CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Was-wordt tabel verordening maatschappelijke ondersteuning SWF 2022

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2022’4.510 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel verordening maatschappelijke ondersteuning SWF 2022 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2022

Wettelijke grondslag: gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4 (derde en zevende lid), 2.1.5 (eerste lid), 2.1.6, 2.1.7 (eerste lid), 2.3.6 (vierde lid) en 2.6.6 (eerste lid) van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

Wettelijke grondslag: gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4 eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid), 2.1.4a (eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid), 2.1.4b (tweede lid), 2.1.5 (eerste lid), 2.1.6, 2.1.7 (eerste lid), 2.3.6 (vierde lid) en 2.6.6 (eerste lid) van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de artikelen 3.8 en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

Artikel 1, onder b: Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten

Artikel 1, onder b: a. Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid of participatie; financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Aanleiding: jurisprudentie CRvB: CRvB 20-112019, ECLI:NL:CRVB:2019:3535

Nieuw begrip in begripsbepalingen: normenkader

Artikel 1, onder i Normenkader: door bureau HHM opgesteld objectief kader aan de hand waarvan de aard en omvang voor de hulp bij het huishouden wordt vastgesteld

Artikel 2: Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning is geschrapt

Artikel 2: Melding, onderzoek en aanvraag

n.v.t.

Artikel 2.1 Melding is geheel nieuw.

De toegang tot maatschappelijke ondersteuning moet worden vastgelegd in de verordening.

In artikel 2.1 wordt bepaald dat een melding vormvrij is (lid 2). Daarnaast wordt de mogelijkheid gecreëerd om een melding voor een taxipas, enkelvoudige eenvoudige woningaanpassing of alleen hulp bij het huishouden te beschouwen als een aanvraag (lid 3). Lid 10 van artikel 2.1 bepaalt dat een cliënt zich direct kan melden bij een zorgaanbieder als de hulpvraag uitsluitend bestaat uit hulp bij het huishouden. Artikel 2.2 Onderzoek Deze bepaling is, met enige technische aanpassingen, vanuit de Nadere regels Wmo 2019 artikel 8 overgeheveld naar de verordening.

De wijze waarop het onderzoek moet worden verricht is nu vastgelegd in artikel 2.2 van de verordening.

n.v.t.

Artikel 2.3 maakt het mogelijk om het onderzoek naar hulp bij het huishouden te laten verrichten door de zorgaanbieder. Uit lid 4 volgt dat het college eindverantwoordelijk is en zich

ervan dient te vergewissen dat het onderzoek zorgvuldig is verricht. Pas daarna kan het college een besluit nemen. n.v.t.

Artikel 2.4 gaat over de wijze waarop de bevindingen van het onderzoek worden vastgelegd. Dit wordt gedaan in het ondersteuningsplan dat aan de cliënt wordt toegestuurd.

n.v.t.

Artikel 2.5 is het sluitstuk van de toegangsprocedure. Het bepaalt dat de cliënt een aanvraag kan indienen en dat het ondertekende ondersteuningsplan als aanvraag kan worden aangemerkt. Een handtekening is hiervoor op grond van de Awb vereist.

Artikel 4 Inhoud beschikking Vernummerd naar artikel 5

Artikel 4 Weigeringsgronden De weigeringsgronden zijn limitatief genoemd in dit artikel: er zijn geen andere weigeringsgronden.

De weigeringsgronden stonden in de Nadere regels (artikel 7), maar moeten gelet op artikel 2.1.3 lid 2, onder a van de wet worden opgenomen in de verordening. Artikel 4 inhoud Beschikking Vernummerd naar artikel 5

Artikel 5 Inhoud beschikking Toegevoegd aan lid 2 onder a: naar aard en omvang Toegevoegd aan lid 3, onder a: naar aard en omvang Toegevoegd aan lid 3, onder b: de zorgaanbieder bij wie het pgb wordt ingezet/bij wie de hulp wordt ingekocht. Toegevoegd aan lid 3, onder i: de voorwaarden die aan het pgb zijn verbonden.

Artikel 5 Regels voor persoonsgebonden budget is vernummerd naar artikel 6

Artikel 6 Regels voor persoonsgebonden budget

1. 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van 2. de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de 3. indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen,

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de goedkoopst adequate door de gemeente gecontracteerde beschikbare maatwerkvoorziening in natura, d. En; bedraagt niet minder dan het wettelijk minimumloon.

woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en; c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de goedkoopst adequate door de gemeente gecontracteerde beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 4. De hoogte van een pgb wordt als volgt vastgesteld: a. De hoogte van een pgb voor huishoudelijke hulp:1°. bedraagt bij formele hulp 75% van het uurtarief HH1 of HH2 voor huishoudelijke hulp in natura;2°. Bedraagt bij informele hulp 50% van het uurtarief HH1 of HH2 voor huishoudelijke hulp in natura. b. De hoogte van een pgb voor individuele begeleiding:1°. Bedraagt bij formele hulp 75% van het uurtarief voor begeleiding in natura;2°. Bedraagt bij informele hulp 50% van het uurtarief voor begeleiding in natura, met een maximum van € 20,00 per uur. c. De hoogte van een pgb voor specialistische individuele begeleiding:1°. Bedraagt bij formele hulp 75% van het uurtarief voor begeleiding in natura;2°. Bedraagt bij informele hulp 50% van het uurtarief voor begeleiding in natura. d. De hoogte van een pgb voor zowel dagbesteding Basis als dagbesteding Plus bedraagt 75% van het tarief voor de zorg in natura. e. De hoogte van een pgb voor kortdurende verbijf- of respijtzorg bedraagt 75% van het tarief voor de zorg in natura. f.

De hoogte van een pgb voor (rolstoel-) vervoer van en naar de dagbesteding bedraagt maximaal het bedrag dat voor zorg in natura voor (rolstoel-)vervoer wordt verstrekt. 5. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat 50% bedraagt van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden

4.

De hoogte van een pgb wordt als volgt vastgesteld: a. Het pgb tarief wordt gebaseerd op de virtuele reële uurtarieven en categorieën zoals gebruikt voor het vaststellen van de aanbesteding Wmo Hulp bij het Huishouden en Begeleiding 2021; b. Dit tarief wordt ieder jaar geïndexeerd volgens de voorlopige Consumentenprijsindex (CPI) van de maand september voor het volgende kalenderjaar. 5. a. De hoogte van een pgb voor huishoudelijke hulp: 1°. bedraagt bij formele hulp 80% van het uurtarief voor huishoudelijke hulp in natura ; 2°. Bedraagt bij informele hulp 50% van het uurtarief voor huishoudelijke hulp in natura. b. De hoogte van een pgb voor individuele begeleiding: 1°. Bedraagt bij formele hulp 80 % van het uurtarief voor begeleiding in natura; 2°. Bedraagt bij informele hulp 50% van het uurtarief voor begeleiding in natura, met een maximum van € 20,00 per uur. c. De hoogte van een pgb voor specialistische individuele begeleiding: Bedraagt bij formele hulp 80% van het uurtarief voor begeleiding in natura. d. De hoogte van een pgb voor persoonlijke verzorging: 1°. Bedraagt bij formele hulp 80% van het uurtarief voor persoonlijke verzorging in natura; 2°. Bedraagt bij informele hulp 50% van het uurtarief voor begeleiding in natura, met een maximum van € 20,00 per uur. e.

De hoogte van een pgb voor zowel dagbesteding Basis als dagbesteding Plus bedraagt 80% van het tarief voor de zorg in natura. f. De hoogte van een pgb voor kortdurende verblijf- of respijtzorg bedraagt 80% van het tarief voor de zorg in natura. g. De hoogte van een pgb voor (rolstoel-) vervoer van en naar de dagbesteding bedraagt maximaal het bedrag dat voor zorg in natura voor (rolstoel)vervoer wordt verstrekt. 6. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat 50% bedraagt van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald, en; c. is komen vast te staan dat deze persoon afkomstig uit het sociaal netwerk in staat is tot het verrichten van de hulp of zorg op kwalitatieve, doelmatige en veilige wijze. 7. Een pgb dient door de cliënt binnen 6 maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat/doel waarvoor het is verstrekt. Het college kan vanuit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg steekproefsgewijs onderzoek doen naar de bestedingen van pgb’s.

gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, en; b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. 6. Een pgb dient door de cliënt binnen 6 maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat/doel waarvoor het is verstrekt. 7. Het college kan vanuit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg steekproefsgewijs onderzoek doen naar de bestedingen van pgb’s. Artikel 6 Regels voor bijdrage in kosten algemene voorzieningen Het college kan bij nadere regels bepalen: a. voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is verschuldigd; b. wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage is; c. of voor specifieke groepen personen een korting op de bijdrage voor een algemene voorziening wordt vastgesteld.

Geschrapt.

Artikel 11 is nu artikel 7: Financiële tegemoetkoming (meerkosten chronisch zieken en gehandicapten).

Nieuw: Artikel 7 Financiële tegemoetkoming 1. Het college kan in bepaalde situaties een financiële tegemoetkoming toekennen. Het betreft hier in iedere situatie maatwerk, op basis daarvan wordt de hoogte van de tegemoetkoming bepaald. 2. Het college kan in alle gevallen de aanvrager vragen om de aanvraag te baseren op twee of drie offertes. 3. Het kan bijvoorbeeld gaan om de volgende tegemoetkomingen: a. een vergoeding voor verhuiskosten met een maximum van € 2.595,00; b. een vergoeding voor de aanschaf van een sportrolstoel of voor een elektrische sportrolstoel met een maximum van respectievelijk € 2.861,00 en € 5.722,00. Daarnaast kan maximaal € 520,00 per jaar worden vergoed voor de kosten van vervoer ten behoeve van sportuitoefening; c. een vergoeding voor het bezoekbaar maken van een woning met een maximum van € 2.595,00; d. een autokostenvergoeding van € 0,21 per kilometer op basis van de vastgestelde vervoersbehoefte. 4. Met betrekking tot de voorzieningen die genoemd zijn in lid 3 wordt geen eigen bijdrage geheven. 5. De bedragen genoemd in lid 3 worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie, waarbij het voorlopige cijfer wordt gebruikt van de maand oktober van het lopende jaar, gerekend over een periode van de 12 voorafgaande maanden. De bedragen worden afgerond op hele euro’s

Artikel 7 Bijdrage in kosten voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang een cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. De bijdrage, dan wel het totaal van bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Besluit een lagere bijdrage is verschuldigd. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor een aantal uitzonderingen; Deze zijn terug te vinden in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het Besluit. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan het bedrag genoemd in de artikel 2.1.4a, derde lid, van de wet en niet hoger dan de kostprijs, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag. 5.

De bijdragen als bedoeld in artikel 2.1.4b., eerste lid, van de wet, worden voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 6. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Vernummerd naar artikel 8 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang een cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Ter uitwerking van het bepaalde in artikel 3.8 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is de hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer € 0,24 per kilometer. 3. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het Besluit. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan het bedrag genoemd in de artikel 2.1.4, vierde lid, van de wet en voor wat betreft hulpmiddelen en woningaanpassingen niet hoger dan de kostprijs. 4.

In afwijking van het eerste en het derde lid is overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage verschuldigd in de volgende situaties: indien het college van oordeel is dat er voor de vast te stellen bijdragen (tijdelijk) onvoldoende betalingscapaciteit aanwezig is bij de cliënt; indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstelling van een integrale dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een cliënt die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente; indien de cliënt of de echtgenoot van de cliënt een bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 dan wel een bijdrage ingevolge de artikelen 3.3.2.1 of 3.3.2.2 van het Besluit langdurige zorg verschuldigd is; indien de cliënt of zijn echtgenoot gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de maand in een instelling voor opvang verblijft; indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder,

bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; voor een rolstoel; voor een cliënt die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing voor zover bij verordening op grond van artikel 2.1.5 van de wet een ander de bijdrage verschuldigd is; door de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, waarvan ten minste een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt; voor de maanden april en mei van het kalenderjaar 2020, tenzij het betreft de bijdrage voor een

maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget voor beschermd wonen of opvang. 5. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag. 6. Op grond van artikel 2.1.4b, eerste lid, van de wet worden de bijdragen als bedoeld in artikel 2.1.4a van de wet, voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 7. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel 8 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d.

voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van dezeeisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 3. Het college kan een uitvoeringsplan kwaliteit vaststellen waarin verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de voorzieningen, eisen met

Vernummerd naar artikel 9 Artikel 9 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2. De eisen als bedoeld in het eerste lid zijn in ieder geval zodanig dat: a. de dienstverlening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt; b. de dienstverlening tijdig en conform afspraak wordt verstrekt; c. de dienstverlening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; d. de dienstverlening verstrekt wordt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt; e.

de aanbieder van zorg een actieve signaleringsplicht heeft ten aanzien van veranderingen in de gezondheid (fysiek en psychisch), de sociale situatie en de behoefte van de cliënt aan meer, minder of andere zorg; f. de ondersteuning wordt geleverd met gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de cliënt;

g.

betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.

3.

4.

N.v.t.

de aanbieder zorg draagt voor scholing zodanig dat de medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken; h. medewerkers, indien van toepassing, geregistreerd zijn volgens de geldende beroepsregistratie; i. personen die beroepsmatig dan wel vanuit een professioneel georganiseerde situatie in contact kunnen komen met cliënten, een geldige verklaring omtrent het bedrag (VOG) bezitten die niet eerder is afgegeven dan het tijdsstip waarop betrokkene voor de aanbieder ging werken; j. de aanbieder zorg draagt voor het naleven van beroeps- en meldcodes door de medewerkers; k. elke medewerker de Nederlandse taal spreekt en schrijft; l. de Friese (Fryske) taal kan verstaan. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze kwaliteitseisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Het college kan in de Nadere regels verdere eisen vaststellen aan de kwaliteit van de voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten.

Nieuw: Artikel 10 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

Artikel 9 Voorkoming en bestrijding van misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Vernummerd naar artikel 12 in de verordening 2022 en samengevoegd met artikel 13 van de verordening 2018

Artikel 12 Voorkoming en bestrijding van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet 1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

b.

4.

5.

6.

Artikel 10 Jaarlijkse waardering mantelzorgers Vernummerd naar artikel 14. Inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 11 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische ziekte.

de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of pgb verbonden voorwaarden, of e. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan de op dat moment berekende geldswaarde worden teruggevorderd.

Artikel 14 Jaarlijkse waardering mantelzorgers Het college stelt nadere regels voor de jaarlijkse blijk van waardering op voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente.

Artikel 7 Financiële tegemoetkoming

Zie hierboven. Vernummer naar artikel 7. Voor bedoelde meerkosten (eigen risico, bewassingskosten) kan in veel gevallen ook een tegemoetkoming vanuit de bijzondere bijstand worden verleend. Artikel 12 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden

Artikel 11 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden

Vernummerd naar artikel 11. Inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 13 Nieuwe feiten en omstandigheden herziening, intrekking of terugvordering.

Opgenomen in artikel 12

N.v.t.

Nieuw: Artikel 13 Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Artikel 14 Klachtregeling

Artikel 15 Klachtregeling Inhoudelijk ongewijzigd

Vernummerd naar artikel 15 Artikel 15 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning

Artikel 16 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning

Vernummerd naar artikel 16

Inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 16 Inspraak en medezeggenschap

Artikel 17 Inspraak en medezeggenschap

Vernummerd naar artikel 17

Inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 17 Right to challenge

Artikel 18 Right to challenge

Vernummerd naar artikel 18

Inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 18 Evaluatie

Artikel 19 Evaluatie

Vernummerd naar artikel 19

Inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 19 Overgangsrecht 1. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Súdwest-Fryslân 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken; 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Súdwest-Fryslân 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld volgens deze verordening; 3. Besluiten, genomen krachtens de Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Súdwest-Fryslân 2015, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden onverminderd de voorgaande leden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Súdwest-Fryslân 2015, wordt beslist met inachtneming van die verordening.

Artikel 20 Overgangsrecht Aanvragen en bezwaarschriften waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld volgens deze verordening.

N.v.t.

Nieuw: Artikel 21 Mogelijkheden om af te wijken 1. In die gevallen waarin in deze verordening niet wordt voorzien, beslist het college. 2. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt met een vastgestelde ondersteuningsbehoefte afwijken van de bepalingen in deze verordening, als

toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 20 Intrekken oude verordening De Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Súdwest-Fryslân 2015 wordt ingetrokken per 1 januari 2018. Vernummerd naar artikel 22 Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2018.

Artikel 22 Intrekken oude verordening De op 4 mei 2021 gewijzigde verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2018 wordt ingetrokken per 1 januari 2022.

Artikel 23 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente SúdwestFryslân 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10842234/1