor het investeringsprogramma en lopende kredieten rekening met € 250.000. We moeten dus nog goed beoordelen of alle begrotingsposten wel geïndexeerd moeten worden. Ook bij de kredieten zullen we nagaan waar indexatie het hardst nodig is. Hierdoor kan de onderlinge verdeling iets anders uitpakken dan aangegeven. 11. Trendmatige verhoging belastingen We hebben de belastingen verhoogd met een indexatie van 1,6% (prijsmutatie BBP, zoals vermeld in de Meicirculaire 2021). Dit is de gebruikelijke trendmatige verhoging die we elk jaar doorvoeren. Door deze indexatie kunnen we een hogere inkomst begroten van € 344.000. 12. OZB, areaaluitbreiding Door nieuwbouw ontvangen we jaarlijks extra OZB. De gemiddelde toename in de afgelopen twee jaren betrof € 135.000. Uitgaande van dit gemiddelde verwachten we ook in 2022 een soortgelijke toename.
Dit betreft dus niet een tariefstijging, maar hogere inkomsten als gevolg van hogere aantallen. Nieuwbouw betekent ook een groter te onderhouden areaal. We linken deze extra opbrengst daarom aan een hoger onderhoudsbudget voor kapitaalgoederen. Zie ook onder punt 14 van de mutaties van Programma Ruimte. 13. Motorrijtuigenbelasting Over ons wagenpark moet motorrijtuigenbelasting worden betaald. De afgelopen jaren bleek dat het budget niet toereikend is voor het bedrag dat aan belasting wordt geheven. We stellen voor om het budget voor de motorrijtuigenbelasting voor het gemeentelijke wagenpark te verhogen met € 45.000. 14. Verzekeringspremie wagenpark Door stijging van de verzekeringspremie van het wagenpark is het budget hiervoor niet meer toereikend. We stellen voor om het budget te verhogen met € 34.000.
Pagina 60 van 133
O21.001884
15. Versteviging ICT Infrastructuur De in de koersnota geschetste ontwikkelingen vragen een verdere professionalisering van de beheerorganisatie en versteviging van de ICT infrastructuur. Daarnaast hebben de ontwikkelingen van het afgelopen jaar geleid tot extra belasting en uitputting van onze voorzieningen. We hebben de grenzen bereikt en gaan er af en toe overheen, getuige een toename van incidenten. We worden geconfronteerd met de noodzaak voor extra middelen vanwege onder andere: er wordt meer gevraagd door de business (meer personeel, uitbreiding dienstverleningsniveau, verdere digitalisering); bestaande systemen vragen meer. Denk aan de impact van beeldverwerking, online beeldmateriaal, geografische programmatuur en toename opslag digitale informatie. We zien een forse stijging in de benodigde investeringen in onze netwerkvoorzieningen. Continuïteit van de informatievoorziening heeft de hoogste prioriteit. In de eerste plaats willen wij er voor zorgen dat wij de structurele veranderingen n.a.v. de Corona maatregelen goed ondersteunen en uitbouwen. Verder willen we de ICT inrichting zo ver vooruit brengen dat ze geen belemmering wordt, maar juist een katalysator is in de dienstverlening van de gemeente, optimalisatie bedrijfsprocessen, de uitvoering van (nieuwe) wetten en het formuleren en evalueren van beleid.
De voorgestelde middelen betreffen kapitaallasten om investeringen te kunnen doen in de ICT infrastructuur. Deze investeringen staan op het investeringsprogramma (bijlage C). 16. Kostenstijging exploitatie ICT infrastructuur ICT is een noodzakelijke productiefactor. Onvoldoende financiële middelen leidt tot uitval en verminderde beschikbaarheid van mensen en systemen. We zijn/worden geconfronteerd met kostenstijging in de exploitatie van ICT infrastructuur: door intensivering thuiswerken/hybride werken zijn er extra kosten apparatuur, licenties en benodigde ondersteuning; groei van de organisatie in aantal medewerkers; impact verhogen continuïteit, beschikbaarheid en dienstverleningsniveau; krapte ICT personeel (intern en markt) leidt tot hogere vervangings-/inhuurkosten. De voorgestelde verhoging betreft een verhoging van de reguliere budgetten voor ICT infrastructuur. 17. Ontwikkeling budget onderhoud software Het budget voor onderhoud en support van primaire proces applicaties moet worden uitgebreid. De uitbreiding ontstaat door uitbreiden van functionaliteit om te kunnen voldoen aan wettelijke eisen en nieuwe taken, uitbreiding van het aantal gebruikslicenties en veranderingen in licentiemodellen. Zonder de uitbreiding kunnen we niet voldoen aan onze contractafspraken. Het gevolg is dat we onderhoudscontracten af moeten bouwen.
Resultaat zal een mindere mate aan digitalisering zijn en mogelijk het niet voldoen aan wettelijke eisen. 18. Digitaliseren archiefbronnen De afgelopen jaren heeft het digitaliseren van archiefbronnen landelijk een grote vlucht genomen. Denk aan akten van de Burgerlijke Stand en Bevolkingsregisters. In Fryslân worden deze bronnen gepubliceerd op www.detiid.nl die sinds 2021 online staat en op www.allefriezen.nl een gezamenlijke website van Friese gemeenten en Tresoar. Deze site is in 2020 ruim 600.000 maal geraadpleegd. Onze archieven bevatten nog veel meer informatie die interessant is voor onderzoekers. Denk aan overzichten van weeskinderen in de 18e en 19e eeuw, evacués die in 1944/1945 vanuit Zuid-Nederland naar onze voormalige gemeenten kwamen en bouwvergunningen. Maar ook aan kranten zoals de Friso in Workum, De Bolswarder Courant en het Sneker Nieuwsblad. Ten opzichte van veel cultuurhistorische instellingen hebben wij nog een forse achterstand in digitalisering van het gemeentelijk archief. Dat is ook logisch, wij zijn immers pas recent begonnen met het Cultuurhistorisch centrum De Tiid. Daarom willen wij de hierboven genoemde bronnen de komende jaren digitaal ontsluiten, zodat ‘het verhaal van Súdwest-Fryslân’ steeds meer en diepgaander kan worden verteld. En wij De Tiid als het Cultuurhistorisch centrum in Súdwest-Fryslân verder op de kaart kunnen zetten.
Pagina 61 van 133
O21.001884
19. Continuering participatie Data Fryslân Vanaf 2019 participeert de gemeente Súdwest-Fryslân in Data Fryslân samen met andere gemeenten, provincies en scholen gericht op datagedreven werken binnen de gemeente en regio. Vanaf 2022 wordt deze tijdelijke samenwerking in een structurele samenwerking omgezet. De verwachting is dat in 2022 meer gemeenten gaan aansluiten in deze samenwerking. Voor een passieve samenwerking is een bijdrage van € 1 per inwoner afgesproken. Wij participeren op dit moment actief om er maximaal rendement uit te halen. Dit betekent dat één van onze medewerkers voor 50% participeert in Data Fryslân om een maximale uitwisseling van kennis en informatie te realiseren. Deelname is noodzakelijk: SWF wil op het gebied van datagedreven werken een leidende rol in regio. Gezien de complexiteit van de vraagstukken en snelheid van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van data en technologie is uitwisseling van kennis en informatie noodzakelijk. Gelijksoortige ontwikkeling zijn voor onze schaalgrootte kostbaar. Deze kunnen beter uitgevoerd worden in een samenwerkingsverband. Het creëren van extra waarde (informatie) uit de verzamelde data komt een (nog) betere beleidsvorming te goede voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken binnen de gemeente. Het doel is extra publieke waarde hiermee te realiseren.
De resultaten van datagedreven werken komen ten goede aan diverse beleidsterreinen. We stellen voor om de gevraagde bijdrage van € 90.000 eenmalig in 2022 in de begroting op te nemen. In de jaren daarna gaan we er van uit dat de kosten kunnen worden opvangen door de beleidsteams die voordeel hebben van datagedreven werken. 20. Verlaging onderuitputting We hebben in onze begroting kapitaallasten opgenomen van komende en lopende projecten. Deze kapitaallasten gaan in werkelijkheid pas lopen na afronding van een project. In werkelijkheid vertragen projecten en blijken de begrote kapitaallasten (tijdelijk) niet nodig te zijn. Ook daar houden we in de begroting rekening mee, door bij voorbaat een stelpost op te nemen voor onderuitputting. De provincie heeft aangegeven dat we geen onderuitputting meer mogen opnemen in onze begroting. Onderuitputting wordt gezien als een correctie op een onjuiste de investeringsplanning. Om dat te corrigeren dient geen onderuitputting te worden opgenomen, maar dient het investeringsprogramma zelf te worden aangepast. In de komende jaren willen we toegroeien naar een situatie waarbij er geen onderuitputting meer is opgenomen in onze begroting. Op dit moment hebben we € 605.000 aan onderuitputting opgenomen. Dit bestaat uit € 255.000 aan onderuitputting de Hemmen III (tot 2024) en € 350.000 aan algemene onderuitputting.
We stellen voor om de onderuitputting van de Hemmen III uit de begroting te halen en de algemene onderuitputting te halveren. 21. Verlaging kapitaallasten De verlaging van de onderuitputting (vorige punt), geeft een nadeel in onze begroting. Dit nadeel kan worden opgeheven door een andere planning van de investeringen, waardoor kapitaallasten pas later in de begroting worden opgenomen. We hebben enkele grotere investeringen die in de komende jaren nog niet tot een kapitaallast zullen leiden. Het gaat om de volgende investeringen: 2022
2023
2024
2025
Hemmen III
254.563
254.563
254.563
0
Bouw school Workum, It Finster
109.465
0
0
0
Bouw school Arum
43.354
0
0
0
Bouw Buitendienst
209.000
209.000
0
0
Kruispunt Marnezijl
53.000
33.000
0
0
Investeringen i.h.k.v. de Ontwikkelagenda
80.000
0
0
0
749.382
496.563
254.563
0
Totaal
Pagina 62 van 133
O21.001884
We stellen voor om de kapitaallast van bovenstaande investeringen in de genoemde jaren uit de begroting te halen. We zullen de kapitaallasten pas begroten wanneer de investering is afgerond. Daarmee kunnen we het nadeel van het wegvallen van onderuitputting ook in latere jaren opvangen. 22. Van incidenteel naar structureel Op 30 augustus 2018 is door de Commissie BBV de notitie structurele en incidentele baten en lasten gepubliceerd. Het doel van deze notitie is het verduidelijken wat de begrippen ‘structureel’ en ‘incidenteel’ precies inhielden, zodat deze begrippen meer eenduidig toegepast worden. In de praktijk wordt dit onderscheid nog niet altijd volledig conform de notitie gemaakt. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het feit dat het BBV geen scherpe definitie geeft van de begrippen ‘incidenteel’ en ‘structureel’. Dit kan tot verschillende interpretaties leiden tussen gemeenten onderling en tussen de gemeenten en de toezichthouder. Om deze discussies in de toekomst te beperken hebben de toezichthouders van de twaalf provincies een handreiking gepubliceerd. Dit is een verduidelijking van de notitie. Uit de handreiking blijkt dat wij in onze begroting enkele zaken als incidenteel hebben aangemerkt, die eigenlijk als structureel aangemerkt hadden moeten worden. We hebben dit omgezet in onze begroting.
Dit geeft een nadeel in ons structurele beeld en een voordeel in ons incidentele beeld. Per saldo is er geen effect op het begrotingssaldo. Het betreft de volgende zaken: 2022
2023
2024
2025
Groot onderhoud zwembad It Rak
80.000
80.000
0
0
Demarcatie CKS
126.000
0
0
0
Budget voor Vernieuwing Lokale Democratie
50.000
0
0
0
Formatie team ICT
225.000
225.000
0
0
Totaal
481.000
305.000
0
0
Nieuwe voorstellen (incidenteel) 23. Van incidenteel naar structureel Dit betreft de verschuiving van incidenteel naar structureel, zoals hiervoor toegelicht. 24. Voeding ontwikkelagenda herstellen in 2023 en 2024 Zoals blijkt uit het financiële overzichten van de Ontwikkelagenda in de bestuursrapportages, is er een overschot aan structurele kapitaallasten (voor investeringen) en op termijn een tekort aan incidentele middelen. De stand van het incidentele deel van de reserve Ontwikkelagenda is niet voldoende om alle geplande projecten te kunnen uitvoeren. Het tekort wordt mede veroorzaakt doordat de incidentele voeding van de ontwikkelagenda in de vorige programmabegroting is vervallen, maar er in de meerjarenraming wel incidentele uitgaven zijn gepland. We willen dit oplossen door de voeding van de ontwikkelagenda in de jaren 2023 en 2024 te herstellen (2x € 500.000). Daarna resteert nog een incidenteel tekort van € 530.000, waarvan we voorstellen om ook dat aan te vullen. 25. Voeding Ontwikkelfonds Zoals in de Bestuurlijke hoofdlijnen al beschreven, willen we stevig inzetten op de Ontwikkelmachine. Hierbij hoort een goed gevuld Ontwikkelfonds. Naast de noodzakelijke aanvulling zoals bij voorgaande punt beschreven, stellen we voor om het Ontwikkelfonds jaarlijks te voeden met € 500.000. Hiermee kunnen we nog meer onze ambitie van ontwikkelgemeente waar maken.
Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar paragraaf 1.1, Bestuurlijke ambities.
Pagina 63 van 133
O21.001884
2.2.5
Mutaties reserves
Hieronder volgt een overzicht van de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma in de komende jaren: Saldo mutatie reserves in meerjarenperspectief (lasten -/- baten) (bedragen x € 1.000) Programma 1 - Sociaal Reserve kapitaallasten Dorpshuizen Littenseradiel
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
-471 18
-423 18
-423 18
-411 18
Programma 2 – Ruimte Reserve kapitaallasten Uitvoering Klimaatagenda Parkeergarage Boschplein Overdracht Stedelijk Water
-377 525 35 300
-371 0 35 300
-376 0 35 300
-334 0 35 300
Programma 3 - Bestuur Ontwikkelagenda Diverse stortingen ivm Littenseradiel