Bijlage II - Oplegnotitie wijziging GR Hûs en Hiem 2022
Tekst van het document
Wijziging GR hûs en hiem Oplegnotitie 19 september 2022 Inleiding De advisering over monumenten en welstand heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld naar een brede advisering over cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit. In de praktijk zijn allerlei vormen van deskundigenadvisering ontstaan waarbij er steeds meer inbreng is vanuit de maatschappij en er een verbreding optreedt van de monumenten- en welstandsadvisering van een uitsluitend objectgerichte benadering naar een bredere tevens gebiedsgerichte benadering, en van louter beoordeling van vergunningsaanvragen naar een dialoog aan het begin van het planvormingsproces. Omgevingswet De Omgevingswet doet recht aan deze veranderingen en geeft gemeenten de vrijheid om een adviesstelsel in te stellen dat goed past bij de lokale situatie. Elke gemeenteraad moet vóór het inwerkingtreden van de Omgevingswet daar een besluit over nemen. Hoewel het gemeentelijk beleid vooralsnog van kracht blijft via de zogenaamde ‘bruidsschat’ vallen de huidige adviescommissies en adviseurs voor cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit niet onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Het is voor elke gemeente noodzakelijk om een ‘nieuwe’ gemeentelijke adviescommissie in te stellen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
De Omgevingswet schrijft minimale eisen voor om gemeenten ruimte te bieden om hieraan lokaal invulling te geven. De minimale vereiste (tenminste advisering over rijksmonumenten) betekent niet automatisch dat daarmee is voldaan aan de doelstelling van de Omgevingswet, de integrale afweging rondom omgevingskwaliteit. Zeventien van de achttien Friese gemeenten hebben de advisering over ruimtelijke kwaliteit en monumentenzorg ondergebracht bij de Gemeenschappelijke Regeling hûs en hiem. In VFG verband is besloten het bestaande systeem met de door hûs en hiem verzorgde advisering vooralsnog voort te zetten zodat de continuïteit gewaarborgd is. Er is immers voldoende tijd om afgewogen keuzes te maken over het beleid ten aanzien van de toekomstige borging van omgevingskwaliteit in Fryslân. Wijziging GR hûs en hiem Vooruitlopend op inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft het Algemeen Bestuur van hûs en hiem in november 2021 ingestemd met een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling. Deze wijziging zorgt er voor dat de GR ‘Omgevingwet-proof’ is. De gewijzigde GR dient nog door de colleges van B&W te worden behandeld. Via een raadsvoorstel dient aan de raden te worden gevraagd om toestemming te verlenen aan de colleges om de gewijzigde regeling te treffen.
De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (artikel 1, vierde lid, van de WGR). Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) Inmiddels is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: WGR) op 1 juli 2022 in werking getreden. Een aantal wijzigingen is direct per 1 juli 2022 van kracht geworden. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat het besluitvormingsproces voor wijziging van de GR hûs en hiem nog niet voor 1 januari 2023 (de vermoedelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet) is afgerond. Het Dagelijks Bestuur van hûs en hiem heeft hierover bij een extern jurist advies ingewonnen.
Voorstel t.a.v. GR hûs en hiem Voorgesteld wordt dat de colleges de ontwerpregeling aanbieden aan hun gemeenteraad met het verzoek dat als de raad geen gebruik wenst te maken zienswijze over de ontwerpregeling naar voren te brengen, de raad meteen besluit het college toestemming te verlenen om de gemeenschappelijke regeling te treffen/wijzigen. Dit is dan in lijn met de recente wijziging van de WGR. Het Dagelijks Bestuur van hûs en hiem verwacht dat op deze wijze voldaan kan worden aan de eis om Omgevingswet-proof te zijn vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bovenstaand voorstel laat onverlet dat de GR hûs en hiem ook op een aantal andere punten dient te worden aangepast aan de gewijzigde WGR. De wetgever biedt de ruimte om de aanpassingen door te voeren vóór 1 juli 2024. Het Dagelijks Bestuur van hûs en hiem zal hiervoor een zelfstandig traject opstarten waarin de vereiste wijzigingen in de regeling zullen worden doorgevoerd. Het DB wil in dit traject nadrukkelijk de ruimte bieden voor participatie. Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Naast het wijzigen van de GR dienen de gemeenteraden afzonderlijk nog de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie vast te stellen. Met die verordening stelt de betreffende gemeenteraad een gemeentelijke adviescommissie in als bedoeld in artikel 17.9 van Omgevingswet.
Dit betekent dat de gemeenteraad op het moment van het vaststellen van voornoemde verordening voldoet aan de vereisten uit de Omgevingswet. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in samenwerking met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (FRK) en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) een modelverordening opgesteld voor het instellen van de gemeentelijke adviescommissie onder het regime van de Omgevingswet. Een werkgroep van de Vereniging Friese Gemeenten (VFG) is betrokken bij de implementatie van deze verordening in de Friese gemeenten. In de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie wordt het secretariaat van de commissie belegd bij de GR hûs en hiem. Verder draagt de GR hûs en hiem kandidaten voor de adviescommissie voor aan de gemeenteraden. De gemeenteraden zijn uiteindelijk het orgaan dat de leden ook daadwerkelijk benoemt. Om continuïteit van de advisering te garanderen wordt voorgesteld om de zittende leden, wiens benoemingstermijn nog niet is verlopen, te benoemen als leden van de ‘nieuwe’ gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit. Zoals gebruikelijk zullen er voor de vrijkomende zetels in de adviescommissie nieuwe kandidaten worden voorgedragen.
Voor een inzichtelijke procesgang wordt door het Dagelijks Bestuur aanbevolen om de Verordening op de Gemeentelijke Adviescommissie en de benoeming van de leden van de adviescommissie gezamenlijk te agenderen in de gemeenteraad. Besluitvormingsproces 1. De colleges zenden de ontwerpregeling voor de (gewijzigde) GR hûs en hiem aan hun gemeenteraad met het verzoek hierop al of niet een zienswijze te geven. De raden hebben hiervoor 8 weken de tijd. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. 2. De colleges voegen daarbij het verzoek dat als de raad geen gebruik wenst te maken een zienswijze over de ontwerpregeling naar voren te brengen, de raad meteen besluit het college toestemming te verlenen om de gemeenschappelijke regeling te treffen/wijzigen. 3. De raad zal de onderhavige toestemming schriftelijk verlenen (middels het raadsbesluit), hetgeen impliceert dat de verlening van de toestemming ook een besluit in de zin van de Awb is. Daarmee voldoet de toestemming aan de omschrijving van het toestemmingsbegrip van art. 10:32 lid 1 Awb: de toestemming voor het nemen van een besluit door een ander bestuursorgaan.
Inwerkingtreding Afschriften van de college- en raadsbesluiten dienen schriftelijk aan het dagelijks bestuur van hûs en hiem te worden verzonden. Na verkregen toestemming van alle raden van de deelnemende colleges dient de nieuwe/gewijzigde regeling bekend te worden gemaakt in het Gemeenteblad van de gemeente van de plaats van vestiging. Het college van de Leeuwarden maakt daarmee in één keer de regeling bekend in alle gemeenten. De GR moet de regeling vervolgens verwerken in het landelijke register en de daartoe benodigde gegevens invoeren, maar dit is géén voorwaarde voor inwerkingtreding. Enkel de bekendmaking in het Gemeenteblad is leidend. Zodra de GR is bekendgemaakt in het Gemeenteblad, treedt deze in werking. Voornemen van het Dagelijks Bestuur is om de publicatie te laten aansluiten bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bijlagen: Gewijzigde GR hûs en hiem 2022 Vigerende GR hûs en hiem 2015 Was-wordt tabel wijziging GR hûs en hiem