CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - Bestemmingplan Sneek - Part.her. Noordoosthoek-Normandiaplein

Raadsvergadering 31 maart 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan Snits – parsjele feroaring bestimmingsplan Noordoosthoek-Normandiaplein12.231 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CONCEPT*

vastgesteld Sneek - partiële herziening bestemmingsplan Noordoosthoek-Normandiaplein

Inhoud 1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 3 2. BELEIDSKADER................................................................................................................................ 5 2.1 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 5 2.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................ 5 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ............................................... 5 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking.......................................................................... 6 2.2 Provinciaal beleid ...................................................................................................................... 6 2.2.1 Streekplan Fryslân ............................................................................................................. 6 2.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014................................................................................... 6 2.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................

7 2.3.1 Detailhandelsstructuurvisie ............................................................................................. 7 2.3.2 Voorbereidingsbesluit........................................................................................................ 9 2.3.3 Woonvisie 2017 - 2022 .................................................................................................... 9 2.3.4 Ambitiedocument Wonen SWF 2019 ............................................................................. 9 2.3.5 Afwegingskader woningbouw ........................................................................................ 10 2.3.6 Wonen boven winkels - Bestemmingsplan Noordoosthoek-Normandiaplein en Omgevingsvergunning ............................................................................................................... 10 3. RANDVOORWAARDEN .................................................................................................................. 12 3.1 Weg- en spoorweglawaai ...................................................................................................... 12 3.2 Hinder van en voor bedrijven ............................................................................................... 12 3.3 Luchtkwaliteit ...........................................................................................................................

12 3.4 Externe veiligheid.................................................................................................................... 12 3.5 Bodem ....................................................................................................................................... 13 3.6 Ecologie ..................................................................................................................................... 13 3.7 Archeologie ............................................................................................................................... 13 3.8 Water ......................................................................................................................................... 14 3.9 Verkeer en parkeren............................................................................................................... 14 4. JURIDISCHE TOELICHTING......................................................................................................... 15 4.1 Bestemmingsplanprocedure ................................................................................................. 15 4.1.1 Procedure...........................................................................................................................

15 4.1.2 Beroepsprocedure ............................................................................................................ 15 4.2 Juridische vormgeving ........................................................................................................... 15 4.3 Toelichting op de bestemming ............................................................................................. 16 4.3.1 Detailhandel ...................................................................................................................... 16 5. UITVOERBAARHEID ...................................................................................................................... 17 5.1 Economische uitvoerbaarheid............................................................................................... 17 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 17

1

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Parkeernormen Bijlage 2 Watertoets Bijlage 3 Akoestisch onderzoek

2

1. INLEIDING Het Normandiaplein bestaat uit een parkeerplaats met daaromheen winkels en woningen. Er zijn twee winkelcomplexen, één aan de noordoostzijde (nummers 4 en 5) van het plein en één aan de zuidwestzijde (nummers 6, 7 en 7a). De volgende detailhandelsbedrijven zijn er gevestigd: Normandiaplein 4, supermarkt; Normandiaplein 5, babyzaak; Normandiaplein 6, supermarkt; Normandiaplein 7, discountwinkel. Boven het winkelcomplex aan de zuidzijde, het dichtst bij het centrum van Sneek, is een parkeergarage. Boven de babyzaak wordt gewoond. Op 19 december 2019 heeft de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen. Door middel van dit bestemmingsplan wordt een vervolg aan het voorbereidingsbesluit gegeven (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1900.2019oostVBnormboscvast/d_NL.IMRO.1900.2019oostVBnormbosc-vast.pdf).

Figuur 1

Besluitgebied voorbereidingsbesluit

Het plangebied komt grotendeels overeen met het besluitgebied van het voorbereidingsbesluit. Om praktische redenen is het plangebied iets uitgebreid met de

3

overkapping van het pand Normandiaplein 5a/5b, de gevel en de helling naar de parkeergarage boven het pand Normandiaplein 6/7. In het navolgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op het beleidskader. Het rijksbeleid en het provinciale beleid komen aan bod. In paragraaf 2.3 wordt in gegaan op het gemeentelijke beleid wat betreft de detailhandel in Sneek. Ook het wonen boven winkels is behandeld in deze paragraaf. De randvoorwaarden voor het winkelcentrum zijn onderwerp van hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de juridische aspecten van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

4

2. BELEIDSKADER 2.1 Rijksbeleid 2.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft richting voor keuzes, inspireert, stelt kaders en zorgt voor een integrale aanpak van strategische opgaven in de fysieke leefomgeving. Vier prioriteiten staan centraal: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI stelt een integrale aanpak voor, waarbij samengewerkt wordt met andere overheden en maatschappelijke organisaties. De opgaven rond wonen, klimaat, energie, circulaire economie, verkeer en vervoer en landbouw zijn zo groot en ingewikkeld dat meer sturing vanuit het Rijk nodig is. Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. De NOVI maakt hierbij gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Het rijk heeft de volgende inhoudelijke keuzes vastgelegd in de NOVI: 1. een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; 2.

de transitie van de energievoorziening, bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor de omgevingskwaliteit; 3. de transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; 4. de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland; hiermee stuurt het rijk op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit; 5. concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en behoud van de openheid van het landschap; 6. herindeling van het landelijk gebied in evenwicht met natuur en landschap. Werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw. Doorwerking plangebied Onderhavig bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen van nationaal belang mogelijk. Het rijksbeleid vormt dan ook geen belemmering voor de voorgestane ontwikkelingen. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het Barro bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit de SVIR. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd.

Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied 5

Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in onderhavig bestemmingsplan die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavig bestemmingsplan is dus in overeenstemming met het Barro. 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo. De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en leidde vanaf die datum tot een constante stroom jurisprudentie. In de praktijk werd de toepassing van de Ladder als lastig ervaren en bleef vaak achterwege. Het Rijk heeft met alle partijen in het veld verkend wat mogelijke oplossingen zijn voor de geconstateerde knelpunten. Mede aan de hand van deze verkenning is de Ladder gewijzigd. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Doorwerking plangebied Omdat het onderhavig bestemmingsplan de bestemming ‘Detailhandel’ uit het geldende bestemmingsplan ‘Noordoosthoek – Normandiaplein’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 17 november 2011) overneemt en alleen enkele voorwaarden wijzigt is er geen sprake van ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ in de zin van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’.

Gelet hierop is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing en behoeft de ladder niet doorlopen te worden.

2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Streekplan Fryslân Het provinciaal beleid is vastgelegd in het Streekplan Fryslân 2007. De provincie stelt dat uitbreiding van perifeer detailhandelsaanbod de detailhandelsstructuur in de provincie zal verstoren en dat deze verstoring het minste is in Leeuwarden. Voor een aantal opgenomen stedelijke centra geldt dat vestiging van detailhandel buiten de kernwinkelgebieden mogelijk is, voor zover die binnen de kernwinkelgebieden moeilijk inpasbaar is dan wel afbreuk doet aan de kwaliteit daarvan. In de praktijk gaat het dan om supermarkten en detailhandel in volumineuze goederen. 2.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014 De provincie Friesland heeft het ruimtelijk beleid opgenomen in de Verordening Romte Fryslân 2014 De provincie streeft naar het behoud van kwaliteit en aantrekkelijkheid van bestaande winkelgebieden. Buiten bestaande kernwinkelgebieden is perifere detailhandel toegestaan die niet in bestaande kernwinkelgebieden inpasbaar is. Detailhandel buiten het bestaande kernwinkelgebied mag geen afbreuk doen aan de functionele en ruimtelijke kwaliteit van het bestaande kernwinkelgebied. Daarnaast vraagt de provincie aandacht voor het voorkomen van branchevervaging. De provincie stuurt tevens aan op regionale afstemming van nieuwe detailhandelsinitiatieven.

Doorwerking plangebied Gelet op het bovenstaande is onderhavig bestemmingsplan in overeenstemming met het provinciaal beleid. Het plan maakt de bestaande winkelvestigingen mogelijk. Er is geen sprake van een nieuwe ontwikkeling.

6

2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Detailhandelsstructuurvisie Het lokale detailhandelsbeleid is vastgelegd in Detailhandelsstructuurvisie herijking 2019. Het beleid grijpt voor de strategische basis terug op de Ontwikkelvisie gemeente Súdwest-Fryslân 2011-2012. Hierin wordt een ontwikkelingsrichting voor de gemeente Súdwest-Fryslân geschetst. De detailhandelsstructuurvisie heeft zowel een aanjaagfunctie toetsingskader wordt geboden voor nieuwe ontwikkelingen.

als

wel

dat

een

In het beleid staat de toegankelijkheid van voorzieningen voorop. Hoofddoelstelling is dat inwoners van alle kleine kernen op aanvaardbare afstand (< 5 km) detailhandelsvoorzieningen beschikbaar hebben en dat deze ook goed toegankelijk voor hen zijn. In de praktijk ligt hier dus een rechtstreekse koppeling met het streven naar een volwaardig pakket aan voorzieningen in de steden Sneek, Bolsward, en de regionale kernen (zoals Witmarsum, Makkum en Koudum). Bij de toegankelijkheid horen zeker concepten als thuisbezorgen van boodschappen door supermarkten. Bij toegankelijkheid wordt ook nadruk gelegd op een goede digitale toegankelijkheid die steeds belangrijker wordt. De gemeente zet hier vol op in en legt de relatie met krimp- en leefbaarheidsdossier en het kernenbeleid. Hierdoor is ook vanuit het rijk en provincie volop aandacht en komen naar verwachting ook middelen beschikbaar. Sneek heeft een overzichtelijke detailhandelsstructuur. In Sneek kunnen een 4-tal winkelgebieden/-locaties worden onderscheiden die qua aard en schaal en bezoekmotieven verschillen en daardoor grotendeels aanvullend aan elkaar zijn: 1. Binnenstad (recreatief winkelgebied-funshoppen); 2. Schillocaties (boodschappen en doelgericht); 3. Solitaire supermarktlocaties (boodschappen doen); 4. Bedrijventerrein (doelgericht, laagfrequent) Detailhandelsstructuurvisie SúdwestFryslân.

De gemeente is bij de ontwikkeling van het beleid voor de detailhandel met name uitgegaan van de kwaliteit van het aanbod en de keuzemogelijkheid van de consument. Hierbij streeft zij naar versterking en aanvulling van de specifieke kwaliteiten van winkelgebieden en clusters. Tevens legt de gemeente prioriteit bij het tegengaan van leegstand en de ruimtelijke effecten van leegstand. De gemeente neemt in de leegstandsbestrijding nadrukkelijk een regierol en een faciliterende rol. De regierol bestaat uit het samenbrengen van belanghebbende partijen en het bespreken van oplossingsrichtingen. Supermarkten Het supermarktaanbod is als gevolg van autobereikbaarheid, parkeren en schaalvergroting grotendeels uit de stads- en dorpscentra verdwenen. Deze tendens is volgens de gemeente onomkeerbaar. Uitgangspunt is dat supermarkten als de belangrijkste ‘motoren’ van een winkelgebied structuurversterkend zijn en zeker geen verzwakking. Hierbij heeft vestiging in de nabijheid van een kernwinkelgebied de voorkeur. Van belang is dat de verbinding zowel fysiek en functioneel in orde is. Binnenstad Sneek Kern Sneek beschikt ten opzichte van de andere kernen in de gemeente over veel detailhandelsaanbod en functioneert als (boven)regionale verzorgende kern. De binnenstad van Sneek vormt het recreatieve winkel- en voorzieningengebied van de gemeente.

Sneek trekt naast bezoekers uit de eigen gemeente ook veel koopkracht van buiten. De gemeente ambieert voor Sneek een nog sterkere regiofunctie. Om het recreatieve profiel goed te kunnen blijven vervullen acht zij het noodzakelijk bezoekers 7

een zeer ruim en divers aanbod, uniciteit en sfeer (recreatief winkelen) te bieden. Hiervoor maakt de gemeente heldere keuzes en kiest voor een kwalitatief sterk, compact kernwinkelgebied in de binnenstad welke is vastgelegd in navolgende visiekaart van het centrum.

Figuur 2

Visiekaart uit Detailhandelsstructuurvisie

Schillocatie Normandiaplein Voor de schillocaties is het volgende in de Detailhandelsstructuurvisie 2019 opgenomen: De 3 huidige schillocaties Normandiaplein, Boschplein, en Antoniusplein zijn in de structuur een “vooruitgeschoven post” van het kernwinkelgebied en vormen de “schakel” tussen centrum en periferie. Daarnaast vormen ze bronpunten voor parkeren. Hier kunnen middelgrote winkels (> 500 m2 VVO) worden gevestigd met dagelijks, doelgericht en recreatief aanbod die in de binnenstad lastig een plek kunnen vinden. (zoals supermarkten). Gemak en voldoende parkeergelegenheid vormen de belangrijkste bezoekmotieven voor de schillocaties. Om combinatiebezoek met de binnenstad optimaal te stimuleren moet de verbinding tussen kernwinkelgebied en schillocaties optimaal zijn voor voetgangers. Dit geldt zowel voor de fysieke (veilige en heldere) als functionele verbindingen. De bezoeker moet als het ware vanaf de schillocatie de binnenstad in worden getrokken en andersom. Specifiek voor het Normandiaplein geldt: Vooral de functionele en zichtverbinding met het kernwinkelgebied moet worden verbeterd. Hier liggen vooral kansen in de panden op hoek Leeuwarderweg. (Pand Bouma). Door een herinvulling op deze locatie kan de (zicht) verbinding en functionele verbinding worden verbeterd.

Hierbij wordt vanuit concentratieoptiek niet direct gedacht aan een detailhandelsfunctie maar aan andere publieke (meng) functies. Gemak en bereikbaarheid moeten optimaal worden gegarandeerd met goede fysieke verbindingen en verwijzingen. Verblijfskwaliteit is niet het belangrijkste bezoekdoel maar

8

een verbetering van de ruimtelijke uitstraling en sfeer zou de toekomstbestendigheid van het Normandiaplein wel ten goede komen. 2.3.2 Voorbereidingsbesluit Op 28 augustus 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over de toepassing van de Dienstenrichtlijn. Centraal stond het bestemmingsplan voor het gebouwencomplex aan het Sint Antoniusplein te Sneek. Dit bestemmingsplan bevat oppervlaktevoorschriften voor (individuele) detailhandelsvestigingen in dagelijkse en niet-dagelijkse goederen en horecagelegenheden. Doelstelling van de oppervlaktevoorschriften is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede voorzieningenstructuur in Sneek en omstreken te bevorderen, onder andere door leegstand in het stadscentrum zoveel mogelijk te voorkomen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeert dat de gemeente Súdwest-Fryslân zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de in het plan opgenomen oppervlaktevoorschriften noodzakelijk én effectief zijn en niet verder gaan dan nodig is om de door ons beoogde doelen te bereiken. Voor de andere schillocaties (Normandiaplein en Boschplein) golden geen oppervlaktebeperkingen (<500 m²). Daarom is voor beide locaties een voorbereidingsbesluit genomen.

Het doel van het voorbereidingsbesluit was het voorkomen van het vestigen van detailhandelszaken met een vloeroppervlak kleiner dan 500 m² in de gebouwencomplexen op het Normandiaplein en het Boschplein. Het voorbereidingsbesluit is gericht op het gelijkschakelen van de bestemmingsregelingen voor de schillocaties. Dit bestemmingsplan is het vervolg op het voorbereidingsbesluit. 2.3.3 Woonvisie 2017 - 2022 De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente goed kunnen wonen. Daarom heeft de gemeenteraad in juli 2017 een Woonvisie vastgesteld waarin de gemeentelijke ambities voor een rechtvaardige en evenwichtige woonruimteverdeling zijn vastgelegd voor de sociale huurvoorraad en de particuliere woningvoorraad. In de Woonvisie is vastgelegd hoe de gemeente zorgt voor een optimaal functioneren van de woningmarkt. Hierbij is bijzondere aandacht voor de volgende thema’s: −

Beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor alle doelgroepen,

−

Wonen, zorg en participatie,

−

Kwaliteit en duurzaamheid.

De Woonvisie vormt de basis voor het maken van prestatieafspraken woningbouwcorporaties, huurdersverenigingen en gemeente.

tussen

2.3.4 Ambitiedocument Wonen SWF 2019 De ambities uit de woonvisie en de uitkomsten van het woononderzoek uit 2018 vormen de basis voor het Ambitiedocument Wonen SWF 2019. Het is de verdere doorvertaling en concretisering van de woonvisie. Deze volgende uitgangspunten zijn leidend als het gaat om woningbouw: • Zuinig ruimtegebruik, • Herbestemmen en transformeren gaat voor nieuwbouw, • Inbreiding (bouwen binnen bestaande bebouwing) gaat voor uitbreiding, • De gemeente is geen uniforme woningmarkt, we onderscheiden zes deelgebieden met hun eigen woningmarktdynamiek, 9

•

In alle kernen blijft woningbouw mogelijk, we ondersteunen plaatselijke initiatieven actief

•

Toevoeging van woningen moet een maatschappelijke meerwaarde hebben.

In Sneek is de druk op de woningmarkt het grootst. Transformatie gaat voor nieuwbouw. Bij elk initiatief voor transformatie kijken we goed naar de wenselijke invulling. Het initiatief moet een leegte in het aanbod opvullen en/of een zo lang mogelijke verhuisketen op gang brengen. Er komt een kleinere behoefte aan grote gezinswoningen en meer behoefte aan woningen voor kleine huishoudens en aan geschikte woningen voor ouderen. 2.3.5 Afwegingskader woningbouw Het afwegingskader woningbouw is door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 26 maart 2019 en is bedoeld om de juiste plannen op de juiste plek op het juiste moment te realiseren. Het afwegingskader wordt toegepast op plannen van meer dan 2 woningen. Het afwegingskader bestaat uit een basistoets, een kwalitatieve toets en een kwantitatieve toets. Elk van deze toetsen bestaat uit verschillende onderdelen. In de basistoets wordt beoordeeld of het plan kan voldoen aan de kaders voor wonen en wordt een quickscan uitgevoerd voor wat betreft de planologische mogelijkheden en de ruimtelijke kwaliteit. In relatie tot het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is de toetsing vanuit het Woonplan vooral relevant. Plannen moeten voldoen aan een aantal uitgangspunten, de drie belangrijkste zijn: •

Zuinig ruimtegebruik,

•

Herbestemmen en transformatie gaat voor nieuwbouw,

•

Inbreiding gaat voor uitbreiding.

Deze uitgangspunten zijn vertaald naar de verschillende kernen. Voor Sneek (en Bolsward) betekent dit het volgende: •

Sneek en Bolsward zijn groeikernen waar transformatie/herbestemmen en nieuwbouw op inbreidingslocaties mogelijk is. Om in de behoefte te voorzien, is in Sneek en Bolsward ook ruimte voor projectmatige nieuwbouw (uitbreiding). Ruimte voor alternatieve woonvormen als knarrenhofje, eco-wijk of tijdelijke woonconcepten (bijvoorbeeld Tiny Houses).

2.3.6 Wonen boven winkels - Bestemmingsplan Noordoosthoek-Normandiaplein en Omgevingsvergunning In het voorliggende bestemmingsplan komt wonen voor in de vorm van drie appartementen boven de winkel aan het Normandiaplein 5. Het wonen boven winkels was al mogelijk in het “oude” bestemmingsplan Noordoosthoek-Normandiaplein. Aanvankelijk waren twee appartementen aanwezig boven de winkel. Eind 2019 is een omgevingsvergunning verleend voor een derde appartement. Tegen deze vergunning is door een aantal bewoners van de Jachthavenstraat, Leeuwarderkade en Leeuwarderweg een bezwaar ingediend. Deze bezwaarschriften zijn behandeld door de algemene kamer van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Súdwest-Fryslân. De algemene kamer heeft het advies uitgebracht aan het college om het bestreden besluit in stand te laten. Daarnaast heeft een aantal indieners in een brief aan de gemeenteraad gevraagd om de bestemming ‘Detailhandel’ aan te passen zodanig dat de in de bestemmingsomschrijving de mogelijkheid om op de etage boven winkelpanden te mogen wonen wordt geschrapt. Toegezegd is dat deze mogelijkheid voor wonen boven winkels in een nieuw bestemmingsplan zou worden heroverwogen. 10

Het wonen boven winkels in de vorm van drie appartementen boven de winkel aan het Normandiaplein 5 past binnen het woonbeleid van de gemeente Súdwest-Fryslân. Het wonen boven winkels betekent dat de ruimte zuinig wordt gebruikt; er is sprake van meervoudig (dubbel) ruimtegebruik. Het derde appartement is ingericht in een gedeelte van de bestaande bebouwing dat onderdeel uitmaakte van het bedrijf; daardoor is sprake van transformatie. Voor het gebruik van de woningen en de daarbij behorende buitenruimte is een aanduiding op de verbeelding opgenomen. Het bij de woningen behorende terras ligt op afstand van de tuinen aan de Jachthavenstraat en de Leeuwarderkade. Daardoor wordt inkijk voorkomen en de privacy van de omringende bewoners beschermd. Het gebruik van de woningen boven de winkel aan het Normandiaplein 5 vormt geen onevenredige aantasting van het de leefomgeving van het omliggende woongebied. Ook de bestaande mogelijkheid voor wonen boven de supermarkt aan het Normandiaplein 4 is gehandhaafd en beperkt tot de verdieping. Hier zijn nu geen woningen aanwezig, maar de mogelijkheid van transformatie van dit deel van de bedrijfsbebouwing blijft gehandhaafd. Hiervoor is een aanduiding op de verbeelding opgenomen. Deze aanduiding is beperkt tot de verdieping. Bovendien is het aantal woningen beperkt tot maximaal 3.

De hiervoor genoemde overwegingen, ten aanzien van het wonen boven Normandiaplein 5, zijn ook hier van toepassing. Het gebruik van de verdieping voor de woonfunctie boven de supermarkt aan het Normandiaplein 4 vormt geen onevenredige aantasting van het de leefomgeving van het omliggende woongebied. Boven de winkels in het andere deel van het plangebied bevindt zich nu het parkeerdek. Functieverandering ten behoeve van het wonen is daar niet reëel. Dit zou ten koste gaan van de parkeerplaatsen op het dek. Op basis van het parkeerbeleid van de gemeente Súdwest-Fryslân dienen deze parkeerplaatsen te worden gehandhaafd. De parkeerdruk in dit gebied is hoog, mede vanuit het centrum van Sneek. In bijlage 1 zijn de parkeernormen opgenomen. Het wonen boven winkels in het voorliggende bestemmingsplan is beperkt tot de drie bestaande appartementen aangevuld met maximaal drie appartementen boven de supermarkt.

11

3. RANDVOORWAARDEN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke planaanpassing waarin het voorliggende plan voorziet.

randvoorwaarden

voor

de

3.1 Weg- en spoorweglawaai Het plan voorziet in de mogelijkheid van het realiseren van drie nieuwe woningen boven Normandiaplein 4. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen in de bijlage 3. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat een hogere waarde moet worden vastgesteld. Voor nieuwe woningen in stedelijk gebied kan een hogere waarde van ten hoogste 63 dB worden vastgesteld. Voor het mogelijk maken van de woningen zal een waarde van 55 dB worden vastgesteld ten gevolge van de Leeuwarderweg en een waarde van 54 dB ten gevolge van Normandiaplein. Deze hogere waarden worden vastgesteld, voordat het bestemmingsplan vastgesteld wordt. Detailhandel is niet geluidgevoelig in de zin van de Wet geluidhinder.

3.2 Hinder van en voor bedrijven Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen andere functies mogelijk, dan het voorgaande bestemmingsplan mogelijk maakte. Er is geen sprake van hinder van en voor bedrijven.

3.3 Luchtkwaliteit Omdat de bestemming niet wezenlijk verandert, zijn geen negatieve effecten voor de luchtkwaliteit te verwachten. Het project mag worden beschouwd als ‘niet in betekende mate’ in de zin van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), waarop de bepalingen over de luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer zijn geënt.

3.4 Externe veiligheid Het bestemmingsplan heeft geen negatieve effecten voor de externe veiligheid. Dichtstbijzijnde risicobron is een benzinestation met LPG-verkoop aan de Goeman Borgesiuslaan. De risicocontouren van het LPG-station reiken niet tot in het plangebied.

Figuur 3 12

Uitsnede Risicokaart.nl

3.5 Bodem Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk, waarvoor de bodemkwaliteit van belang is.

3.6 Ecologie Het bestemmingsplan heeft geen effecten voor eventuele ecologische waarden in het plangebied. De gebouwen in het plangebied ondergaan geen uitbreidingen en er vindt geen sloop plaats.

3.7 Archeologie Het gebied is in de gemeentelijke Famke aangeduid met Waarde – Archeologie 2. Dit betekent dat bij ingrepen van meer dan 2500 m² archeologisch onderzoek plaats moet vinden. Het voorliggende plan is een in hoofdzaak conserverend plan. Er zijn geen bodemingrepen voorzien.

Figuur 4

13

Uitsnede van de FAMKE steentijd-bronstijd

Figuur 5

Uitsnede van de FAMKE ijzertijd-middeleeuwen

3.8 Water Er heeft een watertoets plaatsgevonden door het Wetterskip Fryslân. Het plan heeft geen invloed op de waterhuishouding. Er is geen sprake van een waterschapsbelang. De watertoets is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.

3.9 Verkeer en parkeren Zowel het vigerende als het voorliggende plan staat de vestiging van winkels en wonen toe. De bestaande wegen in de omgeving zijn voldoende gedimensioneerd voor de huidige verkeersstromen. Rond het plangebied zijn voldoende parkeermogelijkheden, namelijk het Normandiaplein zelf en de parkeergarage boven Normandiaplein 6 en 7.

14

4. JURIDISCHE TOELICHTING 4.1 Bestemmingsplanprocedure In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn bepalingen voor de bestemmingsplanprocedure opgenomen. Hierin zijn de onderstaande fasen te onderscheiden. 4.1.1 Procedure Gezien de beperkte aard van het plan dat past binnen de daarvoor door de provincie aangegeven kaders, kan worden afgezien van het overleg ex art. 3.1.1 Bro. Ook het bieden van inspraak wordt in dit geval niet noodzakelijk geacht. Het plan wordt direct als ontwerp in procedure gebracht. Na de bekendmaking in de Staatscourant en het gemeenteblad wordt het ontwerpbestemmingsplan 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan een ieder een zienswijze over het ontwerp bestemmingsplan indienen. Binnen 12 weken direct na deze 6 weken stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan, mogelijk gewijzigd, vast. 4.1.2 Beroepsprocedure Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en wordt het vastgesteld bestemmingsplan ter inzage gelegd. Wanneer het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en de eventuele zienswijzen van Gedeputeerde Staten (GS) en/of de rijksoverheid voldoende in het bestemmingsplan zijn betrokken, wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad ten hoogste 2 weken na de vaststelling bekend gemaakt.

Wanneer de zienswijzen van GS of de I&M-inspectie niet voldoende in het bestemmingsplan zijn betrokken, wordt het vaststellingsbesluit ten hoogste 6 weken na de vaststelling bekend gemaakt. Het vaststellingsbesluit moet ook ten hoogste 6 weken na de vaststelling van het bestemmingsplan bekend worden gemaakt wanneer het bestemmingsplan in vergelijking met het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt vastgesteld. Nadat het vaststellingsbesluit bekend is gemaakt kan er tot ten hoogste 6 weken na de bekendmaking beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

4.2 Juridische vormgeving Bij het opstellen van het bestemmingsplan is de actuele wet- en regelgeving toegepast. De koppeling van de kaart, toelichting en regels (het bestemmingsplan) wordt in de nieuwe systematiek de verbeelding genoemd. De verbeelding is vervat in een zogenoemde GML. Daarin zijn de regels en toelichting digitaal gekoppeld aan de verbeelding. Het ontwerpplan en het vastgestelde plan moeten worden gepubliceerd op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Het digitale plan heeft voorrang op het analoge plan. Voor het digitale bestemmingsplan gelden de RO-standaarden van 2012. Op grond van artikel 3.1.3 Bro en artikel 3.1.6 Bro moet een bestemmingsplan worden vervat in: 1. een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven; 2. bestemmingen die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; 3. regels die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; 4. voor zover nodig uitwerkings- en wijzigingsregels.

15

Daarnaast dient een dergelijk plan vergezeld te gaan van een toelichting ex artikel 3.1.6 Bro, waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten, de uitkomsten van het onderzoek, de uitkomsten van het overleg en de rapportering van de inspraak zijn vermeld. Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan een bestemmingsplan afwijkingsregels bevatten. Deze afwijkingen van de bestemmingsplanregels kunnen worden verleend via een omgevingsvergunning.

4.3 Toelichting op de bestemming De bestemmingsregeling is ten opzichte van het vigerende plan aangepast aan recente standaarden. Inhoud en vormgeving verschillen daardoor van de die in het vigerende plan, maar bestaande rechten en plichten zijn bij benadering gelijk gebleven. Het voorliggende plan omvat de bestemming detailhandel. 4.3.1 Detailhandel Onder deze bestemming vallen de gebouwen waarin de detailhandel en, voor wat betreft Normandiaplein 4 en 5, het wonen op de verdieping en voor wat betreft Normandiaplein 6 en 7, het parkeren op de verdieping zijn ondergebracht. De bepalingen uit het vigerende plan zijn in grote lijnen gevolgd, met uitzondering van de regels in paragraaf 3.2 waarin is aangegeven dat detailhandelsvestigingen een oppervlak van tenminste 500m2 moeten hebben. Deze aanpassing komt voort uit het voorbereidingsbesluit dat is genomen, voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan. Ten aanzien van het wonen is het maximum aantal woningen bepaald.

16

5. UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid Aan de uitvoering van het plan zijn voor de gemeente geen kosten verbonden. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in voldoende mate aangetoond.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken.

17

Bijlage 1 Parkeernormen

Parkeernormennota Súdwest-Fryslân 2018

5 juni 2018

Een nota om te bepalen hoeveel parkeren bij een ontwikkeling nodig is en verder……

Stappenplan

Het toepassen van saldering vindt plaats bij een functiewijziging. De aan de legaal bestaande functie verbonden parkeerbehoefte moet worden meegenomen bij het bepalen van de parkeerbehoefte van de nieuwe functie.

Onderstaande parkeernormen zijn van toepassing. Mocht er om goede redenen van afgeweken worden dan zijn de meest recente CROW parkeerkencijfers van toepassing (zie onder ).

1. Parkeernormen smaken Wat is de ontwikkeling? Hoe groot is het plan? Welke parkeernorm hoort hierbij? Met deze antwoorden kan de hoeveelheid parkeerplaatsen worden bepaald!

2.Salderen

1.Parkeernormen smaken

Voor alle woningtypen: als de parkeernorm op eigen terrein opgevangen kan worden dan geldt er nog 0,3 pp voor bezoek dat in het openbaar gebied toegevoegd moet worden.

De parkeerbehoefte (aantal parkeerplaatsen) van de legaal bestaande gebruiksfunctie is op basis van de genoemde parkeernormen smaken onder 1. te bepalen. Eventuele parkeerplaatsen op eigen terrein moeten hiervan worden afgetrokken. De resterende parkeerplaatsen komen voor saldering in aanmerking. Daarbij moet worden opgemerkt dat indien een legaal bestaande functie al geruime tijd – enkele jaren – niet in gebruik is en het betreffende gebouw dus leegstaat, niet langer gesaldeerd mag worden met de parkeervraag die van die betreffende functie uitging. Dit zal per geval nader worden beoordeeld. In dat geval kan aan een leegstand pand geen parkeervraag worden toegekend. Ook kan de bestaande gebruiksfunctie qua parkeergebruik dermate afwijken van de nieuwe functie dat saldering niet wenselijk is.

Supermarkt (alle typen )

Per 100 m² bvo

5 pp

3.Parkeren op eigen terrein

Winkel

Per 100 m² bvo

3 pp

Restaurant (in het centrum)

Per 100 m² bvo

3 pp

Restaurant (buiten het centrum)

Per 100 m² bvo

8 pp

Café/bar/cafetaria (in het centrum)

Per 100 m² bvo

3 pp

Café/bar/Cafetaria (buiten het centrum)

Per 100 m² bvo

5 pp

Bedrijfsverzamelgebouw

per 100 m² bvo

1,5 pp

De parkeernormennota is gebaseerd op:

Bedrijf (productie)

Per 100 m² bvo

2 pp

-

Bedrijf (opslag/loods)

Per 100 m² bvo

1 pp

Bedrijf (kantoor)

Per 100 m² bvo

3 pp

Bouw/tuin/groencentrum

Per 100 m² bvo

2,5 pp

Basisschool (incl. haal/breng)

Per leslokaal

3 pp

Middelbare school (ook ROC)

Per 100 leerlingen

6 pp

Hotel

Per kamer

1 pp

Museum/bibliotheek

Per 100 m² bvo

1 pp

Zorgwoning

Per woning

1,5 pp

Zorgcomplex

Per wooneenheid

0,5 pp

Zorg (arts/tand/fysio)

Per behandelkamer

1 pp

Sporthal/zaal

Per 100 m² bvo

2 pp

Fitness/sportschool

Per 100 m² bvo

3 pp

Type

omschrijving

2. Salderen Mocht er in de oude situatie al geparkeerd worden, dan kan dat verrekend worden.

3. Parkeren op eigen terrein Parkeren bij een ontwikkeling in eerste instantie op eigen terrein realiseren, maar het moet soms anders.

Onderstaande stap is pas mogelijk als er een aparte notitie is vastgesteld over de parkeerwissel (fonds). 4.

Parkeerwissel (nog nader uit te werken) Als het parkeren in het centrum of net daarbuiten niet kan, is afkopen een mogelijkheid.

Overwegingen Ervaringscijfers (onderzoek naar parkeren in de gemeente); CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’; Interne toetsing verschillende vakgebieden; Externe toets met een architectenbureau.

Wat niet in de nota zit: -

-

-

-

Geen dubbelgebruik. In de parkeerberekening wordt geen rekening gehouden met het feit dat verschillende functies gebruik van elkaars parkeerplaatsen kunnen maken, want functies kunnen wegvallen; Geen onderscheid bij woningen tussen huur en koop, zonder bestemmingswijziging kan deze wijziging namelijk ook plaatsvinden; Geen onderscheid in typen supermarkten, ook deze typen zijn zonder bestemmingswijziging uit te wisselen. Geen onderscheid in stedelijke zone (centrum, schil centrum etc.). De parkeerbehoefte van de functies blijven binnen onze gemeente veelal gelijk en in de stedelijke centra van Bolsward en Sneek kan er veelal gesaldeerd worden en kan de parkeerwissel uitkomst bieden. Er wordt geen rekening gehouden met een verlaging van parkeerplaatsen door gebruik van deelauto’s, aangezien de deelauto’s in onze provincie achter blijven ten opzichte van andere provincies. De ontwikkeling van de zelfrijdende auto’s, dit is namelijk nu nog erg onzeker hoe dit zich gaat ontwikkelen. Er zijn geen fietsparkeernormen vastgesteld, wel wordt er bij de plantoetsing aandacht gevraagd voor de fietsparkeerkencijfers. Op dit moment wordt er nog veel ervaring op gedaan met deze cijfers.

Per

Aantal pp

Woning (koop/huur duur/midden) Per woning > € 150.000,- of woonoppervlak > 100 m² bvo

2 pp

Woning (koop/huur goedkoop/sociale) Per woning ≤ € 150.000,- of woonoppervlak ≤ 100 m² bvo

1,5 pp

Overige functies: De hierboven genoemde functies zijn de meest voorkomende, mocht er sprake zijn van een andere functie, dan is deze terug te vinden in de meest recente CROW publicatie over parkeerkencijfers. Waarbij uitgangspunten zijn: matig stedelijk, tussen het gemiddelde en maximale parkeerkencijfer.

Begrippenlijst m² bvo =

PP =

brutovloeroppervlak. Oppervlak van het gebied dat wordt begrensd door de buitenomtrek van de omringende opgaande scheidingsconstructies, gemeten op vloerniveau(s). parkeerplaats.

Uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein wordt opgevangen. Dus de berekende parkeeropgaaf dient dan volledig op eigen terrein opgevangen te worden. De parkeerplaatsen moeten voldoen aan de gestelde richtlijnen van het CROW hiervoor. Alle parkeerplaatsen tellen als één mee, uitgezonderd garages bij woningen deze tellen voor een 0,5 parkeerplaats mee. Mocht het niet mogelijk zijn om al het parkeren op eigen terrein op te lossen, dan kan er in redelijkheid gekeken worden of er parkeerplaatsen in het openbaar gebied toegevoegd kunnen worden. Gevolg is wel dat deze op kosten van de aanvrager aangelegd moeten worden en dat deze parkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn.

4.Parkeerwissel (nog nader uit te werken) Mocht de parkeeropgaaf niet op eigen terrein of in het openbaar gebied op te lossen zijn, dan kan gekeken worden of de parkeerwissel een uitkomst biedt. De parkeerwissel is alleen van toepassing op gebieden waar het parkeren moeilijk te realiseren is, zoals een centrum of gebieden in de schil van het centrum. De overige gebieden komen hier dus niet voor in aanmerking. Bij de parkeerwissel koopt de aanvrager de parkeerbehoefte af en legt dit bij de gemeente neer. De gemeente neemt de verplichting op zich om binnen maximaal vijf jaar het parkeren toe te voegen in het openbaar gebied. Hiervoor wordt er een overeenkomst door de aanvrager ondertekent. Kosten per parkeerplaats hangen af van de uiteindelijke uitvoering hiervan (maaiveld of bovengronds/ondergronds parkeren).

Slotbepalingen Inwerkingtreding De ‘Parkeernormennota Súdwest-Fryslân 2018 ’ treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

Citeertitel Deze parkeernormennota kan worden aangehaald als ‘Parkeernormennota SúdwestFryslân 2018’.

Hardheidsclausule Wanneer blijkt dat een initiatiefnemer niet aan de gestelde parkeereis kan voldoen, kan het college van burgemeester en wethouders o.g.v. artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een besluit nemen om (gedeeltelijke) afwijking van de parkeereis toe te staan.

Bijlage 2 Watertoets

datum 2-9-2020 dossiercode 20200902-2-24145 Wateradvies geen waterschapsbelang Project: Partiële herziening Bestemmingsplan Noordoosthoek-Normandiaplein Gemeente: Súdwest-Fryslân Aanvrager: Saskia van der Laag Organisatie: Gemeente Súdwest-Fryslân Geachte heer/mevrouw Saskia van der Laag, Voor het plan Partiële herziening Bestemmingsplan Noordoosthoek-Normandiaplein heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat u verder geen contact hoeft op te nemen met Wetterskip Fryslân. Deze uitkomst kunt u opnemen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via onderstaande contactgegevens. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden.

Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

Gebied

Stedelijk (>200 m²)

Landelijk (>1.500 m²)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl

Procedure Via www.dewatertoets.nlhebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij archiveren deze melding. De watertoets is hiermee voor Wetterskip Fryslân afgerond. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl

www.dewatertoets.nl

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek

MEMO Van : A.G. Faber Datum : 21 oktober 2020 Voor : Caroline Hiskemuller Betreft : Geluidsbelasting locatie Normandiaplein 4 te Sneek

Om in een nieuw vast te stellen bestemmingsplan de mogelijkheid op te nemen om woningen toe te laten op de verdieping van de locatie Normandiaplein 4 te Sneek is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is om inzichtelijk te krijgen wat de geluidsbelasting is ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de omliggende wegen op het bestaande gebouw. Inleiding Op de huidige locatie is nu een supermarkt gesitueerd. Het huidige bestemmingsplan laat het toe om woningen te realiseren op de verdieping van het bestaande gebouw. In het nieuw vast te stellen bestemmingsplan wordt deze mogelijkheid ook weer opgenomen. Wanneer nieuwe woningen mogelijk gemaakt worden moet onderzocht worden of voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) opgenomen normstelling. Opzet van het onderzoek Ten behoeve van de berekeningen van de geluidsbelasting op de mogelijk te maken woningen is een rekenmodel opgezet. De berekeningen zijn uitgevoerd met de in bijlage III van het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder 2012 aangegeven Standaardrekenmethode II. De te onderzoeken locatie ligt binnen de wettelijke zone van de volgende wegen: -

Leeuwarderweg (deels) Normandiaplein

In de directe omgeving van de te onderzoeken locatie zijn ook wegen gelegen met een maximale toegestane rijsnelheid van 30 km/uur. In het kader van de afweging goede ruimtelijke ordening zijn deze wegen ook in het onderzoek betrokken. Er is van de volgende wegverhardingen uitgegaan: -

Leeuwarderweg: Dicht asfaltbeton (DAB) Normandiaplein: Dichtasfalt beton (DAB)

Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van het milieumodel van de gemeente Súdwest-Fryslân. In dit milieumodel zijn alle wegen binnen de gemeente opgenomen met de bijbehorende onderverdeling naar verkeerssoort. Daarbij is gebruik gemaakt van de module ‘Wegverkeerslawaai’ van het softwarepakket Geomilieu (versie 2020.1) van DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V.. De bebouwing in de directe omgeving van het plangebied zijn nader gedetailleerd c.q. gemodelleerd en afgestemd op de werkelijkheid. Voor het bodemgebied in de omgeving van de planlocatie is uitgegaan dat deze voor het grootste deel akoestisch “hard” is. De berekeningen zijn uitgevoerd voor het maatgevende jaar 2030. De berekeningen zijn uitgevoerd in overeenstemming met de ‘Standaard Rekenmethode II’ (SRM-II) van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012’. De berekeningen zijn uitgevoerd met één reflectie en een sectorhoek van twee graden. De berekeningsresultaten zijn in bijlage 1 tot en 1.2 opgenomen. Een overzicht van de situatie is weergegeven in figuur 1. De beoordelingspunten liggen op een hoogte van 4,5 meter boven het plaatselijke maaiveld.

1 van 9

Toetsingskader In artikel 82 lid 1 Wgh is aangegeven dat woningen binnen een zone van een weg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB hebben. Voor nieuwe woningen in stedelijk gebied kan een hogere waarde van ten hoogste 63 dB worden vastgesteld (artikel 83 lid 2 Wgh). Kwaliteitsindicatie geluid (RIVM) In het kader van goed woon- en leefklimaat dient een beoordeling plaats te vinden van het akoestisch woon- en leefklimaat. Teneinde de optredende geluidsbelasting te kunnen classificeren wordt aansluiting gezocht bij de ‘kwaliteitsindicatie geluid’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De geluidkwaliteit is gebaseerd op een indeling in klassen van 5 dB van de totale gecumuleerde geluidsbelasting van wegverkeer, railverkeer, luchtvaart, windturbines en industrie. In onderstaande tabel is de kwaliteitsindicatie bij een bepaalde geluidsbelasting in Lden. Lden staat voor Level day-evening-night, de huidige Nationale en Europese geluidmaat. De indicatie van geluidkwaliteit heeft betrekking op de situatie buitenshuis. Tabel 1: Kwaliteitsindicatie geluid Gecumuleerde Lden in dB

Classificering geluidkwaliteit

< 45

Zeer goed

46 – 50

Goed

51 - 55

Redelijk

56 – 60

Matig

61 – 65

Slecht

> 65

Zeer slecht

Geluidwering uitwendige scheidingsconstructie In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet geborgd worden dat het binnenniveau in geluidgevoelige ruimten niet meer dan het wettelijke niveau van 33 dB gaat bedragen ten gevolge van het omgevingsgeluid. Conform het Bouwbesluit 2012 moet de (karakteristieke) geluidswering tenminste 20 dB bedragen. Berekeningen De berekende geluidsbelasting ten gevolge van de zoneplichtige wegen is weergegeven in tabel 2. De aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder bedraagt overeenkomstig artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 in deze situatie 5 dB. Tabel 2: Berekende geluidsbelasting in dB Lden, inclusief aftrek artikel 110g Wgh Ontvangerpunt

Leeuwarderweg

Normandiaplein

Punt 01

49

41

Punt 02

53

46

Punt 03

55

49

Punt 04

54

54

Punt 05

52

53

Punt 06

50

53

Punt 07

48

52

Punt 08

41

47

Punt 09

38

17

Punt 10

41

16

Punt 11

42

23

2 van 9

Toetsing aan wettelijk kader en beoordeling Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden wordt overschreden ten gevolge van zowel de Leeuwarderweg als van Normandiaplein. De ten hoogst toelaatbare grenswaarde van 63 dB Lden wordt niet overschreden. Dit betekent dat voor jet mogelijk maken van woningen ten gevolge van beide wegen een hogere waarde vastgesteld moet worden. Kwaliteitsindicatie geluid (RIVM) Gezien de ligging van de verschillende bronnen van geluid is cumulatie van geluid niet voor alle gevels van de mogelijk te maken woningen van toepassing. Daar waar de verschillende bronnen van geluid van invloed zijn op de geluidsbelasting op de gevel is de cumulatie hiervan inzichtelijk gemaakt. Een overzicht hiervan is gegeven in tabel 3. Verder is de kwaliteitsindicatie geluid aangegeven. Tabel 3: Gecumuleerde geluidsbelasting en toetsing MKM Bron Toetsing MKM Gecumuleerde geluidsbelasting Lden Punt 02

60

Punt 03

62

Punt 04

62

Punt 05

61

Punt 06

60

Punt 07

59

Classificatie Matig Slecht Slecht Slecht Matig Matig

Ter plaatse van de ontvangerpunten geldt de kwaliteitsindicatie “Slecht” en “Matig”. Geluidwering uitwendige scheidingsconstructie Uit tabel 3 wordt opgemaakt dat de gecumuleerde geluidsbelasting ten hoogste 62 dB bedraagt ten gevolge van het omgevingsgeluid op de mogelijk te maken woningen. Nu de gecumuleerde geluidsbelasting op de woonfunctie meer dan (33 + 20) 53 dB bedraagt zullen er aanvullende maatregelen aan de uitwendige scheidingsconstructie getroffen moeten worden. Deze aanvullende maatregelen zijn nodig om te kunnen voldoen aan het binnenniveau van 33 dB binnen de als geluidgevoelig aan te merken verblijfsruimten van de woonfunctie. Conclusie Op grond van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/uur-wegen. De locatie van de mogelijk te maken woningen is gelegen binnen de geluidszones van zoneplichtige wegen. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden wordt overschreden van zowel de Leeuwarderweg als van Normandiaplein. De ten hoogst toelaatbare grenswaarde van 63 dB Lden voor woningen in stedelijk gebied wordt niet overschreden. Dit betekent dat een hogere waarde vastgesteld moet worden voor beide wegen. Kwaliteitsindicatie geluid (RIVM) Gezien de ligging van de mogelijk te maken woningen geldt dat er sprake is van cumulatie van geluid van verschillende wegen.

De kwaliteitsindicatie geluid wordt ter plaatse van de woonfunctie met de hoogste geluidsbelasting als “Slecht” en “Matig” beoordeeld. Geluidwering uitwendige scheidingsconstructie De gecumuleerde geluidsbelasting ten gevolge van het omgevingsgeluid bedraagt op een deel van de mogelijk te maken woningen meer dan (33 + 20) 53 dB. Nu de gecumuleerde geluidsbelasting meer

3 van 9

dan (33 + 20) 53 dB bedraagt zullen er aanvullende maatregelen aan de uitwendige scheidingsconstructie getroffen moeten worden. Deze aanvullende maatregelen zijn nodig om te kunnen voldoen aan het binnenniveau van 33 dB binnen de als geluidgevoelig aan te merken verblijfsruimten van de woonfunctie. In het bestemmingsplan zal een regel opgenomen worden waarin de minimaal benodigde karakteristieke geluidwering wordt aangegeven die benodigd is voor de woonfunctie om te kunnen voldoen aan het wettelijke binnenniveau van 33 dB. Hierbij wordt uitgegaan van de hoogst berekende cumulatieve geluidsbelasting op de woonfunctie. De op te nemen regel is weergegeven in bijlage 2.

4 van 9

5 van 9

6 van 9

7 van 9

Bijlage 2 Op te nemen regel in Bestemmingsplan met betrekking tot de minimaal benodigde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de woonfunctie De uitwendige scheidingsconstructie van de mogelijk woonfunctie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied zoals bedoeld in het Bouwbesluit 2012 en de buitenlucht, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan aangegeven in onderstaande tabel. Bij bovenstaande berekening dient te worden uitgegaan van de herleidingswaarden (ci) welke van toepassing zijn voor buitengeluid.

Woonfunctie

Gecumuleerde geluidsbelasting Lden 62

Benodigde geluidwering in dB 29

8 van 9

9 van 9

REGELS Inhoudsopgave REGELS

1

HOOFDSTUK 1 inleidende regels

2

Artikel 1

Begrippen

2

Artikel 2

wijze van meten

6

HOOFDSTUK 2 bestemmingsregels

7

Artikel 3

Detailhandel

7

Artikel 4

Waarde - Archeologie 2

9

HOOFDSTUK 3 algemene regels

12

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

12

Artikel 6

Algemene gebruiksregels

12

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

12

Artikel 8

Algemene wijzigingsregels

12

Artikel 9

Overige regels

13

HOOFDSTUK 4 overgangsrecht en slotregel

14

Artikel 10

Overgangsrecht

14

Artikel 11

Slotregel

15

HOOFDSTUK 1 inleidende regels Artikel 1

1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Sneek - Partiële herziening Bestemmingsplan NoordoosthoekNormandiaplein met identificatienummer -NL.IMRO.1900.2021oostBPPhnormpl-ontw van de gemeente Súdwest-Fryslân; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan-huis-verbonden beroep of bedrijf:

de uitoefening van een beroep of bedrijf (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 1, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6

aangebouwd bijbehorend bouwwerk:

Een op de grond staand gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.7

afhankelijke woonruimte:

Een aanbouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin uit een oogpunt van mantelzorg een gedeelte van de huishouding is gehuisvest; 1.8

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9

bebouwingspercentage:

Een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bebouwingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.10

bed & breakfast:

een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.11

bedrijf:

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen;

1.12

bedrijfswoning:

Een woning behorend bij en onlosmakelijk verbonden met een op hetzelfde perceel gelegen bedrijf, bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die verantwoordelijk is voor de bedrijfsmatige activiteiten in dat bedrijf, dan wel die activiteiten uitvoert; 1.13

beroeps- of bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van de ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten, en dergelijke; 1.14

bestaand(e):

a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan legaal bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan legaal bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.15

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.16

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofgebouw verbonden, al dan niet vrijstaand bouwwerk; 1.18

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk (alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en vergroten van een standplaats); 1.19

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.20

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9843526/1