CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - Beheerplan waterbouwkundige kunstwerken

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Financiële systematiek kapitaalgoederen’10.918 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

O21.002121

O21.002121*

Beheerplan waterbouwkundige kunstwerken 1 november 2021

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1.

Samenvatting ............................................................................................................................ 4

2. Inleiding .................................................................................................................................... 6 2.1 Algemeen .............................................................................................................................................. 6 2.2 Doel beheerplan ................................................................................................................................... 6 2.3 Jaarplan ................................................................................................................................................. 6 2.4 Kaders en uitgangspunten .................................................................................................................... 7 2.5 Bestuurlijk proces ................................................................................................................................. 8 2.6 Leeswijzer ............................................................................................................................................. 9 3. Areaal ....................................................................................................................................... 9 3.1 Omvang .................................................................................................................................................

9 3.1.1 Verwachte areaaluitbreiding .............................................................................................. 10 3.1.2 Toekomstige ontwikkelingen.............................................................................................. 11 3.2 Kwaliteit .............................................................................................................................................. 12 3.2.1 Beeldkwaliteit ..................................................................................................................... 12 3.2.2 Achterstanden .................................................................................................................... 12 3.2.3 Meldingen ........................................................................................................................... 13 4. Zo werken wij .......................................................................................................................... 14 4.1 Overzicht activiteiten .......................................................................................................................... 14 4.2 Beschikbare Fte’s ................................................................................................................................

16 4.3 Aandachtspunten bemensing/activiteiten ......................................................................................... 16 4.3.1 Krapte bemensing uitvoering ............................................................................................. 16 4.3.2 Vergunningen ..................................................................................................................... 16 5. Prioriteren ............................................................................................................................... 17 5.1 Doorontwikkeling naar risico gestuurd werken.................................................................................. 17 5.2 Faseren uitvoering 2021-2025 ............................................................................................................ 17 5.3 Duurzaamheid en toekomstbestendig ............................................................................................... 18 6. Kosten/middelen ..................................................................................................................... 20 6.1 Sturen op levenscyclus .......................................................................................................................

20 6.2 Planning en budget ............................................................................................................................. 20 6.3 Planning cyclisch onderhoud 2021-2030 ............................................................................................ 21 6.4 Onderhoudsfonds Water .................................................................................................................... 21 6.5 Inhalen achterstanden waterbouw .................................................................................................... 22 6.6 Beschikbare en benodigde middelen ................................................................................................. 22 6.6.1 Onderdeel bruggen en steigers .......................................................................................... 22 6.6.2 Onderdeel oevers en kaden ............................................................................................... 23 6.6.3 Investeringen en kapitaallasten.......................................................................................... 23 6.7 Planning en investeringen 2022-2023 ................................................................................................ 24 6.7.1 Investeringen ......................................................................................................................

24 6.7.2 Onderhoud.......................................................................................................................... 24 7. Communicatie en participatie .................................................................................................. 25 7.1 Informeren en betrekken ................................................................................................................... 25 7.2 Participatie .......................................................................................................................................... 25

Pagina 2 van 34

O21.002121

Bijlage 1: Strandenoverzicht ............................................................................................................ 26 Bijlage 2: Organisatiewaardenmatrix ............................................................................................... 27 Bijlage 3: Communicatierichtlijnen .................................................................................................. 28 Bijlage 4: Artikel Cobouw 14 mei 2021 ............................................................................................. 33

Pagina 3 van 34

O21.002121

1. Samenvatting Dit beheerplan geeft inzicht in hoe waterbouwkundige kunstwerken in gemeentelijk beheer in goede staat worden gehouden door het beheer en onderhoud en welke financiële middelen hiervoor nodig zijn voor de periode 2021-2025. Als eigenaar en beheerder is de gemeente verantwoordelijk voor de staat van onderhoud. We beheren 768 stuks bruggen, steigers en tunnels en 147 kilometer aan verharde oevers en kaden. Een groot deel hiervan is in de vorige eeuw en sommige zelfs nog eerder aangelegd. Het gebruik is in veel gevallen geïntensiveerd. Steeds meer, maar ook zwaarder verkeer maakt gebruik van deze objecten. In combinatie met de leeftijd van objecten, gaat de kwaliteit sneller achteruit gaat dan gedacht. Net zoals de rest van Nederland 1 staat Súdwest-Fryslân voor een vervangingsopgave in de waterbouw. Prioriteren en differentiëren We streven naar een kwaliteitsniveau dat functioneel gebruik van kunstwerken borgt tegen de laagst maatschappelijke kosten. Op basis van de organisatiewaarden hanteren we bij het onderdeel bruggen en steigers de volgende prioritering en differentiatie in beeldkwaliteit: Binnen het onderdeel bruggen en steigers is er aan de voorkant getoetst op de volgende onderdelen: 1. Veiligheid: (veiligheid in het geding: ja of nee). Veiligheid heeft de hoogste prioriteit. Als het antwoord ja is, wordt direct actie ondernomen. 2.

Bereikbaarheid/beschikbaarheid: (veel impact: 3, gemiddeld: 2, weinig impact: 1). Hiervoor is gekozen omdat voor bedrijven en inwoners bereikbaarheid van (economisch) belang is. 3. Beeldkwaliteit: (centra/monument: 3, woongebied: 2, buitengebied/industriegebied: 1). Binnen het onderdeel oevers en kaden hanteren we: 1. Financien: Oever binnen 2 meter van een weg (om extra kosten door schade aan de weg te voorkomen); 2. Veiligheid: Oever met aanlegfunctie. Hoe werken wij? De werkwijze is gebaseerd op asset management en we sluiten aan bij de Beheerssystematiek Openbare ruimte.  Nota OR: Evaluatie in 2024 en actualisatie in 2025  Beheerplan: evaluatie in 2023 en actualisatie in 2024

Nota openbare ruimte 2020-2025

 Beheerplan  Integrale programmering  Faseren en prioriteren

 Conditie kunstwerken via inspecties  Meldingen openbare ruimte  Financieel: P&C-cyclus  Uitvoeren werken  Directievoering en toezicht  1

Zie ook artikel Cobouw 14 mei 2021 in Bijlage 2

Pagina 4 van 34

O21.002121

 Jaarplan  Werkvoorbereiding  Inspecteren  Afstemming diverse partijen

Kosten/middelen Uit het beheerssysteem GeoVisia volgt de prognose voor benodigde middelen voor onderhoud voor de komende 10 jaar. De eerste 5 jaar zijn vastgelegd in het beheerplan. Uit het gegevensbeheersysteem blijkt daarnaast dat bij investering van ongeveer € 1 miljoen in bruggen e.d. en idem voor oevers en kaden goede stappen gezet worden om achterstallig onderhoud in te halen en in de toekomst nieuwe achterstanden te voorkomen. Beschikbaar

2021

2022

2023

2024

2025

Onderhoudsbudget bruggen e.d.

€ 2.100.000

€ 2.000.000

€ 2.000.000

€ 2.000.000

€ 2.000.000

Onderhoudsbudget oevers en kaden

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€

€

€

Areaaluitbreiding

10.000

€

10.000

10.000

10.000

Investeringen Kapitaallasten

€ 3.237.000 € 18.000

€ 2.150.000 € 165.000

€ 2.000.000 € 273.000

€ 2.000.000 € 373.000

€ 2.000.000 € 473.000

Totaal beschikbaar

€ 3.818.000

€ 3.875.000

€ 3.983.000

€ 4.083.000

€ 4.183.000

Groot en klein onderhoud (onderhoudsfonds) bruggen e.d. Groot en klein onderhoud (onderhoudsfonds) oevers en kaden

€ 1.985.000

€ 1.985.000

€ 1.985.000

€ 1.985.000

€ 1.985.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

Areaaluitbreiding

€

10.000

€

10.000

€

20.000

€

30.000

€

40.000

Indexatie (ca. 1,5%)

€

55.000

€

110.000

€

165.000

€

220.000

€

275.000

Benodigd

Investeringen Kapitaallasten (jaarlijks stapeling)

€ 2.000.000 € 145.000

€ 2.000.000 € 100.000

€ 2.000.000 € 200.000

€ 2.000.000 € 300.000

€ 2.000.000 € 400.000

€

€

€

€

Regiekosten

€

Totaal benodigd

€ 3.895.000

€ 4.050.000

€ 4.215.000

€ 4.380.000

€ 4.545.000

Tekort (-) / overschot (+)

€

€ -175.000

€ -232.000

€ -297.000

€ -362.000

-77.000

145.000

145.000

145.000

145.000

We stellen voor:  Een egalisatievoorziening in te stellen voor onderhoudsmaatregelen vanaf 2022. Dit beheerplan is daar de basis voor. In dit beheerplan wordt de egalisatievoorziening ook als onderhoudsfonds benoemd;  In het investeringsprogramma behorende bij de begroting uit te gaan van een jaarlijkse investering van circa € 1 miljoen in bruggen e.d. en circa € 1 miljoen in oevers en kaden vanaf 2022;  Dekking voor de kapitaalslasten in de begroting in te regelen;  In te stemmen met een ideaalcomplex zodat uiteindelijk een gesloten systeem ontstaat;  De gevolgen van indexatie en areaaluitbreiding voor de instandhouding van kapitaalgoederen in de begroting in te regelen. Acties:  Onderzoeken óf en hoe we het risicogestuurde werken verder uitwerken voor de waterbouwkundige kunstwerken;  Om vorm te kunnen geven aan de invulling van de diverse grote thema’s, zoals klimaatadaptatie, warmte- en energietransitie, circulaire economie, etc. heeft het CROW in 2021 een kennisproduct ontwikkeld om (decentrale) overheden te helpen om (organisatie)waarden op strategisch niveau naar de projecten op operationeel niveau te vertalen en meetbaar te maken met behulp van kernprestatie-indicatoren (kpi’s). Welke kpi’s de doelstelling concreet en meetbaar gemaakt kunnen worden2.

We gaan dit instrument verder verkennen;  Standaard bestekken doornemen en eventueel aanpassen op duurzaam handelen;  We willen de milieu impact in beeld brengen van materialen die vaak gebruikt worden in de openbare ruimte. Met een dergelijk hulpmiddelen kunnen bewuste keuzes over materiaalgebruik worden gemaakt;

2

Zie https://www.crow.nl/over-crow/nieuws/2021/april/video-dit-helpt-jou-je-organisatiewaarden-te-bepal

Pagina 5 van 34

O21.002121

 We onderzoeken hoe we total costs of ownership (TCO) kunnen implementeren bij vervanging in kunstwerken en betrekken hierbij ook de mogelijkheden om te rekenen met restwaarde.

2. Inleiding 2.1

Algemeen

De openbare ruimte is de ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar inwoners van SúdwestFryslân en talloze bezoekers/toeristen en bedrijven dagelijks gebruik van maken. De gemeente is verantwoordelijk voor beheer van de gemeentelijke eigendommen in de openbare ruimte: de zogenoemde kapitaalgoederen of assets. In de Nota openbare ruimte 2020-2025 is de aanpak voor alle groepen kapitaalgoederen op hoofdlijnen vastgelegd. Bij vaststelling van de Nota openbare ruimte 2020-2025 is gekozen voor scenario 2: verbeteren kwaliteit leefomgeving. Dit scenario gaat uit van het inhalen van achterstallig onderhoud in 10-15 jaar en het toekomstbestendig inregelen van de kapitaalgoederen. Onderstaande figuur is een samenvatting van de Nota.

Onze missie: Samen werken aan een leefomgeving waarin een ieder zich thuis voelt! De basis op orde

Duurzaam en toekomstbestendig

Financieel gedegen V/R

Efficient

2.2

Risicogestuurd

Differenti atie

Energieneutraal

Klimaatrobuust

Circulair

Biodiversiteit

Exploitatie

opgave

Doel beheerplan

Waterbouwkundige kunstwerken, zoals bruggen, steigers, kademuren en oevers spelen een belangrijke rol in de infrastructuur van de gemeente en faciliteren mobiliteit en bereikbaarheid over weg en water. Voor alle gebruikers geldt dat ze erop moeten kunnen vertrouwen dat ze zich veilig kunnen verplaatsen. Door middel van beheer en onderhoud garanderen we de instandhouding en het functioneren, spelen we in op de ontwikkelingen, dragen zorg voor de optimale levensduur van gemeentelijke objecten en zorgen we voor vervanging aan het einde van de levensduur. SúdwestFryslân doet dit op basis van Asset management en de systematiek die het CROW hanteert. Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Het doel van dit beheerplan is om inzicht te geven in hoe waterbouwkundige kunstwerken in gemeentelijk beheer in goede staat worden gehouden door het beheer en onderhoud en welke financiële middelen hiervoor nodig zijn. Primair voor de periode 2021-2025, maar ook met een doorkijk op de langere termijn voor de financiële verantwoording. Het beheerplan is gebaseerd op de beheersystematiek van het CROW 3. Het beheerplan geeft inzicht in het beheerareaal, de beleidsuitgangspunten, de huidige en gewenste kwaliteit, onze werkwijze, het benodigde onderhoud en de kosten die daarmee gepaard gaan.

Het plan is daarmee zowel een kader voor de beheerder om het beheer en onderhoud beleidsmatig en planmatig te kunnen uitvoeren, als een verantwoording richting de bestuurder van de te realiseren kwaliteit en de benodigde budgetten.

2.3

Jaarplan

Het beheerplan vormt de schakel tussen de Nota openbare ruimte 2020-2025 enerzijds en de realisatie van de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen anderzijds. De gegenereerde onderhoudsbehoefte in het 3

Voor meer informatie zie: https://iampro-portaal.nl/Import/Instrumenten/Whitepaper-Beheersystematiek-OpenbareRuimte.aspx

Pagina 6 van 34

O21.002121

Fonds

beheerplan wordt uiteindelijk verwerkt in een uitvoeringsplan per jaar. Tussentijds zal een actualisatie plaatsvinden om te zorgen dat de verandering in de onderhoudsbehoefte, door onder meer snellere of langzamere achteruitgang of andere ontwikkelingen wordt bijgesteld. NIVEAU

BETREFT

VASTSTELLING DOOR

Strategisch

Nota Openbare Ruimte

Raad

Tactisch

Beheerplan

Raad

Operationeel

Kwaliteitshandboek

College

Meerjarenplanning

PH

Jaarplan Onderhoud & investeringen Figuur 2.1: samenhang diverse plannen.

2.4

Kaders en uitgangspunten

Het gemeentebestuur is, als eigenaar en beheerder van haar voorzieningen, verantwoordelijk voor de staat waarin de openbare voorzieningen zich bevinden. Als beheerder van infrastructuur draagt Súdwest-Fryslân de verantwoordelijkheid dat de openbare wegen inclusief de kunstwerken daarin “in goede staat” verkeren en niet sneller degenereren dan op grond van de gemiddelde levensduur mag worden verwacht. Het beheer van de waterbouwkundige kunstwerken dient te worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet- en regelgeving. De belangrijkste wetten en regelingen die van invloed zijn op het beheer zijn:

Pagina 7 van 34

O21.002121

Bijstellen/updaten van dit beheerplan gebeurt jaarlijks. Over 2 jaar zullen we het beheerplan evalueren. Het college en de gemeenteraad worden hierover actief geïnformeerd.

Wetgeving en beleid Waterbouwkundige kunstwerken Wegenwet

Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) • • •

Het is de wettelijke taak van de gemeente om haar wegen en de bruggen te onderhouden.

Wegenverkeerswet De gemeente is verplicht de verkeersveiligheid te verzekeren, de wegen berijdbaar te houden en de bereikbaarheid te waarborgen.

Burgerlijk wetboek De aansprakelijkheid bij schade of letsel wordt geregeld in het Burgerlijk wetboek.

Monumentenwet Een groot aantal kunstwerken is monumentaal en valt onder de Monumentenwet.

Woningwet en Bouwbesluit Civiele kunstwerken zijn "bouwwerken, geen gebouw zijnde". Hierop zijn de regels van de Woningwet en het Bouwbesluit van toepassing.

Raadsbesluit 16 mei 2013; Visie op verkeer en vervoer; Dit plan geeft aan hoe de verkeersstromen op dit moment zijn en wat de verwachting is voor de toekomst. Bij uitvoering van groot onderhoud is het van belang om rekening te houden met de trends die in deze stukken worden aangegeven.

Beleids- en beheerplan Waterbouwkundige kunstwerken • • •

Raadsbesluit 12 november 2015; Legt wijze van onderhoud en kwaliteitsniveau vast; Actualisatie via Nota openbare ruimte.

Nota openbare ruimte 2020-2025 • • •

Raadsbesluit 28 januari 2021; Kwaliteitsniveau Gemiddeld Basis; Focus op inhalen achterstallig onderhoud.

Handboek openbare ruimte (in voorbereiding) •

Kaders voor uitvoering.

Brugbediening Jaarlijks uitvoeringsplan en evaluatie.

2.5

Bestuurlijk proces

Vaststelling beheerplan Het beheerplan wordt ter vaststelling voorgelegd aan zowel het college van B&W als de gemeenteraad. Om de egalisatievoorziening, in dit plan als onderhoudsfonds benoemd, in te kunnen stellen is een actueel beheerplan nodig en deze dient te worden vastgelegd door de gemeenteraad. Belangrijk is om inzicht te geven waar we het geld aan besteden en ook waarom, hoe en wanneer. Bijstellen/evalueren beheerplan Het beheerplan is een levend document dat jaarlijks moet worden bijgesteld. Arealen kunnen wijzigen, financiële middelen kunnen worden bijgesteld, maar ook uitgangspunten van hoe we een en ander beheren. Tevens staan er actiepunten in dit beheerplan, waar we graag uitvoering aangeven. Afgesproken wordt om het beheerplan over 2 jaar te gaan evalueren. We zullen het college van B&W en de gemeenteraad hierover actief informeren.

Pagina 8 van 34

O21.002121

2.6

Leeswijzer

Deze inleiding geeft het doel van dit beheerplan weer en de kaders en uitgangspunten voor beheer. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de omvang en kwaliteit van het areaal. Hoofdstuk 4 beschrijft de werkwijze en in hoofdstuk 5 komt de prioritering en fasering aan de orde. Hoofdstuk 6 bevat het financiële kader. Beheer en onderhoud heeft als doel dat inwoners en bezoekers veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Daarom gaat hoofdstuk 7 over communicatie en participatie.

Foto: Schets van een mogelijke groenere inrichting Klipperkade te Sneek. Het is een schets en hier kunnen geen rechten aan worden ontleend.

3. Areaal 3.1

Omvang

In onderstaand schema is het gehele areaal opgenomen van de onderdelen bruggen en oevers & kaden. Dit is hetgeen dat in het beheersysteem (GeoVisia) is opgenomen. Het areaal is uitgesplitst in soort. Omschrijving Bruggen -beweegbaar -vast beton -vast hout -vast kunststof -vast staal

Aantal (st) 611 65 227 202 38 79

Omschrijving Oevers/kades (verhard) -beschoeiing -damwand -kademuur -taludverdediging/stranden4

Oevers (onverdedigd) inschatting Sluizen Duikers (groot) Steigers/vlonders5 4 5

6 43 98

In bijlage 1 zijn de verschillende stranden opgenomen. De totale lengte van de steigers/vlonders is maar liefst 4,3 kilometer.

Pagina 9 van 34

O21.002121

Aantal (km) 147 68 42 13 24

460

-groot (>20 meter)

53

-klein (<20 meter)

45

Tunnels TOTAAL

9 768

TOTAAL

607

Diversiteit areaal Het areaal binnen de waterbouw is erg divers. Het gaat om bruggen van groot tot klein. Denk hierbij aan grote beweegbare objecten, maar ook aan de relatief kleine houten bruggetjes in woonwijken. Voor steigers geldt hetzelfde: we hebben steigers van wel 100 tot 500 meter lang in beheer (Stavoren, Makkum, Sneek), maar ook steigertjes van 4 bij 1 meter. Net als bij bruggen is bij oeverconstructies het ene object zwaarder uitgevoerd dan de ander. Dit heeft verschillende redenen, zoals de waterkerende functie, de kerende hoogte, maar zeker ook de droge functie. Dat laatste weegt erg zwaar als er een weg direct achter een kade ligt. Veel nieuwe kademuren worden voorzien van een stalen damwandconstructie áchter de kademuur. Hiermee kan de druk van het zware verkeer beter worden opgevangen en gaat de kadeconstructie langer mee.

Aan areaaluitbreiding gaan we bij het onderdeel bruggen uit van een stijging van 0,5%. Voor het onderdeel oevers gaan we uit van 0% (budgetneutraal).

Foto: herstel kade Looxmagracht te Sneek.

Onverdedigde oevers De onverdedigde oevers, ofwel natuurvriendelijke oevers, zoals gras- en rietoevers zijn ook opgenomen in bovenstaand schema. Normaliter is er amper onderhoud nodig. Echter, in het geval een oever afkalft en schade toebrengt aan een weg of fietspad kan het toch zijn dat er iets moet gebeuren. In zo’n geval kan gekozen worden voor het plaatsen van een oeverconstructie. Dit gaat in overleg met de wegbeheerders. 3.1.1 Verwachte areaaluitbreiding Jaarlijks komen er objecten zoals bruggen en steigers bij door nieuwe woonwijken en initiatieven uit dorpen en steden (kernenfonds). Het komt namelijk voor dat plaatselijke belangen of andere verenigingen/stichtingen met een initiatief komen voor bijvoorbeeld een (extra) steiger of bruggetje in een dorp of wijk. Dergelijke initiatieven worden vaak omarmt en worden gerealiseerd met geld vanuit kernenfonds en andere bronnen. In de meeste gevallen betreft het een object dat openbaar toegankelijk is, waardoor de gemeente de aangewezen partij is om het toekomstige onderhoud te plegen. In de afgelopen jaren zijn daar diverse voorbeelden van, o.a. vanuit het Friese Merenproject en Lytse Farwegen. Bij nieuwe woonwijken kan gedacht worden aan Houkepoort en Harinxmaland in Sneek.

Pagina 10 van 34

O21.002121

Voor het onderdeel oevers komt er wel eens areaal bij door nieuwe woonwijken, maar er verdwijnt ook wel eens areaal door verkoop van grond (incl. de oeverconstructie) of het ombouwen naar een natuurvriendelijke oever. Ten behoeve van het voorstel voor het verbeteren van de financiële systematiek en dit beheerplan is op basis van de cyclische planning uit het beheerssysteem berekend wat de komende jaren nodig is voor zowel onderhoud als investering in achterstallig onderhoud, vervanging en renovatie. Als de voorgestelde systematiek ingevoerd wordt en de investeringen ingeregeld worden dan is het budget voor het onderdeel bruggen en steigers voldoende voor onderhoud. Vanaf 2022 stellen we een toename van 0,5% van het budget voor om uitbreiding mee te onderhouden. Het gaat dan om een klein aantal (2-4) objecten dat er jaarlijks bij komt. Een stijging van 0,5% komt neer op een toename van ongeveer € 10.000,- per jaar. Voor het onderdeel oevers gaan we op dit moment uit van budgetneutraal. 3.1.2 Toekomstige ontwikkelingen Beheer van oevers langs vaarwegen In 2014 zijn de officiële vaarwegen opnieuw aangewezen door Provinciale Staten. Het gaat hierbij om het beheer van de vaarbak, ofwel het natte deel. De beroepsvaarwegen en de recreatieve vaarwegen met klasse Azm t/m Dm zijn in beheer en onderhoud gekomen bij de provincie Fryslân.

De recreatieve vaarwegen E en F zijn in beheer en onderhoud gekomen bij Wetterskip Fryslân. Het oeverbeheer aan weerszijden van deze vaarwegen is destijds bewust buiten beschouwing gelaten. Sinds 2017 zijn de overheden (provincie, waterschap en Friese gemeenten) met elkaar in gesprek om tot een logische verdeling te komen. In 2020 hebben de verschillende colleges/besturen hun voorkeur uitgesproken voor variant 5: de oevers verdelen o.b.v. de praktische functionele benadering. Deze variant wordt in 2021 en 2022 verder uitgewerkt, zowel technisch als financieel. In totaal gaat het om 1762 km oevers in heel Friesland. Hiervan is zo’n 400 km vastgelegd in de beheersystemen van de gemeenten en de provincie. De overige 1370 km is niet geïnventariseerd. Over het algemeen hebben de gemeenten hun areaal redelijk goed in beeld. Toch kan met deze functionele toedeling areaal naar ons toekomen, maar ook verdwijnen. De verwachting is dat hier in 2022 een besluit over genomen kan worden. Veranderend gebruik/belasting van objecten In de loop van de tijd is het gebruik van de objecten in de openbare ruimte veranderd. Bij het plaatsen van oude kademuren en bruggen is rekening gehouden met de belastingen die bijvoorbeeld in de jaren ’60 golden. Het gebruik is in veel gevallen geïntensiveerd. Steeds meer, maar ook zwaarder verkeer maakt gebruik van deze objecten.

Vele objecten zijn daar niet op berekend, waardoor de kwaliteit sneller achteruit gaat dan gedacht. Dit betekent dat de verwachte technische levensduur niet wordt gehaald of dat de functie aangepast moet worden (de oude brug De Hemmen kan nog jaren mee als fietsbrug). Het betekent dat er eerder geïnvesteerd moet worden dan van tevoren gedacht. Bovendien heeft het dan de voorkeur om met name de grotere objecten zwaarder uit te voeren, zodat deze situatie over 60 jaar niet nog eens voorkomt. Uitbreiding woonwijken Een ontwikkeling dat de komende jaren gaat spelen is het bouwen van meerdere nieuwe woonwijken. Nieuwe woonwijken heeft meer areaal tot gevolg. Daarom is aanvulling van het onderhoudsbudget nodig. Dit is benoemd in paragraaf 3.1.1. Dit is het gemiddelde van de afgelopen jaren en de verwachting is dat de komende jaren sneller gaat. Of de voorgestelde verhoging van het onderhoudsbudget ten behoeve van areaaluitbreiding voldoende is, moet dus nog blijken. Bij de evaluatie zullen we dit peilen. Warmte- en energietransitie In 2021 wordt de transitievisie warmte voorgelegd aan de raad. In deze visie is het tijdpad vastgelegd voor een (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij. In de zogenoemde wijkuitvoeringsplannen wordt de aanpak per gebied (wijk, buurt of dorp) omschreven. Vanuit het warmtespoor zal samen met bewoners gezocht worden naar koppelkansen met andere thema’s.

Een goed voorbeeld van een kans is

Pagina 11 van 34

O21.002121

als de straat open gaat vanwege de aanleg van een warmtenet er gekeken kan worden of een deel van de verharding achterwege gelaten kan worden en vervangen kan worden door groen, waarmee het beter regenwater kan opvangen. Vanuit de integrale programmering wordt actief de samenwerking met de aanpak warmtetransitie gezocht.

3.2

Kwaliteit

3.2.1 Beeldkwaliteit De conditie van een kunstwerk wordt uitgedrukt in de beeldkwaliteit van CROW. Deze heeft alleen betrekking op de visuele (zichtbare) kwaliteit. In de Nota openbare ruimte 2020-2025 is vastgelegd dat we streven naar een kwaliteitsniveau dat functioneel gebruik van kunstwerken borgt tegen de laagst maatschappelijke kosten. Dit komt overeen met CROW Beeldkwaliteit B. Van het totaal mag maximaal 5% beeldkwaliteitsniveau Laag (C) scoren. Civiele kunstwerken

Omvang

Bruggen, tunnels, sluizen, steigers 768 stuks en aquaducten Oevers en kaden (verdedigd) 147 km

Vastgesteld

Kwaliteit in 2020

Beeldkwaliteitsniveau Gemiddeld Basis

Laag Basis Hoog 8%

43%

49%

Gemiddeld Basis

23%

42%

35%

Differentiatie in beeldkwaliteit Onderstaande differentiatie in kwaliteitsniveau wordt gehanteerd en is verwerkt in het beheerssysteem: Structuurelement Centra Monumenten Woonwijk/dorpen buitengebied bedrijventerrein Bos, natuur en recreatiegebieden

Niveau Hoog Hoog Basis Basis/Laag Basis/Laag Basis

Inspecties Gemiddeld worden alle kunstwerken binnen de waterbouw eens in de 5 jaar visueel geïnspecteerd. In 2019 is het onderdeel bruggen in zijn geheel geïnspecteerd en in 2021 is een groot deel van de oevers gedaan. De hierboven genoemde kwaliteit (%) geeft dus een goed beeld van de huidige situatie. Een kanttekening hierbij is wel dat de kunstwerken onder water niet worden onderzocht bij een visuele inspectie. Het gaat puur om zichtbare gebreken. Als er getwijfeld wordt aan de situatie onder de waterlijn (door verzakkingen of leeftijd) wordt een nadere inspectie uitgevoerd. Dit doen we bijvoorbeeld door duikers in te zetten, maar ook met drones zijn er al mogelijkheden (o.a. in Sneek toegepast). Veelal gaat dit om grotere bruggen en kademuren. 3.2.2 Achterstanden Uit bovenstaand schema met de kwaliteitspercentages is niet op te maken hoe groot de achterstanden zijn. Het percentage ‘laag’ lijkt relatief goed, maar achter deze cijfers verschuilen wel grote financiële achterstanden. In de categorie ‘laag’ zitten vele kunstwerken die er slecht aan toe zijn en al lange tijd op renovatie of vervanging wachten. Er zijn niet genoeg financiële middelen om alles in een keer aan te pakken en dus moeten we prioriteiten stellen. Dat is in andere hoofdstukken verder toegelicht. We doen dit op basis van de Asset Management methode.

Pagina 12 van 34

O21.002121

3.2.3 Meldingen De kwaliteit van onze objecten is ook van invloed op meldingen die we als gemeente ontvangen. Inwoners kunnen op een gemakkelijke manier een ‘Melding Openbare Ruimte’ of ‘Melding Overlast’ doen via de gemeentelijke website. In verband met de achterstanden in de waterbouw krijgen we veel meldingen met daarin de vraag wanneer we objecten gaan onderhouden of vervangen. De meeste meldingen worden door de specialist verwerkt en dat vraagt vaak veel tijd. Een melding afhandelen in het meldingssysteem kan al snel, zeker als de oplossing gemakkelijk is te realiseren. Echter kunnen veel meldingen ook níét worden opgelost, omdat de prioriteit bij andere objecten ligt en er simpelweg niet voldoende budget is om alles op te lossen. In gevallen dat veiligheid voor onze inwoners in het geding komt, gaan we over tot een snelle actie (spoedmeldingen). Onderstaand schema geeft het aantal meldingen weer van de afgelopen jaren. Een melding kost zomaar een kwartier tijd, maar in het ergste geval richting een uur. In de programmering wordt rekening gehouden met de nodige tijd voor het behandelen van meldingen. MELDINGEN RÛNOM (aantal per jaar)

2018

2019

2020

2021 (tot juni)

Eindtotaal

Bruggen, tunnels, sluizen, steigers

210

200

160

100

670

Oevers en kaden

117

140

133

69

459

Eindtotaal

327

340

293

169

1129

Meldingen 250 200 150 100 50 0 2018

2019

Bruggen, tunnels, sluizen

Pagina 13 van 34

2020 oevers en kaden

O21.002121

4. Zo werken wij 4.1

Overzicht activiteiten

Om te zorgen dat bruggen, oevers, kaden en andere objecten binnen de waterbouwkundige kunstwerken goed functioneren, voeren we onderstaande activiteiten uit. De kleuren en thema’s sluiten aan bij de beheersystematiek openbare ruimte. Een aantal activiteiten staan onder druk en mag daarom gezien worden als streven voor de komende jaren. We komen hier in paragraaf 4.3 op terug. Activiteit Beleid en strategie Beleidsplan

Beheren en programmeren Beheerplan

Integrale planning

Meerjarenplanning (2-5 jaar)

Plannen en voorbereiden Uitvoeren visuele inspecties Uitvoeren maatregeltoets (nadere inspectie om gepland onderhoud te toetsen) Uitvoeren technische (onderwater) inspectie Jaarplan/Soloplanning

Voorbereiding (betreft diverse zaken; o.a. ontwerp, bestekken maken, vergunningen, financiën, etc.) Bouwvergaderingen Overleg mienskip Meedenken over nieuwe ontwikkelingen (IJsselmeergebied, warmte-/energietransitie, verduurzamen, etc.)

Pagina 14 van 34

Wie?

Frequentie

 Bestuurlijk: vaststelling door raad  Ambtelijk: adviseur

Elke 5 jaar actualisatie via Nota Openbare Ruimte, evaluatie in 2024 en actualisatie in 2025.

 Bestuurlijk: vaststelling door raad  Ambtelijk: adviseur  Bestuurlijk: afstemming met portefeuillehouder  Ambtelijk: senior beheerder

Planperiode 5 jaar en om de twee jaar actualiseren

 Bestuurlijk: afstemming met portefeuillehouder  Ambtelijk: senior beheerder

Ieder jaar vindt er een inventarisatie plaats van planning groot onderhoud en vervanging. Dit wordt besproken binnen het overlegteam integrale planning waar andere disciplines ook bij zijn aangesloten (groen/wegen/riolering). Het doel is om werkzaamheden vanuit alle kapitaalgoederen in beeld te brengen en deze waar het kan op elkaar af te stemmen. Ook worden de wensen op een integrale kaart aangegeven. Jaarlijks bijstellen. Afstemmen met andere kapitaalgoederen om waar mogelijk werk met werk te maken.

Specialist Specialist

Alle objecten 1x per 5 jaar Jaarlijks geselecteerde objecten, waarmee de jaarlijkse planning kan worden vastgesteld

Specialist

Maatwerk, indien nodig

Senior beheerder

Jaarlijks opstellen en uiterlijk 1 september gereed, zodat de investeringen vertaald kunnen worden naar het investeringsprogramma van de Programmabegroting van het daarop volgende jaar. Continu, geldt voor alle werken (indien nodig)

Senior beheerder/ specialist

Specialist Specialist/extern/ adviseur Adviseur/senior beheerder/ specialist

O21.002121

Indien nodig Indien nodig (zie ook hoofdstuk 7) Indien nodig

Bouwen en onderhouden Beheer/onderhoud van de objecten (klein, groot, renovaties) Reinigen/schilderen objecten

Specialist

Specialist

Onderhoud stranden (divers)

Specialist

Reinigen duikers

Specialist

Afhandelen van meldingen

Specialist/senior beheerder/ adviseur

Uitvoeren toezicht op uitvoering werken Overdracht van realisatie naar beheer Monitoren en analyseren Conditie

Specialist/ toezichthouder

Meldingen Rûnom Storingen beweegbare bruggen Financiën

Indien nodig  Bestuurlijk: verslaglegging in paragraaf kapitaalgoederen  Ambtelijk: Specialist/adviseur Adviseur Technische dienst  Bestuurlijk: Via de berap wordt bestuur geïnformeerd over afwijkingen. In de paragraaf kapitaalgoederen leggen we in de begroting de plannen voor en in de jaarrekening doen we verslag hiervan.  Ambtelijk: Specialist/adviseur Senior beheerder/ adviseur

Evalueren en bijsturen Nota openbare ruimte

Adviseur

Beheerplan

Senior beheerder

Prioritering Financiële systematiek Data en informatie Data in GeoVisia / verwerken gegevens Mens en organisatie Overlegstructuur: - Thema Water - Keten Ontwikkelen

Pagina 15 van 34

Dagelijks/maatwerk. Bij voorkeur worden werkzaamheden op elkaar afgestemd zoals baggeren en oeverbeheer. Maatwerk; beeldbepalende objecten vaker dan overige objecten (zie hoofdstuk 5) Stranden aan IJsselmeer jaarlijks; overige 2jaarlijks Tijdens onderhoudswerkzaamheden, veelal ook tijdens bagger- of hekkelwerkzaamheden Binnen 7 dagen melder informeren. Afhandeling van de melding kan variëren tussen een paar dagen (spoed) of jaren (geen spoed/geen prioriteit) Indien nodig

Door het uitvoeren van de inspectiestrategie (zie hierboven), monitoren we de conditie van waterbouwkundige kunstwerken.

Het aantal meldingen over waterbouwkundige kunstwerken wordt bijgehouden Voor beweegbare bruggen wordt in een logboek eventuele storingen bijgehouden We bewaken de financiële voortgang.

Evaluatie in 2025 en bijsturing via actualisatie van de Nota in 2025 In 2023 evalueren en bijsturen via actualisatie van het beheerplan. Tweejaarlijks evalueren en bijsturen. Aansluiten bij beheerplan Aansluiten bij beheerplan

Specialist/ ondersteuner

Wekelijks

Manager Senior beheerder

Maandelijks Maandelijks

O21.002121

(integrale planning) - Andere overheidspartijen - Overige externe partijen

4.2

Adviseur/senior beheerder/ specialist Senior beheerder/ specialist

Indien nodig Indien nodig

Beschikbare Fte’s

Hieronder een overzicht van de beschikbare en benodigde Fte’s voor de vakgroep Water, onderdeel bruggen en oevers & kaden (2021). Verdere toelichting volgt in paragraaf 4.3.1. Rol Specialist Bruggen Specialist Oever en kaden Directievoerder Senior beheerder Ondersteuner Toezichthouder Werkvoorbereider Totaal uitvoering werken

Beschikbare Fte 1,2 0,7 1,4 0,7 0 0 0 4,0

Adviseur Water Manager Water Meewerkend voorman/monteur Totaal overig Totaal uitvoering+overig

1,0 0,5 1,5 3,0 7,0

4.3

Benodigde Fte (inschatting)

8,0

3,0 11,0

Aandachtspunten bemensing/activiteiten

4.3.1 Krapte bemensing uitvoering Uit paragraaf 6.6 blijkt dat jaarlijks circa € 5,8 miljoen nodig is om de onderdelen bruggen en oevers goed te kunnen onderhouden. Hierin zijn ook de investeringen opgenomen. Een vuistregel is daarbij dat ongeveer 10-15% benodigd is voor voorbereiding en toezicht. Dat is althans de gewenste situatie. Veel van dit soort werkzaamheden worden momenteel uitbesteed, omdat de bemensing aan de krappe kant is. In een ideale situatie, zou op basis van bovenstaande vuistregel ongeveer 8-10 FTE nodig zijn voor de uitvoering. Dat is ruim het dubbele van het aantal dat momenteel beschikbaar is. De krapte in bemensing blijkt jaarlijks ook uit de programmering. Voorafgaand aan elk jaar wordt de programmering opgesteld, met daarin een opsomming van alle verwachte werkzaamheden en projecten. Aan elk werk en project wordt een verantwoordelijke gehangen, met de verwachte tijdsbesteding. Hieruit is al meerdere jaren gebleken dat we uren te kort komen. Het management is hiervan op de hoogte. De vele achterstanden brengt ook dat onzekerheid met zich mee. Denk hierbij aan plotselinge gebreken, vele meldingen en soms veel weerstand van inwoners. Uit de jaarlijkse programmering - en ook in de praktijk - blijkt al langere tijd dat de bemensing aan de krappe kant is. Om de achterstanden verder in te lopen zijn extra mensen in de uitvoering nodig.

Dit aandachtspunt is bekend bij het management.

4.3.2 Vergunningen Voor een aantal werken is het nodig een vergunning aan te vragen. Het gaat dan om omgevingsvergunningen en watervergunningen (via Wetterskip Fryslân). Door de krappe bemensing voor uitvoering gaan we hier pragmatisch mee om.

Pagina 16 van 34

O21.002121

5. Prioriteren 5.1

Doorontwikkeling naar risico gestuurd werken

De werkwijze bij het beheer van de openbare ruimte is gebaseerd op assetmanagement; het vergroten van de maatschappelijke waarde van assets door optimaal beheer te realiseren op basis van afgewogen kosten, prestaties en risico’s over de gehele levenscyclus van assets (kapitaalgoederen). Dit geven we invulling met de zes organisatiewaarden die in de Nota openbare ruimte 2020-2025 zijn vastgelegd. Dit zijn: 1. Veiligheid: Veilig gebruik van de gemeentelijke infrastructuur en het voorkomen van ongevallen; 2. Kwaliteit leefomgeving: Beeldkwaliteit gemiddeld basis waarbij centra/monument op hoog niveau: woongebieden op basisniveau en buitengebied/industriegebied op basis tot laag worden onderhouden 3. Bereikbaarheid/beschikbaarheid: Zo veel mogelijk voorkomen van storingen in bruggen of oponthoud door werkzaamheden aan bruggen, oevers en kaden; 4. Financieel gedegen: We willen onze middelen optimaal inzetten; 5. Duurzaam: We beheren de openbare ruimte voor de toekomst en volgen de marktontwikkelingen voor een duurzame aanpak. Hierbij ligt de focus op energie, klimaatadaptatie, sluiten van kringlopen en behoud en vergroten van de biodiversiteit. 6. Imago: De staat van onderhoud van de openbare ruimte bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving. De invulling van deze waarde is een gevolg van bovenstaande waarden.

De waarden vormen de basis voor de organisatiewaardenmatrix (zie Bijlage 2). Op basis van kans*effect kunnen we met behulp van de matrix een inschatting maken van de risico’s van vraagstukken. De lange termijn assetplanner is mede gebaseerd op de organisatiewaardenmatrix. Binnen het onderdeel bruggen en steigers is er aan de voorkant getoetst op de volgende waarden: 1. Veiligheid: (veiligheid in het geding: ja of nee). Veiligheid heeft de hoogste prioriteit. Als het antwoord ja is, wordt direct actie ondernomen. 2. Bereikbaarheid/beschikbaarheid: (veel impact: 3, gemiddeld: 2, weinig impact: 1). Hiervoor is gekozen omdat voor bedrijven en inwoners bereikbaarheid van (economisch) belang is. 3. Beeldkwaliteit: (centra/monument: 3, woongebied: 2, buitengebied/industriegebied: 1). Binnen het onderdeel oevers en kaden is het volgende getoetst: 1. Financien: Oever binnen 2 meter van een weg (om extra kosten door schade aan de weg te voorkomen); 2. Veiligheid: Oever met aanlegfunctie. Bovenstaande gegevens zijn verwerkt in het gegevensbeheersysteem en hier komt een volgorde van prioritering uit. Acties - Onderzoeken óf en hoe we het risicogestuurde werken verder uitwerken voor de waterbouwkundige kunstwerken.

- Indicatoren ontwikkelen om (organisatie)waarden op strategisch niveau naar de projecten op operationeel niveau te vertalen en meetbaar te maken ( zie ook: https://www.crow.nl/overcrow/nieuws/2021/april/video-dit-helpt-jou-je-organisatiewaarden-te-bepal).

5.2

Faseren uitvoering 2021-2025

Op basis van bovenstaande prioritering kunnen we op hoofdlijnen aangeven waar we ons de komende jaren op gaan concentreren in de uitvoering:  Betonnen verkeersbruggen (i.v.m. leeftijd van vele objecten);

We prioriteren op basis van de organisatiewaardenmatrix, ofwel de risicomatrix welke in 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad. Voor de waterbouw is veiligheid, beschikbaarheid en beeldkwaliteit (met name bij grote bruggen en kademuren) van belang.

Pagina 17 van 34

O21.002121

   

Beweegbare bruggen (met name installaties i.v.m. leeftijd/storingen); Kademuren (i.v.m. leeftijd en veiligheid voor weg- en vaarverkeer); Steigers in havengebieden (i.v.m. veiligheid en eisen van de Blauwe Vlag 6); Overige objecten waarbij veiligheid in het geding komt (altijd hoogste prioriteit: afsluiten of direct herstellen);  (Klein) onderhoud stranden (i.v.m. veiligheid, hygiëne en drukte);  Oeverconstructies met ligfunctie (i.v.m. veiligheid van gebruikers en het feit dat we liggeld vragen).

Het omploegen van een zandstrand.

5.3

Duurzaamheid en toekomstbestendig

Uitgangspunt van de Nota openbare ruimte 2020-2025 is dat enerzijds een negatieve invloed op het milieu geminimaliseerd wordt door de openbare ruimte zodanig in te richten, te gebruiken en te onderhouden dat deze lang meegaat. Anderzijds passen we beheer en onderhoud aan op klimaatverandering (bijv. koelen beweegbare bruggen in de zomer). Vanuit de Global Goals, Omgevingswet en Programmabegroting ligt de komende jaren de focus in de openbare ruimte op een bijdrage aan:  Een energie-neutrale gemeente in 2050;  Klimaatrobuuste openbare ruimte in 2050;  Sluiten van kringlopen om bij te dragen aan een circulaire economie in 2050;  Behoud en herstel van de biodiversiteit.

Global Goal Hoe dragen we bij aan dit doel?  Indien van toepassing gebruiken we energie efficiënte systemen  Bij aanbesteding sturen op duurzaam ontwerp en beheer. Actie: standaard bestekken doornemen en eventueel aanpassen.

De energie-efficiënte vergroten

6 SWF heeft zich verbonden aan de Blauwe Vlag (dat geldt voor de 5 gemeentelijke havens). De Blauwe Vlag is een internationale

milieuonderscheiding, die jaarlijks wordt toegekend aan stranden en jachthavens. De Blauwe Vlag is een erkenning voor de inspanningen die het strand of de jachthaven levert op het vlak van milieu- en duurzaamheidsmanagement, veiligheid, waterkwaliteit, bewustmaking en educatie, en afvalpreventie en -sortering.

Pagina 18 van 34

O21.002121

Global Goal Hoe dragen we bij aan dit doel?

Aanpassen aan klimaatverandering en versterken biodiversiteit

We werken actief aan  het voorkomen van schade door hitte bij (beweegbare) bruggen (bijv. door zout strooien);  het vergroenen van de omgeving door bij oeverwerkzaamheden na te gaan of overgegaan kan worden tot een natuurvriendelijke oever en bij kades de mogelijkheden tot vergroenen van de kade te verkennen. De inrichting van het groen vraagt hierbij specifieke aandacht om problemen in de toekomst door bijv. wortelopdruk te voorkomen.  Bij aanbesteding sturen op duurzaam ontwerp en beheer. Uit het Omgevingsprogramma Klimaatadapatie volgt dat een toolbox klimaatadaptatie ontwikkeld wordt. Zodra deze gereed is, passen we de toolbox toe op waterbouwkundige kunstwerken.

Global Goal Hoe dragen we bij aan dit doel? We werken actief aan  het voorkomen van het gebruik van nieuwe grondstoffen door vrijkomende materialen her te gebruiken (bijv. hout van de remmingswerken bij de Waterpoort Sneek zijn weer gebruikt als steiger bij molen De Rat te Ijlst;  ontwerp en beheer dat gericht is op lange levensduur. Sluiten van kringlopen

Actie: we willen de milieu impact in beeld brengen van materialen die vaak gebruikt worden in de openbare ruimte. Met een dergelijk hulpmiddelen kunnen bewuste keuzes over materiaalgebruik worden gemaakt.

Foto: vrijkomend hout remmingswerk is toegepast bij molen De Rat te IJlst.

Pagina 19 van 34

O21.002121

6. Kosten/middelen 6.1

Sturen op levenscyclus

Dit beheerplan gaat (nagenoeg) alleen over beheer, onderhoud en investering in vervanging. Eén van de uitgangspunten van de Nota openbare ruimte 2020-2025 is om te sturen op de laagste kosten over de gehele levensduur. Immers het aanleggen van een asset (weg/brug) vraagt inzet en kost geld voor mankracht en investering, maar zeker gedurende de gebruiksperiode (soms 40 tot 80 jaar) gaat er veel geld om in het beheren en exploiteren van de asset in mankracht en beheer-/exploitatiekosten en kapitaalslasten. In onderstaande figuur zijn de fasen in de levenscyclus schematisch zichtbaar gemaakt en ook de verdeling in tijdsduur.

Uitgangspunt is om een object zo lang mogelijk in stand te houden. Bij einde levensduur, bijvoorbeeld bij Looxmakade te Sneek en Zwaantjespost te Bolsward sturen we op keuzes die uiteindelijk leiden tot de laagste kosten over de gehele levenscyclus zoals hierboven schematisch weergegeven (total costs of ownership). Ook bij aanleg nieuwe objecten in bijv. te ontwikkelen woonwijken en bedrijventerreinen is het verstandig om in total costs of ownership te denken. Zoals in voorgaand hoofdstuk is aangegeven, is de methodiek van total costs of ownership volop in ontwikkeling. We onderzoeken hoe we dit kunnen implementeren bij vervanging in kunstwerken en betrekken hierbij ook de mogelijkheden om te rekenen met restwaarde.

6.2

Planning en budget

Prijsstijgingen In de praktijk merken we duidelijk al enige jaren het effect van stijgende marktprijzen. Met een hoogtepunt in 2021 waarbij prijzen van sommige materialen zelfs verdubbeld zijn. Door het hanteren van de nullijn in de jaren 2011-2018 is in feite de reële bestedingsmogelijkheid afgenomen. Het betekent minder uitvoering van werk en daardoor kwaliteitsverlaging en oplopende achterstanden. Voor de programmabegroting 2022 is een aanvraag ingediend om indexatie toe te passen om uitholling van het budget te voorkomen. We zien de enorme prijsstijgingen in 2021 als een groot risico bij het uitvoeren van de werken en inhalen van de achterstanden. Dit kan als effect hebben dat we achterstanden onvoldoende kunnen inhalen en dat deze zelfs verder oplopen. Areaaluitbreiding Jaarlijks komen er objecten zoals bruggen en steigers bij door nieuwe woonwijken en initiatieven uit dorpen en steden (zie hoofdstuk 3). Vanaf de start van aanleg of overname van areaal, is onderhoud nodig en daarmee annex ook budget voor materialen en mensen om het onderhoud uit te (laten) voeren. Voor de programmabegroting 2022 is het aangevraagde bedrag van € 10.000 toegekend.

Pagina 20 van 34

O21.002121

Leverantie Naast prijsstijging worden sommige materialen ook later geleverd dan gepland. Hierdoor loopt uitvoering van werken ook vertraging op. Door het instellen van een onderhoudsfonds kan hier flexibel op worden ingespeeld. Arbeidsmarkt Voor het uitvoeren van werken is ook inzet van mensen nodig. Op dit moment is de technische arbeidsmarkt krap. Er is een zeker risico aanwezig dat uitvoering hierdoor vertraging oploopt.

6.3

Planning cyclisch onderhoud 2021-2030

De lange termijn asset planner (LTAP) brengt de ontwikkeling van de kapitaalgoederen over een periode van 60 jaar in beeld. De gegevens van de civiele kunstwerken zijn opgenomen in het gegevensbeheersysteem. Hieruit worden meerjarenplanningen gegenereerd die op basis van de cyclische momenten de onderhouds- en middelenbehoefte beeld brengen. Dit is vertaald naar een prognose voor benodigde middelen voor onderhoud voor de komende 10 jaar. Dit wordt vastgelegd in het beheerplan (5 jaar). De toetsing aan de lange termijn planning is nodig om te voorkomen dat na een aantal jaren pieken ontstaan. Vanuit dit overzicht zijn de benodigde middelen voor groot en klein onderhoud en voor investering in vervanging en renovatie in beeld gebracht. Het gaat dan om uit de planning herleidbare vervangingen van kunstwerken/-onderdelen die een bedrag van € 250.000 te boven gaan. Deze vervangingsmaatregelen worden geactiveerd (kapitaalslasten). Het komende decennium staat in het teken van inhalen achterstallig onderhoud. Oorzaak hiervan is (vooral) veroudering van het areaal en doordat er geen middelen beschikbaar waren voor vervanging en renovatie 7. In onderstaande tabellen zijn beschikbare middelen en de benodigde middelen voor klein en groot onderhoud en kapitaalslasten voor de onderdelen bruggen en steigers en oevers voor de komende vijf jaar opgenomen.

Elk jaar wordt een uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar gemaakt op basis van de daadwerkelijke kwaliteit van het areaal. Dit uitvoeringsprogramma is input voor het begrotingsjaar.

6.4

Onderhoudsfonds Water

De raad is bevoegd in te stemmen met een egalisatievoorziening om budgetten te egaliseren. In dit beheerplan wordt de egalisatievoorziening als onderhoudsfonds benoemd. Het onderhoudsfonds is bedoeld voor onderhoudsmaatregelen. Het BBV8 geeft het volgende aan: klein en groot onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is dus niet van invloed op de vooraf bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object. Kosten van onderhoud mogen daarom niet worden geactiveerd. Aan het instellen van een onderhoudsfonds moet een actueel beheerplan ten grondslag liggen. Onder actueel wordt verstaan een plan dat niet ouder is dan vijf jaar. Het voorstel is om een onderhoudsfonds in te stellen voor onderhoudsmaatregelen, omdat een fonds niet gebonden is aan de jaarschijf. Onderhoud is evenmin gebonden aan de jaarschijf. Met een fonds ontstaat meer flexibiliteit. Dit sluit goed aan bij de uitgangspunten van de Nota openbare ruimte 20202025. Als aan het einde van een jaar onderhoudsgeld overblijft, komt dit terecht in het fonds. Het geld kan een jaar later via het college van B&W worden beschikbaar gesteld voor onderhoudswerk (indien nodig). Proces en dekking Uit het beheerssysteem volgt de prognose voor benodigde middelen voor onderhoud voor de komende 10 jaar. Dit wordt vastgelegd in het beheerplan (5 jaar).

Op basis van een jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma, wordt het benodigde budget voor het betreffende begrotingsjaar vrijgemaakt. Dekking van het fonds vindt plaats uit de huidige exploitatiebegroting. 6 In het verleden werden kunstwerken met éénmalige middelen (vanuit grondexploitatie) aangelegd zonder middelen voor onderhoud en vervanging in te regelen. Met de notitie “Verbetering financiële systematiek” wordt beoogd tot een toekomstbestendige systematiek te komen. De tabellen zijn hier op gebaseerd. 8 Besluit, Begroting en Verantwoording

Pagina 21 van 34

O21.002121

6.5

Inhalen achterstanden waterbouw

De afgelopen jaren is met behulp van het ingroeimodel (opplussen onderhoudsbudgetten) de koers ingezet om achterstallig onderhoud bij wegen- en waterbouw in te halen. Voor het onderdeel wegen heeft deze uitgezette koers ertoe geleid dat asfaltwegen (voorlopig) aan het gemiddelde basisniveau voldoen. Echter bij de klinkerverharding, waterbouwkundige kunstwerken (bruggen en oevers) en de waterbodems (baggeren) zijn de achterstanden toegenomen. In haar rol als toezichthouder heeft de Provincie Fryslân (2019) haar zorgen hierover met ons gedeeld. Door het invoeren van een onderhoudsfonds en het inregelen van dekking voor grote investeringen (voor vervanging en renovatie) kunnen we goede stappen zetten. Dit past in de lijn van het gekozen scenario in de Nota Openbare Ruimte 2020-2025 dat door de gemeenteraad in 2021 is vastgesteld. Daarbij is gekozen voor scenario 2: het inhalen van achterstallig onderhoud. Dit doen we onder andere door een nieuwe financiële systematiek. Met de invoering van het onderhoudsfonds kunnen we het geld voor beheer & onderhoud flexibeler inzetten, waarmee we pieken beter kunnen opvangen. Daarnaast is het van belang dat grote investeringen (vervanging en renovaties van meer dan € 250.000,-) worden opgenomen in het investeringsprogramma (bijlage C Programmabegroting). Daarbij is dekking van de kapitaallasten van belang.

Dit is ook opgenomen in de schema’s van paragraaf 6.6. Door grote investeringen in het investeringsprogramma op te nemen en niet meer uit het onderhoudsfonds (voorheen onderhoudsbudgetten) te halen, ontstaat daar meer ruimte voor het normale onderhoud, waaronder ook het schilderen en reinigen van objecten.

6.6

Beschikbare en benodigde middelen

6.6.1 Onderdeel bruggen en steigers Hieronder is een opsomming gemaakt van de beschikbare en benodigde financiële middelen voor de jaren 2021-2025. Dit is berekend aan de hand van ons beheersysteem GeoVisia (prijspeil 2020) en de kwaliteit ‘Gemiddeld Basis’ (zie ook paragraaf 3.2). We spreken van een investering als het een vervanging/renovatie betreft welke het object zijn levensduur verlengt (bron: Besluit, Begroting en Verantwoording, BBV). In de gemeentelijke financiële verordening is tevens opgenomen dat er een drempel geldt van € 250.000,-. Boven de drempel betekent een investering en daaronder spreken we van onderhoud. Onderhoud onderdeel bruggen en steigers Beschikbaar voor onderhoud Onderhoudsbudget Areaaluitbreiding

2021 € 2.100.000

2022 € 2.000.000 € 10.000

2023 € 2.000.000 € 10.000

2024 € 2.000.000 € 10.000

2025 € 2.000.000 € 10.000

Totaal beschikbaar Benodigd voor onderhoud Extra regiekosten Groot/klein onderhoud (fonds) Areaaluitbreiding Prijscompensatie/indexatie (ca 1,5%) Totaal benodigd Verschil (beschikbaar -/- benodigd)

€ 2.100.000

€ 2.010.000

€ 2.010.000

€ 2.010.000

€ 2.010.000

€ 90.000 € 1.985.000 € 10.000 € 30.000 € 2.115.000 € -15.000

€ 90.000 € 1.985.000 € 10.000 € 60.000 € 2.145.000 € -135.000

€ 90.000 € 1.985.000 € 20.000 € 90.000 € 2.185.00 € -175.000

€ 90.000 € 1.985.000 € 30.000 € 120.000 € 2.225.000 € -215.000

€ 90.000 € 1.985.000 € 40.000 € 150.000 € 2.265.000 € -255.000

Investeringen onderdeel bruggen en steiger Beschikbaar investeringen Investeringen 3 ton/Begroting 2022 Kapitaallasten Totaal beschikbaar Benodigd investeringen Investeringen (gem. per jaar) Kapitaalslasten Totaal benodigd Verschil (beschikbaar -/- benodigd)

2021 € 1.115.000 € 12.000 € 12.000

2022 € 1.150.000 € 74.000 € 74.000

2023 € 1.000.000 € 132.000 € 132.000

2024 € 1.000.000 € 182.000 € 182.000

2025 € 1.000.000 € 232.000 € 232.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000 € 50.000 € 50.000 € 24.000

€ 1.000.000 € 100.000 € 100.000 € 32.000

€ 1.000.000 € 150.000 € 150.000 € 32.000

€ 1.000.000 € 200.000 € 200.000 € 32.000

Pagina 22 van 34

O21.002121

€€ 12.000

6.6.2 Onderdeel oevers en kaden Onderhoud onderdeel oevers en kaden Beschikbaar onderhoud Onderhoudsbudget

2021 € 1.700.000

2022 € 1.700.000

2023 € 1.700.000

2024 € 1.700.000

2025 € 1.700.000

Totaal beschikbaar Benodigd voor onderhoud Extra regiekosten Groot/klein onderhoud (fonds) Prijscompensatie/indexatie (ca 1,5%) Totaal benodigd Verschil (beschikbaar -/- benodigd)

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 1.700.000

€ 55.000 € 1.700.000 € 25.000 € 1.780.000 € -80.000

€ 55.000 € 1.700.000 € 50.000 € 1.805.000 € -105.000

€ 55.000 € 1.700.000 € 75.000 € 1.830.000 € -130.000

€ 55.000 € 1.700.000 € 100.000 € 1.855.000 € -155.000

€ 55.000 € 1.700.000 € 125.000 € 1.880.000 € -180.000

2021 € 2.122.000 € 6.000 € 6.000

2022 € 1.000.000 € 91.000 € 91.000

2023 € 1.000.000 € 141.000 € 141.000

2024 € 1.000.000 € 191.000 € 191.000

2025 € 1.000.000 € 241.000 € 241.000

€ 1.000.000 €-

€ 1.000.000 € 50.000 € 50.000

€ 1.000.000 € 100.000 € 100.000

€ 1.000.000 € 150.000 € 150.000

€ 1.000.000 € 200.000 € 200.000

€ 6.000

€ 41.000

€ 41.000

€ 41.000

€ 41.000

Investeringen onderdeel oevers en kaden Beschikbaar investeringen Investeringen 3ton/Begroting 2022 Kapitaallasten Totaal beschikbaar Benodigd voor investeringen Investeringen (gemiddeld per jaar) Kapitaallasten Totaal benodigd Verschil (beschikbaar -/- benodigd)

Toelichting op bovenstaande posten  Onderhoudsbudget: betreft het jaarlijks beschikbare onderhoudsbudget. Bedoeld voor klein en groot onderhoud. Vanaf 2022 wordt er ook een onderhoudsfonds ingesteld, waarin het overgebleven budget terecht komt. Via het college kunnen we dit geld weer beschikbaar stellen voor onderhoud (zie ook paragraaf 6.4);  Areaaluitbreiding: betreft een bedrag voor de verwachte areaaluitbreiding, voor toelichting zie paragraaf 3.1.1;  Regiekosten: voor beide onderdelen zijn de extra regiekosten opgenomen, die nodig zijn om het extra werk weg te kunnen zetten. De huidige bezetting is krap, maar om de achterstanden in te halen, is extra mankracht nodig (zie ook paragraaf 4.3.1);  Groot/klein onderhoud (fonds): betreft het berekende benodigde budget dat nodig is om het onderhoud uit te kunnen voeren (excl. investeringen). Dat is berekend o.b.v. de planning uit ons beheersysteem GeoVisia;  Prijscompensatie/indexatie: de indexatie die nodig is om prijsstijgingen te kunnen opvangen, circa 1,5%. Dit percentage kan jaarlijks verschillen;  Beschikbare investeringen: o het bedrag van 2021 is opgesteld naar aanleiding van het beschikbaar stellen van € 300.000,voor investeringen. Via de raad is dit bedrag beschikbaar gesteld voor het investeren in diverse kapitaalgoederen (bruggen, oevers/kaden en wegen); o de bedragen van 2022-2025 zijn bepaald o.b.v.

de Programmabegroting 2022. Zowel voor bruggen als oevers is € 1.000.000,- beschikbaar (bedragen kunnen onderling wijzigen). Via de raad kan dit geld beschikbaar worden gesteld voor vervangen/renovaties;  Kapitaallasten: uit bovenstaande investeringen vloeien kapitaallasten voort. Het gaat hierbij om de afschrijving + rente en wordt bepaald o.b.v. de afschrijvingstermijn (gemiddeld 30 jaar). Deze kapitaallasten gaan het jaar na de investering lopen en stapelen op (zie paragraaf 6.6.3);  Benodigde investeringen: om de achterstanden in te halen is per onderdeel ca. € 1 miljoen nodig voor investeringen. De daaruit voortvloeiende kapitaallasten zijn daarbij ook weer opgenomen. 6.6.3 Investeringen en kapitaallasten Om de komende jaren de achterstanden niet verder op te laten lopen of zelfs in te halen, is het van belang dat er dekking komt voor grote investeringen. Door bij het onderdeel bruggen jaarlijks € 1.000.000,- te investeren én ca. € 2.000.000 in te zetten voor onderhoud denken we hier een grote slag in te kunnen slaan. Door jaarlijks voor 1 miljoen te investeren, lopen de daaruit voortvloeiende kapitaallasten wel snel op. In onderstaand schema is dat gevisualiseerd.

Pagina 23 van 34

O21.002121

€

2.000.000

€

1.800.000

€

1.600.000

€

1.400.000

€

1.200.000

€

1.000.000

€

800.000

€

600.000

€

400.000

€

200.000 0 2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Investering Onderhoud Kapitaalslasten van investering in betreffende jaar Kapitaalslasten investering voorgaande jaren

De jaarlijkse lasten: worden gevormd door onderhoud en alle kapitaalslasten

Uitwerking van de nieuwe financiële systematiek voor het onderdeel bruggen.

6.7

Planning en investeringen 2022-2023

Voorafgaand aan elk jaar – het streven is september – worden de planningen gemaakt. Dit zijn zowel de integrale planningen (combiwerken/-projecten) als de soloplanningen. Bij de integrale planning gaat het veelal om grotere projecten, in combinatie met bijvoorbeeld riolering, wegen en groen. Bij de soloplanningen gaat het om werken van groot tot klein. Hierbij maken we ook het onderscheid tussen onderhoud en investeringen. 6.7.1 Investeringen Bij investeringen gaat het om grote vervangingen of renovaties die de levensduur van een object dermate verhogen. In onze gemeente is hierbij tevens een drempelbedrag van € 250.000,- opgenomen. Voor het jaar 2022 (uitloop 2023) verwachten we in de volgende objecten te investeren:        

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10841781/1