Bijlage I - Zienswijzennota bp SWF-kleine windturbines
Tekst van het document
O22.000141
O22.000141*
Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Súdwest-Fryslân - kleine windturbines (concept)
Inhoudsopgave
1.
*Let erop dat de titels in de inhoudsopgave overeenkomen met de titels bovenaan de hoofdstukken. De paginanummering moet kloppen, ook de onderverdeling in hoofdstukken moet logisch zijn.*
1.
Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 2
2.
Inleiding ................................................................................................................................................ 3 2.1
Ter inzagelegging .......................................................................................................................... 3
2.2
Zienswijzen ................................................................................................................................... 3
2.3
Leeswijzer ..................................................................................................................................... 3
3.
Zienswijzen ........................................................................................................................................... 4
4.
Behandeling van de zienswijzen ........................................................................................................... 5
5.
Conclusie............................................................................................................................................... 9
6.
Bijlagen .......................................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Pagina 2 van 9
O22.000141
2.
Inleiding
2.1
Ter inzagelegging
Het ontwerp van het bestemmingsplan “Súdwest-Fryslân – kleine windturbines” heeft vanaf 29 november 2021 t/m 9 januari 2022 ter inzage gelegen. Met het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan heeft de gemeente iedereen in de gelegenheid gesteld om kennis te kunnen nemen en te reageren op het plan.
2.2
Zienswijzen
Tijdens de termijn van terinzagelegging is het voor iedereen mogelijk geweest om een zienswijze kenbaar te maken. In totaal zijn er 7 zienswijzen ontvangen.
2.3
Leeswijzer
In de hoofdstukken 3 en 4 wordt nader ingegaan op de op het ontwerpbestemmingsplan ontvangen zienswijzen.
Pagina 3 van 9
O22.000141
3.
Zienswijzen
Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen ingediend. In onderstaand schema zijn de gegevens van de zienswijzen en de paragraaf met de beantwoording weergegeven.
1 2 3 4
5 6 7
Bedrijf/adres indiener zienswijze DAS, Postbus 23000, 1100 DM Amsterdam Provincie Fryslân, Postbus 20210, 8900 HM Leeuwarden ARAG SE Nederland, Postbus 230, 3830 AE Leusden NWEA, Arthur van Schendelsstraat 550, 3511 MH Utrecht Indiener 5 Indiener 6 Buwalda Beheer BV, Van Osingaweg 72, 8744 EX Schettens
Pagina 4 van 9
Ontvangstdatum
Ingeboekt als
Beantwoording
17 december 2021
I21.020088
4.1.1
24 december 2021
I21.020423
4.1.2
31 december 2021
I22.00001
4.1.3
7 januari 2022
I22.000351
4.1.4
10 januari 2022 10 januari 2022 12 januari 2022
I22.000428 I22.000429 I22.000328
4.1.5 4.1.6 4.1.7
O22.000141
4.
Behandeling van de zienswijzen
4.1
Zienswijzen
4.1.1
DAS
Samenvatting De gemeenteraad heeft niet onderzocht, afgewogen en gemotiveerd waarom alleen kleine windturbines bij bestaande agrarische bedrijven toe worden gelaten en kleine windturbines tot 10 m niet worden toegelaten bij niet-agrarische en/of voormalig agrarische bedrijven. Het voorgaande is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Beantwoording Dit bestemmingsplan bevat specifiek beleid voor kleine windturbines tot 15 m ashoogte bij bestaande agrarische bedrijven. Hogere wetgeving, in dit geval de provinciale verordening Romte, maakt het plaatsen van kleine windturbines tot 15 m ashoogte niet mogelijk bij andere bouwwerken dan bestaande agrarische bedrijven. Er is bewust voor gekozen om het plaatsen van windturbines met andere afmetingen (zowel de kleine windturbines tot 10 m als windturbines met een ashoogte groter dan 15 m). niet in dit bestemmingsplan mee te nemen. Op grond van wetgeving en jurisprudentie is dit toegestaan. Wij zien daarom niet in waarom dit in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel. 4.1.2
Provincie Fryslân
Samenvatting De provinciale voorwaarden voor het plaatsen van kleine windturbines zijn niet voldoende geborgd. Zo ontbreekt de voorwaarde dat het op te stellen vermogen gericht moet zijn op de eigen behoefte van het agrarisch bedrijf en dat de mogelijkheden voor zonnepanelen moeten worden verkend. Verzocht wordt deze voorwaarden alsnog in de regels van het bestemmingsplan op te nemen. Beantwoording De ontbrekende voorwaarden worden alsnog in het bestemmingsplan opgenomen.
4.1.3
ARAG SE Nederland
Samenvatting Omdat de kans groot is dat er geen nauwkeurig en zorgvuldig onderzoek wordt gedaan zou iedere aanvraag afzonderlijk moeten worden beoordeeld conform de werkwijze van de gemeente Heerenveen; nee, mits. Beantwoording Wij willen als gemeente het gebruik van hernieuwbare energie bevorderen, maar koppelen daar wel voorwaarden aan. Dit betreft voorwaarden op het (milieu)technische vlak, maar wij willen tegelijkertijd de kwaliteit van het platteland hooghouden. De gemeente hanteert daarom een klantgerichte maatwerkaanpak in de vorm van een ‘erfturbinetafel’. Twee consulenten komen naar de initiatiefnemer om te kijken wat er mogelijk is en hoe, in één gesprek. Daarbij worden alle in het toetsingskader genoemde voorwaarden in acht genomen. De initiatiefnemer hoeft vooraf geen plan te (laten) maken. Deze werkwijze brengt met zich mee dat ieder aanvraag afzonderlijk wordt beoordeeld waarbij goed kan worden ingespeeld op alle regels waarmee rekening moet worden gehouden. Samenvatting Er kan geen dynamische bepaling in het bestemmingsplan worden opgenomen omdat het toetsingskader niet voldoende concreet is. - Windmolens hebben tot doel een bijdrage te leveren aan de duurzaamheid. Echter, dat doel wordt niet gediend met windmolens die zelf niet duurzaam, recyclebaar zijn. Hier moeten strenge voorwaarden worden gesteld met betrekking tot duurzaamheid. Die ontbreken nu.
Pagina 5 van 9
O22.000141
-
-
Windmolens mogen buiten het bouwvlak/bouwperceel worden opgericht. De voorwaarde is vlakbij en daarmee onvoldoende concreet. Om elke onduidelijkheid te vermijden dient de windmolen binnen het bouwvlak/bouwperceel te worden geplaatst. Het toetsingskader in niet concreet en voldoende duidelijk zodat er strijd is met rechtszekerheid. Daarnaast blijkt nergens uit wanneer kan wel of niet worden meegewerkt aan een windmolen als er een alternatief aanwezig is in de vorm van zonnepanelen. Door nu overal in het buitengebied kleine windmolens op een eenvoudige wijze toe te staan, ontstaat er een enorme horizonvervuiling dat niet door een landschappelijke inpassing is weg te nemen.
Beantwoording Iedere situatie is uniek en vraagt maatwerk. Daarom kiezen we ervoor op de aangegeven punten geen concrete regels vast te leggen en een klantgerichte maatwerkaanpak te hanteren in de vorm van een ‘erfturbinetafel’ als omschreven in paragraaf 3.1 van het toetsingskader. Het toetsingskader is echter nog voldoende concreet om te kunnen voldoen aan de Wro zijnde het opnemen van een dynamische verwijzing in het bestemmingsplan.
4.1.4
NWEA (Nederlandse WindEnergie Associatie)
Samenvatting Het bestemmingsplan maakt alleen de plaatsing van windturbines van het HAT-types mogelijk omdat het risico op hinder of een negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit groter is bij windturbines van het VAT-type. Hiermee wordt een ongenuanceerd beeld geschetst van de verschillen tussen deze 2 types turbines. Voorgesteld wordt het VAT-type niet bij voorbaat uit te sluiten maar, in afstemming met omwonenden, ruimte te bieden voor diversiteit. Beantwoording Uitgangspunt bij de landschappelijke inpassing is een rustig beeld in het landschap. Naast het feit dat de turbine deel moet uitmaken van het bouwperceel van een agrarisch bedrijf, kiezen wij daarom voor eenduidigheid van turbines in de gemeente qua hoofdvorm. Het VAT-type is er in vele vormen wat zorgt voor verrommeling van het landschap en past daarmee niet in onze uitgangspunten. Wanneer zich (grote) wijzigingen voordoen in de techniek en vormgeving van de VAT-varianten zal opnieuw worden bekeken of dit type een plaats kan krijgen in ons landschap. Samenvatting Over het toetsingskader de volgende vragen en opmerkingen: Door de eisen die worden gesteld voor met name kleur, materiaalgebruik, hoogte en circulariteit, worden veel geschikte kleine windturbines uitgesloten.
- In 2.4.4 staat dat de afstand tot buisleidingen niet minder dan 25 meter bedraagt; dit graag aanvullen met de tekst: ‘tenzij als de leidingbeheerder dichterbij toestaat’. - In 2.4.4.d: Tennet geeft bij EAZ aan dat de juiste werkwijze moet zijn: 1 x nominaal toerental werpafstand tot 110-150 kV, 2 x nominaal bij 220-380 kV. Dit graag aanpassen. - 2.4.6: De gemeente SWF kan nadere eisen stellen aan de plaats, omvang en het gebruik van de kleine windturbine t.b.v. a-h. Wat maakt dat de gemeente SWF naast de beleidsregels op deze punten alsnog kan afwijken van de beleidsregel? - 2.6.5: het benoemde kleinwindkeurmerk is ons onbekend. - 3.1 (circulaire ambities): de eis om een materialenpaspoort aan te leveren bij een vergunningsaanvraag komt te vroeg. Bovendien zijn veel windturbines gecertificeerd, een proces dat jaren duurt waardoor het niet eenvoudig is om minder duurzame onderdelen zomaar te vervangen. Daarnaast wordt er in Europees verband gewerkt aan standaardisatievereisten voor windmolens waarbij ook dit aspect wordt meegenomen. Verschillende leveranciers wachten op deze vereisten met het doorvoeren van aanpassingen. Het zou jammer zijn dat dit paspoort een hindernis gaat vormen voor de verduurzamingsplannen van de ondernemers in SWF. - 3.1 (keukentafelgesprekken): de sector ondersteunt dit idee. Het voorstel is wel om Hûs en HIem aan de voorkant erbij te betrekken.
Daarnaast ook digitale keukentafelgesprekken mogelijk te maken. - 3.1 en 3.2: ‘de turbines hebben een grijstint zodat ze minder tegen de erfbeplanting en bebouwing afsteken’. Niet alle leveranciers leveren een mast in de aangegeven grijstinten. Ook is het ondoenlijk voor leveranciers de kleur van de mast voor iedere gemeente aan te passen.
Pagina 6 van 9
O22.000141
-
-
-
-
Aanpassingsvoorstel is: ‘de kleurstelling valt weg tegen de lucht, of past bij het groene karakter van het (gras)landschap, houten componenten ook mogelijk’. Daarnaast wordt voorgestelde de tekst ‘alle onderdelen hebben dezelfde kleur’ te vervangen door ‘alle onderdelen hebben een landschappelijk goed in te passen kleur’. 3.2 (plaatsing): de eis dat de afstand tot de erfgrensbeplanting maximaal 20 m is, zal in de praktijk leiden tot onmogelijke plaatsing. Inpassing i.c.m. beplanting en bebouwing zou maatwerk moeten zijn. Voorgesteld wordt een richtlijn/uitgangspunt van te maken wat Hûs en Hiem en de gemeente kunnen gebruiken in de beoordeling. 3.2 (hoofdvorm): een ranke mast zoals op afb 10 is weergegeven is technisch niet mogelijk. Een mast zal altijd taps toelopend moeten zijn om voldoende draagkracht voor de turbine te kunnen bieden. Gevraagd wordt deze voorwaarde uit het toetsingskader te halen. Ook een volledig ronde mast is technisch niet mogelijk. Voorstel is om ‘overwegend rond en van afstand als rond vorm te beschouwen’ op te nemen. Er wordt een maximale ashoogte van 15 m aangehouden. Geadviseerd wordt om in principe uit te gaan van een masthoogte van 15 m (streefwaarde), maar afhankelijk van lokale omstandigheden te onderzoeken of maatwerk mogelijk is.
Het voorstel is te meten met een maat (ashoogte), en de beperking in tiphoogte achterwege te laten gezien dit leveranciers kan beperken in hun projectontwikkeling. 3.2: de eis voor onbehandeld hout zou leiden tot de uitsluiting van EAZ turbines, die behandeld zijn met een laklaag voor langer kwaliteit behoud. 4.1 (uitsluitingsgebieden): gevraagd wordt het uitsluiten binnen een straal van 850 – 1700 m los te laten omdat er regels zijn om overlast te voorkomen. Voorgesteld wordt om alleen buren die binnen een cirkel van 200 m rond de te plaatsen molen wonen, te rekenen als omwonende.
Beantwoording Deze reactie heeft betrekking op het toetsingskader en niet op het bestemmingsplan. Het toetsingskader betreft een beleidsregel en maakt daarom geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. In deze nota wordt daarom niet inhoudelijk in gegaan op dit onderdeel. Wel wordt de reactie beantwoord in de “nota inspraakreacties beleidsregel ‘toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân’”. Wij verwijzen hier kortheidshalve naar.
4.1.5
Indiener 5
Samenvatting Het bestemmingsplan houdt onvoldoende rekening met de reeds aanwezige en in aanbouw zijnde windpark(en) in de omgeving. Door het cirkel van het uitsluitingsgebied met 4 km te vergroten wordt voorkomen dat het hele landschap in de omtrek als het ware in constante beweging en dus onrust is. Beantwoording Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het provinciaal Inpassingsplan Nij HiddumHouw blijkt dat het windpark aan de wettelijke (milieu)normen kan voldoen. Wij zijn ons ervan bewust dat het voldoen aan deze normen niet betekent dat omwonenden geen hinder ervaren. Daarbij speelt gezondheid in zijn totaliteit een belangrijke rol. Nu het betreffende windpark nog niet in bedrijf is, is ook nog niet duidelijk wat de daadwerkelijke gevolgen zijn. Daarom kiezen wij ervoor het gebied waar in het geheel geen kleine windturbines zijn toegestaan te vergroten tot 1500 m rondom een windturbine van windpark NHH. Deze contour sluit aan bij de contour van de zogenoemde ‘dorpenregeling’ die door en als gevolg van het windpark in het leven is geroepen als compensatieregeling.
4.1.6
Indiener 6
Samenvatting In het bestemmingsplan is geen rekening gehouden met de komst van windpark Nij Hiddum-Houw en de bestaande windparken Fryslân en A7. Door de gevolgen van deze windparken wordt het woongebied onaantrekkelijk en zijn er zorgen over de gezondheid. Dit betekent ook dat er geen rekening is gehouden met het advies van Burgerforum. Het gebied rondom de kernen Cornwerd, Zürich, Pingjum, Witmarsum, Schraard, Wons en Makkum zou daarom gevrijwaard moeten worden van kleine windturbines.
Pagina 7 van 9
O22.000141
Beantwoording Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het provinciaal Inpassingsplan Nij HiddumHouw blijkt dat het windpark aan de wettelijke normen kan voldoen. Wij zijn ons ervan bewust dat het voldoen aan deze normen niet betekent dat omwonenden geen hinder ervaren. Daarbij speelt gezondheid in zijn totaliteit een belangrijke rol. Nu het betreffende windpark nog niet in bedrijf is, is ook nog niet duidelijk wat de daadwerkelijke gevolgen zijn. Daarom kiezen wij ervoor het gebied waar in het geheel geen kleine windturbines zijn toegestaan te vergroten tot 1500 m rondom een windturbine van windpark NHH. Deze contour sluit aan bij de contour van de zogenoemde ‘dorpenregeling’ die door en als gevolg van het windpark in het leven is geroepen als compensatieregeling.
4.1.7
Buwalda Beheer B.V.
Samenvatting Om het bedrijf duurzamer te maken wordt als aanvulling op de reeds aanwezige zonnepanelen het plaatsen van een kleine windturbine als ideale oplossing gezien. Het bedrijf zou daarom graag zien dat het plaatsen van kleine windturbines ook bij niet agrarische bedrijven mogelijk zou worden gemaakt. Beantwoording Het beleid van de gemeente mag niet in strijd zijn met hogere regelgeving. In dit geval wordt in de provinciale verordening Romte bepaald dat kleine windturbines met een ashoogte tot 15 m alleen zijn toegestaan bij bestaande agrarische bedrijven. Het bestemmingsplan is hierop afgestemd.
Pagina 8 van 9
O22.000141
5.
Conclusie
De ingediende zienswijze van de provincie Fryslân leidt tot aanpassing van artikel 6 van het bestemmingsplan. De overige zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Pagina 9 van 9
O22.000141